Full Text / Transcription of https://coleccion.aw/show/?AR-Onderzoek-Personeelskosten-en-Personeelsadministratie-1998-tm-1990
Translate this text / Traduci e texto aki:
ALGEMENE ‘REKENKAMER ARUBA.
ONDERZOEK PERSONEELSKOSTEN EN PERSONEELSADMINSTRATIE OVER DE JAREN 1988 T/M 1990.
ARUBA,, 8 NOVEMBER 1990.
EEE EE EE Te
Inhoudsopgave
1.
2e
6.
Ts
Inleiding. Aard van het onderzoek
Algemene bevindingen
3.1 Wettelijk Kader.
3.2 Bezoldigingsregeling Aruba 1986.
3.3 Organisatie en procedures.
‚3.1l Diensten, bureau's en bedrijven.
‚3.2 Centraal bureau personeel en organisatie. „3.3 Salarisadministratie.
‚3,4 Servicio central di computacion.
B 3
0
4,1 Toelagen.
4.2 Bevorderingen. 4.3 Voorschotten,
4.4 Overwerk.
4.5 V.U.T., regeling. 4,6 Overige bevindingen.
4.6. 1 Algemene dienst.
4.6. 2 Luchthavendienst.
4,6 Water- en Energiebedrijf. 4,6 Dienst Openbare Werken. 4.6 Setar.
4,6 Aruba Ports Authority N.V. 4.6 Sociale Verzekeringsbank. 4,6 Volkskredietbank.
4.6 Algemeen Pensioenfonds Aruba. 4,6 Overige diensten.
SW MO IN UT ain WW
Statistische gegevens. 5.1 Aantallen werknemers. 5.2 Totale Salariskosten.
Conclusies en aanbevelingen.
Slotwoord.
45
1
Inleiding.
In het jaarverslag 1989 van de Algemene Rekenkamer Aruba is een hoofdstuk gewijd aan de personeelsuitgaven en -administratie van het Land. De bevindingen die de Kamer daarbij heeft gedaan vormden voldoende aanleiding om een diepgaander onderzoek te gaan instellen.
Het feit dat zelfs niet exact bekend was hoeveel ambtenaren, arbeiders en werksters bij het Land in dienst zijn en het feit dat er grote achterstanden bestaan in het opmaken van jaarrekeningen en het bijhouden van de administratie, noopte de Kamer er toe zelf veel inventariserend werk te doen. Hierdoor zouden de geproduceerde cijfers achteraf wellicht in geringe mate kunnen afwijken van in de jaarrekeningen op te nemen cijfers, maar de Kamer hecht een groter belang aan actuele informatie dan aan juiste cijfers die pas jaren later verschijnen. Overigens zullen de afwijkingen niet zo groot kunnen zijn dat zij de essentie van dit rapport zullen aantasten.
Het geconstateerde gebrek aan actuele informatie heeft er ook toe geleid dat het onderzoek langer heeft geduurd dan vooraf was gepland.
De Kamer hoopt dat de in dit rapport gedane constateringen en aanbevelingen aanleiding zullen vormen om de nodige maatregelen te nemen teneinde te bewerkstelligen dat in de nabije toekomst tot een betere beheersing van de personeelskosten, die ca, 50% vormen van de totale overheidsuitgaven, kan worden gekomen.
Aard van het onderzoek.
Het onderzoek heeft zich niet alleen uitgestrekt tot de algemene dienst en de bedrijven, maar ook tot de overheids N.V.'s en andere instellingen (verder genoemd semi-overheid) voor zover daar personeel in dienst is die onder de arbeidsvoorwaarden van de overheid vallen. Het betreft hier in
Á
concreto: SETAR (gedeeltelijk), A.P.A. N.V. (gedeeltelijk), S.V.B., Volkskredietbank en Algemeen Pensioenfonds Aruba. De bij SETAR en A.P.A, aangestelde overige werknemers, die op andere arbeidsvoorwaarden zijn aangesteld, zijn niet bij het onderzoek betrokken. De voor deze instellingen opgenomen bedragen en getallen hebben derhalve uitsluitend betrekking op het overheidspersoneel.
Het onderzoek heeft zich uitgestrekt over de jaren 1988, 1989 en 1990 (t/m juni). De grootschaligheid maakte het niet mogelijk alle salarismutaties integraal te onderzoeken. Door globale toetsing alsmede door steeksproefgewijs onderzoek naar bepaalde salarisbestanddelen is toch een redelijk compleet beeld ontstaan van de situatie. Alle diensten, bedrijven en instellingen, waar een afzonderlijke salarisadministratie wordt gevoerd, werden door de Kamer bezocht.
Met name is aandacht geschonken aan de organisatie van de salarisadministratie, de gebruikte hulpmiddelen en de interne
controle.
3, Algemene Bevindingen.
3.1 WETTELIJK KADER.
De rechtspositie van overheidspersoneel is in een groot aantal verordeningen en regelingen vastgelegd. Nog afgezien van de regelingen op het gebied van de pensioenvoorzieningen zijn er momenteel 70 besluiten en verordeningen van kracht, die voor het merendeel via de algemene overgangsregeling per 1-1-1986 overgenomen zijn van de Nederlandse Antillen. Veelal zijn er in de loop der jaren tal van wijzigingen aangebracht op deze besluiten en verordeningen, waardoor het aantal documenten een veelvoud ís van deze 70.
Daarnaast bestaan er tal van circulaires van het Bestuurscollege van het voormalige eilandgebied Aruba en van de Mi
nisters van zowel de Nederlandse Antillen als Aruba, waarin
nadere voorschriften ter uitvoering van bepaaìde besluiten worden gegeven. De totale regelgeving is hierdoor zeer ondoorzichtig geworden en geeft hierdoor nogal eens grond voor misverstanden. Ter illustratie kan worden genoemd de "Regeling Vakantie en Vrijstelling van Dienst Ambtenaren" (P.B. 1969-44). Deze regeling is — voor zover is na te gaan - gewijzigd bij P.B.'s 1969-7939; 1973-99; 1976-1150; 1976-275; 1977-67 en 1978-237. Bij afzonderlijke verordeningen (P.B. 1985-72 en A.B. 1987131) zijn bepaalde artikelen tijdelijk buiten werking gesteld i.v.m. het niet uitbetalen van de vakantie uitkering. Verzuimd is echter art.8 lid 1, waarin wordt bepaald het aantal vakantiedagen, waarop men recht heeft, na 1977 aan te passen aan de indexering van de salarissen. In het besluit is het aantal vakantie dagen namelijk niet gekoppeld aan een salarisschaal, maar aan de bezoldiging. Hierna volgt een overzicht van de in door Centraal Bureau Personeel en Organisatie (CBPO) gehanteerde vakantiedagen per schaal en het aantal vakantiedagen waarop men volgens de laatste herziening aan de Regeling Vakantie en Vrijstelling van Dienst Ambtenaren (RVVDA) recht zou hebben:
C.B.P.O. R.V.V.D.A.
Max.bezoldigingj Dagen ||Max.bezoldigingl Dagen ca.
1t/m 5 6t/m 9 10t/ml3 14t/m1i6
doktoren
b
Het is de Kamer bekend dat in incidentele gevallen aan ambte
naren reeds een hoger aantal vakantiedagen is verleend op grond van het vorenstaande.
Van de eerder vermelde 70 besluiten en verordeningen, dateren
9 van vóór 1950, 26 zijn afgekondigd tussen 1950 en 1970, 30 zijn afgekondigd tussen 1970 en 1980 en slechts 5 zijn afgekondigd na 1980.
Bij het onderzoek zijn door de Kamer met name de Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht (L.M.A.), A.B. 1989 no. G.T.,37 en de Bezoldigingsregeling Aruba 1986, A.B. 1985 no.68 gebruikt bij de toetsing van de uitvoering aan de wettelijke bepalingen.
Het vorenstaande vormt voor de Kamer aanleiding te adviseren op korte termijn een actualisering en vereenvoudiging van de regelgeving te bewerkstelligen teneinde doorzicht te krijgen in het ontoegankelijke woud van verordeningen, besluiten, wijzigingen daarop, circulaires, etc. In de volgende paragraaf wordt nog nader ingegaan op de Bezoldigingsregeling Aruba 1986.
BEZOLDIGINGSREGELING ARUBA 1986.
In de Bezoldigingsregeling Aruba 1986, die werd vastgesteld
op 27 december 1985 zijn niet opgenomen de functies die
verband houden met het verkrijgen van de hoedanigheid van
land van Aruba. In dit verband kunnen worden genoemd:
— Hoofd bureau industriële eigendommen, schaal 13;
- Secretaris van de Raad van Advies, schaal 14;
- Griffier der Staten, schaal 15;
- Direkteur van de Directie buitenlandse aangelegenheden, schaal 15;
— Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschap, schaal 15;
-— Secretaris van de Algemene Rekenkamer, schaal 16;
— Directeur Luchthavendienst, schaal 16.
1 De vermelde salarisschalen zijn de schalen die bij de salarisadministratie worden gehanteerd. Daarnaast worden aan functionarissen bezoldigingen uitbetaald die niet te relateren zijn aan de salarisschalen volgens de bezoldigingsregeling. Het betreft hier onder anderen de procureur generaal en de leden van het Hof van Justitie. Rekening houdende met het vorenstaande kent de bezoldigingsregeling in de hoogste salarisschalen de volgende aantallen met name genoemde functies: schaal 15: 13 functies; schaal 16: 6 functies (exclusief medisch specialisten). Bij een beschouwing van de salarisadministratie blijkt echter dat door middel van het toekennen van toelagen of door een hogere inschaling (vooruitlopend op een herziening van de bezoldigingsregeling) in de praktijk een heel andere situatie is ontstaan. Een bezoldiging gebaseerd op de bedragen van schaal 15 wordt ontvangen door 19 ambtenaren, gebaseerd op schaal 16 door 10 ambtenaren en eveneens 10 ambtenaren ontvangen een bezoldig
ing die hoger is dan het maximum van schaal 16.
In de bezoldigingsregeling zijn afzonderlijke schalen opgenomen voor artsen en specialisten. Zonder vergunning voor een particuliere praktijk worden de artsen bezoldigd volgens de ambtelijke salarisschalen 12 en 13, de specialisten volgens schaal 16. Indien men wel een vergunning heeft voor een particuliere praktijk zijn verlaagde salarisschalen van toepassing, genoemd 12A, 13A en 16A. Bij het onderzoek heeft de Kamer geconstateerd dat in een aantal gevallen deze verlaagde salarisschalen niet worden gehanteerd, ook al heeft
men wel vergunning voor een particuliere praktijk.
Per juni 1990 kwamen de volgende aantallen voor in de sala
risadministratie:
schaal 12, artsen zonder vergunning: 19 schaal 12A, artsen met vergunning: 13 schaal 13, artsen le klasse zonder vergunning: 6 schaal 13A, artsen le klasse met vergunning: 5 schaal 16, specialisten zonder vergunning: 4 schaal 16A, specialisten met vergunning: 9
66
Door de toekenning van toelagen liggen de werkelijke bezoldigingen op de volgende niveau's:
schaal 12 : 14 schaal 12A: 11 schaal 13 : 7 schaal 13A: 3 schaal 14 ;
schaal 16
schaal 16A: 18
hoger dan schaal 16 : 7
De bezoldigingsregeling strookt dus niet met de in de praktijk gegroeide situatie, hetgeen mede is veroorzaakt door het feit dat de vraag naar hoger gekwalificeerd personeel groter is dan het aanbod. Een herziening is dan ook dringend gewenst, mede omdat het gevaar van subjectieve toepassing toeneemt, naarmate er meer lacunes in de regeling voorkomen. Daarbij zal ook aandacht geschonken moeten worden aan de benoemings- en bevorderingseisen. Hoewel het onderzoek zich niet specifiek hierop heeft gericht valt te constateren dat
niet altijd de hand wordt gehouden aan deze eisen. Daar komt bij dat de eisen gebaseerd zijn op het nederlandse onderwijssysteem, terwijl toch steeds meer ambtenaren anderssoor
tige opleidingen volgen (o,a. voor bachelor en master deqree),
ORGANISATIE EN PROCEDURES.
Op ambtelijk niveau zijn 4 instanties betrokken bij de verwerking van mutaties in de salarisadministratie:
- de diensten, bureau's en bedrijven;
= Centraal Bureau Personeel en Organisatie (C.B.P.O,);
= de salarisadministraties;
” Servicio Central di Computacion.
Aangezien het niet de bedoeling van dit onderzoek is om een organisatieonderzoek bij deze diensten in te stellen, zal het navolgende beperkt worden tot de geconstateerde onvolkomenheden ten aanzien van de verwerking van gegevens t.b.v. de salarisadministratie.
In het algemeen kan worden opgemerkt dat er een groot gebrek is aan interne controle en er geen sprake is van een gestructureerde communicatie tussen de diverse betrokkenen.
3.3.1 DIENSTEN , BUREAU'S EN BEDRIJVEN.
De primaire aktie tot aanstelling, ontslag, bevordering, etc. van personeel wordt door het hoofd van de desbetreffende dienst ondernomen, Hoewel vanaf 1 september 1990 een aantal taken van C.‚B.P.O. werden overgedragen naar de diensten, worden in principe door de diensten geen gegevens doorgegeven haar de salarisadministratie. De diensten hebben geen eigen personeelsadministratie. Wel gebeurt het incidenteel dat vanuit de salarisadministratie van de Directie Financiën wordt gevraagd het aantal op de betaalsrol voorkomende personen af te stemmen met het werkelijk aantal aanwezige werknemers.
emee ane en
10
Geheel anders is de situatie bij de bedrijven. Hier wordt veelal wel een eigen personeelsadministratie gevoerd, hetgeen feitelijk een dubbeling is met de centrale personeelsadministratie van C.B.P.O. Afstemming van deze administraties onderling vindt nauwelijks plaats. De noodzaak van een eigen administratie is voor de bedrijven aanwezig door de met name in het verleden voorkomende grote achterstanden bij C.‚B.P.O. Een zwakke schakel bij de bedrijven is dat er onvoldoende functiescheiding is tussen personeels en salarisadministratie, waardoor er geen of nauwelijks sprake is van interne controle. In een aantal gevallen heeft dit tot onjuiste handelingen geleid, waarover bij de onderzoekresultaten nader wordt gerapporteerd.
CENTRAAL BUREAU PERSONEEL EN ORGANISATIE.
C.B.P.O. is een vrij grote organisatie met ca. 25 medewerkers die tot taak heeft de advisering over en de uitvoering van personeelsaangelegenheden. In het kader van dit onderzoek kunnen worden genoemd het vervaardigen van besluiten tot aanstelling, ontslag, bevordering, etc. Sedert jaren bestaat er echter een grote achterstand in de vervaardiging van deze besluiten. Dit leidt er mede toe dat in veel gevallen aan besluiten een terugwerkende kracht moet worden toegekend. Bij bevorderingen is de terugwerkende kracht gemiddeld 1 à 2 Jaar. Aanstellingsbesluiten zijn in sommige gevallen pas opgemaakt als de betrokken werknemer met ontslag ging. Deze achterstanden leiden er niet alleen toe dat de personeelssituatie ondoorzichtig wordt, maar leidt ook tot fouten in de salarisadministratie. Op basis van voorlopige informatie op een niet officieel document wordt de betrokken werknemer in de salarisadministratie opgenomen. Er wordt dan ook een groot beroep gedaan op het geheugen van de medewerkers van de
salarisadministraties om fouten te voorkomen.
1
Bij overplaatsing van personeel valt echter te constateren dat hierbij wel wordt gewacht op het officiële besluit, zodat betrokkene nog geruime tijd bij zijn of haar oude dienst op de betaalsrol blijft staan, waardoor administratief de salariskosten op de verkeerde begrotingspost drukken.
Recentelijk ís door C.B.P‚,O. overigens wel een groot gedeelte van de achterstanden ingehaald door de inzet van extra personeel.
Gedurende het onderzoek constateerde de Kamer dat de personeelskaarten, die door C.‚B.‚P,O. worden bijgehouden, verre van volledig zijn, zowel in aantal als in de bijwerking van gegevens. Veel kaarten waren niet te vinden of de meest recente informatie dateerde van voor 1986, terwijl uit de salarisadministratie bleek dat wel degelijk mutaties waren aangebracht. Onderliggende stukken bleken in voorkomende gevallen ook niet terug te vinden in de personeelsdossiers, die in beheer zijn bij Bureau Interne Diensten. Aangezien bij dit bureau weinig achterstand bestaat in de te archiveren personeelsstukken, kan de Kamer slechts concluderen dat bepaalde stukken om welke reden dan ook niet meer te achterhalen zijn.
Illustratief is dat in het jaarverslag 1989 van C.B.P.O, een overzicht is opgenomen van de schaalindeling van ambtenaren en het aantal bevorderingen, gespecificeerd naar schaal. Tot verwondering van de Kamer bleken deze cijfers exact overeen te stemmen met de cijfers die werden gepubliceerd in het jaarverslag van de Kamer over 1989, Tot verwondering omdat het aantal bevorderingen in het verslag van de Kamer was gebaseerd op de besluiten die de Kamer had ontvangen, waarvan later bleek dat dit aantal niet compleet was (zie punt 4 van dit rapport). De schaalindeling had de Kamer ontleend aan de begroting 1989, zoals overigens
duidelijk vermeld staat in het verslag van de Kamer.
12
C.B.P.O. publiceert nu deze cijfers, overigens zonder bronvermelding, als zijnde de werkelijkheid over 1989. Terwijl deze schaalverdeling ìs gebaseerd op 2.558 ambtenaren, publiceert C.B‚P,O. elders in haar verslag een aantal van 2.811 ambtenaren per eind 1989. Het voorgaande is naar de mening van de Kamer tekenend voor het gebrek aan juiste informatie bij C.B.P.O.
Overigens is C,B.P.O., op het gebied van de salarisadministratie volledig passief. Vanuit dit bureau wordt geen enkele controle uitgeoefend op de uitbetaalde salarissen. Er vindt geen periodieke afstemming plaats tussen de eigen gegevens en de betaalsrollen. Overwerk declaraties worden niet getoetst aan de L‚M.A. omdat deze declaraties rechtstreeks door de diensten bij de salarisadministratie worden ingediend.
Sinds de datum dat periodieke verhogingen niet meer via Ministeriële Beschikking worden geregeld, wordt de toekenning van periodieken volledig aan de salarisadministratie overgelaten.
Toetsing van de eventuele samenloop van tijdelijke toelagen bij bevordering met terugwerkende kracht vindt niet gestructureerd plaats. Dit wordt overgelaten aan het desbetreffende hoofd van dienst en de gegevens die eventueel op de personeelskaart zijn gesteld.
Het omgekeerde vindt echter wel plaats. Personeelskaarten worden bijgewerkt aan de hand van de gegevens van de salarisadministratie! Als controle instrument hebben deze kaarten dus geen enkele waarde meer.
Wellicht zal automatisering van C.B.P.O. kunnen bijdragen tot een beter functioneren van dit bureau. Alvorens dit kan worden doorgevoerd zullen eerst de achterstanden moeten zijn weggewerkt en zullen met name de personeelskaarten
volledig bijgewerkt moeten zijn.
13
3.3.3 SALARISADMINISTRATIE.
De volgende salarisadministraties worden gevoerd:
a) Directie Financiën t.b.v. algemene diensten;
b) Bedrijven en semi-overheidsinstellingen t.b.v. zichzelf;
Cc) Diensten t.b.v. zichzelf, voor zover betreft weekloners.
Ad a) De salarisadministratie van de Directie Financiën
Ad b)
Ad c})
„verzorgt de salarisbetalingen voor de maandloners van
de algemene dienst. Een aantal van 5 medewerkers is hiermede belast. Hoewel de mutaties wel worden gecontroleerd op de verwerking door 8.,C.C. vindt geen structurele controle plaats op de mutaties zelf. Ook vindt geen controle plaats op de door C‚B.P.O. en diensten (bijv. overwerk) aangeleverde documenten die aan de mutaties ten grondslag liggen.
Bij de huidige beperkte bezetting en de grote hoeveelheid klachten, die al dan niet terecht bij deze afdeling worden geuit, is een actievere controlefunctie hier niet te verwachten.
Bij de bedrijven en semi-overheidsinstellingen bevindt de personeels- en de salarisadministratie zich vaak in één hand. Goede interne controle ontbreekt ook vaak. Zoals eerder vermeld vindt vanuit C.B.P.O, geen controle plaats op de bedrijven. Bij de grote achterstanden in de vervaardiging van besluiten door C.B.P.O. ziet men dan ook dat sommige bedrijven hier niet op wachten. Bij de aanvraag van een bevordering bijvoorbeeld wordt de salarismutatie dan al ingevoerd, terwijl het besluit soms 1% jaar later tot stand komt.
Enkele diensten, zoals Serlimar, Onderwijs, Domein
beheer hebben weekloners in dienst. De salarisad
14
ministratie gebeurt bij deze diensten veelal door één persoon, waardoor geen sprake is van enige controle.
3.3.4 SERVICIO CENTRAL DI COMPUTACION.
Deze dienst biedt als dienstverlening aan de eerder genoemde salarisadministraties een geautomatiseerd salarispakket aan, dat inmiddels zo'n 20 jaar oud is. Met uitzondering van de Volkskredietbank en het Algemeen Pensioenfonds Aruba, die een handmatige administratie voeren, maken de salarisadministraties gebruik van dit pakket.
Het pakket kent vele gebreken, zoals:
— bedragen boven f 9.999,99 kunnen niet verwerkt worden;
- er ijs geen ingebouwde koppeling bij corresponderende gegevens, waardoor het bijvoorbeeld voorkomt dat bij bevordering wel het salaris, maar niet de schaal wordt gemuteerd;
— uitbetalingen per mandaat worden niet goed verwerkt, waardoor de jaaroverzichten (ook die voor de belastingdienst) handmatig moeten woren gecorrigeerd;
- meerdere ambtenaren kunnen hetzelfde "unieke" ambtenarennummer krijgen.
— Door verschillende salarisadministraties kan eenzelfde codenummer worden gebruikt voor verschillende salarisbestanddelen.
In overzichten wordt dan de omschrijving gebruikt van de gebruiker die de computer het eerst herkent, waardoor de overzichten eerst van deze "vervuiling" geschoond moeten worden, alvorens ze te gebruiken zijn.
De overzichten die de Kamer bij dit onderzoek heeft gebruikt bleken hierdoor niet altijd juist te zijn.
Overigens is het de Kamer opgevallen dat het huidige pakket:
tal van mogelijkheden kent van ingebouwde of zelf te
ontwerpen overzichten, waarvan door de afnemers niet of
. nauwelijks gebruik van wordt gemaakt. Enerzijds komt dit
15
omdat deze mogelijkheden niet door S8.C.C, aan de afnemers bekend zijn gemaakt, anderzijds omdat de afnemers veelal een passieve houding aannemen en blijkbaar geen behoefte hebben aan meer overzichten t.b.v. controle.
Hoewel het pakket in de loop der jaren zeker zijn waarde heeft gehad, is het thans zeer urgent een nieuw salarispakket aan te schaffen met ingebouwde controles, Dit pakket zal ook’ dienen te beschikken over de mogelijkheid van
statistische gegevensverwerking.
Á, Onderzoek resultaten.
Aan de Algemene Rekenkamer behoren in afschrift besluiten te worden toegezonden van benoemingen, ontslagen, bevorderingen, etc. Vanuit deze documenten is controle uitgeoefend op de diverse betaalsrollen en jaaroverzichten, die zijn vervaardigd uit de salarisadministratie. Gebleken is echter dat vele mutaties zijn verricht, waarvan de Kamer geen besluiten tot haar beschikking had. Een aantal van deze besluiten konden bij navraag alsnog aan de Kamer ter beschikking worden gesteld. Een aantal andere echter niet. Hierna volgt een puntsgewijs overzicht van de bevinding die de Kamer heeft gedaan ten aanzien van salarismutaties, die — voor zover kon worden nagegaan =— niet correct waren. De omschrij„ving zijn algemeen gehouden. Aan de Minister van Algemene Zaken zal een gespecificeerd overzicht worden gezonden van gevallen die naar het oordeel van de Kamer ernstig genoeg zijn
om nader onderzocht te worden,
4.1 Toelagen. Onder de toelagen worden begrepen de toelagen die op grond van de artikelen 25 (bijzondere toelage) en 26 (waarnemings
toelage) van de L.M.A., continudiensttoelagen, etc. worden
16
verstrekt.
Hieronder vallen in het kader van dit onderzoek niet de
belastingvrije vaste autotoelagen, telefoontoelagen, repre
sentatietoelagen, etc.(jaarlijks totaal ca. £500.000,00).
- De toelagen op grond van art. 25 en 26 van de L.M.A. worden bij landsbesluit toegekend. Bij de berekening van deze toelagen wordt consequent een principiële fout gemaakt. Bij berekening over een bepaalde periode wordt uitgegaan van het werkelijke aantal dagen,dat in de teller van de breuk wordt gesteld. In de noemer van de breuk wordt echter uitgegaan van een vast aantal dagen van 30 per maand. Zo
bedraagt de toelage op jaarbasis 365 x het bedrag der 360
toelage. Door deze foutieve wijze van berekening wordt jaarlijks (ca. f 4.000,00 te veel uitbetaald aan vervangingstoelagen.
—= Een andere fout wordt veroorzaakt door de achterstanden bij en de beperkte controle door C,B.P.O. Het komt regelmatig voor dat bevorderingen met terugwerkende kracht plaatsvinden. Als de betrokken ambtenaar gedurende dezelfde periode een tijdelijke toelage heeft ontvangen op grond van art. 25 of 26 L.M.A., moet de reeds ontvangen toelage worden verrekend met de bevordering. In een aantal gevallen is dit niet gebeurd, zodat de betrokken ambtenaren ten onrechte de toelage hebben ontvangen.
„= In de besluiten wordt soms het aantal dagen niet correct gehanteerd. Vervangingstoelagen werden toegekend aan ambtenaren die niet aan de minimum eis van 30 dagen per 6 maanden of 60 dagen per 12 maanden voldeden. De bij het onderzoek geconstateerde gevallen betreffen een totaal bedrag van f 16.000,00.
= In één geval werd een waarnemingstoelage toegekend tot het niveau van schaal 13, terwijl de functie is gewaardeerd op schaal 12.
1
- Geconstateerd is dat in sommige gevallen geen verrekening van de toelage plaatsvindt bij het toekennen van een perio dieke verhoging. Ter verduidelijking: belanghebbende ont
„vangt een vervangingstoelage tussen het verschil van schaal 13 (Sf 4.960,00) en zijn eigen schaal 8-4 (£2.850,00), toelage f 2.110,00 per maand. Door periodieke vehogingen bedraagt zijn eigen salaris inmiddels f 3.245,00.
De toelage is echter ongewijzigd op f 2.110,60 gehandhaafd, waardoor de totale bezoldiging f 5.355,00 bedraagt in plaats van f 4.960,00 of wel f 395,00 per maand te veel.
- In één geval werd met terugwerkende kracht over de periode 2-9-1982 tot 1-7-1984 over 717 dagen een vervangingstoelage toegekend, terwijl genoemde periode uit slechts 662 dagen bestaat.
— Het komt voor dat twee waarnemers zijn aangewezen, met name als de functie van hoofd van dienst langere tijd vacant is. De le waarnemer krijgt dan een permanente vervangingstoelage. Op het moment dat de 2e waarnemer het hoofd van dienst waarneemt en daarvoor een toelage ontvangt, wordt veelal geen vermindering toegepast op de toelage van de le waarnemer. Feitelijk ontvangen dan 2 personen over dezelfde periode een waarnemingstoelage voor waarneming van dezelfde functionaris.
Uit vorenstaande en enkele andere incidentele fouten blijkt
dat onvoldoende bewaking van en controle op het systeem van
toelagen plaatsvindt, Een intensievere controle zowel binnen
C.B.P.O. en de salarisadministratie als door de controlerende
accountants op deze onderdelen zal in de toekomst dit soort
zaken moeten voorkomen.
Naast de bij landsbesluit toe te kennen toelagen op grond van
de L.M.A. worden ingevolge afzonderlijke beslissingen een
groot aantal andere toelagen uitbetaald. Ter illustratie volgt hierna een overzicht van de in het eerste half jaar van
1990 uitsluitend ten laste van de algemene dienst uitbetaalde
18
toelagen:
art. 25 L.M.A. $___419.000,00 art. 26 L.M.A. - 176.,000,00 tijdelijke toelage a 14.000,00 persoonlijke toelage n 60.000,00 detacheringstoelage = 61.000,00 stand by toelage He 14.000,00 continudiensttoelage zi 603.000,00 steno toelage n 2.000,00 kostwinnerstoelage ed 3.000,00 buitenlandtoelage = 3.000,00 diversen = 10.000,00
Enne A anaan n n meeme een ean Menen eemsdkand
mn ee er ee en ee en ee en kee ensen and
Op jaarbasis wordt dit bedrag dan f 2.730.000,00.
Het toekennen van toelagen onder welke naam dan ook wordt o.a. gedaan als de L.M.A. geen mogelijkheid biedt. Als voorbeeld kan worden genoemd een ambtenaar met een bruto bezoldiging van f 3.530,00 (schaal 9) die onder de naam tijdelijke toelage een toelage van f 1.430,00 kreeg (totaal f 4.960,00, schaal 13). Omdat art.25 L.M.A. geen mogelijkheid bood (hoogstens 25% toelage op de bezoldiging) werd voor deze constructie gekozen. Een opvallende toelage die de Kamer bij het onderzoek tegenkwam was de toelage die in 1988 aan een ambtenaar werd toegekend wegens vervanging van de Gevolmachtigde
Minister in Nederland.
Bevorderingen. Eerder in dit rapport werd reeds gememoreerd dat de bevor
deringen met een grote terugwerkende kracht tot stand komen. In het jaarverslag 1989 van de Kamer is hiervan een overzicht genomen. Deze terugwerkende kracht werkt het ontstaan van
fouten in de hand. Niet alleen vindt niet altijd verrekening
19
plaats van toelagen over dezelfde periode, maar deze handelwijze levert vok nadelen op Voor de belanghebbenden. Zo heeft de Kamer geconstateerd dat indien een ambtenaar binnen de periode van de terugwerkende kracht bijvoorbeeld een gratificatie wegens ambtsjubileum heeft ontvangen, geen aanvulling hierop plaatsvindt bij de bevordering achteraf. Bovendien heeft bevordering met terugwerkende kracht ook fiscale nadelen voor de belanghebbenden.
Mede uit oogpunt van het kunnen beheersen van de personeelskosten pleit de Kamer voor het zoveel mogelijk voorkómen van
bevorderingen met terugwerkende kracht.
Voorschotten.
De Kamer heeft afzonderlijk de verstrekte personeelsvoorschotten onderzocht, Als eerste moet ook hier weer worden opgemerkt dat de besluiten waarbij deze voorschotten worden toegekend veelal pas geruime tijd na de verstrekking worden opgemaakt. Er is geen eenheid te ontdekken in de wijze waarop de rente (12%) van de voorschotten wordt verrekend. Iedere salarisadministratie heeft zo zijn eigen methode. De rente wordt:
maandelijks verrekend;
achteraf verrekend;
in het geheel niet verrekend.
De terugbetaling van de hoofdsom vindt vaak plaats in afwijking van de regeling die is gesteld in het besluit.
Het meest ernstige is echter dat — voor zover de Kamer kon nagaan — in zeker 10 gevallen geen terugbetaling van het voorschot heeft plaatsgevonden. Het gaat hier om een totaal bedrag van f 25,000,00.
Ook hier is weer een falende interne controle oorzaak van de
geconstateerde fouten.
20
4.4 Overwerk.
Zoals bij het overzicht van de totale salariskosten reeds is opgemerkt nemen deze kosten enorm toe. Er is geen sprake van goede controle. Nadat het hoofd van dienst de gewerkte uren heeft geaccordeerd vindt zonder meer uitbetaling plaats. Hierdoor kon het voorkomen dat verlof werd gevraagd bij de eigen dienst om te werken ten behoeve van een andere dienst, waarbij dan overwerk met een opslag van 100% werd gedeclareerd. Een verlofdag wordt zo wel erg lucratief omgezet in geld! Ook kwam de -— naar het oordeel van de Kamer —- ongewenste situatie voor dat vrijwillig werd gewerkt op een dag dat
. recht bestond op buitengewoon verlof in verband met overlijden van een familielid. Ook hier werd een opslag van 100% gedeclareerd. De Kamer constateert verder een toenemende gewoonte om het uur lunchpauze als overwerk te declareren (van 12.00 tot 13.00 uur). Afgezien van het feit dat dit strijdig is met de arbeidsverordening, die een onafgebroken rusttijd op de werkdag van tenminste een half uur voorschrijft, komt deze handelwijze de Kamer nogal ongeloofwaardig voor als naar de frequentie wordt gekeken. Incidenteel kan dit voorkomen, maar niet iedere dag. Dan is er iets structureel fout in de organisatie van de desbetreffende afdelingen. De arbeidsverordening is door middel van art.27 van de L.M.A. van toepassing verklaard op ambtenaren voor zover het betreft de arbeidstijden. Overigens wordt nogal eens strijdig gehandeld met de arbeidsverordening ten aanzien van de bepaling dat niet meer dan 11 uren per dag en maximaal 55 uren per week mag worden gewerkt. Het komt de Kamer voor dat de overheid bij de toepassing van zijn eigen wetgeving toch zelf het goede voorbeeld moet geven.
Een andere bepaling die regelmatig overtreden wordt is art.27
Öl
van de L.M.A. die zegt dat aan ambtenaren boven schaal 9 geen vergoeding voor overwerk zal worden toegekend. De Kamer wil niet treden in de vraag of dit artikel wel reëel is gesteld; feit is wel dat in 1989 tot een bedrag van f 83.000,00 aan overwerkvergoeding ís uitbetaald aan 15 ambtenaren, die hoger worden bezoldigd dan schaal 9.
Niet duidelijk is verder hoe dit artikel geïnterpreteerd moet worden als de ambtenaar wordt bezoldigd volgens schaal 9 of lager, maar door middel van toelagen hier bovenuit komt. Bij een enge interpretatie is het dan zeer aantrekkelijk om niet bevorderd te worden, maar door toekenning van een toelage toch het salaris van de hogere schaal te ontvangen en bovendien overwerk te kunnen declareren.
Artikel 27 biedt wel een mogelijkheid voor ambtenaren boven schaal 9 een tijdelijke toelage of een gratificatie toe te kennen voor verricht overwerk. De gratificatie mag echter per kalenderjaar niet meer bedragen dan één maandinkomen. Bij het Water- en energiebedrijf werden in 1989 echter aan 4 personen op deze wijze bedragen uitgekeerd tot een totaalbedrag van f 40.000,00, overigens zonder dat hierbij een door de desbetreffende minister getekend besluit werd opgemaakt. Ondanks het feit dat in circulaires van 16 april 1986, en 28 september 1990 de diensthoofden er van in kennis werden gesteld dat alleen na voorafgaande schriftelijke toestemming van de betrokken minister overwerk verricht mag worden, wordt hier niet voldoende de hand aan gehouden. Wil men deze dramatisch stijgende kostenpost nog enigszins in de hand houden, dan zullen op korte termijn maatregelen getroffen moeten worden. Centrale controle van de declaraties op voorafgaande toestemming en toetsing van de declaraties aan de bestaande wetgeving lijkt hierbij een taak die door C.B.P.O. op zich genomen moet worden.
De Kamer heeft de indruk dat naast het feit dat veel meer
overuren worden gemaakt dan voorheen er veel vaker uitbeta
)
ling van overuren plaatsvindt in plaats van vergoeding via !Eime-back", hetgeen een gedeeltelijke verklaring kan zijn van de gestegen kosten.
4.5 v.U.r. regeling. De Kamer heeft in het kader van dit rapport ook een onderzoek
ingesteld tot de uitvoering van de VUT-regeling, het effect hiervan op ‘het personeelsbestand en de belasting van de begrotingen van de diverse jaren. Zoals bekend besloot de regering in verband met de precaire financiele situatie in 1988 op diverse terreinen tot bezuiniging over te gaan. Ook op het gebied van het personeel moest dit gebeuren in de vorm van een inkrimping van het personeelsbestand. Hiertoe werd als middel gekozen de invoering van een regeling voor het personeel om de dienst vrijwillig te kunnen verlaten.
In deze regeling werd naast de bepaling van de uitkeringen een aantal voor het personeel aantrekkelijke voorwaarden opgenomen. Zoals o.a. een uitkering ineens van 100% of 25% onder aftrek van fFinancieringskosten teneinde het personeel te stimuleren gebruik te maken van deze regeling.
Op 4 juli 1988 werd hiervoor de landsverordening Vrijwillige uit diensttreding (VUT) afgekondigd, waarbij het personeel een éénmalige kans werd geboden, met bepaalde uitkeringen (art.4) en onder bepaalde voorwaarden (art.2, 3, 5, 6, e.a.) de dienst vrijwillig te kunnen verlaten. Deze regeling trad ruim 2 weken later in werking en wel op 22 juli 1988.
Aan de hand van onderstaande opstellingen en enige bevindingen zal de Kamer wat meer informatie over dit onderwerp verstrekken.
Hieronder volgt een opstelling van het aantal ambtenaren dat
met VUT is gegaan, verdeeld naar jaar van keuze.
23
Algemene dienst 440 Luchthavendienst 29 „Dienst Openbare Werken 122 Water- en Energiebedrijf 83
Sub-totaal
Semi -overheid
Setar
Volkskredietbank
Sociale Verzekeringsbank A.P.A. N.V.
TOTAAL
Deze gegevens zijn ontleend aan de salarisadministratie. Ze
wijken enigszins af van door C.B.P.O. gepubliceerde cijfers (totaal 753). Een gedeelte van dit verschil wordt verklaard doordat C.B.P.O. in hun cijfers 6 ambtenaren van de Centrale Bank heeft opgenomen, die met V‚U.T. zijn gegaan. De Kamer heeft de Centrale Bank niet bij dit onderzoek betrokken omdat het personeel geen ambtelijke status heeft.
Verder uitgesplitst naar keuze krijgt men de volgende opstelling:
15 85 25 Sub-totaal Semi-overheid Setar Aruba Ports Authority Soc.Verzekeringsbank 1 0 0 Volkskredietbank 0 0 0
Van de verantwoording van de VUT-regeling door de Algemene Dienst, de Bedrijven en de Semi-overheidsdiensten in 1988 en
1989 kan de hierna volgende opstelling worden gemaakt.
2
| | Lump. 1988) 1988{ per Te 19 per Omschrijving
Algemene dienst 10 Luchthavendienst 1 Dienst Openbare
Werken 5 Water- en Energie=
bedrijf 2
18
0
Ì
En
Hierbij moet wel worden opgemerkt dat de bedragen opgenomen in de opstelling voor de Algemene Dienst op kasbasis zijn en bij een aantal bedrijven de bedragen contant zijn gemaakt naar het jaar van de indiening van de aanvraag. Hierdoor geeft de opstelling een enigszins vertekend beeld.
25
Algemene dienst
Luchthavendienst Dienst Openbare Werken Water- en Energiebedrijf
8.368.026
3.359.367 1.847.700
Sub-totaal 13.575.093
Semi-overheid
Setar Volkskredietbank
18.189,256 Sociale Verzekeringsbank 4,463 42.045 A.P.A. N.V. 81.985 284.422
TOTAAL 4.,987.805| 15.738.612 20.726.417
Een schatting van de totale verplichtingen uit de VUT-rege
287.194
1.822.402 14.650
ling voor de Algemene Dienst, de Bedrijven en de Semi-overheidsdiensten voor de jaren 1988 t/m 1992 kan in totaal als
volgt worden becijferd.
Omschrijving Míilj. florins
Algemene dienst Luchthavendienst
Dienst Openbare Werken Water- en Energiebedrijf
Sub-totaal
Semi -overheid
Setar
Volkskredietbank
Sociale Verzekeringsbank A.P.A. N.V.
TOTAAL
2b
Opgemerkt kan worden dat dit niet begrote bedrag moet zijn uitbetaald uit de gewone middelen aangezien hiervoor,voor zover bekend geen bijzondere financieringsmiddelen zijn aangetrokken. In de toelichting op het wetsontwerp werd destijds wel uitgegaan van het aangaan van een geldlening terzake.
Bevindingen. Bij een onderzoek naar de wijze van toepassing van deze regeling is steeksproefsgewijze gekeken naar de berekeningswijze van de VUT-uitkeringen. In de wijze van berekening heeft de Directie Financiën d.m.v. voorbeelden haar medewerking aan de diverse bedrijven en semi-overheidsinstellingen verleend bij de berekeningswijze. Uit dit onderzoek is het volgende gebleken:
„= in vele gevallen krijgt een VUT-gerechtigde het bedrag aan
compensatie AOV ten onrechte dubbel. Opvallend is dat deze toeslag het ene jaar niet handmatig in de berekening werd opgenomen, waardoor het juist uit te keren bedrag wordt verkregen (via de computer) en het andere jaar de toeslag wel handmatig werd opgenomen. In dit laatste geval krijgt de VUT- gerechtigde de compensatie dan dubbel.
- In een enkele geval werd na met VUT te zijn gegaan met een maandelijkse uitkering, na enige tijd door betrokkene verzocht dit te veranderen in de 25% regeling om tenslotte na enige maanden dit (restant) weer te veranderen in een lumpsum-regeling.
— Verder kan worden vermeld dat vaak op doorgaans ongewone data voor het uit dienst gaan met VUT werd gekozen, wat het berekenen van de uitkering nodeloos ingewikkeld maakte;
overigens liet de landsverordening dit wel toe.
In het algemeen moet worden gesteld dat de VUT regeling een
il
voorbeeld is van ondoelmatig overheidshandelen. De doelstelling is op geen enkele manier gehaald (de afslanking van het overheidsapparaat), maar het heeft het Land wel ruim 30 miljoen florins gekost.
De wetgeving was ook zeer summier. Nadere voorschriften voor de uitvoering, die door de Minister van Financiën konden worden gegeven, zijn - voor zover de Kamer bekend -— nooit gesteld. Dit impliceerde dat het overheidsapparaat op eigen gezag uitvoering ging geven aan deze regeling, waardoor van geval tot geval een andere berekeningswijze kon plaatsvinden. Door de grote hoeveelheid aanvragen (bijna 20% van het overheidsapparaat is met VUT gegaan) is tot op heden nog sprake van een min of meer chaotische archivering en vastlegging van gegevens, De Kamer heeft niet kunnen ontdekken (behoudens bij enkele bedrijven) dat er een systematische bewaking is van de vermindering van de periodieke verlaging van de uitkering na ll en 2 jaren. Het VUT percentage daalt immers na 1 jaar tot 80% en na 2 jaar tot 70%,
Een ander aspect dat de Kamer nog kan opmerken is de slechte voorlichting die aan het personeel werd gegeven over deze regeling. Veel personen die een uitkering ineens accepteerden werden niet alleen verrast met een relatief hoog belastingpercentage, dat men niet had verwacht, maar ook met het feit dat alle vorderingen in een keer met de lumpsum werden verrekend. Een betere voorlichting had veel leed kunnen voorkomen, in de zin dat meer personen voor een periodieke uitkering zouden hebben gekozen. Nog vermeld kan worden dat de VUT uitkering gemiddeld f 41.500,00 per persoon zal bedragen, met uitschieters tot f 150.000,060.
4.6 Overige bevindingen. Het zou te ver voeren om in het kader van het onderzoek alle
bevindingen van de Kamer in dit rapport te verwoorden. Uit de
veelheid van nog niet behandelde zaken wordt hierna, ge
28
splitst per dienst/bedrijf een selectie van de overige bevindingen beschreven. Tevens wordt per dienst/bedrijf een indicatie gegeven van de wijze waarop de administraties worden gevoerd.
4.6.1 Algemene dienst.
Door de achterstanden bij (C.B.P.O.) en het niet goed
vervullen van de coördinerende en controlerende taken door
dit bureau komt er een te grote belasting op de salarisadministratie van de Directie Financiën. Zowel kwantitatief als kwalitatief zou deze afdeling versterkt moeten worden.
Een vervanging van het bij 8S.C.C. in gebruik zijnde sala
rispakket is dringend noodzakelijk.
Van de niet eerder in dit rapport gesignaleerde bevindingen
kunnen worden genoemd:
— aan het arubaanse beroepskader bij de mariniers is in juni 1990 weer vakantiegeld uitbetaald tegen een percentage van 6. Hoewel de kosten door Nederland worden vergoed zijn de arubaanse arbeidsvoorwaarden op deze categorie werknemers van toepassing. Het is de Kamer niet duidelijk geworden op grond waarvan deze uitbetaling van vakantiegeld heeft plaatsgevonden;
- in incidentele gevallen wordt aan uitgezonden krachten die op basis van technische bijstand vanuit Nederland werkzaam zijn, door Aruba een aanvullende vergoeding betaald.
Door de Centrale Accountantsdienst kon in het kader van de
permanente controle opdracht geen oordeel worden gevormd
omtrent de juistheid en de rechtmatigheid van de uitbetaalde salarissen, lonen en andere vergoedingen op grond van het feit dat de registratie en de verwerking van de personele gegevens, de administratieve organisatie en de interne controle grote gebreken vertonen. Tot deze con
clusie kwam men na onderzoek bij C.B.P.O., Directie Finan
29
ciën (salarisadministratie}) en 8.C.C. over de jaren 1987 en 1988.
Luchthavendienst.
De personeels- en salarisadministratie van deze dienst zijn van elkaar gescheiden en functioneren naar behoren. Het geheel maakt een verzorgde indruk en er werden geen grote achterstanden aangetroffen. Deze dienst doet zelf ook aan bewaking van de salariskosten. Onder andere wordt intern onderzoek ingesteld naar de redenen van de drastisch gestegen kosten van overwerk. De dienst zelf heeft wel problemen met het huidige salarispakket van S,C.C.
Water- en Energiebedrijf.
Bij dit bedrijf is sprake van scheiding tussen personeelsen salarisadministratie, Door een bureaucratische organisatie is de uitwisseling van gegevens niet optimaal. Ook tussen leidinggevenden en uitvoerend personeel is de communicatie niet optimaal.
Geconstateerd is verder dat het personeel, belast met de uitvoering van de salarisadministratie, niet goed op de hoogte is (gehouden) van de wettelijke regelingen op dit gebied.
Door de “Directie! van dit bedrijf werden salaris betalingen gedaan voor gratificaties en niet opgenomen vakantiedagen, zonder dat daarvoor de vereiste besluiten werden opgemaakt. Niet alleen ontbreekt hierbij derhalve de toestemming van de minister, de berekeningen terzake zijn ook strijdig met de bepalingen terzake de L.M.A.
De Minister van Algemene Zaken zal van deze gegevens in kennis worden gesteld, waarbij advies zal worden gegeven over de eventueel te nemen maatregelen ten aanzien van deze constateringen.
Een opvallend verschijnsel bij dit bedrijf is nog dat veel
30
werknemers die met V.U.T. zijn gegaan inmiddels via particuliere bedrijven, eigen bedrijven of zelfs via contract weer bij dit bedrijf te werk zijn gesteld.
Het laatst opgestelde rapport van de controlerend accountant is over de jaarrekening 1986. In dit rapport worden grote gebreken geconstateerd aan de loon- en salarisadministratie.
Ook dit bedrijf heeft problemen met het huidige salarispakket van S.C.C.
Dienst Openbare Werken.
Bij deze dienst is onvoldoende functiescheiding tussen personeels- en salarisadministratie doorgevoerd. Interne controle vindt niet plaats. In incidentele gevallen zijn hierdoor fouten gemaakt. Hoewel het geen ernstige gevallen betreft kan dit door een betere organisatie worden voorkomen.
Ook deze dienst is ontevreden over het salarispakket van 46 G:
Overigens konden de door de Kamer gevraagde gegevens door deze dienst op een juiste en vlotte manier worden geleverd. De controlerend accountant kwam bij zijn rapport over de jaarrekening 1988 tot vergelijkbare conclusies als de Kamer
ten aanzien van functiescheiding en interne controle.
Setar.
De administratie bij dit bedrijf wordt via computer op een behoorlijke wijze gevoerd. Interne controle vindt echter nog niet plaats, hoewel hiervoor inmiddels wel organisatorische maatregelen zijn genomen. Door de zelfstandige aard van dit bedrijf wordt geconstateerd dat salarismutaties reeds lang van te voren worden verwerkt. Er wordt dus niet gewacht tot uiteindelijk de door C.B.P.O. opgemaakte be
sluiten terzake zijn opgemaakt. De mutaties zijn daardoor
31
echter niet geautoriseerd,
Door de situatie dat bij dit bedrijf zowel overheidspersoneel als personeel op andere basis (arbeidsovereenkomst) is aangesteld komen ongewenste situaties voor.
Op een totaal personeelsbestand van 343 zijn 31 personen op arbeidsovereenkomst aangesteld. Ingevolge de Landsverordening Telecommunicatiebedrijf Aruba (A.B. 1985-49) is de
Directeur van dit bedrijf verantwoordelijk voor de na 31
12-1985 aan te trekken personeelsleden, volgens de bepalin=
gen van een reglement dat door de Directeur in overleg met de betrokken Minister moet worden vastgesteld.Het op die datum in dienst zijnde personeel behield de status van overheidspersoneel. Bij brief van 29 maart 1989 van de Minister-President werd de Directeur van Setar verzocht bij de uitvoering van het personeelsbeleid eerst contact op te nemen met de betrokken minister,een en ander vooruitlopend op een wijziging van deze verordening, waarbij de volledige bevoegdheid voor het personeelsbeleid in handen zou komen van de betrokken Minister. Deze wijziging is nog steeds niet tot stand gekomen. Ook is het de Kamer niet duidelijk geworden of een en ander zal betekenen dat er geen arbeidsovereenkomsten naar burgerlijk recht meer zullen worden aangegaan, maar dat alle personeel weer een ambtelijke status zal krijgen.
Door de onduidelijke situatie kon het voorkomen dat in 1989 door de Directeur gratificaties aan het personeel, waaronder ambtenaren, werden verstrekt. Ten aanzien van de categorie ambtenaren is art.75 L.M.A. echter van toepassìng, waardoor terzake een ministeriële beschikking had moeten worden opgemaakt. Dit is dus niet gebeurd. Hetzelfde werd geconstateerd ten aanzien van toelagen op grond van art.25 L.M.A.
Om voor de Kamer onduidelijke redenen werd in 1989 aan 6
arbeidscontractanten toch weer de ambtelijke status toege
4.6.7
32
kend. Binnen de organisatie wordt het als onbillijk ervaren dat er 2 soorten werknemers zijn, waarbij men op subjectieve gronden van de ene naar de andere categorie kan worden overgeheveld.
De Kamer dringt dan ook aan op korte termijn duidelijkheid
te verschaffen over de status van het Setar personeel en
dit wettelijk te regelen.
De controlerend accountant heeft in zijn rapportage over de jaarrekening 1988 nog gewaarschuwd tegen het gevaar van het doen van salarisuitbetalingen per cheque, waardoor het voorkomt dat uitkeringen niet in de salarisadministratie worden opgenomen en daardoor ten onrechte niet aan de
heffing van belasting en sociale premies onderhevig zijn.
Aruba Ports Authority N.V.
Bij deze N.V. is zowel personeel met een ambtelijke status als personeel met een niet ambtelijke status werkzaam. Zoals hiervoor geconstateerd ontstaat hierdoor een verschillende wijze van bezoldiging van personeel. Zo ontvangen de niet ambtenaren jaarlijks vakantiegeld; zij vallen echter niet onder de ziektekostenregeling van de overheid. De ambtenaren daarentegen profiteren wel van de zeer hoge autokostentoelagen die door A.P.A. N.V. zelf worden toegekend. Opvallend is nog dat door A.P.A. N.V. nog de oude bezoldigingsregeling wordt gehanteerd, d.w.z. dat de sala
risbedragen zonder de kortingen van 1985 worden gebruikt.
Sociale Verzekeringsbank.
Bij deze organisatie werd geconstateerd dat er geen sprake is van een systematische personeelsadministratie. Door grote achterstanden in de administratie bleek het niet mogelijk de door de Kamer gevraagde gegevens te verstrekken,- waardoor deze gegevens door de Kamer zelf uit andere
bron betrokken moesten worden.
33
Geconstateerd werd verder dat bepaalde verstrekkingen, zoals voorschotten, werden gedaan, zonder dat daarvoor een ministeriële beschikking werd gemaakt.
Interne controle is niet aanwezig.
4.6.8 Volkskredietbank. Door de kleinschaligheid van deze organisatie is geen functiescheiding aanwezig tussen personeels- en salarisadministratie. De salarisadministratie wordt handmatig verwerkt, derhalve niet via S.C.C.
4.6.9 Algemeen Pensioenfonds Aruba. Het hiervoor gestelde ten aanzien van de Volkskredietbank
geldt onverkort voor het Algemeen Pensioenfonds Aruba.
4.6.10 Overige diensten.
Dit betreft de diensten: Onderwijs, Gezondheidsdienst, Serlimar, Veterinaire Dienst, Domeinbeheer en Landbouw — Veeteelt -— Visserij voor zover het betreft de weekloners. Veelal is hier geen sprake van een goede functiescheiding c.q. interne controle .
Voor zover de Kamer bekend is heeft vanaf 1986 bij deze diensten geen accountantscontrole plaatsgevonden op de
uitbetaling van deze lonen.
b. Statistische gegevens,
5.1 AANTALLEN WERKNEMERS. In het jaarverslag 1989 van de Kamer is een overzicht genomen van de van C.B.P.O. verkregen opgave van het aantal personeelsleden per verschillende data. Dit over
zicht is als volgt:
3
31-12 sl=L2 31-12 SL=12 LB __ 1986 1987 1988 1989 1990
Pl 2.638 2.668 2.811 3.059
Omschrijving
Ambtenaren en arbeidscontractanten.
Arbeiders en werklieden.
Werksters met volle of gedeeltelijke dagtaak.
185 176 150 | ___ 135 169 3.697 3.737 | 3.698 3.646 3.963
In het verslag werd reeds een aanzienlijke afwijking gecon
stateerd met de jaarlijks in de begrotingen opgenomen aantallen.
Door de Kamer is daarom een inventarisatie gemaakt van de aantallen op de betaalsrollen voorkomende werknemers per december 1988, december 1989 en mei 1990. Op deze wijze is nog niet helemaal juist te bepalen hoeveel werknemers in dienst zijn, omdat werknemers die verlof buiten bezwaar genieten uiteraard niet op rol voorkomen. C.B.P.O, kan echter niet exact aangeven hoeveel werknemers het hier betreft. Geschat wordt echter dat het maximaal ca.25 personen zullen zijn.
In navolgende overzicht van de aantallen overheidswerknemers zij niet begrepen de werknemers bij semi-overheidsinstellingen en N.V.'s, waarop geen ambtelijke rechtspositieregeling van toepassing is. Evenmin zijn opgenomen Statenleden, Ministers en Leden van Raad van Advies en Algemene Rekenkamer (totaal 37) en Arubaanse Militairen (43).
35
December 1988
Omschrijving
Algemene dienst Onderwijzers (Openbaar } Luchthavendienst Dienst Openbare Werken Water- en Energiebedrijf
[Ambtenaren |arvetders|[werksters) Totaal |
2.168[ 266 177 245 - 67 57 ri) 97 418 113 154 2 ne 168 91 15 39 24 n 45 - 2 5 5 1
SEE ME EN EE NEC NE
Sub-totaal
Semi-overheid
Setar Aruba Ports Authority Soc.Verzekeringsbank Volkskredietbank Algemeen Pensioenfonds Aruba
vremhntern :
36
December 1989
Overheid
Algemene dienst Onderwijzers (Openbaar) Luchthavendienst Dienst Openbare Werken Water- en Energiebedrijf
sub-totaal
Semi-overheid
setar
Aruba Ports Authority
Soc.Verzekerings
bank
Volkskredietbank
Algemeen PensioenÉEonds Aruba
Sub-totaal
TOTAAL
3]
Mei 1990
Omschrijving
Algemene dienst
Onderwijzers (Openbaar)
Luchthavendienst
Dienst Openbare
Werken Water- en Energiebedrijf
Sub-totaal
Semi-overheid
Setar Aruba Ports Authority Soc.Verzekeringsbank Volkskredietbank Algemeen Pensioenfonds Aruba
sub-totaal
TOTAAL
Ter vergelijking van de in vorenstaande tabellen vermelde totalen volgt hierna een overzicht van deze totalen van ambtenaren, arbeiders en werksters per de gehanteerde data.
38
Algemene dienst Onderwijzers (Openbaar ) Luchthavendienst Dienst Openbare Werken Water- en Energiebedrijf
Sub-totaal semi-overheid
Setar
Aruba Ports Authority
Soc.Verzekerings
bank
Volkskredietbank
Algemeen Pensioenfonds Aruba
sub-totaal
TOTAAL
Zoals uit vorenstaande overzichten blijkt wijken deze cijfers nogal af van de door C.‚B.P.O. gepubliceerde cijfers.
Helaas is niet voldoende informatie beschikbaar om een gespecificeerd overzicht te vervaardigen van het personeelsverloop tussen december 1988 en mei 1990, Gelet op het geringe verschil tussen de totalen per genoemde data en het feit dat in deze periode weinig "normale" ontslagen vielen waar te nemen, kan een globale conclusie worden getrokken dat het aantal personeelsleden dat in dienst is genomen in deze periode ongeveer gelijk is aan het aantal dat de dienst heeft verlaten door gebruikmaking van de VUT regeling.
39
5.2 Totale Salariskosten.
Bij het navolgende overzicht van de totale salariskosten is onderscheid gemaakt tussen de kosten van de algemene dienst en de bedrijven, waarvoor de Staten jaarlijks een begroting vaststellen en de “semi-overheidsinstellingen", waarvoor door de Staten geen begroting wordt vastgesteld. Indirect zullen deze kosten via winstuitkering of via een uitkering in het nadelig saldo wel ten laste kunnen komen van de begroting van het Land. Zoals al eerder vermeld in dit rapport, betreft het alleen de kosten van personeel met een ambtelijk status. De kosten van het overige personeel is buiten beschouwing gelaten.
De bedragen voor 1990 zijn gebaseerd op de werkelijke kosten t/m juni 1990 en zijn door middel van extrapolatie op jaarbasis berekend.
Omdat door achterstanden in de boekhoudkundige verwerking bij met name de Directie Financiën cijfermateriaal gedeeltelijk uit andere bronnen moest worden gehaald kan uiteindelijk een geringe afwijking ontstaan met de te zijner tijd op te maken definitieve rekeningen, Voor de uit de cijfers te trekken conclusies is dit echter van ondergeschikt belang. Specificaties van deze bedragen per dienst/bedrijf zijn als bijlagen bij dit rapport gevoegd.
De bedragen zijn gesteld in miljoenen florins.
40
A. Algemene dienst en overheidsbedrijven.
1986 1987
1988 1990
Bezoldiging Lonen Overwerk Toelagen Overige uitkeringen Kindertoelagen Compensatie A,0O.V/A.W.W. Geneeskundige behandeling Pensioenbijdragen
Sub-totaal huidig personeel 124,6 |131,3 f134,6 [139,2 |155,6 Pensioenuitkeringen 9,6 11,3 17,7 21,0 16,9 V.U.T. uitkeringen 0,0 0,0 4,6 13,6 9,3 TOTAAL 134,2 |142,6 [156,9 [173,8 {181,8
Toelichting De totale kosten van huidig personeel zijn met de volgende
percentages t.o.v. het voorafgaande jaar gestegen:
1987: 5,4% ; 1988: 2,5% ; 1989: 3,4% ; 1990: 11,8%
De totale stijging vanaf 1986 bedraagt 24,9%.
Uit vorenstaande cijfers blijkt een enorme toename van de kosten van overwerk. Met name is dit het geval in 1990.
Van de verwachte kosten van overwerk in 1990, op basis van extrapolatie van de kosten over de eerste 6 maanden van dat jaar, kan het volgende overzicht worden gegeven, gerangschikt naar de hoogte van de kosten:
Totale kosten Stijging t.o.v. 1989 Omschr in 1990 Absoluut Procentueel 1. Politie $ 4.020.000,00 £1.330.000,00 + 49% Water- en energiebedrijf - 2.220.000,00 = _430.000,00 + 24% - 490.000,00 + 77%
3. Douane „- 1.330.000,00
41
4. Gevangenis = 1.040.000,00 - (10.000,00) -___1% 5. Brandweer = 990.000,00 „- 510.000,00 + 106% 6. Dienst Openbare
Werken e 710.000,00 = 200.000,00 + 39%
7. Arbeiders/werksters Alg.dienst - 590,000,00 -— 130.000,00 + 28% 8. Bestuurskantoor -— 590.,000,00 ad 50.000,00 + 9% 9. Luchthavendienst - 490.000,00 — 140,000,00 + 40% 10. Overige diensten - 1.380,000,00%) -1.140,000,00 + 475% $13.160.000,00 $4.410.000,00 + 50%
En en en En nn in en nn en en a nn nn nn ne nn a en en an ee en EEKE TARIEEEEEss
*) Waaronder vallen Direktie Volksgezondheid f 330.000,00,
Direktie Financiën f 320.000,00, Posterijen f 240.000,00 en Direktie Toerisme f 150.000,00.
Bij deling van de totale kosten van overwerk door het aantal personeelsleden per dienst kan een gemiddeld bedrag aan overwerk per werknemer worden berekend. Het hoogste gemiddelde bedrag per jaar valt hierbij te constateren bij de Politie
(f 12.520,00), Brandweer (f 12.375,00), Gevangenis
(f 10.300,00) en Douane (f 71.290,00).
De kosten van overwerk, uitgedrukt in een percentage van de kosten van bezoldiging en lonen, geeft het volgende beeld: 1986: 3,6%
1987: 4,8%
1988: 7,4%
1989: 8,7%
1990: 11,9%
De stijging van de bezoldigingen wordt veroorzaakt door stij=ging van het aantal ambtenaren, de bevorderingen (met terugwerkende kracht) en de afschaffing van het Yongehuwden-sala
42
ris" in 1990. De gemiddelde bezoldiging per ambtenaar vertoont hierdoor een stijgende lijn. Bij deling van de totale bezoldiging door het aantal ambtenaren wordt het volgende beeld verkregen (exclusief f 2,300.000,00 salariskosten van Ministers en Statenleden); 1988: f 83.900.000,00 : 2.690 ambtenaren = f 31.190,00 gemiddeld. 1989: f 87.100.000,00 : 2.746 ambtenaren = f 31.720,00 gemiddeld. 1990: f£ 98,300.000,00 : 2.921 ambtenaren = f 33.650,00 gemiddeld.
De lonen dalen door de afname van het aantal arbeiders en werksters. In 1986 en 1987 werd hier de T.A.V. regeling nog onder verantwoord. De gemiddelde salariskosten, berekend als bij de ambtenaren, zijn:
1988: f 13.000.000,00 : 1.085 = f 11.980,00 gemiddeld.
1989: f 11.100.000,00 : 832 = f 13.340,00 gemiddeld.
1990: f 9,300.000,00 : 807 = f 11.525,00 gemiddeld.
Het beeld wordt in 1989 vertekend doordat veel arbeiders en werksters eind 1989 gebruik hebben gemaakt van de Vv‚u.r. regeling, waardoor de salariskosten over het gehele jaar door een relatief te laag aantal wordt gedeeld.
Ten aanzien van de V.U.T. kosten, waarover bij punt 5.5 van dit verslag afzonderlijk wordt gerapporteerd, moet worden opgemerkt dat door de verschillende methode van verantwoorden een enigszins vertekend beeld over de verschillende jaren ontstaat. De bedrijven verantwoorden namelijk de totale kosten in het boekjaar, waarin de aanvraag voor V.U.T. door belanghebbende werd ingediend. De algemene dienst verantwoordt de kosten echter in het jaar dat ze worden betaald.
De totale salariskosten kunnen worden getoetst aan de terzake begrote bedragen, waardoor een beeld wordt verkregen van de budgettaire gevolgen van een en ander:
43
Jaar Werkelijke kosten Begrote kosten Overschrijding 1988 S 156.900.000,00 $ 142.7006.000,00 $ 14.200.000,00 1989 f 173.800.000,00 f 154.400.000,00 f 19.400.000,00 1990 f 181.800.000,00 f 167.400.000,00 Sf 14.400.000,00
Voor 1988 bestaat het verschil o.a. uit te laag geraamde bezoldigingen £ 7.000.000,00, te laag geraamd overwerk $4.000.000,00
en te laag geraamde V‚U.T kosten f 3.800.000,00.
Voor 1989 wordt f 12.800.000,00 van dit verschil veroorzaakt door de V.U.T. regeling en f 5.000.000,00 door te laag geraamde kosten
van overwerk, Voor 1990 bestaat het verschil uit: V.U.T. regeling $ 4,500.000,00 en overwerk f 9,800.000,00.
B, Semi-overheid.
Bezoldiging
Lonen
Overwerk
Toelagen
Overige uitkeringen Kindertoelagen Compensatie A.0.V/A.W.W. Geneeskundige behandeling Pensioenbijdragen
V.U.T,. uitkeringen
Ee Ee LOO a NNW MW A NOOC EN 2 ee NONE ARO FO m0 ne WO mn RN NI LW dn DH OD
Ooo ON 3
Hierbij kunnen dezelfde effecten worden gesignaleerd als bij de overheidssector: een stijging van de bezoldigingen en een daling van de lonen. Ook hier stijgen de kosten van overwerk
aanzienlijk ten opzichte van 1988. Het percentage van de
44
kosten van overwerk in relatie tot de totale kosten van bezoldiging en lonen is:
1988: 8,3%
1989: 15,4%
1990: 13,5%
Het betreft hier voornamelijk overwerk bij Setar.
De gemiddelde kosten van bezoldigingen en lonen bedragen resp.:
1988 bezoldigingen f 26.055,00; lonen f 17.295,00
1989 bezoldigingen f 24.475,00; lonen f 16.535,00
1990 bezoldigingen f 25.070,00; lonen f 15.685,00
6, Conclusies en aanbevelingen,
Aan de wijze waarop momenteel de salarisbetalingen worden geadministreerd zijn nogal wat gebreken geconstateerd,
Hoewel er sprake is van een uniforme wetgeving wordt door de diverse diensten en bedrijven hiermede verschillend gehandeld. Het ontbreekt bij de uitvoerenden veelal ook aan gebrek aan kennis van de wettelijke regelingen.
Het Centraal Bureau Personeel en Organisatie vervult op dit gebied niet de controlerende en coördinerende functie die van dit bureau zou mogen worden verwacht.
Het geautomatiseerde salarispakket van S.C.C. heeft zoveel beperkingen en onvolkomenheden, dat dit pakket zo spoedig mogelijk vervangen moet worden.
Een onvoldoende functiescheiding en het veelal ontbreken van interne controle hebben geleid tot fouten in de salarisuitbetalingen en in sommige gevallen tot misbruik van deze sítuatie.
De Kamer suggereert de volgende aanbevelingen tot herstel van de fouten uit het verleden en tot verbetering van de situatie in de toekomst:
1. het nemen van organisatorische maatregelen bij C.B.P.O. in
45
de zin dat dit bureau de controle op en de coördinatie tussen de diverse salarisadministraties kan gaan verzorgen;
2. vervanging van het salarispakket bij S.C,0%
3. intensievere accountantscontrole op de salarisuitbetalingen;
4. correctie van de in het verleden gemaakte fouten aan de hand van de specifieke bevindingen van de Algemene Rekenkamer die in handen worden gesteld van de Minister van Algemene Zaken;
5. vernieuwing en verduidelijking van de regelgeving ten aanzien van de bezoldigingsregeling, de toekenning van toelagen en het overwerk.
1, Slotwoord.
De Kamer hoopt met dit rapport een bijdrage te kunnen leveren tot een betere beheersing van de personeelskosten van de overheid en tot een betere organisatie terzake, hetgeen uiteindelijk ten goede zal komen van zowel het Land als het personeel in dienst van het Land.
Oranjestad, 8 november 1990. ALGEMENE REKENKAMER ARUBA.
( > g _ ne EZ zen Pean in Sers us Besma HEEN ee E
H.Th. Lopez; J. Wijnhoff, Voorzitter. wnd. Secretaris.
BIJLAGE
Salariskosten 1986 t/m 1989 en 1990 t/m juni Algemene Dienst
gE EE EE nd EE EE EE EE EL Sn SE EE je av EE ED ED hmnee hendhendeendenenbenhendtdenndenendentendendndentendendentenkendendendenderk eden de dede dd
Omschrijving 1986 1989 1990 (6und) 1990 (jaar) Salarissen 65.743.868 71.183.088 78,033.385 80,676.052 45.816,325 91.,632,650 Lonen 1.426.407 6.563.636 4.241.322 3,669,929 1,801,033 3.602.066 Overwerk 2,525,035 3,524,405 5.319,673 6.097 ,422 4,871,417 9,742,836 Toelagen 1,860,053 2.634.211 2,378,590 2,484 ,839 1.363.383 2.726.766 Over.uitkeringen 1.638, 903 133.371 1.610.474 1.653.909 1.117.769 2.235.538 Kindertoelagen 1,599,128 1,723, 140 1,839, 336 1.778.301 930.418 1.860.836 Geneesk, behand. 3.985.614 3.724.780 6,655. 244 5.038, 124 2.969.075 5.938.150 Comp. AOV/AWW 2.980.403 3.080.103 3.302.297 3.721.791 2.158.665 4,317 ,330 Pensioenbijdragen 9,231.518 9,259,587 9,364, 006 10,121,517 5.714.082 11,428.164 Pensioenen 9,608,053 11.283,524 17.732,885 20.959, 554 8.432,809 16,865.618 Vut uitkeringen 0 Û 1,760,997 8,368 ,026 6.040.641 8,178,751 Totale kosten 106.398.982 113.709.845 130,038.009 144.,569.464 81.215.617 158.528.703
ne en ve MD ed nn nd ne an hdd dende de dd
te Ed een en nn ER
nn hekken ddenkenk ede kJ
Td deden dende edel
nn Sed he ed vn en 0 vn nt an
mn MR he
en en EE Ed mn PE ED EN a GG Ge ed a am EE EE EN ER EE EE EE GE GEV ED ED EED ED BI B VI ED EN ED EN EN VE ER EN,
Omschrijri 1986 1987 1988 1989 1990 (6und) 1990 (jaar)
Salarissen 1.564, 388 1.491.569 1,637. 160 2.108.648 1,078,350 2.156.700 Lonen 1.159.312 1,160,160 1.183.447 1.202.451 439.446 678.892 Overwerk 12.032 135, 110 204.746 354, 199 245.738 491.476 Toelagen 142,708 136.521 146, 593 134.305 87.135 174.270 Over.uitkeringen 69,965 86.990 38.675 11.350 Kindertoelagen 102.848 98.280 94.527 82.977 38.098 76.196 Geneesk. behand, 156.408 223.178 260.816 193.019 113.832 227,664 Coup. AOV/AWW 135.500 133.546 143.026 144, 542 86.412 172.824 Pensioenbijdragen 156.100 191.996 272,239 229.820 187.000 374.000 Pensioenen 0 Vut uitkeringen 894, 137 0 Totale kosten 3.489.296 3.570.360 4.906.656 4.536.951 2.314.686 4.629 ,372
nn et en en en
ete td
ne en ne en ve ve ee a
nd nn AE
a dd de
nn ed nn nn a en en
ne ee ne en a nh eg a
ER EE dd dj mn
BIJLAGE
Salariskosten 1986 t/m 1989 en 1990 t/m juni WEB
ED Pe On en _ _ _ ED ed de ED Ge menhembemmbenekeEsERREneSnnennessanszensssEeins..
Onschrijving 1986 1987 1988 1989 1990(6and) 1990 (jaar)
Salarissen 3.287.107 3.350.000 3.584.692 3.909.780 2.027.021 4.054.042 Lonen 3,823,669 3.800.000 3,572,019 2.837.700 1.326.669 2,653,338 Overwerk 605.383 873.457 1.235.326 1.785.300 1.108, 269 2.216.538 Toelagen 377.820 406.887 238.979 260.652 135, 135 270.270 Over.uitkeringen 143 71 Ô Kindertoelagen 232.150 220.000 159.320 173.768 90.090 180.180 Geneesk, behand. 896.243 170.280 538.687 658.800 234.112 668.224 Comp. AOV/AWW 334.017 338.066 333, 303 325.800 196,090 392,180 Pensioenbijdragen 623.575 650.298 703.074 758.500 0 Pensioenen 0 Vut uitkeringen 1.847.700 584.110 1.168.220
Totale kosten 10.180.107 10.409 059 10.365.400 12.558.000 5.701.496 11.402.992
en an et ee ne vn dn _ EN _ nn nn an En en EN Een a en mn SEEEEESEEEER ne nn an nn =ArRERSEEERSS SERRES mn nnen SEE EE
Nv an en mm an a en an ma _ _ mn vn en SSEEEEnnSsniennsnsonnsneonenszsoessssssezzzesse
Omschrijving 1986 1987 1988 1989 1990 (Gand) 1990 (jaar)
Salarissen 3.385.799 3.489, 100 2.926.712 2.142.787 1.355.632 2,711,264 Lonen 1,417.728 7.980.500 3.996.578 3,35/,397 1.082,174 2.164,348 Overwerk 185.526 177, 200 5/9,539 505.754 353.930 707.860 Toelagen 270.485 305.700 254, 500 238.500 164, 961 329.922 Over uitkeringen 6,200 4,200 48,467 30.430 18.033 36, 066 Kindertoelagen 474.402 447 300 268, 524 220.811 84,353 168.706 Geneesk. behand, 1.314.806 1.407.200 697 ,006 362.810 131.866 263.732 Coup. AOV/AWW 528,215 509.900 344,623 398.990 159,297 318, 594 Pensioenbijdragen 598.471 631.600 544.890 823.756 292.500 585.000 Pensioenen 0 0 Vut uitkeringen 1,959,029 3.359, 367 0 0
Totale kosten 14.179.632 14,952,700 11.619.866 12.040,602 3.642,746 1.285.492
nn nn nd he nn a an a ee we en en en a vn a en Ee nv ER dd EG mn EE ME an EE ED dg vn a va nn hemden 30 nn nn an ne en an a ad on
Omschrijving _ 1986 1987 1988 1989 1990 (Gend) 1990 {( jaar) Salarissen 4,947,108 4,614.811 2.934, 135 5.868.270 Lonen 1.748.536 1,636,325 197.962 1,595,924 Overwerk 652.540 1.136: 490 575.694 t.t51,388 Toelagen 160.121 200,479 104,278 208,556 Over.uitkeringen 34.819 20.765 11.375 22,750 Kindertoelagen 109,228 161.254 54,332 108, 664 Geneesk. behand. 544, 404 681,807 150.810 301.620 Coup. AOV/AWW 308.618 316,789 193.049 386.098 Penstoenbijdragen 680.423 687, 114 416.045 832,090 Pensioenen 363,375 341.001 149, 320 298.640 Vut uitkeringen 287.194 1.822.402 û Totale kosten 0 0 9,836.366 11.419,237 5.387.000 10.774.000 Salariskosten 1986 t/m 1989 en 1990 t/m juni SVB „Omschrijving _ _ 1986 __ __ 1987 __ 1968 1989 ___ _1990(6mnd) _1990(jaar)_ Salarissen 1.093.623 1,071,247 631.456 1,262,912 Lonen 20.988 54.719 9,800 19.600 Overwerk 93.968 95.850 44, 308 88.616 Toelagen 0 Over, uitkeringen 15.830 24, 224 59.062 118.124 Kindertoelagen 25.860 29.395 14, 105 28,210 Geneesk, behand. 56.767 61.790 29,468 58.936 Comp. AOV/AWW 48.748 55.632 34.103 68.206 Pensioenbijdragen 63.745 42.850 25.258 50.516 Pensioenen 0 Vut uitkeringen à 463 62.045 60,000 120.000 Totale kosten 0 0 1.403.992 1.477.752 907.560 1.815.120
en oe nn ee
tn a en eg me me mm nd endendantendenkndendededaktnktntntenteketnddended tt dd
Salariskosten 1986 t/a 1989 en 1990 t/n juni SETAR
en en a ee ne EE A en
BIJLAGE
Et dn an en a ek ES
we en a ER ik en
Salarissen
Lonen
Overwerk Toelagen
Over. uitkeringen Kindertoelagen Geneesk, behand. Coup. AOV/AWW Pensioenbijdragen Pensioenen
Vut uitkeringen
Totale kosten
Salarissen
Lonen
Overwerk Toelagen Over.uitkeringen Kindertoelagen Geneesk, behand. Comp. AOV/AWW Pensioenbijdragen Pensioenen
Vut uitkeringen
Totale kosten
Salariskosten 1986 t/m 1989 en 1990 t/m juni APA
dd le nn dn ed EE _ Ld on mn nn a mn de TEER EEESREnSEEnsenrensanssnsssessasrensss
1.271.163 482.585 70.635 164, 255 124.208 47.534 179, 128 77,504 164.282
81.985
0 0 2.643.279
nn en en nn ed nn a nd ndendendenkendenken kek 134 kdenk keke ndendkenknkekeke denkende
1986 1987 160, 260
111 8,704
660 9,284 6.262 9,110 9.114
_laschrijving _ 1986 _ 1987 _ __ 1988 __ 1989
959,831 428.348 117.452 117.855 35.225 39.911 54.513 82.358 207.622
284.622
2.327.537
8 164, 142
15.680 912
743 1,500 7.891
23.112 9,114 16.650
BIJLAGE
504, 039
76.260 39.620
9,514 12.463 37.084 27.849 67.736
80.044
854.609
ne nn De hekendenkenk keek ik d
6m 132.632
5.389 16
495 503 5.456 5,076 4,557 11.580
nn ndgn added ne tn nn
mn en en a a ae a nn nn en en _ nn bdnnkeiendekenk dd wenken mERSRAERSSTE
en nn nd ve dandemdendenke kde kt
1 1.008.078 0 152,520 19.240 19,028 24,926 74,165 55.698 135.472 0 160.088
1.709.218
mma me bt id a Hammen
1990 (jaar) 265.266 0 10.778 152
0
990 1,006 10,912 10.152 9,114 23.160
331.528
en a en GSSEESESREER
BIJLAGE
Salariskosten 1986 t/m 1989 en 1990 t/m juni APFA
EE TE nn EB dr ve a a mn Et Ge ele rn nv EE A an EE Pl EED B de a a PE EED ME ml POE PE EE ES EE ER EE ER ER a nd a vn a ED, en
chrijvin 1986 1987 1988 1989 _1999(6and) _1990(jaar) Salarissen … 228.179 174, 196 348, 392 Lonen 0 Overwerk 0 Toelagen 0 Over. uitkeringen 11.100 5.550 11.100 Kindertoelagen 0 Geneesk. behand. 0 Comp. AOV/AWW 7,563 5,785 11.570 Pensioenbijdragen 0 Pensioenen 0 Vut uitkeringen 0
enteren mtd nnn nn nnn genen ent
Totale kosten ij 0 0 246.842 185.531 371.062
nn ee wen nn en en a en enn a en oe en an ve ae a en ED nn en dd en a nn GE et ad bekenkendnedkendeke Ide Gm OE ER hen en en en dn a emdenkendende etek td mn ED EE et
BIJLAGE
Totale Salariskosten 1986 t/m 1989 en 1990 t/a juni, Algenene Dienst + Bedrijven
nn a an wam zi _ _ _ man mn en nn men men pn a en venveedeniimndermmahseEeEERSERSEEInSSeRRRSormenrnanennseonzennsennensaesrsnres
| Omschrijving 1986 1987 1988 __1989 1990(6and) _1990( jaar) Salarissen 13,981.162 79,513.757 66,181,949 89.437.267 50.277.328 100.554.,656
Lonen 19,827,116 19,504,296 12.993,366 11.067.477 4.649.322 9,798,644
Overwerk 3,387.976 4,710.172 7.339.084 8.742.675 6.579.354 13.158,708 | Toelagen 2.651.066 3.483,319 3.018.662 3.118.296 1.750.614 3.501.228 Over.uitkeringen 1.443.246 737.642 1.728.906 1.771.329 1.174,477 2.348.956 Kindertoelagen 2,408,528 2,488.720 2.361.707 2,255.857 1.142.959 7.285.918
| Geneesk. behand. 6,353,071 6.125.438 5.951.753 6.252.753 3.448.885 6.897.770 Coap. AOV/AWH 3.978.135 4,061,615 4.123.249 4.591.123 2.600.464 5.200.928 Pensioenbijdragen 10.609,66 10.733.481 10.884.209 11.933.593 6.193.582 12,387.164
| Pensioenen 9.608.053 11.283.524 17,732.885 20.959.554 8.432.809 16,865.618 Vut uitkeringen 0 0 6.614.163 13.575,093 6.626.751 9.346.971 134.268.017 142.641.964 156,929.933 173.705.017 92.874,545 181,886.559
| Totale kosten
EE df
Salarissen
| Lonen Overwerk Toelagen Over.uitkeringen
| Kindertoelagen Geneesk, behand.
: Comp. AOV/AWW
| Pensioenbijdragen Pensioenen Vut uitkeringen
Í | Totale kosten
nn en en En en
ne a en PE
nn en a a tn EE
En mn EE
1.472.154 2.252.109 817.914 313,080 174.857 183.282 189, 583 441.132 897.560 372.489 373.642
mn ed dd ed ne EE A
et en a a ee en En nk
1,038.210 2.119,392 1,365,472 319.246 91.314 231.303 599,610 470.233 960.698 350.115 2.163.519
en hednadandenke Kein
… mn nn en wEETEREEESEE
6,376,458 807.762 701.651 143.974
85.501
81.395 217.865 266.242 514.115 153.877 151.624
Ten mn nne mager ane
ene a en a Ed EE nn en
nn dn an a Ed en
1989 _1990(6und) 1990 (jaar)
8,752,916 1,615,524 1.403, 302 287.948 171,002 162,790 635.730 532.484 1.028,230 307.754 303.248
Edentmtanm demmnmn ende ne ns oenen
en tn ne td EE nd en