Full Text / Transcription of https://coleccion.aw/show/?AR-Jaarverslag-1989
Translate this text / Traduci e texto aki:
JAARVERSLAG 1989.
HOUDSOPGAVE
Voorwoord . Algemeen. College Personeel.
Huisvesting. Rekenkamerverordening.
pee WN
Achterstanden jaarrekeningen. Camptabiliteitsverordening. Rapportages van de Centrale Accountantsdienst .
Ll Algemeen.
2 Administratie. ‚3 Invordering.
4 Automatisering. 5 Kasverschillen.
nm
d d di E f
Algemeen. Inkomstenbelast ing. Loonbelasting. Solidariteitsbelasting. Winstbelast ing. Grondbelasting. Gebruiksbelasting. Logeergastenbelast ing. Casinorechten. Motorrijtuigenbelast ing. Overdrachtsbelast ing. Successiebelasting. Zegelbelast ing.
Boeten en Intrest. Overzicht der ontvangen belastingen.
Ld KO OON
onl ven Um WNEO
*
$
DAARMEE AUW Ld 8 Id 8 Id » hd . id Ed Id
Overige vorderingen. Douane,
Geldleningen.
Garanties. Meerjarenplan projecten. Domeinbeheer .
Dienst Posterijen.
Administratie Kabinet Gevolmachtigd Minister in Nederland.
Personeelsuitgaven en -administratie. 15.1 Algemeen. 15,2 Totale personeelskosten.
BEZ,
Co 0 LW NJ
UI
54 54
16.
zt
15.3 Aantal personeelsleden en schaalindeling. 15.4 Bevorderingen.
15.5 Toelagen.
15.6 Overwerk.
15.7 Samenvatting.
Slotopmerkingen.
Lid
ME Ee
VOORWOORD.
De Algemene Rekenkamer Aruba heeft de eer hierbij haar jaarverslag over 1989 aan te bieden aan de Voorzitter van de Staten van Aruba. Hoewel de Kamer nog steeds niet al haar voornemens heeft kunnen uitvoeren, verwacht zij dat het jaarverslag 1989 een bijdrage kan leveren aan de controlefunctie van de Staten van Aruba.
De Kamer verwacht in het jaar 1990 een verdere uitbouw van de werkzaam heden te kunnen realiseren, waardoor het accent meer gelegd kan worden op afgeronde doelmatigheidsonderzoeken, die eventueel via tussentijdse deelrapporten zullen worden gepubliceerd.
Bij het verrichten van haar werkzaamheden moest de Kamer helaas constateren dat nog steeds sprake is van een gebrekkige uitvoering van de administratieve taken door veel directies en diensten. Een aantal daarvan lijkt inmiddels wel de goede weg te zijn ingeslagen, mede dankzij de hulp van de steeds verder intredende automatisering.
Een groot probleem blijft echter het gebrek aan communicatie en coordinatie tussen de diverse overheidsinstellingen.
Zorgelijk vindt de Kamer het dat nog steeds geen goed inzicht is te krijgen in de financiele positie van het land Aruba in het algemeen en in de liquiditeitspositie in het bijzonder.
De Kamer hoopt dat haar jaarverslag een bijdrage kan leveren aan het
streven om te komen tot een beter functionerend overheidsapparaat.
Verslag van de Algemene Rekenkamer Aruba betreffende haar werkzaamheden over het jaar 1989.
ll. ALGEMEEN. 1.1 Coltege. Ingevolge artikel IV 5 van de Staatsregeling van Aruba is de Algemene Rekenkamer belast met het onderzoek naar de doelmatigheid en de rechtmatigheid van de ontvangsten en uitgaven van het Land. De Algemene Rekenkamer bestaat uit drie leden, de voorzitter daaronder begrepen, welke leden bij landsbesluit voor het leven worden benoemd. Per 31 decerber 1989 bestond het College van de Algemene Reken| kamer uit de volgende personen: de heer drs, Robert Henriquez, voOrzitters
de heer Pablo A. Croes, lid; de heer Norman E. Henriquez, lid. De heer drs, Robert Henriquez heeft in verband met zijn overplaatsing van Aruba per 1 januari. 1990 ontslag gevraagd als voorzitter van de Kamer aan de Gouverneur van Aruba. Door de Kamer is een voordracht aan de Staten van Aruba gedaan, ter voorziening in de hierdoor ontstane vacature. Gedurende het jaar 1989 werden door het College diverse besprekingen gevoerd betreffende de werkzaamheden en het functioneren van de Kamer. Op 14 septenber werd met de Ministers van Algemene Zaken en van Financien gesproken over een aantal huishoudelijke aangelegenheden van de Kamer en over de overheidsgaranties, Op 30 november woonde het College een vergadering bij van de Centrale Commissie van de Staten, waarbij werd gesproken over de werkzaamheden van de Kamer in het algemeen, alsmede over de eventuele benoemingen van plaatsvervangende Leden bij de Kamer. Van 22 tot 24 november bracht de Voorzitter van de Algemene Rekenkamer Nederland, de heer F.G. Kordes een bezoek aan Aruba, waarbij tijdens een buitengewone vergadering van het College op 23 novenber over diverse onderwerpen van gedachten werd gewis seld, De secretaris van de Kamer, de heer W., van 't Sant, R.A., heeft het college vertegenwoordigd tijdens de activiteiten die werden georganisaeerd in het kader van het 175 jarig bestaan van de Algemene Rekenkamer Nederland in de week van 25 tot 30 september.
1.2 Personeel.
“De personeelssterkte ondervond in 1989 geen wijziging.
kad
1.4
Bevorderingen vonden plaats van een hoofdconmies tot hootakenmiss I en een klerk I tot hoofdklerk.
Tijdens zijn bezoek aan Nederland heeft de secretaris gesproken met een ambtenaar met een studieopdracht voor registeraccountant, die te kennen heeft gegeven na zijn afstuderen -— gepland eind 1990 — in dienst te willen treden bij de Algemene Rekenkamer Aruba. De secretaris, de heer van 't Sant, R.A., die per 30 april 1990 zijn ontslag heeft ingediend, zal tijdelijk worden waargenomen door de daartoe door de Ministerraad aangewezen ambtenaar van de Kamer, de heer J. Wijnhoff.
De secretaresse, die per 31 december 1989 gebruik maakte van de VUF regeling, is per 1 april 1990 opgevolgd door middel van overplaatsing van een secretaresse van een andere dienst.
De personeelssterkte per 31 december 1989 was als volgt:
1 secretaris; 1 referendaris; 1 hoofdcommies I; 1 hoofdklerk (vacature); 1 vacature controlemedewerk(stjer (te vervullen in 1990);
1 schoonmaakster.
Huisvesting.
De problemen met betrekking tot het herstel van de lekkages in het gebouw, waaraan in het jaarverslag 1988 uitgebreid aandacht werd geschonken, werden in 1989 nog steeds niet verholpen.
Echter na herhaaldelijk hiervoor bij diverse instanties de aandacht te hebben gevraagd, werd de Kamer door de Ministerraad bij brief van 26 januari 1990 uitgenodigd de organisatie van de reparat 1e zelf ter hand te nemen. In overleg met de dienst Domeinbeheer zal er naar worden gestreefd de reparatie vóór oktober van
1990 uit te laten voeren.
Rekenkamerverordening. Bij A.B. 1989, no,73 werd een wijziging aangebracht in de Rekenkamerverordening in verband met de inwerkingtreding van de Comptabiliteitsverordening 1989, Artikel 24, le lid, onder a, van de Rekenkamerverordening werd daarbij aangepast aan de nieuwe bepalingen
betreffende het opmaken van de jaarrekeningen en begrotingen van het Land. Een algehele herziening van de Rekenkamerverordening zal nog moeten plaatsvinden nadat definitief duidelijkheid is
verkregen over het al dan niet benoemen van plaatsvervangende
llen
leden voor het College en nadat alle uitvoeringsbeschikkingen verband houdende met de Comptabiliteitsverordening zullen zijn
gegeven.
2. ACHTERSTANDEN JAARREKENINGEN. Zoals reeds An voorgaande jaarverslagen van de Kamer is vermeld bestaan er achterstanden in het opmaken van de verklaringen van de Algemene Rekenkamer bij de rekeningen van de algemene dienst en de bedrijven van het ejlandgebied Aruba vanaf het jaar 1972 tot en met het jaar 1985. Gelet op de actualiteit van deze rekeningen wordt door de Kamer aan de hieraan verbonden werkzaamheden niet de hoogste prioriteit gegeven, Zeker niet als geconstateerd wordt dat de laatste maal dat een jaarrekening in de Eilandsraad werd vastgesteld in het jaar 1965 was, betreffende de jaarrekeningen over 1960, Nog ernstiger acht de Kamer het echter dat de eerste jaarrekeningen van het Land Aruba, te weten over 1986, nog nimmer aan de Staten werden aangeboden, terwijl het rapport betreffende die rekeningen reeds op 9 mei 1988 aan de toenmalige Minister van Financien werd uitgebracht. De rekeningen over het jaar 1987 waren ten tijde van het opmaken van dit jaarverslag nog steeds niet aan de Kamer aangeboden. Dit ondanks toezegging van de Minister van Financien in september 1989 dat dit op korte termijn zou geschieden. Het vorenstaande geeft aan dat, wil men een juist inzicht verkrijgen in de situatie van de overheidsfinancien, nog veel werkzaamheden zullen moeten worden verricht. De Kamer kan in deze situatie slechts de hoop uitspreken dat onder de nieuwe Comptabiliteitsverordening 1989, waarin de termijnen nog korter zijn gesteld, men zich wel aan de bepalingen en termijnen van de verordening zal houden. De Kamer heeft de indruk dat tot dusver zowel bestuurlijk als ambte lijk het belang van een juiste en tijdige financiele verslaglegging nogal eens wordt onderschat of zelfs niet wenselijk wordt geacht. Deze indruk wordt bevestigd door de in deze paragraaf van het verslag
vermelde achterstanden.
3. COMPTABILITEITSVERORDENING. De Kamer ís door deelname van haar (wnd) secretaris — op persoonlijke titel — aan de desbetreffende commissie, betrokken bij de tot standkoming van de nieuwe wetgeving op het gebied van de conptabiliteit. Bij Landsverordening van 28 december 1989 (A.B.1989, no./2) werd de Comptabiliteitswet 1989 vastgesteld. De belangrijkste wijzigingen zijn, naast een algemene modernisering van de regelgeving, het verantwoorden op basis van transactie- in plaats van op kasbasis, een verkorting van de termijnen en de bepaling dat elke minister een eigen begroting en rekening opstelt. Wel is uitgegaan van een centrale financiele administratie die wordt gevoerd door de Directie Financien. Bij A.B.1989, no.73 werd de Comptabiliteitsverordening 1989 met ingang van 1 januari 1990 van kracht, zij het dat de bepaling van afzonderlijke begrotingen en rekeningen voor elke minister eerst met ingang van het dienstjaar 1992 zal gelden. Voor wat betreft de termijnen wordt opgemerkt dat deze zodanig zijn gesteld dat een rekening per 3ldecenber van het dienstjaar wordt afgesloten, waarna de rekening uiterlijk 1 september daaropvolgend aan de Staten moet worden aangeboden. De Kamer verwacht dat deze nieuwe wetgeving kan bijdragen tot een betere verantwoording van en het verkrijgen van beter inzicht in de overheidsfinancien en hoopt dat alle betrokkenen zich hieraan zullen houden, zodat de bij paragraaf 2 van dit jaarverslag gesignaleerde problemen tot het verleden gaan behoren. Overigens wordt gedurende het jaar 19 90 nog gewerkt aan de totstandkoming van een aantal uitvoeringsbesluiten en instructies, Dit betreft het vaststellen van een aantal modellen, een instructie van de Minister van Financien aan de Directeur Financien betreffende de inrichting van de administratie en de te vervaardigen overzichten, instructies aan de hoofden van diensten betreffende de inrichting van door hen
te voeren administraties .
A „ RAPPORTAGES VAN DE CENTRALE ACCOUNTANTSDIENST. De Alcrmene Rekenkamer steunt voor het verrichten van haar werkzaamheden in grote mate op de bevindingen van de door de Centrale Accountantsdienst en de door particuliere accountantskantaren uitgevoerde controles bij de diverse overheidsinstanties. Met betrekking tot de uitgevoerde controles door de Centrale Accountantsdienst kan worden medegedeeld, dat in het verslagjaar 14 rapporten zijn uitgebracht. Het betreft de volgende rapporten: 6x kasopnames c.q. kascontroles; 1x controle gesubsidieerde instelling (Stichting Schouwburg) ; 4x controle Dienst Posterijen (zie paragraaf 13 van dit verslag); 2x controle pensioenen en salarissen (zie paragraaf 15 van dit verslag); lx controle Inspectie belastingen (zie ook paragrafen 5 en 6 van dit verslag). Ten aanzien van de uitgebrachte rapporten met betrekking tot het kasbeheer kan het volgende worden medegedeeld. Bij alle zes kasopnames werden aanzienlijke verschillen ontdekt. Bij een kasopname in maart 1989 op het Postkantoor te San Nicolas werden aanvankelijk geen noemenswaardige verschillen ontdekt. Bij de controle zes maanden later werd echter naast een tekort van Afl, 195,= in de postzegelkas, waarvoor geen verklaring kon worden gegeven, een zeer groot tekort geconstateerd in de hoofdkas, Een tekort van Afl. 34.000,= werd ontdekt, ontstaan vanwege frauduleuze handelingen van de kassier. Uit nader onderzoek bleek dat deze handelingen reeds geruime tijd plaatsvonden, Bij de eerder gehouden controle in maart was dit niet ontdekt. Achteraf bleek toen reeds een verschil van Afl. 20.000,= te hebben bestaan. Op dezelfde dag in maart werden ook de kassen op het Postkantoor te Oranjestad opgenomen. Naasteen paar kleine verschilletjes moeten de tekorten ad Afl. 516,= en Afl. 275,= in een tweetal kassen worden genoemd. Ook voor deze verschillen kon geen verklaring worden gekregen. Te vermelden is ook het feit dat in de postwaarden-voorraad een tekort van 101 jaarcollectes 1988 (een waarde van + Afl. 2.000,= vertegenwoordigend werden geconstateerd. Als verklaring hiervoor werd gegeven dat het hier present-exemplaren voor de minister, personeel en buitenlandse bezoekers betroffen. Hiervoor waren echter geen bewijzen aanwezig. De Kamer heeft geen problemen met de verstrekking van present-exemplaren aan relaties, maar hecht wel aan een juiste verantwoording hiervan. Geadviseerd wordt dan ook voor dit soort
gevallen richtlijnen op te stellen, waaruit blijkt aan wie verstrekking
mag plaatsvinden en hoe de registratie hiervan moet gebeuren.
Bij een volgende controle een half jaar later, werd naast weer enkele
niet noemenswaardige verschillen een kastekort ad Afl. 2.302,= gevon
den waarvoor geen verklaring kon worden verkregen. De opname eerder
in 1989 gaf het verschil ad Afl. 516,= bij dezelfde kassier.
In mei is bij de Burgelijke Stand en Bevolkingsregister een kascontrole gehouden. Hier werd in de verantwoorde bedragen van de verkochte
legeszegels een tekort van Afl. 7.798,= geconstateerd.
Begin 1989 werden de kassen op het Ontvangerskantoor weer opgenomen.
In de hoofdkas werd nu een tekort van Afl. 182,= geconstateerd,
terwijl het totale tekort van de hoofdkas en de diverse subkassen
opliepen van Afl. 13.714,= in november 1986 tot Afl. 34.850,= begin
februari 89; zie verder paragraaf 5 punt 5 van dit verslag.
Resumerend kan het volgende staatje worden opgesteld van de aangetrof
fen tekorten bij deze instanties:
Afgerond, Postkantoor Oranjestad AFI. 2.300,= Postkantoor San Nicolas — _34.,000,= Burgelijke Stand en Bevolking _ 7.800,= Ontvangerskantoor — _34,900,=
De hierboven opgesomde bedragen van geconstateerde verschillen c.q. fraudes noopt tot het nemen van krachtige maatregelen, met name op het gebied van interne controle. De bezorgdheid van de Kamer met betrekking tot het bovenstaande en het uitblijven van de geeigende maatregelen terzake waren aanleiding tot het schrijven van een brief hierover aan de Minister van Financien, op 8 februari 1990,
Bij het schrijven van dit verslag mocht zij nog geen reactie hierop ontvangen. De Kamer dringt hierbij nogmaals aan op het nemen van
maatregelen ter voorkoming van deze voorvallen.
59. ONTVANGERSKANTOOR. In het jaarverslag van de Kamer over 1988 is uitgebreid gerapporteerd over de reorganisatie die wordt doorgevoerd bij het ontvangerskantoor. In het voorliggende jaarverslag wordt thans volstaan met het belichten
van de voortgang van dit proces in het jaar 1989,
>.l Algemeen, Door de projektgroep is in aanvulling op het basisplan 1988
1991 een deelplan uitgebracht voor de tweede helft van 1989, Tevens werden evaluatierapporten voor zowel het eerste als het tweede half jaar van 1989 uitgebracht. Inmiddels is ook een deelplan voor de eerste helft van 1990 opgesteld. In het algemeen kan worden gesteld dat de reorganisatie enigszins achterloopt
op de planning, zoals vastgelegd in het basisplan.
5.2 Administratie. De gebrekkige huisvesting in het gebouw aan de Paardenbaaistraat vormt nog steeds een belemmerende faktor bij het proces van reorganisatie, Met name bij de opslag en archivering, alsmede bij het creeren van ruimte voor de automatiseringsapparatuur levert dit problemen op. Een goede ruimtelijke voorziening vormt een belangrijke randvoorwaarde voor het kunnen voeren van een overzichtelijke administratie. De Kamer blijft dan ook de aandacht vragen voor verbetering van de huisvesting van specifiek het ontvangkantoor en in het algemeen van alle overheidsdiensten. Gedurende het jaar 1989 werd de invorderingstaak van de Ontvanger ten behoeve van het Water- en elektriciteitsbedrijf geheel overgedragen aan het W.E.B. zelf. De afstoting van deze taak ten behoeve van het Telecormunicat iebedrijf (SETAR) kon echter nog niet volledig worden gerealiseerd. Het aantal administratieveen kastransacties is hierdoor inmiddels drastisch verminderd, waardoor nu een betere dienstverlening aan het publiek kan plaats vinden (verkorting wachttijden). Zelfs is hierdoor enige ruimte in de personele bezetting ontstaan, waardoor het vertrek van een aantal ambtenaren intern kon worden opgevangen, zonder het aantrekken van nieuw personeel. Een belangrijke verbetering is verder dat bindende afspraken zijn vastgelegd betreffende een funktiescheiding tussen de belastinginspectie en de belastingontvanger, waardoor de ontvanger nu nog uitsluitend belast is met de eigenlijke taak van ontvang
&
5.3
zes HO es
stenverantwoording en invordering. De administrat ieve verwerking
van verminderingen, correcties, etc. zullen voortaan onder verantwoording van de inspectie vallen.
Over het maken van dergelijke afspraken met de directie financien is onlangs overleg opgestart, hoewel dit volgens planning reeds
voor 1-1-1989 had moeten gebeuren.
De in het jaarverslag 1988 van de Kamer gesignaleerde achterstan
den in controle van aansluiting tussen de diverse grootboeken,
overzichten en tussenrekeningen is vrijwel ingelopen, met uitzon
dering van de aansluiting tussen het ontvangsten grootboek en
het financieel grootboek, waar de periode april t/m december 1988 nog problemen oplevert. Hoewel door middel van roulatie
wordt getracht de administratieve organisatie minder kwetsbaar
te maken, blijft de Kamer enigszins bezorgd, over de kwalitatieve
personeels bezetting van de administratie,
De Kamer dringt bovendien aan op het nemen van zodanige maatregelen, dat de bevoegdheden van het personeel strakker omlijnd worden. Interne richtlijnen c.q. taakomschrijvingen, alsmede het op een goede wijze functioneren van de interne controle
zullen de mogelijkheden van frauduleuze handelingen beperken.
Invordering.
In 1989 is een uitstelbeleid geformuleerd. Op basis van objektieve normen kunnen nu betalingsregelingen met belastingschuldigen
worden getroffen. Het betreft hier alleen persoonlijke belast ing
schulden. Zakelijke belastingschulden zullen zo mogelijk direkt. ingevorderd worden. Overigens heeft de informatieverschaffing
over dit nieuwe beleid in 1989 nog niet plaatsgevonden.
Bij de invordering is veel tijd verloren gegaan door het ontbreken van de juiste adressering. Binnen de overheid wordt gebruik
gemaakt van verschillende adressenbestanden, waarvan de gegevens
niet uitwisselbaar zijn. Teneinde eenheid te brengen in deze
bestanden is een werkgroep NAN (= naam, adres, nummer) opgericht.
Deze werkgroep draagt zorg voor de actuele NAN bestanden voor
de gehele belast ingdienst en de directie financien.
Relaties worden daarbij gelegd naar o,a. W.E.B, en bevolkingsadministratie. De invordering en heffing zal hierdoor veel soepeler
kunnen verlopen dan voorheen.
In 1989 zijn systematisch belastingschuldigen met grote achter
fe
D.Â
De
Rt Nn
standen opgeroepen voor het treffen van een regeling. Ruim 5.000 beslagopdrachten werden afgewerkt, waarbij het in slechts 170 gevallen tot een daadwerkelijke beslagprocedure behoefde te komen.
De indruk bestaat dat door het actief aanwezig zijn van de nieuw opgeleide deurwaarders en het beperkt toepassen van dwangmaatregelen een preventieve werking is ontstaan. Het bedrag der ingevorderde oude belastingschulden was dan ook in 1989 aanzienlijk hoger dan in voorgaande jaren. Een verstorende faktor in het geheel is de onregelmatige oplegging door de inspectie. Onder anderen veroorzaakt door de inhaal van achterstanden uit het verleden kan door de inspectie niet planmatig worden opgelegd, waardoor belastingplichtingen worden geconfronteerd met de gelijktijde oplegging van aanslagen over een aantal jaren, terwijl ook bij zakelijke belastingen als bijvoorbeeld grondbelasting aanslagen van een aantal jaren tegelijk worden opgelegd. Het zal duidelijk zijn dat een en ander zowel de betaling als de invordering ernstig belemmert.
De Kamer dringt dan ook aan op een meer actuele en zoveel mogelijk
planmatige belastingoplegging.
Automatisering.
In het jaarverslag over 1988 heeft de Kamer uitgebreid gerapporteerd over de ontwikkelingen ten aanzien van de automatisering van het ontvang erskantoor .
In 1989 is besloten gebruik te gaan maken van het pakket G.O,A. (Geautomatiseerde Ontvangers Administratie) dat op een bij de ontvanger geinstalleerde computer zal worden geimplementeerd. Door een koppeling met S.C.C. (Servicio Central di Computacion) zal gebruik blijven worden gemaakt van de bij deze instelling opgebouwde bestanden. Naar verwachting zal het systeem medio 1990 operationeel zijn.
Mede door de reeds beschreven functiescheiding met de inspectie is de verwachting dat dit nieuwe systeem een soepelere invordering en ontvangstenregistratie zal bewerkstelligen. Ook zal veel meer
dan tot dusver actuele bestuurlijke informatie voorhanden zijn.
Kasverschillen.
Aan het einde van 1989 is de Minister van Financien akkoord gegaan met het voorstel van de Ontvanger tot sanering c.q. aanzuivering van het per saldo ontstane kastekort van ca. Afl. 34.000,=,
Tevens werd besloten dat nieuwe verschillen direkt door de desbetreffende kassier aangezuiverd moeten worden. Hiermede zal het aanwezig zijn van kastekorten hopelijk tot het verleden gaan behoren.
se ete
De Kamer vraagt nogmaals de aandacht voor de wijze van de geldtransporten. Gelet op de hoogte van het contante geldverkeer wordt ernstig in overweging gegeven een in dit soort transporten gespecialiseerd bedrijf in te schakelen. Volgens van de Ontvanger
verkregen informatie, zijn inmiddels offertes terzake aangevraagd.
ke
6. INVORDERING DER BELASTINGEN. 6.1 Algemeen.
Bij het onderzoek van de Kamer naar het verloop van de ontvangsten der belastingen, kon geen afstemming met de zogenaamde restant lijsten worden gemaakt, aangezien noch per 31-12-1988 noch per 31-12-1989 deze lijsten volledig vervaardigd waren. Hierdoor kon door de Kamer geen controle worden uitgeoefend op de juistheid van het openstaande saldo per belastingsoort en per belastingschuldige. Met de Ontvanger zijn afspraken gemaakt deze controle alsnog zo spoedig mogelijk te kunnen doen, teneinde voor invoering van de G,O.A. (Geautomatiseerd Ontvangers Administratie) de juist heid van de openstaande saldi te kunnen bepalen.
In het navolgende overzicht wordt een specificatie gegeven van
de invorderbaarstellingen en de zuivere ontvangsten bij de diverse belastingsoorten. Met name ten aanzien van de loon- en solidari
teitsbelasting hebben in 1989 veel correcties plaatsgevonden,
waardoor de openstaande saldi van deze belastingsoorten een
heel wat reeler beeld vertonen dan voorgaande jaren.
De bedragen zijn vermeld in miljoenen Êlorins.
Saldo Invorderbaar Saldo
Belasting 31-12-1988 stellingen Ontvangsten 31-12-1989 l. Inkomsten- |
belasting 5 6,7 20 112,6 2. Loonbelasting 133,8 14,9 11,7 76,6 3, Solidariteits- |
belasting 70,9 —- 19,5 2,8 48,6 A, Winstbelas- |
ting 481,9 157,9 23,3 616,5 5. Grondbelast ing Ten —- 1,4 As 3,4 6. Gebruiksbelas
ting 02 — 0,1 0,0 0,1 7. Logeergasten
belasting — 0,3 12,7 6,4 6,0 8. Casinorechten 1,9 e) 4,7 VANS, 9. Motorrijtuigen
belasting 0,0 5,8 5,8 00 10. Overdracht sbe
lasting 0,6 dd 4,3 0,6 ll. Successiebelas
ting 0,9 1,9 02 2,6
12. Zegelbelast ing 0,0 2.1 Dek 0,0
„- 14 —
13. Boeten en
Intrest 26,3 — 12,2 0,6 13,0 _835,6_ „18,2 „150,6 883,2
mmm nn nn nn EA EE Ed dn de mn og EN md nn ng nn EE di
De specificatie naar ouderdom van het totale openstaande saldo per 31-12-1989 is: t/m 1979 Afl. 17.600.000,= 1980 t/m 1985 — 545.300.000,= 1986 t/m 1988 — 156,100.000,= 1989 — 164.200.000,=
mmm EE rd dn nn mn mmm GEE rn nn nn nn vn nn
Van dit bedrag heeft Afl. 577.000.000,= betrekking op de betwiste winstbelasting van de LAGO raffinaderij. Een bedrag van ruim AfL. 100.000.000,= heeft daarenboven betrekking op vorderingen
die meer dan vijf belastingjaren oud zijn.
Inkomstenbelasting.
In 1989 is een groot aantal oude vorderingen op deze belasting uit de administratie verwijderd (ca. Afl. 12,000,000,=).
Zoals in het voorgaande jaarverslag van de Kamer reeds werd gesignaleerd is dit gebeurd in het kader van de sanering van de openstaande posten. Een groot gedeelte van deze posten bleek in de praktijk toch ook al niet meer invorderbaar.
Gespecificeerd naar belastingjaar was het verloop van de mutaties
op de inkomstenbelasting in 1989:
Saldo Saldo Belastingjaar 31-12-1988 Invorderbaar Ontvangsten 31-12-1989 1954 t/m 1979 25,8 —- 8,3 2,9 14,6 1980 t/m 1985 82,3 2,6 ir eN 67,8 1986 t/m 1988 24 29 PS 249 1989 | 9,6 2,9 6,7 „isgsl 617 _26,2_ 112,6
nt eestennd Kms mms ann. mmm nn mn vn dn Bek ed
In 1989 heeft geen inhaal kunnen plaatsvinden van achterstanden in de heffing van deze belasting. Als oorzaak wordt genoemd de VUT regeling waardoor een aanzienlijke daling van het perso
neelsbestand optrad.
6.3
alb =
Van het geplande aantal van 23.000 aanslagen werd een aantal van 17.251 gerealiseerd. De totale achterstand per ultimo 1989 bedroeg ruim 16.000 aanslagen, met een waarde van ca. Afl. 17.000.000,=. Van deze achterstand zal nu in 1990 een inhaal van 8.000 moeten plaatsvinden, Volgens van de inspectie verkregen informatie is het actieve bestand van inkomstenbelastingplichtingen ca. 18.000, hetgeen lager is dan voorheen werd berekend. De oplegging van aanslagen inkomstenbelasting was gedurende de laatste jaren als volgt (exclusief afschrijvingen,etc)
1987: 17.035 aanslagen, Afl. 46.286.000,=, gemiddeld Afl. 2.700,= 1988: 27.602 aanslagen, Afl. 37.970.000,=, gemiddeld Afl. 1.375,= 1989; 17.251 aanslagen, Afl. 18.470.000,=, gemiddelâ Afl. 1.070,= 1990: 26.000 aanslagen, Afl. 27.000.000,=, gemiddeld Afl. 1.040,= Voor 1990 zijn dit geschatte aantallen en bedragen.
De daling van het gemiddelde bedrag per aanslag houdt verband met een verschuiving van de opbrengsten naar de loonbelasting. Ondanks de tegenvallende oplegging in 1989 waren de ontvangsten op de inkomstenbelasting ruim Afl. 3,000.000,= hoger dan in 1988, hetgeen te danken is aan het actieve invorderingsbeleid dat vanaf 1989 wordt gevoerd.
Loonbelasting.
In 1989 werd op aangifte een bedrag van Afl. 66.200.000 aan loonbelasting afgedragen. Op de opgelegde aanslagen werd een bedrag van Afl. 5.500.000,= betaald. Zoals reeds eerder werd opgemerkt heeft in 1989 een groot aantal correcties plaatsgevonden op de openstaande posten, waardoor nu een heel wat reeler beeld is ontstaan van het openstaande saldo van deze belasting. Tot een bedrag van ruim Afl. 60.000,000,= aan aanslagen werd uit de administratie verwijderd. Het betreft hoofdzakelijk vermindering van aanslagen die reeds door de belastingplichtingen op afdracht werden betaald.
Gespecificeerd naar belastingjaar was het verloop van de mutaties
op de loonbelasting in 1989:
saldo Saldo Belastingjaar 31-12-88 Invorderbaar Ontvangsten 31-12-89 1976 t/m 1979 0,7 _ 0,1 0,3 0,3 1980 t/m 1985 71,9 - 37,1 2,4 32,4 1986 t/m 1988 61,2 — 20,7 8,4 Bard
1989 72,4 60,6 11,8
11,7 16,6
mmm mm EE nn rend mm
6.4
6.5
— 16 =—.
De ontvangsten wegens loonbelasting waren Afl. 13.300.000,= hoger
dan in 1988 of wel ruim 223.
Solidariteitsbelasting.
Hetgeen eerder is vermeld ten aanzien van de loonbelasting geldt
ook voor de solidariteitsbelasting. Het openstaande saldo van
deze belasting geeft thans een veel reeler beeld dan voorgaande jaren. De heffing van deze belasting werd met ingang van het belastingjaar 1989 beeindigd.
Gespecificeerd naar belastingjaar was het verloop van de mutaties
op de solidariteitsbelasting in 1989;
Saldo saldo Belastingjaar 31-12-88 Invorderbaar Ontvangsten 31-12-89 1985 4,6 0,2 0,2 4,6 1986 1, a Gs 0,4 10,8 1987 30,0 — 12,8 0,4 16,8 1988 18,6 — 0,4 1,8 16,4 10,9 zi243, 218 18,6
mmm GE rn mn nr en mn rd dte
Winstbelasting.
Van het openstaande bedrag aan winstbelasting ad Afl. 616,500,000, = heeft Afl. 577.000.000,= betrekking op aanslagen die werden opgelegd aan de in 1985 gesloten LAGO raffinaderij. De invordering van dit bedrag is opgeschort, vanwege de door LAGO aangespannen beroeps procedure tegen deze aanslagen.
Gespecificeerd naar belastingjaar was het verloop van de mutaties
op de winstbelasting in 1989:
saldo Saldo Belastingjaar 31-12-88 Invorderbaar Ontvangsten 31-12-89 1968 t/m 1979 1,6 - 0,4 0,0 de 1980 t/m 1985 431,7 - 1,5 Oe 429,5 1986 t/m 1988 48,6 1,3 4,3 45,6 1989 158,5 18,3 140,2 _481,9_ 121,9 23,3 „216,5
mn denn men nt eed mmm nn nn GEE mm dn mn mn a mn mn EE nn mn,
Van het in 1989 invorderbaar gestelde bedrag heeft Afl. 128.000.000, = nog betrekking op de LAGO raffinaderij. Na eliminatie van dit bedrag lijkt de oplegging qua bedragen de laatste jaren weer
wat toe te nemen, hetgeen blijkt uit de volgende cijfers:
ER
1986: AÉl. 36,1 miljoen; 1987: Afl. 17,5 miljoen: 1988: AEl. 24,3 miljoen; 1989: Afl. 29,9 miljoen.
Grondbelasting.
In tegenstelling tot de planning is de achterstand in de oplegging van deze belasting in 1989 niet ingehaald. De achterstand in oplegging betreft de belast ingjaren 1987, 1988 en 1989 (geheel) en 1985 en 1986 (gedeeltelijk). Er dient voor te worden gewaakt dat deze belasting, zoals bij de gebruiksbelasting, te veel gaat achterlopen, aangezien van een juiste belastingoplegging dan geen sprake meer zal zijn. In 1989 moest al een bedrag van Afl, 1.300.000,= worden verminderd c.q. afgeschreven.
Indien de heffing op actuele gegevens is gebaseerd levert dit voor de belastingdienst veel minder werk op en de belastingschuldige wordt niet geconfronteerd met het moeten betalen van een aantal aanslagen ineens. Dit laatste is echter al niet meer te voorkomen bij een spoedige inhaal van de achterstanden.
Gespecificeerd naar belastingjaar was het verloop van de mutaties
op de grondbelasting in 1989:
Saldo Saldo Belastingjaar 31-12-88 Invorderbaar Ontvangsten 31-12-89 1966 t/m 1979 1,4 — 0,1 0,1 A2 1980 t/m 1985 CO, - 0,5 0,9 PA 1986 t/m 1988 22 - 0,8 iN 0,1 1989 0,2 —_ 0,2 ty kre 242 Ir
Gebruiksbelasting.
In 1989 is in de situatie met betrekking tot deze belasting niets positief veranderd. Oplegging vond niet meer plaats (het laatste volledige kohier betreft het belastingjaar 19/8). Invordering van het nog openstaande bedrag vindt niet meer plaats, onder andere vanwege het niet meer kunnen acht erhalen van de adres gegevens. De Kamer dringt — onder verwijzing naar het gestelde in haar jaarverslag over 1988 — nogmaals aan op het spoedig nemen van maatregelen m.b.t. de heffing van deze belasting. Het niet c.q. gedeeltelijk toepassen van de wetgeving ten aanzien van deze belasting vormt een inbreuk op de rechtszekerheid voor zowel de overheid als de belastingplichtige. Dit te meer omdat aan
enkele grote belastingplichtigen wel aanslagen zijn opgelegd
6.8
—_ 18 —
(t/m het belastingjaar 1987) en aan de overige belast ingplicht gen niet.
De ontvangsten in 1989 waren nihil, terwijl per 31-12-1989 nog een openstaand saldo van Afl. 65.000,= aanwezig is.
Opgemerkt kan nog worden dat in de begroting 1989 rekening is gehouden met een opbrengst van Afl. 40.000,=. Op grond van oude gegevens kan worden berekend dat bij juiste toepass ing van de wet een opbrengst van ca. Afl. 1.000.000,= per jaar kan worden
verwacht ,
Logeergastenbelasting.
Deze belasting dient maandelijks op aangifte te worden afgedragen, voor de l5e van de daarop volgende maand. Het tarief bedraagt 56 van de door de hotels e.d. behaalde omzet. De opbrengst van
deze belasting bedroeg voor het belastingjaar 1989 Afl. 5.600.000,=
(1988: Afl. 5.400.000,=). Daarnaast werden aan organisaties die
niet tijdig de belasting afgedragen hebben, aanslagen opge legd
tot Afl, 6.200.000,= (1988: Afl. 500.000,=), waarop werd ontvangen Afl. 800.000,= (1988: Af1. 500.000,=).
Gespecificeerd naar belastingjaar was het verloop van de mutaties
op de logeergastenbelasting in 1989:
Saldo Saldo Belastingjaar 31-12-88 Invorderbaar Ontvangsten 31-12-89 1969 t/m 1979 Oe 0,0 0,0 Oad 1980 t/m 1985 0,1 E08 0,0 Eel 1986 t/m 1988 — 0,5 4,5 0,8 Sk 1989 Li 5,6 1,6 —_0,3_ 12,7 __ 6,4 6,0
mmm EE dn mn mn a mm keen Ke end
Uit vorenstaande cijfers blijkt dat nog lang niet alle belast ingplichtigen tijdig de verschuldigde belasting afdragen. Alhoewel in 1989 tot een aanzienlijk bedrag aan naheffings aanslagen is opgelegd blijft vooralsnog de stijging van de opbrengst van deze belasting ver achter bij de groei van het toerisme.
De opbengst blijft dan ook ver achter bij de in de begroting 1989 geraamde Afl. 10.000.000,=.
De Kamer dringt met name bij deze belasting aan op voortdurende intensieve controle en alerte invorderingsmaatregelen, omdat
hiervan een preventieve werking uitgaat, ook naar de in de loop
6.9
6.10
EN 5 Ee
van 1990 nieuw te openen accommodaties,
Casinorechten.
De bij de logeergastenbelasting gemaakte opmerkingen ten aanzien
van controle en invorderingsmaatregelen gelden onverkort voor
de casinorechten. De opbrengsten gedurende de laatste jaren blijven achter bij de gepubliceerde cijfers van toename van het toerisme.
De opbrengst over 1989 blijft ook ver achter bij het voor 1989
begrote bedrag van Afl, 6,500.,000,=. Gespecificeerd naar belast ing
jaar was het verloop van de mutaties op de casinrechten in 1989:
saldo saldo Belastingjaar 31-12-88 Invorderbaar Ontvangsten 31-12-89 1980 t/m 1985 1,9 — 0,1 0,0 1,8 1986 t/m 1988 0,0 1,0 0,6 0,4 1989 4,6 | 4,1 0 „Le? 242 4,1 tad
ned id ed Dd me er EE Dr rd
Het openstaande bedrag voor de jaren t/m 1985 betreft vorderingen op Aruven N.V., waarvan de mogelijkheid tot invordering zeer
twijfelachtig is,
Motorrijtuigenbelasting.
In haar jaarverslag over 1988 heeft de Kamer een afzonderlijk hoofdstuk gewijd aan de gebrekkige manier waarop de organisatie van de uitgifte van de kentekenplaten voor auto's in 1989 was geregeld. Daarbij werd ook gewezen op de zowel juridisch als praktisch onjuist gebruikte controlestickers, Deze aangelegenheid werd tevens afzonderlijk schriftelijk aan de Minister van Vervoer en Communicatie voorgelegd. |
Hoewel de Kamer op haar brief nog geen antwoord van de betrokken minister heeft ontvangen, heeft zij geconstateerd dat bij de uitgifte van de kentekenplaten voor 1990 aan een groot aantal. van haar bezwaren is tegemoet gekomen. Zo zijn de wachttijden voor het publiek tot aanvaardbare normen teruggebracht en is conform de wet de controleplaat weer ingevoerd.
De Kamer wil in het kader van de heffing van deze belasting tevens de controle op de verplichte W.A. verzekering koppelen. Door de politie kan inmers slechts steeksproefsgewijs worden gecontrolleerd, terwijl de Ontvanger in präncipe alle autobezitters kan
controleren. De Ontvanger heeft zich reeds in het verleden bereid
DÛ
verklaard deze controle te verrichten. Zonder het tonen van een geldig verzekeringsbewijs zal dan geen nummerplaat worden verstrekt, hetgeen de uiteindelijke controle door de politie enorm zal verge makkelijken. De Kamer hoopt dat dit systeem met ingang van 1991 kan worden ingevoerd, waardoor in ieder geval de financiele risico's van het steeds meer toenemende autoverkeer kunnen worden beperkt. De opbrengst van de belasting bedroeg in 1989 Afl. 5.800.000,= tegen Afl. 5.400,000,= in 1988, hetgeen een stijging van 7,53 betekent. Doordat vanaf 1990 intensievere controle plaatsvindt op de categorie waarin de auto is ingedeeld, zal deze opbrengst — boven de toename van het aantal auto's — nog kunnen stijgen. De motorbootbelasting, die in het zelfde A.B. als de motorrijtuigenbelasting is geregeld, wordt echter nog steeds niet geheven. „De Kamer merkt hierbij op dat ook in dit geval, conform de gebruiksbelasting, moet worden overgegaan tot heffing of tot intrekking van de wet. Het niet uitvoeren van een door de Staten vastgestelde (belasting) wet mag immers in het rechtsbestel van een parlementaire democratie
niet voorkomen.
6,11. Overdrachtsbelasting. De opbrengst van de overdrachtsbelasting is 1989 ruim Afl. 2.000.000, = hoger dan normaal als gevolg van een grote transactie, Het nog openstaande bedrag van Afl. 600.000,= betreft de door een notariskantoor wel geinde maar niet afgedragen overdrachtsbelas
ting. De vordering heeft betrekking op het jaar 1988.
6.12 Successiebelasting.
Bij de successiebelasting is in 1989 een incidentele hoge aanslag opgelegd, waardoor het uitstaande saldo per 31-12-1989 ineens sterk oploopt.
Gespecificeerd naar belastingjaar was het verloop van de mutaties
op de successierechten in 1989:
Saldo Saldo
Belastingjaar 31-12-88 Invorderbaar Ontvangsten 31-12-89 1970 t/m 1979 0,1 0,0 0,0 0,1 1980 t/m 1985 0,4 0,0 0,0 0,4 1986 t/m 1988 0,4 0,0 0,1 0,3 1989 0,0 Ls, 0,1 1,8
0,9 15 0,2 2 6
En Dn Denans ne end nn mend mn gn mn mmm de ME En de
6.13
6.14
6.15
= Di
Zegelbelasting.
In haar jaarverslag over 1988 heeft de Kamer enige kritische kanttekeningen geplaatst bij de uitvoering van de zegelbelastingverordening. De daarbij gemaakte opmerkingen en gedane adviezen gelden nog onverkort.
In 1987 werden de tarieven van de zegelverordening met 400% verhoogd. De opbrengst steeg echter slechts van Afl. 700.000,= tot Afl. 2.100.000,=, of wel. 300%. Ook in 1988 en 1989 kon geen verdere stijging van de opbrengst worden aangetekend, ondanks de toenemende aktiviteiten in het land. Er kan dan ook niet anders worden geconcludeerd dan dat deze belasting wordt ontdoken.
De Kamer heeft bijvoorbeeld geconstateerd dat met name de plakzegels die moeten worden gebruikt bij de afgifte van vliegtickets veelal niet deugdelijk onbruikbaar worden gemaakt. De zegels kunnen hierdoor meerdere malen worden gebruikt. Gelet op de hoogte van het bedrag van de in deze gevallen te gebruiken zegels kan deze vorm van belastingontduiking een behoorlijke inkomstenderving voor het land betekenen. Het desbetreffende zegel van Afl. 16,= (of veelvouden daarvan) vormt qua opbrengst ongeveer de helft van de totale opbrengst van de zegelbelasting.
De directeur van de Centrale Accountantsdienst heeft in 1988 de toenmalige minister van Financien reeds geadviseerd maatregelen te nemen teneinde aan deze praktijken een einde te maken.
De Kamer adviseert nogmaals, gelet op de beperkte controlemogelijkheden, de relatief hoge inningskosten en de relatief geringe opbrengst, te onderzoeken of deze belasting op temmijn kan worden afgeschaft, eventueel met compensatie van de gederfde
opbrengst via andere belastingsoorten.
Boeten en Intrest.
In 1989 werd een groot gedeelte van openstaande bedrag aan boeten loonbelasting verminderd en/of gecorrigeerd. Het resterende openstaande bedrag blijft echter nog steeds geflatteerd (Af1.13.500.000,=).
Door het actieve invorderingsbeleid in 1989 werd al wel de opbrengst
aan boeten en intrest (AÊfl. 600.000,=) verdubbeld t.o.v. 1988,
Overzicht der ontvangen belastingen. Nu het land Aruba meer dan 4 jaren de status aparte heeft, kan
voorzichtig een beeld worden gegeven van de ontwikkeling van
de belangrijkste belastinginkomsten van het land, Voor een goede
Le ze
vergelijking worden de belastingen in een viertal rubrieken
Ingedeeld, De bedragen zijn weer gesteld in miljoenen florins.
Zuivere ontvangsten in de jaren
Begroting Verschil
Belastingsoort 1986 1987 1988 1989. 1989 begr. 1989 Bel. op inkomen: Ì. Inkomstenbe
lasting 15,9 14,5 22,0 26,2 25,0 4 2. Loonbelasting 51,6 51,6 58,4 71,7 55,0 16,7 3. Solidariteits
belasting 26,7 295 20,8 2,8 0,0 2,8
Sub-totaal A 34,2 2340 101,2 100,7 80,0 20,7
‚Bel, op economische activiteiten:
l. Winstbelasting 24,4 19,7 19,9 23,3 23,0 0,3 2, Logeergasten
belasting 2,8 CHN) 6,0 6,4 10,0 — 3,6 3. Casinorechten 4,0 4,8 Ââ,2 4,7 6,5 _- 1,8
Sub-totaal B 31,2 28,2 301 344 395 zöl Invoerrechten en accijnzen: l. Invoerrechten 20,1 253 362 42,2 32,0 10,2 Di Accijns mine
rale olien 15,9 20,0 28,6 23 30,0 2,7 3. Accijns op ge
distilleerd 5,0 6,2 5,8 7,4 7,0 0,4 4, Accijns op bier 3,9 6,1 8,4 9,9 8,0 1,9 5, Accijns op
tabak 4,8 3,4 4,7 5 GS 1,7 6, Doorvoerzegels 1,1 1,1 1,4 del 1,0 le
Sub-totaal C 50,8 10,7 82, 24,1 81,3 12,6 Overige belastingen: l. Grondbelasting 2,2 2,0 AN, PAD 4,0 sak 2. Motorrijtuigen
belasting Sud 5,0 5,4 5,8 59,5 0,3
. Zegelbelasting 0,7 7 dad 2,1 2,5 — 0,4 . Overdrachtsbe
lasting 12 iN 1 4,3 2,0 23 5. Gebruiksbelas
ting 0,1 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 6. Successiebe
lasting 0,7 0,2 0,6 Or 0,3 =d
Sub-totaal D 10,6 10 125 MI HJ 08
mm gn _—_ Een enenthemnd _—_ der Md de Mm rn amg gn gn an een ven amg sjen dmg mg Sm ed eeaand
id,
we)
Mutatie per jaar in procenten. 1987 1988 1989
10,0 zld 040
Na een groei van ca. 10% in de jaren 1987 en 1988 valt in 1989 een afname van de groei tot 6,6% te constateren. Een nadere beschouwing geeft aan dat de groei in de komende jaren, bij ongewijzigd beleid, waarschijnlijk nog verder kan afnemen.
Per groep van de belastingsoorten kunnen de volgende conclusies
worden getrokken.
Belast ingen op het inkomen. De oplegging van inkomstenbelasting vertoont een dalende lijn.
Over de oorzaak hiervan is bij het onderdeel inkomstenbelasting van dit jaarverslag reeds gerappoteerd. Een direkt gevolg hiervan zal zijn dat de ontvangsten op deze belastingsoort de eerstkomende jaren waarschijnlijk zullen dalen.
In de afdrachten op aangifte van de loonbelasting zit een vrije constante groei gedurende de laat ste jaren. De ontvangsten aan solidariteitsbelasting zullen echter volledig gaan verdwijnen. Geconcludeerd kan worden dat, na afwerking van de inhaal in de achterstanden bij de oplegging van de inkomstenbelasting en na de inhaal van de achterstanden bij de invordering de komende jaren op een daling of hoogstens op een gelijkblijven van de belastingen op het inkomen moet worden gerekend. Bij deze conclusie wordt uitgegaan van een volledige doorberekening van de inflatie correctie op deze belastingen. Met eventuele wijzigingen van wetgeving en tarieven is uiteraard geen rekening
gehouden.
Belastingen op de economische activiteiten,
De opbrengsten wegens winstbelasting zullen de komende jaren verder kunnen stijgen bij het huidige tempo van opleggingen. Het bedrag der opleggingen was in 1986: Afl. 36,1 miljoen; 1987: Afl. 17,5 miljoen; 1988: 24,3 miljoen: 1989: 31,5 miljoen. Bij het vorenstaande is geen rekening gehouden met de LAGO aanslagen.
Door de verlening van een groot aantal “tax holidays" tot een maximum aantal jaren van 11, zal met name de winstbelasting de komende jaren geen spectaculaire groei te zien geven. Het profijt van de groeiende economische ontwikkeling zal voor de
overheid met name uit de belastingen op het inkomen moeten komen.
EN ME
Bij de logeergastenbelasting en de casinorechten is een groei van de inkomsten te verwachten door de uitbreiding van de accommodat ies. Zoals eerder verwoord is hierbij wel een stringent controlebeleid vereist teneinde een optimale opbrengst
te kunnen behalen.
_C. Invoerrechten en accijnzen.
In 1987 zijn vrijwel alle tarieven verhoogd, zodat een vergelijking met 1986 niet reeel is. Gedurende 1988 en 1989 is een totale opbrengstenstijging van resp. 20,4% en 11,1% te berekenen. De afname van deze stijging in 1989 is opvallend, omdat zowel de toename van het aantal toeristen groter was dan in 1988 (23,9% tegen 20,0%) als ook de toename van de arubaanse bevolking (2% tegen 0,4%). Rekening houdende met het gemiddelde aantal overnachtingen van de toeristen kan het theoretisch gemiddeld in het land aanwezige aantal personen worden becijferd op: 1986: 64.483; 1987: 64.554 (+ 0,1%); 1988: 65.991 (+ 2,23); 1989: 68.799 (+ 4,33%). Met het cruisetoerisme is hierbij geen rekening gehouden.
De daling van de opbrengst aan accijns op minerale olien houdt verband met de tariefstelling, waarbij stijgingen van de olieprijs voor de consument worden gecompenseerd door een daling van de accijns. Naar verwachting zal de totaal opbrengst daarbij eerder verder dalen door verdere stijgingen van de prijzen dan stijgen door een grotere afname.
De invoerrechten zullen na beeindiging van de grote bouwact iviteiten waarschijnlijk terugvallen op een lager niveau.
In het algemeen kan worden geconcludeerd dat de stijging van de invoerrechten en accijnzen niet recht evenredig verloopt met de stijging van het aantal afnemers. In totaliteit valt
geen grote verdere opbrengstenstijging te verwachten.
D. Overige belastingen. Indien wordt afgezien van de incidenteel hogere opbrengst
van de overdrachtbelasting ín 1989 kan worden geconcludeerd dat geen noemenswaardige groei in de overige belasting valt te constateren. Een achteruitgang valt zelfs op korte termijn te vrezen, indien niet spoedig met inhaal van de achterstanden
bij de oplegging van de grondbelasting wordt begonnen.
… 25 —
Spreiding der ontvangsten.
Aan de hand van de gegevens van de Ontvanger kan nog een opmerking worden gemaakt over het verloop van de ontvangsten gedurende het jaar. Hoewel dit verloop per jaar aanzienlijk verschilt is een algemene tendens te bespeuren dat in het laatste kwartaal van het jaar meer wordt ontvangen dan de andere kwartalen. Dit effect wordt vooral veroorzaakt door de winstbelasting, waarvan de opbrengst in het laatste kwartaal ongeveer gelijk is aan de opbrengst in de eerste drie kwartalen tezamen.
De gemiddelde opbrengst per kwartaal, uitgedrukt in percentages van de totaal opbrengst over de laatste vier jaren is als
volgt weer te geven: le kwartaal: 23,9%: 2e kwartaal: 24,7%; 3e kwartaal: 23,8%;
4e kwartaal: 27,6%.
Ee DO
7. Overige Vorderingen. Het totaal openstaand bedrag van het ontvangsten grootboek per 31-12-1989 bedraagt (afgerond) Afl. 979,000.000,= hiervan heeft betrekking op belastingen — _883.000.000,=
Afl. 96.000.000,= af: vorderingen t.b.v. derden, verrekeningen, etc. — 53.000.000,=
overige vorderingen Al. _43.000.000,=
Eg gn ng pn vn er Gd dd Wi nn nn vn nr ln Be mn Gn Hi
Van dit openstaande bedrag worden hierna de volgende vorderingen
nader toegelicht (bedragen in duizenden florins):
Saldo Invorderbaar- Saldo Vordering 31-12-88%) stellingen. Ontvangsten 31-12-89 Erfacht 3.422 1.296 2.264 | 2,454 Opt ierecht 1.145 434 513 1.066 Huur grond + gebouwen 478 209 354 333 Precariorecht 48 = 4 20 24 Vergunningsrecht 116 587 : 589 114 Bijdrage van casinohouders 4,244 0 756 3.488 Maritieme aangelegenheden 447 — 39 0 408 Schoolgelden 480 — 76 59 345 Studiekosten 2.073 — 6 36 2.031 Studiebeurzen 385 0 48 EEN, Sociale zaken Sell 63 184 3.000 Verpleegkosten 1.083 904 842 1.145 Alimentatie 115 0 0 115 Aruven 14.804 0 0 14.804 Rioolafvoerrecht -— 24 — 9 — dj — 32
31,937 3.399 5.664 29.632
mmm dn Be de ve Bd Bd mn dn dd dd We EE EE ledi de WE EE HEEN mn nn en di Mr EN
*) Deze saldi wijken bij sonmige vorderingen iets af van de saldi, zoals vermeld in het jaarverslag van de Kamer over 1988, als ge
volg van administratieve correcties.
De specificatie naar ouderdom van het totale openstaande saldo per 31-12-1989 is:
rn De
_ t/m 1979 AFl. _ 508.000,= 1980 t/m 1985 - __23.748.000,= 1986 t/m 1988 - _ _4,859.000,=
1989 - 517.000,=
Ee nd rid mn mm SE EE dn mn me SE EE WE Aden tn mam pre at,
Een globale beoordeling van dit bedrag leert dat of door de ouderdom van de vorderingen of door de aard van de vorderingen (Aruven N.V.) meer dan de helft van het openstaande bedrag waarschijnlijk niet meer zal kunnen worden ingevorderd.
Erfpacht,
Uit een door de Centrale Accountantsdienst ingesteld onderzoek bij Domeinbeheer is gebleken dat geen controle kan worden uitgeoefend op de juistheid en de volledigheid van de opgelegde aanslagen door _ het ontbreken van een systematische vast goed registratie en het ontbreken van standenregisters.
Bovendien vindt geen interne controle op de volledigheid en tijdigheid van de mutatiegegevens plaats.
Geconstateerd werd verder dat formele goedkeuring van wijziging van de grondwaarden reeds lange tijd niet heeft plaat sgevonden. De gehanteerde grondwaarden en het rentepercentage (6) sluiten niet aan bij de actuele waarde van de grond op Aruba en de reele rentepercentages.
Vanaf 1987 is inmiddels een achterstand in de oplegging ontstaan van 37 kohieren tot een bedrag van ca. Afl. 8.000.000,=. Het renteverlies over dit bedrag bedraagt op jaarbasis ruim Afl. 700.000, = zijnde een bedrag gelijk aan de jaarlijkse bezoldigingen van Domeinbeheer !
De Kamer dringt dan ook aan op het ten spoedigste nemen van maatrege len, teneinde de gesignaleerde tekortkomingen te verhelpen.
Doordat in 1989 slechts één kohier werd uitgebracht daalde het openstaande saldo van Afl. 3.401.000,= per ultimo 1988 tot Afl. 2,454.000,= per 31-12-1989. Van het openstaande bedrag kan de volgen
de specificatie worden gegeven:
1953 t/m 1979 Afl. _ 62.000,= 1980 t/m 1985 — ___1.914.000,= 1986 t/m 1988 5 299.000 ,=
1989 5 179.000 ,=
AfL, 2.454.000,=
men IN Af tE ite ng OE EN EE el hk Banden ng pn GE EE EE EN RS in en
Zie verder paragraaf 12 van dit jaarverslag.
ee
Optierecht.
Nog steeds wordt geen of weinig aandacht geschonken aan de bewaking van deze post. Hoewel het openstaande saldo iets is gedaald, bedraagt het nog ruim Afl. 1.000.000,=. Het merendeel bestaat echter uit vervallen opties, waarvan Domeinbeheer heeft verzuimd dit te melden bij de Directie Financien. Feitelijk zouden zich slechts twee situaties voor moeten kunnen doen: 1. er wordt betaald, waarna het recht wordt verleend of 2. er wordt niet betaald, waarna het recht ook niet wordt verleend. Een saldo op deze post kan dus niet voorkomen. Van het openstaande saldo kan de volgende specificatie worden gegeven: 1983 t/m 1985 Afl. 498,000,= 1986 t/m 1988 — 514.000,=
1989 — 54 .000,=
mna ann tt nand mnd mmm ann menemen nn ma mnd
Zie verder paragraaf 12 van dit jaarverslag.
Huur grond + gebouwen.
Met name door afboekingen van oude vorderingen is het uitstaande saldo ten opzichte van het saldo per ultimo 1988 gedaald. Vanaf 1988 dient het grootste gedeelte van de oplegging nog plaats te vinden.
De specificatie van het saldo per 31-12-1989 is:
1953 t/m 1979 -/- Afl. 47.000,=
1980 t/m 1985 — _187.000,= 1986 t/m 1988 — _141.000,=
1989 — 52.000,=
Het negatieve bedrag over de jaren 1953 t/m 1979 wordt administratief nog gecorrigeerd. In het relatief hoge saldo van de jaren 1980 t/m 1985 is een bedrag
begrepen van Afl. 138.200,= dat verschuldigd is door een plaatselijke N.V. betreffende het jaar 1985. Dit bedrag is niet meer invorderbaar wegens faillisement.
Precariorecht.
Door correcties is het openstaande saldo enigszins gereduceerd.
De specificatie van het saldo per 31-12-1989 is:
1961 t/m 1979 AÊl. 2.000,= 1980 t/m 1985 —- _12.000,= 1986 t/m 1988 — _10.000,=
1989 _ =,=
mn EE rn Be Td den
- 29 —
Voor 1989 werden nog geen nota's gezonden.
Vergunningsrecht ,
Het openstaande saldo heeft nauwelijks wijziging ondergaan. Correctie van het waarschijnlijk door foutieve boekingen ontstane hoge saldo voor de jaren 1978 en 1979 heeft nog niet plaatsgevonden.
De specificatie van het saldo per 31-12-1989 is:
1961 t/m 1979 Afl. 88.000,= 1980 t/m 1985 ee 7.000,= 1986 t/m 1988 — 19,000,=
1989 n ER
mmm mn mn gn vn ng mn pn gn mn vn vn mmm Gn mn vn mn np mn mn vpn vn vn vn vn
Bijdrage van casinochouders,
De door het land Aruba betaalde loonkosten van de casino controleurs
worden aan de vergunninghouders doorberekend.
Van het openstaande saldo per 31-12-1989 heeft Afl. 2.234.000,=
betrekking op vorderingen op Aruven N.V. over de jaren 1981 t/m
1986,
De specificatie van het saldo per 30-9-1989 is:
1981 t/m 1985 Afl. 1.867.000,=
1986 t/m 1988 — 1.621.000, 1989 — =,=
Voor het jaar 1989 heeft nog geen doorberekening plaatsgevonden.
Maritieme aangelegenheden.
Dit betreft oude vorderingen op scheepvaartmaatschappijen, waarop de laatste jaren weinig is ingevorderd. Gedurende 1989 werd een aantal vorderingen afgeboekt. De specificatie van het saldo per 31-12-1989 is:
1966 t/m 1979 Afl. 144,000,=
1980 t/m 1985 — _264.000,=
de EE EEE EN EEE EE EE ng tt EE EE eN ET an en en ve
Schoolgelden.
Schoolgelden worden o.a. geheven voor het openbaar kleuteronderwijs
en het bijzonder voortgezet onderwijs (HAVO, VWO). Per 31-12-1989
es B
N was een bedrag ad Afl. 345.000,= nog te vorderen, waarvan Afl. 32.000,= voor het openbaar kleuteronderwijs en AfL. 313.,000,= voor het bijzonder voortgezet onderwijs. De specificatie van het openstaande bedrag is: 1961 t/m 1979 Afl. 38,000,= 1980 t/m 1985 — _234.000,= 1986 t/m 1988 — 73.000,= 1989 — —,= AEL. 342-000, Voor de jaren 1987, 1988 en 1989 (voortgezet onderwijs) en de jaren 1988 en 1989 (kleuteronderwijs) zijn (nog) geen schoolgelden opgelegd, : omdat de juridische basis hiervoor door de rechter onverbindend is verklaard. d Studiekosten. In 1989 werd Afl. 36.000,= terugontvangen. Invorderbaarstelling vond, evenmin als in 1988, plaats. De specificatie van het openstaande bedrag is: 1964 t/m 1979 AEL. _206.000,= 1980 t/m 1985 — 868.000, = 1986 t/m 1988 — 957 .000,= 1989 — =,= Afl. 2.031,000,= ct Studiebeurzen, " Wegens ouderlijke c.q. eigen bijdragen in de verstrekte studiebeurzen werd án 1989 Afl. 48.000,= ontvangen. Invorderbaarstelling vond, [evenmin als in 1988, plaats. De specificatie van het openstaande bedrag is: 1973 t/m 1979 AFL. 4 ,000,= 1980 t/m 1985 — _145.000,= 1986 t/m 1988 — __188.000,= 1989 — =,= Afl. 337.000,= 1 Sociale zaken, De vorderingen wegens terugontvangst van ondersteuningsgelden en 9 overige ontvangsten van sociale zaken belopen per 31-12-1989 een
bedrag van Afl. 3.000.000,=.
on n Dn
De specificatie van het openstaande bedrag is:
1961 t/m 1979 AfL. 16.000,= 1980 t/m 1985 — _2.,561.000,= 1986 t/m 1988 — 288.000 ,=
1989 = 135,000,=
OE EE, dn vn pn EE EN in ng vp VE A mn mg nn mg Md Bn Bn
Verpleegkosten.
Als eigen bijdrage in de verpleegkosten van on- en minvermogenden is per 31-12-1989 een bedrag van Afl. 1.145.000,= te vorderen, volgens
onderstaande specificatie:
1947 t/m 1979 AEl. _ 13.000,= 1980 t/m 1985 n 332.000 ,= 1986 t/m 1988 n 703.000 ,=
1989 s 97.000 ,=
nnn mn EEE nn dn vn vg mn mg En nn nn pp PE We
Alimentatie.
Op deze post vonden in 1989 vrijwel geen ontvangsten plaats. Evenmin werden invorderbaarstellingen gedaan.
De specificatie van het openstaande bedrag is:
1968 t/m 1979 AFf1. 6.000,= 1980 t/m 1985 — 63.000 ,= 1986 t/m 1988 n 46,000,=
1989 = =,=
Ed nn nn pn EEE EE Ed nn nn Ge EE EN edn nn vn
Aruven.
Per 31-12-1989 staat op Aruven N.V. een bedrag open wegens rente van verstrekte leningen tot een bedrag van Afl. 8.219.000,= en wegens de aflossing van deze leningen tot een bedrag van AE£l. 6.585.000,=. De vorderingen hebben betrekking op de jaren 1980 t/m 1985,
Aangezien de materiele activa van deze N.V. zijn verkocht in 1985 en 1986 zal van deze vorderingen zeer weinig verhaald kunnen worden. De Kamer adviseert deze vorderingen te herwaarderen, waarna tot
afboeking van het niet meer te vorderen bedrag kan worden overgegaan.
a
Rioolafvoerrecht,
Het gestelde in het jaarverslag van de Kamer over 1988 ten aanzien van het rioolafvoerrecht geldt onverkort in 1989, Diverse problemen zijn er oorzaak van dat vanaf 1975 geen aanslagen meer werden opgelegd. Vooruitbetalingen tot een bedraa van AF1. 32.000,= vonden echter sindsdien wel plaats. Volstaan kan thans worden met herhaling van het advies van de Kamer: "of de aanslagen worden met terugwerkende kracht vanaf 1975 weer opgelegd; of de retributie wordt met terugwerkende kracht opgeheven, onder terugbetaling van de reeds vooruitbetaalde bedragen". |
Opvallend kan nog worden genoemd de in de begroting 1989 opgenomen raming van Afl. 50.000,= op deze post.
De specificatie van de bij voorschot betaalde bedragen is:
1969 t/m 1979 AFI. 24.000,= 1980 t/m 1985 — 8.000,=
Le
8. DOUANE. Zoals de Kamer in haar vorig jaarverslag reeds vermeläde werd ingevolge het besluit van de Regering tot reorganisatie van de Douane, medio 1988 terzake een stuurgroep ingesteld, waaronder 5 werkgroepen ressorteren. Zij heeft als taakstelling de reoganisatie van de inspektie invoerrechten en accijnzen en de douane voor te bereiden, uit te werken en tot de voltooiing toe te begeleiden. Dit laatste was gepland voor medio 1990, Door de werkgroepen zijn een planning van de activiteiten voor het reorganisatieproces gemaakt tot Ì januari 1989, op welke datum volgens de nieuwe structuur, teams op posten niveau operationeel zouden moesten zijn. Eind maart 1989 werd van de Directeur der Belastingen vernomen, dat de datum van ll januari 1989 niet haalbaar bleek te zijn, maar zonder verdere tegenslagen was de verwachting dat dit in juni 1989 wel het geval zou zijn. Begin januari 1990 mocht de Kamer, tot haar verwondering vernemen, dat de reorganisatie van de Douane op een zijspoor was gezet. Men zou voorrang hebben gegeven aan de opstelling c.q. verbetering van de rechtpositionele regelingen voor het douane personeel. De Kamer acht deze volgorde in de procedure niet juist. Eerst na de reorganisatie kan de rechtspositie pas goed worden geregeld. Voorlopig was men niet verder gekomen dan tot de eindrapporten van de diverse werkgroepen. Vernomen is dat men wel verder is gegaan met de werkzaamheden met betrekking tot de herziening van de Douane wetgeving, waarvoor technische bijstand wordt verleend. De wens is om tot een geharmoniseerd systeem met andere landen te komen, dat tegelijkertijd met een geautomatiseerd systeem zou moeten worden ingevoerd. De verwachting is dat dit in 1992 zal kunnen plaatsvinden. Het gevolg van het bovenstaande is, dat momenteel alle activiteiten nog op de oude manier, dus met vrijwel alle gesignaleerde kneJpunten en tekortkomingen (zie vorig verslag) plaatsvinden. Voorts is in de personeelsformatie de funktie van Hoofd Douane vacant en zijn in verband met de regeling Vrijwillige uit diensttreding (VUT) + 20 personen uit de dienst zijn getreden, waaronder een flink aantal waarvoor dat niet gepland was. De Kamer zal de ontwikkelingen met betrekkingen tot de douane blijven volgen en vraagt de aandacht van alle belanghebbenden het proces van reorganisatie van deze belangrijke instantie
op een goede wijze te begeleiden,
Eke. OE
9, Geldleningen. Ingevolge de Rekenkamerverordening (A.B‚1985, no.30) dienen de stukken die zijn opgemaakt betreffende de door het Land aangegane geldleningen op straffe van nietigheid te worden voorzien van een bewijs van registratie, door of namens de Algemene Rekenkamer aan te brengen. Ondanks deze aan de Minister van Financien opgelegde verplichting en de door de Kamer met de Directie Financien gemaakte afspraken, zijn nog steeds niet alle geldleningen geregistreerd. De Kamer blijft er op aandringen dat alsnog de na 1 januari 1986 door het land Aruba aangegane geldleningen zullen worden geregistreerd. Per 31-12-1989 waren 3 leningen van het eilandgebied Aruba (exclusief de leningen in het kader van de Meerjarenplanprojecten) nog niet geheel afgelost.
Het verloop van deze leningen was in 1989:
Restant schuld 1-1-1989 AFI. 1.590.000,= Aflossingen 1989 — 255.000, = Restant schuld 31-12-1989 ALÉ, 1.335.000,=
De betaalde rente bedroeg in 1989 Afl. 87.338,=, of wel gemiddeld rs Ingevolge landsverordening van 16 maart 1987 (A.B.1987-3) mogen geldleningen worden aangegaan in de vorm van schatkistpapier tot een maximum bedrag van Afl. 40.000.000,=. De volgende verplichtingen werden hierop aangegaan: — Bij landsbesluit van 14-1-1988 (A,B.1988-9) werden staatsobligaties
uitgegeven waarop als volgt werd ingeschreven:
— looptijd 3 jaren, tot 12-2-1991; 8,4 3% rente; Afl. 4.724.000,=
— looptijd 5 jaren, tot 12-2-1993; 8,65% rente: Afl. 556.000, =
— looptijd 7 jaren, tot 12-2-1995; 9,25% rente; Afl. 2.246.000,=
nn nn nn mn vn vr Gn omde dd EE En nn mn gmg mg gen mn vn vn dn dd
— Bij de volgende 4 landsbesluiten werden geldleningen aangegaan in de vorm van schatkistpromessen met een looptijd van 3 maanden tot een maximum bedrag van Afl. 32.000.000,=: 10-1-1989, A.B, no.3: 5-4-1989, A.B. no.21l:; 4-7-1989, A.B. no.27; 5-10-1989, A.B. (nog) niet uitgegeven, Ingevolge artikel 15 lid 3 van de landsverordening schatkistpapier (A.B.1987-3) dient de Centrale Bank aan het eind van elk kalenderjaar schriftelijk verslag te doen aan de Algemene Rekenkamer betref fende haar handelingen als emissiebank. Ten tijde van het opmaken van dit verslag was het desbetreffende verslag van de Bank over
1989 nog niet ontvangen. Over 1988 heeft de Kamer het verslag
6
— 35 =—
inmiddels van de Bank ontvangen.
In het kader van de financiering van de modernisatie van de internationale luchthaven van Aruba werd op 25 november 1988 door de toenmalige Minister van Economische Zaken een Ieningsovereenkomst met de Commissie van de Europese Gemeenschappen gesloten betreffende een lening van 6.000.000 ECU (= ca. AÊl. 13.000.000,=).
Volgens de leningsovereenkomst is de Raad van Minister van het
Koninkrijk, ingevolge het bepaalde in art.29 van het Statuut van
het Koninkrijk, bij besluit van 14 oktober 1988 akkoord gegaan met
de overeenkomst. Het aangaan van de lening is echter niet bij landsverordening van het land Aruba geschiedt. Aangezien dit strijdig is met artikel V 14 van de Staatsregeling van Aruba (A,B.1985-26) zal deze landsverordening alsnog moeten worden vastgesteld. De Kamer nodigt daarbij de Minister van Financien tevens uit te bevorderen dat alsnog de originele geldleningsovereenkomst aan de Kamer ter registratie wordt aangeboden.
De aflossing van deze geldlening zal plaatsvinden in 60 halfjaarlijkse termijnen waarvan de eerste 1 mei 1999 en de laatste 1 novenber 2028 vervalt. De rente bedraagt 1% per jaar.
Bij landsverordening van 15 augustus 1989, A.B. 1989-36 werd macht iging gegeven tot het aangaan van geldleningen ten behoeve van de aanschaf van een nieuwe waterproductieeenheid, tot totaal bedragen van US 5 4.887.500,= (National Westminster Bank, U.S.A.) en Afl. 5.000.000,= (Caribbean Mercantile Bank N.V.). Per 31 december 1989 waren op deze leningen bedragen van resp. US $ 3.200.000,= en Afl. 2.715.159.= opgenomen.
De lening bij de National Westminster Bank zal in 14 halfjaarlijkse termijnen, elk groot US $ 349,107,=, waarvan de eerste vervalt op 15 september 1990, worden afgelost. De interest, die aanvangende 5 maart 1990 halfjaarlijks verschuldigd is wordt berekend tegen een percentage van 9,35.
De lening bij de Caribbean Mercantile Bank, zal. in 84 maandelijkse termijnen worden afgelost, waarvan de eerste vervalt 3 maanden na de oplevering van de installatie, De interest, die maandelijks verschuldigd is, wordt gedurende de eerste 3 jaren van de looptijd van de lening berekend tegen een percentage van 9,5. Daarna (m.i.v. februari 1993) zal het rentepercentage maximaal gelijk zijn aan de in Aruba geldende rentevoet voor hypothecaire leningen, verminderd
met Ì procent.
_ 36
Bij deze lening kan nog worden opgemerkt dat, strijdig met de compta biliteitsverordening, de middelen van deze lening niet via de Directie Financien maar rechtstreeks aan WEB en/of de leverancier van de waterproductieeenheid zijn uitbetaald.
Per 31 decenber 1989 waren 20 leningen aangegaan in het kader van de meerjarenplanprojekten en wegens door Nederland verstrekte begro tingshulp. De restant schuld op deze leningen bedroeg per ultimo 1989 (in nederlandse courant) HÉ1. 325.625.000,=.
De in 1989 betaalde aflossingen op deze leningen bedroeg HE1.10.184.000,=, terwijl aan rente Hfl. 9.805,000,= werd betaald. Een nieuwe lening ter grootte van HÉl, 15.000.000,= werd in 1989 verkregen.
Ten aanzien van deze leningen verwijst de Kamer nog naar haar jaarverslag over 1988 waarin wordt gesignaleerd dat vanaf het jaar 1996 de jaarlijks te betalen aflossingen de nieuw verstrekte leningen zullen gaan overtreffen.
Betreffende het koersverlies dat door Aruba op deze leningen wordt geleden kan worden opgemerkt dat bij een koers van ca. 0,95 per eind 1989 de betaling van rente en aflossing in 1989 ca. Afl. 19.000.000,= heeft bedragen.
Uitgaande van de koersen die golden op het moment van afsluiten van de leningen, zou het in 1989 betaalde bedrag gelijk zijn aan Afl. 13.100.000,=. Het koersverlies voor Aruba over 1989 bedraagt derhalve Afl. 5.900.000,=.
De restant schuld van de leningen in arubaanse courant bedroeg per 31-12-1989 ca. Afl. 309.300.000,=, terwijl dit tegen de oorspronkelijke koersen ca, Afl. 236.900.000,= zou zijn geweest. Het nadelig koersverschil op de leningen is derhalve ca. Afl. 72.400.000,=, of wel 30%. In artikel 11 van de leningovereenkomsten is bepaald dat de overeenkomsten niet effectief zullen worden zolang de bank niet zal beschikken over de landsverordeningen en -besluiten van Aruba tot het aangaan van de leningen. De Gevolmachtigd Minister van Aruba in Nederland is steeds uitgenodigd de desbetreffende stukken aan de bank te over handigen. Tot dusver heeft de Kamer niet kunnen constateren dat landsverordeningen houdende machtiging tot het aangaan van de geldleningen en landsbesluiten, inhoudende de voorwaarden waaronder deze overeenkomsten worden aangegaan, zijn uitgegeven voor de leningen 1986, 1987, 1988 en 1989,
De Kamer zal de Minister van Financien uitnodigen te wilien bevorderen dat de desbetreffende landsverordeningen en —-besluiten alsnog worden
uitgegeven en dat tevens de originele geldleningsovereenkomsten
zn
alsnog aan de Kamer ter registrat ie worden aangeboden.
Overigens heeft de Kamer geconstateerd dat de in de begroting voor 1990 opgenomen bedragen betreffende de geldleningen aanzienlijk afwijken van de werkelijkheid. Bij twee leningen verstrekt door het Algemeen Pensioenfonds Nederlandse Antillen zijn foutieve bedragen opgenomen, waardoor de restant schuld per 31-12-1990 Afl. 85.000,= te hoog is geraamd en de rente Afl. 2.500,= te laag is: geraamd. Bij de staatsobligaties is geen rekening gehouden met de gewijzigde bedragen der uitgifte, waardoor de rente per saldo Afl. 300,= te hoog is geraamd. |
De lening van de Europese Gemeenschap is opgenomen tegen een koers van de ECU van 4,04985, die echter 2,15 moet zijn. Als rente percentage is 2,5 in plaats van 1 geraamd. Gevolg: te hoge restant schuld Afl. 11.400.000,=; te hoge rente Afl. 478.000,=.
De lening t.b.v. het WEB is in het geheel niet opgenomen, zijn het dat ook de kapitaalverstrekking van het WEB terzake niet is opgenomen. De terugontvangst van rente op deze lening ad Afl. 1.310.800,= is echter weer wel geraamd.
Recapitulerend betekent een en ander dat de restant schuld op geld leningen (excl. WEB lening) per 31-12-1990 Afl. 11.485.000,= te hoog is geraamd en dat de rentelasten van deze leningen in 1990 (incl. WEB) Afl. 835.000,= te laag zijn geraamd.
De Kamer wijt het vorenstaande aan onvoldoende coordinatie tussen de diverse diensten en onvoldoende administratieve begeleiding bij en door de Directie Financien.
Gelet op het grote belang van een juist inzicht in de financierings positie van het land, de geconstateerde procedurele onvolkomenheden bij de afsluiting van de leningen en de functie die de Directie Financien moet vervullen bij de centrale administratie van het land, acht de Kamer het raadzaam dat onder verantwoording van de Minister van Financien nadere procedurele regels worden vastgesteld voor
de door de Directie Financien te voeren geldleningenadministratie.
— 38 —
10. Garanties. Het gestelde in het jaarverslag 1988 van de Kamer ten aanzien van de verleende garanties geldt voor 1989 onverkort. Nog steeds konden slechts 2 garantiebesluiten op de juiste wijze door de Kamer worden geregistreerd. Na constatering van het feit dat binnen de overheid geen administratie voorhanden is, waaruit de risico's en de verplicht ingen blijken die voortvloeien uit de verleende garanties, heeft de Kamer, na hierover overleg te hebben gevoerd met de verantwoordelijke ministers, het initiatief genomen zelf de benodigde gegevens te gaan vergaren. Hoewel het geenszins in de bedoeling van de Algemene Rekenkamer ligt om administraties voor het land Aruba te gaan voeren -— feitelijk is dit ook strijdig met de instelling van de Kamer als onafhankelijk controle orgaan van de Staten van Aruba — heeft de Kamer hier toch toe besloten in verband met het enorm grote financiele belang van het land.Inmiddels heeft de Kamer bij brief van 22 mei 1990 van de Staten bericht ontvangen dat omtrent deze aangelegenheid door de de Staten nadere inlichtingen aan de regering zijn gevraagd. Aan de hand van de tot dusver vergaarde gegevens kan de Kamer het volgende vermelden: A. Garanties verleend voor 1-1-1986. in samenwerking met de Algemene Rekenkamer van de Nederlandse Antillen wordt momenteel bestudeerd in hoeverre en tot welke bedragen het land Aruba nog medeverantwoordelijkheid draagt in het kader van de voor 1-1-1986 verleende garanties. Het aandeel van Aruba in de oorspronkelijke bedragen der garanties bedroeg AFI. 70.750.000,=. Door inmiddels gedane aflossing zal dit aandeel momenteel veel lager zijn. Een groot gedeelte van deze garanties heeft betrekking op de ALM (oorspronkelijk bedrag Af. 21.200.000,
il
B, Garantie verleend t.b.v. Dutchco. De Regering van de Nederlandse Antillen besloot op 30 mei 1985 een garantie te verlenen op een door Dutchco. N.V. af te sluiten geldlening van HÉl. 80.400.000,= ten behoeve van het Golden Tulip Hotel. Het is de Kamer niet bekend of dit besluit door de Staten der Nederlandse Antillen is bekrachtigd. In ieder geval is geen contragarantie verstrekt door het eilandgebied Aruba. Evenmin wordt bij de Algemene overgangsregeling wetgeving en bestuur (A.B. 1985 no.30) verwezen naar een dergelijk besluit van de Staten der Nederlandse Antillen. De belanghebbende partijen gaan er
echter wel van uit dat de garantieverplichtingen vanaf 1 januari
er A0 ze
1986 zijn overgenomen door het land Aruba.
De lening was in 1987 geheel opgenomen, waarna aflossing zou plaatsvinden in 17 halfjaarlijkse termijnen. Aangezien Dutchco. niet in staat was de aflossing en de interest op deze lening geheel te betalen, is deze verplichting overgenomen door het land Aruba. Per 31-12-1989 was zo door'het land Afl. 21.723.355,= betaald. Volgens de garantieovereenkomst behoeft dit bedrag eerst na ‘algehele aflossing van de lening (na augustus 1995) door Dutchco aan het land Aruba te worden terugbetaald, waarbij een rentevergoeding van 8% per jaar zal worden gecalculeerd.
Een der problemen bij de afgesloten lening was het koersrisico van een lening in nederlandse courant. Om deze reden werd in septenber 1989 een deel van de lening ad HEI. 28.719.360,= omgezet in een lening van U.S.$ 12.960.000,=. De lening wordt in 12 half jaarlijkse termijnen afgelost, waarvan de eerste per februari 1990 vervalt. Het restant bedrag van de oorspronkelijke lening is HÉl. 28.033.590,=, welk bedrag in 12 gelijke half jaarlijkse
termijnen zal worden afgelost, te beginnen in februari 1990.
De mutaties in 1989 op de lening waren:
Saldo 1-1-1989 HE1. 66.211.765,= Aflossing — 9.458.824 ,=
Saldo 31-12-1989 _ HÉl. 56.752,941,=
mmm nn mn dn bn Be ddie Wedde EEE TE EE pn gn mn mmm mn nn vn dr dn de dede de EEE mn mn
Door de gedeeltelijke conversie in septenber 1989 is het saldo per 31-12-1989 gesplitst in HÉl. 28.033.590,= en U.S.S 12.960.000,=.
Garantie verleend t.b.v. De Palm Holdings N.V.
Bij landsverordening van 26 noverber 1986, A.B.1986 no.4l, werd besloten garantie te verlenen voor een door De Palm Holdings N.V. af te sluiten geldlening van U.S.S 1.000.000,= ten behoeve van het "De Palm Reef Island” project. Dit garantiebesluit is niet geeffectueerd. Per ultimo 1989 werd nog overleg gevoerd
over de wijziging van de desbetreffende landsverordening.
Garantie verleend t.b.v. Playa Linda Development Company _N.V. Bij landsverordening van 24 juni 1987, A.B.1987 no.53, werd beslo
ten garantie te verlenen voor door Playa Linda Development Company N.V. af te sluiten geldleningen tot een totaal bedrag van U.S.5 8,970.000,= ten behoeve van de bouw van de tweede en derde fase
van het "Playa Linda Resort". De verdeling van de leningen bij
— 40 El
het lokale bankconsortium is uiteindelijk anders geworden dan in de desbetreffende landsverordening staat vermeld, terwijl bovendien een lager bedrag, te weten U.S.5 7.930.000,= werd opgenomen. De oplevering van het project heeft in 1989 plaat sgevonden. De leningen worden binnen een periode van 8 jaren afgelost, te beginnen in 1989,
De mutaties in 1989 op de leningen waren:
Saldo 1-1-1989 U.S.S 7.930.000,= Aflossing U.S.S 520.000,= Saldo 31-12-89 U.S.5_7.410.,000,=
ended eere renee heenstethendiend
Garantie verleend t.b.v. Eagle Beach Hotel N.V.
Bij landsverordening van 9 oktober 1987, A.B.1987 no.101, werd besloten garant ie te verlenen voor een door Eagle Beach Hotel N.V. af te sluiten geldlening van Sfr. 66,700.000,= voor de bouw van het Ramada Renaissance Hotel.
De oplevering van het complex zal in 1990 plaatsvinden. De aflossing van de lening zal plaatsvinden in 14 gelijke halfjaarlijkse ter
mijnen, waarvan de eerste termijn in 1991 zal vervallen.
Garantie verleend t.b.v, Aruba Beachfront Resorts Ltd, Partnership.
Bij landsverordening van 22 oktober 1987, A.B.1987 no.108, werd besloten garantie te verlenen voor een door Aruba Beachfront Resorts af te sluiten geldlening van U.S.$ 37.000.000,= voor de bouw van de Hyatt Regency Aruba. |
De oplevering van het complex zal in 1990 plaatsvinden.
De aflossing van de lening zal plaatsvinden in 11 gelijke halfjaarlijkse termijnen, waarvan de eerste termijn in 1993 zal vervallen. De landsbesluiten waarbij de nadere voorwaarden worden gesteld voor de verlening van de garantie en waarbij machtiging wordt verleend voor ondertekening van de overeenkomsten zijn, voor
zover de Kamer bekend, niet uitgegeven.
. Garantie verleend t.b.v, Boulevard Hotel N.V.
Bij landsverordening van 23 oktober 1987, A.B.1987 no,ill, werd
besloten garantie te verlenen voor door Boulevard Hotel N.V.
af te sluiten geldleningen tot een totaal bedrag van U.S.$ 17.500.000,=
voor de bouw van het Coral. Reef Hotel.
De oplevering van het complex zal in 1990 plaatsvinden.
ee
Het | landsbesluit van 2 februari 1989 waarbij nadere voorwaarden worden gesteld ter gedeeltelijke uitvoering van de landsverordening van 23 oktober 1987, betreffende een drietal leningen tot een totaal bedrag van U,S.5 8,915.000,=, is (nog) niet in het afkondigingsblad van Aruba opgenomen. Dit is wel gebeurd ten aanzien van het landsbesluit van 27 november 1987 betreffende een lening ter grootte van U.S.S 8,585.000,=. | Het is de Kamer niet gebleken dat voor de garantie van de lening afgesloten bij de Banco Central de Venezuela ad U.S.S 8.585.000,= instemming is gevraagd c.q. verkregen van de Koninkrijksregering op grond van artikel 29 van het Statuut voor het Koninkrijk der Neder landen.
De leningen worden in minimaal 10 jaren afgelost. De Kamer heeft niet de beschikking over nadere gegevens van de afgesloten geldleningen, aangezien de direktie van Boulevard Hotel N.V., ondanks
herhaalde verzoeken geen informatie aan de Kamer heeft verstrekt.
Garantie verleend t.b.v. BETA Hotel Enterprises N.V.
Bij landsverordening van 31 maart 1988, A.B.1988 no.30 werd besloten garantie te verlenen voor een door BETA Hotel Enterprises N.V. af te sluiten geldlening van Sfr. 64.826.700,= voor de bouw van het “Fisherman's Beach Resort". De aflossing van de lening zal plaatsvinden in 14 gelijke halfjaarlijkse termijnen, waarvan de eerste termijn in 1991 zal vervallen.
Het landsbesluit waarbij de nadere voorwaarden worden gesteld voor de verlening van de garantie en waarbij machtiging wordt verleend voor ondertekening van de overeenkomst, is, voor zover de Kamer bekend, niet uitgegeven. Opvallend is dat de geldleningsovereenkomst op 23 april 1987 reeds is gesloten, terwijl de landsverordening tot verlening van de garantie pas op 31 maart 1988 werd gegeven,
Overigens heeft de kamer van BETA Hotel Enterprises N.V. geen nadere gegevens mogen ontvangen, ondanks herhaalde verzoeken
hiertoe,
Garantie verleend t.b.v. Setar.
Bij landsverordening van 14 juni 1988, A.B. no.74 werd besloten de door Setar geaccepteerde wissels, voortvloeiende uit een verstrekt leverancierskrediet van HÉl. 4.080.000,=, voor aval te tekenen.
Het landsbesluit waarbij de nadere voorwaarden worden gesteld,
zl
waaronder dit voor aval tekenen zal geschieden, is niet uitgegeven. De aflossing van het leverancierskrediet zal in 10 gelijke halfjaarlijkse termijnen geschieden.
De mutaties in 1989 op de lening waren:
Saldo 1- 1-1989 HEL. 4.080.000,= Aflossing — 408,000,= Saldo 31-12-1989 HE1. 3.672.000,=
an, Bl EE nd nd Mm dr nn ng Ge GE EE
J. Garantie verleend t.b.v. Caribbean Satellite Systems N.V.
Bij landsverordening van 11 oktober 1988, A.B. no.117 werd besloten garantie te verlenen voor een door Caribbean Satellite Systems N.V, af te sluiten geldlening van U.S.S 850.000,= voor de bouw van een videostation. De lening zal in 10 jaren worden afgelost. Het landsbesluit waarbij nadere voorwaarden worden gesteld voor de verlening van de garantie is, voor zover de Kamer bekend, niet uitgegeven.
Ondanks herhaalde verzoeken daartoe heeft de Kamer van Caribbean Satellite Systems N‚V. geen nadere gegevens betreffende de lening mogen ontvangen. Voor zover de Kamer bekend is heeft ondertekening
van de borgtocht nog niet plaatsgevonden.
K. Garantie verleend t.b.v. Plantation Bay Beach Resort & Casino
NM:
Bij landsverordening van 23 december 1988, A.B.1988 no.152 werd besloten garantie te verlenen voor door Plantation Bay Beach Resort & Casino N.V. af te sluiten geldleningen tot een totaal bedrag van U.S.S 35.004.550,= voor de bouw van het Plantation Bay Beach Resort & Casino.
De aflossing van de leningen zal plaatsvinden in 17 gelijke half jaarlijkse termijnen, waarvan de eerste temmijnen vervallen in 1991,
Het Jandsbesluit waarbij de nadere voorwaarden worden gesteld voor de verlening van de garantie en waarbij machtiging wordt verleend voor ondertekening van de overeenkomsten is, voor zover de Kamer bekend, niet uitgegeven.
Ondanks herhaalde verzoeken daartoe heeft de Kamer geen nadere informatie betreffende de leningen mogen ontvangen van Plantation Bay Beach Resort & Casino N.V,
lS se
Samenvatting. Hoewel de Kamer het afgelopen jaar de beschikking heeft gekregen
over een redelijk aantal gegevens betreffende de garant ies, verJoopt het verzamelen van informatie zowel binnen als buiten de overheid nog zeer moeizaam. Uit het voorgaande is gebleken dat een aantal formele besluiten niet zijn genomen en dat de procedurele regels, wellicht onder de druk der omstandigheden, niet altijd zijn gevolgd. Gebrek aan coordinatie tussen de diverse overheidsinstanties is hier zeker ook debet aan. De Kamer hecht er aan dat de geconstateerde tekortkomingen alsnog op korte termijn worden hersteld.
Opvallend is dat de voorwaarden waaronder de diverse garanties zijn verleend nogal verschillen en dat de geldnemers zich lang niet altijd hebben gehouden aan de gestelde voorwaarden betreffende de afgifte van documenten en informatie. Een actievere stimulerende rol zou hierbij door de overheid, als belanghebbende, ook wel gevoerd mogen worden. |
De Kamer dringt er op aan dat bij eventuele toekomstige garant ieverleningen een betere administratieve begeleiding zal plaat svinden en nodigt de Minister van Financien daarbij uit voor de nodige procedurele regels zorg te dragen. Hierbij zal ook aandacht geschonken moeten worden aan standaardisering van de voorwaarden, opdat het land Aruba zelf een actievere rol kan spelen bij de totstandkoming van de garantievoorwaarden. | Tot slot wordt een overzicht gegeven van de vermoedelijke restant hoofdsomven van de gegarandeerde leningen per ultimo van de komende jaren. De bedragen zijn omgerekend naar arubaanse courant op basis van de koersen per 31-12-1989. De voor 1-1-1986 verleende garanties (excl. Dutchco,) door het land Nederlandse Antillen
zijn hierin niet opgenomen.
Oorspronkelijke bedragen Afl. 410.000.000,= Ultimo 1989 — _385,000.000,= Ultimo 1990 — __369,000,000,= Ultimo 1991 | — _325.000.000,= Ultimo 1992 — __280.000.000,= Ultimo 1993 — _235.000.000,= Ultimo 1994 — _181.000.000,= Ultimo 1995 — _124.000.000,= Ultimo 1996 — __79.000.000,= Ultimo 1997 — 33.000 .000,= Ultimo 1998 — 12.000.000,=
Ultimo 1999 — ____1.000,000,=
aA os
11. Meerjarenplan projecten.
Een taak die afzonderlijk is opgedragen aan de Algemene Rekenkamer is de controle op de uitgaven in het kader van het Meerjarenplan. Een en ander is vastgelegd in het landsbesluit no. 156 van 1981. Aanpassing van deze zogenaamde beheers- en bestuursregelen voor het Meerjarenplan aan de situatie, zoals die is ontstaan na de status aparte van Aruba, is nog steeds in voorbereiding.
Overigens zal de funktie van de Algemene Rekenkamer Aruba bij de controle op de uitgaven van het Meerjarenplan niet wezenlijk veranderen. Het verheugt de Kamer te kunnen melden dat de achterstand in de controle van de Meerjarenplanprojecten in 1989 volledig kon worden weggewerkt.
De volgende verslagen werden uitgebracht door de Kamer:
20- 4-1989 verslag projectuitgaven 1983 t/m 1985 14- 7-1989 n i 1986 3- 8-1989 é oe 1987 28- 91989 Ô Ë 1988
Bij de verslaglegging is naast de controle van de diverse projekten door de Kamer de nodige aandacht geschonken aan de organisatorische problemen van de Afdeling Administratie Ontwikkelingsprojecten binnen de Direktie Financien. Door het niet volledig slagen van de voorgestane integratie van het voormalige Administratie Bureau Ontwikkelingsprojecten in de Direktie Financien, is een situatie ontstaan die niet optimaal is voor een goede administratieve begelei ding van de Meerjarenplanprojecten. De Kamer dringt daarbij aan op het nemen van maatregelen, teneinde tot een betere begeleiding van de uitvoering van de projekten te komen. Het belang daarvan is bij een jaarlijks beschikbaar budget van ca. AEÉl. 30.000.000,= genoegzaam aanwezig.
Op 6 oktober 1989 besloot de Ministerraad het Administratiebureau voor Ontwikkelingsprojecten weer als zelfstandige overheidsinstantie, srvact reececorterend onder de Minister van Financien, in te stellen. De desbetreffende landsverordening tot instelling van dit bureau
is echter nog steeds in voorbereiding (situatie juni 1990).
— 45 =
12. DOMEINBEHEER, Bij een onderzoek naar de financiele verantwoording van de Dienst Domeinbeheer over 1988 door de Centrale Accountantsdienst, bleek het niet mogelijk te zijn tot een goedkeurende verklaring te komen en konden slechts de bevindingen worden vermeld met een opsomming van de geconstateerde omissies. Hieronder zullen de belangrijkste
tekortkomingen in het kort worden toegelicht.
In het algemeen was de archivering van de dossiers en de ministeriele beschikkingen erg slordig. De registratie van de diverse gegevens was onvolledig en niet exact en er bestond een achterstand in het bijwerken van de registratie van ruim 2 jaar, wat de controle dan ook erg bemoeilijkte.
De opbrengsten van deze dienst zijn onder meer erfpacht, optierecht (nauw verwant aan erfpacht ),huur gronden en water, huur dienstwoningen
en leidingentrace!'s.
Erfpacht.
Ten aanzien van de opbrengsten uit hoofde ven erfpacht was controle
op de volledigheid van de opgelegde aanslagen niet mogelijk:
— er bestaat geen registratie van het totale grondgebruik van Aruba en het gebruik daarvan:
— er wordt geen verband gelegd tussen de afgekomen erfpachts toekenningen en de mutaties in het leggerbestand van waaruit de kohieren worden samengesteld;
— er is geen standenregister voor het snel controleren van de juist
heid en volledigheid van de kohier samenstelling.
Opt ierecht.
Met betrekking tot dit recht, dat vooruitlopend op het definitief in erfpacht uitgeven van grond, tegen half tarief wordt gegeven, werd in een geval geconstateerd dat afgeweken is van de voorgeschreven procedure dat de betreffende stukken eerst worden afgegeven wanneer het verschuldigde recht volledig is betaald.
Ultimo 1988 stond een bedrag van ca. Afl. 1.100,000,= open over de jaren 1984 t/m 1988. Hoofdzakelijk betreft het hier opties die vervallen zijn of wel zijn aangevraagd en toegekend maar niet zijn
betaald, Zie verder het gestelde bij paragraaf 7 van dit jaarverslag.
KS
_ 46 —
Huur gronden en water.
Er bestaat geen systematische signalering van de contracten die aflopen. Door de Dienst Domeinbeheer zelf wordt geen actie ondernomen om de contracten te verlengen of te beeindigen. Het initiatief daar
toe wordt om de huurder overgelaten.
Leidingentrace.
Er ontbreekt een registratie van de aanwezige leidingen trace's, zodat niet gecontroleerd kan worden welke daarvan opbrengsten moeten
leveren.
Ten aanzien van de uitgaven van deze Dienst is geconstateerd dat
de post “overwerk” in 1988 drastisch is toegenomen ten opzichte
van 1987, Dit zou geheel door de bewakerslonen komen, wanwege het
niet vervangen van de met VUT vertrokken bewakers, terwijl de hoeveel
heid werk het zelfde is gebleven.
De loonadministratie van deze bewakers wordt overigens gedeeltelijk
door Domeinbeheer en gedeeltelijk door de Directie Financien uitgevoerd
(respectievelijk voor voormalige eilands- en voormalige landsbewakers),
hetgeen geen ideale situatie is. De administratie en de interne
controle vertonen grote leemtes — onder meer vindt er geen afstemming
plaats tussen de diverse registraties:
— geen verband werkbriefjes en ziekte en verlof kaarten:
— door enkele bewakers worden geen werkbriefjes ingevuld en er vindt geen controle op aanwezigheid op de werkplek plaats.
Verder is geconstateerd dat verschillende bewakers een te hoge conti
nudiensttoelage ontvangen.
Uit het bovenstaande blijkt dat de achterstanden bij de Dienst Domeinbeheer aanzienlijk groot zijn.
Ultimo 1988 was de achterstand in de oplegging van de kohieren erfpacht 26 maanden tot een bedrag van + Afl. 5.000.000,=. Eind december 1987 was dit 21 maanden tot een bedrag van + Afl. 3.500.000,=. Dit betekent bij een rente percentage van 9 voor 1988 een rentederving van +. Afl. 387.000,=.
In 1989 is slechts een kohier uitgebracht; uitimo 1989 bedroeg de achterstand 37 kohieren tot een bedrag van + AfL. 8,000.000,=.
Voorts is geconstateerd dat de gehanteerde grondwaarden per M2 voor de berekening van het erfpachtsrecht niet formeel goedgekeurd zijn.
Het laatste voorstel tot wijziging dateert van 1982 welke voorstel
ede
trouwens nog niet is goedgekeurd. De gehanteerde grondwaarden en het gehanteerde rentepercentage f 6%) zijn dringend aan een herziening toe,
Met betrekking tot de huur van gronden bestaat er een achterstand van l jaar; het kohier over 1988 was nog niet opgemaakt en er moet nog een aanvullend kohier (+ 1200 aanslagen) over de afgelopen jaren worden opgemaakt voor de oplegging.
Tenslotte worden bij de dienstwoning nog huren tussen Afl. 30,= en Afl. 200,=, gemiddeld Afl. 90,= in rekening gebracht. Deze huurbedragen zijn meer dan 15 jaar oud en sindsdien niet meer gewijzigd. Aanpassing dient dan zeker ook aanbevolen te worden.
Gezien de hierboven gekenschetste situatie moet de Kamer dan ook, vooral met betrekking tot de achterstanden, ernstig aanbevelen de
nodige maatregelen te nemen.
54
z A8
13. DIRECTIE DER POSTERIJEN.
In de periode augustus tot en met oktober 1989 rapporteerde de Centrale Accountantsdienst aan de Minister van Financien omtrent de controle van de financiele verantwoording van de Dienst der Posterijen over de jaren 1986 tot en met 1988 en de financiele verantwoording over 1986 en 1987 van de Postwisseldienst.
Hierbij werd uitgegaan van de door de dienst opgestelde maandstaten
en de saldistaten per ultimo van het jaar.
Posterijen.
Van de resultaten van de gevoerde activiteiten in voornoemde jaren
kan de volgende opstelling worden gegeven.
Bedragen op kasbasis x Afl. 1.000,=.
Exploitatie Jaar Opbrengsten Uitgaven Resultaat 1986 3,449,5 4,221,1 -/- 712,3 1987 3:0206,L â,088,6 -/- 582,5 1988 4,356,8 4,289,8 +/+ 67,0
De verantwoording over deze jaren geeft een getrouw beeld van de resultaten en openstaande posten per ultimo van het jaar voor de jaren 1987 en 1988, Over het jaar 1986 is deze verklaring niet afgegeven voor zover het betreft de kosten; deze zijn uit de niet gecontroleerde rekening 1986 van het Land overgenomen.
Over bovengenoende cijfers kan het volgende worden medegedeeld. Uit de opstelling is te zien dat de opbrengsten in 1987 en 1988 toenamen. Deze toename kan worden verklaard door dat voor het eerst in 1987 na het ingaan van de Status Aparte bedragen met betrekking tot het postverkeer met het buitenland zijn ontvangen.
De uitgaven daalden in 1987 sterk door lagere sociale lasten; in 1986 waren deze incidenteel hoger door ziektekosten en kosten van de wachtgeldregeling. Daarentegen namen de kosten van door derden geleverde prestaties toe, vanwege betalingen over 1986 (de administratie is op kasbasis). Dit was ook het geval in 1988. Hier stegen de kosten van door derden geleverde prestaties met Afl. 197.,000,= (ca. 120%),hiervan had Afl. 153.000,= betrekking op betalingen over 1986 en 1987.
Gesaldeerd behaalde de dienst der Posterijen een negatief exploitatie
resultaat van + Afl. 1.288.000,= bij een omzet van Afl, 11.313.000,=
over voornoemde jaren. In procenten betekent dit ca. 11% verlies.
_ 49 —
De Centrale Accountantsdienst heeft de minister geadviseerd de tarieven van deze dienst met 10 — 15% te verhogen. De Kamer kan zich verenigen met het standpunt dat de Dienst der Posterijen een dienstverlenend bedrijf is, die zonder verlies zou moeten opereren. Verhoging van de tarieven kan hierin een uitkomst brengen.
Dit zal echter gepaard moeten gaan met een sterke beheersing van de kosten. In dit verband kan ter illustratie de volgende opstelling
in procenten van de soorten uitgaven worden gegeven.
in % van de totale uitgaven.
1986 1987 1988 Loonkosten. 14,9 68,0 62,4 Overige bedrijfskosten. 18,3 24,4 29,4 Diverse Algemene kosten. 6,8 7,6 8,2 100,0 100,0 100,0
De afdrachten van de geldmiddelen aan de Ontvanger verliep zeer slecht. Per ultimo van de onderzochte jaren bedroeg de schuld aan de Ontvanger: 1986 Afl. 2.192.700,=; 1987 Afl. 1.680.700,=; 1988 AFI. 3.434.800,=.
Uit het oogpunt van een goed liquiditeitsbeheer door de overheid is dit een slechte zaak, |
Voorts kan nog worden opgemerkt dat in de uitgaven over 1988 nog kleine wijzigingen kunnen voorkomen. Van een aantal uitgaaf posten zijn de bedragen geraamd, aangezien de definitieve rekening van het land nog niet is opgesteld. Interessant is nog te vermelden dat ten behoeve van andere landsinstellingen geleverde diensten met name porto kosten, nog niet ten laste van de desbetreffende diensten zijn gebracht.Ook zijn de in de administratie van de Directie Financien verantwoorde inkomsten der Posterijen en de werkelijke inkomsten der posterijen in 1986 t/m 1988 niet met elkaar in overeen stemming. Door de Centrale Accountantsdienst is met Financien overeengekomen dat de verschillen in de rekening 1988 van het Land zullen worden gecorrigeerd.
Postwisseldienst.
De Postwisseldienst is een afzonderlijk onderdeel van de Dienst der Posterijen. In 1989 rapporteerde de Centrale Accountantsdienst over dit onderdeel aan de Minister van Financien.
Over de jaren 1986 en 1987 was zij van oordeel dat de cijfers een getrouw beeld gaven van de uitgaven en ontvangsten, de saldi per
ultimo van de jaren en de resultaten over deze jaren, Van de resulta
A]
— 50 —
ten in voormelde jaren is de volgende opstelling gemaakt.
Bedragen x Afl. 1.000,=.
1986 1987 Postwisselrecht. Sd 21,4 Vergoeding op uitbetaalde buitenlandse wissels. 0,5 11,7 40,7 CHN Vergoeding aan het buitenland wegens uitbetaalde Arubaanse wissels. — 14,7 —-14,3 26,0 24,8 Koersverliezen. 369,0 59,1 Afboeking vergaande vordering, 0,0 24 -359,0 Se
De cijfers over 1988 zijn nog niet beschikbaar.
De omzet bedroeg in beide jaren ca. Afl. 4.000.000,=.
Zoals uit bovenstaande cijfers blijkt, zijn aanzienlijke koersverliezen
geleden met betrekking tot het postwisselverkeer met Nederland, welke verband hielden met de sterke daling van de arubaanse florin
ten opzichte van nederlandse gulden.
Een groot deel van de verliezen is echter ook te wijten aan het feit dat de Directie Financien met grote traagheid de aan Nederland verschuldigde bedragen overmaakte, Bedragen in de orde van grootte van Afl. 200.000,= tot Afl. 380.000,= zijn na verzoek van de Posterijen om overmaking medio 1986 eerst in maart 1987 naar Nederland overgemaakt; gemiddeld 7 maanden later. In een geval zelfs 10 maanden later.
Een groot deel van de betalingen door Financien ten behoeve van de Postwisseldienst werden op een verkeerde grootboekrekening en/of in een verkeerd dienstjaar geboekt. Ook terugbetalingen werden op een verkeerde rekening of in een verkeerd dienstjaar geboekt.
Per saldo moest door de postwisseldienst eind 1987 nog een bedrag van Afl, 4.965.,925,= worden afgedragen aan de Ontvanger. Inmiddels is een gedeelte hiervan betaald.
In verband met het bovenstaande heeft de Centrale Accountantsdienst geadviseerd om de afwikkeling van buitenlandse postwissels recht
streeks door de Dienst der Posterijen te laten plaatsvinden,
ER En
Slotopmerking.
De Centrale Accountantsdienst heeft de Minister in overweging gegeven, terwille van een beter inzicht in de gang van zaken met betrekking tot de exploitatie ‚ de Dienst der Posterijen in een bedrijf om te bouwen. Het zelfstandig verzorgen van de Postwisseldienst door de dienst der Posterijen is reeds een eerste stap in deze richting. Los van deze beleidsmatige aspecten stelt de Kamer zich op het stand punt dat de Dienst der Posterijen, onafhankelijk van de organisatie vorm, op een bedrijfsmatige wijze moet worden geexploiteerd.
Verliezen mogen daarbij niet worden geleden. Liquide middelen van deze dienst moeten sneller dan voorheen worden afgedragen aan de
Ontvanger .
DEN ie
— de salarisadministratie vertoont tal van gebreken, er vindt geen ziektedagenregistratie plaats, er vonden in 1987 geen afdrachten A.O.W., A.W.B.Z. plaats, er zijn geen arbeidscontracten aanwezig, sommige personeelsleden ontvangen tevens arubaanse kinderbijslag, etC,;
- diverse cheques ontvangen van begin tot medio 1987 waren in 1989 nog niet geind;
-— diverse voorschotten voor dienstreizen zijn niet afgewikkeld c.q. niet voorzien van de nodige bewijsstukken;
- bij het toekennen van daggeldvergoedingen worden verschillende systemen gehanteerd;
—- betaalde facturen tot een totaal bedrag van f. 45.000,= waren niet voorzien van een goedkeuringsparaaf ;
— een debiteurenadministratie wordt niet gevoerd. De controle van het financieel overzicht over 1988 kon eind september 1989 nog niet plaatsvinden omdat ondanks alle gemaakte afspraken de overzichten niet waren opgemaakt. Zelfs het kasboek was per eind 1988 niet bijgewerkt. Het accountantskantoor merkte al wel op dat door het ontbreken van controlebladen over het gehele jaar 1988 (bij de studentenadministratie) de controlekosten ca. f, 4.500,= hoger zullen uitvallen. Bovenvermelde problemen worden veroorzaakt door de zowel kwalitatieve als kwantitatieve onderbezetting van de afdeling financien van het Kabinet. De inzet van een tweetal tijdelijke krachten medio 1989 heeft geen verbetering gebracht. Aileen nog het treffen van structurele maatregelen in de personeelsbezetting zal een oplossing kunnen bieden. Door de Kamer is, gelet op het verontrustende karakter van de aangehaalde rapporten en de door het Kabinet telkenmale gedane toezeggingen die later weer niet werden nagekomen, aan de Gevolmachtigd Minister in Nederland bij brief van 8 februari 1990 om nadere informatie gevraagd. Begin mei 1990 was nog geen reactie van de minister ontvangen.
De Kamer spreekt door middel van dit jaarverslag nogmaals haar veront
rusting uit over het vorenstaande en dringt aan op de spoedige opvol
ging van de door het VB Accountantskantoor VNG gegeven adviezen.
def
°
EE
15. PERSONEELSUITGAVEN EN —-ADMINISTRATIE.
15
15.2
Algemeen.
Door de Centrale Accountantsdienst is in 1989 een onderzoek ingesteld naar de betalingen inzake salarissen en lonen over het dienstjaar 1987. Uit dit onderzoek bleek dat de juistheid van de gedane betalingen niet kon worden aangetoond vanwege tal van ontbrekende oromvens en een slecht functionerende interne controle. Een aantal. personeelskaarten bleek niet volledig te zijn bijgewerkt, terwijl sommige kaarten zelfs niet aanwezig waren. Ook personeelsdossiers bleken niet volledig te zijn en konden in bepaalde gevallen niet worden overgelegd.
Gegevens over het personeel van het Arubahuis zijn in het geheel niet voorhanden. Bij de salarisadministratie van de Direct ie Financien bleken in sommige gevallen de stukken die betrekking hebben op de mutaties van de betaalsrollen niet te zijn bewaard, zodat controle niet mogelijk bleek. Een standenregister is niet aanwezig bij de salarisadministratie, waardoor geen controle kan worden uitgeoefend op de totaalbedragen der betaalsrollen. Niet aangetoond kon worden dat de ingevoerde mutaties in het computerbestand worden gecontroleerd, voordat wordt overgegaan tot uitdraai van de betaalsrollen. Zelfs wordt de mogelijkheid niet uitgesloten geacht dat meerdere personen zelfstandig in de gelegenheid zijn mutaties in het computerbestand aan te brengen.
De Kamer acht de bevindingen van de Centrale Accountantsdienst zeer ernstig. De personeelsuitgaven beslaan ongeveer de helft van de totale exploitatieuitgaven van de overheid. Uit het oogpunt van controle van deze fraudegevoelige uitgaven en uit het oogpunt van het kunnen beheersen van deze belangrijke kostensoort, dringt de Kamer aan op het op korte termijn nemen van maatregelen waardoor de geconstateerde tekortkomingen zullen worden verholpen. Deze tekortkomingen hebben niet alleen betrekking op de bevindingen van de Centrale Accountantsdienst, maar ook op de bevindingen van de Algemene Rekenkamer waarover
in dit onderdeel van het jaarverslag 1989 wordt gerapporteerd.
Totale personeelskosten.
Zoals hiervoor al is aangegeven vormen de salariskosten ongeveer de helft van de totale exploitatie uitgaven van de overheid.
Aangezien de rekeningen van het land vanaf 1987 niet zijn
— 55 —
opgemaakt is het moeilijk om een juist inzicht te krijgen
in de opbouw en het verloop van deze kosten gedurende de jaren.
De begrotingen bieden daartoe onvoldoende mogelijkheden omdat
de ramingen niet altijd zuiver zijn, de wijze van ramen van
jaar tot jaar verschilt, en veelal niet van de juiste formatie wordt uitgegaan. Ter illustratie een aantal bevindingen van
de Kamer bij de ramingen in de begrotingen 1990:
— De begroting is gebaseerd op 3.507 ambtenaren, arbeiders en werksters. Volgens opgave van het centraal bureau personeel. en organisatie is dit aantal daadwerkelijk per 31-12-1989: 3.646 en per 1-5-1990: 3.963. Per laatst genoemde datum was het personeelsbestand derhalve 13% hoger dan
in de begroting is geraamd.
- In de begrotingen van W.E.B. en D.O.W. is geen rekening gehouden met de afschaffing van het zogenaamde “ongehuwden” salaris.
—- In bepaalde gevallen wordt bij normale vacatures, zijnde geen uitbreidingsvacatures, geen bedrag geraamd maar wordt volstaan met een promemorie raming. Als voorbeelden kunnen worden genoemd de vacatures voor directeur en administrateur bij de dienst openbare werken. Bij vervulling van deze vacatures is derhalve geen raming aanwezig, zodat aanvullende middelen aangevraagd moeten worden.
„— In de begroting 1990 is in tegenstelling tot voorgaande begrotingen het personeel van de bijzondere scholen in
de salarisstaat als overheidspersoneel meegerekend.
Hoewel uit het vorenstaande blijkt dat de gegevens uit de begrotingen niet geschikt zijn voor een juiste vergelijking van de personeelskosten is, bij gebrek aan beter materiaal, bij de volgende overzichten hiervan toch uitgegaan. Uit de cijfers van de voorlopige rekeningen en de begrotingen is een overzicht gemaakt van het verloop van de salariskosten over de jaren 1986 t/m 1990. De jaren 1988, 1989 en 1990 zijn begrotingscijfers., De bedragen zijn vermeld in miljoenen florins en hebben betrekking op alle statenleden, ministers, ambtenaren, werklieden, onderwijzend personeel, etc. Personeel. van gesubsidieerde instellingen en personeel van bijzondere
scholen valt hier niet onder.
— 56 — Werkelijk Begroot Omschrijving 1986 1987 1988 1989 1990 Bezoldigingen 73,9 19,5 79,2 87,8 97,0 „Lonen (incl.TAV) 19,8 19,5 17,9 14,6 BS Overwerk 3,4 4,7 GPS) 5, GRE Toelagen PNT, SD 2,9 1,5 2,8 Overige uitkeringen 1,4 0,7 1,4 RE, 2,6 Kindertoelagen 2,4 2D 2,4 Ars PED Geneeskundige behande Ling 6,4 6,1 6,0 6,4 Fog Compensatie 4,0 4,1 4,1 4,1 4,9 AOV /AWW Pensioenbijdragen 10,6 10,7 LO 13,9 ie Pensioenuitkeringen AD 11,3 14,0 16,4 E70 VUIL uitkeringen 0,0 0,0 0,8 0,8 4,8 134,2 142,6 142,7 154,4 167,4
Hoewel de rekening over het jaar 1988 niet gereed is en derhalve geen gespecificeerd overzicht van de werkelijke salariskosten kan worden gegeven, kan worden berekend dat het totaal der kosten ca. Afl. 149.300.000,= heeft bedragen. Dit bedrag is Afl. 6.600.000,= hoger dan het begrote bedrag, of wel een overschrijding van 4,6%. |
Bij een beschouwing van het verloop van de totale personeelskosten blijkt sprake te zijn van een gestadige groei. Procentueel stijgen de totale salariskosten t.o.v. het vooraf gaande jaar: rekening 1987: 6,3% rekening 1988: 4,7% begroting 1989: 3,4% begroting 1989: 8,2% begroting 1990: 8,4%
‚o.v. werkelijke kosten 1986; .o.v. werkelijke kosten 1987; .o.v. werkelijke kosten 1988;
.o.v. begroting 1988;
ct ct ct ct ct
‚o.v. begroting 1989.
Deze stijgingen worden hoofdzakelijk veroorzaakt door de stijging van de bezoldigingen van de ambtenaren en de stijging van de kosten van persioenuitkeringen. De loonkosten daaren
tegen vertonen een sterk dalende tendens. De stijging voor
A
15.3
7
1990 wordt beinvloed door de afschaffing van het zogenaamde ongehuwdensalaris,
Verder valt op dat de ramingen voor overwerk, gelet op de werkelijke uitgaven over 1987 aan de lage kant zijn. Dit zelfde geldt voor de ramingen voor toelagen. Vreemd is ook dat bij een toenemend aantal personeelsleden de ramingen voor kindertoelagen afnemen.
Bij de interpretatie van de cijfers over 1989 en 1990 moet rekening worden gehouden met het gegeven dat in beide begrotin
gen van een te lage personeelsbezetting is uitgegaan.
Aantal personeelsleden en schaalindeling.
Volgens van het Centraal Bureau Personeel en Organisatie verkregen informatie bedroeg het werkelijk aantal personeels
leden per de vermelde data:
31-12 31-12 31-12 31-12 1-5 Omschrijving 1986 1987 1988 1989 1990 Ambtenaren en arbeidscontractanten ADAT 2.638 2.668 2e 3,059 Arbeiders en werklieden 985 923 880 700 133 Werksters met volle of gedeel telijke dagtaak 185 1/76 150 135 169 Totaal 3,697 EPN 3.698 3,646 3.963
mmm mmm nn mn dd En mn mnd nerd ar terre me vn eg en tb van On on gn mmm nn er en —_—_ Gn Sne Gr Me enn aan mn gan mn ater Baer OD AD On
Omdat de desbetreffende procedurele uitvoering nog niet geheel is afgerond is nog niet exact aan te geven hoeveel personen tot en met 31-12-1989 van de VUT regeling hebben gebruik gemaakt. Globaal kan echter worden gesteld dat dit aantal ruim 600 is.
Zoals uit bovenstaand overzicht blijkt is ondanks de VUT maatregel het totale personeelsbestand alleen maar toegenomen. Met name het aantal ambtenaren en arbeidscontractanten is aanzienlijk gegroeid, zoals blijkt uit bovenstaand overzicht. Naast bovenstaande cijfers zijn gegevens uit de begrotingen voor de jaren 1986 t/m 1990 voorhanden. Zoals in paragraaf 15.2 is opgemerkt moeten de cijfers uit de begroting echter met de nodige voorzichtigheid worden gehanteerd.
De begrotingen (inclusief die der bedrijven) zijn gebaseerd
te BE
op de volgende aantallen personeelsleden:
Omschrijving
Ambtenaren
Arbeiders en
werksters
Sub totaal
Onderwijzers
(openbaar )
Personeel ere
diensten
Totaal
1986
‘mg gg
2,196
1.080
3.276
255
1987
mg
Zserl
1.055
Je
261
mmm mn nn am nn vn
1988
‘mmm ggn
Zia
LDA)
3.278
263
mmm dn mn de EE
1989 2.558
884
3.442
287
1990 Zetel
710
3,501
289
Confrontatie van beide overzichten laat duidelijk zien dat
tot dusver alle begrotingen zijn gebaseerd op cen te laag aantal
personeelsleden, vergeleken met de situatie per 31 december
van het voorafgaande jaar (exclusief personeel onderwijs
en erediensten):
begroting aantal werkelijk aantal te laag percentage 1987 3326 31-12-1986 3.697 371 11% 1988 3,28 31-12-1987 3.737 459 14% 1989 3.442 31-12-1988 3.698 256 7% 1990 3,901 31-12-1989 3,646 145 4% 1990 3.501 1l- 5-1990 3.963 462 13%
Een ander gegeven dat uit de begrotingen kan worden gehaald is de schaalindeling van de ambtenaren. Voor een beter overzicht
zijn de schalen groepsgewijs ingedeeld.
1986 1987 1988 1989 1990
Schaal aantal aantal aantal aantal aantal 1 t/m 3 542 542 489 476 604 4 t/m 6 864 854 901 1.066 1.050 7 t/m 9 529 580 569 658 691 10 t/m 12 206 220 211 258 269 13 t/m 15 38 46 52 76 85 16 14 25 26 19 24 hoger dan 16 3 4 5 5 8 Totaal 2,196 Zeald 22223 2,298 22131
pan mm
ON
Varenstaand overzicht N uitgedrukt in procenten van het totaal geeft het volgende beeld:
Schaal 1986 1987 1988 1989 1990 1 t/m 3 24,7 23,9 21,7 18,6 22,1 A t/m 6 39,4 ch 40,0 41,7 38,5 7 t/mo 24,1 25,6 25,3 25,7 25,3 10 t/m 12 9,4 9,7 9,3 10,0 9,8 13 t/m 15 1,7 do Di 3,0 3 16 0,6 al 1,2 0,8 0,9 hoger dan 16 0,1 0,1 0,2 0,2 0,3 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
mn mn mn de EE mn, mr mg mn mm er mm mn ng EE mn GE dd
Geconcludeerd kan worden dat over het algemeen genomen de schaalindeling van de ambtenaren gedurende de jaren redelijk constant blijft. De daling in de laagste schalen (1 t/m 3) tot en met 1989 wordt gevolgd door een behoorlijke toename in 1990, In de hoge schalen vanaf schaal. 13 valt zowel nominaal als procentueel een behoorlijke toename waar te nemen. Vergelijking van 1990 ten opzichte van 1986 laat voor deze categorieen een toename zien van 55 naar 117, of wel van 2,4% naar 4,33.
Aangezien de opbouw van de salarisschalen vrij evenredig is kan een gemiddelde salarisschaal Vrij gemakkelijk berekend worden. Op basis van de begrotingsgegevens was de gemiddelde salarisschaal van de ambtenaren in 1986: 5,89; 1987: 6,02; 1988: 6,08; 1989; 6,18: 1990: 6,10.
Hierbij valt dus ook een stijging te constateren, die in 1990 weer gedeeltelijk wordt geelimineerd door de toename van het aantal anbtenaren in de laagste salarisschalen.
Bij interpretatie van deze cijfers moet steeds weer een voorbehoud worden gemaakt voor het niet volledig zijn van de begrotingscijfers. Bovendien is geen rekening gehouden met de vooral in de hogere salarisschalen toegekende toelagen, die het getoonde beeld kunnen wijzigen. Zie voor de toelagen
overigens onderdeel 5 van deze paragraaf,
15.4 Bevorderingen.
Alle besluiten tot benoeming, ontslag, bevordering, etc, dienen in afschrift aan de Algemene Rekenkamer te worden
i 60
gezonden. Met name in de jaren 1986 en 1987 heeft de Kamer lang niet alle besluiten in afschrift ontvangen. Voor zover valt te beoordelen was dit in 1988 en 1989 veel beter geregeld. Hoewel de Kamer derhalve niet kan instaan voor de volledigheid, wordt hieronder een overzicht gegeven van de in de jaren 1988 plaatsgevonden hebbende bevorderingen van ambtenaren. Opvallend is de grote mate van terugwerkende kracht van de bevorderingen, waardoor het geen uitzondering is dat bepaalde ambtenaren ineens 3 of 4 schalen hoger worden bezoldigd na bevordering,
De Kamer acht het niet op haar weg te liggen de redenen van deze bevorderingen te onderzoeken. Wel wil zij opmerken dat het weinig correct is een ambtenaar soms meer dan 5 jaren op een bevordering te laten wachten, indien hij of zij daar recht op heeft. Deze handelwijze komt ook het inzicht in de structuur van de salariskosten van de overheid niet ten goede.
In 1988 is het slechts 5x voorgekomen dat een ambtenaar een bevorderingsbesluit ontváng, voor de datum waarop de bevordering in zou gaan; in 1989 geen een keer.
Het hierna volgende overzicht geeft aan het aantal bevorderingen en het aantal jaren terugwerkende kracht dat aan deze
bevorderingen was verbonden:
Aantal. 1988 1989 5 jaar of korter 132 84 5 tot 1 jaar 148 137 l tot 2 jaar 141 119 2 tot 3 jaar 3 50 3 tot 4 jaar 32 70 4 tot 5 jaar 6 13 5 jaar of langer 4 12
536 485
De salarisschalen waarin deze bevorderingen plaatsvonden
zijn:
Schaal 1988 1989 l t/m 3 186 104 4 t/m 6 205 191 7 t/m®9 119 141 10 t/m 12 26 49 13 t/m 16 0 0
15.5
DN ee
Opvallend bij deze cijfers is de toename in 1989 van het aantal. bevorderingen in de schalen vanaf 7 en de daling van het aantal bevorderingen in de lagere salarisschalen.
Tot slot kan een indicatie worden gegeven van het financiele effect van deze bevorderingen. Er vanuit gaande dat een bevordering gepaard gaat met een (1) periodieke verhoging, die gemiddeld Afl. 150,= groot is en bij een aantal achterstallige maanden van 8.204 in 1988, betekent dit een nabetaling van bruto Afl. 1.230.600,=. Met compensatie AOV, pensioenbijdragen etc. is hierbij geen rekening gehouden.
De bevorderingen 1989 hadden een terugwerkende kracht van in totaal 9.560 maanden, hetgeen een nabetaling van Afl. 1.434.000,= inhoudt.
Toelagen.
Op grond van de artikelen 25 en 26 van de LMA (Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht) kunnen toelagen aan ambtenaren worden toegekend.
Ingevolge art. 25 kan de betrokken minister aan de ambtenaar, aan wie zodanige eisen worden gesteld dat zijn positie of taak een bijzonder karakter draagt, een toelage toekennen tot ten hoogste 25% van de genoten bezoldiging.
Ingevolge art. 26 heeft een ambtenaar die belast is met de tijdelijke waarneming van een ambt, dat in belangrijkheid en verantwoordelijkheid aanmerkelijk uitgaat boven het eigenlijke ambt van de ambtenaar, over de tijd der waarneming aanspraak op toekenning door de betrokken minister van een toelage. Deze toelage bedraagt het verschil tussen de eigen bezoldiging en de bezoldiging die hij zou genieten als hij definitief in het ambt dat hij waarneemt zou zijn benoemd. Verder moet de waarneming aan een aantal voorwaarden voldoen zoals een minimum periode, Bovendien moet de ambtenaar door
het bevoegde gezag als waarnemer zijn aangewezen.
Art. 26 LMA,
Ten aanzien van de art. 26 toelagen kan het volgende worden opgemerkt. Hoewel in dit artikel duidelijk wordt gesteld
Ee ne
dat de desbetreffende ambtenaar door het bevoegde gezag moet zijn aangewezen als waarnemer wordt hier niet altijd de hand aan gehouden. Met name bij het personeel van de inspectie invoerrechten en accijnzen worden regelmatig toelagen op basis van dit artikel toegekend voor waarneming van een hogere functie, waarvoor geen specifieke aanwijzing heeft plaatsgevonden. Volgens informatie verkregen van het Centraal Bureau Personeel en Organisatie is dit nog een voortvloeisel uit een algemene beschikking voor het Douanepersoneel, die destijds genomen is door het land Nederlandse Antillen en die is geplaatst op de positieve lijst bij de overgang naar de status aparte van Aruba. Het toekennen van een toelage op basis van art. 25 is hierbij beter op zijn plaats. Opvallend bij de toelagen aan het personeel van de inspectie invoerrechten en accijnzen is ook dat besluiten zijn genomen met een terugwerkende kracht van soms wel negen jaren.
Na een eventuele bevordering wordt steeds weer een hogere functie waargenomen. De waarnemingen vinden daarbij veelal het gehele jaar plaats, De Kamer acht het wenselijk tot een juiste inschaling van het personeel te komen, waardoor dit soort toelagen tot het verleden gaat behoren,
Overigens heeft de Kamer geconstateerd dat in een aantal gevallen niet wordt voldaan aan de eisen van het minimum aantal dagen van vervanging en dat in incidentele gevallen door twee personen een toelage is verkregen voor waarneming van dezelfde functionaris gedurende dezelfde periode.
Voor zover de Kamer de beschikking heeft gekregen over afschriften van besluiten ex, art. 26 — voor de volledigheid kan dus niet worden ingestaan — kan over de jaren 1988 en
1989 het volgende overzicht van toekenningen worden gegeven:
aantal ten
Omschrijving 1988 1989 a. permanente waarneming van (mees
tal) het diensthoofd. 3 12 b., waarneming van het hoofd geduren
de bepaalde periode. 33 34 c. waarneming bij inspectie I. en A. 35 20
Totaal 1Ì 66
Ce
Het bedrag gemoeid met de toelagen bedoeld onder a beliep in 1988 Afl. 47.000,= en in 1989 Afl. 97.000,=, beiden berekend op jaarbasis.
Het bedrag gemoeid met de toelagen bedoeld onder b beliep in 1988 Afl. 96.000,= en in 1989 Afl. 87.000,=, beiden berekend over de desbetreffende periode.
Het bedrag gemoeid met de toelagen bedoeld onder c beliep in 1988 Afl. 208.000,- en in 1989 Afl. 55.000,-, beiden berekend over de desbetreffende periode.
Het betreft hier de bedragen in de genoemde jaren genomen besluiten. Doorwerking van eerder genomen besluiten is hierin
dus niet verwerkt.
Art. 25 LMA,
De toekenning van toelagen ex. art. 25 kent nauwelijks beperkingen. Geconstateerd wordt dan ook dat ambtenaren die niet in aanmerking komen voor een toelage ex. art. 26, bijvoorbeeld vanwege een te gering aantal dagen, deze toelage dan krijgen op basis van art. 25, Het grootste gedeelte betreft dan ook vervangingstoelagen. Relatief veel toelagen op basis van vervanging worden toegekend bij de politie.
Het volgende overzicht van de gedane toekenningen kan worden
gegeven: Aantallen
Omschrijving 1988 1989 a. 25% van bezoldiging wegens bijzondere
functie (permanent). 6 9 b. permanente toelage op basis van hogere
schaal, 22 25 Cc. waarneming van hogere functie ge
durende bepaalde periode. 24 21 d. waarneming gedurende bepaaide periode
bij politie. 28 15 De met deze toelagen gemoeide bedragen zijn:
1988 1989
ad. a. AÉ£l. 78.000,= (jaarbasis) Afl. 85.000,= (jaarbasis); ad. b. Afl. 85.000,= (jaarbasis) Afl. 190.000,= (jaarbasis); ad. c. AÉ£l. 36.000,= ( periode }) Afl. 75.000,= ( periode };
ad. c. Afl. 19.000,= ( periode ) Afl. 6.000,= ( periode }.
it
4
{A
15.6
_ 64 —
Ad a. Dit betreft hoofdzakelijk ambtenaren die ter beschikking werden gesteld aan een minister.
Ada b. Dit betreft hoofdzakelijk ambtenaren die niet bevorderd (kunnen) worden, maar waarvan het wenselijk wordt geacht ze volgens een hogere salarisschaal te bezoldigen.
Ad a. Dit betreft hoofdzakelijk waarnemingen van functies op een niveau, waarvoor art. 26 niet van toepassing 1S.
Ad d. Dit betreft waarnemingen van functies bij de politie,
waarvan art. 26 niet van toepassing is.
Overwerk. De Kamer heeft nog geen onderzoek ingesteld naar de uitbetalingen wegens overwerk. Wel heeft de Kamer de indruk uit de alsmaar groter worden hoeveelheid overwerk declaraties, dat deze kosten een zorgwekkende omvang gaan innemen. Bovendien vraagt de Kamer zich af of de gedeclareerde uren wel altijd reeel zijn.
Ter illustratie hiervan kan het volgende voorbeeld worden aangehaald van een goedgekeurd verzoek tot uitbetaling van overwerk aan een ambtenaar van de Direktie Toerisme in de week van 9 t/m 16 april 1990:
Datum Tijdstippen Aantal uren 9 april 16.30 — 23.30 7 10 april 12.00 — 13.00;
16.30 — 22.30 7 11 april 12.00 — 13.00;
16.30 — 23.30 8 12 april 12.00 — 13.00;
16.30 — 23.30 8 13 april. 08.00 — 12.00; (goede vrijdag) 15.00 — 18.00;
20.00 — 23.30 10% 14 april 09.00 — 12.00; (zaterdag) 14.30 — 18.30;
20.00 — 00.00 11 15 april 00.00 — 01.30; (le Paasdag) 08,00 — 18.30; :
20.00 — 23.30 155 16 april 08,00 — 16.30 84 (2e Paasdag)
ik,
15.7
- 65 -—
Afgezien van de tijdens de feestdagen gewerkte uren, werkt deze ambtenaar dus naast de "normale" 8 uren per dag ook nog eens 7 a 8 uren extra per dag en heeft zelfs geen tijd voor de lunchpauze tussen 12.00 en 13.00 uur!!
Een ander voorbeeld van een ambtenaar van dezelfde Direktie Toerisme laat zien dat hij gedurende een periode iedere dag heeft gewerkt en overwerk heeft verricht.
In deze periode van 17 dagen heeft hij 11 “normale” dagen van 8 uren gewerkt, waarop hij 61 overuren heeft gemaakt. Op de 6 zaterdagen, zondagen en feestdagen heeft hij in totaal 795 overuren gemaakt.
In genoemde periode, die bestaat uit 408 werkelijke uren, heeft deze ambtenaar dus 22845 uur gewerkt, waardoor slechts 1795 uur overbleven om te slapen, te eten en te recreeren, of. wel gemiddeld 10% per dag.
Rekening houdende met de toeslagen voor overwerk ontvangt deze ambtenaar over genoemde periode een salaris gebaseerd op 3385 uur, terwijl dit zonder. overwerk gebaseerd zou zijn op 88 uur. Over deze periode is zijn salaris dus 3,85 x zo hoog als zonder overwerk. Betrokkene ontvangt over deze periode zodoende aan bruto salaris Afl. 3.200,= bij een basis salaris over deze periode (dus zonder overwerk) van Afl. 855,=. Bovenvermelde voorbeelden zijn wellicht extreem. Toch staan zij niet op zich zelf. Indien de gedeclareerde uren de werke lijkheid aangeven wordt de Arbeidswet op wel zeer grove wijze overtreden!
De Kamer kan zich echter niet aan de indruk onttrekken dat het begrip overwerk nog als eens ruim geinterpreteerd wordt. Zeker als men daarbij bedenkt dat de ambtenaren bij de aangehaalde voorbeelden ook al de beschikking hebben over een cont inudiensttoelage,
Samenvatting.
Het in deze paragraaf van het jaarverslag gesignaleerde vormt voor de Kamer aanleiding nog dit jaar een aanvullend diepgaander onderzoek te gaan instellen naar de personeelsuitgaven. Met name zal daarbij aandacht worden geschonken aan de volledigheid van de betaalsrol, aan de toelagen en aan het overwerk. Inmiddels dringt de Kamer wel aan op het nemen van maatregelen
op het gebied van interne controle. Zoals geconstateerd vindt
EE
er geen sluitende afstemming plaats tussen enerzijds personeelszaken en anderzijds de salarisadministratie. Bovendien vindt onvoldoende controle plaats op de verwerking van de mutaties door Sevicio Central di Computacion.
Teneinde de begeleiding door het Centraal Bureau Personeel. en Organisatie te verbeteren adviseert de Kamer op korte termijn een positief besluit te nemen over de aanschaf van de noodzakelijke computerapparatuur voor dit bureau. Bij het huidige aantal werknemers is een handmatige administratie niet langer verantwoord. Bovendien zal de zeer slechte huisvesting van dit bureau verbeterd moeten worden, wil men op een efficiente wijze gaan functioneren.
Naar de Kamer heeft vernomen zouden nog dit jaar alle gesignaleerde achterstanden bij dit bureau kunnen worden ingelopen. De Kamer beveelt voorts aan de “Bezoldigingsregeling Aruba 1986" aan een herziening te onderwerpen. Een aantal met name hogere functionarissen wordt inmiddels hoger bezoldigd dan volgens de regeling is toegestaan. Een steeds groter aantal functies komt in het geheel niet voor in de regeling.
De opleidingseisen zijn niet volledig (uitsluitend nederlandse opleidingen worden vermeld) en bij het benoemings- e.gq. bevorderingsbeleid wordt hieraan niet altijd de hand gehouden. Tot slot spreekt de Kamer de wens uit dat gekomen kan worden tot de opstelling van een organisatieschema alsmede een formatieplan voor het overheidsapparaat, waardoor een basis gelegd kan worden waarop een personeelsbeleid voor de toekomst kan worden ontwikkeld. De Kamer is van mening dat dit een noodzaak is, wil men de uitgavenop personeelsgebied enigszins in de
hand houden.
SNN ren
16. SLOTOPMERKINGEN.
Zoals in het voorwoord bij dit jaarverslag al is gesteld wil de
Rekenkamer vanaf 1990 trachten zich wat meer te gaan richten op
afgeronde doelmatigheidsonderzoeken. Het jaarverslag 1989 zou echter
niet compleet zijn als niet alvast een aantal zaken die in 1989
de aandacht trokken hier worden vermeld. Zonder in details te treden
kunnen worden genoemd: |
— het ondoelmatige nieuwe kantoorgebouw aan de Paardenbaaistraat, waar de lift in 1989 vrijwel niet heeft gefunctioneerd, waar de trappen niet geschikt en zelfs gevaarlijk zijn, waarin ambtena ren door lichamelijke problemen hun werkplek op de 5e of 6e verdieping niet kunnen bereiken, waar men zich zwetend en hijgend naar de kassier van de Directie Financien op de 5e verdieping moet begeven, teneinde zijn lang verwachte gelden te kunnen ontvangen;
— het klantonvriendelijke karakter van vele overheidsgebouwen door het niet aanwezig zijn van een receptioniste, het niet aanwezig zijn van aanduidingen op de loketten, het ontbreken van bewegwijzering, het ontbreken van ambtenaren achter geopende loketten, het sluiten van loketten op onverwachte momenten voor koffiepauzes, etc.
— het gebouw van de Rekenkamer, waarvan het dak ook in 1989 niet werd gerepareerd, waardoor een aantal kamers niet kon worden gebruikt, waaraan geen onderhoud aan verf- en pleisterwerk werd gedaan, waardoor het 3 jaren na de restauratie al weer een haveloze aanblik vertoont, waarvan het nieuwe houten hekwerk inmiddels vanwege een ondeugdelijke houtsoort half verrot is;
—-het 2 jaren geleden aangekochte pand aan de Wilhelminastraat dat achter een facade van golfplaten Langzaam aan staat te ver
vallen.
Tot slot wil de Kamer evenals voorgaande jaren wijzen op de noodzaak tot het opleiden en behouden van goed gemotiveerd administratief en controlepersoneel op alle niveaus. In deze tijd, waarin de zuigkracht van het bedrijfsleven op met name het hoger- en ook het middenkader steeds groter zal worden, moet de overheid zich als werkgever voor deze categorieen ambtenaren aantrekkelijker gaan profileren. Gebeurt dit niet dan moet ernstig rekening worden gehouden met een verdere achteruitgang in plaats van een vooruitgang
van het functioneren van het overheidsapparaat.
ee GE aptent
Oranjestad, 14 juni 1990. Algemene Rekenkamer Aruba.
P‚A. Croes,
wnd. Voorzitter.
J. Wijnhoff,
wnd, Secretaris.