Full Text / Transcription of https://coleccion.aw/show/?ANA-DIG-ARCHIEF-ECURY-INV-336
Translate this text / Traduci e texto aki:     Translate this text


OP REIS
door
A.D. HILDEBRAND
GERARD VAN SEUMEREN
Met tekeningen van
LOU DEN HARTOGH
UITGAVE: N.V. NEDERLANDSE SPOORWEGEN
AFDELING PERS EN PUBLICITEIT
En
d Dak ik deze kleine inleiding schrijf, tot het boekje, dat jullie, meisjes en jongens zo-even overhandigd is, schijnt de zon naar binnen en er ligt een brede streep van goud-geel licht over mijn schrijftafel. Ë |
Mijn gedachten gaan terug naar de tijd, toen ik zelf in de hoogste klasse zat van de Lagere School. Het was in die jaren net zoals nu... . aan het einde van het leerjaar stond, als een hoge berg, waar je over heen moest klimmen, dat laatste rapport! Je wist heel goed, dat je je best moest doen in dat laatste jaar... . extra-goed je best, want nog es een jaar overdoen wilde niemand. Je moest werken en een heleboel geleerdheid in je'hoofd stampen en goed opletten op school.
En toch. … . al wist je dat nòg zo. goed, toch kwam het wel eens voor, dat je gedachten afdwaalden van de les... . als buien de zon scheen en de geuren van fris gras en bloemen
_door het open venster naar binnen kwamen.
Sommigen dachten aan het partijtje voetbal, dat ze nu graag zouden willen spelen, anderen verlangden naar het water, om te zwemmen of te roeien. En ik... ke dacht aan reizen. Ik nam mij voor, om grote reizen te maken over de hele wereld,
als ik eenmaal groot zou zijn.
In die oude tijd (ja, want dat is al weer heel wat jaartjes geleden) bestonden er ook al spoorboekjes en mijn vader, die veel reisde, moest zich twee keer per jaar een nieuw spoorboekje aanschaffen. In dat boekje vond je niet alleen de binnenlandse ishen: nee, daar stonden ook de treinen in, die naar het buitenland reden.
Ik was goed thuis in het spoorboek. Ik wist precies, waar je de grens passeerde, als je naar Berlijn wilde, of naar Wenen, of naar Pais Ik kende de verschillende tekens en toen ik voor het eerst alleen op reis ging, wilde ik dan ook beslist zelf nakijken, hoe laat mijn trein zou vertrekken. In de trein volgde ik, met behulp van het spoorboekje en met het horloge in de hand, de hele reis en ik was tamelijk nijdig, als we twee minuten te laat van een tussen-station vertrokken. Ik knikte goedkeurend tegen mezelf, wanneer ik merkte, dat we die twee minuten een kwartier later weer ingehaald hadden.
En wat kon ik me dan kwaad maken, wanneer de chef het teken tot vertrek niet precies op tijd gaf. Ik had dien man wel willen toeroepen: „Schiet toch op! Ziet U dan niet, dat de wijzer van de klok alweer versprongen is?”
Ik wist toen nog niet, dat de chef ook niet alles in de hand heeft. Het beveiligings-systeem van de N.5. (tussen twee haakjes een van de beste systemen ter wereld, waarbij ongelukken vrijwel uitgesloten geacht mogen worden) laat niet toe, dat een trein een blok binnen rijdt, wanneer zich nog een andere trein in dat baanvak bevindt.
Die chef kan er dus ook niets aan doen, maar dat was me toen nog niet duidelijk. En zoals er tien duizend: dingen waren
van de spoor, die ik nog niet wist, zo zijn er ook ten minste
hd
Rn
Eg mene 3
REESE IE MEM Di EV rate en DE a
Jen Tm s
duizend dingen, die jullie nog niet weten. Het is zelfs een feit, dat de meesten van jullie gisteren nog niet met een spoorboekje konden omspringen.
En nu?
Ik ben er zeker van, dat jullie nu best de weg kunnen vinden in de reisgids. En evenzeer geloof ik, dat jullie deze les niet zullen vergeten. De meneer van de Nederlandse Spoorwegen, die straks voor de klas stond, heeft er slag van, om je op een aardige manier de weg te wijzen in het boekje en hij is door
kneed in zijn vak, zodat hij op alle vragen antwoord heeft kunnen geven. | Die les zullen jullie niet gauw vergeten en wanneer je over
| een jaar of wat op je eigen benen moet staan en om de haverklap met het spoorboekje te maken hebt, dan zul je dikwijls genoeg met plezier terugdenken aan die aardige les in de
hoogste klasse van de Lagere School.
En nu gaan we jullie eerst een paar vragen stellen. Je hebt in het les-uur,
wat zojuist achter de rug is, natuurlijk een heleboel geleerd, maar weet
je er nu nog veel van?
Kan je nu uit je hoofd vertellen, wat het betekent, wanneer er bij een trein, in het spoorboekje, een kruisje staat? En wat betekenen de twee gekruiste hamertjes?
Wat wil dat zeggen, als je bij een trein een grote S ziet staan? En kan je met een gewoon kaartje meerijden, als er een D voor staat? Of moet je dan nog iets betalen?
Zo zijn er veel meer mogelijkheden. Je kunt bijvoorbeeld ook een trein hebben, waar een S bij staat èn een kruisje. Wat moet je daar van denken ? Al die dingen kan je voor in het spoorboekje vinden en daarom geef ik je
een goede raad. Je moet je best doen, om een oud spoorboekje in je bezit
te krijgen, dan kan je daar regelmatig in studeren en je zult zien, dat je daar later, als je ook gaat reizen, veel plezier van hebt.
Je moet dat vooral-niet vergeten en om er voor te zorgen, dat je het niet vergeet, biedt de directie je hierbij dit boekje aan. Je vindt er prachtige foto’s in van allerlei dingen uit dat geweldige bedrijf.
Locomotieven en Diesel-treinen, seinpalen en bruggen. sn coniducteürs en plaatsbewijzen.... alles kun je in dit boekje vinden. En wat er niet in staat, dat kun je voor het geringe bedrag van ò cent zelf gaan bekijken. Neem er eens een vrije middag voor, om een bezoek te brengen aan het naburig spoorweg:station, kijk daar es goed om je heen en als je iets niet begrijpt... . vraag het dan maar aan iemand van het vak. Ik ben er zeker van, dat je een vriendelijk antwoord zult krijgen. |
Dan maak je misschien ook wel es iets mee van de humor, die overal in het grote bedrijf der Nederlandse Spoorwegen te vinden is. Want wist je, | dat, om een voorbeeld te noemen, een spoorman in Amsterdam zelden over een electrische trein, zal spreken, doek dat die dingen. i in het spoortaaltje meestal heel oneerbiedig stofzuigers worden genoemd?
_Maar we hebben zo langzamerhand genoeg gepraat en nu moeten jullie de fraaie afbeeldingen maar es gaan bekijken. Je ziet daar een bord met.de biljetten, waarop de dienstregeling staat afgebeeld. Bekijk zo’n bord ook eens in werkelijkheid, dan zul je bemerken, dat je er gemakkelijk uit wijs kunt worden, wanneer je eenmaal goed de weg weet in het spoorboek.
Je ziet de borden, die op de perrons staan en waarop is aangegeven, wanneer de trein vertrekt en waar hij naar toe zal rijden. Dan zijn daar de uniformen van het trein-personeel, je krijgt een afbeelding van de kaartjes en abonnementen en daar is ook de eerste trein, et de locomotief de „Arend.” Ja, natuurlijk. …. het is niet de echte trein, die iets meer dan honderd jaar geleden van Haarlem naar Amsterdam reed, want dat oude ding is helaas ter ziele. Maar die eerste trein is nauwkeurig na-gebouwd en hij reed op de Spoorweg: -tentoonstelling, die bij het honderd -jarig be
staan van de spoor in Amsterdam werd gehouden.
Et.
Ik ben daar zelf ook geweest, om een paar radio-reportages te houden van het tentoonstellings- terrein en ik zie de hele directie nog op de locomotief staan, toen de eerste rit, rond het terein, gehouden werd. De conducteurs waren gekleed in de oude uniformen, die in 1839 gebruikt werden en
ook de kaartjes waren precies zo, als honderd jaar geleden.
Dan komen in het boekje de locomotieven en de verschillende treinen,
zoals de stoomtrein, de electrische trein en de Diesel. Je kijkt in het hokje van den bestuurder, je ziet, evenals hij, de seinpalen en de ‘overweg: beveiliging.
Nederland bezit prachtige spoorbruggen, waarvan je er ook een paar afgebeeld vindt en dan komt er zo ’n wagen met drie laadkisten. Dit is een van de nieuwste vindingen op spoorweg-gebied en een bijzonder slim denkbeeld. De laadkist wordt ergens.... waar men hem nodig heeft, geladen. Dan gaat-ie op een Auto naar het station, hij wordt met de trein vervoerd naar ’*t station, waar hij moet wezen en vandaar gaat hij weer op een auto naar de fabriek of het magazijn, waar men de goederen hebben wil. Het is dus onnodig, de goederen vele malen over te laden en er wordt met dit systeem veel tijd bespaard. En al-heb je dat nu misschien nog niet
zo in de gaten.... in de handel is tijd nog altijd geld en dat zal wel
zo blijven.
Tenslotte komt er nog een plaatje van de boot, die vaart tussen Stavoren en Enkhuizen en een paar afbeeldingen van de schitterende spoorbruggen, die Nederland bezit. |
Meisjes en jongens, wij mogen terecht trots zijn op ons schitterende spoorweg-bedrijf, want het is, zoals een Amerikaan tegen mij gezegd heeft, toen hij voor het eerst een bezoek bracht aan Nederland:
„Bij ons, in Amerika zijn er nog steeds duizenden, die denken, dat Holland een land is van klompen en windmolens en tulpen, maar nu ik met jullie treinen gereden heb, nu moet ik zeggen... dat zouden ze jullie bij ons niet kunnen verbeteren” | Als je dit boekje bekeken hebt, geef het dan een goede plaats op je boekenplank, haal het zo nu en dan nog eens te voorschijn en denk terug
aan de prettige les, die je vandaag gehad hebt. A.D. H.
Vóórdat wij je iets gaan vertellen over treinen, stations, wissels, seinen enz. laten wij hieronder nog even de verklaring der letters en teekens volgen, welke in het spoorboekje voorkomen. Deze opgave staat op de eerste bladzijde van het spoorboekje afgedrukt. |
Restauratie of restauratierijtuig. Restauratierijtuig alléén op werkdagen. Slaaprijtuig. Halte met uitgebreide verkeersbevoegdheid. Bootaansluiting. ‚Treinen, voor welker eek toeslagen verschuldigd zijn. De dienstregeling dezer treinen - is bovendien vet gedrukt. Alléén op werkdagen. Alléén op Zon- en Feestdagen.
aen terds
De trein rijdt niet dagelijks of de trein rijdt op één of meer bepaalde dagen of gedurende een bepaald tijdvak.
|_ De trein rijdt door. Ss Stopt. st Stopt alléén op Zon- en Feestdagen. _S% Stopt alléén op werkdagen. X_Stopt alléén op tijdig verzoek. _p Stopt alléén voor instappen. & Stopt alléén voor uitstappen, XP Stopt op tijdig verzoek alléén voor instappen. xt Stopt op tijdig verzoek alléén voor uitstappen. Xt Stopt op tijdig verzoek alléén op Zon- en Feestdagen. Xs Stopt op tijdig verzoek alléén op werkdagen. p D-trein met toeslag. pmw D-trein met een beperkt aantal plaatsen. r bij het treinnummer beduidt Electrische trein. Mm bij het treinnummer beduidt Motortrein. |
s bij het treinnummer beduidt Stoomtrein op een geelectrificeerd baanvak.
T bij het treinnummer beduidt Tramtrein.
1. DIENSTREGELING-BILJETTEN
Ja, dat is een groot woord, hè? Maar eenvoudig om te begrijpen, hoor. Lees maar verder. Onder dienstregeling verstaan wij het regelen van de loop der treinen. En de biljetten dienen om deze treinenloopregeling duidelijk voor de reizigers aan te geven. Zo je ziet is het biljet verdeeld in verschillende vakken. Elk vak heeft een nummer en dit nummer komt weer overeen met het nummer van de tabel in het spoorboekje. leder vakje (tabel) is bestemd voor een of meer baanvakken. Een baanvak is een gedeelte spoorlijn tussen twee pleatsen. Hoe zoeken we nu het vakje of de tabel welke wij nodig hebben? Dit is ook weer | gemakkelijk. Hiervoor is op één der vier dienstregeling-biljetten (er zijn vier in totaal) een kaartje gedrukt, voorstellende het spoorwegnet. De spoorlijnen op dit kaartje zijn ook weer genummerd. En nu begrijp je ineens alles. .
Sta je dus in de hall van het station Utrecht en je wilt zelf uitzoeken hoe laat een trein vertrekt naar Amsterdam, dan wandel je eerst naar de grote borden, waarop de dienstregeling-biljetten zijn aangebracht. Je vindt er vier verschil
lende. Je zoekt op het kaartje naar de lijn” Utrecht— Amsterdam, vindt bij die lijn het nummer 24, zoekt op één der biljetten het vakje 24 en ziedaar, een lange
rij van tijden waarop de treinen naar Amsterdam vertrekken, staan netjes in volgorde voor je neus. |
== SET LE A ENV TT SET Ee en 5 n ” enne z SE gn z ke eN hen entente ii pe ERE ee En de EE El Ee ms a te ; 4
En ET
es akad le
| IN |
pd werner
Ten
AET:
2. PERRONBORD |
Nu we weten hoe laat de trein zal vertrekken, kopen we een kaartje en gaan naar het perron. Daar staan weer andere borden voor ons klaar, waarop staat aangegeven, van welke perrons de verschillende treinen vertrekken. In Utrecht is het een groot rek met losse plankjes, waarmee de gehele dag gegoocheld
wordt. We willen naar Amsterdam en zien, dat de eerstvolgende sneltrein gaat om 10.52 van het tweede perron. be |
ingrid en
OR nne
€,
|
3. TREINAANWIJSBORD
EN KOERSBORD
Door een tunnel bereiken we het tweede perron. Juist bij de trap is een bord aangebracht waarop het woord „„Amsterdam’ te lezen staat. Dit bord wijst in de richting van de
__plaats, waar de trein zal komen
te staan. Dit bord heet: „„treinaanwijsbord’’, want het wijst de trein aan. De trein staat al vóór. Kijk maar naar het witte bord, dat aan de trein
hangt. Dit bord geeft de koers
(richting) van de trein aan en heet „koersbord’”’. Amsterdam CS staat er op te lezen, dus het is onze trein. Ook zie je er nog Arnhem op staan, maar. dit woord staat op z’n kop, dus daar behoef je je niets van aan te trekken,
4, UNIFORMEN
Het spoorwegpersoneel op de stations en in _de treinen is in uniform gekleed. Deze uniformen verschillen nog al. Kijk maar eens naar de afbeeldingen. Een hoofd-stationschef (zie a) is de chef van een hoofdstation. Deze draagt twee gouden banden om iedere benedenmouw en daarboven een gouden ster. Ook om de pet heeft hij twee gouden banden. Het embleem van de spoorwegen (een gevleugeld wiel) zie je op de
der ster is dit de uniform van een stationschef eerste en tweede klasse. Een chef derde klasse (die van een kleiner station) heeft ook dezelfde uniform aan, maar dan ‘slechts één gouden band om iedere benedenmouw. Afbeelding b laat zien hoe een teelncontroleur er. uit ziet. De banden om pet, kraag en mouwen zijn van zilver. Ook de knopen zijn verzilverd. Deze heren controleren de kaartjes in de treinen. Zij behoren niet bij een trein, maar stappen zo hier en daar maar
pet en op de beide revers van de jas. Zon- |
eens in om te zien of de conducteurs hun contrôlewerk goed verrichten. Controle op contrôle dus!
Op de afb. c zie je een hoofdconducteur. Hij heeft een gouden ster vóór op de pet en een gouden bies om de kraag van z’n jas. Hij is chef van de trein en draagt daarom - een _roodgelakte bandelier om de linkerschouder. Zijn trouwe helper is de conducteur (zie afb. d). Deze heeft als onderscheidingsteken onder het gevleugeld wiel twee
— kleine gouden sterren vóór
op z'n pet en een nummer op de jaskraag.
et
en Nee
De machinist, ook wel ‚‚de mees
ter’ genoemd, draagt een zwart
fluweel uniform, afgezet met zwartzijden band. Hij kan er dus tegen op de machine.
Om z’n pet draagt hij een brede gouden band.
Tenslotte zie je op afbeelding f een wagenvoerder. Dit is de bestuurder van electrischeen diesel-electrische treinen. Hij heeft — zo je ziet — wel een machinistenpet op, maar inplaats van de gouden band, zitten er twee gouden sterren op. Zo zijn er nog veel meer combinatie’s te vinden op een
station, maar de voor
naamste onderscheidingstekenen heb je nu toch gezien. Alleen nog iets over de rode petten. Deze worden b.v. gedragen door de ambtenaren, die de treinen laten vertrekken. Deze heren heten geen „chef maar „„opzichter”’.
13
Á on NEDERLANDSCHE SPOORWEGEN.
| ijs £° | 5 : AVaarborgsom f 1,—
i. oa JEUGDKAART (strikt persoonlijk)
tusschen ( ver Rotterdam Hofplein" a | over … Ù hike Hi andteekening vin den h ‚5 APRIL 1941 Blup | Jeugdkaart 3e klasse voor personen tot 20 jaar lij | : | | Drie weekkaarten, die alleen voor de 3e
klasse verkrijgbaar zijn. ledere week heeft een andere kleur en een ander gestempeld nummer.
Strikt persoonlijk. Prijs id 15.70.
De waarborgsom wordt slechts bij tijdige-inlevering: der kaart terugbetaald.
De ondergeteekende verklaart zich te onderwerpen | aan-alle bepalingen van hetyTarief vgom Abonne| mentskaartên. ‚
} Handteekening.
Í Algemeene abonnementskaart 3e klasse.
Wenn een TRT EERE ° B a af é ks EE AET ner: ê R: " " EN ak Ze
Gro 1Z4PRI941
genden TRECHT C.S
_ van het Plaatsbewijs geldig voor een:
ARE
{
wenen
Bijzondere retourkaart, af te geven, indien voor de gewenschte bestemrning geen kaartjes voorradig zijn. Eventueel geldig voor meerdere per-” sonen. (Z.g. passe-partout-kaarten).
| 4 N |
eD 00000 in
NEDERLANDSCHE SPOORWEGEN.
TOESLAGKAART. geldig op den dag van afgitte ® A ESE
et Rijtuig Nebse || _124PRIsa1 | Plaats N° ZY UTRECHT C.S Abk.Jf_ klasse | Ino 26!
Enkele _reiskaarten _ Retourkaarten le, 2e | le, 2e en 3e klasse. en 3e klasse. Getdig tot: ‚Prijs: fO.75 \ _… Almelo Hengelo n Amersfoort Hilversum ef : Amsterdam Hoek van Holland … Apeldoorn Nijmegen —_ Arnhem | 5, PLAATSBEWIJZEN Boxtel Roosendaal TREE Oeventer \ Rotterdam 1 d Gouda Utrecht Je zult natuurlijk nooit vermoed hebben, dat de den Haag Vento Haarlem Zevenaar
spoorwegen zooveel soorten kaartjes verkochten. En in werkelijkheid hebben ze er nog veel meer! We hebben hier alleen de voornaamste genomen, omdat we anders het geheele boekje met afbeel‘dingen van kaartjes hadden kunnen vullen. Kijk ze dus maar eens goed aan. Onder elk plaatsbewijs Toeslagkaart voor D-treinen.
staat vermeld wat het is. Van elk soort is op een | |
station een flinke voorraad aanwezig. Deze kaartjes staan in een speciale kast netjes in alphabetische volgorde naast elkaar. Elk soort in een apart hokje. In die hokjes staan de ct | kaartjes weer precies op volgnummer, zoodat de lokettist direct kan zien of er van een soort | kaartjes verkocht zijn of niet. Soms drukt de lokettist de kaartjes zelf en soms moet hij
ze schrijven.
vs rdnr ie
N
4 ‘
En 6. EERSTE LOCOMOTIEF „DE AREND” |
- 4 > 4 af X NS E 8 N 3 s
Hoe eenvoudig de eerste locomotief er in ons land uitzag kun je op bovenstaande
'
foto zien. Het is een getrouwe nabootsing van het eerste treintje, dat 100 jaar
hd EN "
geleden — in 1839 — tussen Amsterdam en Haarlem de reizigers vervoerde.
. - : 4 kn : *
x ; f 7
‘ S 9 k o8 5 a A k NS k À 3 A 3 De locomotieven werden vroeger niet genummerd, zoals tegenwoordig, maar voorzien van een naam. Dikwijls waren dat dierennamen. De eerste heette „De
Arend.” De machinist stond in een wit costuum en in de open lucht achter op de machine, welke maar drie assen (dus zes wielen) had.
RET enden Ee En
iË. k En
En kijk dan eens naar deze zware jumbo. Dat is heel wat anders! Een sneltrein
_ locomotief. Die kan tippelen, j6! Meer dan 100 km in het uur. Er zitten vijf
assen onder, waarvan er drie aan elkaar gekoppeld zijn met een koppelstang.
Re __Je weet wel die stang, die met de wielen meedraait. Die grote wielen zijn nog
machinisten hun machine) juist water in
_ nemen. „Een dee nemen” zeggen ze dan,
__ maar het is een groot slokje. Er gaan 4 28 ke meters water in zo’n tender en dan nog 6000 kg. steenkolen. Dat water zit in grote vergaarbakken, links, rechts en zeke de kolen. De ken liggen dus in het rddden. Er is ook een flink machinistenhuis op. Kijk maar ee naar het volgende
plaatje.
7. P.O. 4
groter dan de machinist die er bij staat. Je ziet hier de loc (want zo noemen de _
17
8. OP DE VOETPLAAT
Hier wonen de meester en z’n leerling op de machine. Maar ze behoeven nooit stil te zitten, want er is veel te doen. De meester zit in Nederland rechts, omdat in ons land de seinpalen ook rechts van de spoorbaan staan en de treinen elkaar rechts passeren. In België b.v. is dat net andersom. De leerling zit bijna nooit, want voortdurend moet deze het vuur van kolen voorzien. Zo’n „zwarte jongen” lust heel wat, hoor. Van Amsterdam naar Maastricht eet hij 50 mud steenkolen. Nu wil je misschien nog wel weten hoe je er mee kunt rijden ook? Kijk dan maar eens goed naar het plaatje. Daarop staan enige letters aangegeven. A is het handle, waarmede de machine in beweging wordt gebracht. Die stang omhoog en woef. ... woef... . de loc. zet zich in beweging. B is de remkraan. Als we die kraan een paar centimeter naar ons toe trekken beginnen de remmen
te werken en staat de trein spoedig stil. | Bij de letter C zie je een slinger. Als we die een paar slagen naar links dikaten en het handle (A) weer omhoog zetten, gaat de machine achteruit, en als we aan de kraan (D) draaien, loopt het water uit de tender in de ketel. Deze krijgt dan voeding en dus heet die kraan voedingkraan en het water voedingwater. Dit water wordt echter eerst voorverwarmd in een aparte bak. Dit verwarmen geschiedt door de stoom uit de ketel. E is de vuurkist. Een reusachtig rooster van enige meters lengte, waarop een reusachtig vuur wordt gestookt. De klep van de vuurkist gaat naar binnen open en de hitte is geweldig. Daarom heeft een _ meester nooit z'n winterjas op de loc. aan. Dat don: je zeker wel.
! |
9, STALEN ABCd Hierboven zie je een rijtuig voor D-treinen. ABCd staat er op, dat wil zeggen,
dat het voorzien is van een zijgang en eerste (A), tweede (B) en derde (C)
klasse coupé’s. Op deze foto’s kun je ook goed zien, dat deze rijtuigen in de
kopwand een deur hebben en om die deur heen bevindt zich de balgsluiting. |
Net een grote harmonika. Onder het rijden, kun je door die deur en door die kokers van het éne rijtuig in het andere komen, zonder dat je een sprongetje behoeft te nemen. Zie je ook, dat er geen coupé-deuren aanwezig zijn?
__Alleen een ingang en een uitgang vóór en achter. Langs die grote ramen loopt
de zijgang, waar je zo heerlijk naar het landschap kunt uitzien.
19
10. GESTROOMLIJNDE ELECTRISCHE TREIN
Dit a een heel On trein, want er staat geen locomotief voor. Dat is ook niet nodig, want de trein rijdt electrisch! Dat ku je zien aan de basel boven op de trein. Midden boven de hele spoorbaàn is een draad gespannen, Wäar electrische EREN beugels boven op de din glijden badend langs die draad, zodat de electrische stroom door de beugels in de trein gevoerd kan worden. In de trein staan grote motoren, welke door die stroom in werking worden gesteld en de dte kan er voor dat de trein gaat ben De wagen
voerder (je kent hem nog wel van de foto op pagina 13) zit vóór in de trein
en kan de motoren bedienen en de trein doen rijden en stoppen.
IP, / ij, Pile maik
11. BESTUURDERS-CABINE
Dit is de plaats waar de bestuurder van een gestroomlijnd electrisch treinstel zit. Deze is heel wat minder ingewikkeld dan die van een locomotief, omdat hier de electrische stroom (als trekkracht) van buiten af wordt aangevoerd. Deze stroom komt van de electrische centrale, door de bovenleiding en via de stroomafnemers — dat zijn de beugels bovenop de treinen — naar. de motoren. De bestuurder behoeft dus alleen maar de motoren in- en uit te schakelen, het aantal omwentelingen te controleren en de warmte van het koelwater na te gaan. Dat controleren geschiedt door het aflezen op de drie schaalverdelingen die midden op het tafelblad staan. Met de linker knop wordt de stroóm ingeschakeld (net als bij de stadstram) en het handvat rechts is de remkraan. Op de drie meters rechts kan hij nog zien hoe snel wordt gereden enz. De bestuurder zit maar alleen. Daarom heeft de spoorweg-directie voor een extra beveiliging gezorgd, nl. een verende knop, welke tijdens de rit steeds ingedrukt moet worden gehouden. Wordt nu de bestuurder onwel — door de warmte b.v. — dan zal zijn hand van de knop glijden en deze omhoog veren, waardoor de remmen worden ingeschakeld en de trein stopt. Die knop heet ‚„dodemansknop”. Dat instrumentje onder het middelste raam is een electrische ruitenwisser, want het is noodzakelijk, dat bij regen en sneeuw het uitzicht niet wordt bemoeilijkt. De wagenvoerder, want zo heet de bestuurder, heeft een goed uitzicht op de baan door de ruiten, die van
onbreekbaar glas gemaakt zijn. Als je daar een voetbal tegenaan schopt, breken ze niet, hoor. £ /
21
12. DIESEL-ELECTRISCHE TREIN
En op deze foto zie je dan een dieseltrein. De droom van iedere Hollandse jongen. Eigenlijk heet deze „Diesel-electrische trein’, omdat de trein door elecA ‘stroom wordt voortbewogen, net als de electrische treinen (zie foto r. 10). Er zitten echter geen beugels op, maar dat is ook niet nodig. Een dieselen heeft diesel-motoren aan boord, welke worden gestookt met, diesel-olie, dat is een soort ruwe olie. | Die diesel-motoren brengen weer een andere machine in beweging, n.l. een dynamo. Zo’n dynamo nu levert stroom voor het doen rijden van de trein. Je weet natuurlijk wat een dynamo is, want op bijna elke fiets zit een kleine dynamo om de stroom voor het licht op te wekken. Zo’n rijwiel-dynamo wordt aangedreven door een heel klein wieltje wat razend vlug langs de veel grotere fietsband draait en een dynamo voor een trein wordt aangedreven door een dieselmotor. Alleen kun je met een fiets- dynamo nooit een trein in beweging krijgen en een trein-dynamo kun je niet op je fiets hebben, want die is veel groter dan j je hele fiets.
23
Ll
13. INTERIEUR DIESEL-ELECTRISCH 5-WAGENSTEL
Tot heden (oe hebben er diesel-treinstellen gereden, welke zijn samengesteld uit 2—3 rijtuigen die vast aan elkaar zitten. Midden in de trein is de machinekamer gebouwd. Wel kan men meerdere van die 2- en 3-wagenstellen aan elkaar kop_pelen. Tegenwoordig hebben de spoorwegen echter ook nieuwe 5-wagenstellen. Dan zitten er dus > rijtuigen onverbrekelijk aan elkaar vast. Een 2-wagenstel is 44 m lang, een 3-wagenstel 62 m. maar een | wel 73 m. Je kunt daar helemaal doorheen lopen. De reizigers in het voorste en achterste gedeelte kunnen, langs den bestuurder heen, recht vooruit op de spoorbaan
zien en hebben dan een prachtig uitzicht.
WAGENSTEL
Le) 4 ne Eer RD : Ee © | hen dee) =| a 5 p= E cks 8 : A jaan 5 ag ANS © il &â) CD re B) B On | u) BR STP OE 9 | ze SAR Mid Be vnd ap ” © ©&® O nn © A En se) Lal En bal ‚N feb) Et Di Me Oem | HEE Ess | en ©: ed 5 ‚© © O ; Md ee ni keb) oet © © 5 ua ’ Ees er ee | ; RE NT RE | Z Û Sb OO U : kr dn _Á Sg © . can ze 5 o "9 5. eb) vo 7 a) sl rg 5 2} 5 550 5 Ao | Sn MT On AE | EE A tt | ) OE je Va H = a 2 O0: ® N PT 0: 0 _á © © ev ON Oe ER | Ee Be dan | | O0: 0 Ten | Lama! Goa DT 4 7 5 8 © Ten . ; - If
- > FN á k A N
ennen
A En nT hennen >
dte
gee
rine npt seer er
_van Gend en Loos met speciale auto’s naar
op een speciale spoorwagen. Dit vervoer
voerzcuns nancernen — Me
15. LAADKISTEN
Het vervoer van goederen is voor de spoorwegen een belangrijke bron van
inkomsten. Daarom hebben zij ruim 28000 goederenwagens in bedrijf. Als je van al die wagens één trein zou samenstellen, zou de kop van die trein b.v. al in Zwolle zijn, als de staart nog in Roermond kwispelde. Het is te veel om al die soorten van goederenwagens te beschrijven. Maar hierboven willen we toch iets bijzonders laten zien. Het is een wagen, waarop drie laadkisten zijn geplaatst. Laadkisten zijn ijzeren kisten op rolletjes, die op verzoek vande verzenders door de spoorwegen in huur wor- | den verstrekt. De kisten worden op fabriek of magazijn geladen, afgesloten en door
het station vervoerd. Hier staan ze klaar voor vertrek, ook weer
noemt men „van huis tot huis”, want de kisten worden ook met een speciale auto naar den geadresseerde gereden. Is dat niet gemakkelijk? Het bespaart den verzender de dure emballage en tevens wordt voorkomen, dat de goederen. moeten worden overgeladen op de stations.
25
16. SEINEN
Aan de stand van al deze seinpalen | kunnen de machinisten zien, of zij d& veilig kunen doorrijden, dan wel, dat | ‚er moet worden gestopt. ledere sein_paal „vertelt” iets aan den machinist. Het seinsysteem in ons land biedt een geweldige veiligheid. Als je nagaat,
„dat de spoorwegen per jaar ongeveer negentig millioen reizigers vervoeren en dat er de laatste jaren geen enkele
reiziger doodelijk gewond is, dan spreekt dat toch wel een duidelijke taal.
Eerst komt de trein langs een vóórseinpaal (A) en 700 m verder langs een hoofdseinpaal (B). Deze twee palen zijn vriendjes van elkaar en werken dus altijd samen. | Verder heb je nog en: vóórsein-- (C) en vertakkingshoofdseinpalen (D), die dienen om de machinist te vertellen dat hij een aftakkend spoor passeert. |
í
D
Een naar beneden gerichte arm van
een vóórseinpaal (A) wil zeggen p
‚„Machinist, langzaam rijden, want je
hoofdseinpaal staat onveilig”.
Een horizontaal gerichte arm van een
hoofdseinpaal betekent onveilig”
(B). Beide armen schuin omhoog
geeft „veilig’’ aan.
Op de laatste afbeelding (d) is de
hoofdbaan dus veilig, maar. ... het
Sn spoor „„onveilig”! _ Fr Kn El
17. MISTBAKEN
De zwart-wit gestreepte borden, die
jullie natuurlijk ook vaak langs de
rails hebben zien staan, dienen om
# den „„meester”’ bij zware mist te waarschuwen: „„denk aan het vóórsein, EE dat op 150 m afstand volgt” en dat | hij. bij mist wel eens over het hoofd zou kunnen zien. Zo’n plank heet een baak en blijft bij zware ‚mist toch goed zichtbaar. | | | A ge
ocdal
27 |
Ng
18. OVERWEGEN
Wegen, die de spoorbaan kruisen, blijven altijd gevaarlijk! De drukke overwegen zijn allemaal bewaakt, maar er zijn nog onbewaakte overwegen ook en dáár moet je voor oppassen! Als je dus eens een fijne fietstocht maakt, let dan steeds op de borden van de onbewaakte overwegen, zoals die grote paal rechts op de foto, en kijk goed ‚ uit of er soms een trein aankomt. Er bestaan ook nog overwegen, waar wel geen spoorbomen neerdalen als er een trein nadert, maar waar een groot bord — door z.g. flikkerlicht — met verschillende lichten de mensen duidelijk waarschuwt. Als er een trein aankomt, begint er een rode lamp te branden, die 90 x per minuut uit en aan gaat. Doch als het witte licht brandt, kun je rustig oversteken, want dan is alles veilig. Brandt echter een oranje licht, dan moet je weer goed uitkijken, want dan is de installatie defect. Bij het naderen van een trein weerklinkt er bovendien een waarschuwingsbel.
! N ‚ Î Ì } id } \ Hf _ il dek ög | 1 il 11 EE Hi 4 Hi jr í Hi Md IE HE Hir Ì Hi 1 í
er ELEN ETET
IN
19. EXTERIEUR VAN EEN SEINHUIS
id
Bij ieder station behoort een seinhuis. Dat is de plaats waar de wissels en de seinpalen worden bediend. Sommige grote stations met uitgestrekte terreinen beziten meerdere seinhuizen.
Hier zie je één van de meest moderne seinhuizen, nl. dat te Utrecht.
30
am >
On 20. INTERIEUR VAN EEN SEINHUIS
| 4
H | Een seinhuis is geen woonhuis. Dat zie je direct op bovenstaande foto. Het staat vol met allerlei toestellen die voor de treinbewegingen nodig zijn, als telefoon, telegraaf- en Ëiok toestellen. Met die handles worden’ dé wissels en seinen bediend. De baas van een ale, heet veelal „treindienstleider”’. Op diens aanwijzingen worden de treinbewegingen uitgevoerd.
Een secuur werkje hoor !
Î | | | ii 21. BRUGGEN | : pe de meer sld 600 au alen die het | spoorwegbedrijf nodig heeft om de treinen over de talrijke rivieren en kanalen in ons land te doen rijden, laten wij er hier twee zien. Allereerst de langste spoorbrug van ons land „de moerdijkbrug” over het Hollands Diep. | Een wandelaar heeft 20 min. nodig om van het éne einde naar het andere te wandelen. De brug is 1478 m lang. ledere boog dus 100. Hieronder zie je, de prachtige hefbrug over _de Koningshaven te Rotterdam. De 50 m | lange brug wordt tussen de 65 m hoge torens ruim 45 m omhoog geheven, om de grote zeeschepen door te lien Het ophijschen duurt slechts één minuut en.... er is maar één brugwachter aanwezig. Nu begrijp je meteen, dat voor het hijswerk grote motoren worden gebruikt, want zo’n zware brug kun je nu eenmaal niet
met een oe en (De brug weegt maar GEE 580.000 kg.) 48 zware stalen kabels met
reusachtige contragewichten houden het vrachtje in bedwang. Als je in Rotterdam komt, moet je daar zeker eens gaan kijken.
Tren ==
ORG EEN
34
22. BOOT
Het lijkt je misschien vreemd, dat de Nederlandse Spoorwegen ook boten bezitten om de reizigers te vervoeren. Toch is het zo. Dit is één van de boten die de verbinding onderhouden tussen Enkhuizen en Stavoren over het IJselmeer. Je spoorkaartje is hier geldig op de boot. En het zijn geen kleine schepen, want.
er gaan ruim tweeduizend mensen op.
Je hebt nu iets gezien en gelezen van Neerlands grootste vervoersbedrijf. Een reuzen-bedrijf, dat per jaar rond 90.000.000 keizigers en rond 20.000.000 ton göederen vervoert. Een bedrijf, dat met haar 30.000 man personeel dag en nacht klaar staat om het Nederlandse volk van dienst te zijn. De treinen rollen nu reeds ruim honderd jaar met steeds groiere snelheid door ons mooie land. En ze zullen blijven rijden steeds veiliger, steeds sneller en steeds mooier, voor jou, voor je vriendjes en vriendinnetjes, voor het gehele Nederlandse
volk. De spoor dient het algemeen belang!
Üle kh df
ARTE oa rlr ite ann or lize EEN TE
Amsterdam - Tel. 34385 - 34985
c v 3 J wv u
| « © > ,
0
8
af > hed
a