Full Text / Transcription of https://coleccion.aw/show/?NL-HaNA_1.05.12.01_236


Journaal
van de
Gouverneur
over
1820
1820.
Januarij 1.
Journaal, gehouden bij den
Gouverneur Generaal adinterim
van Curaçao en Onderhoorige Eilan„
„den Bonaire en Aruba.
No. 1.
Heden na den middag is voor deze Haven afge„
„zeild een gewapend vaartuig, voerende de vlag der
zoogenaamde Republiek van Veneruela, bij zich heb„
„bende eene Golet onder de Spaansche vlag„
Daar deze vaartuigen dit Eiland westwaarts lange
de Kust afzeilden, ontstond er bij ons het vermoeden
dat zulks met het voornemen geschiedde om in een
der buiten baaijen te ankeren; daarom werd de Gou„
„vernements Adjudant met een detachement Militairen
derwaarts gezonden om het binnen zeilen des voormelden
kapers in eenige der buiten baaijen te verhinderen, ten
einde aldus hostiliteiten en rooveryen, die er zouden
kunnen gepleegd worden, voor te komen.
N„o 2.
De Gouvernements Adjudant heden naar het hoofd
Fort Amsterdam te rug gekeerd zijnde, rapporteerde dat
hij den gepasseerden nacht post gevat had op ’t Fort
S„t Michiel en welks baai, naar het hem toescheen, de
Insurgenten kaper en de bij denzelven zijnde spaan„
„sche Golet getracht hebben ten anker te komen; dat
zulks echter niet geschied zijnde en de gemelde vaar„
„tuigen den koers van het land; westwaarts gesteld
hebbende, hij met het detachement militairen stad
„waarts was opgemarscheerd.
N„o 3
Het Garnizoen is heden morgen door ons geinspecteerd
Januarij 3. geworden.
N„o 4.
Gelezen zijnde eene missive van den Kapitein Luite
„nant ter zee H: W: de quartel, zonder dagteekening,
als mede het daarbij vermelde document, betrekkelijk het
overnemen van het Commandement van Z. M. brik
de Merkuur, waartoe hij bij koninglyk besluit benoemd
is, in de plaats van den Kapitein Luitenant G A:
Pool dewelke daarvan honorabel ontslag bekomen heeft
bijlaag
zie de missive en onder N„o 1 & 2
Is goedgevonden en verstaan: de voormelde Origi„
„nele missive en bijlaag derzelve, bij extract dezes, te
stellen in handen van den voornoemden Kapitein Lee
„nant Pool, om daarop te rescriberen, met terugze
„ding derzelve
No. 5.
Heden hebben wy ons nader bezig gehouden met
het inzien van al het verhandelde bij den overledenen
Gouverneur Generaal, in deszelfs Journaal ten aan„
„zien het nemen van de Nederlandsche Golet Intri„
„pid door den Insurgenten kaper genaamd Generaal.
English; als mede ten opzigte het in beslag houden
van den in deze Haven door zijner Majesteits Corvet
de Dolfijn opgebragten Jnsurgenten Kaper La Sose„
„gada en aangaande deszelfs officieren en manschap„
„pen; voorts nog van alle de stukken, documenten
en missiven daartoe betrekking hebbende, ten einde
ons met deze zaken volledig bekend te maken, om
wanneer zulks noodig zal zijn, naar vereisch der
omstandigheden te kunnen handelen zoo als het
raadzaam zal bevonden worden te behooren.
No„ 6.
van
Januarij 3. Van wege het officie Fiscaal voor ons gebragt zijnde
een zeeman, zich noemende Ale Hendriks Bakker,
en ook James Smith, welke laatste naam hij zeide
ook te hebben aangenomen, en die zich bij het gemelde
officie heeft aangediend als deserteur van eenen Insur„
„genten kaper genaamd Almeids, dezelfde, die den
1.e dezer, deze haven is voorbij gezeild, (zie het: verhandelde
onder N„o 1.) en zich aan de west kust dezes Eilands
ten anker bevond, tydens dat de voorn: persoon deserteer„
„de, zijnde geweest gisteren den 2:e dezer
Is goedgevonden en verstaan: denzelven naar het
Fiscalaat terug te zenden, gelijk geschied is, met
invitatie aan den Raad Fiscaal adinterim om de de
„claratie van den hiervorengenoemden persoon ten
deze aftenemen en aan ons te doen toekomen.
N„o 7
Is gelezen eene door den Raad Fiscaal adinterim,
op onze invitatie (zie het verhandelde onder N„o 6)
afgenomene declaratie van den persoon van Ale
Hendriks Bakker die van eenen Insurgenten kaper
genaamd Almeida, dewelke zich aan de west kust
dezes Eilands bevond, gedeserteerd is. Zie de gem:e de„
„claratie onder n„o 3
No„ 8.
Ten einde ons te verzekeren of de Insurgenten
kaper, dewelke deze Haven op den 1:e dezer is voorbij
gezeild en zich, volgens berigt van een zijner gedeser
„teerde manschappen, den in dezen genoemden persoon
van Ale Hendriks Bakker, al of niet in een der
buiten baaijen is leggende, vaardigden wij een daar
„toe geschikten persoon derwaarts op kondschap uit
N„o 9.
De
Januarij 4. De persoon die gisteren op koudschap is uitgezonden
aangaande den Insurgenten Kaper welke zich op de
west kust dezes Eilands bevond, te rug gekeerd zynde,
rapporteerde dat de bedoelde kaper zich niet onder de
kust ten anker bevindt.
N:o 10.
kooplieden
De Heeren G. F. Lenz, D. Bing & I. N. C. Jutting.
namens zich zelven en de gezamenlijke Kooplieden
dezes Eilands vervoegden zich bij ons, te kennen gevende
dat, daar zij hunne vaartuigen te gemoet zien van
sommige Havens benedens winds dezes Eilands, zij dies
bedugt zijn dat de Insurgenten Kaper, welke deze
Haven is voorbij gezeild, dezelve zal ontmoeten en be
„rooven; weshalve zij ons verzochten de Commercie
te willen protectie verleenen, zoodanig als wij zouden
best oordeelen, hetwelk wij beloofden, aangezien zulks
niet meer dan ons pligt was.
Daarop herzien de declaratie van den gedeserteer„
„den matroos des hiervorenbedoelden Kapers, door den
Raad Fiscaal adinterim gisteren ingezonden, (zie het
verhandelde onder N„o 7) en overwegende:
A. Dat de bedoelde Kaper, ofschoon de vlag der zoo
genaamde Republiek van venezuela voerende, nogtans
uit Baltimore in de veereenigde Staten van Ame„
„rica en uit geen der Havens van de opgemelde Repu„
„blick is uitgerust.
b. Dat de bevelhebber des kapers zich niet alleen op
het grondgebied dezer kolonie, tot afbreuk van den
handel en de scheepvaart derzelve, heeft opgehouden,
als het ware de kusten dezes Eilands blokkerende
maar zelfs niet heeft ontzien om bij een der buiten
baaijen des Eilands een door denzelven genomen
vaartuig
Januarij 4. vaartuig te doen stranden en vervolgens om meel
aan de Ingezetenen te verkoopen en aldus eenen
ongeoorloofden handel te drijven.
O. Dat het, bovendien nog te vermoeden is dat de
bedoelde kaper een zee-roover is, welke geene vlag
zal ontzien, te meer daar geene Commissie vaarder
of ander wettig ten oorlog uitgerust zijnde vaartuig
over prijs goederen op eene zoodanige wijze zoude
disponeren als voren gezegd is, hetwelk het vermoeder
door ons tegen den gezegden kaper opgevat, zeer
veel versterkt.
d. Dat de veiligheid des handels en der scheep„
vaart het vordert, dat dergelijke voor dezelve gevaar
„lijke vaartuigen, zoo veel mogelijk, in derzelver
voornemen worden te keer gegaan.
e. Dat het dus raadzaam zoude zijn, zulks doen„
„lijk zijnde, zich van dien kaper meester te maken
en in deze haven op te brengen, ten einde, op de
hiervoren aangevoerde gronden, te regt gesteld te
worden.
werden de Commanderende officieren van zijner
Majesteits alhier gestationeerde schepen door ons
geraadpleegd over de wijze hoedanig onze intentie
het beste zoude kunnen ten uitvoer worden gebragt,
niet dat gevolg, dat wij met de geme. officieren
overeenkwamen om zyner Majesteits brik de Merkus
gecommandeerd door den kapitein Luit:t ter zee
G. A: Pool te doen uitzielen, na dat derzelver
ekwipage vooraf uit die van zijner Majesteits
Corvet de Dolfijn, gecommandeerd door den kapitein
Luitenant ter zee I. F C: Wardenburg zal zijn
gecompleteerd, en met een detachement van twintig
Jagers onder Commando van een officier zal zijn versterkt
Dien
Januarij 4. Dien ten gevolge gaven wij de noodige or„
„der dat er een detachement militairen bestaan,
„de uit een officier zoude gescheept worden
aanboord van Z. M. brik de Merkuur, terwijl de
volgende order aan den kapitein Luitenant war„
„denburg als de kommanderende officier van Z.
M: Schepen op deze station toegezonden werd:
luidende dezelve aldus:
De Commanderende officier van zyner Majes„
„teits brik de Merkeur, zal met de gemelde brik„
ten spoedigste, zee kiezen om den Insurgenten kaper„
dewelke den 1:e dezer voorbij deze Haven is gezeild
en zich in een der baaijen aan de beneden kust
dezes Eilands heeft opgehouden, op te zoeken, den„
„zelven te nemen en in deze Haven op te brengen.
De ekwipage van de voorz: brik zal gecom„
„pleteerd worden uit die van zijner Majesteits Cor„
„vet de Dolfijn en buiten dien zal en een twintig
tal Jagers onder het Commando van eenen offi„
„ciër voor dezen togt, op de gemelde brik gedeta„
„cheerd worden.
De Commanderende officier van zyner Majes„
„teits brik de Merkuur zal zich niet verder dan
tot het Eiland Aruba mogen begeven, ten ware
hij ter executie dezer order anders mogt noodig
oordeelen, in welk geval het hem zal vrijstaan zij„
nen koers verder te stellen.
op dezen togt zal hij alle mogelijke protectie
verleenen aan den handel en de scheejevaart; zul„
„lende hij voorts in deze Haven wederom binnen
vallen zoodra aan het oogmerk hiervan op de eene
of andere wijze zal zijn voldaan.
De kommanderende officier van zijner Majes„
„teits schepen op deze station zal deze order ter kennis
doen
Januarij 4. doen komen van den Commanderenden officier
van de Merkuur, en zal voorts zorgen dat hier„
„aan worde voldaan, in zoo ver het hem aangaat.
N:o 11.
Is gelezen eene door den Raad Fiscaal adinterim aan
ons toegezondene declaratie van nog een anderen deser„
„teur des voorbij deze Haven gezeilden Insurgenten
kapers. zie dezelve declaratie onder N„o 4.o
N„o 12
zijn van den Gouvernements Translateur en Inter„
„preteur ontvangen en gelezen den op den 21:e December
1819 ingekomene aanschrijving en bijlagen, van Joseph
Rafetti bevelhebber van den alhier in beslag zijnde
kaper Lasosegada (zie het verhandelde op dien dag
onder n„o 719. ) welke missive en bijlagen, hierbij onder
N„o 5, 6 = 7. gevoegd worden.
Daarop in overweging nemende: dat, ofschoon
er in den beginne redenen mogten geweest zijn om
de gebrevetteerde officieren des in beslag gehouden In„
„surgenten kapers Lasosegada alhier als Gijzelaars
te houden, tot dat bij de gezagvoerders in de zooge„
„naamde Republiek van venezuela zal zijn voldaan
aan de reclame die bij het Gouvernement dezes Ei„
„lands is gedaan aangaande de Nederlandsche Golet
genaamd Intrepid, dewelke door eenen Insurgenten
kaper met name Generaal Englisch is genomen
en ontvoerd geworden, het thans raadzaam is de
bedoelde officieren vrij te stellen, en dezelve te permit
„teren om dit Eiland te verlaten, aangezien het on„
„zeker is wanneer de decisie van het Insurgenten
Gouvernement alhier zal bekend worden, en die
officieren intusschen nog, bij voortdering, onderhoud
Januarij 4. uit de koloniale kas zullen moeten genieten, hetwelk
eindelijk tot schade dier kas zoude kunnen strek
ken; behalve ook dat in de tegenwoordige omstan„
„digheden der onderhavige zaak, ons geene redenen
zyn voorgekomen om de meergemelde officieren lan„
„ger als Gijzelaars te houden; En na hierin te heb„
„ben genomen het advies van den Raad Fiscaal
adinterim.
Is, overeenkomstig deszelfs advies, goedgevonden en
verstaan:
1„o Dat de bevelhebber en andere gebrevetteerde offi„
„cieren van den alhier in beslag zijnde kaper La
Dosegada, zullen worden vrijgesteld gelijk dezelve vrije
„gesteld worden bij deze, om dit Eiland met de eerste
gelegenheid te verlaten; blijvende echter de gemelde
kaper in beslag binnen deze Haven tot dat de
genen welke zulks aangaat zullen hebben voldaan
aan des reclame van het Gouvernement dezes Ei„
„lands, wegens het nemen van de Nederlandsche
Golet de Intrepid, door eenen kaper voerende de
vlag van veneruela.
2.o Dat de kaper Lasosegada zal worden bewaakt
door eenige manschappen uit de kwipagien van
zijner Majesteits alhier gestationeerde schepen, wel„
„ke door den kapitein Luitenant ter zee warden
„burg daartoe zullen worden gedetacheerd.
Extracten hiervan in zoo ver zulks noodig is,
zullen worden afgegeven, aan den Raad-Fiscaal
adinterim, den kapitein Luit:t ter zee wardenburg
en den bevelhebber des kapers Lasosegada, om aan
elk te strekken tot informatie en narigt.
N.o 13.
zijn
Januarij 4. zijn door den Chirurgijn Majoor J: Groesbeek
ingezonden de stukken van den geneeskundigen
dienst over het laatste kwartaal van het
verloopen Jaar 1819.
N„o 14.
Zyner Majesteits brik de Merkuur is heden zeer
vroeg in den morgen op derzelver bestemden togt
uitgezeild.
N„o 15
De volgende stukken zijn heden aan ons ingele„
„verd. als:
De generale verantwoording (in trijslo) van de
artillerie magazijnen, over het Jaar 1819
Den generalen Inventaris der vuurmonden, ammu„
„nitie, laadgereedschappen en verdere artillerie goederen
zich op de onderscheidene forten en batterijen op dit
hiland bevindende, op den 1:e Januarij 1820.
N„o 16
Is gelezen eene door den Raad Fiscaal adinterim
aan ons toegezondene declaratie van nog een deserteur
met name John Williams, van den Insurgenten
Kaper die voorbij deze Haven gezeild is.
Zie dezelve declaratie onder N.o 8.
No. 17.
Gelezen zijnde een Rekwest van Margaritha Wen
„schen, Maria Elisabeth Pietsz & Hermina Pletse
tenderende om het lijk harer moeder Anna Am
„brochis buiten prejuditie te aanvaarden en ter
aarde te doen bestellen. Zie voorts het Rekwest onder
N„o 1 hetwelk aldus nog luidt:
(F.J.)
Is goedgevonden en verstaan der Rekwestranten
verzoek
Januarij 6. verzoek te accorderen, zoo als geschiedt bij deze;
mits niemand zich daartegen stelle, en, des ver
„eischende, hiervan worde kennis gegeven ter wees
onbeheerde - en desolate boedel kamer alhier.
Een afschrift hiervan, zal aan de Rekwestranten,
tot informatie en narigt, worden afgegeven.
N„o 18.
zijn ingekomen de stukken van den Hospitaal
dienst zoo wel die over het laatste kwartaal van
1819 als die over de maand December deszelven
Jaars.
N„o 19
Gelezen zijnde eene missive van den Kapitein
Luitenant ter zee I. F: C: Wardenburg Comman„
„derende Z. M: Zeemagt in de west-Indie, dd
6:e dezer, excuserende de ontvangst onzer disposi„
„tie van den 4:e dezer n„o 12 en houdende ver„
„zoek dat er een Lands pakhuis worde aangewe„
„zen om alle draagbare goederen des kapers La
Sosegada daarin te bergen en deszelfs bevelhebber
Raffetti en zijnen eersten Luitenant te gelasten
bij het opmaken des Inventaris te assisteren,
welke Inventaris door hem mede zal moeten
geteekend en hem een ter hand gesteld worden,
terwijl het reçu der reeds in het Magazijn afgele
„verde wapenen en ammunitie door hem kap.t
Luitenant aan dien Inventaris zal worden
geannexeerd, zie de missive onder n„o 9
Is goedgevonden en verstaan: te berusten, zoo
als hierby berust wordt in de hiervorenstaande
voordragt van den Kapitein Luitenant ter zee
wardenburg, en voorts te gelasten dat dien con„
„form
Januarij „form worde gehandeld ten overstaan van den Raad
Fiscaal adinterim of iemand van zijnent wege, ten
einde de bedoelde goederen ter Fiscalaat in bewa„
„zing te doen nemen.
Extracten hiervan zullen aan den Kapitein
Luitenant ter zee Wardenburg, en den Raad Fis„
„caal adinterim, tot informatie en narigt, worden
toegezonden.
No. 20.
De volgende wissels zijn heden door ons op het
Ministerie voor het Publieke onderwijs de Nationale„
„le Nyverheid en de Kolonien aan de order van den
ontvanger Generaal terim alhier, getrokken.
N„o 1 ten bedrage van ƒ 2000 H.C:t of P„s 1379. 2. 3
voor aangekochte vivres in de maand Augustus
1818, uit krachte eener Ministeriële resolutie dd
4e. September 1819 N„o 2/60 vermeld in het Gouver
„nements Journaal in dato 17.e December deszel„
„zelven Jaars n„o 680.
N„os 2, 3, 4, 5, 6 & 7. ten bedrage van ƒ 9279„ 98„en
of P„s 6050„ 3„ 5 ook voor aangekochte vivres, ten
behoeve van Militairen, sedert primo September
1818 tot ultimo Maart 1819 en mede uit krachte
der hiervoren gemelde Ministeriele resolutie.
N„o 8, 9 & 10. ten bedrage van ƒ 7492„ 67:t of
P„s 4495„4„5 voor militaire tractementen en
soldijen over de gepasseerde maand December.
N„o 21.
In overweging nemende den inhoud van het
Journaal der verrigtingen van den Raad Contra
„rolleur Generaal der Financien adinterim, hetwelk
hij den 24:e December 1819 aan ons overhandigde
Januarij 6. bij zijne terugkomst van het Eiland Bonaire, wes„
„waarts hij tot het doen van inspectie vertrokken
was, blijkens het verhandelde op dien dag onder n„o
700. zie het Journaal onder n„o 10.
En gelet op de punten waaromtrent voorzie„
„ningen behooren gemaakt te worden.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Dat het wachthuis en fortres op het Eiland
Bonaire zullen worden gerepareerd en dat de
vertimmering der houtwaren daartoe benoodigd
alhier te Lande zal geschieden, waarna een aan„
„vang aan de gebouwen zelve plaats zal moeten
hebben; zullende de noodige sparren niet s' Lands
Golet de Dolfijn van de Rocasche Eilanden wor„
„den gehaald.
2 Dat, daar de Commandeur in een groot erreur
geverseerd heeft, dat ieder Ingezeten des Eilands
Bonaire twee van de ’s Lands Exels tot deszelfs ge„
„bruik vermag te houden en dat erreur zekerlijk is
ontstaan door de vergunning aan elk van twee Exels
te mogen houden doch welke hunne eigendom
zoude hebben moeten zijn en niet van het Gouver
„nement, dusdanig schadelijk en nadeelig gebruik
zal ophouden, gelijk zulks hierbij gelast wordt;
echter zullen de Ingezetenen, wanneer dezelve voor
het Gouvernement arbeiden, als dan's Lands Exels
tot dien einde onder hen mogen hebben; maar
zoodra het werk zal gedaan zijn, zullen alle de
daaraan gebruikt zynde ezels des nachts op een
daartoe geschikt en groot genoeg af te zerken stuk
gronds, worden opgesloten, terwijl dezelve bij den
dag, onder toezigt van eenige der Lands slaven,
als
Januarij 6. als wachters, op de weide bij elkander kunnen wor„
„den gehouden; wordende nogtans hierdoor niet
verboden dat s' Land tijd onder zich het noodig
getal Ezels mogen hebben om zich van versch water
te kunnen voorzien.
3:o Indien de Ingezetenin, door het gemis van
's Landt Exels in hunnen byzonderen dienst, en voor
zij instaat zullen zijn zich anderen aan te schaffen,
in ongelegenheid zoude kunnen gebragt worden, zal
aan ieder Ingezeten een der Exels welke zij in ge„
„bruik hebben, tegen den bepaalden prijs kunnen ver„
„kocht worden en de betaling daarvan door hunnen
arbeid bij de inzameling van het zout als anderzins
kunnen geschieden.
4:o Dat de tult van schapen op Bonaire niet zal
worden aangehouden; zullende dus de aldaar aan
„wezig zijnde schapen, zoo spoedig mogelijk, alhier
worden aangebragt om verkocht te worden, ten einde
voor de opbrengst daarvan, koeijen, ter verzending
naar het voornd:e Eiland, kunnen worden aange„
kocht.
5:o Dat er bij de zout-pan eene loos of gebouw
zal worden opgemaakt, groot genoeg om te strekken
tot een nacht verblijf, der ’s Lands slaven en anderen
die aan het inzamelen van zout worden bezig
gehouden.
6.o Den verderen inhoud des Raads Contrarolleurs
Journaal te houden voor informatie en eenige door
hem gegevene bevelen en orders daarin voorkomende
goed te keuren, zoo als geschiedd bij deze
7.o Den Raad Contrarolleur Generaal der Financien
adinterim te belasten met het doen uitvoeren dezer
onze
January 6. onze dispositie, waaromtrent wij deszelfs rapport
zullen afwachten.
Afschriften hiervan zullen aan denzelven Raad
Contrarolleur en aan den Commandeur des Eilands
Bonaire, tot informatie en narigt, respectivelijk,
worden toegezonden.
N:o 22.
Gelezen zijnde een Rekwest van Anthon Carel
Zeppenveld, Chirurgijn der 3:e Classe bij het Bat„
Jagers N:o 28 in Garnizoen alhier, houdende dat
aan hem moge worden verleend zyne te goed heb„
„bende vivres gedurende den togt door hem in
dienst, met zijner Majesteits Corvet de Dolfijn ge„
„daan, of wel de voldoening der gelden door hem,
op dien togt, uitgegeven. Zie het Rekwest onder
n„o 2, hetwelk aldus nog luidt:
(F: I:)
En in aanmerking nemende dat de Rekwes„
„trant tot den dienst op Z. M: Corvet de Dolfij
is gecommandeerd geworden.
Is dus goedgevonden en verstaan: dat aan den
Rekwestrant zal worden uitgereikt de bij hem te
goed hebbende vivres gedurende zijnen hiervoren getaat
dienst op Z. M: Corvet de Dolfijn,
Afschriften hiervan zullen aan den Rekwestrant
en aan den Raad van Administratie, tot informa „tie en narigt, respectivelijk, worden afgegeven.
No. 23.
Tot heden ontvangen zynde eene som van zeven
honderd een en tachtig pesos van achten, zes realen
en een stuiver ter gedeeltelijke voldoening van
P„s 948„ 5„ 2., zijnde het zuivere provenue van
Januarij 7. de door zyner Majesteits Corvet de Dolfijn herno„
„mene en te Aruba, door den vice Commandeur
aldaar verkochte Spaansche bark Eliza en derzelver
lading, ingevolge de Generale rekening en verant
„woording die de voorm.e vice Commandeur, blij„
„kens het verhandelde in het Gouvernements Jour„
„naal dd 17:e October N„o 541. heeft ingezonden
alsmede nog de som van P„t 97. het beloop van
de bereide vellen die # behoord hebben tot de lading
der evengem:e bark en door's Lands Makelaar, al„
„hier, ingevolge Gouvernements dispositie van den
14:e September 1819 n„o 450. bij publieke opveiling
zijn verkocht geworden, uitmakende deze beide
posten eene Som van P„s 878„6„1.
En gelet: a. op de dispositie van den overledenen
Gouverneur Generaal dd 13en September 1819 N„o 446,
waarin uitgedrukt Staat hoedanig moet gehan„
„deld worden met de provenuen der hiervoren ge„
„melde bark en derzelver lading
b. op eene nadere dispositie van denzelven Gouver„
„neur Generaal dd 22 October deszelven Jaars na
555, genomen op een Rekwest van Moses Jesurun
als gemagtigde in deze
voorts gezien de bij den gem Gouverneur Gene„
„raal, onder dagteekening van den 23.e October 1819
opgemaakte, onderteekende en bij deszelfs missive van
N„o 146
dien datum aan het Ministerie voor het Publieke
Onderwijs, de Nationale Nyverheid en de Kolonien,
ingezondene rekening van de meergemelde hernomene
Spaansche bark Eliza en derzelver lading, uit wel„
„ke rekening blijkt dat aan de eigenaars van
dezelve bark en lading de som van P„r 862„ 3„ 2 2/3
Januarij 7. is Competerende voor 2/3 in derzelver provenuen
ter somma van P„s 1293„5„1
Eindelijk nog gelet dat het opgemelde 2/3 groot
S„s 862„ 3„ 2 2/3. uit de hiervorengem:e ontvangen
zijnde som van P„s 878„ 6„ 1., aan den hiervoren„
„genoemden Moses Jesurun als gemagtigde in deze
ten behoeve der belanghebbenden, kan, en zonder
verder uitstel, behoort te worden uitbetaald.
Is goedgevonden en verstaan: om de veelgezegde
som van P„s 862„ 3„ 2 2/3. zynde 2/ 3 der provenuen
van de dikwijls gemelde hernomene spaansche
bark Eliza en derzelver lading te doen uitbetalen,
zoo als die som dan ook is uitbetaald geworden,
aan Moses Jesurun qq hiervorengenoemd, ten be„
„hoeve der belanghebbenden in deze
No„ 24.
Aan W: A: van Spengler Lid van den Raad
van Civile en Criminele Justitie en Haven Meester
is verlof verleend om, tot herstel van zijne gezondheid,
naar Bonaire of Aruba te vertrekken en aldaar
den tijd van twee maanden te verblijven; zullende
de directie van het Haven-wezen gedurende dien
tijd door den Loods worden waargenomen.
No„ 25.
Is gelezen eene door den Raad Fiscaal adinterim
afgenomene en aan ons toegezondene declaratie
van twee manschappen van eene Spaansche Golet
dewelke genomen werd door den Insurgenten Ka„
„per die den 1:e dezer deze haven is voorbij ge„
„zeild, en welke manschappen in de baai van
Porto Marie aan de wil zijn gezet geworden.
zie de declaratie onder n.o 11.
Januarij 8.
N„o 26
Op voordragt van den Raad Fiscaal adinterim
is denzelven een ander locaal, in stede van het
Fiscalaat, aangewezen geworden om de draagbare
goederen van den Insurgenten Kaper Lasosegada,
ten gevolge onzer dispositie van den 6.e dezer N„o 19.
op te slaan.
No„ 27.
Gelezen zijnde een Rekwest van Felix Guader
„rema en het daarbij gevoegde document, verzoe„
„kende in, de Rekwestrant ^ onder den gewonen eed
van getrouwheid aan zijne Majesteit den koning,
zich alhier te mogen nederzetten en vervolgens het
beroep van Apotheker uit te oeffenen. Zie het
Rekwest onder N„o 3, hetwelk aldus nog luidt.
/ F. J./
Is goedgevonden en verstaan: hetzelve Rekwest
te houden en advies.
N:o 28.
Gelezen zijnde een Rekwest van Joseph Julian
de Arrasate, houdende verzoek om eene Apotheek
alhier te mogen oprigten. Zie het Rekwest onder
N„o 4. hetwelk aldus nog luidt.
/ F: J./
Is goedgevonden en verstaan hetzelve te houden
in advies.
No. 29.
zijn heden door den Raad Contrarolleur Generaal
der Financien adinterim ingezonden drie processen
verbaal, in triplo, met de daarbij behoorende certi„
„ficaten van den waag en den Roei-Meester, mede
in triplo, aangaande de inspectie der met het schip
Carolina
Januarij Carolina Schippers J. Bartels op den 13.e December
1819 aangebragte vivres (zie N„o 669 in het Jour„
„naal over dat tijdvak:/ welke stukken, ofschoon
de laatste inspectie den 23:e December 1819 gedaan
is en binnen den tijd van acht dagen na die in„
„spectie moesten ingekomen zijn, om voldoende
redenen door den Raad Contrarolleur gegeven niet
eerder dan heden konden ingeleverd worden.
9. Niets bijzonders voorgevallen.
N„o 30
Is gelezen eene missive van den Kapitein 10.
Luitenant ter zee I. F: C: Wardenburg, komman
„derende Z M: Corvet de Dolfijn, dd 10 dezer,
strekkende ter beantwoording van het tweede Lid
onzer dispositie van den 27:e December 1819 N„o 702,
waarbij hij is geinviteerd geworden om ons bekend
te maken met den tijd wanneer de voorn. Corvet
de terug reis naar het Moederland zal kunnen
aannemen, en voorts nog op te geven het getal
manschappen welke hij zal kunnen missen om de
ekwipage van Z: M: brik de Merkuur te versterken.
en niet volstrekt noodig is tot de terug reis van
zijnen onderhebbenden bodem, met vermelding
van het getal dat als dan nog tot den dienst
op denzelven zal overblijven. Zie de missive onder
no„ 12, welker inhoud voor informatie gehou„
„den wordt, gereserveerd onze nadere dispositie
deswegens.
No„ 31.
Gelezen zynde een Rekwest van Michiel Cam„
„braso, wijkmeester van de wijk N„o 4 aan de
overzijde der Haven, strekkende om, wegens aan„
„ gehaalde
Januarij 10. „gehaalde redenen, in zijne voormelde kwaliteit ont„
„slagen te worden. zie het Rekwest onder N.o 5,
hetwelk aldus nog luidt.
(F. I:)
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Des Rekwestrants verzoek te accorderen en den„
„zelven dienvolgens bij deze ontslag te verleenen
als wijk meester van de wijk no 4 aan de overzij„
=de dezer Haven, zulks echter na dat hij de ver„
„eischte stukken over het Jaar 1819 en het laatste
kwartaal over dat Jaar zal hebben ingezonden, en na
vooraf de stukken en documenten tot de voormelde
wijk behoorende aan zijnen opvolger te hebben over„
geleverd.
2:o Tot wijkmeester van de wijk N.o 4 aan de overzijde
dezer Haven te benoemen, zoo als hierbij benoemd
wordt A: A: Munnigh, om in functie te treden
na dat de hiervorengenoemde M: Cambiaso aan
de voorwaarden van deszelfs ontslag zal hebben
voldaan.
Afschriften hiervan zullen aan den Rekwestraat
en den voorn:e A: A: Munningh, respectivelijk,
tot informatie, worden toegezonden.
No„ 32.
Gelezen zijnde een Rekwest van Johan Casper
Meinhardt, practiserende Chirurgijn en Godhelp
Israel Hoijer, houdende hoofdzakelyk, hunne intentie
tot het oprigten eener Apotheek op dit Eiland, met
verzoek om daarin boven eenen vreemdeling protectie
te mogen hebben, zie het Rekwest onder n„o 6, het
welk aldus nog luidt.
(F. I:)
Is
Januarij 11. Is goedgevonden en verstaan hetzelve Rekwest te
houden in advies.
N„o 33
Gelezen zijnde een Rekwest van Aron Pinedo,
houdende verzoek om op zijne plantagie genaamd
zorgvliet, alias, brakkesmit een honderd schapen
en vier koebeesten, en op zijne andere plantagie
met name Beuna vista ook zes koeijen te mogen
houden. Zie het Rekwest onder N:o 7, hetwelk al„
„dus nog luidt.
(F: I:)
En in aanmerking nemende dat de Rekwes„
„trant thans eigenaar is van twee nabij elkander
leggende plantagien in een en hetzelfde District,
waarvan een reeds privilegie heeft tot het houden
van schapen en Geiten.
Is goedgevonden en verstaan: des Rekwestrants ver„
„zoek te accorderen en dat dienvolgens aan hem zal
worden verleend de noodige acten van privilegie tot
het houden van koebeesten en schapen op zijne hier„
„vorengemelde plantagien zoo en in diervoege als ver„
zocht is.
Een afschrift hiervan zal aan den Rekwestraat,
tot informatie, worden afgegeven.
No„ 34.
Gelezen zijnde een Rekwest van Carel Anton
Zeppenfeld, Chirurgijn der 3:e Klasse bij het Batail„
„lon Jagers n:o 28 in Garnizoen alhier, tenderende om
het examen van Chirurgijn der tweede klasse, hoewel
dienst blijvende doen en tractement genietende als
die der derde klasse, te ondergaan, en als dan tot een
voorgenomen Huwelijk toegelaten te worden, ten einde
een
Januarij 11. een Apotheek aan te koopen en zonder nadeel voor
den dienst als Apotheker te ageren. Zie het Rekwest
onder N„o 8, hetwelk aldus nog luidt.
(F. I.)
Is goedgevonden en verstaan: dat in geen van
des Rekwestrants verzoeken zoo mede niet in deszelfs
daarop volgend voorstel, kan worden getreden.
Een afschrift hiervan zal aan den Rekwestrant,
tot informatie, worden afgegeven.
N:o 35.
Gelezen zijnde een Rekwest van Joseph Clement
Leijba, verzoekende om aangehaalde reden, zijn voor„
„genomen huwelijk, na de afkondiging van de drie
zondags geboden in eens, te mogen doen solemniseren
op zondag den 16:e dezer. Zie het Rekwest onder n„o
9, hetwelk aldus nog luidt.
(F: I:)
Is goedgevonden en verstaan: den Rekwestrant
te verleenen zoo als aan denzelven verleend wordt bij
deze, dispensatie van de anderzins vereischte drie
achter eenvolgende afkondiging van het door hem
voorgenomen huwelijk met Antonetta Aldersina
Henriquez, en dienvolgens toe te staan dat zijn
Rekwestrants voormeld huwelijk, na dat hetzelve
behoorlijk zal zijn aangeteekend en daarna, zoo
als in dit geval gebruikelijk is, zal zijn afgekon„
„digd, dienzelfden dag op de gewone wijze worde
gesolemniseerd.
Een afschrift hiervan zal aan den Rekwestrant,
tot deszelfs informatie, als mede tot autorisatie op
wien het aangaat, worden afgegeven.
No„ 36.
De
Januarij 12. De Raad Contrarolleur Generaal der Financien
adinterim heeft heden in duplo, ingezonden de re„
„kening van den ontvanger Generaal adinterim over
de gepasseerde maand December 1819, welke rekening
om gegevene redenen die aan ons voldoende zyn
voorgekomen, niet eerder konde ingezonden worden.
N=o
Gelezen zijnde een Rekwest van Maria Elisabeth
Hoeseer weduwe van Bruikman, verzoekende om
het lijk van hare Dochter Maria Lionora de
„Lange, buiten præjuditie te mogen aanvaarden
en behoorlijk ter aarde doen bestellen. Zie het Rekwist
onder N„o 10, hetwelk aldus nog luidt.
/ F. J./
: Is goedgevonden en verstaan: het verzoek van
de Rekwestrante te accorderen, zoo als hetzelve geac„
„cordeerd wordt bij deze; mits niemand zich daar„
„tegen stelle en hiervan worde kennis gegeven ter
weeskamer daar het behoort.
Een afschrift hiervan, zal aan den Rehwes„
„trante, tot informatie, worden afgegeven
No. 38.
Gelezen zijnde een Rekwest van Pierre Dorée,
strekkende om het lijk van zijne moeder buiten
praejuditie te mogen doen begraven. Zie het Re„
„kwest onder N„o 11, hetwelk aldus nog luidt:
(F. I:)
Is goedgevonden en verstaan: des Rekwestrants
verzoek te accorderen, gelijk geschiedt bij deze; mits
dat niemand zich daartegen stelle en hiervan
worde kennis gegeven ter wees-onbeheerde en
desolate boedel kamer.
Een
Januarij 14 Een afschrift hiervan zal aan den Rekwestrant, tot
informatie, worden afgegeven.
N„o 39
Heden is van Amsterdam gearriveerd het Neder„
„landsche koopvaardij brikschip genaamd Maria &
Jacoba, gevoerd door schipper J.J. Bart, met het„
„welk ontvangen zijn de navolgende aanschryvingen
van zijne Excellentie den Minister voor het Publieke
onderwijs, de Nationale Nyverheid en de Kolonien.
te weten:
N„o 3/21=en dd 14 Maart 1819 Origineel
18 October d„o duplikaat 17/75.
d„o Origineel 9/76 19 d„o
d„o duplikaat. 23 d„o 3/77
26 d„o d„o Origineel
3 November d„o duplikaat 1/79
15. d,,o d„o d,o 1780.
No. 40.
Nader gelezen zijnde de volgende resolutien van
zijne Excellentie den Minister voor het Publieke onder„
„wys, de Nationale Nyverheid en de Kolonien, als
a. eene van dato 14 Maart 1819 N„o 3/21-a, met de
missive van dien datum en van hetzelfde nummer
ontvangen, strekkende om den Gouverneur Generaal
dezer Eilanden, in antwoord op zijne missive van
den 20:' October 1818 n„o 139, te informeren: dat,
conform aan zijne daarbij gedane voordragt, de
noodige orders bij het departement van in- en ent„
„gaande regten en accijnsen gesteld zijn dat de
uit het moederland naar de west-Indische kolo„
„nien van het Rijk vertrekkende schepen, legale
manifesten hunner ladingen worden mede gegeven,
terwijl
Januarij 15. terwijl hem Gouverneur Generaal, ten overvloede,
wordt aanbevolen om stiptelijk de hand te houden
dat wederkeerig de van daar repatrierende schepen,
bij voortdeering van legale manifesten hunner la„
„dingen worden voorzien, ten einde, Conform de door
den Staats-Raad Directeur Generaal voornoemd
gestelde orders, door de schippers, bij hun arrive„
„ment, aan den ambtenaar ter inklaring te worden
overgegeven.
en
b. de andere van den 19:e October 1819 n„o 9/76, met
de missive van dien datum en van hetzelfde numero
ontvangen & geleidende een stel der naamteekeningen
van de respective Directeuren der In- en uitgaande
regten en accijnsen en de directien van zuid en
Noord-Holland, Zeeland, Vriesland, Antwerpen
en Westvlaanderen (Brugge) ten einde den Gouver„
„neur Generaal te strekken om zich van de auten„
„ticiteit der door de schippers, bij hun arrivement
in de kolonien, te producerene lysten of manifesten
der aan boord zijnde goederen te kunnen verzekeren
Is goedgevonden en verstaan: aan elk ambte„
„naar in deze kolonie, wien zulks aangaat, bij
deze bekend te maken, dat de schepen die uit
het moederhand aankomen, legale manifesten
hunner ladingen mede brengen, welke manifesten
de oppervisiteur, bij aankomst der schepen uit
het moederland, zal hebben af te vorderen en ter
Gouvernements Secretarie bezorgen ten einde na
dat van derzelver autenticiteit zal zijn gebleken,
de noodige kopijen van dezelve aldaar kunnen
gemaakt en den opper visitateur ter hand gesteld
worden.
worden om aan den raad Fiscaal, den Raad Con„ Januarij 15.
„trarolleur Generaal der Financien, den ontvanger
Generaal en den Commissaris ter bestelling die tevens
accijnsmeester is, elk eene kopij af te geven; terwijl
het originele Manifist ter Gouvernements Secretarie
zal blijven berusten.
Extracten hiervan zullen aan de hiervoren genoem
„de ambtenaren, respectivelijk, worden toegezonden
om aan dezelve te strekken tot informatie en
narigt
16. Niets bijzonders voorgevallen.
No. 41.
Nader gelezen zijnde de volgende Rekwesten, als„
N„o 3. Een van Felix Guaderrema, den 8:e dezer
ingekomen, en bij het verhandelde onder N„o 27. in
advies gehouden.
N„o 4. Een van Joseph Julian de Arrasate, mede
den 8:e dezer ingekomen en onder N„o 28 in advies
gehouden.
N„o 6. Een van Johan Casper Meinhardt.
Godhelp Israel Hoijer, den 11.e dezer ingeleverd
en onder n„o 32 in advies gehouden.
En overwegende:
a: dat Ingezetenen dezer Eilanden boven vreem„
„delingen behooren bevoorregt te worden.
dat ofschoon het aan den eenen kant beter
zoude kunnen geoordeeld worden meer dan eene
Apotheek op het land te hebben, het nogtans,
aan den anderen kant, door de ondervinding
bewezen is, dat die neering wanneer dezelve
door onderscheidene personen, afzonderlijk geoefen
wordt
Januarij 17 wordt, op den duurt geen voordeel genoeg kan
opleveren en aldus in verval zal moeten gera„
„ken; terwijl het meer overeenkomstig met het
welzijn der kolonie en nuttiger voor dezelve
zoude zijn dat een beroep van dien aard duurt
„zaam zij, hetwelk zonder twijfel plaats zal
hebben, indien de gene die hetzelve uitoefent rede„
„nen vindt om zich aan hetzelve te houden.
C. dat echter, tegen de evenaangehaalde bedenkingen,
anderen zouden kunnen ontstaan, indien zulks
ten aanzien of voordeele van ingezetenen moesten
zijn; dan, vermits de mededinging in deze is
tusschen Ingezetenen en vreemdelingen, zoo komt
het ons veel minder raadzaam voor hierin
onze eigene aangevoerde bedenkingen niet op te
volgen.
Weshalve goedgevonden en verstaan werd:
1„o Het verzoek van Felix Guaderrema en dat van
Joseph Julian de Arrasate, zoo en in diervoege als het
gedaan is af te wijzen, zoo als geschiedt bij deze; als
kunnende daarin niet getreden worden.
2„o Dat het aan Johan Casper Meinhardt, prac„
„tiserende Chirurgijn alhier gepermitteerd wordt, om„
geadsisteerd door Godhelp Israel Hoijer, eene Apo„
„theek op dit Eiland op te rigten en die neering uit
te oefenen onder zoodanige verpligting en verandwoor„
„delijkheid als bij de wet is voorgeschreven.
Extracten dezer dispositie zullen respectivelijk
aan de Rekwestranten worden afgegeven, om aan
elk te strekken tot informatie en narigt.
No„ 42.
Gelezen zijnde eene missive van het Collegie der
wees
January 17. weer onbeheerde en desolate-boedel kamer alhier, dat
17:e dezer, houdende dat hetzelve op het zeer billijk
verzoek van Jan Vos Gz, die de Weeskamer, gedu„
„rende zes Jaar, als tweede klerk, zonder eenige
belooning heeft gediend, hem een tractement van een
honderd pesos van achten's Jaars, als tweede klerk,
heeft toegestaan. Zie de missive onder n:o 13.
En overwegende dat, ofschoon het Collegie voormeld,
ingevolge Art: 12 der Instructie voor hetzelve zich maar
van eenen klerk vermag te bedienen, het echter schynt
dat nog een klerk benoodigd is, dewelke eenen gerui„
„men tijd zonder bezoldiging gediend hebbende, als
nu om belooning voor zyne diensten verzoekt, het„
„welk billijk is.
werd goedgevonden en verstaan: dat de persoon
van Jan Vos Qt, als tweede klerk ter wees-onbeheerde
- en desolate- Boedel-kamer alhier, onder het genot
van een Jaarlijksch Tractement van Een honderd
pesos van achten uit het weeskamers Fonds, vermag
aangenomen te worden.
Een afschrift hiervan, zal aan het Collegie
voormeld, tot deszelfs informatie en narigt, worden
toegezonden.
N„o 43.
Raad gehouden. Zie de Notulen van heden.
No. 44.
Den Luitenant Kolonel D: J: van de Linde, kom
„mandant van het Bataillon Jagers N„o 28 en der
Troepen, is heden, door ons ter hand gesteld onze
dispositie van den 29e. December 1819 N„o 709, genomen
ten gevolge eener Ministeriële aanschrijving dd 30.
Sept.r deszelven Jaars N„o 26/72, als mede nog den in
onze.
Januarij 18. onze voorzeide dispositie vermelden permissie brief
voor den korporaal J. G. Juhlfs, van de 3:e kompag„
„nie des 28.e Bat: Jagers, tot het dragen van eene me„
„daille van militaire vendiensten, door den Hertog
van Oldenburg aan hem Juhlfs verleend; terwijl de
voornoemde Luitenant Kolonel van de Linde, bij deze
gelegenheid, door ons, overeenkomstig onze hiervoren,
„gemelde dispositie, serieuslyk is onderhouden ge„
„worden, over het gene daarin uitgedrukt staat.
No„ 45.
Na dat wij den Raad van Policie, heden, het door
ons, bij aanschrijving van Zijne Excellentie den Minis„
„ter voor het Publieke onderwijs, de Nationale Nyver„
„heid en de kolonien ontvangene berigt, van het
overlijden van Hare Koninglijke Hoogheid, Mevrouw
de Hertogin Douairiere van Brunswijk Luneberg
's Konings zuster, op den 15:e der maand October
1819. hebben mede gedeeld, is goedgevonden en verstaan
dat berigt, bij aanschryving ook ter kennis te bren„
„gen van alle Hoven, Collegien & Ambtenaren in
deze kolonien, en van alle officieren van de Land
en zeemagt alhier, met bepaling dat bij dezelve,
wegens dit droevig voorval, den gewonen rouw,
voor den tijd van acht achter eenvolgende dagen zal
worden aangenomen; zulks echter te beginnen, den
dag na dat de rouwdagen, aangaande het overlij„
„den van zijne Excellentie, den vice Admiraal A„
Kikkert, in leven Gouverneur Generaal dezer kolo„
„nien, zullen zyn ten einde geloopen; terwijl voorts
de noodige advertentie hiervan in de Courant zal
worden gedaan.
No. 46.
Heden
Januarij 18. Heden is van Amsterdam gearriveerd het Neder„
„landsche koopvaardij schip de Zee-meeuw, gevoerd
door Schipper J. R. Böning, mede brengende vivres,
linnen & schoenen voor de Troepen alhier, als mede
artillerie goederen, namelijk rolpaarden en toebehoo„
„ren; terwijl daarmede aangekomen zijn de perso„
„nen van Gerardus Heerbart & W: Graham, die
tot de straf, van deportatie veroordeeld en herwaarts
gezonden zijn.
En is, met deze gelegenheid ontvangen duplica,
„ten der met het schip Carolina, schipper J: Bar„
„tels, op den 13 December 1819 (zie het verhandelde
in dat Jourwaal onder N„o 668) aangebragte aan
„schrijvingen van het Ministerie voor het Public„
„ke onderwijs, de Nationale Nijverheid en de Kolonien
behalve het duplikaat dat 12 October 1819 n.o 2/73.
benevens nog drie Originele aanschryvingen van het
gemelde Ministerie, zijnde:
N:o 1/74 dato 16 October 1819
3 Nov:r d„o 1/79 „
ƒ 80 „ 15 d„o d„o
N:o 47.
De personen van Gerardus Heerbaart & W
Graham, tot de straf van deportatie veroordeeld,
en gisteren, met het driemast schip de zee meeuw
schipper J: R: Boning alhier aangekomen, zijn
heden ontscheept en onder Surveissance van het
officie Fiscaal gesteld, met Kennisgeving, gelijk
zulks hierbij nog herhaald wordt, dat, ingevolge
de aanschrijvingen van zijne Excellentie den Mi„
„nister voor het Publieke onderwijs, de National
Nijverheid en de kolonien tot 10 Junij 1819 n.o 16/37
Januarij 19. en 15:e November deszelven Jaars N„o 12/80, aangaan„
„de die personen, hetzelfde moet worden in acht ge„
„nomen, als ten aanzien van de anderen zich alhier
bevindende gedeporteerden, waaromtrent bij Z. M:
besluit van den 9.e Julij 1816 N„o 94, hetwelk
kopijelijk ter Fiscalaat is berustende, bepalingen
zijn gemaakt.
En zal een afschrift hiervan, aan den Raad
Fiscaal adinterim, ten fine van informatie en
narigt, worden toegezonden.
No„ 48.
Is van Suriname aangekomen, de Majoor
Titulair bij het Bataillen artillerie der staande
armee N.o 6, David Wilhelm Dusteler, dewelke,
ingevolge resolutie van Zijne Excellentie den Minister
voor het Publieke onderwijs, de Nationale Nyver„
„heid en de Kolonien, dd 10 Junij 1814 n„o 5/36,
als kommandant der Artillerie op dit Eiland, ver„
„vangen zoude den toen gepensioneerden doch thans
alhier overledene Majoor der Artillerie W„m
Schmidt.
N„o 49
Nader gelezen zijnde de volgende resolutien van
zijne Excellentie den Minister voor het Publieke
onderwys, de Nationale Nijverheid en de kolonien.
als:
de eene van den 16:e October 1819 n„o 1/74, met de
missive van dien datum en van hetzelfde nummer
ontvangen.
en
de andere van den 3:e November 1819 N:o 1/79.
mede met de missive van dien datum en van
hetzelfde
Januarij 19. hetzelfde nummer ontvangen.
de eerste, ten geleide van de factuur en het Cognos„
„sement van met het schip de Zeemieuw, Schipper
J: R: Böning uitgezonden vlaamsch linnen ten
behoeve der Troepen alhier.
en de tweede mede ten geleide van de facturen en
Cognossementen van de vivres en schoenen bestemd
voor de militairen in Garnizoen alhier, als mede
der artillerie goederen geladen in het evengem:e
schip de Zeemeeuw.
Is goedgevonden en verstaan:
1„ kopyen der voorzeide Facturen en Cognossementen
te doen toekomen.
a. van de vivres, aan den Raad Contrarolleur Gene„
„raal der Financien adinterim en den Magazijn
meester van alle Magazijnen.
b. van het vlaamsch-linnen, en de schoenen
aan de Administrateurs van het Garnizoen alhier
C. van de artillerie goederen, aan den Magazijnmeester
der artillerie.
2„o van den Magazijnmeester van alle Magazijnen
te vorderen proces verbaal, in triplo, van den staat
der bij hem in ontvang te nemene vaten, oxhoofden
en kelders, ende zulks binnen den reeds bepaalden
tijd.
3„o Tot de inspectie der bovengende. vivres bij deze
te benoemen: den Raad Contrarolleur Generaal
der Financien adinterim, den Magazyn Meester
van alle Magazijnen, den Kapitein B. Krapff en
den 1:e Luitenant W. Blanken als mede de Hee„
„ren H. Leijer & P: Muller, beide kooplieden,
met aanzegging dat deze inspectie zich niet tot
het
Januarij 19 het gewigt van het spek en vleesch zal mogen
uitstrekken; voorts nog dat dezelve zal moeten
aanvang nemen den dag na dat de ontscheping
zal zyn begonnen en wijders dagelijks, voortgang
hebben; waarna de noodige processen verbaal, in
triplo, aan ons zullen worden ingezonden.
4: Dat het binnen en de schoenen dadelijk, na
de ontscheping, door den kap:n B: Krapff en
de 1e. Luitenants J. Fekkop & J: M: van Hps,
zullen worden geinspecteerd om van hunne bevinding
proces verbaal in triplo, binnen den tijd van drie
maal vier en twintig uren na den afloop der
inspectie, aan ons te doen toekomen.
5„o De artillerie goederen zullen door den kapitein
P: C: Simon en den 1e: Luit:t S. L: Plats, beide
der artillerie, en den Magazijn Meester J. P: Schmidt,
dadelijk na de ontscheping worden geinspecteerd,
waarvan terstond proces verbaal deswegens, in
triplo, aan ons zal worden ingeleverd.
6. De Heeren kooplieden Leijer en Muller zullen
van hunne benoeming tot de voormelde inspectie,
van onzent wege, kennis bekomen, en de komman„
„dant der Troepen zal worden aangeschreven om
de hiervorengenoemde officieren, van hunne benoe„
„ming te doen kennis dragen.
Extracten hiervan, zullen worden toegezonden aan
wien het behoort, ten fine van informatie en narigt.
N:o 50.
De geboorte dag zijnde van Hare keizerlijke Hoog„
„heid Mevrouwe de Groot-Hertogin Anna Paulow
„nis van Rusland, gemalin van zijne koninglijke
Hoogheid den Prins van Oranje, heeft het Garniroen
groote
Januarij 19.
20.
groote parade gehouden en des middags zijn de
gewone salut schoten gedaan.
N:o 51.
Gelezen zijnde een Rekwest van P: Bergen, te
kennen gevende genegen te zijn als Chirurgijn, alhier
te practiseren, met verzoek dat het ons behagen
moge hem het regt van een practizijn te laten
genieten zie het Rekwest onder n„o 12, hetwelk
aldus nog luidt.
/ F. J./
En gelet dat door den Rekwestrant op den
25:e Junij 1819, aan den overledenen Gouverneur Gene„
„raal is gepresenteerd een Rekwest tot dienzelfden
einde, hetwelk in advies gehouden werd. Zie het
verhandelde in het Journaal over dat tijdvak onder
no. 283.
Voorts in overdenking nemende: dat, misschien
de motive tot in het advies houden van dat Re„
„kwest geweest is dat de Rekwestrant zich dikwijls
in den drank te buiten gaat, en dat ofschoon
daartoe ook andere motive moge geweest zijn, de
evenaangehaalde echter tegen des Rekwestrants ver„
„zoek blyft bestaan, waardoor het niet raadzaam
is den Rekwestrant tot de uitoefening van heelkun„
„dige practijk te permitteren.
Is goedgevonden en verstaan: dat des Rekwes„
„trants verzoek niet kan worden toegestaan.
Een Extract hiervan zal aan den Rekwestrant
informatie, worden afgegeven.
N„o 52
Gelezen zijnde een Rekwest van Jean Baptista
Calvo, houdende verzoek dat het ons, om aange„
haalde
Januarij 20. „haalde redenen, behagen moge autorisatie te
verleenen dat zijn voorgenomen Huwelijk met
Petronia Elisabeth Garcia, dadelijk worde aange„
„teekend, en gesolemniseerd, zonder dat er eenige
afkondiging der geboden zal noodig zijn; voorts
nog dat zulks moge geschieden vry van alle
kosten deswegens. Zie het Rekwest onder N„o 13,
hetwelk aldus nog luidt.
/ F. J. /
En gelet op de onder het Rekwest gevoegde decla„
„ratie van twee Leden van den Raad van Policie
dat de Rekwestrant bij hen bekend is voor arm
en onvermogend.
Is goedgevonden en verstaan des Rekwestrants
verzoeken te accorderen, zoo als geschiedt bij deze,
met autorisatie deswegens daar het behoort.
Een afschrift hiervan zal aan den Rekwes„
„trant worden afgegeven om te dienen daar het
vereischt wordt.
N„o 53
Gelezen zijnde een Rekwest van M: C: Henriquen,
houdende verzoek om de functien van Beeedigd
Translateur & Interpreteur in de Nederduitsche,
Engelsche, Fransche, Spaansche en Portugeesche
salen te mogen uitoefenen, zie het Rekwest onder
n„o 14, hetwelk aldus nog luidt.
/F: I./
Is goedgevonden en verstaan des Rekwestrants
verzoek te accorderen, gelijk geschiedt bij deze:
zullende aan hem de noodige acte van aanstelling
als Translateur en Interpreteur in de Nederduit„
„sche, Engelsche, Fransche, Spaansche en Portugesche
talen
January 20. Talen worden uitgereikt, na dat hij den gewonen
eed als zoodanig zal hebben afgelegd.
Een afschrift hiervan, zal aan den Rekwestrant,
tot informatie, worden afgegeven.
No. 54.
21. Gelezen zijnde een Rekwist van Jacques Baltazar
Albin Sibillij benevens het daaronder gevoegde de„
„claratoir van eenige kooplieden, houdende het
Rekwest dat de Rekwestrant voornemens is zich op
dit Eiland neder te zetten, weshalve hij verzoekt
tot den eed van getrouwheid aan zijne Majesteit den
koning toegelaten te worden, onder het genot der
voorregten van burger en Inwoner, zie het Re„
„kwest onder N„o 15, hetwelk aldus nog luidt.
/F. I: /
Is goedgevonden en verstaan: des Rekwestrants
verzoek te accorderen, en hem dienvolgens den
vereischten burgerbrief te verleenen, na dat hij de
ten deze vastgestelde belasting ten behoeve van het
Fonds ter vernietiging, der bewijzen van afgekeurde
Johannissen zal hebben voldaan en vervolgens den
gewonen eed van getrouwheid zal hebben afgelegd
Een extract hiervan, zal aan den Rekwestrant,
tot informatie, worden afgegeven
N„o 55
De persoon van M. C: Henriquez, heeft den
gewonen eed als Translateur en Interpreteur in de
Nederduitsche, Engelsche, Fransche, Spaansche en
Portugesche Salen afgelegd.
N„o 56.
De persoon van Jacques Bartazar Albin si
„billi, heeft den gewonen eed van getrouwhied aan
zijne
Januarij 21.
22.
zijne Majesteit den koning afgelegd, ten einde zich
alhier als vaste Ingezeten te kunnen nederzetten.
No. 57.
De Administrateurs van het Garnizoen alhier,
ingezonden hebbende respective staten van gedane
kortingen en uitgaven bij dezelve over het laatste
kwartaal van het gepasseerde Jaar 1819, van uitga„
„ven over dat geheele Jaar en van calculative be„
„grooting der benoodigde fondsen, uitgezonderd trac„
„tementen en soldijen, over dit loopend Jaar 1820,
niet verzoek dat wij den tijd zouden bepalen tot
de inspectie hunner geldelijke administratie.
werd daarop goedgevonden dat de bedoelde
inspectie op den 23:e dezer door ons zal worden
gedaan, en dat de voormelde stukken, intusschen,
in advies zullen worden gehouden.
No. 58.
Gelezen zijnde eene missive van de administrateurs
van het Garniroen alhier, dd 22:e dezer 2 d:o N„o
67 houdende dat de Majoor der artillerie Dursteler,
dewelke onlangs van Suriname is aangekomen,
aan hen heeft te kennen gegeven dat zijne reis,
kosten van de voorm:e kolonie naar dit eiland, op
eene som van ƒ 630„ 65 2/3: c:ts beloopen, blijkens de
declaratie van den gen:e Majoor met de bewijzen
daarvan, terwijl door het Gouvernement van Suri„
„name slechts ƒ 266„66 2/3 aan hem in voorschot
tot het doen zijner reis, is uitbetaald, zoo dat aan„
hem Majoor nog is Competerende eene som van
ƒ 363, 99, dewelke de Majoor verzoekt dat aan hem
worde uitbetaald, en welk verzoek de gem: admi„
„nistrateurs gemeend hebben aan ons te moeten
inzenden
January 22 inzenden om, door dezen weg, autorisatie tot de be„
„taling der declaratie te erlangen. Zie de missive
en drie bijlagen onder N„os 14, 15, 16, 17.
Is goedgevonden en verstaan: de administra„
„teurs dezes Garnisoens hierbij te autoriseren tot
de betaling aan den Majoor titulair der Artillerie
D: W: Dursteler, van de hiervoren gemelde som van
drie honderd drie en zestig guldens en negen en
negentig Cents N:o, denzelven nog Competerende we„
„gens reis kosten van de kolonie Suriname naar
dit. eiland.
Een afschrift hiervan, zal aan de voorzeide
administrateurs tot informatie en autorisatie, wor„
den toegezonden.
N,,o 59.
zijn door den Raad Contrarolleur Generaal der
financien adinterim ingezonden de volgende stukken
betrekkelijk's Lands magazijnen alhier.
namelijk
den maandelijkschen staat, den driemaandelijkschen
staat over het laatst afgeloopene vierde kwartaal
en den Jaarlijkschen staat over 1819, de twee
laatsten in duplo; over de inzending van welke de ma„
„gazyn meester reeds door ons is onderhouden ge„
„worden, aan wien wij onze ontevredenheid, wegens
het niet stipt nakomen der deswegens bestaande
order, hebben te kennen gegeven, met intematie
dat hij zich aan die order zoude hebben te hou„
„den; waarop hij Magazijn meester zich veront
„schuldigde, zeggende dat het dilaij in deze
veroorzaakt is geworden zoo wel, doordien op de
twee eerste dagen van dit Jaar niets verrigt werd
January 22. als wegens sterfgevallen in zyne familie.
No. 60.
Gelezen zijnde een Rekwest van de weduwe van
Cornelis Raven Hansz, verzoekende het lijk van
haren man, buiten prejuditie, te mogen aanvaarden
en ter aarde doen bestellen. Zie het Rekwest onder
n„o 16, hetwelk aldus nog luidt.
/F.I./
Is goedgevonden en verstaan: het verzoek van de
Rekwestrante te accorderen, zoo als geschiedt bij deze,
mits niemand zich daartegen stelle en, des vereischen
„de, hiervan worde kennis gegeven, ter wees-onbe„
„heerde en desolate-boedel kamer.
Een afschrift hiervan, zal aan de Rekwes„
„trante, tot informatie worden afgegeven.
No„ 61.
23. De administrateurs van het Garnizoen alhier
hebben ter onzer kennis gebragt dat de 1e Luitenant
Carillon (dienende bij het Bataillon Jagers n„o 28)
door hen tot officier van kleeding en wapening
benoemd is, in de plaats van den met die admi„
„nistratie belast zynde officier, zijnde de 1:e Leur:t
van Eps, dewelke van nalatigheid niet is vrij te
spreken.
No„ 62.
24 In de vergadering van den Raad van adminis„
„tratie des Garnizoens alhier zitting genomen hebbende
werden de boeken van den kwartiermeester door ons
geinspecteerd en afgeteekend.
vervolgens werden de administrateurs opmerkzaam
gemaakt aangaande de enorme uitgaven van
drukloon, waaromtrent bezuiniging door ons werd
aanbevolen
Januarij 24 aanbevolen in al het gene niet volstrekt noodzaken
„lijk voor den dienst is en op eene mindere kost„
bare wijze zouden kunnen gedaan worden.
Hierop werd aangemerkt dat de vermindering
van gedrukte stukken de uitgaaf der Sergeanten
Majoors voor papier & b:e zoude doen vermeerderen, en
voorts door onderscheidene leden voorgesteld om de
indemniteit voor schrijfbehoeften voor de sergeanten
Majoors te verhogen en te stellen op ƒ6 ieder, in de
plaats van drie gulden, tot dat daaromtrent nader
zoude zijn voorzien.
Dit voorstel en al het gene de administrateurs
verders voor te dragen hadden, verlangden wij dat
het schriftelijk aan ons zoude gedaan worden,
waarna de vergadering gescheiden is.
N„o 63
Geexamineerd zijnde de volgende op den 22:e dezer
door de Administrateurs dezes Garniroens ingezonden
staten, namelijk van gedane kortingen en uitgaven
over het laatste kwartaal van 1819, van uitgaven
over dat geheele Jaar ten bedrage van ƒ 11380.36 lb.
terwijl tot de volle voldoening van dat bedrag, eene
som van ƒ271„63. nog benoodigd is, en van calculato„
„ve begrooting van benoodigde fondsen, uitgezonderd
tractementen en soldijen, over dit loopend Jaar 1820
ter somma van ƒ 11757„ 50
En gelet op het 2:e lid van des voormaligen Gou„
„verneur Generaals dispositie dd 12 January 1819 n.o
27 volgens welke een Fonds voor de administratie
dezes Garniroens moest worden bepaald, hetwelk
bij dispositie van den 27.e dierzelfde maand N„o
62 geschied en gesteld is op eene som van een
duizend
Januarij 24. duizend en twee honderd pesos van achten voor de
uitgaven van elk kwartaal des gepasseerden Jaars
1819, welke som op de daarbij voorgeschrevene wijze
zoude verantwoord worden.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o dat, ofschoon de begrooting der te doene uit„
„gaven bij de administrateurs dezes Garnizoens
over dit loopend Jaar eene som van ƒ 11757„ 50 lb„
of P„s 7054„ 4. beloopt nogtans niet meer dan een
duizend en twee honderd pezos van achten in elk
kwartaal aan de geme. Administrateurs zal
worden verstrekt, doordien de uitgaven merkelijk
zullen verminderd worden door de bezuinigung
welke wij hebben aanbevolen.
2„o Dat de verstrekking van het voormelde voor„
„schot op gelijke wijze zal geschieden en de verant„
„woording daarvan op dezelfde manier zal moeten
plaats hebben, als in de hiervoren gem: dispositie
van den 27 Januarij 1819 n„o 62 bepaald is.
3: Dat de som van ƒ271„ 63:t of P„s 162„ 7„ 5. welke
nog benoodigd is ter volkomen bestrijding der uit„
„gaven over het Jaar 1819, aan de hiervoren gem.
administrateurs, uit de koloniale kas, zal worden
gegeven.
4.o Dat kopijen der staten van gedane uitgaven over
1819 en begrooting van benoodigde fondsen voor den
dienst van dit Jaar, als mede het duplicaat
van den staat der kortingen en uitgaven gedu„
„rende het laatste kwartaal van 1819 by deze,
aan den Raad Contrarolleur Generaal der Finan„
„cien adinterim zullen worden toegezonden.
Extracten dezer dispositie, in zoo ver dezelve
ieder
Januarij 24.
25.
ieder aangaat, zullen worden toegezonden aan den
Raad Contrarolleur Generaal der Venancien adint.
en aan de administrateurs dezes Garnizoens, tot
deszelver respective informatie en narigt.
No„ 64.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad Fis„
„caal adinterim dd 25.e dezer N„o 20, houdende, om
redenen daarin aangehaald, voordragt tot de aan„
„stelling van een derde klerk ter Fiscalaat op eene
sortabel salaris, waartoe aanbevolen wordt de per„
„soon van Bruin Govertsz Dirksz Kock, dewelke
bereids in het partikulier aldaar geemploijeerd
is. zie de missive onder n„o 18.
Is goedgevonden en verstaan: in des Raad
Fiscaals voordragt te treden en dienvolgens den
persoon van Bruin Govertsz Dirksz Fock bij
deze te benoemen en aan te stellen tot derde klerk
op het Fiscalaat, met een Jaarlijksch Tractement
van twee honderd en veertig pezos van achten
ingaande heden.
Afschriften hiervan zullen aan den Raad
Fiscaal adinterim en den Raad Contrarolleur Gene„
„raal der Financien adinterim, tot informatie,
als mede aan den voornoemden B. G. D. Kock,
om aan denzelven te strekken tot acte van aanstel„
„ling, worden toegezonden.
N„o 65.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad Fis„
„caal adint: dd 25:e dezer n„o 19, houdende obser„
„vatie dat met de brik Maria & Jacoba, gevoerd
door schipper Bart, gearriveerd den 13:e, en het
schip de Zee-meeuw schipper Böning, gearriveerd
den
Januarij 25. den 18„den dezer, beide komende van Amsterdam,
Jenever is aangebragt, waarvan geene melding op
het manifest gemaakt is; met voordragt dat wij
deswegens en omtrent de gevolgen dier handelwij„
„ze en de havens van het moederland, de noodige
remonstrantien zouden doen, immers dien aan
„gaande elucidatien verzoeken ten einde men zoude
kunnen weten hoe zich in voorkomende gevallen
te regten. Zie de missive onder N„o 19.
Is goedgevonden en verstaan de vereischte de„
„marches in deze bij het Ministerie voor het Pu„
„blicke onderwijs, de Nationale Nijverheid en de
kolonien te doen.
N:o 66.
„ 26 De persoon van Bruin Govertsz Dirksz kock
dewelke gisteren tot derde klerk ter Fiscalaat
is benoemd geworden, heeft heden den gewonen
eed in die kwaliteit afgelegd.
N„o 67.
Gelezen zijnde een Rekwest van Pieter Pietsz,
houdende verzoek om met den vacant zynde waag„
„klerks post begunstigd te worden, zie het Rekwest
onder N„o 17. hetwelk aldus nog luidt:
/ F: I:/
En in aanmerking nemende dat het getal
van waagklerken, bij de primitive organisatie
van politieke beambten op vier gesteld was en dat
het wel noodig is zich bij dat getal te houden.
Is goedgevonden en verstaan: des Rekwestrants
verzoek te accorderen en denzelven bij deze te
benoemen en aan te stellen tot waag-klerk, on„
„der het genot van het aan dien post verbonden.
tractement
Januarij 26. tractement van zeven honderd guldens, ingaande
heden.
Afschriften hiervan, zullen aan den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinterim en
den waagmeester, tot respective informatie, als mede
aan den Rekwestrant, om aan hem te strekken tot
acte van aanstelling, worden toegezonden.
N„o 68
De in het voorgaande nummer genoemde per„
„soon van Pieter Pletsz, dewelke tot waagklerk is
benoemd geworden, heeft den gewonen eed in die
kwaliteit afgelegd.
N„o 69
Raad gehouden. Zie de Notulen van heden.
N:o 70.
Gelezen zijnde eene missive van de administra„
„teurs des Garniroens alhier, dd 25:e dezer 2 d: n„o
69, houdende hunne gedachten en gevoelen op de
volgende punten.
a. aangaande de bezuiniging die er zoude kunnen
plaats hebben door eenige benoodigde stukken
dewelke moesten gedrukt worden, door de Ser„
„geanten Majoors te laten schrijven en dezelve
eene verhoogde toelaag voor papier geld ter
somma van ƒ6 te accorderen.
b. betreffende eene additionele toelaag van ƒ2.50.
in de maand aan de onder Adjudanten tot aan„
koop van kleeding stukken.
C. wegens het ontbieden van benoodigde gedrukte
stukken uit het moederland. Zie de missive onder
no. 20
Is goedgevonden en verstaan:
Januarij 26. 1„o Dat aan de Sergeanten Majoors voortaan, zes
guldens in de maand, en stede van drie, zullen wor„
„den verstrekt voor schrijfbehoeften tot gewone ver„
„rigtingen, zoo wel als tot het schryven en opma„
„ken van dagelijksche kompagnies rapporten en
andere kleine staten, dewelke de administrateurs
niet zullen mogen doen drukken.
2:o Dat aan ieder der Onder Adjudanten zal worden
gegeven twee guldens en vijftig cents in de maand
meer dan dezelve in het afgeloopene Jaar genoten
hebben, en aldus de indemniteit voor kleeding van
ieder derzelve provisioneel zal zijn ƒ 156. in het
Jaar.
3.o Dat wij de gedrukte stukken ten behoeve van
het Garnizoen en der administratie van hetzelve
uit het moederland zullen trachten te verkrijgen,
en tot dien einde eene lijst van het benoodigde
zullen afwachten.
Een afschrift hiervan, zal aan de voormelde
administrateurs, tot informatie en narigt, worden
toegezonden.
N„o 71
Zijner Majesteits brik de Merkuurt is heden naden„
„middag, van eenen kruistogt, binnen deze Haven
te rug gekeerd.
N:o 72.
Gelezen zijnde het berigt van den kapitein Luite„
„nant ter zee G: A: Pool, kommanderende Z. M:
brik de Merkuur, dd 7:e dezer maand Januarij strek„
„kende ter voldoening aan onze dispositie van den 3:
dezer N.o 4, bij dewelke eene bij ons ontvangene mis„
„sive van den kapitein Luit.t ter zee H. W. de quartel.
January 27. en derzelver bijlaag, in zijne handen gesteld werden.
zie het berigt onder n„o 24
Is goedgevonden en verstaan, den voornoemden
kapitein Luit:t ter zee de quartel, tot antwoord op
zyne hiervoren gemelde missive, aan te schrijven, dat
wij ons, als nog, houden aan onze dispositie van
den 27:e December 1819 N„o 702 en met redenen
onvergenoegd zouden kunnen zijn over den algemenen
inhoud zyner gemelde missive, ware het niet dat
wij genegen zijn de meening der ten onzen opzigte
gebezigde uitdrukkingen in eenen beteren zin op te
nemen dan waarin dezelve anders zoude kunnen
uitgelegd worden, weshalve wij ons daaromtrent
niet verder zullen uitlaten.
Een afschrift hiervan, zal aan den kapitein
Luitenant de Quartel, worden toegezonden.
N„o 73
De bij onze dispositie van den 19„e dezer N„o 44
benoemde Commissie ter inspectie van de artillerie
goederen, met het schip de Zeemeeuw, schipper
J: R: Böning aangebragt, heeft heden proces ver„
„baal, in trijelo, van derzelver bevinding ingezonden.
Gelezen zijnde het door den kapitein Luit:t ter zee
I. F: E: Wardenburg, als kommanderende officier
van Z. M: Schepen op deze station, aan ons kopijelijk
ingezondene rapport hetwelk de kapitein Luitenant
G: A: Pool, kommanderende Z: M: brik de Merkeur,
van deszelfs laatsten kruistogt aan hem gedaan heeft,
is hetzelve voor informatie gehouden en als bijlaag de„
„zes onder N„o 22, te vinden.
N„o 75.
20.
Januarij 28. De Magarijn meester van alle Magazijnen, heeft
heden ingezonden proces verbaal, in triplo, van den
staat der fustagien met militaire rantsoenen, aange„
„bragt in het schip de Zeemeeuw, schipper I. R.
Boning op den 18e: dezer.
No. 76.
Bij ons ontvangen zijnde de onder den vice Comman„
„deur des Eilands Aruba berust hebbende som van
P„s 166„ 7„ 1, zijnde het saldo van het netto prove„
„nu der door Z M: Corvet de Dolfijn te Aruba her„
„nomene en aldaar verkochte spaansche bark Eliza
en derzelver lading
En gelet dat het saldo hetwelk, na afbetaling
der kosten van herneming, uit het B provenu der
voorzeide bark en lading zoude overblijven, en vol„
„gens de door den overledenen Gouverneur Generaal
in dato 23:e October 1819 opgemaakte rekening groot
is eene som van P„s 196. 6. 5 1/3, blijkens de missive
van den gemelden Gouverneur Generaal aan zijne
Excellentie den Minister voor het Publieke onder„
„wijs, de Nationale Nijverheid en de kolonien,
dd 23 der voorz: maand October N„o 146 in de
koloniale kas moet worden gestort, in afwach„
„ting van des Ministers bevelen daaromtrent, ende
zulks uit hoofde dat de kommanderende officier
van Z. M: gemelde Corvet afstand van het hiervo„
„rengem:e saldo gedaan heeft; ingevolge het verhan„
„delde in het Gouvernements Journaal van den
13e. September 1819 No. 449.
Is goedgevonden en verstaan: den Raad Con„
„trarolleur Generaal der Financien adinterim bij
extract dezes te verwittigen, dat de som van
een
Januarij 28. een honderd zes en zeventig peres van achten„
en zeven realen, het Saldo van het 1/3 provenu
der door Z. M: Corvet de Dolfijn te Aruba herno„
„mene spaansche brik Eliza en derzelver lading,
op een recu van den ontvanger Generaal adinterim„
in de koloniale kas zal worden gestort, weshalve
hij Raad Contrarolleur geinviteerd wordt den ontvan„
„ger Generaal adinterim de noodige order daarop
„trent te doen toekomen.
„o 77.
De Raad Contrarolleur Generaal der Finan„
„cien adinterim heeft de volgende stukken in triplo„
ingezonden, als:
Den staat van ontvangst en uitgaaf over de
maanden Julij, Augustus & Sep
„tember 1819.
d:o do: d:t — d:o over de maanden
October November & December 1819.
d:o do — d:o — d:o Sedert primo
Januarij tot ultimo December.
1819.
No. 78.
De Commissie die bij onze dispositie van den
19:en dezer n„o 49 is benoemd geworden tot de in„
„spectie van de met het schip de Zeemeeuw schip
„per I. R: Böning aangebragte militaire fourni„
„tures, heeft heden proces verbaal, van derzelver
bevinding, in triplo, ingeleverd.
30. Niets bijzonders voorgevallen.
No. 79.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad Fiscaal
adinterem dd 31„sten dezer N„o 25, houdende voordragt
aangaande
Januarij 31. aangaande het verleenen van autorisatie op hem
tot het emaneren eener publicatie waarby het
oude vooroordeel om, voor en aleer eenige hulp aan
drenkelingen of aan eenige andere persoon, die
zich zelven te kort heeft gedaan, eerst de assistentie
van het geregt te vragen en af te wachten, wordt
tegengegaan en alle practiserende heelmeesters gelast
worden, in voorkomende gevallen, dadelijke hulp te
bewijzen, en voorts elk en een ieder van wat rang
of staat, hiertoe uit te noodigen. - gevende de gemelde
Raad Fiscaal in consideratie, of men niet, ter aan„
„moediging, eenige premie zoude behooren uit te
looven ten faveure van den geenen die bewijzen kond
eenen drenkeling het leven gered of eenige schijndooden
tot bewustzijn weder gebragt te hebben, zie de mis„
„sive onder N„o 23.
Is goedgevonden en verstaan, te berusten, zoo
als hierbij berust wordt; in al het gene de Raad
Fiscaal adinterim in zijne voormelde missive heeft
voorgedragen en in consideratie gegeven, en dienvol„
„gens denzelven bij deze te autoriseren tot het ema
„neren eener publicatie deswegens; van welke wij
eene autentieke kopij zullen te gemoet zien.
Een afschrift hiervan, zal aan den Raad Fis„
„caal adinterim, tot informatie en narigt, worden
toegezonden.
No. 80.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad Con„
„trarolleur Generaal der Financien adint:m dd 29„t
dezer n„o 26, strekkende, hoofdzakelijk, ter verkrij„
„ging van autorisatie om den koop van een huis
van Mevrouw Lloijd, staande achter het hoofd
fortres;
Januarij 31.
Februarij 1.
49
fortres, voor vier honderd en vijftig pesos van achten„
waarop hetzelve door den kapitein Ingeneur gewaar„
„deerd is, te sluiten en daarvoor in betaling te geven
een honderd volwassen moer schapen, uit de teelt op
Bonaire. Zie de missive onder N„o 24.
Is goedgevonden en verstaan: den Raad Contrarol.
„leur Generaal adinterim by deze te autoriseren om
het bedoelde huis staande achter het hoofd fort
Amsterdam en toebehoorende aan Richard Bateman
Sloijd, voor rekening en ten behoeve van den Lande
te koopen, voor de som, van vier honderd en vijftig
pesos van achten, en in voldoening van den koopschat
te geven een honderd moer schapen uit de teelt op het
Eiland Bonaire.
Een afschrift hiervan, zal aan den voormelden
Raad Contrarolleur Generaal der Financien adinterim,
tot informatie en autorisatie, worden toegezonden.
Niets bijzonders voorgevallen.
No„ 81.
Gelezen zynde eene door den Raad Fiscaal adinterin„
aan ons toegezondene autentieke kopij der door hem
heden, ingevolge onze autorisatie van den 31„sten
January ll n„o 79, geëmaneerde publicatie aangaande
het bewijzen van dadelijke hulp aan drenkelingen
of aan de genen die zich eenen geweldigen dood
schijnt te hebben willen aandoen, zoo mede betreffende
het uitlooven van premie deswegens, zie dezelve on„
„der n„o 25
Is goedgevonden in verstaan: dat de voorzeide
kopijelijk ingezondene publicatie bij de Gouverne„
ments publicatien zal worden gevoegd, even als of
dezelve door ons zelven geïmaneerd was.
Een
Februarij 2. Een afschrift hiervan, zal aan den Raad Fis„
„caal adinterim, tot informatie, worden toegezonden.
No„ 82.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad Con„
„trarolleur Generaal der Financien adinterim dd
2„den dezer N„o 36, ten geleide eener bij hem ontvange„
„ne missive van den ontvanger Generaal adinterem„
houdende verzoek dat deszelfs belang aan ons worde
voorgedragen, en geappuijeerd, ten einde gunstig daar„
voorzien en hem ontvan„ omtrent moge worden
gestaan om als penningen door door het de 5 pC: ook van als
Gouvernement getrokken, als mede van alle pennin„
„gen die door comptabelen in zijne kas worden
gestort, 1 pC:t provisie te berekenen. Zie de beide
voormelde missiven onder N„os 26„ 27.
En gelet:
a: op de door den Raad Contrarolleur Generaal
in zyne voormelde missive aangevoerde aan„
„merkingen.
b: Op de Ministeriele aanschryving in dato 4:den
Augustus 1818 n„o 6/48, volgens welke geapprobeerde
is de intrekking door den overledenen Gouverneur
Generaal bewerkstelligd, van de bij den Ontvanger
Generaal genoten een percent van de penningen
die andere Comptabele ambtenaren en deszelfs
kas storten.
C. Op artikel 20 der bij Gouverneur Generaal en
Raden van Policie op den 14„den Julij 1818 gearres„
„teerde Instructie voor den ontvanger Generaal in
deze kolonie, waarbij aan dien ambtenaar is toe,
„gekend 5 pC:t van de gelden die direct door hem
ten behoeve van de koloniale kas geincasseerd
worden,
Februarij 2. worden, als mede 1 pC:t van alle bij het Gouverne„
„ment getrokken wordende wissels; met verbod
van eenige Commissie te mogen berekenen van de
penningen die andere Comptabelen in zijne kas
storten.
voorts overwegende:
Eerstelijk: dat, hoewel de termen van het voorzeide
20:e artikel der Instructie voor den ontvanger Gene„
„raal, vatbaar zijn voor bepalingen en dat artikel
dus behoort te worden veranderd, de' ontvanger
Generaal nogtans, intusschen geregtigd is tot het
genot der Commissie hem daarbij toegekend.
Tweedens: dat de aangehaalde motiven van den
ontvanger Generaal ter verkryging van schrijfboeken
en andere schrijfbehoeften gegrond zijn.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Den Raad Contrarolleur Generaal der Financien
adinterim, in antwoord op zijne hiervoren gemelde
missive, bij deze te magtigen om, provisioneel en
tot dat er veranderingen daaromtrent in het 20„t
artikel der Instructie voor den Ontvanger Gene„
„raal alhier zullen zijn gemaakt, zich aan de
termen des voormelden artikels te houden en de
barekening van zoodanige Commissie of provisie,
als daarin aan den ontvanger Generaal toegekend
is, te gedogen; wel verstaande, nogtans, dat van
penningen uit de koloniale kas afkomstig en in
dezelve terug gebragt wordende, geen perceptie geld
zal mogen berekend worden, aangezien te rug be„
„taalde penningen, op welke wijze de zin van het
gemelde artikel ook moge worden uitgelegd, nim„
„mer onder die perceptien kunnen begrepen geweest
zijn
Februarij 2. zijn of worden, van welke de meening was of nog
zoude kunnen zijn, Commissie toe te staan.
2„o Dat aan den ontvanger Generaal adinterim
zal worden verstrekt de ten zijnen kantore benoo„
„digde boeken en schrijfbehoeften, volgens eene te
makene bepaling.
Een afschrift hiervan zal aan den Raad Contra
„rolleur Generaal der Financien adinterim, tot zijne
informatie en narigt, en om den ontvanger Gene„
„raal adinterim daarmede bekend te maken, wor„
„den toegezonden.
N„o 83
De Raad Contrarolleur Generaal der Finan„
„cien adinterim, heeft heden ingezonden twee pro„
„cessen verbaal, in triplo, van de bevinding der Com„
„missie, bij onze dispositie van den 19„den January
lb benoemd tot de inspectie der vivres, aangebragt
met het schip de Zee- Meeuw gevoerd door schipper
J. R: Böning.
No. 84.
Op verzoek van den Luitenant Kolonel komman„
„dant der Troepen, is er een krijgsraad benoemd
over den Jager Hendrik Barski, dewelke beleden
heeft zich aan diefstal te hebben schuldig gemaakt.
No. 85.
Gelezen zijnde eene missive van den Magazijn Mees„
„ter van alle Magazijnen dd 3„den dezer, houdende,
hoofdzakelijk, dat wijle de Gouverneur Generaal A
kikkert hem eene woning heeft toegezegd, zoodra een
der Lands huisen daartoe zal geschikt zijn, met ver„
„zoek dat, dewyl er als nog geen ledig huis is, en
waarschijnlijk niet zal komen, aan hem eenige vergoe„
„ding
Februarij 3. „ding van huishuur worde toegestaan, zoo voor het
voorledene als voor het toekomende, alware het ook des
noods vijftien pezos van achten per maand, zijnde zoo
veel als hij, over het algemeen genomen, voormaals, als
Commies Generaal adinterim in de maand genoten
heeft. zie de missive onder n„o 28.
En gelet op de dispositie van den voorn:e Gouver„
„neur Generaal, den 11„den Julij 1816, op een Rekwest
van den voormelden Magazijn Meester en zijnen eer
„sten Commies genomen.
Is goedgevonden en verstaan: den Magazijn Meester
van alle magazijnen, bij deze, in antwoord op zijne
voorzeide missive, te informeren, dat wij ons houden
aan de hiervoren gemelde dispositie van wijlen den
Heer Gouverneur Generaal A: Kikkert, en derhalve
zijn verzoek niet kunnen accorderen.
Een afschrift hiervan, zal aan den Rekwestraat;
tot ^ informatie, worden toegezonden.
No. 86.
Op het Ministerie voor het Publieke onderwijs, de
Nationale Nijverheid en de Kolonien getrokken tien
wissels van N„o 11 tot n„r 20, ten bedrage van ƒ
6658„ 73„ c„to of P„s 4633„ — „ 2, voor militaire tracte„
„menten en soldijen over de gepasseerde maand Janu„
arij.
No. 87.
Den kapitein Luitenant ter zee I. F. C: warden „burg, als oudste in rang zijnde officier op deze Sta„
„tion, aangeschreven om den kapitein Luitenant ter
zee G: A: Pool, Kommanderende Z: M: Brik de
Merkuur, de noodige orders te doen toekomen om op
den 7„den dezer zee te kiezen, ten einde convooi te
verleenen
Februarij 4.
6 & 7.
verleenen aan de vaartuigen die bij hem mogten
zijn aangemeld, als bestemd naar de Havens van
Puerto Cavello en La Guaira, en daarna post te
vatten bij, voor en omtrent dit en de onderhoorige
Eilanden tot den 25„sten dezer.
No„ 88.
De Luitenant Kolonel Kommandant der Troepen
gisteren aan ons ingezonden hebbende een door hem
van den 1„sten Luitenant bij het Bataillon Jagers N„o
28 J. M. van Eps ontvangen schriftelijk verzoek
dat deszelfs aanklagte wegens het hem door den
kapitein der Artillerie P. C. Simon opgelegde arrest
door eenen krijgsraad moge worden onderzocht en
gijngeerd, zoo werd heden een krijgsraad tot dien
einde door ons benoemd.
Niets bijzonders voorgevallen.
No. 89.
Zijner Majesteits Brik de Merkuur is heden
en aan de naar de uitgezeild om convooi te v
Havens van Puerto Cavello ^ bestemd zijnde vaartuigen,
en voorts op eenen kruistogt tot den 25„sten dezer
maand.
No. 90.
M:r H. R: Haijunga, waarnemende de functien
van Auditeur Militair bij het Garniza alhier en ^ heeft
heden, ingevolge Art: 310 van de regtspleging bij
de Landmagt, voor ons, de verklaring afgelegd, dat
hij zich zoo veel hij weet, gedragen heeft naar den
inhoud van Artikelen 308 & 309 der gemelde regts„
„pleging
No. 91.
zijn ontvangen de verantwoording stukken van
het
Februarij 8 het Militaire Hospitaal, over de gepasseerde maand
Januarij
N:o 92.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad Contra„
„rolleur Generaal der Financien adinterein, dd 9„den
dezer n„o 47, houdende vertoog wegens het verschil
in de Cognossementen van goederen die uit het Moe„
„derland voor het Gouvernement en voor partiku„
„lieren worden aangebragt, ende zulks nopens de
woorden grof zilvergeld welke in de cognossementen
van Gouvernements goederen en niet in die van parti
„kulieren gevonden voorden, voorts nog kennis gevende
van de schadelijke berekening die er voor de kolonie
plaats heeft ten aanzien der vracht van Jenever.
Zie de missive onder N„o 29.
Is goedgevonden en verstaan: dezelve te houden
voor informatie en, in zoo ver zulks nog niet ge„
„schied is, den Heer Minister voor het Publieke onder„
„wijs, de Nationale Nijverheid en de Kolonien over
de onderhanige zaak te onderhouden.
No„ 93.
Gelezen zijnde een adres van den Haven Meester
W: A: van Spengler, dd 16„den dezer, in welke hij
zich aanbiedt om, gedurende zijn verblijf op het Ei„
„land Aruba, tot verder herstel zijner gezondheid, dat
hiland, zonder eenige daggelden of renumeratie op te
nemen en in kaart te brengen, mits het ons behagen
moge hem den kapitein Bauer en den Luitenant
van Otterloo, die zich daartoe insgelijks gratis hebben
aangeboden, toe te voegen om hem behulpzaam te
zijn. zie het adres onder n„o 30.
En overwegende dat er geene kaart van Aruba
alhier
Februarij 10. alhier aanwezig is, en dat dezelve, op voormelde
wijze, zonder groote kosten kan verkregen worden.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o De aanbieding van den voornoemden Heer
W: A: van Spengler tot het opnemen en in kaart
brengen van het Eiland Aruba, met adsistentie
van den kapitein Bauer en den 1„sten Luitenant
van Otterloo te accepteren, zoo als geschiedt bij deze
wordende de gen:e Heer van Spengler, geadsisteerd
door de voornoemde officieren, dienvolgens hierbij
geautoriseerd om het Eiland Aruba op te nemen en
in kaart te brengen, met invitatie aan denzelven
om, ten minste, twee exemplaaren der door hem
te vervaardigen kaart aan ons te doen toekomen
2:o Den Vice Commandeur op het Eiland Aruba,
van het vorenstaande te doen kennis dragen, ten
einde de bedoelde opneming des Eilands toe te laten
en den vorengenoemden Heer van Spengler daarin
alle noodige hulp zoo in manschappen, paarden,
Ezels of anderzins te doen verleenen.
3:o Den Luitenant Kolonel, kommanderende het
Bataillon Jagers N„o 28 en de troepen alhier aan
te schrijven, dat de hiervorengenoemde officieren,
in ’s Lands dienst, naar het Eiland Aruba zullen
vertrekken, waartoe hij de noodige orders aan de„
„zelve zal doen toekomen.
zullende extracten hiervan, in zoo ver het ver„
„eischt wordt, aan den Heer W. A: van Speng„
„ler en den Vice Commandeur op het Eiland Arn„
„ba, tot respective informatie en narigt, worden
toegezonden.
No. 94.
Gelezen.
Februarij 10 Gelezen zijnde eene voordragt van den Haven
Meester W: A: van Spengler, dd 10„den dezer, over
de noodzakelykheid der aanstelling van eenen vasten
loods op het Eiland Aruba. zie de voordragt onder
no. 34.
Is goedgevonden en verstaan de Consideratien
van den Vice Commandeur des Eilands Aruba over
de onderhavige zaak in te winnen, alvorens daar
„op te decideren; zullende derhalve de noodige aan„
„schrijving deswegens aan den gemelden vice Comman„
„deur worden gedaan.
No. 95.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad Con„
„trarolleur Generaal der Financien adinterim dd
11„den dezer N„o 49, en de daarbij kopijelijk overgelegde
missiven, betrekkelijk tot het door den Lands bakker
geledene verlies op het aan hem uit het Magazijn
geleverde meel, als mede nog aangaande eene aan„
„merkelijke kwantiteit brood welke het Magazijn
van den bakker nog te goed heeft, en voorts, opzig
„telijk des Magazijn Meesters verzoek tot het doen
overwegen van het meel met de brik de Eendragt
schipper J. T: Visser aangebragt, gelijk ook van
het restant van dat hetwelk met de brik Am„
„sterdam, schipper Jan Blok ontvangen is. Zie
de voormelde stukken onder N„o 32 „ 33.
Is goedgevonden en verstaan: de onderha„
„vige zaak te houden in advies.
No. 96.
Gelezen zynde eene door den Raad Contrarolleur
Generaal der Financien adinterim aan ons heden
toegezondene voordragt van dezen datum, betreffende
een
Februarij 11. een plan tot het daarstellen van een koloniale
Fonds. Zie de voordragt onder n„o 34.
En dat plan van dien aard vindende dat het
niet ondienstig zoude zijn daaromtrent de gevoelen
der Leden van den Raad van Policie in te winnen.
werd goedgevonden en verstaan: hetzelve in den
gemelde Raad, ten voormelden einde, overteleggen,
ongeprejudiceerd nogtans de stappen die wij, in allen
gevalle, dienaangaande, mogten noodig oordeelen.
N:o 97.
In overweging genomen zijnde: de bij ons op
gisteren van den Raad Contrarolleur Generaal der
Financien adinterim ontvangene en in advies ge„
„houdene missive dd 11„den dezer N„o 49 en derzel„
„ver bijlagen, betrekkelijk tot het verlies door den
Landsbakker geleden op het aan hem uit het
Magazijn geleverde meel, als mede ten aanzien
van het door den bakker aan het Magazijn
verschuldigde brood en wijders aangaande eene
te doene overweging van twee voor handen zijnde
partijen meel. Zie het verhandelde onder N„o 95.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Alvorens wegens het door den bakker geledene
verlies van meel en door denzelven verschuldigde
brood, te disponeren, nadere informatie en inlichtin„
„gen van den Raad Contrarolleur Generaal in te
winnen, en denzelven dienvolgens bij deze te invi„
„teren om op de volgende punten te berigten:
a. Opzigtelijk 905½ lb brood, welke, volgens rap„
port van den Heer Raad Contrarolleur H. J.
Nuboer in dato 26:' Maart 1818, bij den bakker
te goed was, en waaromtrent hij onderzoek en
rapport zoude doen.
Februarij 12. b. om welke redenen de Magazijn Meester, na dat
hij ten tweede male geene voldoende verantwoording
van het aan den bakker uitgeleverde meel konde
bekomen, heeft aangehouden meerder meel aan
denzelven af te geven, zonder vooraf van zijne
bevinding rapport te hebben gedaan daar het
behoorde of middelen in het werk te hebben
gesteld om het te goed hebbende brood te doen
bezorgen.
2:o Dat het aanwezig zijnde meel, aangebragt in
de brik de Eendragt, schipper I. Thisser, en in
de brik Amsterdam, schipper Jan Blok, nogmaal
vat voor vat, door den waagmeester zal worden
gewogen, in tegenwoordigheid van den ontvanger
Generaal adinterim en den ontvanger op het middel
van het klein zegel, welke ambtenaren hierbij tot
dien einde worden gehwalificeerd, met aanzegging
om van die uitweging proces verbaal in triplo„
aan den Raad Contrarolleur Generaal te bezorgen,
ten einde dezelve aan ons te doen toekomen.
Een afschrift dezer dispositie zal aan den
Raad Contrarolleur Generaal der Financien aden„
„terim worden afgegeven om te strekken tot zijn
informatie en om het tweede lid derzelve ter
kennis der belanghebbenden te doen komen.
Niets bijzonders voorgevallen.
N„o 98
Aangezien het laatste rapport van het officie
Fiscaal, aangaande de procedures contra den
gewezenen ontvanger Generaal Matthias Schotborg
gt, geweest is in dato 20 November 1819, en er
sedert dien tijd, geene rapporten van hetzelve denvi„
„gen
„gens noch aangaande de procedures tegen den
gewezenen ontvanger Generaal adinterim Constan„
„tinus Schotborgh zijn ingekomen.
Is de Raad Fiscaal adinterim uit dien hoof„
„de aangeschreven geworden om ons met de tegen„
„woordige staten dezer procedures bekend te maken
en voorts den voortgang derzelve te bespoedigen, zelfs
door buiten gewone regtdagen te doen beleggen in
zoo ver zulks geschieden kan, op dat deze beide za„
„ken spoedig kunnen worden afgedaan, zoo wel
om de bij de koloniale kas te goed hebbende som
terug te bekomen, als om ten aanzien der aange„
„klaagden diffinitive vonnissen te obtineren, ten
einde, dienaangaande, verslag aan het Ministerie
voor het Publieke onderwys, de Nationale Nijver„
„heid en de kolonien door ons kan worden gedaan.
N„o 99
Gelezen zijnde een Rekwest van Constantinus
Schotborgh, houdende verzoek dat het ons moge
behagen den Raad Contrarolleur Generaal der
Financien adinterim, te autoriseren hem eene
Ordonnantie in stede van eene ter somma van
P„s 60, voor een maand Tractement, welke hij
verloren heeft, af te geven; zijnde hij bereid be„
„hoorlijken borgtogt daarvoor te stellen en, bij
wedervinding van de vermiste ordonnantie, dezelve
te zullen overgeven. Zie het Rekwest onder N„o 18.
hetwelk aldus nog luidt:
/: F: I:/
Is goedgevonden en verstaan het voormelde Re„
„ kwest bij marginale dispositie te stellen in
handen van den Raad Contrarolleur Generaal
der
Februarij 14. der Financien adinterim, om daarop te dienen
van Consideratien en advies.
N:o 100.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Fiscaal adinterim dd 14:n dezer N„o 42, houdende
dat hij op het kantoor van het Fiscalaat geene
orders vindt, omtrent het visiteren van inkomende
schepen of vaartuigen uit besmette havens, of als
zoodanig suspect, en mitsdien ignorant is, wat
in deze de politie verpligt is te doen of te sur„
„veilleren; weshalve hij Raad Fiscaal verzoekt
met de subsisterende Reglementen op de guaran
„taine te worden bekend gemaakt enz: zie de
missive onder n:o 35.
Is aan den Raad Fiscaal adinterim toegezonden
autentieke kopijen van twee Gouvernements order
dd 30 September en 14 November 1817 aan den
Loods gegeven, betreffende de voorzorgen die door
hem moeten worden in acht genomen tot afwe„
„ring van besmettelijke ziekte uit deze kolonie;
/: van welke eerstgemelde order, des tijds, eene
kopij aan den gewezenen Adjunct Fiscaal was
toe gezonden :/ met aanschrijving dat, indien hij
deze orders voor het tegenwoordige zoo wel als
in het toekomende, onvoldoende mogt beschouwen,
wij als dan zoodanige voordragt hieromtrent
van hem Raad Fiscaal zullen te gemoet zien als
hij raadzaam zal oordeelen te behooren.
No„ 101.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad Fis„
„caal adinterim, dd 14:den dezer n.o 41, houdende
voordragt aangaande de bewaring van Criminele
gevangenen
Februarij 14.
Februarij 14
15.
gevangenen & Civiliter gegijzelden in het Fiscalaat,
ten einde hetzelve daarvan moge ontslagen worden.
zie de missive onder N„o 36.
Is goedgevonden en verstaan: deze voordragt
ter deliberatie en decisie van den Raad van Policie
te brengen.
No„ 102.
Is gelezen eene missive van den Raad Fiscaal adents
dd 15:den dezer n„o 44, in rescriptie op onze aan„
„schrijving van den vorigen dag /: ten gevolge van
het verhandelde ten zelven dage onder N„o 98:/
aangaande de procedures contra den gewezenen
ontvanger Generaal Matthias Schotborgh Gz
en den persoon van Constantinus Schotborgh,
dewelke als ontvanger Generaal adinterim ge„
„diend heeft, houdende de voormelde missive
verslag van de Staten dezer procedures. Zie de„
„zelve missive onder n„o 37 dewelke voor
informatie wordt gehouden.
No„ 103.
Raad gehouden. Zie de Notulen van heden.
N„o 104
Gelezen zynde eene missive van den Raad Fis„
„caal adinterim, dd 15„den dezer N„o 46, houdende
voordragt, welke hij op onze aanschrijving van den
vorigen dag n„o 53, /: ten gevolge van het verhan„
delde ten zelven dage n.o 100:) de vrijheid neemt
te doen aangaande de nadere bepalingen die er
zouden kunnen worden gemaakt tot bereiking
van de salutaire intentien die gemanifesteerd zijn
in de gegevene orders om besmettelijke ziekte
uit deze kolome af te weren. zie de missive
onder
Februarij 15. onder N„o 38
Is goedgevonden en verstaan: dezelve te houden
in advies.
No„ 105.
Gelezen zijnde een vertoog van den Magazijn
Meester van alle Magazynen dd 15:e dezer N„o 8,
opzigtelijk het aanhoudende verlies op het vleesch
en spek, ofschoon die artikelen met de uit het
moederland ontvangene gewigten worden uitgewogen
& waaromtrent hij zich bij missive in dato 12
Julij 1819 no„ 38, aan den overledenen Heer Gou„
„verneur Generaal reeds heeft geadresseerd. Zie
de missive onder n„o 39.
Is goedgevonden en verstaan: den inhoud
van dat vertoog ter kennis te brengen van Zijne
Excellentie den Minister voor het Publieke onder
„wijs, de Nationale Nyverheid en de Kolonien:
en zyne Excellentie daarover te onderhouden.
46. Niets byzonders voorgevallen
No. 106.
17. Heden voor den middag tusschen tien en elf
ure, vervoegde zich bij ons de persoon van Jo„
„hannes Bor, klerk ten kantore van den ontvan„
„ger Generaal, zich beklagende dat zijn Tractement
zoo gering is dat hij er niet van kan bestaan en
dat hem de toelaag van een Johannis in de maand,
welke hij van den voormaligen Ontvanger Gene„
„raal genoten heeft, door deszelfs opvolger ontwo„
„men is; weshalve hij om verhooging van tractement
verzoekt, dewijl zijn tegenwoordig tractement te ge
ring is om er voor te dienen.
Hierop
Februarij 17. Hierop werd hem Johannes Bor te verstaan
gegeven dat hij zich hierover schriftelijk aan ons
moest adresseren en dat wanneer zijn verzoek
geappuyeerd was door den ontvanger Generaal,
wij hetzelve als dan in overweging zouden nemen.
Intusschen dat de ged:e Johannes Bor zijn
verzoek herhaalde, kwam de ontvanger Generaal
adinterim eeniglijk om den beklager, in onze
tegenwoordigheid onder het oog te brengen dat
hij door het wegblijven van het kantoor zijn
pligt verzuimde en hem ontvanger buiten
staat stelde tot de inlevering aan den Raad
Contrarolleur van de vereischte stukken.
De beklager merkte hierop aan dat de ontvanger
Generaal hem zyne toelaag heeft ontnomen, en
wij maakten den ontvanger bekend met het ver„
„zoek van den beklager en ons antwoord aan den
„zelven; waarop de ontvanger zeide dat de be„
„klager zich door het onmatig gebruik van dran„
„ken en pligtverruim zich onwaardig maakte
eenige toelaag welke hij ontvanger, hem, ofschoon
ongehouden, zoude hebben toegelegd
De beklager verwijderde zich toen, na alvo
„rens gezegd te hebben dat hij voor zijn gering
tractement niet konde blyven dienen, op hetwelk
wij hem te kennen gaven dat hij deszelfs ontslag
konde verzoeken als hij niet verkoos te dienen.
No. 107.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinterim
dd 17:e dezer n„o 66, in welke hy te kennen
geeft eene missive van den Magazijn meester
ontvangen
Februarij 17. ontvangen te hebben, meldende dat dezelve als
nog de generale rantsoen lijsten der officieren
over de maand Januarij lb van den kapitein
kwartiermeester niet heeft ontvangen, waardoor
de inzending der maandstaten, die op den 10.e dezer
reeds hadden moeten ingezonden worden, verhinderd
wordt; weshalve hij verzoekt dat de noodige
orders door ons worden gegeven tot het bezorgen
der gezegde lijsten op den bepaalden tijd, zijnde
den 8: van elke maand. Zie de missive onder
N„o 40
Is de kapitein kwartier Meester aangeschreven
geworden om de redenen op te geven waarom
de bedoelde lijsten aan den Magazynmeester,
als nog niet zyn ter hand gesteld.
No„ 108.
De Raad Contrarolleur Gen:l der Financien
adinterim, heeft, in duplo ingezonden den gene„
„ralen staat van militaire uitgaven en kortingen
over het vierde kwartaal des Jaars 1819.
No. 109.
Zyner Majesteits brik de Merkuur is heden
binnen gevallen om geledene schade te repareren
N:o 110.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad Con„
„trarolleur Generaal der Financien adinterim, dd
17:e dezer N„o 67, houdende zijne Consideratien en
advies op het ingevolge onze dispositie van den
14:en dezer N„o 99, in zijne handen gestelde Rekwest
van Constantinus Schotborgh. zie de missive en
bijlaag onder N„os 4 N=o 42.
En herlezen het voormelde Rekwest
Februarij 18. Is goedgevonden en verstaan: dat in des Rekwes„
„trants verzoek niet kan worden getreden.
Een afschrift hiervan, zal aan den Rekwestrant,
tot informatie, worden afgegeven.
N:o 111.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad Con„
„trarolleur Generaal der Financien adinterim
dd 18:e dezer N„o 70, strekkende om ons te doen
kennis dragen: dat, volgens kennisgeving van den
ontvanger Generaal adinterim, de persoon van
Johannes Bor, die op het ontvangers kantoor als
klerk dient, goedgevonden heeft, na eerst vruchte„
„loos om vermeerdering van tractement verzocht
te hebben, voor deszelfs post te bedanken, en
gevolgelijk niet meer op kantoor gekomen is;
voorts, om den persoon van Claas Ringeling
die sedert eenen geruimen tijd op des Raad Con„
„trarolleurs Kantoor, zonder eenige belooning gewerkt
heeft en instaat is de werkzaamheden aan den post
van klerk op het ontvangers kantoor verknocht,
waartenemen, op advies van den ontvanger Ge„
„neraal adinterim, tot dien post voor te dragen,
en ter bekoming van welken, bij des Raad Con„
„trarolleurs evengem: missive gevoegd is een Re„
kwest van den en den Claas Ringeling„
dezelve missive of
ƒ 33
het gemelde Rekwest van Claas Ringeling
daarop mede gelezen zijnde, luidende als volgt.
zie Rekwest N„o 19. (F. I.)
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Den persoon van Johannes Bor te houden
voor ontslagen uit zijnen post als klerk ten kan„
„tore van den Ontvanger Generaal alhier, zoo als
hij
Februarij 18.
19.
hij hierbij in die kwaliteit ontslagen wordt.
2„o Het verzoek van den Rekwestrant Claas Rin„
„geling te accorderen, en hem dienvolgens bij deze
te benoemen tot klerk op het ontvanger Gene„
„raals kantoor, onder het genot van het aan
dien post verbonden Jaarlijksch tractement van
ƒ 585, ingaande bij zijne in functie treding
Afschriften en extracten hiervan zullen aan de
belanghebbenden, tot respective informatie en narigt
worden toegezonden.
N„o 112
Gelezen zijnde een Rekwest van Hendrik Mar„
„tien, houdende dat zijne buren hem hinderen in
het regtmatig bezit zijner bij het Rekwest ver„
melde stukken gronds, hem tegensprekende wegens
de trankeren derzelver; weshalve hij verzoekt dat
het ons behagen moge den Rooi-Meester te auto„
„riseren inspectie in dit geval te nemen en van
deszelfs verrigting deswegens aan ons te dienen
van rapport, om hierin te kunnen voorzien. zie
het Rekwest onder N„o 20. hetwelk aldus nog
luidt. (F: I:)
Is goedgevonden en verstaan: het voormelde
Rekwest en de daarbij geexhibeerde koop en rooi„
„brieven, bij extract dezes, aan den Rooi-Meester
te doen toekomen, met kwalificatie op denzelven,
om in de onderhavige zaak onderzoek te doen
en van zijne bevinding een schriftelijk rapport
aan ons in te leveren en de voormelde documenten
daarmede te rug te zenden.
No. 113.
Zijner Majesteits brik de Meekuur is heden
morgen
Februarij 19. morgen uitgezeeld om derzelver kruistogt te ver„
volgen.
No. 114.
Heden de verjaardag zijnde van Z: K: H: den
Prins Willem Alexander Paul Fredrik Lodewijk,
zoon van Z. K: H: den Prins van Oranje, heeft het
Garnizoen groote parade gehouden en des middags
zijn er de gewone salut schoten gedaan.
No. 115.
Gelezen zijnde eene missive van den kapitein
kwartiermeester bij het Garnizoen alhier, dd 18.e dezer
2 D: n„o 71, houdende berigt op onze aanschryving
van den 17:e deze N„o 30, ^ten gevolge onzer dispositie van
dien datum n„o 107, wegens het opgeven der redenen
waarom de generale rantsoenlijsten der officieren
toen nog niet aan den Magazijnmeester zijn ter
hand gesteld geworden. Zie de missive onder
N„o 44.
Is goedgevonden en verstaan. den Luitenant
Kolonel, kommandant der troepen, aan te schrij„
„ven: dat wij, vernomen hebbende, dat hij ver„
„meent de generale bon wegens rantsoenen voor
de officieren, over de gepasseerde maand Januarij
voor als nog niet te moeten viseren, doordien in
zekere door ons, op den 22e. Januarij ll N„o 9 gege„
„vene order, niet bepaaldelijk van officieren in Com„
„missie wordt melding gemaakt, derhalve, ten
overvloede, bekend maken dat alle in Commissie
gestelde officieren, wel degelijk, tot het genot
hunner rantsoenen geregtigd zijn.
N:o 116.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Contrarolleur
Februarij 19. Contrarolleur Generaal der Financien adinterim
dat 18.e dezer N„o 74, houdende berigt ter voldoening
aan onze dispositie dd 12:e dezer n„o 97.
voorts nog: de twee kopijelijk ingezondene missiven
van den Magazijn meester van alle Magazijnen, en
proces verbaal, in triplo, van de, ingevolge de 2.e
afdeeling onzer voormelde dispositie, gedane uit„
„weging der daarbij vermelde partijen meel, zie
de voorzeide missiven en bijlagen onder N„os 45,
Jb £ 46.
Daarop herlezen des Raad Contrarolleurs mis„
„sive van den 11:e dezer N„o 49, als mede de bijlagen,
van dezelve in onze hiervorengemelde dispositie aan„
„gehaald.
En in overweging nemende:
1„o Dat de Magazijn meester, wanneer eenig verlies
legaal bewezen is, daarvan behoort te worden
ontlast.
2„o Dat de Magazijn Meester daartegen, wanneer
hij zijn pligt verzuimt en niet op den behoorlijken
tijd kennis geeft van eenig te vermoeden verlies,
waardoor geene maatregel daarin konde genomen
worden, aansprakelijk behoort te blijven voor de
schade welke hij naargaans mogt voorgeven gele„
„den te hebben; aangezien het overtollig zoude
zijn de maat, het gewigt of de kwantiteit der
behoeften te bepalen alvorens dezelve door den Ma„
„gazyn meester in ontvang worden genomen, indien
het hem vrijstond daarna minder te verantwoor„
„den dan door hem ontvangen is, zonder alvorens
het verlies op eene legale manier te hebben doen
bewijzen, gelijk zulks het geval zoude zijn ten
aanzien
February 19. aanzien van het voorgevende verlies op de vaten
meel die door hem aan den bakker zyn afgegeven.
3.o Dat ofschoon de Magazijn meester, gelijk hij zegt,
niet gehouden is kennis te geven van eenig door
den bakker te min bevonden gewigt, hetwelk nem„
„mer zoude kunnen hebben plaats gehad, als het
meel bij de uitlevering aan den bakker was toege„
„wogen, hij echter wel degelijk gehouden was te
zorgen dat de bakker het hem afgegevene meel
verantwoordde en geen meel ter verbakking
moest hebben afgegevens terwijl de bakker meel
onder zich had of moest gehad hebben.
4.o Dat volgens afdeeling b van het tweede lid
des Raad Contrarolleurs hiervoren gemelde missive
van den 18:e dezer N„o 74, de Magazyn meester
eene groote onnaauwkeurigheid in zijne aanteeken
„ning en administratie heeft aan den dag gelegd,
door het verschuldigde brood tot ultimo Juny
1818 te stellen op 187½ lb; terwijl, ingevolge de
uitrekening der maandstaten, het te kort komende
op dat tijdstip 1948½ lb brood bedroeg, uit wel„
„ken hoofde men zich niet verlaten kan op eenige
door den Magazijn Meester in deze gedane op„
gaaf.
5.o Dat des Magazijn meesters verontschuldigin
„gen zeer ongegrond zyn en eerder strekken om
zijne verkeerde directie en nalatigheid aan te
toonen, want, hadde hij het meel aan den bak„
„ker toegewogen, zoude dezelve geen min gewigt
gewigt hebben kunnen ontvangen, zoo als voorge„
„geven wordt, en men zoude instaat geweest zijn.
terstond te ontdekken of de vaten, die bij de ontsche„
„ping
February 19. ping, een voor een, waren uitgewogen, werkelijk
mindergewigt opleverden dan waarvoor dezelve bij
den Magazijn Meester in ontvang genomen zijn„
terwijl, aangaande de vaten dewelke tot de par„
„tijen behoorden, die niet geheel zijn uitgewogen
geworden, het bevondene gewigt van de geheele
partij zoude hebben aangetoond of er eene vermin
„dering in gewigt, door het lang leggen der vaten,
heeft plaats gehad; weshalve de Magazijn meester
zeer verkeerdelijk gehandeld heeft met de vaten
meel aan den bakker af te geven tegen het gewigt
door de Commissie, bij de ontscheping, bepaald,
indien hij redenen had te geloven dat de vaten
door het lang liggen in gewigt verminderden: ook
handelde de Magazijn meester zeer verkeerdelijk,
indien hij de vaten meel, die niet afzonderlijk zijn
uitgewogen geworden, tegen een bepaald gewigt
nitleverde, doordien het eene vat minder in het
andere meerder gewigt konde gehouden hebben dan
waarvoor hij hetzelve uitleverde en het verschil
niet voor de uitlevering van de geheele partij kon„
„de gestaafd worden.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Den Magazijn Meester van alle Magazijnen
bij deze verantwoordelijk te stellen, voor het meel
dat door hem aan den bakker, tot het bakken
van brood, uitgegeven en waarvan geene verant„
„woording gedaan is, onverminderd zijn verhaal op
den bakker indien er daartoe termen zyn
2:o Dat, als de Magazijn Meester van alle maga„
„zijnen in het toekomende niet naauwkeuriger te
werk gaat, hij, niet alleen voor zijne verdere
verzuimen
Februarij verzuimen en nalatigheden zal verantwoordelyk
blijven, maar dat er als dan zoodanige andere
maatregelen ten zijnen opzigte nog zullen worden
genomen als strekken mogen om eenen meer gere„
„gelder administratie en directie over's Lands Ma„
„gazijnen daar te stellen.
3„o Dat de Magazijn Meester van alle Magazijnen
op zijne boeken zal mogen afschrijven het bevonden
verlies in het gewigt der met de schepen Amsterdam
& de Eendragt aangebragte en, volgens het hiervo„
rengemelde proces verbaal, uitgewogen vaten meel
ende zulks sedert dat dezelve bij den Magazijn
meester in ontvang genomen zyn, te berekenen
naar het als toen bepaalde gewigt.
Afschriften hiervan, zullen aan den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien, adinterim
en den Magazijn Meester van alle magazijnen,
tot informatie en narigt, worden toegezonden.
N„o 117
van ontvangstzen uitgaaf
De calculative staat ^ over het eerste kwartaal
dezes Jaars, is door den Raad Contrarolleur
Generaal der Financien adinterim, in triplo, in„
gezonden.
Niets bijzonders voorgevallen.
No. 118.
De Raad Contrarolleur Generaal der Financien
adinterim, heeft de volgende stukken over het afge„
„loopene Jaar 1819, ingezonden. als.
De verantwoording van den ontvangst der 50: &
40e: penning, belasting op slaven, op den verkoop van
vreemde vaartuigen en op de manumissie van sla„
„ven met de memorialen van de ^ koopbrieven en hypotheken
Februarij 21. De verantwoording van den impost op het klein
zegel.
De verantwoording van de accijns gelden.
De verantwoording van het Haven - en Placaat
geld.
De verantwoording van de 4 pC:t & 5. pb:t be„
„lasting op publieke verkoopingen.
De verantwoording der waaggelden.
Het Kopijboek der maandelijksche rekeningen
van het ontvanger Generaals kantoor. &
de kopij der rekening van den Markt meester.
als mede
Twee Kopijen der rekeningen van den ontvanger
Generaal adinterim over de gepasseerde maand
Januarij.
N:o 119.
De persoon van Claas Ringeling, bij disposi„
„tie van den 18:e dezer N„o 111 tot klerk ten kan„
„tore van den ontvanger Generaal benoemd,
heeft den gewonen eed in die kwaliteit afgelegd.
N„o 120.
Gelezen zijnde een Rekwest van Jonathen
Verguson, ter verkrijging onzer toestemming in
zijne admissie tot Procureur. zie het Rekevest
onder N„o 21, hetwelk aldus nog luidt / F: I./.
Is goedgevonden en verstaan: bij deze te
verklaren, dat wij genoegen nemen in de
admissie van den Rekwestrant tot Procureur
Een afschrift hiervan, zal aan den Rekwestrant
worden afgegeven, om te strekken daar het behoort
N:o 121.
Gelezen zijnde een Rekevest van Manuel Pinedo
verzoekende
Februarij verzoekende dat het ons behagen moge hem met
eene privilegie van koe-koraal voor zyne planta„
„gie klein-Paradera te begunstigen. Zie het Re„
„kwest onder n„o 22, hetwelk aldus nog luidt.
/F: J:/
Is goedgevonden en verstaan: des Rekwestrants
verzoek toe te staan, en dat dienvolgens aan den
„zelven zal worden verleend, de noodige acte van
previligie voor een koe-koraal op deszelfs plan„
„tagie klein Paradera.
Een afschrift hiervan, zal aan den Rekwes„
„trant, tot informatie, worden afgegeven.
N„o 122
Is gelezen eene missive van George Curiel, koop„
„man alhier, dd 21:e dezer, geleidende twee door
„hem van Noord America ontvangene brieven,
ten einde ons bekend te maken met het gene
nopens zijne Golet Intrepid en derzelver lading
te Charleston, is voorgevallen; waarop mede
gelezen zyn de ingezondene brieven, zijnde een
derzelve gedagteekend " Newijork 25:' Januarij
1820", geteekend Boonen Graves en geadresseerd
aan Geo Curiel, en de andere, eene daarbij ge„
„voegde kopij, gedagteekend Charleston 17 Januarij
1820" en geteekend " James Holmes" zie de missive
van Curiel onder n„o 49, extract brief van Boo„
„nen Graves, in zoo ver dezelve deze zaak aangaat
onder N„o 50 en den brief van Holmes onder No„ 51
En goedgevonden en verstaan: al het gene de
voormelde documenten bevatten, te houden voor
informatie, en den Consul James Holmes over
de onderhavige aanschrijving te doen: voorts
nog den voornoemden George Curiel onder het
oog
Februarij 22.
23.
oog te brengen de noodzakelijkheid der overzen„
„ding van alle nog ontbrekende bewyzen ter ver„
„dere reclame van zijne Golet de Intrepid en
van derzelver lading bij de bevoegde autoriteiten
in de vereenigde staten van America.
N„o 123
Gelezen zijnde eene missive van den Luit:t kolo„
„nel D: J: van de Linde, kommandant der Troepen
alhier, dat 23:e dezer, strekkende om te berigten
op onze aanschrijving van den 19:e dezer n„o 32,
(ten gevolge van het verhandelde ten zelven
dage onder N„o 115, ) wegens het niet viseren der
generale rantsoenlijsten voor de officieren over de
gepasseerde maand Januarij. Zie de missive onder
N„o 52
Is goedgevonden en verstaan: den Luit.t kolonel
voornoemd bij deze te rescriberen: dat de kapitein
kwartiermeester & de kapitein Adjudant hunne
te goed hebbende rantsoenen mogen genieten, en
dat alle met verlof of in Commissie absent zijn„
„de officieren, in het genot hunner rantsoenen
moeten gelaten worden, gelijk zulks gebruikelijk
was, ten ware anders door ons mogt zijn bevolen.
Een afschrift hiervan zal aan den voornoemden
Luit:t kolonel, tot informatie en narigt, worden
toegezonden.
N„o 124.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad Fis„
caal adinterim, dd 23:e dezer N„o 48, houdende
voordragt om de bepaling der publicatie van
den 13:e Julij 1818, aangaande het kappen van
valsche Johannissen, tot alle muntspecien van
zilver
Februarij 23. zilver of goud te extenderen, en tevens de afge„
„keurde, in diervoege te Converteren ten profijte
van het fonds der valsche Johannissen, des echter
dat de essaijeur verpligt zal zijn, zoodanig ge„
„kapt geld aan het Fiscalaat te bezorgen, waar„
„onder mede behoorde begrepen te worden de
afgekeurde Johannissen. Zie de missive onder
N„o 53
Is goedgevonden en verstaan: de voorzeide
voordragt ter kennis en decisie van den Raad
van Policie te brengen
N:o 125.
Is door den Raad Contrarolleur Generaal der
Financien adinterim ingeleverd, de rekening van
verantwoording van den Loods over het gepas„
„seerde Jaar 1819.
N:o 126.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Fiscaal adinterim, dd 23:e dezer N„o 49, houden„
„de voordragt ter bekoming van autorisatie
om, bij waarschouwing, krachtens eene publica,
„tie van den 8:e December 1812, opzigtelijk de behan„
„deling der slaven, daarin te voorzien; met injua„
„gatie op hem Raad Fiscaal om naar den gant„
„schen inhoud der gemelde publicatie te handelen
en te doen handelen en tegen de overtreders zonder
ooglukking te procederen: voorts dat van deze.
vernieuwde autorisatie op het officie Fiscaal,
worde kennis gegeven aan de respective District
meesters, met last om in plaats van de bij gemelde
publicatie geordonneerde rapporten aan de nu af„
„geschafte Landdrosten, dezelve aan den Raad
Fiscaal
Februarij 23. Fiscaal in voorkomende gevallen te doen. Zie de
missive onder n„o 54.
Daarop gezien de hiervorengemelde publicatie.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o De door hem Raad Fiscaal adinterim verzoch
„te autorisatie en injungatie te verleenen, zoo als
geschiedt bij deze, ten fine als in zijne missive
vermeld staat, niettegenstaande hij buiten deze in„
„Jungatie, ingevolge Art: 4 Zijner Instructie, reeds
bevoegd was de hiervoren gemelde en alle andere
in krachte zijnde publicatien, te doen observeren.
2:o Aan de District meesters bij extract dezes, ken„
nis te geven:
a. dat het Officie Fiscaal de publicatie van den
8:e December 1812, opzigtelijk de behandeling der
slaven, zal doen observeren en dat tegen de overtre
„ders derzelve zonder oogluking zal worden ge„
„procedeerd
b. dat alle uit deze publicatie voortvloeijende
rapporten, welke voormaals aan de Landdrosten
zouden hebben moeten geschieden, aan den Raad
Fiscaal zullen worden gedaan.
Een afschrift hiervan zal aan den Raad Fiscaal
adinterim, tot informatie, worden toegezonden.
No„ 127.
Gelezen zijnde het rapport van den Rooimeester„
dd 24e: dezer, ter voldoening aan onze dispositie
van den 18:e dezer N„o 112, waarbij een door Hend:k
Martien ingeleverd rekwest in zijne handen is gesteld
geworden om in de onderhavige zaak onderzoek
te doen. Zie het berigt onder N„o 55
En herlezen het voormelde rekwest.
Februarij 24. Is goedgevonden en verstaan: eene kopij van
het voormelde rapport aan den Rekwestrant te
doen toekomen, om aan hem te strekken tot in„
„formatie en narigt; met aanzegging tevens
dat wij ons refereren aan den inhoud van het
gezegde rapport.
Een afschrift hiervan, zal aan den Rekwestrant
worden afgegeven om hem met deze dispositie be„
„kend te maken.
N:o 128.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad Contra„
„rolleur Generaal der Financien adinterim, dd
23:e dezer N„o 88, geleidende den generalen staat van
den Magazijn meester van alle magazijnen over
de maand Januarij ll, en houdende de redenen
die de Magazynmeester aan hem gegeven heeft,
wegens het niet inzenden van dezen staat op den
behoorlijken tijd, zijnde geweest den 10„e der maand
zie de missive onder N„o 56.
En gelet op des Raad Contrarolleurs aanmer„
„kingen, welke wij zeer gegrond vinden.
Is goedgevonden en verstaan: den Magazijn
meester van alle magazijnen, bij deze aanteneggen
dat hij zich moest gehouden hebben aan bekomene
order en beter gedaan had zich niet van frivole
uitvlugten te bedienen; weshalve hij ernstiglijk
vermaand wordt zijne instructie en alle andere
bij hem ontvangene orders naauwkeurig na te
komen, ten einde wij niet in de verpligting ge„
„steld worden van hem, hoe ongaarne ook, door
gestrenge maatregelen daartoe te noodzaken; als
zijnde alle vermaningen te dien opzigte, tot nog
toe,
Februarij 24. toe, vruchteloos geweest.
Een afschrift hiervan zal aan den Magazijn
Meester van alle magazijnen, tot informatie en
narigt, en aan den Raad Contrarolleur Generaal
der Financien adinterim, om hem met deze dispo„
sitie bekend te maken, respectivelijk, worden toe„
gezonden.
N„o 129.
Gelezen zijnde een Rekwest van Jan Marten
Ellis, verzoekende privilegie te mogen hebben om
een getal en vijftig hoornbeesten op zijne planta„
„gie S:t Pieter te mogen houden. Zie het Rekwest
onder N„o 23. hetwelk aldus nog luidt:
/ F. J. /
Is goedgevonden en verstaan: des Rekwestrants
verzoek te accorderen; zullende dus aan hem wor„
„den verleend acte van previlegie tot het houden
van vijftig koeijen of koebeesten op zyne planta„
gie genaamd S:t Pieter.
Een afschrift hiervan zal aan den Rekwes„
„trant tot informatie, worden afgegeven.
N:o 130.
Gelezen zijnde een Rekwest van Carel Anton
Zeppenfeld, Chirurgijn der derde Classe bij het Ba„
„taillon Jagers N„o 28 in Garnizoen alhier, houdende
verzoek om honorabele demissie te mogen bekomen
zie het Rekwest onder n.o hetwelk door den
Luitenant Kolonel kommandant van het voormelde
Bat: Jagers als gezien, is onderteekend, en aldus nog
luidt: / F: I:/
Als mede nog gelezen zijnde eene missive van
den Chirurgijn Majoor alhier, dd 24:e dezer, ten
geleide
Februarij 25. geleide van het opgemelde Rekwest en om den per„
„soon van Samuel de Veer, ter vervulling der te ont„
„stane vacature voortestellen, in geval wij het verzoek
van den Chirurgijn E. A. Zeppenfeld mogten accor„
„deren. Zie de missive onder N„o 57
Is goedgevonden en verstaan:
1:o Den Chirurgijn der derde Classe bij het Bat:
Jagers n„o 28, Carel Anton Zeppenfeld, dienst doen„
„de bij het militaire hospitaal alhier, deszelfs hono„
„rabel ontslag in die kwaliteit te verleenen, zoo
als geschiedt bij deze voorts te permitteren om„
des verkiezende, eene apotheek op dit Eiland op te
rigten.
2:o Dat het voorstel van den Chirurgijn Majoor
alhier tot de benoeming van Samuel Deveer als
Chirurgijn 3:e Classe bij het Bat: Jagers N„o 28, zal
worden ingewilligd, indien de genoemde Samuel
de veer, bij de vereischte examinatie, tot dien
post bekwaam en geschikt zal zijn bevonden.
3: Den Chirurgijn. Majoor alhier J: Groesbeek,
den Chirurgyn Majoor A: van Heugten, dienen„
„de op zijner Majesteits Corvet de Dolfijn en den
Chirurgijn der tweede Classe F: Nijssing, bij
deze te benoemen en te kwalificeren om den
persoon van Samuel deveer als Chirurgijn der
derde Classe, te examineren en van hunne bevin„
„ding declaratie, in triplo, aan ons te doen toe„
„komen
Zullende extracten dezer dispositie worden
afgegeven daar het behoort, en van het verleende
ontslag aan den Chirurgijn Zeppenfeld worden
kennis gegeven aan den Luitenant Kolonel,
kommt.
Februarij 25. Kommandant van het Bataillon Jagers N„o 28
en der Troepen alhier.
No„ 131.
Gelezen zijnde eene missive van den Vice Comman„
„deur op het eiland Aruba, dd 19 dezer N„o 11, hou„
„dende zijne Consideratien over de aanstelling van
eenen loods op het eiland Aruba. Zie de missive
onder N„o 58
Daarop herlezen zijnde de voordragt van den
Haven Meester U: A: van Spengler dd 10:e dezer.
(zie het verhandelde onder N„o 94)
En alles dienaangaande in overweging nemende.
Is goedgevonden en verstaan: dat in de voordragt
van den voornoemden Haven - Meester, tot de benoe„
ming van eenen loods op het eiland Aruba, niet
kan getreden worden.
Een afschrift hiervan zal aan den Haven
Meester, tot informatie, worden afgegeven.
No„ 132.
Zijner Majesteits brik de Merkuur, is heden van
Puerto Cavello ^ twee vaartuigen onder derzelver
Convooi, binnen deze Haven te rug gekeerd.
27. Niets bijzonders voorgevallen.
No: 133.
De geboorte dag zijnde, van zijne Koninglijke
Hoogheid Willem Fredrik Karel, Prins der Neder„
„landen, heeft het Garniraen groote parade gehouden
en, des middags, zijn de gewone salut schoten ge„
,,daan.
No„ 134.
Zijner Majesteits brik de Merkuur, is heden naar
het eiland Aruba vertrokken, ten einde herwaarts
Februarij 29
Maart 1.
op te brengen zes zich aldaar gevangen bevindende
personen, dewelke aldaar aan land gezet zijn, doch
alhier te Lande moeten te regt gesteld worden, we„
gens hun gehouden gedrag als passagiers aan
boord van de Nederlandsche Golet Attractive ge„
„voerd door Jan Muller, op derzelver reis van Ja„
„maica naar dit eiland.
N„o 135
De Raad Contrarolleur Generaal der Financien
adinterim heeft ingezonden, den magazyn staat,
in duplo, met derzelver bijlagen, over de gepas„
„seerde maand Januarij
N:o 136.
Is gelezen eene aan ons toegezondene resolutie welke
door President en Leden van den door ons in
dato 5:e der gepasseerde maand February (zie het
verhandelde onder n„o 88. / benoemden krijgs„
„raad, genomen is in de zaak tusschen den 1:e Luiten
„nant van het Bataillon Jagers N„o 28 I: M:
van Eps en den kapitein der Artillerie P. C. Simon
zie dezelve resolutie onder n„o 59, dewelke voor
informatie wordt gehouden.
N„o 137
Gelezen zijnde eene missive van den Raad Fis„
„caal adinterim dd 1.e dezer N„o 51, houdende
dat de publicatie dd 19 April 1780, ten regarde
van de zon- en Feestdagen, in vele opzigten niet
meer van applicatie kan zijn; weshalve hij pro„
„poneert om dezelve te doen revideren, en naar
behooren en tydsomstandigheden redigeren en op
nieuw publiceren. Zie de missive onder N„o 60.
Is goedgevonden en verstaan: dit voorstel ter
kennis
Maart 1.
83
kennis van den Raad van Policie, ten fine van
dispositie, te brengen.
N:o 138.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad Con„
„trarolleur Generaal der Financien adinterim dd
1.e dezer N„o 105, houdende, dat de tegenwoordige toe„
„laag van schachten voor de daartoe geregtigde
Lands kanteren, niet toereikend is, en voorstellend
die toelaag met eene bos per man in de drie
maanden te vergrooten. Zie de missive onder n.o 6.
Is goedgevonden en verstaan: in des Raad Contra
„rolleurs voorstel te berusten en te bepalen, zoo als
geschiedt bij deze, dat voortaan, te beginnen met
den eersten der aanstaanste maand April, aan de
Landskantoren, welke daartoe geregtigd zyn, voor
ieder aldaar geemploijeerd zynde persoon, drie
bossen schachten, in ieder kwartaal, uit's Lands ma„
„gazijn, zullen worden verstrekt.
Een afschrift hiervan, zal aan den Raad Con„
„trarolleur Generaal der Financien adinterim, tot
informatie, worden toegezonden; en aan de belang
„hebbenden hiervan worden kennis gegeven.
N:o 139.
Gelezen zynde een Rekwest van den kapitein der
Artillerie P: C. Simon, te kennen gevende eene
pretentie tegen den 1:e Luitenant bij het Bat. Jagers
n„o 28, J: M: vanhps te hebben, en houdende ver„
„zoek om arrest te mogen leggen op dat gedeelte
van des genoemden Luitenants tractement als by
de wet bepaald is. Zie het rekwest onder N„o 25.
hetwelk aldus nog luidt (F. I)
Daarop gezien de wet van den 24 Januarij 1815,
betrekkelijk
Maart 1. betrekkelijk de kortingen op militaire tractementen Maart 2.
en pensioen En gelet dat in dezelve omtrent
kortingen alleen, en niet aangaande arresten op
tractementen van officieren bepalingen zijn gemaakt.
Is goedgevonden en verstaan: het voormelde rekwest
bij extract dezes te stellen in handen van M:r
H. R.o Haijunga, waarnemende de functien
van auditeur militair bij het Garnizoen alhier,
ten einde daarop aan ons te dienen van advies.
N:o 140.
Gelet hebbende dat op de bij ons heden inge„
„komen monsterrol van de officieren van het
Bataillon Jagers N„o 28 over de maand Februarij
ll, en wel aan het einde der recapitulatie, door
den Luit:t Kolonel Kommandant van het voormel„
„de Bataillon is aangemerkt, dat de kapitein
Adjudant Bauer en de 1.e Luit:t van Otterloo
in Commissie zijn naar het eiland Aruba, met
behoud van hun vivres.
En overwegende dat de voorzeide aanmerking
wegens behoud van vivres op de gemelde mon„
„sterrol tot uitbetaling van tractementen niet te
pas komt en aldaar niet behoorde gemaakt
te worden, zelfs wanneer eene dergelijke aanmer„
„king noodig was van den kant des voornoemden
kommandants, wiens bedoeling te dien aanzien,
welke dezelve ook moge zijn, wij ongemerkt voor
bijgaan.
Is goedgevonden en verstaan: de voormelde
monsterrol, origineel & duplicaat, bij extract
dezes aan den Luit:t Kolonel D: J: van de Linde,
Kommandant van het Bataillon Jagers N.o 28,
te rug te zenden, met aanzegging, dat wij die docu„
„menten, zoo als dezelve zyn niet kunnen aannemen,
en dat wij dus andere gelijke monsterrol, in duplo
zonder bijvoeging van de hiervoren bedoelde aanmer„
„king, ten spoedigste te gemoet zien; hem Luit.t
Kolonel voorts intimerende om voortaan geene aan„
„merkingen te stellen ter plaatsen daar dezelve
niet behooren.
No„ 141.
Gelezen zijnde een rapport van den kapitein Luit
ter zee F F C: wardenburg, kommanderende
Z. M: Corvet de Dolfijn, dd 2:e dezer, ter verdere
voldoening aan onze dispositie van den 27:e Decem„
„ber 1819 n„o 702, om opgave te doen wanneer de
gemelde Corvet zoude kunnen vertrekken. Zie het
„zelve rapport onder N:o 62.
Daarop nader gelezen:
a. de aanschrijving van zijne Excellentie den Mi„
„nister voor het Publieke onderwijs, de Nationale
Nijverheid en de kolonien dd 30 September 1819
n„o 170 en de missive van Zijne Excellentie den
Minister voor de Marine dd 24 September
1819 n„o 29, 1:e afdeeling, 1.e bureau, beide ten
aanzien van het repatrieren van Z. M. Cor„
„vet de Dolfijn en het ontslag van den kapi„
„tein Luitenant ter zee G: A: Pool, uit het
Kommandement van Z. M. brik de Merkum
en al het gene daartoe betrekkelijk is.
b. de missive of het rapport van den kapitein
Luitenant ter zee I: F: C. Wardenburg, kom„
„manderende Z. M: Corvet de Dolfijn, dd
25e. December 1819 ter voldoening aan onze
dispositie
Maart 2. dispositie van den 21:e dierzelfde maand n„o 688;
als mede de daarop gevolgde dispositie in dato
27e. der gemelde maand N„o 702, en voorts de mis„
„sive van den voorn. kapitein Luitenant van
den 10:' Januarij lb ter gedeeltelijke beantwoor„
„ding onzer laatstgemelde dispositie; welke mis„
„sive bij het verhandelde. op dien dag onder
no„ 30 voor informatie is gehouden.
En overwegende:
Eerstelijk: dat, vermits zijner Majesteits Corvet de
Dolfijn, volgens opgave van derzelver Commande„
„rende officier in de laatste dager dezer maand
zal kunnen vertrekken om de te rug reis naar
het moederland te ondernemen, de gemelde Corvet
dan ook die reis zal behooren aan te nemen, zoo„
„dra dezelve naar vereisch zal zijn gevictualieerd
Tweedens: dat, aangezien geene nadere order ten op
„zigte van den kapitein Luitenant G: A Pool, bij
ons ontvangen is, gelijk wij gemeend hebben dat
het geschieden zoude, en uit dien hoofde aan zijner
Majesteits besluit, hetwelk ons bij de hiervoren ge„
„melde ministerieele aanschrijvingen is bekend ge„
„maakt als nu moet worden voldaan, doordien
de gelegenheid, waarmede de gen:e kap:n Luit: Pool
moet repatrieren, op handen is en de vertraging
der executie van hetzelve besluit eeniglijk heeft
plaats gehad, om reden dat wij ons hebben voor„
„gesteld aldus naar den geest en de gunstige mee„
„ning deszelven besluits te handelen, dewijl de
kapitein Luitenant Bol, dewelke, uit hoofde van
zijnen ziekelijken toestand, van den verderen dienst
op de brik de Merkuur is ontslagen geworden,
Maart 2. op ontvangst van het besluit, zich in eenen goeden
staat van gezondheid bevond en niet zoo spoedig
als men wel dacht konde terug keeren, waardoor
hij merkelijk zoude benadeeld geworden zijn, in
stede van eenig nut te trekken van de koninglijke
gunst welke hem zoo duidelijk is toegemeend
geworden.
Is dienvolgens goedgevonden en verstaan:
1„o Den zeildag van Z. M. Corvet de Dolfyn, om de
terug reis naar het moederland aan te nemen, bij
deze te bepalen op den 1:e der aanstaande maand
April.
2„o Indien de Kapitein Luitenant wardenburg, tot
den 22:e dezer, geene victualie uit het moederland
zal hebben ontvangen, zal hij het benoodigde voor
zijne te rug reis hebben aan te koopen.
3„o De manschappen welke naar aanleiding van
's konings besluit en tot vervanging van anderen
van de Corvet de Dolfijn op de brik de Merkuu„
moeten worden overgeplaatst, zullen den 15:e deze
op den laatstgemelden bodem overgaan; wordende
den kapitein Luitenant wardenburg aanbevolen
om voornamelijk zoo vele manschappen op de
Merkuur over te plaatsen, als met volstrekt noo„
„dig zyn tot de te rug reis van de Corvet de
Dolfijn, hem te dien aanzien verantwoordelijk stil
„lende, dewijl hij, als kommandant van die Corvet„
best weten moet hoe veel manschappen hij van
derzelver ekwipage, op de voorgenomene terug ree„
missen kan.
4:o Hierbij te gelasten dat de kapitein Luitenant
ter zee G. A. Pool het kommandement van zijner
Majesteits
Maart 2. Majesteits brik de Merkuur, op den 15:e dezer
maand aan den kapitein Luitenant ter zee H:
W: de quartel zal overgeven, gelijk de laatstge„
„noemde gelast wordt dat kommandement te aan„
„vaarden.
5„o Den Kapitein Luitenant Pool aan te zeggen dat
hij met de Corvet de Dolfijn zal hebben te repatrie„
„ren.
zullende extracten hiervan aan de belanghebbenden,
tot informatie en narigt, worden toegezonden, met
aanzegging zoo veel des noods, dat wij het vereisch„
„te rapport, wegens de nakoming der vorenstaande
orders, zullen afwachten.
N:o 142.
Is gelezen eene voordragt van de Opzieners van
het schoolwezen op dit eiland dd 28:e Februarij
lb, met verzoek dat het ons gelieven moge hun
de hand te bieden in de handhaving der artikelen
die
van de bij ^ missive aan ons toegezondene Publicatie
hunner Hoogmogenden, dato 3:e April 1806, voor
zoo ver dezelve voor het schoolwezen alhier nuttig en
aanwendbaar is; voorts nog dat het ons moge beha„
„gen de vier Lands schoolhouders te ontslaan en
geheel vrij te stellen van den gewapenden burgerdienst
wachten, togten en geld contributie deswegens. Zie
de voordragt onder n„o 63, dewelke in advies
gehouden wordt.
No„ 143.
Op het Ministerie voor het Publieke onderwijs,
de Nationale Nyverheid en de kolonien getrokken
negen wissels van N„o 21, tot n„r 29, ten be„
„drage van ƒ 6360 „ 33„cto of P„t 4461„ 7„ — voor
militaire
Maart 2. militaire tractementen en soldijen over de gepasseerde
maand Februarij.
N„o 144.
Gezien hebbende het getuigschrift van de officieren
van gezondheid welke wij, bij dispositie van den
25:' Februarij ll N„o 130, benoemd hebben om te
examineren den persoon van Samuel de Veer, die
door den Chirurgijn Majoor bij het Garnizoen
alhier J. Groesbeek aan ons is voorgesteld, om als
Chirurgijn der derde Classe bij het Bataillon Jagers
n„o 28 te worden aangesteld.
En gelet dat het voormelde getuigschrift voldoen„
„de is.
Is goedgevonden en verstaan: den persoon van
Samuel de Veer bij deze te benoemen en aan te
stellen, tot Chirurgijn der derde Classe bij het
Bataillon Jagers n„o 28, hetwelk gedeeltelijk op
dit eiland en Garnizoen is.
Een afschrift hiervan, zal aan den voornoemd
Samuel de Veer worden toegezonden om aan hem
te strekken tot acte van aanstelling, terwijl van
deze benoeming zal worden kennis gegeven aan
den Luitenant Kolonel Kommandant van het voor
„melde Bataillon Jagers en aan den hiervoren ge„
„noemden Chirurgijn Majoor.
N:o 145.
Op verzoek van den Raad Contrarolleur Generaal
der Financien adinterim, is hij geautoriseerd gewor„
„den tot het doen verkoopen van twee vaten afge„
„keurd meel, welk hij bevonden heeft dat geheel
verpakt, muf en bedorven was.
No„ 146.
De
De stukken van het militaire Hospitaal, over Maart 7. Maart 4.
de gepasseerde maand Februarij, zyn heden ingezonden
5. Niets bijzonders voorgevallen.
N:o 147.
Gelezen zijnde het advies van M:r H. R. Haijunga,
waarnemende de functien van Auditeur Militair
bij het Garnizoen alhier, op het bij onze dispositie
van den 1:e dezer n„o 139 te dien einde in zijne
der Artillerie
handen gestelde rekwest van den kapitein ^ C: C:
Simon. Zie het advies onder N„o 64.
En herlezen het pen gemelde rekwest.
Is, conform het gemelde advies, goedgevonden en ver„
„staan het verzoek van den Rekwestrant te wijzen
van de hand, zoo als geschiedt bij deze; staande het
aan hem vrij, buiten tusschenkomst van eenige
autoriteit hoe ook genaamd, gebruik te maken
van alle middelen van regten partikuliere Ingeze„
ervolgen hun vorder volgende wet en prac „tenen tot het en secureren ^
„lijk geoorloofd; terwijl de Raad van Justitie alleen,
over de gefundeerdheid van het te leggen arrest,
ten pericule van den arrestant, kan en mag
Jugeren.
Een afschrift hiervan zal aan den Rekwes„
„trant, tot informatie, worden afgegeven.
No. 148.
7. Raad gehouden. Zie de Notulen van heden.
N:o 149.
Op voordragt van den Raad Contrarolleur
Generaal der Financien adinterim, is dezelve ge„
„autoriseerd om twee en twintig gallons azijn welke
ingevolge getuigenis van den Roeimeester, min„
„der bevonden is in een oxhoofd, hetwelk door
het
het uitzetten van een der bodems was lek geworden,
op de magazijns boeken te doen afschrijven.
N:o 150.
Overwegende: dat, ingevolge de aanschrijving van
zijne Excellentie den Minister voor het Publieke onder
„wijs, de Nationale Nijverheid en de Kolonien, dd
1.e Julij 1819 n„o 3/42, de drie en twintig militaire
manschappen, bestaande in 1 Sergeant & 16 fusiliers
benevens 6 kanonniers, dewelke de nu wijle Gouver„
„neur Generaal A: Kikkert, bij missive van den 24.
Maart des voormelden Iaars verzocht heeft naar
het koloniale Depot te mogen opzenden, uit hoofde
dat dezelve door gebreken en ongemakken voor den
dienst volstrekt onbruikbaar zijn, indien mogelijk
met een of ander naar Europa te rug keerend ko„
„nings schip of vaartuig naar het moederland
moeten worden. opgezonden.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Dat de voormelde manschappen zoo mede de
kanonnier Ian Floorse die zijnen regter arm ver„
„loren heeft, met zijner Majesteits Corvet de Dol„
fijn, welker zeildag wezen zal den eersten der aan„
„staande maand April, naar het Koloniale Depot
en het Moederland zullen worden opgezonden; en
dat dezelve manschappen zich op ultimo dezer op
de voorzeide Corvet zullen begeven; wordende de
Luit:t Kolonel & Kommandant der Troepen alhier
dienvolgens geautoriseerd om het embarkement van
die manschappen te doen geschieden; terwijl de
kapitein Luitenant ter zee, kommandant van de
voormelde Corvet, mede hierbij autorisatie bekomt
om zulks te gedogen en voorts de bedoelde man„
„schappen
Maart 7.
92
„schappen naar het moederland over te voeren Maart 8.
2: Dat de hiervoren gemelde manschappen zullen
worden afbetaald tot en met ultimo dezer maand,
waaromtrent de Administrateurs dezes Garnixoens
zullen worden aangeschreven.
Zullende een afschrift dezer dispositie aan den
Luitenant Kolonel D. J. van de Linde, Kommandant
der Troepen, en een extract derzelve, in zoo ver het
noodig is, aan den Kapitein Luitenant ter zee
I. I. C. Wardenburg, kommanderende Z. M. Cor„
„vet de Dolfijn, tot informatie en narigt, worden
toegezonden.
N:o 151.
Op verzoek van den Luitenant Kolonel, komman,
„dant der Troepen, is er een krygsraad door ons be„
„noemd over den Jager Wegener en den kanonnier
Frohuijn, beide wegens desertie aangeklaagd.
N:o 152.
In overweging nemende: 1„o Dat bij besluit van
den Raad van Policie, dd 23 November 1819 n„o 7.
aan den des tyds Adjunct Fiscaal M.r H. R. Haij„
„ringa is vrijgelaten om, volgens zyn daarbij ver„
meld advies, tegen David Cohen Henriquez te proce„
„deren, zoo als hij, tot handhaving van het kerkelijk
Reglement der Joodsche gemeente alhier, in goede
Justitie zoude vermeenen te behooren.
2:o Dat, bij dispositie van den nu wijlen Heer Gou
„verneur Generaal A: Kikkert, betrekkelijk den
persoon van L: Boije, de voornoemde Adjunct
Fiscaal is gekwalificeerd geworden om ter zaken
daarbij bedoeld zoodanig te handelen als hij zoude
oordeelen te behooren en die actie te institueren,
welke
welke hij vermeenen zoude hem te competeren.
werd de voornoemde gewezene Adjunct Fiscaal,
dewelke, ingevolge onze dispositie van den 21:e
December 1819 no. 689, met de poursuite der voor„
„melde procedures is belast gebleven, aangeschreven
dat, daar wij van oordeel zijn, dat de voortzet„
„ting en spoedige afdoening der zaak Contra
David Cohen Henriquez, wegens overtreding der
Joodsche Escamoth of kerkelijk-Reglement, van
het grootste belang is, op dat niemand in de
meening zoude kunnen verseren van eenig in
vigeur zijnde reglement straffeloos te kunnen
overtreden, hij de voormelde zaak ten spoedigste
zoude voortzetten en ons met des Raads decisie
deswegens bekend maken; voorts nog dat wij gaar„
„ne zouden zien, dat de procedures tegen L. Boije,
wierden voortgezet, ten einde eene decisie daarop
zoude kunnen volgen om ter onzer kennis te wor„
„den gebragt.
N„o 153
De maandelijksche rekening van den ontvanger
Generaal adinterim over Februarij ll, is door den
Raad Contrarolleur Generaal der Financien ad„
interim, in duplo, ingezonden.
Niets bijzonders voorgevallen.
N:o 154.
Zijner Majesteits brik der Merkuur is heden avond
van het eiland Aruba te rug gekeerd, mede brengende
de personen die op dat eiland gedetineerd waren
en alhier te lande moeten te regt gesteld worden
wegens hun gehouden gedrag als passagiers aan
boord van de Nederlandsche Golet Attractive,
schipper
Maart 10. Schipper Jan Muller, op derzelver reis van
Jamaica herwaarts; welke personen, terstond, aan
het officie Fiscaal zyn overgeleverd geworden.
N„o 155.
11. Gelezen zijnde eene petitie van den Luitenant
van de 1:e Classe P: Muller, dienende op zo M
brik de Merkuur, houdende verzoek, met voor„
„kennis van zijnen kommanderende officier,
dat hij, om aangehaalde redenen moge ontslagen
worden van den dienst op gemelden bodem om
naar het vaderland te rug te keeren, zie de Peti„
„tie onder n„o 65.
Gelet op de ministeriele aanschryvingen vermeld
in het verhandelde op den 2:e dezer N„o 141.
Dolfijn
En gehoord den op zijner Majesteits Corvet de„
dienende Luit:t der 1:en Classe I: C: F: van son de„
„welke niet genegen is om op de brik de Merkuur
als eerste officier over te gaan.
Is goedgevonden en verstaan
1„o Den Luitenant ter zee der 1:e Classe P: Muller,
dienende als eerste officier op zyner Majesteits
brik de Merkuur, van den verderen dienst op dien
bodem te ontslaan en te permitteren om met
Z: M: Corvet de Dolfijn te repatrieren, met genot
van het activiteits tractement als Luitenant der
eerste Classe, ende zulks onder approbatie van
zijne Excellentie den Minister voor de Marine.
2„o Den Luitenant ter zee der 1:e Classe L. Kikkert,
dewelke zich alhier met verlof bevindt, te plaat„
„sen als eerste officier op zijner Majesteits brik
de Merkuur.
3„o Het ontslag van den Luit.t P. Muller zal
echter
Maart 11.
13.
echter geen plaats hebben voor den 15:e dezer, of
welken dag de Luitenant kikkert in functie
treden moet.
Zullende afschriften en extracten hiervan,
aan de belanghebbenden, tot informatie en na„
„rigt, worden toegezonden.
Niets bijzonders voorgevallen.
N:o 156.
vernomen hebbende dat de Raad Fiscaal adin„
„terim den persoon van Pierre Jean van den
Berg, dewelke door den Raad van Civile en Cri„
„minele Justitie alhier, den tweeden dezer, onder
anderen, tot de straf van dwangarbeid op het
eiland Bonaire is gevonnisd geworden, derwaarts
heeft doen transporteren, hetwelk buiten onze
voorkennis heeft plaats gehad, bragten wij den
Raad Fiscaal onder het oog dat het transport
van den genoemden persoon niet behoorde ge„
„schied te zyn, alvorens ons daarvan kennis te
hebben gegeven; dan, de voormelde Raad Fiscaal
was van meening dat zulks niet behoefde,
dewijl het geschiede uit krachte van een regter„
„lijk vonnis, tegen welke meening wij ons wel dege„
„lijk hebben gesteld, met te kennen gering van onze
afkeuring over dergelijke wijze van handelen.
N:o 157.
In overweging genomen hebbende het voorge„
tusschen en den Raad Fiscaal vallene op gisteren ^ om
adinterim, ten aanzien der verzending van den
gesententieerden Pierre Jean van den Berg naar het
eiland Bonaire, en hierin onder n„o 156 aangetee„
kend.
En.
Maart 14. En gelet op art: 21 van des Raad Fiscaals
Instructie, luidende dat artikel als volgt:
De Raad Fiscaal zal zorgen dat alle Criminel
sententien door den Raad gewezen, na Communis
„catie aan en goedvinden van den Gouverneur
Generaal, behoorlijk worden ter executie gelegd
Voorts nog in overdenking nemende, dat de
sententie van den Raad van Civile en Criminele
Justitie, den 2.e dezer, tegen den voornoemden Pier
Jean vanden Berg, gedeeltelijk maar, namelijk
ten aanzien der straf van gezeling en brandme„
met ons goedvinden is ten uitvoer gebragt; terug
wij geene kennis hebben gedragen van de verzende
van den genoemden gesententieerden naar het
eiland Bonaire, tot dwangarbeid aldaar ter
verdere uitvoering der voormelde sententie
Eindelijk nog overwegende dat de Comman
„deurs der onderhoorige eilanden Bonaire en
Aruba, wegens de policie en directie dier eilan
„den in het algemeen, van niemand anders da
van ons eenige orders of bevelen kunnen ontva„
„gen of nakomen.
Is dienvolgens goedgevonden en verstaan
het vorenstaande, bij extract dezes, ter kennis
van den Raad Fiscaal adinterim, tot narigt, te
brengen, en denzelven tevens nog hierbij aan te
schrijven: dat wij den inhoud van Art: 21 der
Instructie voor den Raad Fiscaal beschouwen al
betrekking hebbende op alle deelen van eenige
Criminele sententie welke ten uitvoer moet wo
„den gebragt, en dat wij insteren op de naauw
„keurige nakoming van dat artikel.
No. 158.
Maart 14.
N:o 158.
Gelezen zijnde eene missive van den Luitenant
Kolonel, Kommandant der Troepen, dd 13:e dezer,
als mede de bij hem ontvangene en daarbij gevoegde
missive van den 1e Luitenant van Eps, houdende
de missive van den voornoemden Luit.t Kolonel,
dat de Luitenant van Eps verzoekt: dat de wet
opzigtelijk het verleenen van kortingen op hem, toe
„passelijk moge zijn, zoo ook het besluit des konings
dd 10:e Juny 1815 N„o 26; (zijnde het provisionele
reglement van administratie voor de Troepen, —
dienst doende en de west-Indische Kolonien)
voorts nog het verzoek van den gemelden Luiten.
Kolonel om te mogen weten hoe en dezen moet
worden gehandeld, ten einde dien officier het
regt te doen genieten, zoo als bij de aangehaalde
wet en koninglijk besluit is bepaald. Zie de mis„
„sive en bijlaag onder N„rs 66„ 67.
werd den hiervorengenoemden Luitenant kolonel,
ter beantwoording zijner voormelde missive, toege„
„zonden een afschrift onzer dispositie van den
6:e dezer n„o 147, genomen op een Rekwest van den
kapitein der artillerie P. C. Simon, en aan welke
dispositie wij ons hebben gerefereerd
N,,o 159.
Fiat executie verleend op de volgende vonnissen
door de daartoe bevoegde Krijgsraden, respectivelijk
gewezen Contra Hendrik Barskie, soldaat bij
de 2:e Kompagnie van het Bat: Jagers N„o 28, de„
„welke, ter zake van gepleegde diefstal, gecondem„
„neerd is geworden tot de straf van het hoogste
getal slagen en als eerloze schelm te worden
weggejaagd
Maart 14. weggejaagd; en Contra Martin wegener mede
soldaat bij de 3:e kompagnie van hetzelfde
Bataillon, dewelke tot de straf van een honderd
rietslagen, het afnemen der Cocarde, gedurende
een Jaar, en detentie voor den tijd van vier
maanden is gecondemneerd geworden.
No„ 160.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad 15.
Fiscaal adinterim, dd 15 dezer N„o 60, houdende
exculpatie wegens het misverstand en abuis begaan
in de verzending van den gecondemneerden P. J. van
denberg naar het eiland Bonaire, en verzekering
dat hem niets aangenamer zal zijn dan de
stricte observatie zijner Instructie en, speciaal
voor zoo ver dezelve de verschuldigde egards aan
den aanzienlijken post van ’s konings represen
„tant regardeert, altoos te zien stand grijpen
en van zijne onderhoorigen te doen betrachten
zie de missive onder N„o 68.
Is dezelve gehouden voor informatie en satis
„factoir antwoord op onze dispositie van gisteren
n„o 157, in dezen genomen en hem Raad Fiscaal
bekend gemaakt.
No„ 161.
Is gelezen eene missive van den Raad Fiscaal
adinterim, dd 15.e dezer N„o 62, houdende verslag
van het gene is komen te blijken bij het verhoor„
van de zes gedetineerden dewelke van het Eiland
Aruba zijn gebragt, in Confrontatie met den
schipper P. Muller & zijne bootsgezellen gehouden
voorts nog dat de gemelde gedetineerden, op auto „risatie van Raden Commissarissen, onder borgtog
ontslagen,
Maart 15. ontslagen, en onder handtasting met borgstelling
tevens, van alle de eventuele kosten ten faveure
van het officie Fiscaal. Zie dezelve missive
onder n„o 69, dewelke voor informatie wordt
gehouden.
N„o 162.
Is gelezen eene missive van den Kapitein Luit
ter zee G. A: Pool, van dezen datum, houdende
verslag dat hij, ter voldoening aan onze bevelen
(zie dispositie van den 2.e dezer N„o 148.) dezen
morgen, het Commandement van zijner Ma„
„jesteits brik de Merkuur aan den Kapitein
Luitenant ter zee H: W: de quartel heeft over„
„gegeven. — Zie de missive onder N„o 70.
En daarop goedgevonden en verstaan: de
volgende aanschrijvingen te doen als:
Aan den Kapitein Luitenant ter zee G. A:
Pool dat wij niet kunnen afzijn hem te betui„
„gen, dat zijne dienstverrigtingen, sedert
onze regering hier te Lande, volkomen naar
ons genoegen zijn geweest, en dat wij ook ver„
„trouwen dezelve bij zijne Majesteit en anderen
in hetzelve licht zullen worden beschouwd; ge„
„lijk ook zijne gehoudene onberispelijke Condui„
„te, gedurende zijn sejour alhier te Lande ge„
„houden; weshalve wij hem dankbetuigen voor
den dienst aan den Lande en alhier bewezen
en dat wij hopen dezelve niet onverschillig
bij zyne Majesteit zal worden opgenomen.
Aan den Luitenant ter zee der eerste classe
P. Muller: dat wij volkomen voldaan zijn over
den getrouwen en onvermoeiden ijver in zyner
Majesteits
100
Maart 15. Majesteits dienst op Hoogstderzelver brik de
Merkuur, als ook gehouden onverbeterlijk gedra„
gedurende zijn verblijf alhier te Lande: dit
ons ernstige meening zijnde vertrouwen wij
zulks bij zijne Majesteit niet nverschillig
kan wezen en hem tot geluk en avancement
in den dienst mogen verstrekken.
N:o 163.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinterim„
dd. 14:e dezer N„o 136, houdende rapport van
des Magazijn Meesters van alle Magazijnen
handelwijze omtrent aankoopingen van benoe
„digdheden zonder alvorens autorisatie te heb„
„ben verzocht, en dat, om aan het 19:e artikel
van des Magazijn Meesters Instructie te vol„
„doen, en tevens den Magazijn Meester toch
eens voor zijne groote achteloosheid en herhaald
pligt verzuim te laten boeten, het noodza
„kelijk is de sommen door den Magazijn
Meester, zonder autorisatie, besteed, van het be„
„drag der rekeningen af te trekken, het aan
den Magazijn Meester overlatende de door hem
zonder autorisatie gekochte artikelen te voldoen,
gelijk dan ook de ordonnancien daarvoor, met
die vermindering door den Raad Contrarol„
„leur zijn opgemaakt en aan ons ter teekening
toegezonden. Zie de missive onder N:o 71.
Gelet op Art: 19 der Instructie voor den
Magazijn Meester van alle Magazijnen alhier
als mede op de Gouvernements dispositie dd
18.e Augustus 1819 n„o 395.
Is
101
Maart 15. Is goedgevonden en verstaan te berusten in
het verrigten in deze, bij den Raad Contrarol„
„leur Generaal der Financien adinterim, en
dienvolgens te gelasten dat, ten aanzien der
goederen door den Magazijn Meester van alle
Magazijnen, ten behoeve der Magazijnen, zon„
„der autorisatie, aangekocht, zal gehandeld wor„
„den, zoo als in artikel 19:' der Instructie voor
den Magazijn Meester uitgedrukt staat.
Een afschrift hiervan zal aan den Raad Con„
„trarolleur, tot informatie en narigt, worden
toegezonden.
N:o 164.
Gelezen zijnde eene missive van den kapitein
Luitenant ter zee H. W. de quartel, dd 15.e dezer
houdende dat hij het Kommandement van
Z: M: brik de Merkuur, heden van den Kapi„
„tein Luit:t G: A: Pool heeft overgenomen; voorts
nog: dat, ingevolge bestaande orders, de man
„schappen welker tijd van dienst waren geex,
„pireerd, op zijner Majesteits Corvet de Dolfijn
zijn overgegaan en door anderen van dien
bodem vervangen, & behalve dat getal nog
drie en twintig tot aanvulling der ontbreken
„de, zoo dat nu een en twintig manschappen
op zijne rolle ontbreekt, volgens annexe speci„
„fieke lijst; gelijk ook voorstel wegens de ruilen
van eenen opperstuurman die op de Merkung
is overgeplaatst, voor eenen Matroos van boord
de Dolfijn. Zie de missive en bijlaag onder
os 7 9 ƒ 1
Is goedgevonden en verstaan dat de gemelde
missive
Maart 15. missive en bijlaag zullen worden toegezonden
aan den kapitein Luitenant ter zee I. F. E. war„
„denburg, kommanderende Z M Corvet de Dol„
„fijn om daarop te berigten, met te rugzending
der gemelde stukken.
N:o 165.
Is gelezen eene missive van den Kapitein
Luitenant ter zee I. F. C. wardenburg, kom„
„ manderende Z. M. Corvet de Dolfijn, dd
16 dezer, houdende verslag dat, ter voldoening
aan onze dispositie dd 2:e dezer n„o 141, Z M
brik de Merkyer door den Kapitein Luiten.
ter zee Pool is overgegeven, en dat hij Kapitein
Luitenant wardenburg op de Merkeur heeft
overgeplaatst alle zoodanige manschappen wil„
„ke aan boord van de Dolfijn konden gemist
worden, door welke overplaatsing de ekwipagie
van de Merkuur tot op tachtig koppen ge„
„bragt is. Zie de gemelde missive onder N„o
4, dewelke voor informatie wordt gehou„
„den.
N„o 166
Raad gehouden. Zie de Notulen van heden
N„o 167.
Gelezen zijnde eene missive van den Kapi„
„tein Luitenant ter zee H: W: de quartel,
Kommanderende Z. M: brik de Merkuur, hou„
„dende verzoek ter bekoming van autorisatie
om manschappen aan te werven en dezelve
te engageren voor den tijd dat de voorm:e
brik hier zal gestationeerd zijn, en dat, bij
vertrek van dien bodem naar Europa, de te
goed
Maart 16. goed hebbende soldij zal worden uitbetaald;
voorts nog voorstel dat er eene premie van
engagement uit de Koloniale kas moge wor„
„den betaald. Zie de missive onder n„o 75.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Den kapitein Luitenant ter zee voornoemd
bij deze te autoriseren om, zoo vele manschap
„pen te engageren als, ter voltallig making
der ekwipage van Z: M: brik de Merkuur,
worden vereischt, ende zulks voor zoodanige
tijd als de gemelde brik alhier zal gestatis„
„neerd blijven, met toezegging aan dusdanige
manschappen dat hunne te goed hebbende sol„
„dij, bij vertrek van de Merkuur naar Europa,
alhier te Lande zal worden betaald.
2„o In het voorstel, dat er eene premie per kop
uit de Koloniale kas, worde toegestaan, niet
te treden, gelyk daarin niet getreden wordt by
deze.
Een afschrift hiervan, zal aan den voorn:
Kapt: Luitenant ter Zee, tot informatie en
narigt, worden toegezonden.
N„o 168.
Gelezen zijnde het berigt van den Kapitein
Luitenant ter zee I: F: E: Wardenburgs, kom
„manderende Z: M. Corvet de Dolfijn, dd 16.e
dezer, op de bij onze dispositie van gisteren
n„o 164 in zijne handen gestelde missive van
den Kapitein Luit:t ter zee H: W: de Quartel,
kommanderende Z. M. brik de Merkuur zie
het berigt onder N„o 70.
Is goedgevonden en verstaan: den Kapitein
Luit.d
Maart 16. Luitenant de quartel, tot informatie, te
doen toekomen een afschrift der eerste afdee,
„ling des voormelden berigts, en denzelven, bij
extract dezes, te verwittigen: dat in deszelfs
verzoek, wegens het terug zenden van den
bedoelden opperstuurman, niet kan getreden
worden.
N„o 169.
Gelezen zijnde eene missive dd 16 dezer, van
President en Leden des over den soldaat Wil„
„helm Trohwein, dienende bij de 3:e Kompag
„nie van het 6e Bat: artillerie van linie, be„
„noemden krijgsraads als mede het daarbij
ingezondene vertoog met de bijlagen daartoe
relatief. zie de missive en het vertoog onder
N„o 17
„ Is goedgevonden en verstaan dat de voor„
„noemde Wilhelm Frokwein, naar het moe„
„derland zal worden gezonden, met Z. M.
Corvet de Dolfijn, dewelke den 1:e der aanstaan
„de maand April derwaarts vertrekken zal,
en dat de genoemde Trohwein op ultimo dezer
op dien bodem zal worden geembarkeerd,
waaromtrent de kapitein Luitenant ter zee I:
F: C: wardenburg, kommanderende de voorm:
Corvet, door ons zal worden aangeschreven,
zullende hij Frohwein intusschen onder de ver„
„zorging van den provoost geweldige moeten
blijven.
Een afschrift hiervan zal aan President
en Leden des voormelden krijgsraads, tot infor„
„matie en narigt, zoo mede de bijlagen des
hiervorengem.
105
Maart 16. hiervoren gemelden vertoogt, worden toegezonden.
En, aangezien zich alhier te Lande nog ter
Fiscalaat is bevindende de persoon van Johan
Jacob Klaeger, dewelke bij sententie van eenen
krijgsraad, dd 6.e October 1819 is zinneloos ver„
„klaard en aan het toeworzigt zijner famillie
of die dezelve representeert moest worden
overgeleverd, zal dezelve mede met zijner Majes,
„teets Corvet de Dolfijn naar het moederland
worden teruggezonden; terwijl hiervan zal wor„
„den kennis gegeven aan den Kommanderende
officier van de gemelde Corvet en aan den
Raad Fiscaal adinterim.
N„o 170.
Gelezen zijnde eene missive van den Maga
„zijn - Meester van alle Magazijnen dd 16:e
dezer n„o 29, houdende, hoofdzakelijk, dat de
Raad Contrarolleur Generaal der Financien
adenteren zwarigheid maakt om de door
hem Magazijn - Meester gedane aankoop van
eenige goederen te approberen, doordien hij
Magazijn - Meester geene autorisatie daartoe
op zyn tijd gevraagd had; weshalve hij verzoekt
dat wij den Raad Contrarolleur tot het afgeven
der approbatie zouden autoriseren. Zie de mis„
„sive onder N„o 79,
En gelet op onze dispositie van den 15:e
dezer n„o 163.
Is goedgevonden en verstaan: ons te houden
aan de evengem:e dispositie, van welke een
extract aan den Magazijn Meester van alle
Magazijnen hiernevens zal worden toegezonden;
met
186
Maart 17. met aanzegging aan denzelven dat wij het
aankoopen van goederen zonder autorisatie
daartoe te hebben bekomen, niet beschouwen,
gelijk hij Magazijn - Meester zulks doet, als
het niet minutelijk opvolgen van het forma,
maar wel als eene afwijking van zijne Instruc„
„tie en dus als een pligtverzuim
Een afschrift hiervan zal aan den Maga.
„zijn Meester van alles Magazijnen, tot infor„
„matie, worden toegezonden.
N„o 171.
Is gelezen eene missive van den Raad Fis„
„caal adinterim dd 17:e dezer N„o 63, als mede
de daarbij ingezondene stukken betrekkelijk
tot de procedure C:a Antonie valderames
Cum suis, benevens nog een brief van I
Muller, welke brief oorzaak gegeven heeft
tot de finale loslating der gearresteerden. Zie
de missive onder N„o 80, en tot meerdere op
„heldering de provisionele conclusie van den
Raad Fiscaal adinterim en den brief van
J: Muller onder N„os 81 & 82.
N:o 172.
Is door den Raad Contrarolleur Generaal
der Financien adinterim, in duplo, ingezonden„
den magazijnstaat over de maand Februarij
lb, met de daarbij behoorende bijlagen.
N:o 173.
18. Ingevolge de aanschrijving van zyne Excel„
„lentie den Minister voor het Publieke onder„
„wijs, de Nationale Nijverheid en de Kolonien
dd 30.' September 1819 n„o 6/68, bij Gouverne„
„ ments
Maart 18.
107
„ments dispositie dat 15 December 1819 n„o 673,
ter kennis van de administrateurs des garnizoen
alhier gebragt.
Is heden de volgende wissel tegen den koers
van 33 1/3 stx NC: per pezo, getrokken als
Curaçao den 18„e Maart 1820. —
Goed voor ƒ29 10/5 N.C.
Het Ministerie voor het Publieke, on„
„derwijs, de Nationale Nijverheid en de Kolonien,
in's Gravenhage, gelieve te betalen, eene maand
na zigt, dezen onzen - - -... - - wisselbrief (de
onvoldaan zijnde) aan de
order van den Heer Willem Prince, de som van
negen en twintig / en tien vijfde/ guldens, Neder„
„landsch Courant zijnde tot uitbetaling aan
den flankeur Joh: Corn: Floordorp, voor grati„
„ficatie, wegens den veldtogt van het Jaar
1815, ingevolge advies.
De Gouverneur Generaal ad
intereen van Curaçao en onder„
„hoorige eilanden.
En de voormelde som van ƒ29 10/5, uitma„
„kende, tegen den koers van 33 1/3 stv N=o E per
pezo de som van P„s 17„ 3„ 4. aan den flankeur
Joh: Corn: Floordorp uitbetaald, op den staat,
door de administrateurs van het garnizoen, op
onze aanschryving van heden, ingeleverd, en
welke aan het Ministerie hiervoren gemeld, met
den advies brief wegens den voorzeiden wissel,
zal worden overgezonden.
N„o 174.
Gelezen zijnde de door den Raad Fiscaal
adinterim
Maart 18.
108
adinterim M:r I: I: Elsevier, heden aan ons
Konijelijk toegezondene sententie welke de
Raad van Civile en Criminele Justitie alhier,
den 14:e dezer, gewezen heeft op de instantie van
hem M:r J: J: Elsevier, als waarnemende het
officie Fiscaal, en Cas van praeferentie Nomini
Fisci, Contra Matthias Schotborgh Gz, gewezen
ontvanger Generaal op dit eiland.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Dat een afschrift der voormelde sententie aan
zijne Excellentie den Minister voor het Publieke
onderwijs, de Nationale Nijverheid en de Kolonien,
met eene geleidende missive, zal worden toe„
„gezonden, om Zijne Excellentie met den in„
„houd derzelve bekend te maken.
2:o Aan den Raad Contrarolleur Generaal der
Financien adinterim te doen toekomen eene
kopij der voorzeide sententie, ten einde voor de
invordering en Consignatie der daarin gemelde
sommen te zorgen en zich deswegens met den
Fiscaal te verstaan; waarna rapport aan ons
zal worden gedaan.
Extracten hiervan, zullen aan den voornoem
„den Fiscaal en aan den Raad Contrarolleur
Generaal adinterim, respectivelijk, tot informa„
„tie en narigt, worden toegezonden.
N:o 175.
„ De Raad Contrarolleur Generaal der Finan„
„cien adinterim, heeft ingezonden het Jour„
„naal zijner ambts verrigtingen gedurende
het vierde kwartaal van het afgeloopene Jaar
1819.
Niets
Maart 19. Niets bijzonders voorgevallen.
N:o 176.
Is, op verzoek van den Luitenant Kolonel, kom„
„mandant der Troepen, een krijgsraad benoemd
over den soldaat Andreas Bakker, dienende
bij de 1:e flank Kompagnie van het Bataillon
Jagers n„o 28, dewelke beleden heeft aan diefstal
schuldig te zijn.
N„o 177.
Gelezen zijnde eene missive van den Kapi„
„tein Luitenant ter zee H: W: de quartel,
Kommanderende Z. M: brik de Merkuur dd
20:e dezer, geleidende een bij hem ontvangen Re„
„kwest van P: Pape, dienende als officiers Jon„
„gen op de voormelde brik strekkende om gelijk
anderen, met Z. M: Corvet de Dolfijn naar
het moederland te mogen terugkeeren, aan„
„gezien zijn tijd van dienst reeds geexpireerd is.
zie de missive en het Rekwest onder N„o 83, 84.
Is goedgevonden en verstaan: het voormel„
„de rekwest, bij extract dezes, aan den Kapitein
Luitenant ter zee I. F. C: wardenburg, kom„
„manderende Z. M: Corvet de Dolfijn, te doen
toekomen, om, met terugzending van hetzelve
daarop te berigten.
N:o 178.
Gelezen zijnde het berigt van den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adin„
„terim, dd 20.e dezer, wegens het inwisselen
van papieren realen, ter voldoening aan onze
dispositie van den 28:e December 1819 N„o 708.
zie het berigt onder N„o 8
Maart 20. Id: goedgevonden en verstaan.
1„o Het gemelde berigt te houden voor informatie
en een afschrift daarvan te voegen bij het rap„
„port hetwelk, ingevolge aanschrijving van het
Ministerie voor het Publieke onderwijs, de Na„
„tionale Nyverheid en de Kolonien, dat 6:en September
1819 n„o 6/62, aan hetzelve Ministerie moet worden
gedaan, nopens het Tonds ter vernietiging der bewij„
„zen van afgekeurde Johannissen en de in loop
zijnde papieren realen of schellingen.
2:o Dat de overgeblevene papieren realen, ten be„
„drage van achttien Johannissen en vyf en
vijftig realen, zullen worden vernietigd; en dat
de Heer Theodorus Jutting, lid van den Raad
van Policie, zal worden geinviteerd om, met en
benevens hem Raad Contrarolleur deze zoo wel
als de ingewisselde papieren realen te vernietigen.
3:o Dat de Raad Contrarolleur zal opmaken
en ons, tot informatie, doen toekomen eenen
staat van het ingehoudene uit des Raad Contra„
„rolleur H: J: Nuboers tractement, ter voldoe„
„ning der vijf en vijftig Johannissen aan pa„
„pieren realen welke hij moest verantwoorden,
en tot de betaling der kosten wegens het vervaar„
„digen van nieuwe papieren realen; welke kosten
mede uit het tractement van den Heer Nuboer,
namelijk uit zijne helft, moeten worden getrok„
„ken, indien zulks nog niet is gedaan.
Een extract hiervan, zal aan den Raad Contra„
„rolleur Generaal der Financien adinterim, tot
informatie en narigt, worden toegezonden.
21. Niets bijzonders voorgevallen.
Gelezen.
Maart 22.
N„o 179.
Gelezen zijnde het berigt van den Kapitein
Luitenant ter zee I. F. C. Wardenburg, komman
„derende Z. M: Corvet de Dolfijn, dd 22:e dezer,
op het bij onze dispositie van den 20„e dezer N„o
177 in zijne handen gestelde Rekwest van den
officiers Jongen P: Pape, door deszelfs kommande„
„rende officier der Kapitein Luitenant ter zee
H: W: de quartel, Kommandant van Zijner
Majesteits brik de Merkuur aan ons toegezon„
„den. Zie het berigt onder N„o 86.
Is goedgevonden en verstaan: den voorn:
kapitein Luitenant de quartel, onder toezending
van een afschrift des voormelden berigts, bij
extract dezes, te verwittigen dat wij ons gedra„
„gen aan den inhoud van het gezegde berigt
en hem Kapitein Luitenant voorts naar den
kapitein Luitenant ter zee I. F C: warden„
„burg renvoijeren, om wanneer zulks overeen„
„komstig het berigt geschieden kan, het repatrie„
„ren van den hiervorengenoemden Jongen te
doen plaats hebben.
N:o 180.
Fiat executie verleend op een vonnis, door den
in dato 20.e dezer n„o 176, daartoe benoemden
krijgsraad, gewezen contra Jurrian Andreas
Bakker, soldaat bij de 1:e flank kompagnie van
het Bat: Jagers n„o 28, dewelke zich aan de mis„
„daad van diefstal heeft schuldig gemaakt en
uit dien hoofde tot de straf van stokslagen ten
getalle van een honderd en als schelm te worden
weggejaagd, is gecondemneerd geworden.
Maart 23.
N:o 181.
Gelezen zijnde eene missive van den kajutein
Luitenant ter zee H: W: de quartel, komman„
„derende Z M: brik de Merkuur, dd 23.e dezer,
in Consideratie gevende of niet een matroos
genaamd Roos die van Z. M. Corvet de Dolfijn
op de voormelde brik de Merkuur geplaatst &
een slecht sujet is, met de voormelde Corvet
zoude kunnen verzonden en een anderen
man in deszelfs plaats gegeven worden. Zie
de missive onder n„o 817.
Is goedgevonden en verstaan: dat dezelve
missive aan den Kapitein Luitenant ter zee
I. F: C: wardenburg zal worden toegezonden,
ten einde daarop te berigten.
N=o 182.
Gelezen zijnde eene missive van den kapitein
Luitenant ter zee H. W. de Quartel, komman„
„derende Z: M: brik de Merkuur, dd 23:e dezer
houdende dat, bij het overnemen van dat
kommandement, hem geene partikuliere Instruc„
„tien; omtrent het Convoijeren van vaartuigen
die zich daartoe aanmelden, zijn ter hand ge„
„steld; weshalve hij om dezelve verzoekt. Zie de
missive onder N„o 88.
Is goedgevonden en verstaan den Kapitein
Luitenant ter zee I. F. C. Wardenburg, komman
„derende Z. M: Corvet de Dolfijn, als oudste
officier bij de zeernagt op deze station, by deze
aanteschrijvens om den Kapitein Luitenant
H: W. de quartel, kommanderende Z. M:
brik de Merkuur bekend te maken.
113
Maart 23. 1e Met de twee laatste afdeelingen van de Gouver„
„nements order, dd 29:' Mei 1819 n„o 47 ten aan„
„zien der vaartuigen aan dewelke geen Convooi
vermag te worden verleend en opzigtelijk het ver„
„lig houden van het grondgebied dezer kolonien
2:o Met de namen, verkenningsteeken en andere
bijzondere omstandigheden van de Insurgenten
kapers dewelke der Nederlandsche vlag, door
rooverijen, beleedigd hebben en waarvan hij Ka„
„pitein Luitenant wordenburg officiële kennis
bekomen heeft.
3„o En den Kapitein Luitenant de Quartel voorts
aan te zeggen om den 25:e dezer zee te kiezen,
ten einde naar de Havens van Puerto Cavello
en La Guaira te Convoijeren alle derwaarts bestem„
„de vaartuigen, aan dewelke, bij de bestaande
order deswegens, niet verboden is convooi te ver„
„leenen; en dat, ingevolge verzoek van den
genoemden kapitein Luitenant de quartel, twintig
manschappen van dit Garnizoen op de brik de
Merkuur, zullen worden gedetacheerd om der
„zelver ekwipage op dezen te doenen togt te ver„
„ sterken: wijders nog, dat hij kapitein Luitenant
de Quartel acht dagen te La Guaira of Puerto
Cavello, zal mogen vertoeven om de naar dit
Eiland gedestineerde vaartuigen onder bescher„
„ming te nemen, terwijl hij na verloop van
dien tijd in deze Haven zal moeten binnen
vallen.
Een afschrift dezer dispositie zal aan den
kapitein Luitenaat wardenburg, ten einde als
daarin vermeld is, worden toegezonden.
De
Maart 23.
N„o 183.
De Tabellen van invoer, uitvoer en door„
„voer, gedurende het Jaar 1819, door den ont„
„vanger Generaal adinterim opgemaakt, zijn
heden bij ons, in duplo, ontvangen
N„o 184
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinterim,
dd 23:e dezer N„o 155, als mede de daarbij ko„
„pijelijk ingezondene missive van den Magazijn
Meester van alle Magazijnen, dd 22 dezer N„o
33, opzigtelijk zyne onvermogendheid tot de
voldoening van eenige aangekochte goederen en
te min geleverd brood, waarvoor hij aanspra„
„kelijk gesteld is, zie de voormelde missiven
onder N„os 89 & 90.
Is goedgevonden en verstaan dat onze dis„
„positien van den 19:e Februarij N„o 116 en den 15.e
dezer n„o 163, ten deze genomen, bij provisie buiten
werking zullen blijven, onverminderd des Maga„
„zyn Meester's verantwoordelykheid ten aanzien
van het gene daarbij is gelast, ingeval zijne
Excellentie de Minister voor het Publicke onder„
„wijs, de Nationale Nyverheid en de Kolonien
niet mogt goedvinden goed te keuren de voor
„dragt welke wij, ten gevolge van des Magazijn
meesters verzoek, voornemens zijn aan Hoogst„
„denzelven te doen, ingeval de volgende handel„
„wijze van den Magazijn meester, redenen mogt
„ten geven om over hem voldaan te zijn en ons
tot het doen der voordragt te bewegen; zullen„
„de intusschen het bedrag der zonder autorisa
„tie aangekochte goederen, welke bij onze dispo„
„sitie
Maart 23.
24.
„sitie van den 15:e dezer n„o 163 ten zijnen laste
gelaten is, uit de koloniale kas, op eene deswegens
aftegevene ordonnantie, worden betaald, en hij
bij den Raad Contrarolleur Generaal der Finan„
„cien daarvoor provisioneel belast blijven.
Een afschrift dezer dispositie, zal aan den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinterim
worden toegezonden, om te strekken tot zijne infor„
„matie en narigt en om den inhoud derzelve ter
kennis van den Magazijnmeester van alle Maga
„zynen te brengen.
N„o 185.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad Fis„
No. 33.
„caal: adinterim dd 23.e dezer ^ houdende zijn ge„
„voelen aangaande de door den gewezenen ont„
„vanger Generaal adinterim Constantinus Schot„
„borgh gedane ligting zijner Consignatie pennin„
„gen. Zie de missive onder N„o 9.
Is goedgevonden en verstaan: den Raad Con„
„trarolleur Generaal der Financien adinterim,
bij extract dezes, te doen toekomen een afschrift
van de voormelde missive, met autorisatie op
denzelven om, conform het advies van den Raad
Fiscaal adinterim te handelen.
N:o 186.
Gehoord hebbende het berigt van den Kapitein
Luitenant J: F: C: Wardenburg, kommanderende
Z M: Corvet de Dolfijn, op de bij onze dispositie
van den 23e: dezer N„o 181 in zijne handen gestelde
missive van den Kapitein Luitenant de Quartel,
Kommanderende Z M: brik de Merkmeer.
werd de kapitein Luitenant de Quartel, Conform
dat
Maart 24. dat berigt, aangeschreven, dat hij de door
hem bedoelde matroos genaamd Roos aan boord
van de Corvet de Dolfijn kan te rug zenden en
dat dezelve door een anderen van dien bodem
zal worden vervangen.
N:o 187.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinterim
dit 24e: dezer n.o 161, als mede gezien de daar„
„bij ingezondene petitie van den Magazijn
Meester van alle Magazynen, wegens benoodigd„
„heden in's Lands Magazijnen in den loop van
het aanstaande tweede kwartaal dezes Jaars, zie
de missive onder N„o 92.
Is goedgevonden en verstaan: de voormelde
petitie, dewelke door ons, als gezien, zal worden
onderteekend, bij extract dezes, aan den Raad Con„
trarolleur Generaal der Financien adinterem te
rug te zenden, met autorisatie op denzelven,
om de daarop gestelde benoodigdheden te doen
aankoopen en daaromtrent te handelen, zoo
als in onze dispositie van den 31:e December
1819 no 716 uitgedrukt staat, welke dispositie,
bij voorteluring, ten aanzien van de manier der
te doene aankoopingen van aangevraagde goede„
„ren, zal moeten worden opgevolgd.
N:o 188.
Gelezen zijnde eene missive van de Kerkeraden
der Hervoemde gemeente alhier, te kennen ge„
„vende dat zij, tot het oprigten van een kerk„
„hof, uitgezocht hebben een stuk gronds, gelegen
nabij den berg Altena, hetwelk, na behoorlijk
onderzoek
117
Maart 24. onderzoek voor een kerkhof dienstig bevonden is
en dat zij dienvolgens onze goedkeuring en toe„
„stemming verzoeken om op voornoemde plaats een
nieuw kerkhof te mogen stichten. Zie de missive
onder n„o 93.
En gezien het besluit van den Raad van
Policie dd 19:' October 1819 N„o 5 genomen op eene
door den voormelden kerke raad gedane voordragt
tot de oprigting van een kerkhof.
Is goedgevonden en verstaan: Onze goedkeuring
te verleenen, zoo als dezelve verleend wordt bij deze
op de keuze van het locaal tot het stichten van
een kerkhof of begraafplaats, door den kerke raad
der Hervormde gemeente, gemeenschappelijk met
de Leden des Kerke-raads van de Luthersche ge„
„meente op dit Eiland.
Een afschrift hiervan, zal aan de kerkeraden
voormeld, tot informatie, worden toegezonden.
N„o 189.
25. Zijner Majesteits brik de Merkuur is heden naar
de Havens van Puerto Cavello en La Guaira ver„
„trokken, om Convooi te verleenen aan eenige der„
„waarts bestemde vaartuigen.
26. Naets bijzonders voorgevallen.
N„o 190
Gelezen zijnde eene missive van den Luitenant
Kolonel D: J: van de Linde, Komm:t van het Bat„
Jagers N„o 28 en der Troepen alhier, dd 27.e dezer
geleidende, eenen nominativen staat, in duplo„
van drie Jagers welke door ligchaams gebreken
voor den militairen dienst volstrekt ongeschikt
zijn; met kennis geving dat vier manschappen,
minder
Maart 27. minder dan in onze dispositie van den 7:e
dezer N:o 150. zijn aangehaald, met Z M Cor„
„vet de Dolfijn zullen vertrekken. Zie de mis„
„sive onder N„o 94, zullende de staat hierbij onder
N„o 95 worden overgezonden.
voorts overwegende dat de kanonnier Jan
Floorse, die zyn regter arm verloren heeft en,
ingevolge onze voormelde dispositie met de
voormelde Corvet naar het moederland zoude
hebben moeten terug keeren, volgens rapport
van den Chirurgijn Majoor, zich als nog op reis
niet kan begeven.
Is goedgevonden en verstaan de volgende
aanschrijvingen, bij extract dezes, te doen
1„o Aan den voornoemden Kommandant der
Troepen: dat de drie manschappen die op den door
hem ingezondenen staat genoemd zijn, naar het
koloniale depot in het moederland zullen wor„
„den opgezonden met Z. M: Corvet de Dolfijn
en, den 31 dezer maand, op dien bodem worden
geembarkeerd; voorts nog dat de kanonnier Ian„
Hoorse met die gelegenheid niet kan vertrekken.
2.o Aan den Raad van Administratie dezes Gar„
„nisoens: wegens de terugzending van de hiervo„
„renbedoelde manschappen en t verblijf van den
kanonnier Floorse, en dat de eerstgemelden tot
ultimo dezer, moeten worden afbetaald.
3:o Aan den Kapitein Luitenant ter Zee I. F. C.
wardenburg, kommanderende Z: M: Corvet
de Dolfijn: dat het getal militairen dewelke
ingevolge onze dispositie van den 7:e dezer N:o
150 op de voormelde Corvet zoude geembarkeerde
worden
Maart 27. worden, met vijf verminderd is, en dat daarente
„gen drie andere manschappen van dit Garnizoen
met de voorzeide Corvet vertrekken zullen, waar
„door het getal welk niet dien bodem naar het
moederland zoude te rug keeren, daaronder begre„
„pen de twee personen die genoemd zijn in onze
aanschrijving van den 18.e dezer N„o 26 (ten gevol„
„ge onzer dispositie van den 16:e N„o 169 / op vier
en twintig gebragt is.
N„o 191
Gelezen zijnde eene missive van den Kapitein
Luitenant ter zee I. T: C: Wardenburg, komman,
„derende Z. M: Corvet de Dolfijn, dd 27 dezer, te
kennen gevende dat hij geen rijst door aankoop
kan bekomen en daarom verzoekt twee duizend
rijst
drie honderd en vijftig ponden ^ uit s' Lands Ma„
„gazijnen, als mede vier honderd zes en dertig
ponden zout, te mogen hebben. Zie de missive
onder n„o 96
Is goedgevonden en verstaan:
den Raad Contrarolleur Generaal der Financien
torisaren
adinterim ^ om de noodige order te geven aan den
Magazijn Meester van alle Magazijnen, tot de
uittevering van zoo veel rijst en zout als hiervo„
„ren vermeld staat, aan den voornoemden kapi„
„tein Luitenant ter zee wordenburg, dewelke de
rijst zal hebben te betalen tegen zeven stuivers
het pond.
Afschriften hiervan, zullen aan den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinterim„
en aan den Kapitein Luitenant ter zee warden
„burg, tot informatie en narigt, worden toegezonden
Maart 27.
120
No„ 192.
Het Nederlandsche Koopvaardij brikschip de
Almelo, gevoerd door schipper Reijer Smit,
geladen met de goederen die vermeld staan
op het hierbij gevoegde manifest L: A:, is
heden naar Amsterdam vertrokken.
N:o 193.
De Wijk Meester Michiel Cambiaso, dewelke
den 10:e Januarij ll, (zie het verhandelde onder
n„o 31,) zijn ontslag bekomen heeft, mits voldoen
„de aan het gene daarbij uitgedrukt staat, aan
die verpligting voldaan hebbende, is de persoon
van A: A: Munningh, die bij de voorzeide die
„positie in zijne plaats is benoemd geworden,
in de functien van wijkmeester van de wijk
N„o 4 aan de overzijde getreden en heeft heden
den gewonen eed in die kwaliteit afgelegd.
N:o 194
In overweging genomen zijnde het besluit
van den Raad van Policie, dd 16:e dezer n„o 9.
houdende advies, opzigtelijk het accorderen was
een Jaarlijksch tractement aan den 1.e kapiteit
Ingen-eur H. J. Abbring, voor de waarneming
der functien van Inspecteur Generaal der
wegen, en het benoemen van Cornelis van
Groot Davelaar, tot assistent bij den Inspecteur
voormeld, onder genot van een vast tracte
„ment in het Jaar.
Is, onder zijner Majesteits nadere approbatie,
goedgevonden en verstaan:
1„o Den 1„e Kapitein Ingeneur, bij voortduring,
op te dragen, zoo als hem hierbij wordt opgedrag
Maart 28. de inspectie en toezigt der wegen op dit eiland,
als Inspecteur Generaal derzelve, en hem, bij deze,
voor de waarneming van dien post, een Jaarlijksch
tractement van vier honderd pezos van achten; in
te gaan met den eersten der aanstaande maand
April, te accorderen.
2:o Den persoon van Cornelis van Groot Dave„
laar te benoemen, zoo als hij hierbij wordt be„
„noemd, tot assistent van den Inspecteur Gene„
„raal der wegen, onder genot van zes honderd
pezos van achten als een vast tractement in het
Jaar, aanvang nemende den eersten van de vol„
„gende maand April
3: Den Inspecteur Generaal der wegen te
verwittigen: dat de Reglementen op het onderhoud
der wegen zullen worden nagezien, en daarna
ter zijner kennis gebragt.
Afschriften & Extracten hiervan zullen, in
zoo ver het vereischt wordt, aan de hierinbe„
„noemden, als mede aan den Raad Contrarollent
Generaal der Financien adinterim, tot respective
informatie en narigt, worden toegezonden.
No. 195.
Op twee Rekwesten van Bartholomeus
navarro y Naranjo, gedateerd 27 maart om
Samuel da Oosta Gomez en deszelfs huisvrouw
Rachel van Jacob Pinedo, als mede om Johan„
„nes Gabriel de Oosta Gomez en huisvrouwe
Maria Magdalena Antonia, op interrogato
„rien te mogen hooren, is het volgende mar„
ginale appointement verleend en de Rekwesten
als naar gewoonte, in originali, afgegeven,
122
te weten: Maart 28.
Na ingenomen te hebben het advies van den
President adinterim van den Raad van Civile
en Criminele Iustitie, wordt des Rekwestrants
verzoek geaccordeerd.
29,30 & 31. Niets bijzonders voorgevallen.
Van Sterckenborch Holl:
1820.
April 1.
e
123
N:o 196.
De persoon van Cornelis van Groot Davelaar„
bij onze dispositie van den 28:' Maart ll N„o 194.
tot assistent bij den Inspecteur Generaal der wegen
benoemd, heeft heden den gewonen eed in die kwa„
liteit afgelegd.
N„o 197.
Op het Ministerie voor het Publieke onderwijs
de Nationale Nijverheid en de Kolonien getrokken
vijf wissels, van n„o 30 tot no„ 34, ten bedrage van
ƒ7109„ 79„ c„ts of P„s 4634.5.1. voor militaire
tractementen en soldijen over de gepasseerde maand
Maart.
2 en 3. Niets bijzonders voorgevallen.
N„o 198.
4. Zyner Majesteits Corvet de Dolfijn, gekomman
„deerd door den Kapitein Luitenant ter zee I.F.
C. Wardenburg, is heden uit deze Haven ge„
„zeild om naar het moederland te rug te keeren,
en met dezelve is vertrokken de Kapitein Luite
„nant ter zee G: A: Pool, gekommandeerd heb„
„bende Z: M: brik de Mercuur, en de Luitenant
ter zee van de 1:e Classe P: Muller, dewelke op
dien bodem als eerste Officier gediend heeft.
alsmede nog twee en twintig wegens ligchaams
gebreken voor den dienst ongeschikt zynde mili
„taire manschappen en twee militairen die door
krijgsraden als zinneloos verklaard en uit den
dienst
April 4. dienst zijn ontslagen geworden.
Niets bijzonders voorgevallen.
N„o 199
Is ontvangen een generale staat der voor„
„naamste artillerie behoeften zich den 1:e dezer
maand, op dit eiland bevindende, als mede een
extrojet uit het dagregister van ontvang en
uitgaaf, aanwijzende alle mouvementen in het
materieel welke bij de magazijnen van oorlog,
op het hoofd fortres Amsterdam, hebben plaats
gehad in het eerste kwartaal dezes Jaars.
N„o 200.
De stukken betreffende den Hospitaal dienst
over het eerste kwartaal dezes Jaars, zoo wel
als over de gepasseerde maand Maart, zijn
heden ingezonden.
N„o 201
Is gelezen een Rekwest van William M:l
Wherter, houdende verzoek om zich op dit
eiland als koopman te mogen nederzetten en
geadmitteerd te worden tot het doen van den
eed van getrouwheid aan Zijne Majesteit den
Koning. Zie het Rekwest onder N„o 26, hetwelk
aldus nog luidt en het daaronder gevoegde
declaratoir.
(F.I.)
En goedgevonden en verstaan: den Rekwestrant
te gedogen om den eed van getrouwheid aan
zijne Majesteit den koning voor ons te mogen
afleggen en zich vervolgens als vaste Ingezeten op
dit eiland neder te zetten, mits vooraf betalende
de vastgestelde belasting ten behoeve van het
Fonds
April 7 Fonds tot vernietiging der bewijzen van afgekeur„
„de Johannissen.
Een afschrift hiervan, zal aan den Rekwes„
„trant, tot informatie, worden afgegeven.
N:o 202.
Zijner Majesteits brik de Merkuur, is heden mor„
„gen, met twee vaartuigen onder derzelver Convooi,
van de Havens van La Guaira & Puerto Cavello
te rug gekeerd.
N„o 203
De rekening van het ontvanger Generaals Kantoor
over de maand Maart lb, is heden in duplo inge
„leverd.
9. Niets bijzonders voorgevallen.
N:o 204.
De stukken betreffende den geneeskundigen
dienst, over het eerste kwartaal dezes Jaars, zijn
heden ingeleverd.
N„o 205.
De persoon van William M:r Whirter, heeft
„ „ den gewonen eed van getrouwheid aan zyn
Majesteit den koning voor ons afgelegd
N:o 206.
Gilezen zijnde eene missive van den Raad-Fis„
„caal adinterim, dd 10:e dezer N„o 69, houdende dat
er diverse klagten van de Ingezetenen zijn inge„
„komen, over molesten hun aangedaan door vrije
negers en mulatten, die van geweeren voorzien
overal loopen schieten en het gevogelte dooden; en voor
in Consideratie gevende of het niet dienstig zoude
zijn een Reglement te Concipiëren op het afgeven van
Port d’ armes, zonder welke het niemand zal vrij„
staan
staan met schietgeweer de openbare wegen te passe„ April 10.
„ren zie de missive onder N„o 97.
Is goedgevonden en verstaan: den Raad van Policie
hiervan, ten fine van dicisie, kennis te geven.
N:o 207.
Raad gehouden. Zie de Notulen van heden.
12. Niets bijzonders voorgevallen.
No. 208.
Is van den Raad Contrarolleur Generaal der
Financien adinterim, in triplo, ontvangen, prozes
verbaal wegens de vernietiging van de ingewisselde
zoo wel als de overgeblevene papieren realen of schel„
„lingen, ter voldoening aan het tweede lid onzer
dispositie dd 20:e Maart lb N„o 178. zie het proces
verbaal onder N„o 98
14. Niets bijzonders voorgevallen.
No„ 209.
Het Nederlandsche koopvaardij schip genaamd
Carolina, gevoerd door schipper J. Bartels, is heden
naar Amsterdam vertrokken, aan boord hebbende
de lading die vermeld staat op het hierbij gevoeg„
„de manifest onder L:a B.
N:o 210.
Ingevolge verzoek van den Luiten Kolonel, Kom„
andant der Troepen, hebben wij een Krijgeraad
benoemd over den Jager Hermanus Roest, dewel„
„ke beschuldigd is van zich aan insubordinatie
te hebben schuldig gemaakt.
N„o 211
De Magazijn-staat over het eerste kwartaal
dezes Jaars, benevens de maand-staten deszelven
over Jebruarij & Maart ll, met de daarbij
behoorende
April 15.
127
behoorende bijlagen, zijn heden ingezonden.
N:o 212.
Is gelezen eene missive van den Raad Contra„
„rolleur Generaal der financien adinterim, dd
15:e dezer n„o 190, houdende kennisgeving: dat
de kapitein Luitenant ter zee I: F: C: Warden,
„burg de rijst, welke hij van het Gouvernement
te koop heeft aangevraagd, niet heef laten
ontvangen. Zie de missive onder N„o 9 9, dewel„
„ke voor informatie wordt gehouden.
16. Niets bijzonders voorgevallen.
N„o 213
17. Gelezen zijnde een Rekwest van David van
Moses de bastro, verzoekende het lijk van zijne
zuster Leah, weduwe van Elias Jendah Leao,
buiten praejuditie ter aarde te bestellen. Zie het
rekwest onder N„o 27, hetwelk aldus nog ludt.
/ F. I./
Is goedgevonden en verstaan des rekwestrants
verzoek te accorderen, zoo als geschiedt bij deze,
mits niemand zich daartegen stelle en, des
vereischt zynde, daarvan worde kennis gege„
„ven ter weeskamer daar het behoort.
Een afschrift hiervan, zal aan den Rekwes„
„trant, tot informatie worden afgegeven.
N„o 214
Zijner Majesteits brik de Merkuur, is heden uit„
„gezeild om Convooi te verleenen aan eenige naar„
de Havens van Puerto Cavello en La Guaira be„
„stemde vaartuigen. — De ekwipage van de ge„
„melde brik is versterkt geworden met een de
„tachement van twintig manschappen uit het Gar„
„nizoen alhier.
Gelezen
April 18.
N„o 215.
Gelezen zijnde een Rekwest van Is: Curiel J:r &
J„ van B:n Curiel, houdende verzoek om hunnen
overledenen vader Benjamin Curiel, buiten prae„
„juditie, ter aarde te mogen doen bestellen. Zie
het Rekwest onder N. 28, hetwelk aldus nog
luidt. (F.J.)
Is goedgevonden en verstaan: der rekwestranten
verzoek te accorderen, zoo als hetzelve geaccordeerd
wordt bij deze, mits niemand zich daartegen
stelle en, des vereischt zijnde, daarvan worde
kennis gegeven daar het behoort
Een afschrift hiervan, zal aan de rekwestranten,
tot informatie, worden afgegeven.
N:o 216.
In overdenking nemende dat er als nog geen
antwoord ontvangen is van het Gouvernement
der zoogenaamde Republiek van Venezuela
op de reclame die bij hetzelve is gedaan ten
aanzien der rooverijen dewelke onder de ven„
„zuelaansche vlag, niet alleen door het nemen
van de Nederlandsche Golet de Intrejud gevoerd
door schipper Willem Lazaro, maar ook nog
op meer andere Nederlandsche eigendommen zijn
gepleegd geworden.
En overwegende dat de Insurgenten Kaper
La Sosegada, door Z. M: Corvet de Dolfijn aan„
„gehouden en in deze haven opgebragt en wel„
„ke in beslag gehouden wordt tot dat aan de
voormelde reclame zal zyn voldaan, reeds lang
in deze Haven gelegen heeft en door langer
in dien staat te blijven, zeer veel in waarde
zal verminderen.
Is.
April 18.
129
Is goedgevonden en verstaan om de stukken
die tot de onderhavige zaak betrekking hebben
bij deze, te stellen en handen van den Raad Fiscaal
adinterim, met invitatie aan denzelven, om ons
te adviseren in hoe ver het noodig en raadzaam
zoude kunnen zijn, de voormelde Kaper La Sose„
„gada en toebehooren; bij publieke opveiling, ten
behoeve van wien het mogt aangaan, te verkoo„
„pen, en het provenu daarvan tot nadere disposi
„tie te deponeren.
Een afschrift hiervan, zal aan den Raad Fis„
„caal adinterim, tot informatie, worden toege„
„zonden, met intimatie tevens dat aan hem
visie zal worden verleend van alle zoodanige
dispositien en andere geschriften welke hij na
lecture der aan hem toetezendene stukken, nog
zoude willen inzien.
N„o 217
Gelezen zijnde eene missive van W: C. Hoijer,
dd 18:e dezer, houdende verzoek om, uit hoofde
van aangehaalde redenen, van den post van
District meester van het 2:e District in de oost
Divisie te worden ontslagen. Zie de missive
onder N„o 100.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Den voornoemden W: S: Hoijer, bij deze, ont„
„slag te verleenen als District-meester van het 2.e
District in de Oost-Divisie, onder verpligting nog„
„tans van alle de stukken, documenten en registers
het voormelde District betreffende, aan zijnen op
„volger naar behooren af te geven.
2„o Den persoon van David Gaerste Junior te benoemen
zoo
April 18 zoo als hij hierbij benoemd wordt, tot District
meester van het 2:e District in de Oost-Divisie, om
in de uitoefening van dien post te treden terstond
na dat de registers, documenten en papieren daar„
„toe betrekking hebbende, door den voornoemden
W: C. Hoijer aan hem zullen zijn ter hand gesteld,
op welken dag hij zich bij ons begeven moet om
den gewonen eed af te leggen.
Afschriften hiervan zullen aan de belangheb„
„binden in deze, tot respective informatie en narigt,
worden toegezonden.
N:o 218.
19. In nadere overweging genomen zijnde de in advies
gehoudene voordragt welke de opzieners van het
schoolwezen op dit eiland, bij missive dd 28:e Febru„
„arij dezes Jaars (zie het verhandelde in dato 2.e
Maart ll. N„o 142) hebben gedaan aangaande de
handhaving der artikelen van de bij die missive aan
ons toegezondene Publicatie hunner Hoogmogenden
dato 3:e April 1806, in zoo ver dezelve, voor het
schoolwezen alhier, nuttig en aanwendbaar is, waar„
„toe het ons moge gelieven hun de hand te bieden
voorts nog opzigtelijk het ontslaan en vrijstellen de
vier Lands Schoolhouders van den gewapenden
burgerdienst, wachten, togten en geld contributie
deswegens.
En gelezen de hiervoren bedoelde Publicatie van
hun Hoogmogenden.
Daarop overwegende.
1„o Dat verscheidene artikelen der bij die publicatie
gearresteerde wet, reglement en Instructie toepas„
„selijk zouden kunnen gemaakt worden op het
schoolwezen
April 19. schoolwezen alhier, terwijl anderen daarentegen
van geen nut zijn, zoo wel om dat dien aan„
gaande bij het alhier gearresteerde reglement
reeds is voorzien als uit hoofde dat de in
sommigen voorkomende verordeningen in geenen
teele en overeenkomst met de plaatselijke om„
„standigheden dezer kolonie kunnen gebragt
worden.
2„o Dat, zelfs die artikelen dewelke kunnen toepas„
„selijk gemaakt worden, niet en werking kun„
nen gesteld worden zonder alvorens te zijn om„
„gewerkt en in verband gebragt met de reeds
bestaande bepalingen; waardoor een geheel an„
„der en nieuw reglement zoude moeten worden
gemaakt, hetwelk, in dit tijdstip zoude strij„
,,dig zijn met de meening van zijne Excellen„
„tie den Minister voor het Publieke onderwijs, de
Nationale Nijverheid en de Kolonien, dewelke, bij
aanschrijving van den 15.e Maart 1819 N„o 8/22,
den Gouverneur Generaal heeft aanbevolen om
provisioneel een proef te nemen van het overge
„legde plan, gewijzigd naar des Ministers opge„
„gevene bedenkingen, en daarvan, na een gepast
tijdsverloop, aan Zijne Excellentie een rapport uit
te brengen.
3„o Dat het bestaande reglement niet lang geleden
gearresteerd en de tijd welke sedert het in wer„
„king brengen daarvan verloopen is, niet wel
als een gepast tijdperk kan worden aangemerkt
binnen welk alle de gebreken en de daartegen
overstaande verbeteringen in het gezegde regle„
„ment grondig konden nagegaan en beoordeeld
worden,
April 19. worden, terwijl door een langer uitstel nog
andere bedenkingen zouden kunnen opkomen,
waardoor de schoolinrigting als dan op eenen
beteren en, zoo veel mogelijk, op dien voet
zoude kunnen worden gesteld, als, ter bereiking
van het oogmerk, zal bevonden worden te
behooren.
4„o Dat, vermits het bestuur over de schoolin„
„rigting alhier, bij art: 6 van het bestaande
reglement, geheel en al den opzieneren van
het schoolwezen is opgedragen, dezelve dan ook
reeds daarbij al het noodige gezag tot instand
„houding dier inrigting van Gouvernements
wege verkregen hebben en bevoegd zijn tot
handhaving van hun gezag, de behulpzame
hand des regts in te roepen, welke hun daar
het vereischt wordt, niet kan worden ont
„ zegd.
Is goedgevonden en verstaan:
Het vorenstaande, bij extract dezes, ter kennis te
brengen van de opzieners van het schoolwezen
op dit eiland, en dezelve bij deze nog aante„
„schrijven om zich voor als nog eeniglijk aan
het reglement op het schoolwezen alhier te houden
en intusschen met de vereischte aandacht de
bestaande inrigting gade te slaan, om derzelver
gebreken te ontdekken en de verbetering waarvoor
dezelve in der tijd zal vatbaar zyn, naauwken
„rig op te nemen, ten einde, na het groote exa
„men in de maand December dezes Jaars, bij hem
uit te brengen rapport, eene omstandige voor
„dragt, aangaande de veranderingen en verbete„
ringen
April 19
20.
„ringen welke, huns oordeels, zouden moeten plaats
hebben, te voegen, om ons instaat te stellen een
verbeterd en nieuw Reglement onder des Heer
Ministers voornoemd nadere approbatie daarte
stellen: Zullende de schoolonderwyzers, dewelke
toch van dadelijken dienst bij de gewapende bur„
„germagt bevrijd zyn, intusschen als Contribuan„
„ten worden aangemerkt, onder toezegging nogtans
dat ten hunnen opzigte dienaangaande het
noodige regard zal worden geslagen.
N:o 219.
Gelezen zijnde het advies van den Raad Fiscaal
adinterim, dd 19:en dezer N„o 74, ter voldoening
aan onze dispositie van den 18 dezer N„o 216, be„
„treffende het verkoopen van den Kaper La sose„
„gada, bij publieke opveiling. Zie het voormelde
advies onder N„o 101.
Is goedgevonden en verstaan: den Raad Fis„
„caal adinterim: te kwalificeren, zoo als dezelve
hierbij gekwalificeerd wordt, om den kaper ge„
„naamd La Soregada, gecommandeerd geweest
door Joseph Rafetti, en welke door zyner Ma„
„jesteits Corvet de Dolfijn aangehouden en in deze
Haven opgebragt zijnde, door het Gouvernement
dezes eilands, om redenen die daartoe aanleiding
hebben gegeven en beslag is gehouden; zoo mede
al het gene tot den voorzeiden kaper behoort,
bij publieke opveiling tegen contante betaling van
den koopschat te verkoopen en het zuivere pro„
„venu daarvan ter Gouvernements Secretarie te
deponeren, voor rekening en ten behoeve van
wien het mogt aangaan.
Een
April 20. Een afschrift hiervan, zal aan den Raad — April 25.
Fiscaal adinterem, tot informatie en kwalificatie
worden toegezonden.
N„o 220
De Raad Contrarolleur Generaal der Financien
admt:, heeft ingezonden den staat van ontvangst
en uitgaaf over het eerste kwartaal dezes Jaars
en den calculativen staat over dit volgende kwar„
„taal, beide in triplo.
N:o 221.
De persoon van Jurgen Potas, door den provost
geweldige tot stokken knecht aangenomen, heeft
de belofte afgelegd, dewelke bij Art. 346 van de
regtspleging bij de landmagt is voorgeschreven.
N„o 222
Gelezen zijnde een Rekwest van Theodorus
Jutting, strekkende ter bekoming van autorisatie
om het lijk van Herman Berkhoff wz, die
ten zijnen huize overleden is, ter aarde te doen
bestellen. Zie het Rekwest onder n„o 29, hetwelk
aldus nog luidt.
/ F. J./
Is goedgevonden en verstaan: des rekwes„
trants verzoek bij deze te accorderen, mits nie„
„mand zich daartegen stelle en, in cas van
abintestato, hiervan worde kennis gegeven ter
wees-onbeheerde - en desolate-boedel-kamer alhier
Een afschrift hiervan, zal aan den Rekwes„
„trant, tot informatie, worden afgegeven.
23 en 24. Niets byzonders voorgevallen
N:o 223.
Ontvangen zijnde, van de Administrateurs
135
des Garniroens alhier den generalen staat
„over het eerste kwartaal dezes Jaars
duplo, van gedane kortingen en uitgaven bij
het voormelde Garnizoen, werd een daarvan
aan den Raad Contrarolleur Generaal der Ti„
„nancien adinterem toegezonden.
6. N„o 224.
Fiat executie verleend op een vonnis door eenen
daartoe benoemden krijgsraad gewezen tegen Her„
„manus Roest, soldaat bij de 2:e Kompagnie van
het Bat: Jagers N„o 28, dewelke wegens verre„
„gaande dadelijkheden aan eene schildwacht
gepleegd, tot de straf van de kruiwagen voor
den tijd van zes Jaren aan aenen yzeren ketting
aan hand en voet gesloten, is gecondemneerd ge
„worden.
N:o 225.
26. De persoon van David. Gaerste J:r bij dispo
„sitie van den 18:e dezer n„o 217, tot Districtmee
„ter van het 2:e District in de Oost-Divisie
benoemd zijnde, heeft heden den gewonen eed in
die kwaliteit afgelegd.
No. 226.
De persoon van Cornelis Ellis, door den
Ontvanger Generaal adinterim tot klerk op
deszelfs Kantoor aangenomen, zonder tracte„
„ment van ’s Lands wege, heeft heden den
gewonen eed in die kwaliteit afgelegd
N„o 227
Gelezen zijnde een Rekwest van Jan van der
Biest, vice Commandeur op het eiland Arw„
„ba, aldaar het Commando voerende, hou„
„dende hoofdzakelijk verzoek om op gelijken
voet
April 27. voet als alle andere ambtenaren adinterim
te worden behandeld en dat het hem dien
aen het volle ten gevolge moge voor gewezenen Co sedert dat ieden toege
tractement van Commandeur ^ diffinitief van
zynen post is ontzet geworden, tot dat een
Commandeur effectief zal zijn benoemd of
hij zelf; gelijk hij verzoekt tot dien post
bevorderd te worden, uit krachte zijner even„
„tuele aanstelling, daartoe zal zijn geregtigd.
zie het rekwest onder N„o 30, hetwelk aldus
nog luidt.
/ F. J./
En overwegende 1„e Dat er geene andere
reden heeft kunnen bestaan, waarom het
tractement aan den Commandeurs post ver
„bonden, niet aan den Rekwestrant dewelke
dien post waarneemt, van den beginne of
naderhand is toegewezen geworden, dan dat
hetzelve tractement door den geseispendeerden
Commandeur genoten werd en bij deszelfs ont„
„slag nog voor eene bepaalden tijd zoude ge„
„noten worden.
2.o Dat ofschoon de Gouverneur Generaal, bij
Ministerieele resolutie, dd 2:e April 1819 N„o
ƒ25 is aangeschreven om den post van Kom
„mandeur op Aruba, bij provisie, niet te ver„
„vullen, hij echter niet verboden is geworden
om den genen, die het Commando op dat
eiland voert, het tractement aan den Com„
„mandeurs post verknocht, te laten genieten.
3„o Dat de billijkheid het vordert, dat iemand
die werkzaamheden van eenen post waarneemt,
byzonderlijk
April 27.
137
bijzonderlijk een getrouwe en yverige ambtenaar
gelijk de rekwestrant is, in het genot der voor„
„deelen van denzelven gesteld worde, vooral
wanneer zulks zonder nadeel van de Kolonia„
„le kas geschieden kan, gelijk ten deze het geval
zal zyn, zoodra de gewezene Commandeur L:
Boije zal ophouden het bedoelde Commandeurs
tractement te genieten.
Is goedgevonden en verstaan dat de re„
„kwestrant, dewelke als vice Commandeur, het
Commando op het eiland Aruba voert, in de
werkraamheden van den Commandeurs post
waarneemt, zal worden gesteld, gelijk hij hierbij
gesteld wordt, in het genot van het aan dien
post verbonden tractement van ƒ 1000 in
het Jaar, ingaande den 1:e der maand July
dezes Jaars, zijnde de dag na dat de gewezene
Commandeur Boije zal hebben opgehouden
dat tractement te genieten.
Extracten hiervan, zullen aan den Re„
„kwestrant & aan den Raad Contrarolleur
Generaal der Financien adinterim, tot respec
„tive informatie en narigt, worden toegezon„ „den.
N:o 228.
28. De Raad Contrarolleur Generaal der Ti„
„nancien adinterim, dewelke door ons monde„
„ling geautoriseerd was, om met Jesse Jonas
in onderhandeling te treden wegens het aankoo„
„pen, voor rekening van den Lande, van eene
Golet genaamd Marij, voerende de Deensche
vlag, heeft aan ons gerapporteerd dat hij den
koop
koop van de gemelde Golet gesloten en dezelve Mei 3. April 28.
voor rekening en ten behoeve van den Lande„
gekocht heeft voor de som van twee duizend
en zeven honderd Juzos van achten, voor welke
koopschat eene ordonnancie op de koloniale
kas, door ons zal worden afgegeven. — Zijnde
de voormelde Golet, dewelke zal genoemd wor„
„den Lands Pakket, bestemd om de voortbreng„
„selen van het eiland Bonarie naar dit eiland
te transporteren.
29 & 30. Niets bijzonders voorgevallen
Niets bijzonders voorgevallen Mei 1.
N:o 229.
Op het Ministerie voor het Publieke onder„ 2.
„wijs, de Nationale Nijverheid en de Kolonien,
getrokken veertien wissels, van N„o 35 tot 48,
ten bedrage van ƒ7762„07. of P„s 4447„4„2.
voor militaire tractementen en soldijen over
de gepasseerde maand April.
N„o 230.
De Gouvernements Secretaris heeft rapport
aan ons gedaan dat door den Raad Fiscaal
adinterim, ter voldoening aan onze dispositie
dd 20 April ll n„o 219, ter Gouvernements Se„
„cretaris uitgeteld is, de som van twee duizend
vijf honderd zeven en tachtig pezos van achten
zeven realen en vier stuivers, welke, ingevolge
de daarbij ingeleverde Nota, het zuiver bedrag
is van den, uit krachte der evengemelde dispo„
„sitie, door denzelven, bij publieke opveiling ver„
kochten Insurgenten Kaper La Sosegada, gecom„
mandeerd geweest door Joseph Raffette. zie
de
139
de Nota onder N„o 102, zullende dus na
aftrek van 5 pC:t deposito van de opgemelde
som, onder hem secretaris berustende blyven,
twee duizend vier honderd acht en vijftig
peros van achten, vier realen en vyf stuivers.
N:o 231.
Is gelezen eene missive van den Raad Fis„
„caal adinterim, tot 3:e dezer N„o 81, houdende,
dat hij de Jnsurgenten Kaper La Sosegada,
uit krachte der autorisatie door ons bij dis„
positie van den 20:e April ll N„o 219 op hem
verleend, den 28:e dier maand openbaar ver„
„kocht heeft voor de som van P„s 3350, en
heden van den vendumeester heeft ontvangen
het rendement, na aftrek van deszelfs kosten,
ter somme van P„s 3225„ 6, waarvan de geor„
„donneerde betaling en verdere onkosten geschied
zijnde, blijkens nota ter Gouvernements Secretar
overgeleverd, het zuivere saldo van P„s 2587. 7
door hem Raad Fiscaal is uitgeteld. Zie de missi„
„ve onder N„o 103, dewelke voor informatie wordt
gehouden.
N„o 232.
Zijner Majesteits brik de Merkeur, is heden
van La Guaira & Puerto Cavello gearriveerd, met
drie vaartuigen onder derzelver Convooi.
N„o 233
Bij ons ontvangen zijnde eenen requisitorialen
brief van den Heer Jose Duarte, Intendent Gene„
„raal van het Leger en Gedeputeerde opper — Inten
„dent adinterim van het Koninglijk Tol-kantoor
der Provintien van veneruela & C:a ten einde den
persoon
Mei 5. persoon van Juan Bautista Hernander,
alhier woonachtig, op de in den voormelden
requisitorialen brief ter nedergestelde vraag
„artikelen te doen interrogeren, zoo werd een
translaat des gezegden brief in de Nederduitsche
taal, aan den President adinterim van den Raad
van Civile en Criminele Justitie toegezonden, met
te doen bewerkstelligen
invitatie om zulks te bewerkstelligen, en ons de
respondiven van den vorengen: J: B. Hernander
behoorlijk beeedigd & aan de vertaling geannex„
„eerd te doen geworden.
N„o 234.
Gelezen zijnde een Rekwest van Francisco Luij„
„ando wonende alhier, houdende, hoofdzakelijk,
dat, om aangehaalde redenen, zyn voorgenomen
Huwelijk met Maria Margaritha wensel,
heden moge worden aangeteekend en, na af„
„kondiging van hetzelve op morgen het so„
„lemniseren daarvan den volgenden dag, zijnde
aanstaande maandag, moge geschieden; voorts
nog dat hij moge worden vrijgesteld van de
betaling zoo van zegel-gelden als anderzins
zie het rekwest onder N„o 31; hetwelk aldus
nog luidt:
/ F. I./
Is goedgevonden en verstaan des Rekwes„
„trants verzoek in allen deele te accorderen,
zoo als geschiedt bij deze, en dienvolgens hier
„bij te verleenen, zoo als verleend wordt, auto„
„risatie daar het behoort, tot het aanteekenen
en solemniseren van des Rekwestrants bedoeld
Huwelijk, in maniere als verzocht is
Afschriften
Mei 6. Afschriften hiervan zullen worden afgegeven
om te strekken tot informatie en autorisatie
op de genen welke deze mogten aangaan.
Niets bijzonders voorgevallen.
N„o 235
zijn ontvangen de verantwoordingstukken van
het Militaire Hospitaal, over de gepasseerde
maand April.
N:o 236.
De volgende stukken zijn van den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien ontvangen.
namelijk:
Het grootboek der kolonie over het gepas„
„seerde Jaar 1819.
De generale staat van militaire Kortingen
en uitgaven over het afgeldopene eerste kwar„
„taal in duplo.
De staat (in duplo) van het alhier te Lande
ingehoudene een vierde gedeelte van des Ha„
„venmeesters Tractement, over de maanden Januari
Februarij & Maart ll., met den door hem voor
de ingehoudene penningen, gekochten en aan het
Ministerie voor het publieke onderwijs de
Nationale N verheid en de kolonien geendos„
Gouvernew, (, in triplo, ter somma van „seerden ^ wisse
ƒ 156„ 25„ ct
De maandelijksche rekening, in duplo, van
het ontvanger Generaals Kantoor, over de maand April ll
zijn Journaal over het eerste kwartaal
dezes Jaars.
N:o 237.
Mei 9.
192
Gelezen zijnde een Rekwest van David Mor„
„dochaij Henriquez, Moses deEliaa Penso &
Joseph Henriquez, kooplieden alhier, houdende
dit hoofdzakelijk verzoek, namelijk dat het
ons, om aangehaalde redenen, moge behagen
hem den vrijen invoer van Ezels op het eiland
Aruba toetestaan, met vrijheid om de aldus
ingevoerde Erzels wederom te mogen uitvoeren,
alles tegen betaling der daaropstaande regten.
zie het Rekwest onder N„o 32, hetwelk aldus
nog luidt:
/ F. J./
Is goedgevonden en verstaan het vermelde
rekwest in originali, bij marginali dispositie,
te stellen in handen van den Raad Contra
„rolleur Generaal der Financien adinterim, om
daarop te dienen van Consideratien en berigt.
N:o 238.
De geboorte dag zijnde van H: K: H: de
Princes Wilhelmina Frederika Louisa Char„
„lotte Marianna, ’s Konings dochter, heeft
het Garnizoen groote parade gehouden en,
des middags, zijn de gewone salut schoten
gedaant.
N:o 239.
Vermits de gewezene Adjunct Fiscaal M.r
H: R: Haijunga, dewelke, ingevolge onze
dispositie van den 21:e December 1819 n„o 689,
met de poursuite der procedures contra David
Cohen Henriquez en L Boije is belast geweest
tot heden geen rapport deswegens aan ons heeft
gedaan, zoo herhaalden wij, bij eene deswegens
gedane
Mei 10.
143
gedane aanschrijving, het gene wij in dato 8:e
Maart ll (Zie het verhandelde onder N„o 152)
aan hem opzigtelijk de voorzeide procedures
hebben te kennen gegeven, met invitatie, nog„
„maals, om eene spoedige afdoening derzelve te
bewerkstelligen.
No. 240.
In overweging nemende het verzoek van Hen„
„drik Schotborgh Jz, namens de Kinderen van
wijlen den vice Admiraal A:s Kikkert, in leven
Gouverneur Generaal dezer eilanden, bij missive
in dato 30 Maart lb gedaan, strekkende dat
wij de mulattin genaamd Geertruida, zijnde
eene Gouvernements slavin, om redenen in de
evengemelde missive aangehaald, zouden manu„
„mitteren en van allen slaafschen dienst ont„
„slaan, voor eene som van een honderd en vijf„
„tig pezos van achten, welke de voormelde kinde„
„ren bereid zijn aan de Koloniale Kas te betalen
zie de missive onder N„o 104.
En van oordeel zijnde dat wij niet bevoegd
zijn om Gouvernements slaven te veralieneren,
zonder vooraf des Konings welmeenen daar
omtrent te hebben vernomen.
Is goedgevonden en verstaan: de manumisoie
van de hiervoren genoemde slaven Geertruida,
onder de voorgestelde voorwaarde, provisioneel
en onder zyner Majesteits nadere approbatie te
accorderen.
zullende hiervan aan den meergen: Hendrik
Schotborgh H, bij missive, worden kennis gege„ „ven.
Niets
144
Mei 11: Niets bijzonders voorgevallen.
N„o 241
De Magazijn-staat over de gepasseerde maand 12.
April, met de daarbij behoorende bijlagen, is
heden, in duplo, door den Raad Contrarolleur
Generaal der Financien adinterim ingezonden.
N„o 242
Het Nederlandsche koopvaardij schip genaamd
de zeemeeuw, gevoerd door schipper I. R. Boning,
is heden naar Amsterdam vertrokken, met
eene lading bestaande in het gene op het hier
„bij gevoegde Manifist L:a C vermeld staat.
N„o 243
Heden is naar Amsterdam vertrokken, het 13.
Nederlandsche koopvaardij brikschip genaamd
Maria & Jacoba, gevoerd door schipper J. J.
Bart, van welks lading hierbij gevoegd wordt
een Manifest onder L:a D.
14. Niets bijzonders voorgevallen.
N:o 244.
Gelezen zijnde een Rekwest van Anna
Margaritha Charje, houdende verzoek om het
lijk van haren man Willem Josephus Beijnes,
buiten hare praejuditie te doen begraven. Zie
het rekwest onder N„o 33, hetwelks aldus nog
luidt:
(F: I.)
Is goedgevonden en verstaan het verzoek van
de rekwestrante te accorderen, zoo als geschiedt
bij deze, mits niemand zich daartegen stelle
en in cas van abintestato, daarvan worde ken„
„nis gegeven, ter wees - onbeheerde en desolate —
boedel
Mei 15.
145
boedel-kamer alhier.
Een afschrift hiervan, zal aan de Rekwes„
„trante, tot informatie, worden afgegeven.
N:o 245.
In de gewone vergadering van den Raad van
Policie welke heden gehouden is, werd er, behalve
andere zaken die gedurende deze zitting verhan„
„deld zijn, blijkens de notulen daarvan gehouden
en waaraan gerenvoijeerd wordt, door de Leden
eene nominatie gemaakt; waaruit de Gouver„
„neur Generaal, ingevolge artikel 27:e van het Re„
„glement op het beleid der Regering alhier, de
verkiezing zoude doen van een lid in de plaats
van het lid Cancrijn, hetwelk, ter voldoening
aan Art: 25 des voorzeiden reglements na den
4:e Maart dezes Jaars moest aftreden.
uit de voormelde nominatie benoemden wij
den voornoemden Heer B. A. Cancrijn we„
„derom tot lid van welgemelden Raad van
Policie.
N„o 246.
Is gelezen eene voordragt der Administrateurs
van het Garnizoen alhier, dd 15:e dezer 2 d: N„o
87, houdende bezwaren omtrent den koers tegen
welken de militaire tractementen en soldijen
der Troepen worden uitbetaald, met verzoek
dat die uitbetaling, ingevolge zijner Majes„
„teits welbehagen, vervat en het reglement
van administratie voor de Troepen in de
west-Indische Kolonien en wel volgens Art.
68, voortaan, te rekenen van den eersten dezer
maand, moge geschieden, waardoor alle
onaangenaam„
Mei
146
onaangenaamheden, welke uit de thans plaats
hebbende manier van betaling zouden kunnen
proflueren, in eens worden vermijd. Zie de voor„
„dragt onder n„o 105, dewelke in advies gehouden
wordt.
N:o 247.
Nader gelezen zijnde de voordragt der Admi„
„nistrateurs van het Garnizoen alhier, dd 15.
dezer 2 d: N„o 87, opzigtelijk den koers tegen wel
„ken de militaire tractementen en soldijen worden
uitbetaald, zie het verhandelde op den 16:e dezer
N=o 246, alwaar deze voordragt in advies is ge„
houden.
En gezien
a Een vertoog door de Administrateurs dezes
Garnizoens, in dato 2:e Maart 1819 2. d. n.o
15, aangaande de wijze waarop de militair
tractementen en soldijen worden betaald, aan
den toenmaligen Gouverneur Generaal inge
leverd.
b. Den brief van den nu wijlen Gouverneur
Generaal A: Kikkert aan zijne Excellentie
den Minister voor het Publieke onderwijs, de
Nationale Nijverheid en de Kolonien, dd 5
April 1819, ten geleide van Kopij des voormel
„den vertoogs, met des genoemden Gouver„
„neurs aanmerkingen daarop en verzoek
om des Ministers meening dienaangaande te
mogen verstaan.
C. De resolutie van den Heer Minister voornoemd
dd 19.e November 1818 N„o 10/87, waarbij be„
„paald is dat de tractementen en soldijen
der
Mei 17.
147
der Militairen, bij voortduring en tot nadere
dispositie, kunnen worden berekend en uitbetaald
tegen 33 1/3 st: de pero of 50 Stuivers de pattinje
of spaansche daalder.
Is goedgevonden en verstaan: de volgende
rescriptie aan de hiervorengemelde Administra„
„teurs te doen toekomen: vermits de nu wijle
Heer Gouverneur & Generaal A: Kikkert,
het vertoog hetwelk uwelEd Gestr, in dato 2
Maart 1819, 2 d N„o 15, aangaande de wijze
waarop de militaire tractementen en soldijen
worden betaald, hebben ingeleverd, ter kennis
van Zijne Excellentie den Minister voor het
Publicke onderwijs, de Nationale Nijverheid en
de Kolonien, bij aanschryving van den 5:e x
April deszelven Jaars heeft gebragt, om Hoogst.
„derzelver meening daarop te verstaan, zoo moet
ik des Heer Ministers antwoord op dat onderwerp
afwachten en intussen nd. nr Gestr. onbevoegd om Nu me oek van
te treden in uwelEd Gestr ^ voordragt dd 15 de„
„zer 2 d n„o 87.
N:o 248.
Gelezen zijnde een Rekwest van Clement Leij
„ba, houdende verzoek om het lijk van Juan
Bantista Loran, buiten praejuditie te mogen
aanvaarden en ter aarde doen bestellen. Zie
het rekwest onder N„o 34 hetwelk aldus nog
luidt.
(F: J.)
Is goedgevonden en verstaan: des rekwestrants
verzoek te accorderen, zoo als zulks geschiett
bij deze, mits niemand zich daartegen stelle
Mei 18.
148
en in cas van abintestato, daarvan worde
kennis gegeven ter wees - onbeheerde - en desolaten
boedel-kamer alhier.
Een afschrift hiervan, zal aan den rekwes„
„trant, tot informatie, worden afgegeven.
N:o 249.
Naardien en klagten bij ons zijn gedaan,
dat sommige Ingezetenen, bij herhaling, in
gebreken zijn gebleven aan hunne wijk - en
District meesters de van hen begeerde opgaven
te doen, waardoor de wijk- en District meesters,
buiten staat gesteld worden aan hunne Instruc„
„tien, zoo wel als aan bekomene orders, te voldoen
Is goedgevonden en verstaan: te gelasten,
gelijk hierbij gelast wordt, dat alle Ingezetenen
dezes eilands, zullen verpligt zijn aan hunne
wijk en Districtmeesters, respectivelijk, alle zoo
„danige opgaven te doen toekomen, als door
dezelve van hen zullen worden begeerd, ende
zulks binnen den daartoe te bepalenen tijd, op
verbeurte eener boete van vijf en twintig pesos
van achten, en alle zoodanige gevallen, waarin
als nog geene paenaliteit is vastgesteld, en welke
boete op de volgende wijze zal worden verdeeld,
namelijk: een derde voor de respective wijk of
Districtmeesters, en het overige ten behoeve der
koloniale kas.
En is hiervan de noodige publicatie gedaan.
N„o 250.
De President en Leden van den Raad van
administratie des Garnizoens alhier, vervoegden
zich heden bij ons, te kennen gevende: dat zij
onze
Mei 18.
149
onze rescriptie van gisteren op hunne voordragt
van den 15:e dezer 2 d: no„ 87, aangaande de uitbe„
„taling van militaire tractementen en soldijen (zie
het verhandelde onder n„o 247 / ontvangen hebbende
raadzaam hadden geoordeeld hunne bezwaren
deswegens nader en mondeling aan ons voor te
dragen en de nakoming van Art: 68 des Regle„
„ments van de administratie voor de Troepen,
dienstdoende in de west-Indische kolonien te
verzoeken, hetwelk zij oordeelden hunnen pligt
te zijn en wel zulks om voor te komen dat de
manschappen, dewelke niet nalaten daarover
te spreken, zich zelven deswegens niet adresseren
Wij antwoorden, dat wij ons in geene monde„
„linge voordragt kunnen inlaten en verlangen
van de voormelde Administrateurs, in geschrift
te mogen hebben het gene zij bij monde aan
ons hebben te kennen gegeven; waarop dezelve
zich hebben verwijderd.
Daarna is bij ons ontvangen en gelegen eene
missive van de Administrateurs des Garnizoen
alhier, dd 18:e dezer 2 d:o N:o 90, accuserende de
onze van den 17:e dezer, en, op grond van het
door hen in die missive ter neder gestelde
ons in consideratie gevende de noodzakelijk„
„heid dat de Troepen ingevolge Art: 68 van
het reglement van administratie, voortaan
worden betaald; voorts nog aandringende
op de executie van het dikwerf geciteerde
Art. 68. Zie de missive onder N„o 106.
En overwegende:
a Dat er eene stellige aanschrijving van
zijne
Mei 18.
150
zijne Excellentie den Minister voor het Public„
„ke onderwijs, de Nationale Nyverheid en de Ko„
lonien, dd 19 November 1818 N„o 10/87 aanwe„
„zig is, dewelke bij Gouvernements dispositie van
den 6:e Februarij 1819 n„o 76, ter kennis van de
Administrateurs voormeld is gebragt, waarbij
de koers naar welken de militaire tractementen
en soldijen moeten worden uitbetaald, bepaald
is tegen 33 1/3 Stuiver de peso of 50 stuivers de pat„
„tinje of spaansche daalder:
b. Dat de gemelde Administrateurs reeds in
dato 2:e Maart 1819 2 d n„o 15 aan den toen„
„maligen Gouverneur Generaal hunne bezwaren
tegen dien koers hebben te kennen gegeven met
verzoek om redres deswegens, of dat de Gouver
„neur Generaal dat verzoek bij eene hoogere
magt zoude appuijeren.
C. Dat het vertoog, de voorzeide bezwaren bevat„
„tende, met eenen geleidenden brief van den 5:e
April 1819, door den gewezenen Gouverneur
Generaal A: Kikkert aan Zijne Excellentie den
Minister voor het Publieke onderwijs, de Natio,
„nale Nyverheid en de kolonien is toegezonden
met verzoek om Hoogstderzelver meening te
mogen verstaan, welke als nog bij dit Gouver
„nement niet is vernomen.
d. Dat, het provisionele Reglement van ad„
„ministratie voor de Troepen dienstdoende in
de west-Indische kolonien, bij ’s konings besluit
van den 18:e Junij 1815 gearresteerd, uit krachte
van art: 244 deszelven, aan veranderingen on„
„derhevig gelaten is, en er ten aanzien van den
Koers
Mei 18. koers tegen welken de militaire tractementen
en soldijen, ingevolge Art: 68 van dat regle„
„ment, moesten worden uitbetaald, eene veran„
„dering is gemaakt, welke, in het moederland
goedgekeurd zijnde, bij voortuering en tot nade„
„re dispositie, moet worden opgevolgd.
e. Dat door deze verandering het voormelde
68 Art: buiten werking is gesteld en geen
militair zich daarop anders mag beroepen,
dan tot het bewegen van zijne Majesteit om„
bij intrekking der order van den 19:e November
1819 N„o 10/87 hem het effect van dat artikel we„
„derom te doen genieten, weshalve de manschap„
„gen, welke dit Garnizoen uitmaken, zich wel
moeten onthouden van zich tegen bestaande
orders uittelaten of daartegen te handelen, maar
integendeel verpligt zijn af te wachten de dis„
„positie die te dezen aanzien; op de voordragt
der Administrateurs, in het moederland zal
worden genomen.
f. Dat de gronden en redenen die de Admi„
„nistrateurs te dezen aanzien hebben aangevoerd
ons niet van dat gewigt en zoo dringend voor
„komen, als om ons tegen eene stellige order
te doen handelen, waaromtrent wij ons zouden
verantwoordelijk stellen, zonder dat onze han„
„delwijze als eene van de hoogste noodzakelijk„
„heid zoude kunnen worden aangemerkt.
Is, dienvolgens, goedgevonden en verstaan:
het vorenstaande, bij extract dezes, ter kennis
van de Administrateurs des Garnozoens alhier
te brengen, en dezelve voorts nog bij deze aan
te
Mei 18.
20.
21.
152
te schrijven dat wij zullen afwachten des Heer
Ministers aanschrijving op dit onderwerp en
voor dien tijd, geene verandering in den koers,
tegen welken de militaire tractementen en
soldijen worden uitbetaald, kunnen daarstel
„len; weshalve alle verdere aanzoeken hierom
„trent, intusschen, hiermede zullen moeten op„
„houden.
N.o 251.
De Administrateurs van het Garnizoen al,
„hier, hebben ter onzer kennis gebragt, dat de
1:e Luitenant. Tekkop, benoemd in hunne
zitting van den 22:e April ll, tot officier van
kleeding en wapening in de plagts van den
1:e Luitenant Carillon, dewelke op deszelfs ver„
„zoek van die administratie ontslagen is,
thans het Magazijn van kleeding en wapening
overgenomen en zijne administrative func„
tie aanvaard heeft.
Niets bijzonders voorgevallen.
N:o 252.
Zijner Majesteits brik de Merkuur, is heden
naar de Havens van Puerto Cavello en La
Guaira uitgezeild; onder Convooi hebbende
de derwaarts bestemde vaartuigen.
N„o 253.
Gelezen zijnde een rekwest van Clara Eli„
„sabeth Gracia, weduwe van Carel Baltazar
Feijns, verzoekende het lijk van haren voorn
man buiten praejuditie te mogen aanvaarden
en ter aarde doen bestellen. Zie het rekwest
onder N„o 35, hetwelk aldus nog luidt.
(F.I.)
153
Mei 21. Is goedgevonden en verstaan het verzoek van
de rekwestrante bij deze te accorderen, mits
niemand zich daartegen stelle en, des vereischt
wordende hiervan worde kennis gegeven ter
wees-onbeheerde en desolate boedel-kamer al„
„ hier.
Een afschrift hiervan, zal aan de rekwes„
„trante, tot informatie en narigt, worden af„
„gegeven.
22 & 23. Niets bijzonders voorgevallen.
N„o 254.
24. Gelezen zijnde de Condideratien en berigt van
den Raad Contrarolleur Generaal der Financien
adinterim, dd 24:e dezer N„o 238, op het rekwest
van David Mord:s Henriquer, Moses d'Elias
Penso en Joseph Henriquez, hetwelk ingevol„
„ge onze dispositie van den 9:e dezer n„o 237 tot
dien einde is gesteld geworden in handen van
den Raad Contrarolleur voormeld. Zie deze Cou„
„sideratien en berigt onder N.o 107
En herlezen het voormelde rekwest onder
N„o 32.
Is goedgevonden en verstaan, te gedogen, zoo
als gedoogd wordt bij deze: den vrijen in- en
uitvoer van ezels op het eiland Aruba, voor den
tijd van twee achtereenvolgende Jaren, heden
aanvang nemende, ende zulks op dien zelfden
voet en onder diezelfde bepalingen dewelke,
ten aanzien van andere soorten van beesten,
bij het tarief deswegens, voor dat eiland gear„
en daargestelt
„resteerd, zijn voorgeschreven ^ mits bij den invoer
van ieder ezel en bij het uitvoeren van dien
telkens,
Mei 24.
25.
26
154
telkens, zes realen als inkomende of uitgaande
regten betalende.
Afschriften hiervan zullen aan de rekwes„
„tranten, den vice Commandeur van het eiland
Aruba, en den Raad Contrarolleur Generaal
der Financien adinterim alhier, tot derzelver
respective informatie en narigt worden af„
„gegeven en toegezonden; terwijl de voormelde
vice Commandeur den inhoud dezer dispositie
ter kennis van den ontvanger op het voorzeide
eiland Aruba zal hebben te brengen, & hiervan
publicatie zal worden gedaan tot informatie
van allen ende een iegelijken.
N„o 255.
Is gelezen eene missive van den gewezenen
Adjunct Fiscaal M:r H: R: Haijunga, dd
25:' dezer, in antwoord op onze missiven (zie
het verhandelde op den 10:e dezer n„o 239), hou„
„dende kennisgeving dat de zaken hangende
contra de personen van Louis Boije & David
Cohen Henriquez, bij de aanstaande sessie van
den Raad van Civile en Criminele Justitie de„
„ zes eilands, welke den 1:e Junij h: a: zal plaats
hebben, zullen voorkomen, en dat hij, zoo veel
hem zulks doenlijk is, de voortzetting en af„
„doening derzelve zal bespoedigen. Zie de voor„
„melde missive onder N„o 108, dewelke voor
informatie wordt gehouden.
N:o 256.
Op verzoek van den Loods James Smith dat
wij aan zijnen assistent, den persoon van Wil„
„lem Graval zouden toestaan om den gewonen
ambtenaars
155
Mei 26. ambtenaars eed voor ons af te leggen, ten einde
hij in de uitoefening van zijne bediening dat
geloof moge verdienen hetwelk aan ambtsver„
„rigtingen van ambtenaren gegeven wordt.
Is de genoemde Willem Graval voor ons
verschenen en heeft den gewonen eed als assis„
„tent van den Loods op dit eiland afgelegd.
N.o 257.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinterim
dd 26: dezer n„o 246, houdende verzoek dat
wij om aangehaalde redenen, hem autorisa„
„tie zouden verleenen ten einde den magazijn
meester van alle magazijnen, telkens, weke
„lijks te kunnen magtigen tot den aankoop
van zoo veel amerikaansch gezouten vleesch
als tot elke distributie zal benoodigd zyn,
tot tijd en wijle uit het moederland vleesch
voor het Garnizoen zal worden ontvangen
of daarin door ons anders zoude worden voor
„zien. Zie de missive onder N:o 109.
Is goedgevonden en verstaan: den Raad Con„
„trarolleur Generaal der Financien adinterim
bij deze te autoriseren om het benoodigde gezou„
„ten vleesch tot uitdeeling aan de Troepen in
Garnizoen alhier, telkens, zoo veel als in eene
week zal noodig zyn, te doen aankoopen, ende
zulks tot dat van die behoefte uit het moe„
„derland zal zijn ontvangen.
Een afschrift hiervan, zal aan den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinterim,
tot informatie en narigt, worden toegezonden.
156
Mei 27 & 28. Niets bijzonders voorgevallen.
N:o 258.
29. Is gelezen eene missive van de Administra„
„teurs van het Garnizoen alhier, dd 26:e dezer
2 d:o n„o 91, geleidende den Inventaris der nala„
„tenschap van den op den 14:e dezer verongeluk„
„te Bombardier Willem Spenis met verzoek
om de goederen, die voor verkoop vatbaar zijn,
bij publieke opveiling te mogen doen verkoopen,
welk verzoek is geaccordeerd geworden. Zie de
voormelde missive onder N„o 110.
N.o 259.
van ter zijde vernamen hebbende dat het
Garnizoen heden Groote parade gehouden had,
en er geene order daartoe door mij gegeven en
zulks buiten mijne voorkennis geschied was,
deed ik door den Gouvernements Adjudant
den Luit:o Kolonel D: J: van de Linde, kom„
„mandant der Troepen, afvragen de reden waar„
„om het Garnizoen Groote parade gehouden
had, en wel zulks buiten voorkennis van mij
N„o 260
31. De Gouvernements Adjudant rapporteerde
dat hij den Luit.t kolonel en kommandant
der Troepen D:J: vandelinde, ter voldoening
aan myne order van gisteren (zie het verhan„
„delde onder N„o 259) afgevraagd hebbende de
reden waarom het Garnizoen groote parade
had gehouden, en wel zulks buiten mijne
voor kennis door denzelven Luit:t Kolonel be„
„antwoord werd: dat hij Luit:t Kolonel daar„
„toe regt had.
Mei 31.
157
Daarop werd goedgevonden en verstaan, de
volgende aanschrijving aan den Luit:t Kolonel
& Kommandant der Troepen D: J: van de Lin„
„de te doen toekomen, gelijk geschied is te weten
om in eene zoo delicate zaak als deze is, alles
verstand en verkeerde uitleggingen der woorden,
hetwelk door eene nadere mondelinge Corres„
„pondentie zoude kunnen ontstaan, voortekomen
herhaal ik bij deze aan uwelEd Gestr de vraag„
dewelke door mijnen Adjudant mijnent
wege, gisteren aan uwelEd Gestr is gedaan
en in substantie deze is, namelijk waarom
het Garnizoen gisteren buiten mijne voor„
„kennis, in het Fort Amsterdam onder de
wapenen geweest is, en wel zulks strijdig
met Art: 256 van het reglement voor den
Garnizoens dienst.
N„o 261
Is van Amsterdam gearriveerd het Neder„
„landsche koopvaardij brikschip genaamd Mar„
tha & Elisabeth, gevoerd door Schipper Gerrit
Swart, mede brengende vivres ten behoeve der
troepen in garnizoen alhier en andere militaire
goederen.
Met het voorzeide schip zijn aangekomen de
Luitenants ter zee van de 2:e Classe.
Tam op verder verder de Raet
met vijf en twintig manschappen bestemd voor
Zijner Majesteits brik de Merkuur, dewelke
hans afwezig is - uit dien hoofde werd, met
verleg van de gen.e officieren en na den voorn.
schipper Gerrit Swart deswegens gehoord te hebben
goedgevonden
Mei 31.
158
goedgevonden dat de voormelde manschappen
zouden verblijven op den voorzeiden bodem, tot
de terugkomst van de opgemelde brik de Mer„
„kuur, die binnen twee of drie dagen in deze
wordt
haven ^ verwacht; en dat de genoemde schipper
voor het onderhoud dezer manschappen zoude
worden schadeloos gesteld.
En zijn met deze gelegenheid de volgende aan„
„schrijvingen van het Ministerie voor het Public„
„ke onderwijs, de Nationale Nyverheid en de Kolo„
„nien ontvangen
namelijk
Duplikaten, van welke de originelen reeds
ontvangen zijn.
N„o 3/21 dd 14:e Maart 1819.
2/73 12 October
1/79 19 d„o
1/77 26 d„o
Originelen
N„o 1/74 dd 16 October 1819 De duplikaten
van deze brie„ 17/75 „ 18 do
„ven zijn te vo„ 23 d„o P„ren ontvangen.
3 December
16/82
15 2/83
21 Januarij 1820
hiervan zijn 31 „
de duplikaten 1 Februarij
niet ontvangen 4 „
N„o 24/8
159
Mei 31. N„o 24/8 dd 15 Februarij 1820.
hiervan zijn de
duplikaten met
ontvangen
1/12 10 April
„ 2/84 „ 24 December 1819 van welke het Ari„
„gineel als nog niet is ontvangen.
Nader gelezen N„o 26 Junij 1. zijnde eene resolutie van zijne
Excellentie den Minister voor het Publicke onder„
„wijs, de Nationale Nijverheid en de Kolonien,
dd 10.e April 1820. N„o 1/12, met de missive van
dien datum en van hetzelfde nummer ontvangen
geleidende de Cognossementen en facturen van
de militaire rantsoenen en andere militaire
goederen, geladen in het alhier aangekomen
brikschip de Martha & Elizabeth schipper
G Swart.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Kopijen en extracten der voorzeide Cognossemen
„ten en facturen te doen toekomen:
a. Wegens de militaire rantioenen, aan den
Raad Contrarolleur Generaal der Financien
adinterim en den Magazijn meester van
alle magazijnen, met autorisatie op den
laatstgemelden, om dezelve in ontvang te
nemen en daarvan de vereischte processen
verbaal, in triplo, binnen den bepaalden
tijd aan ons, te doen toekomen.
b. van de militaire goederen: aan den Raad
van administratie van het Garnizoen en
aan den kommanderende officier van de
artillerie, echter van de factuur alleen en
zoo ver het noodig is om denzelven Raad
van
Junij 1.
160
van den inhoud der kosten N„ts 1 & 2 en den
gezegden kommanderende officier van dien
van N„o 3 & 4 te doen kennis dragen ten
einde de voormelde Raad dezelve kasten door
den officier van wapening en kleeding dezes
Garnizoens moge doen ontvangen en de
daarin zijnde goederen en bewaring nemen,
en door den meergemelden kommanderende
officier in ontvang worde genomen de ge„
„zegde kasten N„ 3 & 4 om de gereedschap„
„pen en benoodigheden die dezelve bevatten,
te doen strekken tot dien einde waartoe die
goederen bestemd zijn.
C. en de facturen van dezelve militaire goede„
ren aan den Raad Contrarolleur Generaal
der financien adinterim om het noodig ge„
„bruik daarvan te kunnen maken.
2„o Tot de inspectie dezer rantsoenen en mili„
„taire goederen te benoemen:
a van de rantsoenen: den Raad Contrarolleur
Generaal der Financien adinterim, den Majoor
titulair der Artillerie den Magazijnmeester
van alle magazijnen, den Kapitein B Krapf
en de Kooplieden J. C: Meijer & J. H. Jut„
„ting welke genoemde militairen en koop„
„lieden hiervan op de gewone wijze zullen
kennis bekomen.
b. van de goederen die door den officier van
kleeding en wapening en ontvang zullen
worden genomen: denzelven officier met
en benevens de Kapiteins B. Krapf en C.
Baver.
Junij 1.
161
C. van de gereedschappen en benoodigdheden
die de kommanderende officier voormeld
ontvangen zal; denzelven en den kapitein
der artillerie P. C. Simon.
3„o Dat processen verbaal der voormelde inspec„
„tien, in triplo, moeten worden ingezonden.
Extracten hiervan, zullen, naar behooren,
tot een ieders informatie en narigt, worden
toegezonden.
N:o 263.
Nader gelezen zijnde eene resolutie van zijne
Excellentie den Minister voor het Publieke onder
„wijs, de Nationale Nijverheid en de Kolonien,
dd 15.e december 1819 n„o 2/83, strekkende om ons,
onder anderen, te doen bekend worden dat, bij
zijner Majesteits besluit in dato 2:e dier maand
December, N„o 74, de Straf van altoos durend
confinement welke de persoon van Philippe
Mens de Broijer moest ondergaan, veranderd
is in die van deportatie, met bepaling dat
hij naar dit eiland Curaçao zoude worden
overgevoerd.
En vermits de genoemde Philippe Mens
de Broijer gisteren alhier is aangekomen met
het Nederlandsche koopvaardij brikschip de
Martha & Elisabeth, gevoerd door schipper
G. Swart.
Is goedgevonden en verstaan: het hiervoren„
„staande, bij extract dezes, ter kennis van den
Raad Fiscaal adinterim te brengen, met aanzeg
„ging dat de voornoemde persoon van Philippe
Mens de Broijer, even als al de andere zich
alhier
Junij 1.
162
alhier bevindende gedeporteerde personen, onder
de surveissance van het officie Fiscaal gesteld
wordt.
N:o 264.
Nader gelezen zijnde eene resolutie van zijne
Excellentie den Minister voor het Publieke onder„
„wijs, de Nationale Nijverheid en de Kolonien,
dd 24:e December 1819 n„o 2/84, met de missive
van dien datum en van hetzelfde nummer
ontvangen, waarbij de voornoemde Minister
den Gouverneur Generaal dezes eilands, ter
executie van ’s Konings besluit, dd 14:e dier
maand n„o 65, gelost, tot het bij de eerste
bekwame scheeps gelegenheid naar het va„
„derland terugzenden van den Luitenant
Kolonel D. J: van de Linde, Kommandant
van het Bataillon Jagers N„o 28.
Is goedgevonden en verstaan: den Luite„
„nant Kolonel D. J. van de Linde Kom„
„mandant van het Bataillon Jagers n„o 28,
ter voldoening aan den voormelden last,
bij deze aan te zeggen, om met de eerste be„
„kwame scheepsgelegenheid naar het vader„
„land te vertrekken, en tevens te verwittigen
dat hij zich moet gereed houden om binnen
drie of vier weken de reis derwaarts aan te
nemen, met het brikschip toebehoorende aan
de Heeren Burg en Jutting, hetwelk tegen dien
tijd, gelijk wij geinformeerd zijn, naar Am„
„sterdam zal kunnen vertrekken en waarom„
„trent wij nader berigt zullen inwinnen om
hem Luitenant Kolonel verder, met den
zeitdag
Junij 1.
163
zeildag des bedoelden vaartuigs, bekend te maken
Afschrift hiervan, zal aan den voors.en Luit„
Kolonel D: J: van de Linde, tot informatie en
narigt, worden toegezonden.
N:o 265.
Nader gelezen zijnde eene resolutie van zijne
Excellentie den Minister voor het Publieke onder
„wijs, de Nationale Nijverheid en de Kolonien,
dit 29:e Februarij 1820 n„o 6/11, met de missive
van dien datum en van hetzelfde nummer ont„
„vangen, geleidende kopij eener acte van exploit
uit naam van Jannetje Martha van uijtrecht
pen tegen ten Heer vandert weduwe. gel van der Meulen ^ beide
dit eiland woonachtig, om aan den belangheb„
„bende te worden ter hand gesteld.
Is goedgevonden en verstaan: de voormelde
kopy acte van exploit, bij extract dezes, te
doen toekomen aan den Deurwaarder en Ge„
„regtsbode van den Raad van Civile en Crimi
„nele Justitie alhier, ten einde dezelve aan John
hero van der Meulen te bezorgen en daarna
het vereischte relaas deswegens aan ons te
doen toekomen.
No. 266.
Nader gelezen zijnde eene resolutie van zijne
Excellentie den Minister voor het Publieke
onderwijs, de Nationale Nyverheid en de
kolonien, dd 3:e December 1819 N„o 16/82, met
de missive van dien datum en van hetzelfde
nummer ontvangen, strekkende om ons te doen
kennis dragen ten einde aan de belangheb„
„benden, ieder voor zoo veel hem aangaat,
bekend
Junij 2.
164
bekend te maken met het resultaat van
het bij het departement van oorlog gedane
onderzoek ten aanzien der reclames van den
kapitein kwartier Meerter Simon Plats,
den 2:e Luitenant P: van Otterloo, den Geweer„
„maker Joh.s wagner en den Fuselier Willem
Meulenhoff, allen van het Vaataillon Jagers
n„o 28, ter bek: ming van prijsgelden voor den
veldtogt van 1815.
Is goedgevonden en verstaan: den kapitein
Kwartiermeester Simon Plats en den Raad
van Administratie alhier bij deze, respective„
„lijk, te doen toekomen extracten der voorzeide
ministeriele resolutie, ten einde den genoemden
kapitein kwartiermeester, in zoo per dezelve
hem aangaat, daarmede bekend te maken, en
de Luitenant van Otterloo, de geweermaker
wagner & de fuselier Meulenhoff door mid
„del van den gemelden Raad mogen kennis
bekomen, van het gene ieder van hen daarin
betreft.
En zullen afschriften hiervan, aan den kapitein
kwartiermeester Plats en den Raad van admi„
„nistratie, worden toegezonden.
N„o 267.
Nader gelezen zijnde eene resolutie van zijne
Excellentie den Minister voor het Publicke on„
„derwys, de Nationale Nyverheid en de kolonien,
dd 4:' Februarij 1820 N„o ¾, met de missive
van dien datum en van hetzelfde nummer
ontvangen, houdende kennisgeving aan den
Gouverneur Generaal dezer eilanden: dat
de
Junij 2.
165
memorie door de
de ^ Administrateurs van het 28:' Bataillon
Jagers en verdere Troepen van het garnizoen
dezes eilands, opzigtelijk de betaling der Troe„
„pen met Koloniaal geld, en daaruit voort„
„vloeijende alteratien in het thans bestaande
reglement van administratie voor de Troe„
„pen in de Kolonien, niet in aanmerking
is genomen en wordt gehouden voor ver„
„vallen
Is goedgevonden en verstaan: bij missive,
ter kennis te brengen van de Administrateurs
van het garnizoen alhier, dat hunne memo
„rie, opzigtelijk de betaling der Troepen met
Koloniaal geld, dewelke door den Gouverneur
Generaal dezer kolonien bij missive van den
5:e April 1819 n„o 50, aan het Ministerie voor
het Publieke onderwijs, de Nationale Nijver„
„heid en de kolonien is toegezonden geworden,
ingevolge eene bij ons ontvangene resolutie
van hetzelve, dd 4:e Februarij 1820 N„o ¾, niet
in aanmerking is genomen en voor verval
„len wordt gehouden
N„o 268.
Is gelezen eene missive van den Luiten:
Kolonel D:J: van de Linde, Kommandant
van het Bataillon Jagers N„o 28 en der Troe
„pen alhier, tot 2:e dezer, tot antwoord op onze
aanschrijving van den 31:e der laatst gepas„
„seerde maand N„o 88, ten gevolge onzer dis„
„positie van dien datum N„o 260, ten aanzien
van het doen onder de wapenen komen van
het Garnizoen alhier buiten onze voorkennis
zie
Junij 2.
166
zie de voorzeide missive onder n„o 114 dewel„
-ke voor informatie wordt gehouden, onver„
„minderd de aanmerkingen die er tegen
de daarin aangevoerde redenen van verschoo„
„ning zouden kunnen worden gemaakt
No. 269.
In eene buiten gewone vergadering van den
Raad van Policie, door ons belegd en heden
gehouden, is door ons overgelegd een Rekwest
door Parnassim en Penningmeester der
Israelitische gemeente alhier aan ons gepre„
„senteerd, ten einde de meening van de Leden
des voormelden Raads te mogen vernemen
waarop, na dat het gemelde rekwest en
het daarbij ingeleverde document, benevens
een van wege de rekwestranten aan ons ter
hand gesteld advies van den Raad Fiscaal
adinterim, hetwelk wij hebben noodig geoor„
„deeld bij het rekwest te voegen, waren voor„
„gelezen, door de Leden hunne meening op
de onderhavige zaak zoo en in diervoege
is te kennen gegeven geworden, als in des
Raads Notulen is ter neder gesteld, en waar
aan, zoo wel als aan de voorzeide docu„
„menten dewelke ter Secretarie van den
Raad berusten, wij ons refereren!
En ofschoon wij in het gevoelen der meer„
„derheid van de Leden, dat de Raad zich
moet houden aan des Raads besluit van
den 16:e Mei lb betrekkelijk tot het verschill
tusschen de bestuurders der Joodsche gemeente
en een gedeelte dier gemeente, hebben berust
met
Junij 2.
167
met voornemens echter om ons over deze zaak
nader te verklaren, onverminderd dat aan de
rekwestranten de meening der meerderheid van
de Leden tot antwoord op derzelver rekwest bij
extract notulen, zal worden bekend gemaakt.
Is echter door ons, gelet op des Raad Fiscaals
voorzeiden advies en wel op de eerste vraag
aan hem gedaan, als mede op het gevoelen
der leden tot rigtsnoer van den Raad Fiscaal
adinterim, behelzende dat de personen, die
zich van de Joodsche gemeente hebben afge„
„zonderd en nog mogten afzonderen, ontstoken
zullen zijn van de voorregten die de Leden
dier gemeente op deze eilanden genieten.
voorts overwegende: dat de handhaving
van eene goede Politie, mitsgaders het onder
„houden van rust en goede orde het vorderen
dat wij, als bij het ZO:e artikel van het regle
„ment op het beleid der regering alhier, belast
zijnde om te waken voor de rigtige uitoefe„
„ning van den Godsdienst, en te handhaven
de wetten en reglementen, die op dat stuk
reeds zijn, of nog mogten worden gemaakt,
voor zoo ver dezelve niet strijden met de
grondwet, onze meening te dezen aanzien ken
„baar maken om te strekken tot narigt van
die personen dewelke uit eigene beweging of
door aanrading van anderen zich reeds van
de Joodsche gemeente alhier hebben afgezonderd
of nog zouden willen afzonderen, ten einde een
ieder zijne handelwijze wel moge nadenken
en zich wachte voor de nadeelige gevolgen
aan
Junij 2. aan welke zijn eigen gedrag hem zoude
kunnen blootstellen, niet om dat hij mis„
„schien voornemens is eenen anderen Godsdienst
te omhelzen hetwelk eene zaak is waarmede
het Gouvernement zich niet kan of zal
inlaten, maar door de inbreuken die er op„
„zigtelijk den eeredienst, of de kerkelijke in„
„stellingen bij de Joodsche gemeente alhier en
vigeur, zouden kunnen plaats hebben.
Om welke redenen wij hebben goedgevonden
en verstaan te verklaren en kenbaar te maken,
zoo als hierbij verklaard en kenbaar gemaakt
wordt, tot narigte van allen wien het mogt
aangaan:
1„o Dat, vermits er maar eene Joodsche gemeen„
„te in deze kolonien mag bestaan, geene an„
dere Ingezetenen als Jooden kunnen of zul„
„len worden erkend dan de zoodanigen die
aan de escamoth of het Kerkelyk-Regle„
„ment dier gemeente onderworpen zijn; en
dat de genen die zich van die gemeente
hebben afgescheiden of nog mogten afscheiden,
niet zullen of mogen genieten de voorregten
aan de Jooden toegekend, maar met andere
Ingezetenen tot de Joodsche gemeente niet
behoorende zullen gelyk staan en als zooda„
„nig worden aangemerkt.
2: Dat de uitoefening van den Joodschen
Godsdienst op geene andere hoegenaamde
wijze vermag te geschieden, dan volgens de
bepalingen en voorschriften van het hiervo„
„rengemelde kerkelijk reglement.
En
Junij 2.
169
En zullen de Parnassim en Penningmees„
„ter der Joodsche gemeente alhier worden
aangeschreven om aan ons opgave te doen
van de namen der genen dewelke zich van
die gemeente hebben afgescheiden en nog mog„
„ten afscheiden, om te strekken tot onze in„
„formatie en narigt in voorkomende gevallen,
en om den Raad Fiscaal daarmede bekend te
maken, ten einde op het onderhouden van eene
goede politie in deze tijdsomstandigheden des
te beter waakzaam te kunnen zijn.
Aan het gene hiervoren in overweging is
genomen en de daarop gevolgde dispositie,
zal de noodige publiciteit worden gegeven.
N.o 270.
Nader gelezen zijnde eene resolutie van zijne
Excellentie den Minister voor het Publicke onder„
„wijs, de Nationale Nijverheid en de Kolonien,
dd 4.e Februarij 1820 N„o 7/5, met de missive
van dien dag en van hetzelfde nummer ont„
„vangen, in welke de Gouverneur Generaal
dezer kolonien geinviteerd wordt om den Heer
J. J. Beaujon, oud Raad en Boekhouder
Generaal alhier en als zoodanig gepensioneerd
met ƒ2000 in het Jaar, te informeren dat
niet getreden is in, en mitsdien van de
hand gewezen, zijn verzoek, vervat in zijne
missive van den 23 Julij 1819, waarbij hij zijne
bezwaren heeft ingebragt, wegens de bereke„
„ning van dat pensioen, hetwelk sedert den 4:e
maart 1816 tot ultimo van 1818 betaald is
volgens de voormalige oude berekening van
twee
Junij 3. twee guldens voor de Pess van 48 stuivers,
en aldus verschilt met den tegenwoordigen
Koers der onderscheidene betalingen uit de
Koloniale kas, geregeld tegen 50 str Holl
Courant voor de pattinje van 72 Stuivers
Curaçaösch geld, zynde 33 1/3 voor de Peso van
48, hetwelk gelijk staat met 100 Stuivers
Hollandsch tegen 144 Koloniaal, zoo als
ook, bij den aanvang van het Jaar 1819, zijn
goedgekeurd pensioen uit's Rijks Koloniale
kas wordt betaald en dienvolgens, dat de
aan hem te kort gedane betaling, over het
voormelde tydvak, van 4 Maart 1816 tot
ultimo van 1818, en waarover de Gouverneur
Generaal van Curaçao hem beloofd zoude
hebben aan het voormelde Ministerie te zullen
schrijven, moge worden vergoed met de bij„
„voeging der Somma van P„s 565.
Is goedgevonden en verstaan: ter voldoening
aan de voorzeide Ministeriele resolutie, een
extract dezes, aan den hiervoren genoemden Heer
Jan Jacob Beaujon, te doen toekomen, om het
met het vorenstaande bekend te maken.
N„o 271.
Nader gelezen zijnde eene resolutie van zijne
Excellentie den Minister voor het Publieke on„
„derwijs, de Nationale Nijverheid en de kolonien,
dd 15 Februarij 1820 N„o 17, met de missive
van dien datum en van hetzelfde nummer
ontvangen, waarbij het verrigttene door den
Gouverneur Generaal dezer eilanden, ten
aanzien van het toegelegde pensioen van P„s 196
's Jaars
Junij 3. 's jaars aan den voormaligen assistent alhier,
Beert wassenaar wordt geapprobeerd.
Is goedgevonden en verstaan, ter voldoening
aan de voormelde resolutie, den voornoemden
Beert wassenaar, bij extract dezes, te doen
toekomen eene autentieke kopij der gezegde
Ministeriele resolutie om aan hem te strekken
tot acte van pensioen.
N„o 272.
4. Zijner Majesteits brik de Merkuur, is heden
van La Guaira & Puerto Cavello, in deze Haven
te rug gekeerd.
N:o 273.
Nader gelezen zynde eene resolutie van zijne
Excellentie den Minister voor het Publieke
onderwijs, de Nationale Nijverheid en de kolo„
„nien, dd 15 Februarij 1820 N„o 28, met de
missive van dien datum en van hetzelfde num
„mer ontvangen, tot antwoord op eene missive
van den Gouverneur Generaal dezer eilanden
in dato 1:e October 1819 n„o 136, ten geleide en
appui van kopij eens aan hem Gouverneur
Generaal gepresenteerd rekwests, met zeven
bijlagen, van Barend Dirksz Kock, oud ambte„
„naar en laatstelijk tot in den Jare 1805 vice
Commandeur des eilands Bonaire, houdende
verzoek ter bekoming van pensioen, waarin
echter niet is getreden.
Is goedgevonden en verstaan: eene kopij
der voormelde ministeriele resolutie, bij extract
dezes, aan den voornoemden Barend Dirksz
kock te doen toekomen, ten einde hem met
Junij 5.
eene
172
des Heer Ministers dispositie op zijn verzoek, be„
„kend te maken.
N„o 274.
Nader gelezen zijnde eene resolutie van zijne
Excellentie den Minister voor het Publieke onder„
„wijs, de Nationale Nijverheid en de kolonien, dd
25:e Februarij 1820 n„o 3/9, met de missive van
dien datum en van hetzelfde nummer ontvan
„gen, waarbij ter onzer kennis gekomen is dat,
bij zijner Majesteits besluit van 18:e der opge„
„melde maand Februarij 1820 N„o 14, aan Jannetje
Elizabeth Edloop, weduwe van Samuel Bar„
„tholomeus van den Broek, in leven komman
„deur van het eiland Bonaire, eene Jaarlijksche
Gratificatie van P„s 190 of ƒ 316. 67. is toegelegd
te rekenen van den 1.e Januarij van dit Jaar,
betaalbaar uit de Koloniale Kas van dit ei„
„land Curaçao.
Is goedgevonden en verstaan, het vorenstaande
bij extract dezes, en met toezending eener auten„
„tieke kopij van de voorz: ministeriele resolutie,
ter kennis te brengen van de voornoemde Jan„
„netje Elisabeth Edloop, weduwe van Samuel
Bartholomeus van den Broek, om te strekken
tot hare informatie; terwijl een gelijk extract
aan den Raad Contrarolleur Generaal der Finan
„cien adinterim zal worden toegezonden zoo
wel tot zijn narigt als om de uitbetaling
van de bij de genoemde weduwe van den Broek
reeds te goed hebbende gratificatie, op de gewone
wijze te doen plaats hebben.
N.o
Junij 5.
173
N„o 275.
Nader gelezen zijnde eene resolutie van zijne
Excellentie den Minister voor het Publieke on„
„derwijs, de Nationale Nijverheid en de Kolonien,
dd: 1:e Februarij 1820 N„o 5/3, met de missive
van dien datum en van het hetzelfde num
„mer ontvangen, houdende: dat provisioneel
in een verhoogd Tractement voor den Hospitaal
meester F. Wolff, tot zes honderd pezes in het
Jaar, wordt berust, te betalen (als wordende
dezelve als een Civiel ambtenaar beschouwd)
uit de koloniale kas, gerekend aanvang genomen
te hebben met den 1:e April dezes Jaars.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Het vorenstaande, respectivelijk, ter kennis te
brengen van den voornoemden Hospitaal mees
„ter V. Wolff en van den Raad Contrarolleur
Generaal der Financien adinterim, met aanzeg
„ging aan den eerstgenoemden, dat het bij hem
te min ontvangene sedert den 1:e April dezes
Jaars, aan hem zal worden uitbetaald, en
waartoe de Raad Contrarolleur het noodige
zal doen bewerkstelligen, ten einde zulks op
de gewone wijze geschiede.
2:e den Raad van administratie van het Pen„
,,sioen Fonds voor de ambtenaren bij eene aan„
„schrijving van onzent wege, te doen kennis
dragen dat de Hospitaal meester als Civiel
ambtenaar beschouwd is en als zoodanig aan
het voorzeide pensioen Fonds moet Contribue„
ren, en wel zulks sedert primo Januarij 1819
tot ultimo Maart ll, van een tractement van
P„s 360
P„s 360 in het Jaar, en vervolgens overeen„
„komstig zijn tegenwoordig Jaarlijksch tracte
„ment van P„s 600; weshalve van hem Hospi„
„taal meester de door hem verschuldigde Con
„tributie aan het voormelde Fonds moet wor„
„den gevorderd.
En zal aan den meergen:en Hospitaal mees„
„ter een afschrift en aan den Raad Contra
„rolleur Generaal der Financien adinterim,
een extract dezes, worden toegezonden.
N.o 276.
Op het Ministerie voor het Publieke on„
„derwijs, de Nationale Nijverheid en de kolo„
„nien getrokken vier wissels van n„o 49
tot n„o 52 ten bedrage van ƒ6116.72 of P„s
4448.4.1. voor militaire tractementen en
soldijen over de gepasseerde maand Mei.
N„o 277
6. Gelezen zijnde eene missive van President
adinterim en Raden van Civile en Criminele
Justitie alhier, tot 5:e Junij 1820, houdende.
dat, bij gelegenheid van zekere door den ven„
„die meester dezes eilands, tegen Jacob & Abra„
„ham Naar voor den Raad geinstitueerde actie,
tot voldoening der kooppenningen van het
door hen op de vendu van den gewezenen
ontvanger Generaal Matthias Schot.
„borgh Gz gekochte, verschil van opi„
„men in den Raad is gerezen, of de pro„
„cedures welke uit die vendu proflueren be„
„hooren te worden geventileerd voor den Raad
zoo
Junij zoo als deselve ordinair of wel zoo als dezel„
„ve ingevolge aanschrijvingen van wijlen den
vorigen Gouverneur Generaal, tot 8:e, 10:e &
13e. September 1819 n:os 436, 439 & 448 is ge„
„composeerd; en dat, daar deze aanschrijvingen
dit verschil punt niet stellig schijnen te de
„cideren de voormelde President adinterim en
Leden de vrijheid nemen ons te verzoeken hem
te willen informeren hoe wij de gemelde
aanschrijvingen begeeren te hebben verstaan
zie de voorzeide missive onder N„o 112.
Is goedgevonden en verstaan, alvorens onze
meening hierover te uiten, den President adin„
„terim en de Raden van Civile en Criminele
Justitie, bij extract dezes, te inviteren, zoo als
geschiedt bij deze, om ons met den aard der„
door den vendu meester geinstitueerde actie
bekend te maken door toezending van de proces
stukken, welke partijen, wederzijds, hebben over
„gelegd.
N„o 278
Aan het gene bij ons op den 2:e dezer onder
N„o 269, in overweging is genomen en aan onze
daarop gevolgde dispositie, betreffende de plaats
hebbende afscheiding eeniger Ingezetenen des
Joodschen Godsdiensts, van de Joodsche gemeente
alhier, is heden de noodige publiciteit gegeven
N„o 279.
Nader gelezen zijnde eene resolutie van zijne
Excellentie den Minister voor het Publieke onder
„wijs, de Nationale Nijverheid en de Kolonien,
dd 3:e December 1819 N„o 14/81, met de missive
van
Junij 5.
Junij 7.
176
van dien datum en van hetzelfde nummer
ontvangen, houdende uitnoodiging aan den Gou„
„verneur Generaal dezer Kolonien, om den 2:e Lui„
„tenant J. B. IJ. Kabaine te doen kennis geven„
dat zijne Majesteit, bij dispositie van den 19
November 1819 n„o 84, het door denzelven gedane
tweeledig verzoek om geplaatst te worden als
Eerste Luitenant bij de artillerie, en uitbetaling
van tractement gedurende zijne krijgsgevangen„
„schap, heeft gedeclineerd en gewezen van de
hand.
Is goedgevonden en verstaan het vorenstaan„
„de, bij extract dezes, ter kennis van den voor„
„noemden 2:e Luitenant I. B. IJ. Rabaine te
brengen.
N„o 280
Nader gelezen zijnde eene resolutie van zijne
Excellentie den Minister voor het Publieke
onderwijs, de Nationale Nyverheid en de kolo„
„nien, tot 21:e Januarij 1820 N„o 9/1, met de
missive van dien datum en van hetzelfde
nummer ontvangen, waarbij, ter voldoening
aan's Konings besluit, den Gouverneur Ge„
„neraal dezer kolonien wordt kennis gege„
„ven, dat zyne Majesteit, bij dispositie van
den 14:en der gemelde maand Januarij 1820.
in het ten rekweste (ingezonden bij missive
van den 27:en Maart 1819 N„o 42 gedane ver„
„zoek van Joh: Andrea van Swol, weduwe
van Hendrik Christiaan Hoche, en leven
vaandrig titulair bij het Garnizoen alhier,
om met pensioen ^ kas van het militaire depar„
tement
Junij „tement te worden begunstigd, heeft gedifficul„
„teerd, doch desniettemin, bij gezegde dispositie,
het voormelde Ministerie heeft gemagtigd aan
den Gouverneur Generaal alhier de faculteit
te laten, zoo als geschied is, om de rekwestrante,
ter leniging van haren armoedigen toestand
met een Jaarlijksch douceur van ƒ200 Holl=t
Cour.t uit deze koloniale kas te beneficeren.
Is goedgevonden en verstaan: uit krachte
van de vorengemelde ministeriele aanschrij„
„ving, aan de voornoemde Johanna Andreas
van Swol, weduwe van Hendrik Christiaan
Hoche, in leven vaandrig titulair bij het gar„
„nizoen alhier, toe te leggen, zoo als aan haar
by deze wordt toegelegd, een douceur van twee
honderd guldens Holl Courant in het Jaar,
uit de Koloniale kas, gerekend te zyn ingegaan
met primo dezer maand.
En zullen afschriften hiervan, aan de
voornoemde weduwe Hoche en aan den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinterin„
tot respective informatie en narigt, worden
toegezonden.
N:o 281.
De stukken van den Hospitaal dienst
over de gepasseerde maand Mei, zijn heden
ingezonden.
N:o 282.
De Commissie dewelke, bij onze dispositie
van den 1:e dezer n:o 262, is benoemd geworden
tot de inspectie van de timmermans gereedschap
„pen en andere goederen voor de artillerie,
aangebragt
Junij aangebragt met het brikschip Martha &
Elizabeth, schipper G Swart, heeft ingezonden
proces verbaal, in triplo, van derzelver bevinding.
N„o 283
Gelezen zijnde een rekwest van Felix Guader„
„rema, houdende verzoek om zich alhier onder
het genot der burgerregten, als inwoner en
burger te mogen nederzetten, en tot dien einde
den eed van getrouwheid aan zijne Majesteit
den Koning van hem moge worden afgenomen.
zie het rekwest onder N„o 36. hetwelk aldus
nog luidt.
(F. I.)
En gelet op de onder het rekwest gestelde ver„
„klaring van eenige kooplieden en Ingezetenen
alhier.
Is goedgevonden en verstaan den rekwes„
„trant te permitteren, gelijk geschiedt bij deze,
om als vaste Ingezeten op dit eiland te ver„
blijven, en als zoodanig den eed van ge„
„trouwheid aan Zyne Majesteit den koning
voor ons af te leggen, na echter de daarop
staande belasting, ten behoeve van het Fonds
tot vernietiging der bewijzen van afgekeurde
Johannissen, te hebben betaald.
Een afschrift hiervan zal aan den rekwet„
„trant, tot informatie en narigt, worden
afgegeven.
N„o 284.
9. Ontvangen zijnde van President adint:m
en Raden van Civile en Criminele Justitie
alhier, eene missive tot 8:e dezer, met ^ daarin
vermelde
Juny 9.
179
vermelde toegezondene stukken van L:a A
tot E, ter voldoening aan onze invitatie bij
dispositie van den 6:e dezer N„o 277.
De voormelde stukken gelezen, en gezien
de Gouvernements dispositien, dd 8, 10, & 13.en
september 1819 N„os 436, 439 & 448.
voorts overwegende:
a. dat de actie van den vendumeester tegen
Jacob & Abraham Naar een gevolg is van
de procedures die door het officie Fiscaal
tegen den gewezenen ontvanger Generaal
Matthias Schotborgh Gz gevoerd worden.
dat des onwilligheid van de gedaagden in
het niet voldoen der kooppenningen van
het door hen gekochte op de vendu van
den voornoemden gewezenen ontvanger
Generaal, mede gegrond is op eene resolutie
van den Raad van Civile en Criminele
Justitie alhier, dd 26e: November 1819, ge„
„nomen op een door de gedaagden aan den
„zelven raad gepresenteerd rekwest, ten aan„
„zien van het niet betalen van Het door
hen op de voormelde vendu te koopene
goederen, alvorens op de bij het rekwest
aangehaalde preferentie zal zijn gedeci„
„deerd. Zie de kopij welke wij noodig geo„
„deeld hebben te houden van het document
L:a D, bevattende het voorzeide rekwest met
de daarop genomene resolutie, alhier onder
N„o 113. het nummer der missive
dat de Raad, zoo als dezelve is zamenge
„steld om in de zaak contra den gewezenen
ontvanger
Junij 9
10.
ontvanger Generaal Matthias Schotborgh Gr
regt te spreken, en welke de bovengemelde reso„
„tutie van den 26.e November 1819 genomen
heeft, de bevoegde regtbank is om kennis te
nemen van de hierinvermelde actie van den
vendumeester Contra Jacob & Abraham Naar.
Is goedgevonden en verstaan, het vorenstaande
bij extract dezes, ter kennis van President en
Leden van den Raad van Civile en Criminele
Justitie op dit eiland te brengen, en dezelve
voorts nog, met terugzending der aan ons over„
„gelegde stukken bij missive vermeld, te infor„
„meren: dat wij van meening zijn, dat deze
en alle andere actien, die betrekking hebben
of voortvloeijen uit de procedures contra den
gewezenen ontvanger Generaal Matthias —
Schotborgh Gz, moeten worden gebragt en ge„
„voerd voor den Raad zoo als dezelve bij den
aanvang dier procedures was gecomposeerd
N„o 285
De Magazijn meester van alle magazijnen,
heeft ingezonden proces verbaal, in triplo, van
den staat der vaten in kelders met militaire
rantsoenen, aangebragt met het brikschip
Martha & Elisabeth Schipper G. Swart, ende
zulks ter voldoening aan onze dispositie van
den 1:e dezer N„o 202.
N.o 286.
Berigt zijnde dat de persoon van Hendrik
willem luijdens, kamer bewaarder van den
Raad van Policie en in die kwaliteit als bode
bij het Collegie van Commercie en zee-zaken
alhier
Junij 10. alhier gefungeerd hebbende, en den gepasseerden
nacht is overleden.
En de daardoor ontstane vacature terstond
willende vervullen.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Den provisionelen klerk ter Gouvernements
secretarij Johann Georg wijs, bij deze te be„
„noemen en aan te stellen tot kamerbewaarder
van den Raad van Policie en Bode bij het
Collegie van Commercie en Zee-zaken op dit
eiland, onder genot van een Jaarlijksch trac„
„tement van ƒ 700, ingaande heden.
2:o Den ter Gouvernements Secretaris als extra
klerk geemploijeerden persoon van Cornelis
Gorsira te benoemen en aan te stellen, gelijk
hij hierbij benoemd en aangesteld wordt, tot
provisionele Klerk ter opgemelde Secretaris,
met het aan dien post verbonden tractement
van drie honderd pezos van achten in het
Jaar, ingaande heden.
zullende een afschrift hiervan aan den
Raad Contrarolleur Generaal der Financien
adinterim, tot informatie en narigt, als me„
„de extracten in zoo ver deze dispositie de
hierin benoemde personen, respectivelijk aan„
gaat, aan dezelve, om aan hem te strekken
tot acte van aanstelling, worden afgegeven.
N:o 287.
De persoon van Johann Georg Wijs, be„
„noemd tot kamerbewaarder van den Raad
van Policie en Bode bij het Collegie van Com
„ mercie en zee-zaken, en Cornelis Gorsira
aangesteld
Junij 10.
182
aangesteld tot provisionele klerk ter Gouverne„
„ments secretarie hebben, ieder in zijne kwali„
„teit den gewonen eed afgelegd en zijn en functie
getreden:
N„o 288.
Gilezen zijnde een rekwest van Poulina da Cor
„ta Gomer, houdende verzoek om het lijk van
Hendrik Willem Luijdens, te mogen aanvaar„
„den en ter aarde doen bestellen. Zie het rekwest
onder N„o 37, hetwelk aldus nog luidt.
1 F.
Is goedgevonden en verstaan: het verzoek van
de rekwestrante te accorderen, gelijk geschiedt
bij deze, mits niemand zich daartegen stelle en
in cas van abintestato, hiervan worde kennis
gegeven ter wees-onbeheerde en desolate Boedel
kamer alhier.
Een afschrift hiervan, zal aan de rekwis„
trante, tot informatie en narigt, worden af„
gegeven.
No„ 289.
Berigt ontvangen dat Hendrik Gijsbert van
Eck, 2:e Commies bij den Magazijn meester van
alle magazijnen in den gepasseerden nacht.
is overleden.
No. 290.
Is over S:t Thomas ontvangen de originele
aanschrijving van Zijne Excellentie den Minister
voor het Publieke onderwijs, de Nationale Nij„
„verheid en de Kolonien, dat 24:e December 1819
N„o 2/84, waarvan het duplikaat den 31.e Mei
ll aan ons is ter hand gekomen.
No. 291.
Junij 12.
No. 291.
Tot de vervulling van den, door het overlyden
van H. G. van Eck, op den 10:e dezer, vacant
geworden post van 2:e Commies bij den Magazijn
meester van alle magazijnen, overgegaan zijnde,
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Dat de 3:e Commies, Andries Anthon Mun„
„ningh den vacanten post van 2:e Commies bij
den Magazijn Meester van alle Magazijnen
zal vervullen, onder genot van het daaraan
verbonden Jaarlijksch tractement van ƒ 700
ingaande heden.
2„o Tot 3:e Commies bij den Magazijn meester
van alle magazijnen bij deze te benoemen
en aantestellen den persoon van Willem
Hendrik Gorsira, met het daarop staande
tractement van P„s 360 in het Jaar, heden
aanvang nemende.
Afschriften dezer dispositie zullen aan
den Raad Contrarolleur Generaal der Financien
adinterim en den Magazijn meester van alle
magazijnen tot informatie en narigt, als me„
„de extracten derzelve aan de daarin benoemde
personen, ieder in zoo ver het hem aangaat,
als acte van aanstelling, worden toegezonden.
N.o 292
De persoon van Willem Hendrik Gorsira,
benoemd tot 3:e Commies bij den Magazijn
meester van alle magazynen, heeft heden
den gewonen eed en die kwaliteit afgelegd.
No. 293.
vernomen hebbende dat het brikschip ge„
„naamd Lisette, gevoerd door schipper P.P.
Akkerman
Junij 12. Akkerman, tegen den 10:e der aanstaande
maand Julij van hier naar het moederland
zoude vertrekken, hebben wij den Luitenant
Kolonel D: J: van de Linde zulks mede gedeeld
ten einde hij het vaartuig zoude kunnen berig
„tigen en zich aldus moge bekend maken en
hoe ver hetzelve, wat aangaat zyne accommodatie
al of niet geschikt is, voor zijne terugreis, en
waaromtrent wij zijn antwoord zouden af„
„wachten; terwijl de Heeren Burg & Jutting als
eigenaren van de hiervorengemelde brik Lisette,
werden aangeschreven om, aangezien de voor„
„noemde Luitenant Kolonel naar het moeder
„land zal te rug keeren, en de voorzeide brik
de eerste gelegenheid daartoe aanbiedt, de noo„
„dige schikkingen te willen doen maken,
zoodanig dat die officier de reis naar het
moederland, met het gemelde vaartuig zoude
kunnen aannemen, tegen voldoening van de
bij het Gouvernement vastgestelde vracht.
en dat het ons aangenaam zoude zyn, te
gelijk met hun antwoord hierop, met den
zeildag des vaartuigs te worden bekend
gemaakt.
No„ 294.
Daar de gewerene Adjunt Fiscaal M:r
H. R: Haijunga, ons in dato 25:e mei ll
(zie het verhandelde onder n„o 255) heeft ken„
„nis gegeven dat de zaken hangende contra
de persoonen van L: Boije & D. Cohen Hen„
„riquez, bij de zitting van den Raad van Ci„
„vile en Criminele Justitie alhier, op den 1:e
dezer;
Junij 12:
185
dezer zouden voorkomen, werd hij aange=
„schreven dat wij verlangen te vernemen hoe
ver de procedures daarin, op dien dag gevor„
„derd zijn.
No. 295.
De magazijnstaat van de maand Mei
lb, en de daarbij behoorende stukken, zijn in
duplo ingezonden.
No. 296.
Is gelezen eene missive van de kooplieden
Bing & Jutting dd 13:e dezer, tot antwoord
op onze aanschrijving van gisteren, (zie het
verhandelde onder n„o 293,) opzigtelijk het
vertrek van den Luitenant kolonel D J. van
desinde naar het moederland, met het brik
schip Lisette, schipper P. P: Akkerman, zie
de missive onder N„o 114, dewelke voor infor„
„matie wordt gehouden.
No. 297.
Is, in duplo, ontvangen de maandelijksche reke„
„ning van den ontvanger Generaal over de maand Mei
lb, welke rekening om voldoende redenen niet
eerder had kunnen worden ingezonden.
N„o 298.
Gelezen zijnde eene missive van den gewe„
„zenen Adjunct Fiscaal M:r H. R: Haijunga
dd 13:e dezer, tot antwoord op onze aanschrij„
„ving van den 12:e dezer, (zie het verhandelde
onder N„o 294) om te worden geinformeerd
hoe ver de procedures in de hangende zaken
Contra L: Boije & D: Cohen Henriquez
gevorderd zyn zie de missive onder N„o 11
Is
186
Juny 13. Is goedgevonden en verstaan: de twee eerste
afdeelingen der gemelde missive te houden
voor informatie, en op de volgende derde
afdeeling den voornoemden gewezenen Adjunt
Fiscaal te rescriberen: dat, daar wij de pligt„
„betrachting en ijver van ambtenaren beoor„
„deelen en diens overeenkomstig handelen alle
vooronderstellingen dat iemand, onder eenig
voorwendzel, eenen ambtenaar, in de ach„
„ting en het vertrouwen waarin hij bij ons
mogt staan, konde te kort doen, zeer onge„
grond en ongepast zijn.
No. 299.
14. Op verzoek van den Luitenant Kolonel
Kommandant der Troepen, is er een krijgs„
„raad benoemd over den Jager Naalis, de„
„welke wegens insubordinatie is aangeklaagd
geworden.
No. 300
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien ad inte„
„rim, dd 14:' dezer n„o 278, houdende ver„
„zoek ter bekoming van autorisatie om het
verschuldigde door eenige daarin genoemd
zijnde behoeftige belastingschuldigen te mogen
afschrijven. Zie de missive onder N„o 116.
Is goedgevonden en verstaan, in des Raad
Contrarolleurs hiervorengemeld verzoek te be„
„rusten, en denzelven te autoriseren, zoo als
geschiedt bij deze, om het verschuldigde door
de in zyne voormelde missive bedoeld wor„
„dende behoeftige belastingschuldigen af te
schryven.
hem
Junij 14.
187
Een afschrift hiervan, zal aan den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinterim„
tot informatie, worden toegezonden.
No. 301.
De Commissie, bij onze dispositie van den 1„e
dezer n„o 262, benoemd tot de inspectie van de
goederen aangebragt met het brikschip Martha
& Elisabeth, kapitein G. Swart, en welke door
den officier van wapening en kleeding in ont„
„vang zyn genomen, hebben proces verbaal,
hunner bevinding, in triplo, ingezonden.
N„o 302.
De persoon van Telix Guaderrema heeft
als vaste Ingezeten alhier den gewonen eed van
getrouwhied aan Zijne Majesteit den Koning
afgelegd.
N„o 303.
16 Raad gehouden. Zie de Notulen van heden
No. 304.
Bij ons ontvangen zijnde van den President
adinterim van den Raad van Civile en Crimi„
„nele Justitie alhier, de behedigde responsiven
van Juan Bantista Hernandez op de interro„
„gatorien die vervat zijn in den bij ons ontvan„
„gen requisitorialen brief van den Heer Jose
Duarte, Intendent Generaal van het Leger en
Gedeputeerde Opper-Intendent adinterim van
het koninglijk Tol-kantoor der Provintien van
venezuela & b:a, en welke requisitoriale brief
in dato 5e: Mei lb aan den voornoemden Pre„
„sident adinterim is toegezonden geworden, met
invitatie om het interrogeren van den genoemden
Junij 17.
18.
19.
188
J: B: Hernander te bewerkstelligen of doen
bewerkstelligen zie het verhandelde op den 5:e
Mei ll onder N„o 233.
Is goedgevonden en verstaan: de hiervorenge„
„melde responsiven van J. B. Heernander, met
eene geleidende missive, aan den Heer Inten„
„dent Generaal voornoemd te doen toekomen
Niets bijzonders voorgevallen.
No. 305.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinte„
„rim dd 19:' dezer N„o 285, als mede de daar„
„bij ingezondene kopijen van brieven door hem
aan den Magazijn meester van alle magazij„
„nen geschreven en van denzelven oertvangen,
allen betrekkelijk het op ultimo December 1879.
te kort komende brood en de aanzuivering
van dat te kort zie de missive en bijlagen
onder N„os 117 118 119.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Te berusten in de gegronde aanmerking
van den Raad Contrarolleur Generaal der
Financien adinterim in zijnen brief van den
15:e dezer n„o 281 aan den Magazijn meester
van alle magazijnen, aangaande het aan de
officieren dezes Garniroens verschuldigde brood,
hetwelk op ultimo April ll nog onder den
bakker was, behelzende die aanmerking: dat
zulks geene naauwkeurigheid aan den kant
van den Magazijnmeester te kennen geeft, en
dat dezelve tegen deszelfs instructie handelt
met reeds vervallen en in uitgaaf gebragte
rantsoenen
Junij 19
189
rantsoenen, welke gevolgelijk ook reeds uitge„
„keerd dienden te zijn, in het magazyn en
onder den bakker te laten berusten.
2„o Dat uit x dien hoofde het bijgewerkte
en uitgeleverde brood tot ultimo April ll,
zijnde 3148 ponden zal worden gehouden
in mindering van het verschuldigde op ultimo
December 1819; weshalve de Magazijn meester„
wegens het tot dien tijd te kort komende meel„
in zoo ver zal moeten worden ontlast, en wel
zulks nog dewijl de Magazijn meester, inge„
„volge de bemerking van den Raad Contrarollens
in zijne harvorengem:e missive N„o 281, en
welke door hem Magazijn meester niet is
tegengesproken, heeft te verstaan gegeven dat
het geledene verlies gedeeltelijk vergoed was en
het onbrekende spoedig zouden worden vergoed.
3„o Dat 1011 ponden brood welke de bakker sedert
ultimo April tot ultimo Mei lb is achteruit„
gegaan en door den Magazijnmeester op zijnen
staat geleden is, door denzelven, namelijk den
Magazijn meester moeten worden goedgemaakt,
gelijk alle verdere dusdanige verliezen voor
zijne rekening zullen zijn, wanneer hij zich
daartegen niet verzet en in gebreken mogt
blijven daarvan rapport te maken.
4:o Dat wij ons hierover niet verder zullen
inlaten, maar ernstiglijk op het nakomen
dezer onze dispositie aandringen, doordien wij
vermeenen te dezer zake genoegzame inlich„
„ting uit de voorzeide missive en bijlagen,
doch bijzonderlijk uit de daaronder begrepen
zijnde
Junij 19. zijnde antwoorden van van den Magazijn
meester te hebben bekomen, waardoor geene
verdere correspondentie ten deze opzigte zal
plaats hebben.
Afschriften hiervan, zullen aan den Raad
Contraralleur Generaal der Financien adinterim
en aan den Magazijn meester van alle maga„
„zijnen, tot derzelver respective informatie en
narigt, worden toegezonden, terwijl de Raad
Contrarolleur, bij ontvangst dezer dispositie,
voor derzelver nakouang zal hebben te zorgen
N„o 306.
Zijner Majesteits korvet de komeet heden
avond voor deze Haven aangekomen zijnde
heeft de kapitein Luitenant ter zee J. Blom,
kommandant van de voorzeide korvet ons
per missive van zijne aankomst kennis ge„
„geven en tevens verwittigd van gereed te zijn
om convooi naar de Spaansche kust te ver„
„leenen. Zie de missive onder n„o 120
N„o 307.
20. Heden morgen hebben wij den kapitein Luiten.
ter zee H. W: de quartel, kommanderende Z
M: Brik de Merkuur, in deze Haven liggende
doen aanzeggen om de pasjaar vlag van de
voormelde brik te laten waaijen, ten einde de
naar de Havens van Puerto Cavello en La Gua„
„ra bestemde vaartuigen op te nemen en de sch
„pers derzelve aan te zeggen om, den 22:e dezer
te acht ure ’s morgens, zee te kiezen om zich
onder Convooi van Z. M: Corvet de Komeet te
begeven.
Hiervan.
Junij 20.
191
Hiervan werd aan den kapitein Luit:t ter zee
J. Blom, kommanderende Z. M: korvet de
komeet kennis gegeven, met invitatie om met
de voorzeide korvet, ten bestemde tijde, voor deze
Haven te komen, ten einde de bedoelde vaartuigen
waarvan eene lijst aan hem zoude worden toe„
„gezonden, onder convooi te nemen; terwijl hem
tevens werd verwittigd dat, bij zijne aankomst
voor Puerts Cavello en La Guaira, het noodig zoude
zijn dat hij eenige dagen aldaar vertoeve, om de
naar dit eiland bestemde vaartuigen, wanneer
dezelve gereed zijn, herwaarts te geleiden; zoo
mede dat, daar de handel tusschen dit eiland
en de spaansche kust, niet alleen onder de
Nederlandsche vlag, maar ook onder vreemde
vlaggen gedreven wordt, en door Z. M: Schepen
op deze station, volgens bestaande orders, aan
vreemde vaartuigen ook, dewelke in deze Haven
zijn afgeladen of naar dit eiland bestemd zijn
doch niet gewapend zijnde, even als aan de
Nederlandsche vlag de vereischte bescherming
wordt verleend.
N:o 308.
Gelezen zijnde een rekwest van Abraham
senior Junior, te kennen gevende dat de eerste
proclamatie van zijn voorgenomen huwelijk
met Rachel Calvo, op Zondag den 18:e dezer ge„
„schied is, met verzoek dat de twee volgende
geboden op aanstaande zondag, den 25:e dezer
in eens mogen doorgaan en zijn voormelde
huwelijk, ingevolge de wetten van den Lande
moge worden gesolemniseerd, zie het rekwest
onder
Junij 21. onder n„o 38, hetwelk aldus nog luidt.
(F. I.)
Is goedgevonden en verstaan: aan den re„
„kwestrant te verleenen, dispensatie van afkoo„
„diging zijner nog vereischt wordende huwelijk
geboden op twee achtereenvolgende zondagen, en
dienvolgens ter permitteren, zoo als geschiedt bij
„deze, dat dezelve geboden op aanstaande zondag
den 25:e dezer in eens worden afgekondigd en
zyn voorgenomen huwelijk met Rachel Calve
als dan worde gesolemniseerd.
Afschriften hiervan zullen worden afgege
„ven aan den Rekwestrant en verder daar het
behoort om te strekken tot respective informatie
en autorisatie van dien het aangaat.
N„o 309.
De Raad Contrarolleur Generaal der Financien
„adinterim heeft, in triplo, ingezonden de proces
„sen verbalen der, op den 9 & 13:e dezer, gehoude„
„ne inspectien door de, bij onze dispositie van
den 1„sten dezer N„o 262, benoemde Commissie tot
het inspecteren der militaire rantsoenen aange„
„bragt met het brik schip Martha & Elisabeth,
gevoerd door schipper G. Swart.
En na examinatie der gemelde processen verbaal
Is goedgevonden en verstaan: den Raad Con„
„trarolleur Generaal der financien adinterim
bij deze aanteschrijven, om de in het proces ver„
„baal n„o 1 vermelde tachtig vaten meel door
den waagmeester in de tegenwoordigheid van
hem en van den Magazijn meester van alle
magazijnen te doen wegen, het bevonden gewigt
van
Junij 21.
193
van elk vat daarop te stellen, en deze partij
meel aldus gewogen ter verantwoording van den
magazijn meester te laten; voorts eene naauwken„
„rige lijst daarvan, met vermelding der nummers
van de onderscheidene vaten, benevens van het
factuurs gewigt en van dat hetwelk zal bevonden
worden, en duplo, te doen opmaken om na behoor
„lijk onderteekend te zijn, onder hem Raad Contra
„rolleur Generaal en den Magazijn meester, res„
„pectivelijk, te berusten.
Een afschrift hiervan, zal aan den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinterim„
tot informatie en narigt, worden toegezonden.
N„o 310
22. De naar de Havens van Pieerto Cavello en La
Guaira bestemde vaartuigen, ingevolge lijst aan
den kommanderende officier van Z: M: Korvet
de komeet toegezonden, hebben zich heden morgen
bij de gemelde korvet vervoegd om, onder bescher„
„ming van dezelve, naar derzelver destinatie
te zeilen.
N„o 311
23. Gelezen zijnde een rekwest van Jendith, weduwe
van Gabriel Pinedo, houdende verzoek om het
lijk van haren man, buiten hare prejuditie
ter aarde te doen bestellen. Zie het rekwest onder
N„o 39, hetwelk aldus nog luidt:
/F.J./
Is goedvonden en verstaan het verzoek van de
rekwestrante te accorderen, zoo als geschiedt bij
deze; mits niemand zich daartegen stelle, en in
Cas
194
Cas van abintestato, daarvan worde kennis Junij 23.
gegeven, ter weeskamer daar het behoort.
Een afschrift hiervan, zal aan de rekwestrant
tot informatie, worden afgegeven
N„o 312.
Fiat executie verleend op een vonnis door den
daartoe benoemden krijgsraad gewezen Contra
Willem Nalis, soldaat bij de 2:e Kompagnie
van het Bataillon Jagers N„o 28, dewelke, wegens
insubordinatie, is gecondemneerd geworden tot de
straf van de Kruiwagen gedurende den tijd van
twee Jaren.
24 & 25. Niets bijzonders voorgevallen.
N: 313.
26. Gelezen zijnde een rekwest van Philip Lodewijn
Loude, dienende als Opperstuurman aan boord
van Z. M: brik de Merkuur, gecommandeerd
door den Kapitein Luitenant ter zee H. W. de
quartel, houdende verzoek om honorabel ont„
„slag uit zijner Majesteits dienst te bekomen
zie het rekwest onder n„o 40, hetwelk aldus
nog luidt.
(F. I.)
En gelet op de aanteekening van den voor
„noemden Kapitein Luitenant ter zee H. W.
de quartel, in margine van het voormelde
rekwest gesteld.
Is goedgevonden en verstaan: denzelven kapi„
„tein Luitenant de quartel bij deze te autoris„
„seren om aan den rekwestrant Philip Lode„
„wijk Londe honorabel ontslag als opperstuur
man
Juny 26.
27.
. 28.
195
man in zyner Majesteits dienst te verleenen.
Een afschrift hiervan, zal aan den gen:en
kapitein Luitenant de quartel, tot informatie
en autorisatie, worden toegezonden.
N„o 314.
Op verzoek van den Luitenant Kolonel en
Kommandant der Troepen, is er een krygeraad
benoemd over de Jagers Trompe & Hackers,
dewelke van diefstal beschuldigd zijn.
N„o 315.
Raad gehouden. Zie de Notulen van
heden.
N„o 316.
Zijner Majesteits brik de Merkuur, is heden
uitgezeeld om Convooi naar de Havens van
Puerto Cavello en La Guaira te verleenen.
No. 317.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad Fis.
„caal adinterim, dd 28:e dezer n„o 37, in zake
waarin hij Contra den gewezenen ontvanger
Generaal Matthias Schotborgh Gt ageert,
strekkende ten geleide van vijf documenten,
van L:a A: tot E, betrekkelijk de voorzeide
zaak, waaromtrent de verdere Criminele pro„
„cedures, ingevolge L:a E provisioneel in statu
blijven, tot de decisie der Civile zaak in's
Gravenhage, en houdende voorts verzoek om
te mogen hebben eene ordonnantie op de kolo„
„niale kas van een honderd en vijftig guldens
Holl: ter goede rekening, tot goedmaking der
onkosten van de poursuites der procedures voor
het
Junij 28.
29.
het hoog Geregtshof in het moederland, welke
montant als dan, bij wissel, kan worden
overgezonden zie de missive onder N„o 121.
terwijl de bijlagen derzelve, benevens nog zes
andere op den 24:e Maart dezes Jaars ingeko„
„mene stukken de voormelde zaak regarderende
afzonderlijk aan het Ministerie voor het Publi
„ke onderwijs, de Nationale Nyverheid en de
Kolonien zullen worden toegezonden.
Is goedgevonden en verstaan: den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinterin
bij extract dezes, te doen toekomen kopij van
het document Sub L:a D, zijnde sententie
tusschen den vendu meester C:a Jacob en Abra„
„ham Naar, houdende opschorting van verder
regterlijke poursuites tot de finale decisie en
cas d'appel bij het Hoog National Geregtstraf
in's Gravenhage, met kennis geving aan den„
„zelven, dat aan den Raad Fiscaal adinterim
zal worden uitgereikt de door hem verzochte
ordonnantie op de Koloniale kas ter Somma
van een honderd en vijftig guldens NB ten
einde als hiervoren is uitgedrukt, waarvan
de Raad Fiscaal adinterim informatie zal
bekomen.
N„o 318.
Het Nederlandsche driemast schip genaamd
Sara Maria, gevoerd door Schipper Pieter
Bostijn, is heden, tegen den avond, van Am„
„sterdam gearriveerd, mede brengende vivres
ten behoeve der Troepen alhier, en de volgende
aanschryvingen
Junij 29.
197
aanschrijvingen van het Ministerie voor het
Publicke onderwijs, de Nationale Nijverheid en
de Kolonien.
te weten.
Originelen van 1820, waarvan geene dupli„
„katen zijn ontvangen.
N„o 813 dd 14 April
„ 9/14 „ 18 d„o
6/15 „ 24 d„o
„ 2/16 „ 27 d„o
als mede nog de volgende duplikaten van welke
de originelen reeds zijn ontvangen
N„o 1481 dd 3 December 1819.
16/82
2/83 15
„ 9/1 21 Januarij 1820
„ 31 „
1 Februarij
„ ¾ „ „
19/7
„ 25
6/11
10 April „ 1/12
In het voorzeide schip zijn van verlof te rug
gekeerd: de Heer I. W: G: Jutting, Lid van het
Collegie van Commercie en Zee-zaken, de kapi„
„tein bij het bataillon Jagers n„o 28 R. T. van
Raders
Junij 29.
30.
198
Raders en de klerk ter Secretarij van den Raad
van Civile en Criminele Justitie, Isaac Johan„
„nes Elsevier Junior.
No. 319.
Nader gelezen zijnde twee resolutien van zijne
Excellentie den Minister voor het Publieke onder
„wijs, de Nationale Nijverheid en de Kolonien,
dd 24:e & 27:e april dezes Jaars n„o 6/15 & 2/10,
met de geleidende missiven van dezelfde datum
en nummers ontvangen, met dewelke ons zijn
ter hand gekomen de factuur en het Cognos
„sement van de militaire rantsoenen afgeladen
in het schip Sara Maria, gevoerd door Schipper
Pieter Bostijn, hetwelk gisteren in deze Haven
is aangekomen.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Kopijen van de factuur en van het Cognosse„
„ment, respectivelijk, te doen toekomen aan den
Raad Contrar: Gen:l der financien ad int: & den
Magazijn meester van alle magazijnen, met
autorisatie op den laatstgemelden om de gezegde
rantsoenen in ontvang te nemen en daarvan
processen verbaal in triplo, als naar gewoonte
en op den bepaalden tijd, in te zenden.
2„o Tot de inspectie dezer rantsoenen te benoemen
den Raad Contrarolleur Generaal der Financien
adint: den Magazijn meester van alle maga„
„zijnen, de Kapiteins A. Dietz & C Bauer
en de kooplieden Hendrik Leijer & J: N. C:
Jutting; zullende de voornoemde officieren
en kooplieden hiervan, op de gewone wijze,
kennis
Junij 30.
199
kennis bekomen.
3„o Dat, van deze inspectie, processen verbaal,
in triplo, zullen worden opgemaakt en aan
ons toegezonden.
Afschriften hiervan, zullen aan den Raad
Contr: Generaal der financien adint: en den
Magazijn Meester van alle magazijnen, tot
informatie en narigt, worden afgegeven.
N: 320.
Nader gelezen zijnde eene resolutie van zijne
Excellentie den Minister voor het Publieke
onderwijs, de Nationale Nijverheid en de kolo„
„nien, dd 14 April 1820 N„o 8/13, met de mis„
„sive van dien datum en van hetzelfde nummer
ontvangen, houdende kennisgeving dat aan
den Kapitein Reinier Fredrik van Raders,
van het Bataillon Jagers N„o 28, bij expiratie
van deszelfs verlof onder ultimo maart lb,
en alzoo, van en met den eersten der maand
April wordt geaccordeerd het genot van het
volle Koloniaal tractement aan zijnen rang
verknocht en betaalbaar in de Kolonie echter
zonder rantsoenen, welke zullen gerekend wor„
den in te gaan met den dag van deszelfs
aankomst op Curaçao; zijnde aan den kapitein
van Raders, bij zijne op handen zijnde te rug
reis naar Curaçao met het schip Sara Maria
afgegeven het vereischte Certificaat van ophou„
„ding van betaling, en aan denzelven door
het Ministerie geenerhande voorschot van
tractement verstrekt geworden.
Is
200
Junij 30. Is goedgevonden en verstaan: het vorenstaan
„de, bij extract dezes, ter kennis van den
Raad van administratie van het Garnizoen
alhier, tot narigt, te brengen
N„o 321.
„ Nader gelezen zijnde eene aanschrijving van „
zijne Excellentie den Minister voor het Publieke
onderwijs, de Nationale Nyverheid en de Kolonie
tot 18:en April 1820, n„o 9/14, ten geleide van de
exemplaren der, bij besluit van zijne Majesteit
den Koning, dd 21 Maart deszelven Jaars
N„o 32, gearresteerde Instructie voor den Groot
meester der artillerie, ten einde, ter executie
van dezelve, zoodanig gebruik daarvan word
gemaakt, als wij zullen noodig oordeelen.
Is goedgevonden en verstaan: een der exem
„plaren van de voormelde Instructie, bij ex„
„tract dezes, aan den Majoor & Kommandant
der Artillerie D: W: Dursteler, tot zyne infor„
„matie en narigt, te doen toekomen.
N:o 322.
De klerk ter Secretarij van den Raad van
Civile en Criminele Justitie op dit eiland,
Isaac Johannes Elsevier Junior, dewelke,
bij Gouvernements dispositie, dd 2:e July 1819
N„o 298, verlof voor den tyd van twaalf maar
„den verkregen had om zich naar het moe
„derland te begeven, gisteren op dit eiland te
rug gekeerd zijnde, zal op den 1:en der aan„
„staande maand Julij wederom in functie
treden gelijk hij daartoe bij deze wordt aange
„zegd; wordende dien ten gevolge de persoon van J C: Hueck
dewelke
Junij 30.
201
dewelke den voormelden post, gedurende de afwe„
„zigheid van Isaac Johannes Elsevier Junior
heeft waargenomen, van de verdere waarne„
„ming van dien, hierbij ontslagen.
En zullen afschriften hiervan aan den Pre„
„sident adinterim van den Raad van Civile
en Criminele Justitie, den Raad Contr: Generaal
der Financien adint:, den klerk I: I. Elsevier
Junior en den persoon van J. C. Hueck, res„
„pectivelijk, tot informatie en narigt, worden
toegezonden.
N„o 323
Fiat executie verleend op eene sententie door
eenen daartoe benoemden Krijgsraad gewezen
Contra Jordaan Stackers, soldaat bij de 3:e
Kompagnie van het 28:e battaillon Jagers, de„
„welke zich aan de misdaad van diefstal heeft
schuldig gemaakt en gecondemneerd is gewor„
„den tot de straf van stokslagen, ten getalle
van een honderd, en als eerloze schelm te wor„
den weggejaagd.
N„o 324
Vermits de Heer I. W. G. Jutting, Lid van het
Collegie van Commercie en zee-zaken op dit
eiland, dewelke op den 8:e Mei 1818 verrof bekomen
had om naar het moederland te vertrekken, den
29:e dezer alhier te Lande, is teruggekeerd
Is goedgevonden en verstaan
1:o Aan het Collegie van Commercie en zee-zaken
van de terugkomst van den voornoemden Heer
J. W: G. Jutting bij deze kennis te geven.
2:o Den Heer Jan Hendrik Schieling, die op den
15.e
Junij 30.
Hill:
202
15. der vorengemelde maand Mei tot geassu„
„meerd Lid in het voorzeide Collegie, gedurende
de afwezigheid van den voornoemden Heer
J: W: G: Jutting, is benoemd geworden; hierby
van de verdere waarneming van dien post te
ontslaan en denzelven te bedanken voor den
dienst dewelke hij, als geassumeerd lid in het
opgemelde Collegie, aan deze Kolonie heeft
bewezen.
Een afschrift dezer dispositie zal aan het
voormelde Collegie en een extract derzelve, en
zoo ver zulks den Heer J: H: Schieling aan
„gaat, aan denzelven, tot informatie en na
„rigt, worden toegezonden.
Van Starckentorp
1820.
Julij 1.
203
No. 325
Gelezen zijnde een Rekevest van Felix Guader
„rama, geleidende eene verklaring tot bewijs dat
hij het beroep van Apotheker heeft waargenomen
en houdende verzoek om eene Apotheek te mogen
oprigten, welk verzoek geappuijeerd wordt door
eenige Ingezetenen dezes Eilands, dewelke de onder
het rekwest gestelde declaratie hebben ondertee„
„kend, zie het rekwest, verklaring en declaratie
onder N„o 41, dewelke aldus nog luiden:
/ F: I:/
En gelet op het voormelde appui van de Inge„
„zetenen, ten aanzien van des rekwestrants ver„
„zoek; als mede dat de medicinae Doctor J. L:
Cabreva, & de bovengemelde verklaring, wegens
des rekwestrants bekwaamheid en bevoegdheid tot
het beroep van Apotheker, mede heeft ondertee„
„kend
Is daarop goedgevonden en verstaan: des
Rekwestrants verzoek te accorderen en denzelven
dienvolgens te permitteren, zoo als geschiedt bij
deze, om eene apotheek op dit eiland op te rigten„
Een afschrift hiervan, zal aan den rekwel„
„trant, tot informatie, worden afgegeven.
N:o 326.
De Raad Contrarolleur Generaal der Finan„
„cien adinterim ingezonden hebbende eene petitie
van den Magazijn meester van alle Magazijnen
wegens benoodigdheden in's Lands magazijnen
gedurende.
Julij 1.
204
gedurende het derde kwartaal dezes Jaars,
En de gemelde petitie gezien en geexamineerd
zijnde.
Is goedgevonden en verstaan dezelve petitie
door ons als gezien onderteekend, aan den
Raad Contrarolleur Generaal der Financien
adinterim, bij deze, te rug te doen toekomen, en
denzelven hierbij te autoriseren, om op den Ma
„gazijn Meester het zij in eens, of van tijd tot
tijd, zoo als hij zal oordeelen meest overeenkom
„stig eener goede en geregelde directie te zijn, an„
torisatie te verleenen tot den aankoop der op
de petitie aangevraagde benoodigdheden.
Een afschrift hiervan, zal aan den Raad
Contrarolleur Gen:l der Fin:n adinterim, tot infar„
„matie en narigt, worden toegezonden.
2. Niets bijzonders voorgevallen.
N:o 327.
Op het Ministerie voor het Publieke onder„
wijs, de Nationale Nijverheid en de Kolonien,
getrokken drie wissels van N:o 53 tot N„o 55.
ten bedrage van ƒ 6291.35:st of P„s 4638.2.1
tot betaling van militaire tractementen en Soo
„digen over de gepasseerde maand Junij.
N„o 328.
Gelezen zijnde eene missive van den Linte„
„nant Kolonel D.J. van de Linde, Komman„
„dant van het Bat. Jagers N„o 28 en der troepen
alhier, dd 3:e dezer, waarin hij zwarigheid
maakt om met het brikschip van de Heeren
Bing & Jutting genaamd Lisette, gevoerd
door Schipper P: P: Akkerman, de reis
naar
Iulij 3.
205
naar het moederland te ondernemen, uit hoofde
hij, door deskundige zeelieden, welke de reis
meermalen hebben gedaan, is geinformeerd ge„
„worden, dat het bedoelde brikschip geene be„
„kwame scheepsgeligenheid is om te repatriëren
en stellig is afgeraden de reis met hetzelve
te ondernemen; waarvan hij de eer heeft ons
te informeren. Zie de missive onder N„o 122.
En overwegende: dat de Heer D. Beng„
mede eigenaar van het hiervorengemelde brik
schip, op ons ernstig verzoek, heeft aangenomen
om, en tevens verzekerd heeft dat op het voor
„melde vaartuig zoodanige inrigting zal
plaats hebben, welke aan den genoemden Lui„
„tenant Kolonel zoo veel gemak als mogelijk
is, zal kunnen bezorgen; met betuiging tevens
dat het vaartuig in alle opzigten tot de reis
bekwaam is.
Is daarop aan den voornoemden Luitenant
Kolonel, tot antwoord op zijne voormelde mis„
„sive, te kennen gegeven: dat wij, op dergelij„
„ke informatien, niet kunnen afzien van ons
voornemen, om hem, ter voldoening aan ’s ko„
„nings besluit, met het opgemelde vaartuig
naar het moederland te doen vertrekken, te
meer, om dat wij voldoende berigten aangaande
hetzelve hebben ingewonnen en onze aanschrij„
„ving van den 12:en Junij ll N„o 98 (waarop wij
sedert eenige dagen geleden een antwoord heb„
„ben verwacht) eeniglijk bedoelt zijne accomo„
„datie, waaromtrent hij geene zwarigheid
„schijnt te hebben, en naar ons inzien geene
hebben
Julij 3.
206
hebben kan, doordien de eigenaars ons de verze„
„kering hebben gegeven, dat alles zal worden
ingerigt om hem zoo veel gemak te bezorgen
als mogelijk zal zijn. — Dat indien er dus
werkelijk redenen bestaan, welke het ongeraden
maken, dat hij Luitenant Kolonel, de reis naar
het moederland; met het voorzeide brikschip
Lisette onderneme, wij dan van hem vorderen
de spoedige inzending van eene declaratie
door die bedoelde deskundige zeelieden, onder
presentatie van eede, onderteekend, waarin
opgegeven worden de redenen waarom het
brikschip de Lisette geene bekwame scheepsgele„
„genheid is om te repatriëren, en die hem
bewogen hebben hem Luitenant Kolonel Stel„
„lig af te raden de reis met hetzelve te onder„
„men; waarna wij zullen disponeren, zoo als
wij bevinden zullen overeenkomstig zijner
Majesteits bevel te behooren; zullende hij
zich echter reisvaardig houden, om zich, op
de eerste order, naar het moederland in te
schepen.
N„o 329.
zijn ingezonden de verantwoording stukken
van het militaire Hospitaal, over de gepas„
„seerde maand Junij en het tweede kwartaal
dezes Jaars.
N„o 330
Zijner Majesteits brik de Merkuur is heden
van Saljuaira binnen deze Haven te rug
gekeerd.
Julij 5.
N.o 331.
Op verzoek van den Luitenant Kolonel, kom
„mandant der Troepen, is er een krijgsraad be„
„noemd over de volgende militairen namelijk
Den Jager Holwich, als deserteur.
Den Jager Preudentien, wegens insubordinatie
Den Jager Schuur, mede wegens insubordinatie.
N„o 332.
De Magazijn Meester van alle magazijnen,
heeft ingezonden, processen verbaal, in triplo,
van den staat waarin de fustaadjen met mi„
„litaire rantsoenen, op den 29e dezer, met het drie
mastschip de Sara Maria, Schipper Pieter Bos„
„tijn, aangebragt, zijn ontvangen.
N.o 333.
Gelezen zijnde een rekwest van den Kapitein
der Artillerie P: C: Simon, houdende verzoek
om voor een Jaar te mogen repatriëren. Zie
het rekwest onder N„o 42, hetwelk aldus nog
luidt.
/ F: J /
Is goedgevonden en verstaan aan den rekwes„
„trant te verleenen, zoo als aan hem verleend
wordt bij deze, verlof voor den tijd van twaalf
achter een volgende maanden, om naar het
moederland, tot afdoening van famillie zaken
te vertrekken; ingaande dit verlof met den
dag van zijn vertrek uit deze Kolonie, onder
genot van zoodanig gedeelte zijns tractements
als bij het Ministerie voor het Publieke onder„
„wijs, de Nationale Nyverheid en de kolonien
zal worden bepaald.
Een afschrift hiervan, zal aan den rekwes„
„trant
Julij 5.
208
„trant, tot informatie en om hem te strekken
tot acte van verlof, worden uitgereikt, terwijl
van dit verleende verlof aan den Luitenant
Kolonel Kommandant der Troepen zal worden
kennis gegeven.
N:o 334.
zijn, in triplo, ontvangen Generale staat der
voornaamste artillerie behoeften, zich den 1.e dezer„
maand, op dit eiland bevindende; en extract
uit het dagregister der ontvangsten en uitga„
„ven bij de magazijnen van artillerie alhier
in het tweede kwartaal dezes Jaars.
N„o 335
Gelezen zijnde een rekwest van Maria
Margaretha Wensel, houdende verzoek om
het lijk van haren man Francisco Luijando,
buiten hare prejuditie, te mogen doen begra„
„ven. zie het rekwest onder N„o 43, hetwelk
aldus nog luidt.
(F. I.)
Is goedgevonden en verstaan het verzoek
van de rekwestrante te accorderen, zoo als
geschiedt bij deze, mits niemand zich daarte„
„gen stelle en, in cas van abintestato, daar
van worde kennis gegeven ter weeskamer
daar het behoort.
Een afschrift hiervan, zal aan de rekwes„
„trante, tot informatie worden afgegeven.
N:o 336.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Fiscaal adinterim, dd 7.e dezer N„o 115, geleiden„
„de twee documenten door hem van de Par„
„ nassim
Julij 7.
209
„nassim der Joodsche gemeente ontvangen, en
bij wijze van interpretatie der Publicatie van
den 6:e Junij lb, ons welmeenen vragende, of
krachtens het eerste artikel, de openbare begra„
„venisplegtigheden en het bidden aan de Sterf„
„huizen mede behooren geweerd te worden van
hen die zich van de Joodsche gemeente hebben
gesepareerd, ten einde zich daarnaar te kunnen
reguleren. Zie de missive onder N„o 123.
Gezien de voorzeide documenten en gelet op
onze bedoelde publicatie van den 6:e Junij lb
Is goedgevonden en verstaan: den Raad Fis„
„caal adinteren, tot antwoord op zijne voormel„
„de missive, bij deze aanteschrijven dat alle Gods„
dienstoefening, zoo wel bij begravenissen als ander„
„zins, welke niet geschieden volgens de bepalingen
en voorschriften van het kerklijk Reglement der
Joodsche gemeente alhier krachtdadig en met
de uiterste gestrengheid der wetten, moeten wor„
„den tegengegaan; aangezien wy van oordeel
zijn, dat de rust en goede orde in deze kolo„
nie zulks vorderen.
Een afschrift hiervan, zal aan den Raad
Fiscaal adinterim, tot informatie en narigt,
worden ter hand gesteld, en zullen daarbij aan
denzelven worden terug gezonden. de hiervoren„
bedoelde documenten, van welke kopijen tot
bijlagen dezes onder N„os 12¼ en 125. worden
gehouden.
N„o 337
De stukken betreffende den geneeskundigen dienst
over het tweede kwartaal dezes Jaars, zyn
heden.
Julij 8.
10.
210
heden ontvangen.
N„o 338.
Zijner Majesteits Korvet de Komeet, is heden
van Saljuaira voor deze haven te rug gekeerd,
onder convooi hebbende een vaartuig naar
dit Eiland gedestineerd.
N:o 339.
Op een rapport van den Kapitein Luitenant
ter zee J: Blom, Kommanderende Z. M:
korvet de Komeet, voor deze Haven Kruisen
„de, dd 9:e dezer N„o 38, hetwelk gisteren bij
ons ontvangen en onder N„o 126 te vinden is.
werd heden het volgende antwoord gege„
„ven: Bij ontvangst van uwelEd: Gestrengen
rapport van den 9:e dezer N„o 38, waaren uwelEd
Gestr verzoekt, dat ik order zoude stellen, ten
einde aan uwelEd Gestr drie stukken houts
worden verstrekt, tot het herstellen der schade,
welke Z. M. Korvet de komeet, in het opwer„
„ken naar de Spaansche Kust, heeft geleden,
heb ik den Kapitein Luitenant ter zee H. W.
de Quartel verzocht, om zich te belasten
met de bezorging van de bedoelde stukken
houts, ten koste en voor rekening van uwelEd
Gestr:, en de genoemde Kapitein Luitenant heeft
op zich genomen zulks ten uitvoer te brengen.
Ofschoon de dienst van Z. M: voormelde
korvet, in het verleenen van Convooi, niet
terstond benoodigd is, zoo blijft het echter ze„
„ker, dat de veiligheid van den Handel en de
scheepvaart dezer kolonie, het verblijf van
dien bodem in deze zeeën, zoo lang als zulks
doenlijk
Julij 10. doenlijk is, dringend vorderd; dan, vermits
ik omtrent de noodzakelijkheid van deszelfs te
rug reis niet kan oordeelen zoo laat ik dit
punt geheel en al aan uwelEd Gestr over, met
invitatie nogtans om, ingeval uwelEd Gestr
de reis naar Suriname, terstond na de her„
„stelling der geledene schade, mogt aannemen„
na aldaar gerevictualieerd te zijn, overeenkom„
„stig zijner Majesteits bevel, den Kruistogt in
deze wateren te hervatten."
„Ik zal den Commandeur op het eiland
Bonaire, de noodige orders doen toekomen
om de ververschingen welke aldaar, van
's Lands wege, kunnen worden verstrekt, aan
uwelEd. Gestr te doen geworden."
N:o 340.
Gelezen zijnde eene missive van W Prince,
Secretaris van den Raad van Policie op dit
eiland, dd 10:en dezer, houdende verzoek dat aan
hem moge vergund worden het regt om een
vierde gedeelte van zijn tractement, sedert
den 1:e dezer, bij delegatie, in het moederland
te doen ontvangen en dat, dien ten gevolge,
hetzelve gedeelte alhier te lande worde inge„
„houden. Zie de missive onder N„o 127.
Is goedgevonden en verstaan: het voren„
„staande verzoek van den Secretaris W: Prince
te accorderen, gelijk hetzelve hierbij wordt ge
„accordeerd, en daarvan bij extract dezes, aan
denzelven en aan den Raad Contrarolleur Ge„
„neraal der Financien adinterim tot informatie
en narigt kennis te geven.
De
July 10.
11.
212
No. 341.
De Luitenant ter zee van de 2:e Classe
Tam, dienende op zijner Majesteits brik de
Merkuur, dewelke het antwoord, in het ver„
„handelde onder N„o 334, aan den Kapitein
Luitenant ter zee J. Blom, Kommanderende
Z: M: Korvet de Komeet, Kruisende voor
deze Haven, bezorgd had, heeft namens
den voornoemden Kapitein Luitenant ter
zee aan ons gerapporteerd, dat hij Kapitein
Luitenant zijne reis naar Suriname zoude
voortzetten.
N:o 342.
Is gelezen eene missive van den Heer W:
Prince secretaris van den Raad van Policie
op dit eiland, dd 11:e dezer, houdende kennis
geving, dat hij, ten gevolge onzer gunstige
dispositie van den 10.e dezer N„o 340. op zijn
verzoek van dien dag, bij acte van dezen
datum gemagtigd heeft den Heer J. Deele„
„man Bom, wonende te Amsterdam, om
een vierde gedeelte van zijn Jaarlijksch Trac„
„tement sedert den 1:e dezer, bij het Minis„
„terie voor het Publieke onderwijs, de Natio„
„nale Nijverheid & de Kolonien, te ontvangen.
zie de missive onder N„o 128, dewelke voor
informatie wordt gehouden.
N„o 343.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adint:,
dd 11.e dezer n„o 304 houdende: dat de wedu„
„we Matthias Schotborgh Jz, haar huis
gelegen.
Julij 11.
213
gelegen achter het hoofdfortres, te koop aange„
„boden heeft en dat hetzelve, volgens taxatie
van den Kapitein Ingeneur H. J. Abbring,
blijkens deszelfs bij deze missive overgelegden
brief, waardig is de Som van drie honderd
pezos van achten, voor welke som de ge„
„noemde weduwe Matthias Schotborgh Jr
genegen is het bedoelde huis te verkoopen.
terwijl de gem: Raad Contrarolleur verzoekt
onze meening desaangaande te mogen ver„
„nemen, en ingeval wij mogten goedvinden
het gezegde huis tegen den gewaardeerden
prijs aan te koopen, hem als dan de noodi„
„ge autorisatie daartoe, als ook tot de opma„
„king der ordonnantie in betaling, te doen
geworden. Zie de missive en bijlaag onder
N„os 129 en 130.
Is goedgevonden en verstaan: den Raad Con„
„trarolleur Generaal der Financien adinterim
bij deze te autoriseren tot het aankoopen, voor
rekening en ten behoeve van den Lande, van het
hiervorengemelde huis toebehoorende aan de wedu„
„we Matthias Schotborgh, en de zulks voor
de som van drie honderd pezos van achten
voor dewelke eene ordonnantie op de Koloniale
kas aan de verkoopster zal worden afgegeven.
Een afschrift hiervan, zal aan den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinterim
tot informatie en autorisatie worden toege
„zonden.
N„o 344
12. Aan de Heeren Beng & Jutting, Kooplieden
July 12.
214
bij missive, verzocht om ons met den vast
bepaalden zuldag van hun Ed:s brik genaamd
Lisette, gevoerd door Schipper P.P. Akkerman,
dewelke naar Amsterdam gedestineerd is, be„
„kend te maken en tevens te informeren op
welk uur van dien dag dezelve brik uit
deze Haven zal zeilen.
N„o 345.
De volgende stukken zijn door den Raad Con„
„trarolleur Generaal der Financien adinterim,
in duplo, ingezonden.
namelijk.
De maandelijksche rekening van den ontvan„
„ger Generaal adinterim over Junij lb.
Den maandstaat over Junij ll, met de daar„
„bij behoorende bijlagen en den laatsten drie
maandelijkschen Staat van de Magazijnen.
alsmede den staat van het ingehoudene ¼ van
des Havenmeesters tractement over het 2:e kwar„
taal dezes Jaars, met de wissels en advies brie„
„ven tot overmaking van het beloop der inge„
„houdene penningen.
N:o 346.
13. Gelezen zijnde eene missive van detteeren
Bing en Jutting, Kooplieden alhier, dd 13.e
dezer, houdende, tot antwoord op onze aan„
„schrijving van gisteren (zie het verhandelde
onder n„o 344 / om door huurd te worden
bekend gemaakt met den vast bepaalden
zeildag van hunne brik Lisette, naar Am„
„sterdam, dat het vertrek van die brik tot
op Donderdag den 27:e dezer is uitgesteld, maar
dat
Julij 13.
215
dat het niet in hun vermogen is, het uur
van den dag te bepalen, dewijl zulks van wind,
weer en andere omstandigheden afhangt. Zie
de missive onder N„o 139
En aangezien de Luit:t Kolonel D. J. vande
Linde, kommandant van het bataillon Ja„
„gers N„o 28 en der Troepen alhier, tot nog in
gebreken is gebleven te voldoen aan onze
vordering in dato 3:e dezer, (zie het verhan„
„delde onder N„o 328.) betreffende de inzending
eener declaratie, onder presentatie van eede
onderteekend, waarin worden opgegeven de
redenen waarom het brikschip Lisette geene
bekwame scheepsgelegenheid is om te repatrie
„ren.
Is de voornoemde Luitenant Kolonel D:
J: van de Linde gelast geworden om zich, op
den 27:e dezer maand Julij, des morgens voor
acht uren, in te schepen aan boord van het
Nederlandsche brikschip genaamd Lisette,
gevoerd door schipper P. P. Akkerman, in
deze Haven liggende, en in dat vaartuig
naar het moederland te rug te keeren. —
voorts: om, op den 20:e dezer, het komman„
„dement over de Troepen en garnizoen alhier,
aan den Majoor Titulair der Artillerie D:
w Dursteler, als de oudste op hem in rang
volgende officier over te geven, en den oudsten
Kapitein bij het bataillon Jagers N„o 28. B:
Krapff, te belasten met het Kommandement
over dat gedeelte van het gemelde bataillon
hetwelk op dit eiland garnizoen houdt; met
verdere
Julij 13.
216
verdere aanschrijving dat zijne functien als
kommandant van het bataillon Jagers N„o 28
& der Troepen in deze kolonie, mitsgaders ook
de uitbetaling van zijn tractement, dien dag
zullen ophouden.
En is hiervan, in zoo ver het noodig
was, aanschrijving gedaan aan den Majoor
Titulair der Artillerie D. W: Dursteler, ten
einde hem met deze order bekend te maken
en om aan hem het Kommandement der
Troepen in deze Kolonie, en aan den Kapitein
B: Krapf, dat over het bedoelde gedeelte van
het voorzeide bataillon, den 26:e dezer, op te
dragen, terwijl de Administrateurs van het
garnizoen alhier zijn verwittigd geworden
dat het tractement van den voornoemden
Luitenant Kolonel, niet langer dan tot den
26:' dezer moet worden uitbetaald; en aan de
Heeren Beng & Jutting werd kennis gegeven
dat de genoemde Luit:t Kolonel gelast is om
op den 27:e dezer, des morgens voor acht wien
zich en te schepen aan boord van het brik
schip de Lisette en in hetzelve naar het moeder
„land te vertrekken.
N„o 347
De Raad Contrarolleur Generaal der Finan„
„cien adinterims, heeft ingezonden twee processen
verbaal met de bijlagen derzelve, in trijelo,
beiden wegens de, ten gevolge onzer dispositie
van den 30:e Juny ll n„o 319, gehoudene in
„spectie van de militaire rantsoenen den 29:e
dier maand, aangebragt met het schip
Sara
Julij 13.
217
Sara Maria gevoerd door Schipper Pieter
Bostijn.
No. 348.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinterim
dd 13.e dezer N„o 305 houdende kennisgeving
van het bij hem ontvangen berigt van den ont„
„vanger Generaal adinterim en van den Ac„
„cijnsmeester, dat hunne eischen Contra de koo„
„lieden Beng & Jutting, de eerste wegens de be„
„taling van de bewuste recognitie gelden, ten
bedrage van P„t 105 en de andere voor eene re„
„kening van accijns gelden groot P„s 94. 4. bei„
„den voor ingevoerde madera wijn, bij sententie
van het Hof van Civile en Criminele Justitie
ontzegd zijn, met de kosten; verzoekende de
gende Raad Contrarolleur, onze meening te mo„
„gen vernemen, aangaande het opmaken van
ordonnantien ter betaling zoo van de reeds
ingeleverde Procureurs rekeningen als van die
welke door den pleitberorger van partij, inge„
„volge sententie, mogten worden ingeleverd.
zie de voorzeide missive onder N„o 132.
Is goedgevonden en verstaan: den Raad Contra„
„rolleur Generaal der Financien adinterim bij deze
te verwettigen, dat de ingeleverde Procureurs
rekeningen bij missive voormeld, ieder ten be
„drage van vijf en twintig pesos van achten
en twee realen, moeten worden betaald en dat
daarvoor ordonnantien op de Koloniale kas
zullen worden afgegeven.
Een afschrift hiervan, zal aan den Raad
Contrarollen
218
Julij 13. Contrarolleur Generaal der Financien adin„
„terim, tot informatie en narigt, worden
afgegeven.
„ 14, 15 & 16. Niets byzonders voorgevallen.
No. 349.
17. Gelezen zijnde een rekwest van Gysbert Vos
Jz, houdende verzoek om het lijk van zijnen
behauwd broeder Jacobus Plaate, dewelke bij
hem is overleden, buiten prejuditie te mogen.
aanvaarden en ter aarde doen bestellen. Zie
het rekwest onder N„o 44, hetwelk aldus nog
luidt.
F. J.
Is goedgevonden en verstaan, des rekwes„
„trants verzoek te accorderen, zoo als ge„
„schiedt bij deze, mits niemand zich daarte
„gen stelle en, des vereischende, hiervan worde
kennis gegeven ter wees-onbeheerde en deso
„late-boedel-kamer alhier.
Een afschrift hiervan, zal aan den rekwes„
„trant, tot informatie, worden afgegeven.
No. 350
Zijner Majesteits Brik de Merkuur, is heden
uitgezeild, om Convooi, naar de Havens van
Puerto Cavello en La Guaira, te verleenen,
N:o 351.
zijn door den Raad Contr:n Gen:l der Financien
ad int: ingezonden de volgende stukken, name
„lijk:
Den staat van ontvangst en uitgaaf over
het tweede kwartaal dezes Jaars, en dien van
den calculativen ontvangst en uitgaaf in dit
loopend
Julij 18
20.
219
loopend kwartaal, in triplo.
zijn Journaal over de maanden April, Mei
& Junij ll.
Het duplicaat van dat over het eerste kwar„
taal dezes Jaars.
N„o 352 D Hooft
Ontvangen zijnde van de Administrateurs
des garnizoens alhier, den generalen staat in
duplo van gedane kortingen en uitgaven, bij
dezelve over het afgeloopene tweede kwartaal
dezes Jaars, is een deszelven aan den Raad
Contrar:n Generaal der Financien adint: toege„
„zonden geworden.
Niets bijzonders voorgevallen.
Vervolg dezes Journaals bij den
Gouverneur Generaal adinte„
„zim M:r J. J. Elsevier.
No„ 353.
Heden des avonds te half zeven uren werd
het treurig berigt van het zoo even overlijden
van zijne Excellentie M:r P: B van Starcken
„borgh, Gouverneur Generaal adinterim dezer
Kolonien, door den Gouvernements Secretaris
vergezeld van den Gouvernements Adjudant,
aan ons mede gedeeld.
Wij begaven ons dus kort daarna op het
Gouvernements huis alwaar het lijk van den
voornoemden overledenen Gouverneur Generaal
adinterim zich bevond, en gelasten: dat de Le„
„den van den Raad van Policie en de President
en Leden van den Raad van Civile en Crimi
„nele
Julij 20
220
„nele Justitie, tot het houden eener gecom„
„bineerde vergadering zouden worden gecom„
„voceerd, om te volbrengen het gene, in het
13:' Art: van het reglement op het beleid der
regering alhier, ten aanzien der vervulling van
de vacante bediening van Gouverneur Generaal
is voorgeschreven.
De Leden van den Raad van Policie en
de President en Leden van den Raad van Ei„
„vile en Criminele Justitie, in de Raad-kamer,
vergaderd zijnde, openden wij de gecombineer
„de vergadering, aan dewelke wij van des
voor: Gouverneur Generaals adinterim over„
„lijden kennis gaven; en na alvorens door
den Gouvernements Secretaris geinformeerd te
zyn dat er geene Secrete missive of last„
„brief, welke in het hiervoren aangehaalde
13:e artikel des voorzeiden reglements, be„
„doeld wordt aanwezig was, verklaarden
wij, als de eerste in rang zijnde ambtenaar
overeenkomstig het evengemelde artikel, de
bediening van Gouverneur Generaal aden„
„terim van Curaçao en onderhoorige eilan
„den te zullen aanvaarden en bereid te zijn
den voorgeschreven hed af te leggen, indien
de Leden geene bedenking daartegen hadden
in te brengen, waarop in het negatief geant
„woord zynde, aanvaardden wij terstond de
bediening van Gouverneur Generaal adint:
over deze kolonien, en hebben den daarop
staande eed in handen van het oudste
lid van den Raad van Policie afgelegd;
waarna
Julij 20:
221
waarna de gecombineerde vergadering door
ons tot den volgenden dag, des voor den mid
„dags te half elf ure werd geadjourneerd
vervolgens bragten wij ter kennis van den
Kommandant der Troepen dat wij de bediening
van Gouverneur Generaal adinterim aan„
„vaard hadden, en de volgende order op de
begravenis van den overledenen Gouverneur
Generaal adinterim werd gegeven.
te weten:
De vlag van het hoofdfort Amsterdam
wordt den 21:e dezer, des morgens te zeven wie
halve stok geheschen, en 17 rouw schoten mi
„mutsgewijze zullen er te gelijk bij de artillerie
worden gedaan.
Het geheele Garnizoen, komt dien dag
onder de wapenen, binnen het hoofd Fort Am„
„sterdam, des voor den middags te half elf
ure, om bij de openbare voorstelling van den
Gouverneur Generaal adinterim te adsisteren
waarna hetzelve zal inrukken en des namid
„dags, te half vier ure, uitgezonderd de artille,
„risten wederom onder de wapenen komen, beide
keeren in groote uniform met de sjerpen om„
ten einde bij de begravenis, volgens het Regle„
„ment, te adsisteren.
De slip dragers zullen zijn.
De oudste Kapitein bij het Bataillon schutterij
De kapitein bij het Bataillon Jagers n„o 28 B. Krapf.
De 1:e Kapitein Ingenieur H: J: Abbringen
De kapitein der Artillerie P. C. Simon.
Twaalf
Julij 20.
21.
222
Twaalf onder officieren zullen het lijk dra„
gen.
De Kommandant der Troepen, zal het Gar
„nisoen Kommanderen.
Bij het afsteken van des overledenen Gouver„
„neur Generaals lijk van den wal om naar
begraafplaats te worden getransporteerd, zullen
er 15 minuut schoten, door de artilleristen
worden gedaan.
Het dragen van rouw voor eenen Gouver„
„neur Generaal niet bepaald zijnde, wordt
zulks aan de delicatesse van de Heeren
officieren overgelaten.
De officieren en manschappen van het
Bataillon Schutterij zullen, in zoo ver dezelve
in uniform kunnen gekleed zijn; het Eijk
volgen.
De Troepen zullen niet behoeven het
lijk naar de begraafplaats te volgen
De respective kommanderende officieren
zijn, voor zoo ver zulks ieder van hen aan„
„gaat, met de uitoefening dezer order belast.
N„o 354.
Heden ten bepaalden tijde namelijk des
voor den middags te half elf ure vergader
„den de Leden van den Raad van Policie
en de President en Leden van den Raad van
Civile en Criminele Justitie in eene gecom„
„bineerde vergadering, en na dat het Gar„
„nizoen binnen het Fort Amsterdam was
gemarcheerd, begaven wij ons vergezeld van
de Leden der gecombineerde vergadering, op
Julij 21.
2
22.
223
de Puije van het Gouvernements huis, alwaar
wij op de gewone wijze in onze voorzeide
kwaliteit als Gouverneur Generaal werden
voorgesteld, hetwelk op gelijke wijze, in de
willemstad, ter plaatse alwaar zulks gebrui„
„kelijk is, werd herhaald. Zie de publicatie
onder n„o 133.
Na dat deze plegtigheden afgelopen en
wij met de leden der gecombineerde vergade
„ring in de raadkamer terug gekeerd waren,
gaven wij ons voornemen tot de vervulling van
den Raad Fiscaals post en daarna, wanneer
zulks noodig en doenlijk was van den Post
van President van den Raad van Civile en
criminele Justitie te kennen, met verzoek
om het advies der Leden deswegens te mogen
vernemen; dan uit hoofde dat de Leden
niet allen van hetzelfde advies waren, heeft
de vervulling van den Raad Fiscaals post
geen plaats gehad zie deswegens de Notulen
der gecombineerde vergadering, onder N„o 134
In den namiddag, werd het lijk van
wijlen den voornoemden Gouverneur Generaal
adinterim met de vereischte plegtigheden,
ter aarde besteld.
N:o 355.
gelezen eene van den Raad Contre alleen
Finance verledenen Generaal aan den adinterim geadressen
en dien dag ontvangene missive, houdende
kennisgeving van het bevonden bedrag van
het hoofd- en famillie-geld over dit Jaar,
ter somma van P„s 11,147. waarvan een
gedeelte.
Julij 22.
224
gedeelte reeds ontvangen en verrekend is,
voorts nog dat hij order gesteld heeft op
de invordering van het als nog verschul„
„digde. Zie de missive onder N„o 135, de„
„welke voor informatie wordt gehouden.
N:o 356.
Gelezen zijnde eene missive van de Admi
„nistrateurs dezes garnizoens; dd 18.e dezer
2 d: n„o 99, aan den overledenen Gouverneur
Generaal adinterim geadresseerd en dien dag
ontvangen, strekkende dezelve ten geleide van
de rekening der nalatenschap van wijlen den
bombardier W. Spens. Zie de missive onder
N„o 136.
Is goedgevonden en verstaan: dat de ver„
„eischte stukken betreffende de nalatenschap
van wijlen den Bombardier W. Spenis, als
naar gewoonte, aan het Ministerie voor
het Publieke onderwijs, de Nationale Nij„
„verheid en de Kolonien zullen worden inge„
„zonden.
N„o 357.
Op verzoek van de Administrateurs dezen
garnizoens om geinformeerd te worden wan„
„neer de Gouverneur Generaal inspectie
over de administratie zoude willen houden
hebben wij bepaald dat zulks op den 26:e dezer
zal geschieden.
N:o 358.
Gelezen zijnde een rekwest van Christiaan
Johannes Timmer, sergeant titulair bij
het bataillon artillerie van tinie N„o 6,
door
Julij 22.
225
door hem met voorkennis van zijne Supe„
„rieuren aan den overledenen Gouverneur Ge„
„neraal adinterim gepresenteerd, waarin hij
om aangehaalde redenen, verzoekt zijn ont„
„slag uit den dienst te mogen bekomen.
zie het rekwest onder N„o 45, hetwelk aldus
nog luidt.
(F.I.)
Is goedgevonden en verstaan: des re„
„kwestrants verzoek te accorderen en dien
ten gevolge den Kommanderende officier der
artillerie alhier bij deze te autoriseren om
aan den rekwestrant zijn ontslag uit den
militairen dienst te verleenen.
Afschriften hiervan, zullen aan den
Rekwestrant en aan den Major Titulair D
W: Dursteter, kommandant van het ba„
„taillon artillerie van linie N„o 6, tot respec„
„tive informatie en autorisatie, worden
afgegeven.
N:o 359.
Gelezen zynde een rekwest van Rubi Freu„
„densteen soldaat bij de eerste Compagnie van
het bataillon Jagers n=o 28, verzoekende gra„
„tie en pardon van de straf des doods met
den kogel, waartoe hij door den krijgeraad
is gecondemneerd geworden.
En deswegens Conferentie gehouden met den
President adinterim van den Raad van Civile„
en Criminele Justitie en den waarnemer der
functien van auditeur militair bij het gar„
„nizoen alhier, dewelke, op ons verzoek, de
stukken
Julij 22.
226
stukken betrekkelijk tot het proces Contra
den voornoemden Rubi Freudenstein heeft
geproduceerd.
Is goedgevonden en verstaan het voor„
„melde rekwest te houden in advies, aange„
„zien de post van Raad Fiscaal als nog niet
is vervuld; doch intusschen hetzelve rekwet
met de voormelde stukken te stellen in
handen van den President adinterim voor
„meld, gelijk geschied is.
N:o 360.
In overweging genomen zijnde dat het ambt
van Directeur van den impost op de Collateral
successie, hetwelk wij bekleed hebben, bij onze aan
„vaarding van het Gouvernement dezer eilanden
van zelven is vacant geworden; als mede dat er
in den Raad van administratie voor het Pen„
„sioen fonds ten behoeve der ambtenaren, waar
„van wij lid geweest zijn, om die zelfde reden
eene vacature is ontstaan; en dat het noodig
is provisioneel de voorzeide vacateurs te ver „vullen.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Den persoon van Isaac Johannes Elsevre
Junior, klerk ter Secretarij van den Raad
van Civile en Criminele Justitie alhier, bij
deze provisioneel op te dragen de waarnemin
van den Post van Directeur des imposto op de
Collaterale successie op dit en de onderhoorige
eilanden; waarvan de noodige publicatie zal
worden gedaan.
2„o Den Gouvernements secretaris W Prince
provisione
Julij 22.
23.
24.
227
provisioneel te benoemen, gelijk hij hierbij
wordt benoemd tot lid van den Raad van
administratie voor het Pensioen Fonds alhier
ten behoeve der ambtenaren.
En zal van deze laatste benoeming bij extract
dezes worden kennis gegeven aan den Gouver„
„nements secretaris en den voorm. Raad van
administratie gelijk ook aan den voornoem„
„den I: J: Elsevier Junior op gelijke wijze
zal worden bekend gemaakt dat de Geravi„
„sionele waarneming van den voorzeiden
Directeurs post aan hem is opgedragen.
Niets bijzonders voorgevallen.
N„o 361.
Het Nederlandsche brikschip Martha &
Elisabeth, gevoerd door schipper Gerrit Swart
is heden uit deze Haven naar Amsterdam
gezeild zijnde geladen met de goederen die
op het hierbij gevoegde manifest L.a E. ver„
,,meld staan.
N: 362.
Is door den Raad Contr:t Gen:l derfinan„
„cien adinterim, in triplo, ingezonden de gene„
„rale staat van militaire kortingen en uit„
„gaven in het tweede kwartaal dezes Jaars.
N. 363.
De persoon van Isaac Johannes Elsevier
Junior aan wien de provisionele waarne„
ming van den post van Directeur adin„
„terim des imposts op de Collaterale successie
bij onze dispositie van den 22:e dezer n„o 360,
is opgedragen, heeft heden den gewonen eed
Julij 24.
25.
228
in die kwaliteit afgelegd.
N„o 364.
Gelezen zijnde eene missive van den Predi„
„kant bij de Hervormde gemeente alhier G:
B. Bosch, houdende kennisgeving dat hij
wenschte gebruik te maken van het voorregt
om een vierde gedeelte zijns tractements,
dus de Som van ƒ 750, met den eersten Au„
„gustus dezes Jaars, te laten staan om in
het moederland te worden uitbetaald aan den
Heer L. E. Bosch te utrecht. Zie de missive
onder N„o 137.
Is goedgevonden en verstaan: aan den voor„
noemden Predikant bij deze te permitteren om
een vierde gedeelte van zijn tractement, begin„
„vende met den eersten der aanstaande maand
Augustus, alhier te lande te laten inhouden
en hetzelve bij delegatie, bij het Ministerie
voor het Publieke Onderwijs, de Nationale
Nijverheid en de kolonien te doen ontvangen
Afschriften hiervan, zullen aan den voornoem
„den Predikant en den Raad Contr: Gen.l der
Financien aduit: tot informatie en narigt, wor„
den toegezonden.
N„ 365.
Bij ons gezien, gelezen en geexamineerd zijnde
de adviesen van de Leden van den Raden van
Policie en van Civile en Criminele Justitie,
mitsgaders de deductie van den President van
den Raad van Civile en Criminele Justitie
van dezelve gerekwizeerd in de gecombineerde
vergadering van den 21:e dezer, omtrent de
vervulling
229
Julij 25. vervulling van den Raad-Fiscaals post.
En overwegende:
1:o Dat het sustenu bij sommigen aangevoerd,
omtrent de ministeriele aanschrijving dd 31
Januarij ll n„o 4/2 gansch in al origegrond is,
gemerkt dezelve geenzins een koninglijk besluit
in zich behelst, maar slechts eene provisionele
mesure welke de Gouverneur Generaal gekwa„
„lificeerd werd te nemen, bij het pensioneren
van den Raad Fiscaal M:r P: B: van Starcken„
„borgh, doch nimmer effect gesorteerd heeft,
en alzoo door het Koninglijk Kabinets besluit
van den 26:' Februarij ll n„o 32, vermeld in de
ministeriele aanschrijving van den 29:e dier
maand n„o 4/10, moet gerekend worden gansch
en al vervallen te zijn, en dat mitsdien, hieruit
voor den Heer M:r H R: Haijunga geen regt
van reclame is geboren geworden boven een
hoogeren en ouderen ambtenaar; dewelke boven
„dien den vereischten ouderdom, volgens het
reglement op het beleid der regering alhier,
bezit, welke de genoemde M:r Hayunga
niet heeft en noch, veel minder, had op den
31:e Januarij ll: terwijl ook nergens van eenige
dispensatie blijkt, welke alleen in privative„
lijk bij zyne Majesteit zoude kunnen geaccor„
„deerd zijn geweest.
2:o Dat met opzigt tot het Collegie der wees
onbeheerde - en desolate-boedel-kamer, het hier„
vorengemelde reglement geen stellig verbod
inhoudt, omtrent bloedverwantschap of zwa„
„gerschap van den Raad Fiscaal of Raad Conta
Genl.
Julij 25.
230
Generaal der Financien, met de administre„
„rende weesmeesteren.
oordeelt aan de eene zijde: dat er geene
termen gevonden worden om den Heer M:r
D. Serrurier, van het Raad-Fiscaals ambt
adinterim te secluderen.
Dan, in overweging genomen zijnde aan den
anderen kant: dat men geenzins ten oogmerk
heeft om den Heer M:r H. R: Haijunga, in
zijn vermeend regt eenige atteinte toe te brengen,
of door eventuele benoeming, het Gouvernement
tegen hem te praeoccuperen, edoch dat de be„
„diening van Raad-Fiscaal evenwel behoort
te worden vervuld.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Den Heer M:r D: Serrurier, President
adinterim van den Raad van Civile en
Criminele Justitie, als de oudste in rang
zijnde ambtenaar, te kwalificeren, zoo als
hij hierbij gekwalificeerd wordt, om de bedie„
„ning van Raad Fiscaal provisioneel op zich
te nemen na alvorens den gewonen eed voor
ons te hebben afgelegd, en voorts in functie
te treden, onder genot van de emolumenten
aan dien post geaccrocheerd en met behoud
van zijn tegenwoordig tractement als President
voormeld.
2:o Dat, staande deze waarneming van het
Raad-Fiscaals ambt, ten opzigte van het
Preside bij den Raad van Civile en Criminele
Justitie zal worden in acht genomen de ge„
„woonte bij alle Collegien en gebruik, bij de
absentie
Julij 25.
231
absentie of wettige verhindering van den vas„
„ten of temporairen voorzitten.
3:o Het tractement van den Raad Fiscaal, zal hem
en dien tusschen tijd, worden ingehouden.
4:o Dat de voormelde adviesen der Leden van
de Raden van Policie en van Civile en Cri„
„minele Justitie, als mede de deductie van
den President adinterim van Justitie, aan het
Ministerie voor het Publieke onderwijs, de
Nationale Nyverheid en de Kolonien zullen
worden ingezonden, onder afwachting van
zijner Majesteits nadere bevelen.
5„o Dat de oudste plaatsvervanger in den
Raad van Civile en Criminele Justitie ge„
„kwalificeerd wordt om, inmiddels, als Raad
ordinaris op te treden.
Zullende bij afschriften dezer dispositie
aan de Raden van Policie en van Civile
en Criminele Justitie, als mede aan den
Heer M:r D. Serrurier, daarvan worden
kennis gegeven ten fine van informatie en
narigt daar het behoort; terwijl aan het eerste
lid van dezelve dispositie de noodige publici
„teit zal worden gegeven.
N„o 366.
Raad gehouden. Zie de Notulen van heden
N:o 367.
De persoon van Pieter Dirksz Kock, door
den Kamerbewaarder van den Raad van Policie
en Bode bij het Collegie van Commercie en
zee-zaken, tot klerk op deszelfs kantoor be„
„noemd, heeft den gewonen eed in zijne gemelde
kwaliteit
232
kwaliteit voor ons afgelegd. Julij 25.
N„o 368.
Op verzoek van den Luit.t Kolonel Kom„
„mandant der Troepen, is er een Krijgsraad be„
„noemd geworden over den Halvemaanblazer
Pool en den Jager wegenaar, dewelke van
diefstal beschuldigd zijn, als mede over den
Jager Starckenborg, die zich, ten tweede male„
aan desertie heeft schuldig gemaakt.
N„o 369.
26. De Heer M:r Daniel Serrurier door ons, bij
dispositie van den 25.e dezer N„o 365, gekwali„
„ficeerd om de bediening van Raad Fiscaal
provisioneel op zich te nemen heeft den ge„
„wonen eed in die kwaliteit voor ons afgelegd
en is daarop het 1:e Lid onzer voormelde
dispositie dienaangaande, op de gewone
wijze afgekondigd.
N„o 370
Is op zijn verzoek voor ons gecompareerd de
Luit:t Kolonel D: J: van de Linde, dewelke
verklaard heeft aan de order van het overgeven
van het Commando op heden, (zie het ver„
„handelde op den 13:e dezer N„o 346) prompte„
„lijk te zullen voldoen; dan, dat hij zich in
de onmogelijkheid bevindt om te embarkeren
op het brikschip Lisette, aangemerkt er geene
plaats is om eenig passagier te bergen:
waarop de Havenmeester door ons gelast
werd inspectie te doen; terwijl mede de ge„
„noemde Luitenant Kolonel aan ons heeft
geexhibeerd en ter hand gesteld.
1„
Julij 26.
27.
233
1„o een Certificaat dat 15 dezer maand Julij,
van diverse schippers leggende in de Haven,
zulks Corroborerende.
2:o verklaring van heden - afgegeven door de
Heeren Schuler, Cabrecq & Bevers, practiserende
geneesheeren, houdende dat de passage niet
zoude kunnen geschieden dan met resico van
eene zenuwziekte te ondergaan.
waarna de Havenmeester ons rapport heeft
gedaan, het vorenstaande, ten opzigte van de
localiteit en der gezondheid, corroborerende
Dien ten gevolge verklaarden wij in het
niet embarkement van den voornoemden Leut:t
kolonel te zullen berusten en deswegens rapport
doen aan den Minister, met kopijelijk overzen„
„ding dezer declaratoiren; zullende hij ver„
„pligt blijven om met het nu eerstvarend schip
naar het moederland te vertrekken, hetwelk
de Sara Maria zijn zal en daartoe door
ons gedestineerd wordt.
N:o 371.
Gelezen zijnde een rekwest van Louis Loi„
„seau, houdende verzoek om, na den eed van
getrouwheid aan Zyne Majesteit den Koning
te hebben afgelegd, zich als burger en Suivo„
„ner alhier te mogen nederzetten. Zie het re„
„kwest onder N. 26 hetwelk aldus nog luidt:
/F.I./
En gelet op het daaronder staande declaratien te
Is goedgevonden en verstaan: des rekwestrants ar„
verzoek te accorderen, gelijk geschiedt bij deze
mits betalende de daarop staande belasting
ten
Julij 27.
234
ten behoeve van het Fonds, tot vernietiging
der bewijzen van afgekeurde Johannissen.
Een afschrift hiervan, zal aan den rekwes„
„trant, tot informatie, worden afgegeven.
N:o 372.
Gelezen zijnde een bij ons ontvangen rekwest
van Moses Delvalle Cadet, Supercargo
van de britsche brik Martin gevoerd door
schipper John Taijlor, te Aruba liggende, hon„
„dende, dat het voormelde vaartuig uit nood
Aruba aangedaan hebbende, een gedeelte van
deszelfs lading, bestaande in muilezels en
mais, aldaar, na voor of het vereischte Consent
daartoe te hebben bekomen, is ontscheept ge„
„worden, ten einde reparatie aan hetzelve
zoude kunnen geschieden; edoch, dat hij
rekwestrant is aangezegd, dat, voor de muil„
„ezels, geregtigheid van invoer, welke van
hem is gevorderd, zoude moeten worden be„
„taald & waarvoor een borg gesteld is, indien
dit Gouvernement zulks mogt goedvinden;
weshalve hij rekwestrant verzoekt dat zijne
aangehaalde redenen in aanmerking mogen
worden genomen. Zie het rekwest onder n„o
47 hetwelk aldus nog ludt.
— 7 /
(F. S)
Is goedgevonden en verstaan: den vice
Commandeur van het eiland Aruba aan te
schrijven, gelijk geschiedt bij deze, dat inge„
„val de lading van de voormelde brik is
ontscheept geworden, om redenen die in het
rekwest zijn ter neder gesteld, en de ontscheepte
muilezels
Julij 27.
28.
235
mulezels terstond, na gedane reparatie aan
het vaartuig, in hetzelve zijn mede genomen
als dan, overeenkomstig de bestaande bepaling het
geene regten op dezelve muilezels verschuldigd
zijn, noch kunnen gevorderd worden.
Afschriften hiervan, zullen aan den rekwes„
trant en aan den vice Commandeur van het
eiland Aruba, tot informatie en narigt,
worden toegezonden.
N„o 373.
De Comptabeliteit van het garnizoen alhier
geinspecteerd en dezelve afgeteekend; zijnde
volgens het kas boek de som van ƒ 586.32.
op den 18:e dezer in handen van den kwartier
Meester overgebleven, welke geringe som niet
zal behoeven in de koloniale kas gestort te
worden maar bij eene nadere inspectie, te ge„
„lijk met de nog als voorschot te verstrekkene
sommen worden verrekend.
N„o 374
Het Nederlandsche koopvaardij Brikschip
genaamd Lisette, gevoerd door Schipper P.P.
Akkerman, is heden naar Amsterdam ge„
„zeeld, met de lading, dewelke vermeld staat
op het hierbij gevoegde manifest onder L.a F.
N„o 375.
Heden voor den middag, zijn op het Gou„
„vernements huis, op onze invitatie gecom„
„pareerd M:r Daniel Serrurier Raad-Fiscaal
adinterim en M:r Herman Rudolph Haij„
ringa, lid in den Raad van Civile en Criminele
Justitie, aan dewelke wij te kennen gaven
dat
Julij 28.
236
dat deze Conferentie gehouden werd om hanEd:s
adviesen op het rekwest van gratie, door den
gecondemneerden Jager Rubi Freudenstein
gepresenteerd, te vernemen.
De Raad-Fiscaal adinterim leverde daar„
„op zijn advies over.
M:r H. R. Haijunga zeide dat hij op
onze order gekomen was, edoch als Auditeur
Militair zich onbevoegd achtte in deze te
adviseren, maar op een schriftelijk bevel
van ons, daaraan zoude voldoen.
wij antwoordden dat hij M:r Haijunga
niet was geroepen als Auditeur Militair, maar
wel als lid van den Raad van Civile en Cri„
„minele Justitie, om, wegens de ontstentenis
van eenen President van gemelden Raad en
uit hoofde van de Zwagerschap tusschen den
Raad-Fiscaal en het oudste Lid van den
Raad M:r W. W: Duijckinck, in deze, naar
aanleiding van Art: 63 des reglements op het
beteid der regering te adviseren, en waartoe
hij M:r Haijunga eene schriftelijke kwalifi„
„catie zoude bekomen; waarop zyn Ed heeft
aangenomen aan ons verlangen te voldoen
en verzocht de stukken betreffende de onder
„havige zaak te mogen hebben, dewelke aan
hem zijn afgegeven geworden.
N„o 376.
Vermits het Praesidie van den Raad van
Civile en Criminele Justitie in de zaken
van het officie Fiscaal Contra David Cohen
Henriquez & L: Boije, waarover wij, inge„
„volge
Julij 28.
237
„volge Gouvernements dispositie van den 21:e
December 1819 n„o 689 als President in den
gemelden Raad gefungeerd hebben, bij onze
optreding in de bediening van Gouverneur
Generaal adinterim, is komen te vaceren.
En aangezien het raadzaam is dat de
President adinterim van den voormelden Raad
M:r Daniel Serrurier, ofschoon dezelve thans
het ambt van Raad-Fiscaal waarneemt, over
de zaken die voor denzelven raad nog aanhan
„gig zijn blijve praesideren.
Is goedgevonden en verstaan, dat M:r
Daniel Serrurier zal praesideren in den Raad
van Civile en Criminele Justitie over alle zoo„
„danige zaken die bij zyne provisionele benoe„
„ming tot het Raad-Fiscaals ambt, voor den„
„zelven Raad aanhangig waren, en tevens
het praesidie waarnemen in de hiervorenge„
„melde zaken Contra D. C. Henriquez &
L. Boije, in welke M:r H: R: Haijunga
als Fiscaal ageert.
zullende afschriften hiervan aan den
Raad van Civile en Criminele Justitie als
mede aan de Heeren M:r D: Serrurier en M:n
H. R Haijunga, tot informatie en narigt,
worden toegezonden.
N:o 377.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien aduite
„rim, dd 28:' dezer n„o 332, handelende over
het verstrekken van ververschingen en brand
„hout aan zyner Majesteits schepen op deze
itation.
Julij 28.
238
itation. die de missive onder N.o 138.
Is goedgevonden en verstaan: den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adin„
„terim bij deze aan te schrijven dat wij best
oordeelen voor als nog geene verandering te
maken ten aanzien van het verstrekken van
ververschingen, bestaande in schapen of kabrie„
„ten, als mede van brandhout, aan zijner Ma„
„jesteits schepen op deze station; wanneer de„
„zelve het eiland Bonaire, van tijd tot tijt,
aandoen, ende zulks op eene matige wijze
en wanneer die verstrekking van schapen
of kabrieten de teelt daarvan niet zal
kunnen benadeelen; terwijl, ten aanzien
van brandhout, moet verstaan worden
dat hetzelve wel te Bonaire, alwaar dat
artikel afkomstig is en wanneer daardoor
niet te kort gedaan wordt aan de behoeften
van het Gouvernement, zal mogen worden
verstrekt, edoch van het gene alhier te Lande
mogt worden afgeleverd, zal er betaling moe„
„ten geschieden
Een afschrift hiervan, zal aan den
Raad Contrarolleur Generaal der Financien
adinterim, tot informatie en narigt, worden
toegezonden.
N„o 378.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinte„
„rim, dd 28.e dezer n„o 333. opzigtelijk de
betaling van twee rekeningen van den procu„
„reur voor de kooplieden Beng & Jutting we„
gens
Julij 28.
29.
239
„gens kosten gevallen in zaken contra den
ontvanger Generaal en den accijnsmeester,
waaromtrent de meening van den Gouvernem
Generaal in dato 13:e dezer onder N„o 305 reeds
gevraagd is. Zie de missive onder N„o 139.
Is goedgevonden en verstaan: den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinterim
bij extract dezes, aan te zeggen dat de voor„
„melde rekeningen uit de koloniale kas moeten
worden betaald en daarvoor Ordonnancien
zullen worden opgemaakt en afgegeven.
N„o 379.
De persoon van Louis Loiscau, heeft den
gewonen eed van getrouwheid, aan zijnen
Majesteit den koning afgelegd.
N„o 380.
Gelezen zijnde het advies van M:r H. R.
Haijunga, Lid van den Raad van Civile en
criminele Justitie op dit eiland, van hem ge„
„vraagd op het rekwest van gratie door den
gecondemneerden Flankeur Rubi Freudenstein
gepresenteerd. zie het advies onder N„o 140.
En herzien het mede daarop ingekomen
advies van M:r D: Serrurier, President adinterim
van den Raad van Civile en Criminele Justitie
alhier, waarnemende het ambt van Raad
Fiscaal. zie hetzelve onder N„o 141.
Voorts nog nader gezien en gelezen het
vonnis des doods door eenen daartoe benoemden
krijgsraad, op den 18:e dezer, gewezen contra„
den voornoemden Rubi Freudenstein, Flan„
„keur bij de 1:e Compagnie van het bataillan
Jagers
240
Julij 29. Jagers N„o 28, als mede al de stukken ten pro„
„cesse gediend hebbende.
Daarop gelet op de hiervorengemelde favor
„rabele adviesen, en disponerende op het voor„
„melde rekwest van gratie door den opgenoem„
„den Freudenstein gepresenteerd. Zie het rekwest
onder n„o 48, mitsgaders nog het verhandelde
in datis 22 & 28 dezer N„o 359 & 375.
Is goedgevonden en verstaan: uit kragte
van artikel 63 des reglements op het beleid der
regering alhier, waarbij aan den Gouverneur
Generaal, in maniere als daarin is vermeld,
de magt is verleend tot het verleenen van
gratie of pardon, de straf des doods met den
kogel waartoe de hiervoren genoemde Rubi
Freudenstein door den krijgsraad in dato 18.e
dezer, is gecondemneerd geworden te metigeren
door dezelve te Commuteeren, zoo als geschiedt
bij deze, tot de straf van den Kruiwagen op
dit eiland, voor den tijd van twaalf achter„
„eenvolgende Jaren.
Een afschrift hiervan, zal aan den krijgs,
„raad in deze worden toegezonden ten einde aan
denzelven te strekken tot informatie en om voorts
deze dispositie te doen executeren.
Niets bijzonders voorgevallen. 30.
N„o 381
31. De Administrateurs dezes garnizoens heb„
„ben ter onzer kennis gebragt dat, vermits
de Luit:t Kolonel D: J: van de Linde het kom„
„mando van het bataillon Jagers N„o 28 aan
den kapitein en fungerenden Majoor B. Krapff
heeft
Julij 31. heeft overgedragen, de laatstgenoemde officier,
ingevolge art 105 van het reglement van admi„
„nistratie, het praesidium in den raad van admihe„
„nistratie op zich heeft genomen.
N:o 382.
Zijner Majesteits brik de Merkuur, is van
Puerto Cavello terug gekeerd.
N„o 383.
Gelezen zijnde eene missive van de administra
„teurs dezes garnizoens, dd 31:e dezer 2 d: N„o 102, 't
houdende voordragt, uit hoofde der aangehaal„
„de redenen, dat de uitdeeling van brood aan de
troepen in de plaats van twee, drie maal in
de week geschiede, en dat de magazyn mees„
„ter worde gelast aan de getrouwde onderoffi
cieren en manschappen derzelver rantsoenen
afzonderlijk uit te geven en aan de kompag„
„nie zelve, zoo veel minder rantsoenen te
verstrekken. zie de missive onder N„o 142.
Is goedgevonden en verstaan: te bepalen,
zoo als hierbij bepaald wordt, dat de uitdee„
„ling van brood aan de troepen, voortaan,
drie keeren in de week, namelijk des Dings,
dags, Donderdags en Zaturdags zal geschieden
en dat de rantsoenen van getrouwde onder offi„
cieren en manschappen niet te gelijk met ande„
ren zullen worden uitgereikt, maar wel afzon„
derlijk uitgegeven, in diervoege dat het aan„
tal rantsoenen voor de gehuwden zal worden
afgekort van iedere kompagnies lyst, en de
aldus afgekorte rantsoenen aan de gezamentlijke
gehuwde onder officieren en manschappen,
Comp:
Julij 31.
242
5 Julij 31. Compagnieswijze worden verstrekt.
wordende de Raad Contrarolleur Generaal
der Financien adinterim geautoriseerd de
noodige orders te stellen dat het vorenstaan„ Augustus 1.
„de worde nagekomen.
En zullen afschriften hiervan, aan de
administrateurs dezes garnizaens en den Raad
Contr: Gen:l der Financien aduit, tot informatie
en narigt, worden toegezonden.
No„ 384.
Gelezen zijnde eene missive van de administra„
„teurs dezes garniroens dd 31 dezer 2 d: n„o 101,
houdende: dat de Luit:t Kolonel D. J. van de
Linde, den kwartiermeester mondeling gezegd
hebbende, dat zijn tractement met den 26:e
dezer maand ophoudt, de raad van admini„
„stratie zich in deze bezwaard vindt, dewijl
dezelve het regt niet heeft om het tractement
van eenig officier te doen ophouden, zonder spe„
„ciale order daaromtrent. Zie de missive onder
N.o 143..
En gelet dat eene dusdanige order in dato
13:e dezer aan de voormelde administrateurs reeds
toegezonden is geworden, werd aan dezelve
daarvan kennis gegeven, en de Luitenant Kolo„
„nel D: J van de Linde, dewelke des tijds presi„
„dent van den raad van administratie was,
aangeschreven; dat wij vernomen hebbende
dat de hiervoren bedoelde order ter kennis
der administrateurs niet is gebragt, hem
dienvolgens gelasten om die order aan den
raad van administratie te doen toekomen
waarvan
243
waarvan mede aan denzelven raad werd ken„
nis gegeven.
N„o 385
Fiat executie verleend op de volgende sententien,
door den daartoe benoemden krijgsraad, gewezen
contra Martin wegher, Jacob Cornelis Starc
„kenburg, soldaten bij de 3:e kompagnie, en Fre„
„derik Jool, Halvemaanblarer, allen van het
bataillon Jagers N„o 28; de eerstgenoemde Mar„
„tin wegher wegens diefstal, tot den kruiwagen
voor den tijd van drie achtereenvolgende Jaren,
de tweede genoemde Jacob Cornelis Starcken„
„burg, wegens desertie, tot het afnemen der
Cocarde gedurende een Jaar, een honderstal
rietslagen en acht dagen detentie; en de
laatstgenoemde Frederik Jool, mede uit hoofde
van diefstal, tot den kruiwagen voor den
tijd van een Jaar gecondemneerd.
N„o 386
Heden de geboorte dag zijnde van zijne K: H:
Willem Alexander Fredrik Constantijn Nicolaas
Michael, tweede zoon van zijne K: H: den Prins
van Oranje, heeft het garnizoen groote parade
gehouden, en des middags zyn de gewone salut
schoten gedaan.
N„o 387.
Gelezen zijnde een rekwest van Antonio Cri„
„lanovic hij, houdende verzoek dat het ons be„
„hagen moge hem, onder den gewonen eed van
getrouwheid aan zijne Majesteit den Koning
als burger en inwoner alhier te consenteren, on„
„der het genot der voorregten daarvan. Zie het een
rekwest
244
Augustus 2. rekwest onder N:o 49, hetwelk aldus nog leedt.
/ F. J./
En gelet op het daaronder gestelde declaratoir„
Is goedgevonden en verstaan: des rekwes„
trants verzoek te accorderen, zoo als ge„
„schiedt bij deze; mits betalende de daarop
staande belasting ten behoeve van het Fonds
tot vernietiging der bewijzen van afgekeurde
Johannissen.
Een afschrift hiervan, zal aan den re„
„kwestrant, tot informatie, worden afgege„
ven.
No. 388.
Door het praesiderende lid in den Raad
van Civile en Criminele Justitie aan ons,
mondeling, gecommuniceerd zijnde de instantie
van den Heer J. H: Sutermeester, houdende ver„
„zoek, met allegatie van redenen, om als Raad
ordinaris adinterim niet in aanmerking te
mogen komen, waartoe hij anderzins als oudste
plaatsvervanger bij onze dispositie van den
25:e Julij ll N„o 365 geroepen was.
Is daarop goedgevonden en verstaan: daarin
te berusten en den tweeden plaatsvervanger,
den Heer G. Striddels te kwalificeren, zoo als
hij hierbij wordt gekwalificeerd, om voortaan
als Raad Ordinaris in den voormelden Raad
van Justitie zitting te nemen; terwijl de welge„
„melde Raad bij deze geinviteerd wordt, om
aan ons eene nominatie van twee of meerdere
personen aan te bieden, ten einde wij een
tweeden plaatsvervanger daaruit kunnen kiezen,
Een
Augustus 3.
4.
245
Een afschrift hiervan, zal aan den Raad van
Civile en Criminele Justitie, tot informatie en
narigt, worden toegezonden.
N„o 389.
Heden morgen het Militaire hospitaal
geinspecteerd en, naar het ons is voorgekomen,
was de daarin gehoudene directie van dien
aard, dat deswegens geene aanmerking te
maken is.
N:o 390.
De stukken betreffende den hospitaal
dienst, over de gepasseerde maand Julij, zijn
heden ingeleverd.
No„ 391.
Op voordragt van den Raad Contr: Gen:l der
Financien adinterim, dat de ten ontvanger
Generaals kantoor berustende bewijzen van
gesplitste Ordonnancien zouden vernietigd
worden en deze vernietiging voor de laatste
worde gehouden, ofschoon er mogt blyken
dat eenige van die bewijzen als nog niet
zijn ingewisseld, en wel zulks om dat de
houders daarvan door hem Raad Contrar„t ge„
daartoe zijn opgeroepen, en behoorlijke tijd
tot de inwisseling is verleend geworden.
Is de kist in dewelke het bedrag der
oningewisselde bewijzen van gesplitse Ordon„
„nantien bewaard was, in de tegenwoordig„
„heid van den Raad Contr: Gen: der Financiën
adinterim en den ontvanger Generaal adint
dewelke ieder een afzonderlijken sleutel
daarvan hadden, geopend geworden; waarin
gevonden
276
Augustus 4. gevonden werd, aan ordonnantien en geld, de
som van P„s 245. uit welke som zeven der
voormelde bewijzen ieder van tien pesos van
achten, die in handen van den Ontvanger
Generaal waren, werden ingewisseld, & het Saldo„
ter Somma van P„s 175 aan denzelven ont„
„vanger, ten behoeve der koloniale kas afge„
„geven, zie het document alhier onder N„o 144.
Vervolgens gelet zynde dat de Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adint.
bij advertissementen dd 22 februarij & 21:e
April dezes Jaars in de Curacao'sche Couranten
N„o 9 & 17, de houders van bewijzen der ge„
„spitste ordonnancien heeft opgeroepen om
die bewijzen ten kantore van den ontvanger
Generaal te komen inwisselen; en dat de
laatste termijn daartoe op ultimo der voor„
melde maand April is verschenen.
Is daarop goedgevonden en verstaan:
1„o Dat voortaan geene bewijzen der gesplitste
ordonnantien op de Lands kantoren zullen
worden aangenomen; waaromtrent de Raad
Contrarolleur Generaal der Financien de
noodige aanschrijvingen aan de respective
comptabele ambtenaren zal hebben te doen.
2:o Dat het aanteekenings boek der afgifte
en vernietiging der voormelde bewijsen, aan
den Raad Contraralleur zal worden ter hand
gesteld, gelijk geschiedt is, om ten zijnen kan„
tore te blijven berusten; en dat de vernie„
„tigde bewijzen voormeld, dewelke in de
voorzeide
247
Augustus 4. voorzeide kist gevonden worden, zullen wor„
„den verbrand, waartoe dezelve bewijzen aan
den Raad Contrarolleur, den Ontvanger Gene„
„raal adint: en den Gouvernements Secretaris
zijn afgegeven geworden.
En vermits in de hiervorengemelde kist nel„
gevonden zijn twee kap-machines, dewelke
tot het kappen van zilveren pattinjes zijn
gebezigd geworden en, ingevolge besluit van en
den Raad van Policie dd 18. Mei 1819 n:o 8.t
moesten worden bewaard, zijn de gemelde
machines aan den Raad Contr. Gen:l, den
ontvanger Generaal adint: en den Gouverne„
„ments secretaris ter hand gesteld om dezelve,
buiten de Haven, in zee te werpen.
zullende een afschrift hiervan, aan den
Raad Contr: Genl: der Fin.r adint., worden
afgegeven.
N„o 392.
De persoon van Antonio Crilanovicheij,
heeft den gewonen eed van getrouwheid aan
zijne Majesteit den koning voor ons afgetegd
N:o 393.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
van Civile en Criminele Justitie alhier dd
4:e dezer, houdende, ter voldoening aan onze
dispositie van den 3:e dezer N„o 388, eene
nominatie van drie personen, ten einde de
keuze van eenen zegter plaatsvervanger in
den gemelden Raad, door ons uit die nomi„
„natie worde gedaan. Zie de missive onder
N„o 145
Is.
Augustus 5.
248
Is goedgevonden en verstaan: den op de
gemelde nominatie genoemden Heer I. N:
C: Jutting, te benoemen, gelijk hij hierbij wordt
benoemd, tot regter plaatsvervanger in den
Raad van Civile en Criminele Justitie op dit
eiland
Afschriften hiervan, zullen aan den Raad
voormeld en den voornoemden Heer J. N: C.
Jutting, tot respective informatie, worden
toegezonden.
N„o 394.
op het Ministerie voor het Publieke onder„
„wijs, de Nationale Nyverheid en de kolonien
getrokken zes wissels, van n„o 56 tot n:o 61,
ten bedrage van ƒ6351.95 c„to of P„r 4423.5.
voor militaire tractementen en soldijen
over de gepasseerde maand Julij.
N:o 395.
Gelezen zijnde een rekwest van Reinier Fre„
„derick van Raders, kapitein bij het bataillon
Jagers n„o 28, houdende verzoek, dat aan hem
logisgeld, sedert den 1:e Julij lb worde uitbetaald
aangezien hij bij zijne terugkomst van verlof,
al de officiers woningen geoccupeerd heeft ge„
„vonden en art 238 van het reglement van
administratie voor de troepen in de west
Indische Kolonien, bepaald dat officieren die
met geen logement en natura kunnen worden
voorzien, logis geld zullen genieten, zie het
rekwest onder N„o 50 hetwelk aldus nog luidt.
(F. I:)
En gelet dat geen der lands gebouwen dispo„
„nibel
Augustus 5.
6.
249
„nibel is om den rekwestrant tot woning te
kunnen worden aangewezen.
Is daarop goedgevonden en verstaan: aan
den voornoemden rekwestrant bij deze te ac„
„corderen de gewone indemniteit voor huishuur
of logisgeld tegen twintig guldens H: C:t in de
maand, sedert den 1:e Julij ll en betaalbaar
uit de administratie kas van het garnizoen
alhier.
Afschriften hiervan, zullen aan den rekwes„
„trant en de Administrateurs dezes Garnizoen
tot respective informatie en autorisatie, wor„
„den toegezonden.
Niets bijzonders voorgevallen.
N„ 396.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad Cont
Generaal der Fin:n adinterin dd 5:e dezer N„o
346, houdende dat zich twee vaten gezouten
vleesch in het magazijn bevinden, dewelke
tot distributie ongeschikt zijn; weshalve hij
verzoekt dezelve, zoo mede vier vaten meel
waarvan 2 op den 17:e Februarij lb en de ande„
„re 2 op den 23 Maart lb door den bakker
afgekeurd en in het magazijn liggende zijn,
bij publieke opveiling te mogen laten verkoopen.
Zie de missive onder N„o 146.
Is goedgevonden en verstaan: den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinterimi, te
bij deze te autoriseren om de hiervorenbedoelde Jaar
twee vaten gezouten vleesch en vier vaten
meel, bij publieke opveiling te doen verkoopen. men
N„o 397.
Heden.
Augustus 7.
250
Heden de geboorte dag zynde van H. K.
H: Mevrouw de Princes Douariere van Oranje
-Nassau, ’s Konings moeder, heeft het garnizoen
groote parade gehouden, en des middags, zijn
de gewone salut schoten gedaan.
N:o 398.
Is gelezen eene missive van J. N. C. Jutting
tot antwoord op onze dispositie van den 5:e
dezer n„o 393, waarbij hij tot regter plaats„
„ vervanger in den Raad van Civile en Crimi„
„nele Justitie is benoemd geworden, edoch van
welke benoeming hij, om aangehaalde redenen
verzoekt geexcuseerd te worden. Zie de missive
onder n„o 147, dewelke in advies wordt gehou„
„den.
N„o 399.
Op een rekwest van Catharina Ogenialijba
gedateerd 8:e Augustus 1820, om Richard Senior
op interrogatorien te mogen hooren, is het
volgende marginale appointement verleend
en hetzelve rekwest, als naar gewoonte, in
originale afgegeven te weten:
Na ingenomen te hebben het advies van het
oudste lid van den Raad van Civile en Crimi„
„nele Justitie, het praesidie in denzelven waar„
„nemende, wordt het verzoek van de rekwes„
„trante geaccordeerd".
N:o 400.
Gelezen zijnde eene voordragt van de school„
„opzieners dezes eilands tot 6:e dezer, betreffen„
„de:
Eerstelijk: de benoeming van Klaas van
reekhout
Augustus 8. Eekhout schoolhouder der 2:e klasse alhier, en:
tot schoolonderwijzer op het onderhoorige ei„
„land Aruba, onder genot van een Jaarlijkschen de„
onderstand van vier honderd pezos van achten
uit de koloniale kas.
Tweedens: de vervulling van de in het voormel„
„de geval vacant te worden plaats van
schoolonderwijzer der 2:e klasse. &
Derders: het nadeel hetwelk het schoolwezen
alhier lijdt, doordien de gedeporteerden uit het
moederland zich in den post van onderwyzer klein
der Jeugd begeven.
En deze voorstellen rijpelijk overwegende. Zie
de voordragt onder n„o 148.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Het eerste dezer voorstellen, namelyk: dat
ten aanzien der benoeming van den persoon
van Klaas van Eekhout Schoolhouder der
2:e klasse alhier, tot schoolonderwijzer op het onder„
„hoorige eiland Aruba, goed te keuren, en
dienvolgens den genoemden klaas van Eekhout
bij deze tot onderwijzer der Jeugd op het gemelde der
eiland te benoemen, en denzelven voorts te ge„
„dogen om onderwijs in den Godsdienst aldaar naire
te geven; alles echter op zoodanige verordenin„
„gen, welke wij, met overleg der opzieneren
van het schoolwezen op dit eiland, zullen
raadzaam oordeelen.
2„o Aan den voornoemden Klaas van Eekhout te
accorderen, zoo als geschiedt bij deze, een Jaar, sine
„lijksch tractement van vier honderd pesos
van achten, waarvan een vierde uit de armen eerste
kas
Augustus 8.
252
kas des eilands Aruba en het overige uit de
koloniale kas alhier zal worden uitbetaald.
3:o opzigtelijk de andere voorstellen, dat dezel„
„ve in advies worden gehouden.
zullende een afschrift dezer dispositie aan
de opzieners van het schoolwezen, gelijk ook
extracten derzelve in zoo ver zulks hun
aangaat, aan den benoemden Klaas van
Eekhout den Raad Contr: Generaal der Ti„
„nantien adinterim en den vice Commandeur
op het eiland Aruba tot respective informa„
„tie en narigt, worden toegezonden.
N„o 401.
Gelezen zijnde eene missive van den voorzitter
der Israelitische of Joodsche gemeente alhier
8:e dezer, geleidende, ter voldoening aan de Gou„
„vernements publicatie in dato 6 Junij ll,
eene lyst van de leden der vorengemelde ge„
„meente dewelke zich, sedert de laatste opga„
„ve, bij missive in dato 7:e Junij ll, alhier
onder n„o 149 te vinden, allengskens van die
gemeente hebben afgescheiden, zie de eerstge„
melde missive onder N„o 150.
Is goedgevonden en verstaan: overeenkomstig
de voorzeide publicatie, eene kopij der opge„
„melde lijst aan het officie Fiscaal hetwelk
reeds in het bezit is der eerste opgave, bij ex„
„tract dezes, te doen toekomen.
N„o 402.
De rekening van het ontvanger Generaal
kantoor, over de gepasseerde maand Julij,
is door den Raad Contr: Gen.l der financien
admt: in duplo, ingezonden.
Gelezen
Augustus 10.
253
No„ 40 3.
Gelezen zynde eene missive van den Raad
Contr:s Gener:l der Financien adinterim dd 9:e
dezer N:o 362, opzigtelijk een vat rijst hetwelk de
door vol met stof en op den bodem verpakt
te zijn, niet in dien staat ter distributie ge„
„schikt was, waardoor de rijst uitgewaaid en op
het gewigt een verlies van acht en zestig ponden
geleden zijnde wordt onze approbatie daarop
zie de missive onder n„o 151. verzocht.
Is goedgevonden en verstaan: in het verrigtene
ten deze te berusten en hiervan, bij extract dezes klein
aan den Raad Contr: Gen:l der Financien adint
kennis te geven.
N„o 104.
De staat der magazijnen over de gepasseerde
maand Julij, met de bijlagen derzelve, en duplo„
zyn door den Raad Contr: Gen:l der Financien
aduiterim ingezonden.
N„o 405.
Het Nederlandsche brigantijn schip genaamd
Henrietta Wilhelmina gevoerd door schipper
I: Kerkhoven, mede brengende bouwmate der
„rialen ten behoeve dezer kolonie, als mede vi
„vies voor de Troepen alhier, is heden van Am„
„sterdam en deze Haven aangekomen; zynde
bij deze gelegenheid ontvangen, de duplikaten van bren
de met het schip Sara Maria op den 29.e Junij
lb ontvangene vier aanschrijvingen van het
Ministerie voor het Publieke Onderwys, de
Nationale Nijverheid en de Kolonien; mitsgaders
nog de volgende originelen van het gemelde
Ministerie.
namel
254
Augustus 11. namelijk:
N„o 3/17 dd 28 April 1820.
1/18 „ 26 Mei d„o
3/19 „ 9 Juny d„o
14 d:o /20 d„o
N„o 106.
Nader gelezen zijnde eene resolutie van Zijne
Excellentie den Minister voor het Publieke onder
„wijs, de Nationale Nijverheid en de Kolonien, dd
14 Junij 1820 N„o 1/20, met de missive van dien
datum en van hetzelfde nummer ontvangen
geleidende facturen en Cognossementen van de
bouw materialen en militaire rantsoenen ge
„laden in het, op gisteren van Amsterdam
aangekomen, brigantijn schip genaamd Hen„
„rietta wilhelmina, gevoerd door schipper P: I:
Kerkhoven.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Kopijen der voorzeide facturen en Cognosse
„menten te doen toekomen aan den Raad Con„
„trarolleur Generaal der Financien adinterim
en den Magazijn meester van alle magazijnen
met autorisatie op den laatstgemelden om de
daarop vermelde goederen in ontvang te nemen
en de vereischte processen verbaal deswegens
in triplo, op den bepaalden tijd, in te zenden
2: Tot de inspectie der militaire rantsoenen bij
deze te benoemen den Raad Contr: Generaal der
Financien adinterim, den Magazijn Meester van
alle magazijnen, den kapitein R. F: van Ra„
„ders, den 1:e Luitenant W. Blanken en de
kooplieden Daniel Bing & Abraham Deveer
Junior
255
Accgustus 12. Junior, zullende aan de voornoemde officieren
en kooplieden hiervan, op de gewone wijze, werden
kennis gegeven.
3:o Den magazijn meester van alle magarij
„nen, den eersten kapitein Ingenieur dewelke
hieromtrent zal worden aangeschreven, en den
boekhouder en Oppercommies ten kantore van
den Raad Contrarolleur Generaal hierbij te kwa„
„lificeren om de bouw materialen te inspecteren.
4:o Dat processen verbaal van deze inspectien,
zullen opgemaakt en, in triplo, aan ons worden klei
overgelegd
Afschriften hiervan, zullen aan den Raad
den
Contrar:n Gener:l der Financien adint: en Maga„
„zijn meester van alle magazijnen; tot informatie
en narigt, worden toegezonden.
N„o 107.
Nader gelezen zijnde eene resolutie van zijne
Excellentie den Minister voor het Publieke
Onderwijs, de Nationale Nijverheid en de Kolo„
„nien, dd 26:e mei 1820 n„o 18, met de missive
van dien datum en van hetzelfde nummer der
ontvangen, houdende kennisgeving dat zijne
Majesteit, bij besluit van den 17:e der gemelde aire
maand Mei N„o 13, aan den 1:e Luitenant J
Jarman J:r van het Bataillon Jagers n.o 28,
toen met verlof in het moederland, op deszelfs
verzoek, honorabele demissie uit's rijks dienst
heeft verleend; terwijl de Gouverneur Generaal en't
adinterim daarbij, voor zoo veel noodig, de novo rin
wordt herinnerd dat deze vacature door den in=
ancienniteit van rang volgenden Eerste Luiten
augustus 12
256
a la suite zal behooren te worden vervuld.
Is goedgevonden en verstaan den kommand
van dat gedeelte van het bataillon Jagers n.o 28
hetwelk op dit eiland in garnizoen is, en den
Raad van administratie dezes garnizoens bij
extract dezes, van het vorenstaande te doen
kennis dragen om zich naar hetzelve te ge„
„dragen.
N„o 408.
Nader gelezen zijnde eene aanschrijving
van zijn Excellentie den Minister voor de
Marine, dd 1=e Junij 1820 N„o 23/57 4, 1:e afdee„
„ling, 1:e bureau, excuserende den ontvangst
der missive van den overledenen Heer Gouverneur
Generaal adinterim dd 18:e Maart deszelven
Jaars, n„o 2 en houdende dat de noodige orders
door den Gouverneur Generaal worden gesteld
dat de folios van dek en onder officieren;
welke na de aankomst der laatste versterking
nog in de rolle van zijner Majesteits brik
de Merkuur mogten komen te ontbreken
zoo veel mogelijk, bij wijze van promotie, uit
de mindere kwaliteiten worden vervuld,
en dat, na het Completeren der rolle op die
wijze, de daarvoor alhier aangenomene schepe
„lingen weder worden ontslagen. — voorts dat,
wat aangaat het nog ontbrekende, op de
voormelde brik van een Chirurgijn Majoor
en een victualie meester daarin bij de eerste
gelegenheid zal worden voorzien, terwijl de
Gouverneur Generaal al mede orders zal
hebben te stellen, dat, inmiddels de victualie
dienst
257
Augustus 12. dienst aan boord der gemelde brik, onder onmidde, ken„
„lijk toezigt van den kommandant, den kapitein
Luit:t ter zie de quartel, door een der officieren
onder deszelfs bevel, of wel door den Schrijver, be„
„hoorlijk en overeenkomstig de deswegen bestaande
voorschriften, worde waargenomen.
Is goedgevonden en verstaan: het vorenstaande,
bij extract dezes, ter kennis te brengen van den
kapitein Luit:t ter zee H. W. de quartel, komman„
„derende zijner Majesteits brik de Merkuur, om
zich naar hetzelve te gedragen.
N„o 409.
Gelezen zijnde eene missive van den Gouverne„
„ments Secretaris W„m Prince dd 12.e dezer, hou„
„dende verzoek om gepermitteerd te worden van
zijn Jaarlijksch tractement ter somma van
ƒ 2000, een vierde gedeelte, zijnde ƒ 500, van
den eersten der aanstaande maand October af
te rekenen, alhier te lande te lasten inhouden
ten einde hetzelve, bij delegatie en het moederland,
door de Heeren Insinger & b:e te Amsterdam, de„
„welke hij daartoe zal magtigen, te doen ont„
„vangen. Zie de missive onder N„o 152.
Is goedgevonden en verstaan: het vorenstaan„air
„de verzoek te accorderen, zoo als hetzelve geaccor„
„deerd wordt bij deze.
Afschriften hiervan, zullen aan den Gouver
„nements Secretaris en den Raad Contrarolleur
Generaal der Financien adint: tot respective infor„
„matie en narigt, worden afgegeven.
N„o 110.
Gelezen zijnde een rekwest van Louis Jean
hierin
Pierre
258
Augustus 12. Pierre Carillon, 1:e Luitenant bij het bataillon
Jagers N„o 28, verzoekende, om aangehaalde
redenen, dat het ons moge behagen aan hem
rekwestrant een Jaar verlof naar het moeder„
„land, met behoud van geheel enropiesch tracte„
„ment, te accorderen. Zie het rekwest onder
N„o 51, hetwelk aldus nog luidt.
/ F. I./
Is goedgevonden en verstaan: aan den rekwes„
„trant, op grond van het door hem aangevoerden
te verleenen, zoo als aan hem hierbij verleend
wordt verlof voor den tijd van een Jaar, om
naar het moederland te vertrekken onder ge„
„not van niet meer dan de helft van het
tractement hetwelk hem in het moederland
zoude toekomen; ingaande dit verlof met den
dag zijner inscheping.
Een afschrift dezer dispositie zal aan
den rekwestrant tot informatie en om aan hem te
strekken tot acte van verlof, worden uitgereikt
terwijl daarvan aan den Kommandant der Troe„
„jien zal worden kennis gegeven.
N„o 411.
Is gelezen eene missive van Klaas van Eek„
„hout, dd 12:e dezer in rescriptie op onze dispo„
„sitie van den 8.e dezer N„o 400, waarbij hij tot
school- en Godsdienst onderwijzen op het eiland
Aruba is benoemd geworden. Zie de missive on„
„der N„o 153, dewelke voor notificatie wordt
gehouden.
N„o 412.
13. Niettegenstaande dat aan den Luit.t Kolonel
Augustus 13.
14.
259
D. J. van de Linde, op den 26:e Julij lb, bij
gelegenheid dat zyne verzending naar het moe„
„derland, met het brikschip Lisette werd uitge„
„steld, is te kennen gegeven geworden, dat hij
met het schip de Sara Maria, hetwelk de
eerste gelegenheid daartoe aanbood, zoude moe
„ten vertrekken.
Is hem nogtans heden bij missive verwit„
„tigd, dat het voormelde schip, waarmede hij
naar het moederland zal hebben te retourneren,
in den loop dezer maand zal vertrekken; en
dat hij met den Zeildag nader zal worden
bekend gemaakt; terwijl de Heeren Beng & Jut„
„ting, kooplieden alhier, als eigenaren of consig„
„natarissen van dat schip zijn verzocht gewor„
„den om den schipper van hetzelve kennis te ge„aire
„ven dat de voornd: Luitenant Kolonel vande
Linde daarmede zal vertrekken, en dat de
bij het Gouvernement bepaalde vrachtgelden, in
het moederland zullen worden betaald; hebbende
wij aan die Heeren ons verlangen te kennen
gegeven van te vernemen den tijd wanneer het der
meergemelde schip de reis zal aannemen.
N„o 113.
Gelezen zijnde een rekwest van I. P. Schmidt,
magazijnmeester der artillerie alhier, houdende
verzoek dat zijn rekwestrants zoon Johannes
Rudolph Schmidt, om redenen bij het rekwest
aangehaald, tot klerk bij de magazijnen van
oorlog moge worden aangesteld, met zoodanig vive
tractement als wij mogten goedvinden. Zie het a
rekwest onder N„o 32, hetwelk aldus nog luidt en re
(F.I.)
En
260 261
Augustus 14 En gelet dat de rekwestrant zich per rekwelt Augustus 15.e hetwelke het schoolwezen alhier lijst doordien deken,
dd 20:e October 1818 aan zijne Majesteit heeft gedeporteerden uit het moederland zich in den
geadresseerd, en, onder anderen, verzocht heeft post van onderwijzer der Jeugd begeven: eene gepasten de„
dat hem een conducteur worde toegevoegd; welke voordragt dien aangaande aan den voormelden
„ rekwest aan den des tijds Gouverneur Gene„ Heer Minister te doen, ten einde, gelyk reeds door en te
„raal ten fine van Consideratien en advis toe„ den overledenen Heer Gouverneur Generaal adin„
„gezonden en daarop in dato 16 Julij 1819 n„o „terim in dato 10 Maart ll N„o 28, is voorgesteld,
100 berigt zijnde, als nog geene aanschrijving de verzending van misdadigers naar dit eiland
deswegens is ontvangen. moge ophouden en daardoor de regtmatige bekom„
Is dus goedgevonden en verstaan: den rekwes„ „mernis van het school bestuur, zoo wel als de
„trant bij deze aan te zeggen dat zijner Ma„ onaangename gewaarwordingen der Ingezetenen klei
„jesteits welmeenen ten deze, moet worden afge„ en andere niet minder bezwarende omstandig
„wacht „heden, betrekkelijk tot dusdanige personen, uit
Een afschrift hiervan, zal aan den rekwes„ den weg worden geruimd. mmer
„trant, tot informatie worden afgegeven. Een afschrift hiervan, zal aan het voormel
N:o 414. „de Schoolbestuur, tot informatie, worden toe„
15. Nader overwegende het in advies gehoudene „gezonden.
tweede en derde voorstel, vervat in eene voor„ N„o 415.
„dragt van de Schoolopzieners dezes eilands Door den kapitein Luit:t ter zee H. W. de
dd 6.e dezer. zie het verhandelde onder N„o 400. Quartel, kommanderende Z. M. brik de
Is goedgevonden en verstaan Merkuur, bekend gemaakt zijnde met eene door
1„o op het tweede voorstel, betreffende de ver„ hem ontvangene aanschrijving van het Ministerie der
voor de Marine, behelzen het tewrig berigt van „vulling van de vacante schoolonderwijzers de het overlijden, van
plaats van de 2:e Classe: de voorgedragene 's Konings beminde moeder Mevrouw de Princes
wijze van voorziening in de voorzeide vacature Donariere van Oranje-Nassan, geboren Princes
goed te keuren; zullende wij dienvolgens zijne van Pruisen, op den 9:e Junij ll
Excellentie den Minister voor het Publicke onder„ Is daarop goedgevonden en verstaan: dat de
wijs, de Nationale Nijverheid en de kolonien officieren van zijner Majesteits zee- en landmagt
over de uitzending van eenen schoolonderwijzer alhier zoo mede alle Civiele ambtenaren op dit ant
van de 2:e Classe, onderhouden, met verzoek en de onderhoorige eilanden, den rouw over deze vive
om zulks te doen bewerkstelligen. droevige gebeurtenis, voor den tijd van eene
2:o op het derde voorstel, nopens het nadeel maand zullen aannemen, ende zulks op den heeren
hetwelke
263 262
Augustus 18.e 1.e der aanstaande maand September bij de copi Augustus 16. de genoemde Kapitein Leven ten zee ons, van den
„ratie van den rouw die thans, wegens het aangehaalde redenen, in consideratie geeft, of
overlijden van den Heer Gouverneur Generaal adia„ het niet beter zal zijn de twee kleurlingen die n de
M:r P: B: van starckenborgh wordt gedragen. alhier aangenomen zijn, in dienst te laten
Zullende hiervan worden kennis gegeven Zie dezelve missive onder N„o 155
daar het behoort; en het vorenstaande in de Is goedgevonden en verstaan: in het voorge„
Curaçao sche Courant worden geinsereerd. „stelde ten aanzien der bedoelde Kleurlingen te
N:o 416. berusten, en hiervan, bij extract dezes, aan den
Is gelezen eene missive van de Heeren Bing voornoemden Kapitein Luitenant ter zee H.U.
& Iutting, dd 14:e dezer, tot antwoord op onze de quartel, kennis te geven.
missive betreffende het vertrek van den Lent:t o N„o 418.
Kolonel D. J. vandelinde met het schip de Gelezen zijnde eene missive van den Raad Cor„
Sara Maria naar het moederland, (zie het „trarolleur Generaal der Financien adinterim
verhandelde onder N„o 412) berigtende dat dd 16:e dezer N„o 371, opzigtelijk het voorgeval„n met
hun Ed:s den kapitein van dat schip gelast heb„ „ lene tusschen hem en den Heer J. W: G. Jutting
„ben om de noodige schikking, ter overvoering zie dezelve missive onder N„o 156
van den voornd: Lint:t Kolonel naar Holland, Is goedgevonden en verstaan de volgende res„
te maken; voorts nog dat de zeildag van het „criptie aan hem Raad Cont Generaal te doen
voornoemde vaartuig denkelijk, tegen den 25.' toekomen, te weten: “In antwoord op uE: missive
dezer zal zijn, doch nader aan ons zal wor„ van heden N„o 371 moet ik eerstelijk observeren
„den opgegeven. Zie de voormelde missive onder dat, de conferentie ter zaake der ordonnantie
n„o 154, dewelke voor informatie wordt voor vragtpenningen, ten faveur van de Heeren
gehouden. Beng & Jutting afgegeven, omtrent het permiete schrij
N„o 417 „ren van dezelve in een wissel a pari en het nair
Gelezen zijnde eene missive van den kapi„ 16. al of niet practitable daarvan, tusschen ons
„tein Luit:l ter zee H. W: de quartel, komman beide alleen heeft plaats gehad, terwijl naderhand
„derende Z. M. brik de Merkuur, dd 16:e deze noch in presentie van de Adjt. Kikkert is gespro„
strekkende tot antwoord op het gene hem uit „ken over het Hospitaal: dat na afloop van dit
dit Journaal in dato 12 dezer maand onder alles de onaangename conversatie waarvan
N„o 408 is bekend gemaakt ten gevolge van de uEd brief melding maakt is voorgevallen, die stive
aldaar vermelde aanschrijving van het Minis„ ik niet anders dan een particuliere entretien
„terie voor de Marine; en bij welke missive hebbe gecondidereert; de betrekking welke ik tot heeren
de de
264
Augustus 16. de Heer I. W. G Jutting hebbe excuseert mij om
/: zonder mij in de merites intelaten/ hierin
partij te stellen: indien UEd deze conversatie
tegen uE. gehouden als in officie geschiet zynde
considereert, heeft u volkome regt zulks aan
de Fiscaal te notificeren die als dan weete
moet welke actie dieswegens behoort te institueren.
Overigens, heb ik als Gouverneur Generaal
adinterim geen redenen om uE. van pligtver„
„zuim te verdenken; en ben er ver af om parti„
„culier in onze officieele Conferentie intelaten
om uE: in qualiteit te beledigen, hetwelk ik
moet repeteren, dat omtrent het onderhavig
geval op zulk een wijze door mij niet gecon„
„sidereert wordt, geschied te zijn.
Ik moet eindelijk deze eindigende, mijn
leedweze te kennen geven dat het voorgeval„
„lene tusschen uE en de Heer I. W G Jutting
van heden morgen, aanleiding tot een officiel
correspondentie gegeven heeft, daar de affaire
mogelijk door een mondelinge onderhoud, in
het vriendelijk had kunnen getermineert wor
„den.
N„o 419.
Gelezen zijnde een rekwest van Augustin
Devarieux, schipper voerende het Fransche brik
schip genaamd La Confiance, thans in deze
Haven liggende, verzoekende verlof om, onder
betaling der gewone geregtigheden, zoodanig
gedeelte der lading van het gemelde brikschip
te mogen verkoopen, als noodig zal zijn
tot het te gemoet komen en betalen der alhier
gedane
Augustus 16.
265
gedane kosten, zoo tot reparatie des vaartuigd gekent.
als anderzins, met betrekking tot deze reis. zie
voorts het rekwest onder N„o 53, hetwelk aldus en de„
nog luidt.
(F I.) neente
Is goedgevonden en verstaan: aan den rekwes„
„trant vrij te laten zoodanig gedeelte der lading
van het hiervorengemelde brikschip La Confianceer
alhier te lande, tegen betaling der daaropstaande
regten, te verkoopen als hij rekwestrant mogt goed„
vinden. klein
Afschrift hiervan, zal aan den rekwes„
trant, tot informatie, worden afgegeven. van
17. Niets bijzonders voorgevallen. mmer
N„o 420
18. Is gelezen eene missive van den Raad Contr: aire
Generaal der Financien adinterim, tot 18:e dezer,
N„o 375, houdende rapport wegens het in zee
werpen van de twee machines, dewelke tot het
kappen van zilveren pattinjes zijn gebezigd ge„
„worden, ende zulks ter voldoening aan onze
dispositie van den 4:e dezer N„o 391, mitsgaders
nog dat zes onder den Gouvernements Secretaris schrij
berust hebbende ijzeren stempeltjes van gouden maire
Johannissen, bij die gelegenheid zijn in zee ge„
„worpen. Zie de voormelde missive onder N„o 157 voren„
dewelke voor informatie wordt gehouden.
N„o 221.
Gelezen zijnde eene missive van den President rant
van den Raad van Justitie, waarnemende de istive
functien van Raad-Fiscaal dd 18:e dezer n„o na
139, mitsgaders het daarbij vermelde extract heeft
en
Augustus 19.
266
en nog vier documenten in dat extract aan„
„gehaald en allen met de missive overgelegd
betreffende eene klagte van het Collegie der
wees - onbeheerde - en desolate- boedelkamer te„
„gen deszelfs gewezenen procureur D: Gaerste,
waarin de voormelde Fiscaal zoude inquireren
en aan den Raad van Civile en Criminele
Justitie rapport doen. Zie de missive onder
N„o 158 en de voorzeide stukken dewelke kopije
„lijk worden gehouden onder N„os 159, 160, 101
182 & 163.
En in aanmerking genomen: dat art: 57
van het reglement op het beleid der regeving
het Justitie-wezen, den handel en de scheepvaart
dezes eilands dd 14 Sept:r 1815, alleen melding
maakt van prohibitie in de uitoeffening van
regterlijke functien ten regarde van bloedver„
„wantschap; zwagerschap of betrekkingen, en
geenzins voor den publieken aanklager prohi„
„bitoir is, die ex officie agerende, overmits des„
„zelfs wederpartij zijn plenair defensie heeft, de
regter hierdoor niet kan praeoccuperen.
Is goedgevonden en verstaan: den President
van den Raad van Civile en Criminele Justitie
waarnemende de functien van Fiscaal te
kennen te geven dat de Gouverneur Generaal
adinterim het verleenen van nadere autori„
„satie, of dispensatie in het voorhanige en
bij gemelde missive vervat geval als onnoodig
en overbodig beschouwt.
Een afschrift hiervan, zal aan het officie
Fiscaal, tot informatie, worden toegezonden,
267
Augustus 19. en zullen de voorzeide aan ons overgelegde
stukken daarbij worden geretourneerd.
N„o 122. en de
Gelezen zijnde een rekwest en bijlaag van Alex„
„ander Evertsz waag- en Rooimeester alhier, neente
houdende verzoek, dat het ons, om aangehaalde
redenen, moge behagen hem rekwestrant ver„
„lof voor den tijd van twaalf maanden, tot der
herstel zijner gezondheid te accorderen, en inmid„
„dels den Heer Isaac Johannes Elsevier Junior
te willen kwalificeren om ten pericule van den ’t klein
rekwestrant en zonder bezwaar van de kas, deze
bedieningen waar te nemen en tot den eed,
daarop staande, te admitteren. Zie het rekwest in met
(onder n„o 54, hetwelk aldus nog luidt (T.I.)
Is goedgevonden en verstaan: des rekwes„ aire
trants twee ledig verzoek te accorderen en dien„
„volgens.
1„o Denzelven te verleenen verlof voor den tijd
van twaalf maanden om zich, tot herstel van
zijne gezondheid, te begeven werwaarts hij zal
verkiezen.
2.o Den persoon van Isaac Johannes Elsevier schrij Junior te kwalificeren om de bedieningen van onaire
waag en Rooimeester alhier, gedurende den ver„
„loftijd van den rekwestrant, waartenemen op voren
zoodanige voorwaarden welke hij en den rekwes„
„trant onderling zullen overeenkomen; dus bui„
„ten eenig bezwaar voor de koloniale Kas. ant
3:o Hierbij te vorderen dat de borgen van densive
rekwestrant wegens zijne rigtige administratie na
als waagmeester, schriftelijk verklaren dat scheepen
hunne
Augustus 19. hunne verantwoordelykheid zich tot den voor„
„noemden J.J. Elsevier Junior ook in de waar„
„neming van den gemelden post zal uitstrek„
„ken; of dat de genoemde I. J. Elsevier J.r zelf
behoorlijke cautie stelle voor de rigtige waarne„
„ming van dien post, waarna hij den gewonen
ambts eed voor ons zal kunnen afleggen en in
functie treden.
Afschriften hiervan zullen aan den rekwes„
„trant, den voornoemden I. J. Elsevier J:r en den
Raad Contrarolleur Generaal der Financien ad
interim, tot respective informatie en narigt,
worden toegezonden.
N:o 423.
Is van Amsterdam gearriveerd het Neder„
„landsche brikschip genaamd de Eendragt, ge„
„voerd door schipper Job Tjeerds visser, mede
brengende bouw materialen en militaire rant„
soenen, van wege het Ministerie voor het
publieke onderwijs, de Nationale Nijverheid
en de Kolonien in hetzelve naar deze kolonie
afgeladen, en zyn met deze gelegenheid ontvan
„gen de duplikaten van de vier ministeriële
aanschrijvingen die in dato 11:e dezer ons zijn
ter hand gekomen en in het verhandelde onder
N„o 405 aangeteekend, benevens nog eene origi
„nele aanschrijving van hetzelve Ministerie
voor de kolonien dd 19:e Junij 1820 N„o 7/21,
N„o 424.
Nader gelezen zijnde eene resolutie van zijne
Excellentie den Minister voor het Publieke
onderwijs, de Nationale Nijverheid en de Kolonie
dat
269
Augustus 19. dit 19:e Junij 1820 n„o 7/21, met de missive
van dien datum en van hetzelfde nummer
ontvangen, geleidende facturen en cognossemen
„ten van de bouw materialen en militaire rant„
„soenen die geladen zijn in het heden van Am„
„sterdam aangekomen brikschip de Eendragt,
gevoerd door schipper Job Tjeerds Visser.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Kopijen der voorzeide facturen en Cognosse„
„menten te doen toekomen aan den Raad Contr:
Generaal der Financien adinterim en den Ma„
„gazijn meester van alle magazijnen, met auto„
„risatie op den laatstgemelden om de daarop
vermelde goederen in ontvang te nemen en de
deswegens vereischt wordende processen verbaal,
in triplo, binnen den bepaalden tijd aan ons
over te leggen.
2 vermits de inspectien der bouw materialen
en militaire rantsoenen met het brikschip
Henrietta Wilhelmina, op den 11:e dezer aan„
„gebragt, waarschijnlijk als nog niet zijn
gedaan, zullen dus de respective daartoe bij
onze dispositie van den 12:e dier maand n„o 400
benoemde Commissien, de bouwmaterialen en
militaire rantsoenen met deze scheepsgelegen„
„heid aangebragt mede inspecteren, & waarvan
kennis zal worden gegeven daar het behoort,
terwijl processen verbaal van deze inspectien,
in triplo, worden te gemoet gezien.
Afschriften hiervan, zullen aan den Raad
Contr. Generaal der Financien admt: en den
Magazynmeester van alle magazijnen, tot
informatie
270
Augustus 19. informatie en narigt, worden toegezonden.
N„o 425.
Gelezen zijn eene missive van den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinteren„
dd 19:e dezer n„o 377, betreffende het accorderen
eener aanvraag van kleeding stukken en scha„
„nen aan de gecondemneerde soldaten welke
in ijzers voor het Gouvernement arbeiden.
zie de missive onder N„o 164.
Is goedgevonden en verstaan het volgende
daarop te rescriberen:
voor en aleer mijne meening op uwelEd mis„
„sive van heden N„o 377 te kunnen bepalen,
verzoek ik vooraf geinformeert te worden.
1„o of volgens de gewoonte alhier bestaande
zulke en diergelijke aanvrage als daarbij ge„
„meld zijn, vooraf aan het bureau van den
Raad Contrarolleur Generaal vertoont worden,
ten fine van examinatie.
2:o of aan zodanige gecondemneerden bevorens
nimmer schoenen, behalve de noodige kleedinge
stukken pleegen gegeven te worden.
N„o 426.
Is gelezen eene missive van den Raad Cont
Gen:l der fin:n adinterim van dezen datum N„o
376, houdende berigt van het door hem bevonden
bestaan hebbende erreur in de rekening van
het bedrag der bewijzen van gesplitste ordon„
„nantien, waardoor in het Saldo, in de kist
of het Gouvernements huis, een verschil van
vijf en negentig pesos van achten te veel
bevonden is, met aanwijzing waaren dat erreur
bestaan
Augustus 19.
271
bestaan heeft; en voorts kennisgevende van
het verbranden der vernietigde bewijzen voor
„meld, ingevolge onze dispositie van den 4:e
dezer n„o 391, mitsgaders nog wegens het op„
„maken van processen verbaal nopens het
verbranden der voorzeide bewijzen in het in zee
werpen zoo wel der kap-machines van zilveren
pattuijes als van zes stempels voor gouden Jo„
„hannissen. Zie de voormelde missive onder
N„o 165, dewelke voor informatie wordt gehou„
„den.
N„o 427.
Gelezen zynde eene missive van de admini„
„strateurs dezes garnizoen, dd 19.e dezer, 2 d.o
N„o 107, houdende dat dezelve, in aanmer„
„king genomen hebbende dat met primo
November aanstaande, de diensttijd van een
aantal manschappen, zoo Jagers als artilleris„
„ten staat te expireren, hebben vermeend ons
in bedenking te moeten geven of het niet nood„
„zakelijk is om, onverminderd alle maatrege„
„len die in der tijd mogten worden genomen,
een getal van twee honderd stuks paspoorten
in voorraad te doen drukken; voorts nog
verzoekende autorisatie tot het doen drukken
van zes honderd stuks hospitaal (entree) bil„
letten. Zie de missive onder N„o 166.
Is goedgevonden en verstaan aan de voormelde
administrateurs, in antwoord op derzelver
voorzeide missive, bij extract dezes, te kennen
te geven.
1:o Dat wij zeer ongeraden vinden eenige
paspoorten
272
Augustus 19. paspoorten voor de militairen, wier tijd
van dienst met primo November dezes Jaars
expireert, en voorraad te doen drukken,
aangezien er geene aanschrijving daaromtrent
uit het moederland ontvangen is en zulks
voor den hiervoren bedoelden tijd kan te
gemoet gezien worden; onverminderd alle
maatregelen die bij onstentenis van de ver„
„eischte aanschrijving mogten noodig en raad
„zaam worden geoordeeld.
2:o Dat de verzochte autorisatie tot het
doen drukken van zes honderd stuks hospi„
„taal /entree/ billetten, wordt geaccordeerd
20. Niets bijzonders voorgevallen
N„o 428.
Gelezen zynde eene missive van den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adint:s
dd 21:e dezer N„o 379, excuserende den ont„
„vangst onzer missive dd 16 dezer N„o 298
(zie het verhandelde onder N„o 418) en han„
„delende over het voorgevallene tusschen hem
en den Heer J. W. G. Jutting. Zie de missive
onder n„o 167.
Is goedgevonden en verstaan het volgende
daarop te rescriberen:
Na lecture van uE: missive in dato 21.e dezer
N„o 379 en overweging der in dezelve vervatte
naderen aandrang omtrent de gevorderd satia„
„factie van de Heer I. W. G Jutting, over zeker
tegens uE: gebezigde expressien kan ik niet
anders doen dan persisteeren bij de inhoude mijne
eerste missive in dato 16. dezer N„o 298 aan
us
Augustus 21.
273
uE: toucheerende uEd reclame geschreven als consi:
„dererende het discours in quastie, geenzins aan
uEd in officio geadresseert, en vermengd met pre„
„poosten, die alle denkbeelden dieswegens moeten
verwijderen, gelijk als, de oordeelvelling over ’s Hoven
sententie in zaake van de Ontfanger Generaal ad„
interim C.e de Heeren Beng & Jutting, en het dies„
„wegens onderling gesprookene en welk zekerlijk
niet als officieel gezegt, kan aangemerkt worden
Overigens wat uEd omtrent de voldoening aan„
„merkt die uEd sontineert dat ik uEd dadelijk
had moeten geven, moet ik remarqueeren, dat
und dezelve niet geeischt of iet dieswegens hebt
te kenne gegeven, of in dat oogenblik hebt gema„
„nifesteert, dat de expressien van de Heer Jutting
dewelke met uE: in ’t partikulier bekend en fa„
„millair is, door uEd als beledigingen in officio
wierde aangemerkt hetzelve zy gezegt omtrent
het mondsnoeren ’t welk zoo gemakkelijk niet
gaat, vis a vis lieden van jaaren, rang en goede
conditie, moetende ik ook noch remarqueeren, dat
de Heer Jutting niet uit zig zelve in de kamer is
gekome, maar dat ik hem, toevallig de geopende
deur passerende, en met uE en de Adjudant
Kikkert daarbij staande, daar onze conferentie
geëindigt was, heb geroepen, niet kunnende voor„
„zien dat er eenige onaangename discoursen daar
„van het gevolg zoude zijn.
Ik laat inmiddels volkomen alles wat de
Heer Jutting mogt gezegt hebben voor zijn reke„
„ning en verantwoording, terwijl uE: ten laaste
moet observeren, dat uE: zelve wel zult gevoele
het
274 275
Augustus 21 het onaargenaame, dat voor mij in deze Augustus 21. worde ontgericht als zijnde een objeet van mei„
zaak gelegen is, gemerkt de betrekking welke „nige importantie."
ik verwandschapshalve op den Heer Jutting heb N„o 430.
„be, mij wettiglijk verbied mij verders daarin
Gelezen zijnde een rekwest van Charles Gosewijn
te mengen: te meer daar uEd altoos de weg Joseph Brinck, Chirurgijn der 3:e klasse bij
open staat om, alle satisfactie in cas van ont„
het bataillon Jagers n„o 28, in garnizoen alhier,
„vangen hoon te erlangen, zonder mij als Gou„ houdende verzoek ten bekoming van verlof voor
„verneur Generaal te deze zaak te compromi„ den tijd van een Jaar, om wegens famillie za„
„teren.
„ken, naar het moederland te mogen vertrekken,
N„o 229.
met behoud van geheel Europiesch tractement.
Gelezen zynde eene missive van den Raad Con„ zie het rekwest onder n„o 55, hetwelk aldus
„trarolleur Generaal der Financien adinterim, nog luidt.
dd 21„sten dezer N„o 380, in antwoord op de onze (F: S.)
van den 19„den dezer N„o 311 /: zie het verhandelde Is goedgevonden en verstaan: aan den rekwestrant
onder N„o 425 :/ dienende ter rescriptie op eene te verleenen, zoo als aan hem verleend wordt
vorige ten zelven dage ontvangene missive van bij deze verlof voor den tijd van een Jaar, ten
den Raad Contrarolleur voormeld, betreffende einde, wegens famillie zaken, naar het moeder„
het verstrekken van kleedingstukken en schoenen „land te mogen vertrekken, met behoud van de
aan de gecondemneerde soldaten dewelke in helft van het tractement hetwelk in Europa
ijzers voor het Gouvernement arbeiden. Zie de aan Chirurgijns van zijnen rang is bepaald:
missive onder N„o 168. zullende dit verlof ingaan met den dag van
Is goedgevonden en verstaan. de volgende zijn vertrek uit deze kolonie.
rescriptie aan denzelven te doen toekomen:
Een afschrift hiervan, zal aan den rekwes„
Na lecture van uE: andwoort op mijne missive
„trant, tot informatie worden afgegeven, en zal
N„o 311 dd 19 dezer, is dienende dat mijn intentie hetzelve ter kennis van den komm:t der Troepen
is dat voortaan in den dienst geen verandering worden gebragt.
behooren te geschieden; voor en aleer dat dezelve No. 431.
door mij noodzakelijk mogten gekeurt worden De Heer Isaac Johannes Elsevier Junior, die„
en alzoo mede opzigtelijk de wijze van aanvra ingevolge onze dispositie van den 19:e dezer n„o
„gen Overigens dat, wat aanbelangt de geaccor„ 422, genomen op een door den waag & Rooitmees„
„deerde schoenen, dezelve voor deze keer en zou„ „ter Alexander Evertsz gepresenteerd rekwest, de
„der consequentie aan deze gecondemneerden kunn gemelde posten, gedurende het door denzelven
worde waag
Augustus 23. waag- en rooimeester bekomen verlof voor
den tijd van twaalf maanden, zal waarnemen
heeft aan ons te kennen gegeven bereid te zijn
de noodige cautie voor de rigtige waarneming
van den waagmeesters post te zullen stellen,
en tot Borg aanbiedende den Heer I. W: G: Jut„
„ting, dewelke door ons werd goedgekeurd.
N„o 43.2.
Raad gehouden, zie de notulen van heden.
N„o 433.
24. De geboorte dag van zijne Majesteit den
Koning is met in acht neming echter van de
droevige gebeurtenis, welke onlangs in de vol„
„stelijke familie heeft plaats gehad, namelijk
het overlijden van H: K: H: Mevrouw de
Princes Douariere van Oranje - Nassau, pleg
„tiglijk gevierd; zijnde bij het Garnizoen groote
parade gehouden en zijn de gewone salut
schoten gedaan.
No. 434.
25. Gelezen zijnde eene missive van den Raad Cor„
„trarolleur Generaal der Financien adinterim,
dat 25:e dezer n„o 386, handelende over de eisch
van den ontvanger Generaal adinterim voor
verschuldigde recognitie, en van den Accijnsmees„
„ter voor accijnsgelden, beide voor ingevoerde
madera, Contra de kooplieden Bing & Jutting
welke eischen bij sententie van den Hove van
Civele en Criminele Justitie ontzegd zijn, met
de kosten, en houdende verzoek dat, aangaande
de bij missive geopjeerde bedenkingen, zoodanige
maatregel door ons worde vastgesteld als wij
zullen
Augustus 25. zullen vermeenen voor den Lande nuttig en
dienstig te zijn, ten einde zich, bij voorkomende
gelegenheden daarna te kunnen gedragen en de
alle verwarring en misverstand welke anderzins
daaruit kan geboren worden uit den weg te
ruimen. Zie de missive onder N„o 169.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Den Raad Contr: Generaal der Financien
adinterim de volgende rescriptie te doen toeko„
„men:
In antwoord op uE: missive van heden N„o 386 Een
is pracalabel dienende dat, hoezeer de Raad van
Civile & Crimineel Justitie, agtervolgens de vigeerende
manier van procedeere meestal niet gewoon en zelfs
ongehouden is, de redenen van dicisie te geven of
eene sententie te motiveeren, het belang der Cassa
egter een verzoek daartoe van Gouvernements
wege schijnt te wettigen, te einde van ’t ver„
„volg met de opinien dieswegens bekend te zyn
al waarom de gemelde Elucidatien zal tragten te
bekomen & na ontfangst dezelve uEd suppediteeren?
2:o Den President in deze van den Raad van Civile
en Criminele Justitie het volgende aan te schrijven zij
De Heer Raad Contrarolleur Generaal der
Financien adinterim myn welmeenen hebbende
gevraagt, hoe zich in ’t vervolg met het doen
afvorderen van ’s Lands geregtigheden te gedra„
„gen, in cas van een parralel geval, als waarin
bij den Raad van Civile en Crimineele Justitie
in zaake van den ontvanger Generaal adinterim
en accijns Meester contra de Heeren Burg & Jutting
ten voordeele der laatstgenoemde is gedecideert,
zonder
278
Augustus 25. zonder dat gemelde uitspraak gemoteveert is, bij bij de gelibelleerde sententie, zoo heb ik vermeent
/ zonder hierdoor my eenigzins in de regterlijke
magt te inmiseeren / ter voorkoming van zoo
„danige eventueele opkomende procedures, van
uEd Gestr: te mogen verzoeken geinformeert te
worden, toucheerende de motiven van gemelde
uitspraak, of, namelijk dezelve aan den inhoud
der Ordonnantien en het duister of onvoldoende
van dezelve, is toeteschryven, dan wel aan ee„
„nige bijkomende omstandigheid, veroorzaakt
door hem of hun dewelke met de perceptien
dezer geregtigheden in der tijd zijn belast ge
„weest."
No. 435.
Gelezen zijnde een rekwest van Jeannette
Catharina Winkler, weduwe van Jan Hero van
der Meulen, te kennen gevende dat zy het lijk
van haren overledenen man gaarne buiten prae„
„juditie wenschte te aanvaarden, ten einde hetzelve
ter aarde te doen bestellen zonder daardoor ver„
„staan te willen zijn eenige acte Hereditair te
pleegen, waarom zij zich tot ons keert, verzoe„
„kende appoinctement ten fine voorschreven - zie
het rekwest onder N„o 56, hetwelk aldus nog luidt
/ F. J./
Is goedgevonden en verstaan het verzoek van
de rekwestrante bij deze te accorderen, mits nu
„mand zich daartegen stelle, en, des vereischende
daarvan worde kennis gegeven ter wees-onbe„
„heerde en desolate boedel kamer.
Een afschrift hiervan zal aan de rekwestrant
te
Augustus 25. „te, tot informatie, worden afgegeven.
No. 436.
Gelezen zynde eene missive van den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinterm.
dit 25:e dezer N„o 388, Mandelende over de goede te
„ren, die, bij de ontlading van het schip genaamd
Sara Maria, gevoerd door schipper Pieter Bos„
„tijn meerder dan op het mede gebragte mani„
„fest vermeld staan, bevonden zijn. Zie de mis
sive onder n„o 170.
Is goedgevonden en verstaan: zijne Excel„
„lentie den Minister voor het Publieke onder„
„wijs, de Nationale Nijverheid en de Kolonien
daarover te onderhouden, met toezending der lijst
van het te meer bevondene, en den Raad Con„
„trarolleur Generaal der Financien adinterim
onder kennisgeving hiervan, bij extract dezes
te inviteren om ons de hiervoren bedoelde lyst
in triplo, te doen toekomen.
26 & 27. Niets bijzonders voorgevallen.
No„ 4
van de Heeren Beng & Jutting, kooplieden
alhier, vernomen hebbende, dat hun Ed:s schip
genaamd de Sara Maria, waarmede de
verzending van den Luitenant Kolonel D' J
van de Linde, naar het Moederland bepaald
is, op den 31„sten dezer, des morgens, te zeven ure,
uit deze haven zal vertrekken, is de genoemde
Luitenant Kolonel daarvan verwittigd geworden,
met aanzegging om zich dien dag, te zes ure,
's morgens, op het gemelde schip te embar„
keren.
Bij
Augustus 29.
280
No„ 438.
Bij ons ontvangen zijnde eene grosse van de
acte van borgtogt door den Heer Jan Willem
Gerard Jutting, op den 28sten. dezer geteekend, wegens
de waarneming van den waagmeesters post door
den Heer Isaac Johannes Elsevier J:r, die bij onze
dispositie van den 19den. dezer maand N„o 222, daar„
„toe is gekwalificeerd geworden, gedurende den
verlof tijd van den waag- en kooimeester Alex„
„ander Evertsz.
En de genoemde Heer Isaac Johannes Elsevier
Junior, heden den gewonen eed wegens het waar
„nemen van den waag een rooi meesters post
voor ons afgelegd hebbende.
Is daarop goedgevonden en verstaan:
1„o Dat de voornoemde Heer Isaac Johannes
Elsevier Junior, op den 1:e der aanstaande maand
september zal beginnen het ambt van waag
en rooimeester op dit hiland waartenemen, en
het verlof van den Heer Alexander Evertsz dien
dag zal ingaan:
2:o De hiervoren gemelde grosse der acte van borg
„togt, bij deze aan den Raad-Contrarolleur Gene„
„raal der Financien adinterim te zenden.
3:o Dat de post van den Heer Isaac Johannes
Elsevier Junior, als klerk ter Secretarij van
den Raad van Civile en Criminele Justitie,
gedurende den tijd dat hij het waag- en Roos
meesters ambt waarneemt, door den persoon
van Jan Casper Hueck zal worden waarge„
„nomen, onder genot van het tractement aan
dien post verknocht.
Dat
Augustus 29
30.
4.o Dat de kwalificatie van den Heer J. J.
Elsevier J:r tot de waarneming van den waag
en roormeesters post, bij publicatie, zal worden
algemeen bekend gemaakt.
Afschriften en extracten hiervan, in zoo ver„
het noodig is, zullen worden toegezonden daar
het behoort om aan de belanghebbenden te
strekken tot informatie en narigt.
No. 439.
Gelezen zynde eene missive van den Raad Cou„
„trarolleur Generaal der Financien adinterim
dd 29„sten dezer n„o 393, houdende vertoog aan„
„gaande. de uitgaven voor werkloon van tim„
„merlieden en metselaars. Zie de missive onder met
Is goedgevonden en verstaan het volgende daar„
„op te rescriberen:
Accuserende de receptie van uEd missive van
29 lb n„o 393, heb ik vermeend, ten einde met
meerdere kennis van zaken in deze te werk
te gaan, vooraf uE: te moeten inviteeren om
mij te willen opgeven.
1„o of staande het Gouvernement in handen
der beide laatste Gouverneurs was, de rekeningen ure
der werkloonen een veel mindere som ’s weeke„ by
lijks bedragen hebben.
&
2„o het middelbaar gewoon beloop van de werk„
loonen weekelijks door een gereekend.
No. 440.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinterim„
282
Augustus 31. tot 30:sten dezer n„o 394, houdende berigt op het
bij marginaal apostil in dato 26„t dezer in
zijne handen ten fine van onderzoek gestelde
rekwest van G. M: Hahn, geleidende eene
rekening ten laste van het voormalig Hollandsche
Gouvernement, wegens maakloon van kleeding
stukken in het einde van 1806, met verzoek
dat zijn verzuim in het niet tijdig opgeven
dezer pretentie hem niet moge doen ontstoken
blijven van zijn regt, en dat het ons moge
behagen het daar heer te derigeren dat deze
zijne pretentie aan het rijk op gelijken voet
gesteld worde met de overige Lands schulden
door de gezamenlijke Crediteuren aan het Gou„
„vernement opgegeven. Zie het berigt onder
N„o 172, als mede het voorzeide rekwest en
bijlaag onder N„o 57, luidende nog als volgt.
/F.I. /
Is goedgevonden en verstaan: den rekwestrant
bij deze te kennen te geven, dat bij mangel
aan genoegzaam bewijs, in zijn verzoek niet
kan worden getreden.
Een afschrift hiervan, zal aan den rekwes„
„trant, tot informatie, worden afgegeven.
No. 441.
Het Nederlandsche koopvaardij schip genaamd
Sara Maria, gevoerd wordende door schipper
Pieter Bostijn, gedestineerd naar Amsterdam
en afgeladen als op het hierbij gevoegde mans
fest onder La: G: vermeld staat, is heden
uit deze haven gezeild.
De Luitenant Kolonel D J: van de Linde,
geweest
Augustus 31
283
geweest zijnde Kommandant van het Bataillon hen
Jagers n„o 28 en der Troepen op dit Eiland is, ten
gevolge der aanschrijving van zijne Excellentie den
Minister voor het Publieke onderwijs, de Natio,
nale Nijverheid en de Kolonien, dd 24sten
December 1819 n„o 284, met het voormelde
schip Sara Maria waar het Moederland
opgezonden.
En de Kapitein der Artillerie P. C. Simon
is, in dat vaartuig vertrokken, met verlof
voor den tijd van een Jaar, ingaande heden.
No. 442.
Bij ons ontvangen zijnde van het officie Fis„
„caal eene aan hetzelve overgeleverde en aldaar
bevestigde klagte van den schipper der Neder„
landsche Golet Dorothea, genaamd Lourens
de Haseth, wegens aan hem in zijn vaartuig
gepleegde mishandelingen en zeerooverij in
maniere als in de voormelde klagte is uitge„
drukt. Zie dezelve onder N„o 773.
Is eene kopij dier klagte aan den kapitein
Luitenant ter zee H. W: de quartel, komman, ter
„derende zijner Majesteits Brik de Merkuur in
ostation alhier, toegezonden, ten einde bij ontmoe„aire
„ting van den zeeroover te handelen zoo als het
behoort.
No. 443
Gelezen zijnde het berigt van den Raad Con„
„trarolleur Generaal der Financien admt:m
dd 31:e dezer, N„o 395, benevens de daarbij inge, ive
„zondene lijst, strekkende ter voldoening aan
onze aanschrijving, dd 30 dezer, in rescriptie
Augustus 31.
284 285
op zijne missive van den vorigen dag n„o 393 Augustus 31.'t Gouvernement; dan men zal van dezelve ken:
aangaande de uitgaven voor werkloon van tim„ geen aangenaame voldoening erlangen, zoo
„merlieden en metselaars, hierin onder n„o 439 lang de Coloniale Casse met de uitbetaling
aangeteekend. zie het berigt en de bijlaag onder van bevoorens niet berekende vrachtpenningen
N:os 174 & 175.
onverhoeds wordt gechargeert en bij continuatie nte
Is goedgevonden en verstaan: den Raad Con„ met die van provisien van ’t Garnizoen en
„trarolleurs Generaal der Financien adinterim het hospitaal, waaromtrent het hoognoodzaken
de volgende rescriptie te doen toekomen. "Na „lijk zijn zal de ernstigste vertoogen bij het
ontfangst en examinatie van uE: rescriptie ministerie te doen, want uEd zal ongetwijffelt
van heden n„o 395 en gevoegde bijlaag blijkt met mij moeten convenieren, dat alleen het res„
het mij dat J: uitgezondert het Jaar 1816 en pect van vragtpenningen, de noodzakelijkste
't Jaar 1817, die respectivelijk in meerdere en refectien aan's Lands menigvuldige gebouwen,
mindere werkloonen remarquabel zijn, en waar„ gansch en al alsorbeert, dat eindelijk het ge„
„van het laatsgemelde aan het meerdere van „volg moet hebbe, dat ’t geen in dit jaar met
’t voorig Jaar moet worden toegeschreven :/ de een geringe koste kan worden gerepareert bij
sinds 20 Julij tot heden gedane uitgaven, meer manquement daarvan eerlang het drie en
of min overeenkomen met die van Augustus vierdubbeld daarvan zal bedragen: hartelijk
1818 tot Februarij 1819, en voords van 15 Januari wensch ik dat bij een aanstaand plan van orga„
1820 tot en met 15 April lb belangende de geene „nisatie en bezuiniging en daarby verwagt wor„
welke het tijdvak van de overleeden Gouverneur dend effectief Gouvernement in dit alles zal
Generaal Admt:m betreffen, dezelve zullen onge„ worden voorzien.
„twijffgelt veroorzaakt zijn daar noodzakelijke September 1,23. Neets bijzonders voorgevallen
reparatien aan's Lands of Gouvernements ge„ No. 444.
„bouwen, even zoo als die staande mijn beheer Op het Ministerie voor het Publieke onder
door de timmering en refectien van ’t smitshuis„ „wijs, de Nationale Nijverheid en de Kolonien,
bevooren begonnen en nu die aan de waag: de getrokken negen wissels, van N:o 62 tot N„o 70,
noch noodzakelijk of bereeds door mij op voor„ ten bedrage van ƒ 6273„54 of P„ 42373„3 voor
„dragt toegestane werken, zal ik bevoorens die militaire tractementen en soldijen over de gepas„
geschieden, de Capt:r Ingen: mij daarvan een be„ „seerde maand Augustus.
„grooting doen ter hand stellen N:o 445.
Alle mogelijke bezuinigingen daar te stellen De stukken betreffende den hospitaal dienst, a
vordert de onvermijdelijke pligt en attentie van over de maand Augustus ll, zijn heden inge„
„komen.
Gelezen
286
No. 446.
September 5. Gelezen zijnde een rekwest van Maria Peneri
houdende verzoek om het lijk van Maria
Bernarda Bodenaar, buiten praejuditie te
mogen begraven. Zie het Rekwest onder N„o 58.
hetwelk aldus nog luidt:
F. J. /
Is goedgevonden en verstaan: het verzoek
van de rekwestrante te accorderen, gelijk zulks
geschiedt bij deze; mits niemand zich daartegen
stelle en, in cas van abintestato, daarvan worde
kennis gegeven ter weesen onbeheerde en desolate
boedel-kamer.
Een afschrift hiervan ^ zal aan de rekwestrante
tot informatie, worden afgegeven.
No. 447.
Gelezen zijnde eene missive van den Magazijn
Meester van alle Magazijnen, dd 5„den dezer n„o
64, geleidende processen verbaal in triplo, aan
„gaande de militaire rantsoenen aangebragt
met de schepen Henriette Wilhelmina & de
hendragt, en daarbij te kennen gevende dat
hij, om aangehaalde redenen, is terug gehouden
om exacte processen verbaal op te maken van
elk afzonderlijk getal der kwaliteit van de
planken, balken en ribben met de voormelde
schepen aangebragt. Zie de missive onder
N„o 17.16, terwijl de processen verbaal afzonderlijk
aan het Ministerie voor het Publieke onder„
wijs, de Nationale Nijverheid en de Kolonien
zullen worden ingezonden.
Is goedgevonden en verstaan: den Magazijn
Meester van alle Magazijnen hierbij aan te schry„
ven
September 6.
287
„ven dat, ofschoon de processen verbaal der ken:
bouw materialen met de hiervorengemelde sche„
„pen aangebragt, als nog niet kunnen worden de„
ingezonden, uit hoofde dat de inspectie daar„
„van niet is geschied; wij echter hebben ver„
„wacht dat de processen verbaal wegens het
ontvangen derzelve, overeenkomstig het bepaalde
bij het 3:de Lid van de Gouvernements dispositie
dd 30 Junij 1819 n„o 286, zouden ingezonden
worden; aangezien die processen verbaals noo„
„dig zijn om te weten of de goederen volgens klein
de Cognossementen zyn uitgeleverd, ten einde
de betaling van de vrachtpenningen te laten an
volgen, weshalve hij Magazijn Meester bij
deze wordt aangezegd om de hiervoren bedoelde
processen verbaal van ontvangst, aan ons te ure
doen toekomen, als wordende naar dezelve
alleen afgewacht om de Ordonnantien we„
„gens de vrachtpenningen af te geven.
Een afschrift hiervan, zal aan den Maga„
„zijn Meester van alle Magazijnen, tot in„
„formatie en narigt, worden toegezonden.
Niets bijzonders voorgevallen.
No. 448.
Zijner Majesteits brik de Merkuur is heden
op eene Convooi reis, naar de Havens van
Puerto Cavello en La Guaira, uitgezeild.
No. 449.
De Magazijnmeester van alle magazijnen int
heeft heden ingezonden de processen ver„ sive
„baal, in triplo, wegens den uiterlijken staat
de getallen der aan hem afgeleverde bouwmaker
terialen
288
September 8. „terialen uit het moederland aangebragt met
de schepen genaamd Henriette Wilhelmina
schipper P. J: Kerkhoven en de Eendragt schip
per J. T: Visser.
N„o 450
Is gelezen eene missive van den kommande
„rende officier der Artillerie, dd 8.e dezer N„o 34,
houdende vertoog aangaande het vervoeren van
buskruid en voorstellende om de wet betrek
„kelijk het vervoeren van buskruid, vastgesteld
door zijne Majesteit den Koning, in dato
26.e Januarij 1815 en wel voornamelijk de aan
„gehaalde artikelen ook applicabel voor deze
kolonie, in werking te doen brengen, of wel
zoodanige andere wetten en reglementen als
wij zouden goedvinden. Zie de missive onder
n„o 177, dewelke in advies wordt gehouden
N„o 251.
Gelezen zijnde eene missive van den
Kommanderende officier der artillerie, dd 8.
dezer N„o 35, opzigtelijk het bewaren van bus„
„kruid aan partikulieren toebehoorende in
's Lands magazyn en de vordering van den
magazijnmeester der artillerie deswegens, daar
„bij dienende van Consideratien aangaande de
belooning van den gemelden magazyn meester
voor de Surveissance over het kruid van parti„
„kulieren. Zie de missive onder N„o 178.
En gezien een rapport door den magazijn
meester der artillerie, met eene geleidende mis„
„sive dd 28.e December 1818 aan den nu wijlen
Gouverneur Generaal A: Kikkert ingezonden,
September 9
289
bij hetwelk opgegeven is het gene in drie ken„
onderscheidene tijdperken voor het bewaren
van buskruid in's Lands magazijnen aan de
de genen die daarover opzigt hadden is be„
„taald geworden. Zie het rapport onder N„o eente
179
Voorts gelet op eene opgaaf door den
magazijn meester van de artillerie aan den
Raad Contrarolleur Generaal der Financien
gedaan wegens de emolumenten door hem
klein in den Jare 1817 voor het surveilleren van
buskruid genoten, waaruit blijkt dat de kosten
van transport bij het afhalen en uitleveren,
mmer zoo mede van keeren en luchten voor zijne
rekening geweest zijn. Zie de opgaaf onder
N„o 180 aire
Daarop overwegende dat er aan het Gou„
„vernement in het moederland opgaaf is ge„
„daan van de emolumenten die in deze kolo„
„nien bij de onderscheidene ambtenaren wor„
„den genoten en dat zijner Majesteits meening
dienaangaande kan worden te gemoet gezien
weshalve geene verandering daarin voor als schry
nog kan worden gemaakt naire
Is goedgevonden en verstaan: hierbij te gelas„
„ten dat de magazijnmeester der artillerie zich voren
moet houden aan de bepalingen die bij de
laatste bezitneming dezes eilands op den 4:e
Maart 1816 ten aanzien van het bewaren van ant
buskruid, aan partikulieren toebehoorende, in sive
's Lands magazijnen in vigeur waren en in
zyne opgaaf aan den Raad Contrarolleur Genl:
den
September 9 der Financien zyn uitgedrukt en dienvolgens
op geene andere dan de volgende wijze des„
„wegens zal vermogen te berekenen, namelijk
voor het ontvangen, bewaren, keeren, luchten
afleveren en alle transport kosten van een
vat buskruid van 100 lb — P„s 3„
van minder gewigt naar evenredig,
„heid der zoo evengemelde bepaling
voor d=o d„o d=to van 1 Boco
buskruid. - „ - „ 1 „ 4 „
voor een kist met ammunitie als voren „ 1 „ 4.
En voorts den magazijnmeester der artil
„lerie ons ongenoegen te kennen te geven we
„gens het afwijken van de vigerende bepaling
door hemzelven opgegeven, en het berekenen
van legessen die niet vermeld zijn in zijne
evengemelde opgaaf noch in zijn hiervoren
vermeld rapport, hetwelk met zyne eerste
opgaaf niet overeenkomende, alleen tot meerde
bewijs van zijne onwettige brekening in de
hiervoren gemelde missive kenbaar gemaakt
in aanmerking kan komen.
zullende afschriften hiervan aan den
Kommanderende officier der artillerie en den
magazijn meester der artillerie, tot respectie
informatie en narigt, worden toegezonden
en bij het afschrift voor dien voorm:e kom„
„manderende officier bestemd, kopij van des
magazijn meesters opgaaf en van deszelfs
berigt, worden gevoegd om dien officier daa
mede bekend te maken.
Gelezen
September 9
291
No. 452.
Gelezen zynde eene missive van den komman aken„
„derende officier der artillerie, dd 8:e dezer n„o 36,
houdende verzoek dat aan den magazynmeester en de„
der artillerie, om aangehaalde redenen, worde geac„
neente „cordeerd het genot van twee rations vivres. zie
de missive onder N„o 181.
En gelet op de 2:e afdeeling der aanschrijving
van zijne Excellentie den Minister voor het Pu„
„blieke onderwijs, de Nationale Nyverheid en de
Kolonien, dd 11:e Februarij 1819 N„o 7/4, aangaande
verklein het verstrekken van vivres.
Is goedgevonden en verstaan: den voornoem„
„den kommanderende officier bij deze te kennen van
te komen te geven dat aan den magazijn mees„ inme„
„ter van de artillerie geen vivres kan worden
aire toegestaan, aangezien de vivres die uit het
moederland worden ontvangen voor het eigen„
„lijke garnizoen bestemd zijn, behalve dat de
voorm: magazijn meester zich reeds aan den
koning geadresseerd heeft ter bekoming van en
een verhoogd tractement, waaromtrent zijner
Majesteits meening wordt afgewacht.
Een afschrift hiervan, zal aan den kom„schrij
onaire „manderende officier der Artillerie, tot infor
matie, worden toegezonden. „ by
voren No„ 453.
Gelezen zijnde eene missive van den Majoor
der artillerie, dd 8:e dezer n„o 37, houdende ver„
„zoek dat aan hem, ingevolge art 223 van
het reglement van administratie, de vivres stive
voor deze maand en in het vervolg, niet in
natura maar in geld moge worden uitbetaald heeft
zie
292
September 9. Zie de missive onder N„o 182.
En gelet dat de verstrekking van rantsoenen
in natura aan de officieren, bij Ministeriele
resolutie in dato 2:e Januarij 1819 N„o 13/2, tot
antwoord op eene aanschrijving van den des
tijds Gouverneur Generaal, tot 11:e Januarij 1818
n„o 2, is goedgekeurd, en daardoor eene verande„
„ring van art. 223 van het bedoelde reglement
van administratie heeft plaats gehad,
Is goedgevonden verstaan: dat, om voren„
„staande reden, in des voormelden Majoors
verzoek niet kan worden getreden.
Een afschrift hiervoor, zal aan den voren„
„gemelde officier, tot informatie, worden toe„
„gezonden.
10. Niets bijzonders voorgevallen.
No. 454.
Gelezen zijnde eene missive van den
Raad Contrarolleur Generaal der Financien
adinterim, dd 11:e dezer n„o 408, waarin hij
aanspraak maakt op het volle genot van
des Raad Contrarolleurs tractement en de voor„
„regten daaraan verknocht, doordien de ver„
„loftijd van den Heer H. J. Nuboer, Raad
Contrarolleur Gen:l der Financien, welke voor
een Jaar geweest is, sedert lang verschenen en
de overeenkomst tusschen hun beiden vervallen
zijnde, hij Raad Contrarolleur Generaal der
Financien adinterim zich van alle verbindtemt„
„sen ten aanzien van het tractement en andere
voorregten ontslagen oordeelt en volkomen
geregtigd tot het maken van de hierboven a
vermelde
293
September 11. vermelde aanspraak. zie de missive onder
No. 183.
Is goedgevonden en verstaan: de voormelde
missive in advies te houden, gelijk dezelve wordt,
in advies gehouden tot dat er een schip uit
het moederland zal zyn aangekomen, om als dan„
het zij dat er berigten aangaande den voornoem„
den Heer H: J: Nuboer inkomen of niet, zoo„
danig te disponeren als wij zullen bevinden
en noodig oordeelen te behooren; wordende de
Raad Contr: Generaal der Financien adinterim! lein
intusschen geinviteerd om in dat ambt, het„
welk hij naar genoegen waarneemt, te
continueren.
Een afschrift hiervan, zal aan den Raad
Contrarolleur Generaal der Finantien adint:,
tot informatie, worden toegezonden.
N„o 455.
12. De rekening van het ontvanger Generaals
kantoor over de gepasseerde maand Augustus,
is, in duplo, ontvangen
No. 456.
Gelezen zynde een rekwest van José Buret,
houdende verzoek om bevrijd te worden van
de betaling der inkomende regten op de uit
zijn te Isle Davis gestrande Golet, gesalveerde
en alhier te lande aangebragte goederen. Zie
het rekwest onder N„o 59, hetwelk aldus nog
leedt:
F. J. /
Is goedgevonden en verstaan: dat in des re„
„kwestrants verzoek niet kan getreden worden.
September 12.
294
Een afschrift hiervan, zal aan den rekwes„
„trant tot informatie en narigt, worden
afgegeven.
N„o 457.
Gelezen zijnde een rekwest van eenige Inge„
„zetenen dezes eilands, houdende verzoek dat
het ons behagen moge het ontbrekende tot het
voltooijen van den weg op en aan den berg
Altena, waartoe de rekwestranten eene som
van Circa een honderd en vijftig pattinjes
hebben gecontribueerd,e uit de Koloniale kas
te doen betalen. Zie het rekwest onder N„o 60
hetwelk aldus nog luidt:
En overwegende dat de herstelling van
den voormelden weg, dewelke zich in eenen
zeer slechten en bijna onbruikbaren staat
bevindt hoogst noodzakelijk is, te meer
daar dezelve de eenigste doorgang is naar
het oostgedeelte des eilands; voorts nog dat
de bijdrage van de rekwestranten tot herstel
van een voornaam gedeelte der publieke wegen
van dien aard is, dat men geen verderen bij
„stand van dezelve, met billijkheid kan vor„
„deren, maar integendeel van Gouvernements
wege ondersteuning aan dat loffelijk doel
behoort te worden gegeven, doordien het tot
welzijn van het algemeen is strekkende; dan
van den anderen kant den ongunstigen toe„
„stand der Koloniale kas in aanmerking ne„
mende.
Is goedgevonden en verstaan: in der rekwe„
„tranten verzoek te difficulteren, edoch dien
onverminderd
895 17
September 13. onverminderd drie honderd schepels kalk
uit ’s Lands magazijn ten behoeve van den hiervo„ken,
overgifftena stellen ter dispositie „ringem weg aan en op den ^ te
van den kapitein Ingenieur, waarnemende de„
de functien van Inspecteur Generaal der we„
„gen; zullende dus de aflevering daarvan
voormelden
geschieden op aanvragen door den ^ Kapitein
Ingenieur deswegens aan ons te doen, ten
einde de vereischte autorisatie daarop te ver„
„leenen.
Afschriften hiervan, zullen aan de re„
„kwestranten en aan den Kapitein Ingenieur klein
tot informatie en narigt, worden afgegeven.
N„o 158.
14 De Raad Contrarolleur Generaal der Finan„mer„
„tien adinterim, heeft, ter voldoening aan
onze dispositien van den 12 & 19 Augustus
n„os 40 6 & 424, in triplo, ingezonden, drie
processen verbaal, met derzelver bijlagen,
betreffende de inspectien der militaire rant„
„soenen aangebragt met de schepen Hen„
„rietta Wilhelmina & de Eendragt, gevoerd
door schippers P. J. Kerkhoven & J. T:
visser.
N:o 459.
De secretaris adint: van den Raad van Civile bij
en Criminele Justitie, vergezeld van twee getui„ ren„
gen, vervoegde zich heden bij ons en vorderde
namens de Heeren Beng & Jutting, Kooplieden
alhier, de voldoening der ordonnancie voor
vracht penningen van de met het brikschijsve
Eendragt, schipper J: I: Visser, uit het moeder„
„land, ten behoeve van de militairen en de ru
Kolonie
296
September 14. Kolonie aangebragte goederen, beloopende de
gemelde Ordonnantie op P„s 7583. 4. 1.
Waarop wij geantwoord hebben dat als de
ontvanger Generaal gene Fondsen tot de vol„
„doening dier ordonnancien had, wij ook geen
hadden.
No. 460.
Is gelezen eene missive van den Raad Con„
„trarolleur Generaal der Financien adinterum
dd 14.e dezer n„o 414, houdende kennisgeving
dat namens de Heeren Bing & Jutting
van hem geregtiglijk is afgevraagd de beta„
„ling der ordonnantie voor vrachtpenningen
wegens de aangebragte goederen met de brik
Eendragt, zie de missive onder N„o 184, dewelke
voor notificatie wordt gehouden.
15. Niets bijzonders voorgevallen.
No„ 461
16. Het reglement op den impost van het
Klein-Zegel, hetwelk den 23:e Augustus
in den Raad van Policie, onder zijner Majes
„teits nadere approbatie, is gearresteerd, afge„
„drukt en heden afgekondigd zijnde.
Is goedgevonden en verstaan
1„o om exemplaren van het gemelde reglement
aan de na te meldene Collegien en ambtenaren,
tot bijzondere informatie en narigt van
ieder, bij extract dezes, te doen toekomen.
namelijk
Den Raad van Civile en Criminele Justitie
3 Exemplaren voor denzelven, deszelfs Secre„
„taris en geregtsbode.
Het
September 16. Het Collegie van Commercie- en zee-zaken:
1 exemplaar.
Het Collegie van de wees-onbeheerde en de„
„solatie boedel kamer: 1 exemplaar.
Den Kerkenraad der Hervormde gemeente
1 exemplaar.
Den Raad-Fiscaal: 1 exemplaar.
Den Raad Contrarolleur Generaal der
Financien: 1 exemplaar.
Den ontvanger Generaal: 1 exemplaar.
Den ontvanger van het middel op het klein
zegel: 1 exemplaar:
Den Kamerbewaarder van den Raad van
Policie en Bode bij het Collegie van Commer,
„cie- en zee-zaken: 1 exemplaar.
Den Commandeur op het eiland Bonaire:
1 exemplaar.
Den Vice Commandeur op het eiland
Aruba: 2 exemplaren, voor zich zelven
en den ontvanger aldaar.
2:e Den Raad Contrarolleur Generaal der
Financien adinterein bij deze aan te schrij„
„ven om aan den Commandeur op Bonaire
en den Vice Commandeur op Aruba, bij
tijds, de vereischte zegels volgens het voren„
„staande reglement, te doen toekomen.
N:o 462.
Gelezen zijnde de Curacaasche Courant
van heden, en daarin gezien zekere missive
op naam van Haim Abinun de Lima
geschreven, waarin over de bestaande scheering
September 16. in de Joodsche gemeente alhier gehandeld word
in termen aanloopende tegen de gemanifesteerd
intentie van het Gouvernement en gedane piede
„blicatie van den Gouverneur Generaal adinte„
„rim dd 6:e Junij ll, en welke niet anders dan
nadeelige empressie kan doen geboren worden.
Is goedgevonden en verstaan: Den fungerende
Raad Fiscaal te inviteren, gelijk geschiedt
bij deze.
1„o Om voor zich te ontbieden den drukker
der Curaçaasche Courant en denzelven uit on„
„zen naam te kennen te geven, dat wij ten
hoogsten ontevreden zijn over de insertie dezer
„missive in zijn blad van heden; met injunctie
om van dit ons ongenoegen in zijne volgende
Courant melding te maken en deze missive
niet andermaal in de Courant te plaatsen.
2:o om geene aankondigingen specterende den
exterenden twist en scheuring onder de Joodsche
gemeente alhier, van welke zijde ook, in de
Courant te insereren; immers niet na vooraf
den Fiscaal deswegens te hebben geinformeerd
en deszelfs goedvinden te hebben vernomen.
3„o Den voormelden drukker aan te zeggen
dat dewijl zijn dagblad gebruikt wordt als
het middel om het zaad van twist en twee
„spalt te Zaaijen, wij ons, tot voorkoming van
onheilen welke, tegen de goede meening van het
Gouvernement, door een misbruik van de
drukpers zouden kunnen ontstaan, genood„
„zaakt vinden te gelasten om voortaan, de
proeve van zijn dagblad aan het officie
Fiscaal
299
September 16. Fiscaal ter naziening te vertonen, alvorens het
„zelve te mogen uitgeven, zullende hij bij faute
van dien voor al het geinsereerde personeel
verantwoordelijk blijven, ofschoon de naam
des schrijvers onder het geinsereerde moge ge„
„plaatst zijn.
Een afschrift hiervan, zal aan den funge„
„rende Raad Fiscaal, ten fine van informatie
en executie, worden toegezonden.
N:o 463.
De magazijn Staten over de afgeloopene
maand Augustus, met de bijlagen tot dezelve
behoorende, zyn door den Raad Contrarolleur
Generaal der Financien adinterim ingezonden.
17 & 18. Niets bijzonders voorgevallen.
N:o 464.
Raad gehouden, zie de Notulen van heden.
N„o 365.
Gelezen zijnde eene missive tot 17:e dezer,
van M:r D: Serrurier, President van Justitie
in de zaak van den Ontvanger Generaal ad
interim en den Accijnsmeester Contra Bing &
Jutting, ter beantwoording van onze aanschrij
„ving in dato 25:e Augustus ll n„o 317, ten ge„
„volge eener bij ons ontvangene missive van den
Raad Contrarolleur Generaal der Financien
adinterim dd 23:e dier maand N„o 386, in het
verhandelde onder N„o 434: aangeteekend. Zie des
Presidents missive onder n„o 189
Is goedgevonden en verstaan: eene kopij
van des voormelden Presidents missive, bij
extract dezes, aan den Raad Contrarolleur
Generaal
300
September 19 Generaal der Financien adinterim, tot antwoord
op zijne hiervorengemelde missive dd 23:e
Augustus ll n„o 386, te doen toekomen.
N:o 466.
20. De deurwaarder en geregtsbode van den
Raad van Civile en Criminele Justitie alhier,
heeft heden aan ons geexploiteerd eene dag„
„vaarding van de kooplieden Burg & Jutting
ten einde met en benevens den Raad Contrar:r
Generaal der Financien adinterim tegen den 28:e
dezer maand te Compareren voor Raden Com„
missarissen van het Hof van Justitie voor„
„meld, om te aanhooren zoodanigen eisch en
conclusie als, ten dage dienende, door de eischen
zoo ten principale als bij provisie zal worden
gedaan en genomen en daarop te antwoorden
en verder te procederen als naar regten. Zie
de overgeleverde acte Citatie onder N„o 186.
N„o 467
21. Overwegende dat de op gisteren van wege de
kooplieden Ding & Jutting aan ons geexploiteerd
Citatie, tegen den 28:e dezer, voor Raden Commis„
„sarissen van het Hof van Civile en Criminele
Justitie alhier, concernerende is de pretentie
van de genoemde kooplieden op de koloniale
kas groot P„s 7583. 4. 1. het bedrag eener or„
„donnantie voor vrachtpenningen van de bij
dit Gouvernement ontvangene goederen aan„
„gebragt met het brikschip de Eendragt, ge„
„voerd door J. T: Visser.
En in aanmerking nemende dat de voor„
„zeide pretentie bij het Gouvernement in Judicio
moet
September 21. moet erkend worden en dat zonder twijfel een
regterlijk vonnis ten laste der kolonie volgen zal,
hetwelk nogtans, ware het mogelijk, zoude
behooren voorgekomen te worden; dan aan den
anderen kant de volstrekte onmogelykheid daar„
„toe inziende, doordien de koloniale kas niet
in staat is eene zoo aanzienlijke som als die
pretentie is, te gelijk, veel minder terstond ofte
betalen, ten ware wij daarvoor wissels op het
Ministerie voor het Publieke onderwijs, de
Nationale Nijverheid en de Kolonien konden
afgeven, hetwelk echter volstrekt verboden
is, terwijl het eenigste andere middel om die
som te bekomen, en wel zelfs niet zoo spoe
„dig als dezelve benoodigd is, hierin zoude
kunnen bestaan, namelijk door de debiteuren
van de Koloniale Kas, zonder onderscheid van
den aard of tijdsverloop der schuld door midde„
„len van regten tot de voldoening van het ver
„schuldigde te constringeren, hetwelk ofschoon
daarmede nog het oogmerk zoude kunnen be„
„reikt worden, steeds geheel en al onraadzaam is,
wegens de algemeene ontevredenheid, en het
bezwaar aan eenige Ingezetenen, door dezen
nimmer te voren gebezigde maatregel te ver„
„oorzaken; op een tijdstip dat de Koloniale kas
meerder verschuldigd is dan dezelve aan uit„
„staande belastingen, regten & andere middelen
te goed heeft.
Is dienvolgens goedgevonden en verstaan: om
de onderhavige zaak ter kennis te brengen
van den Raad van Policie, dewelke niet alleen
ingevolge
302
September 21. ingevolge art 39 van het reglement op het beleid
der regering moet helpen zorgen dat's Lands
ontvangsten behoorlijk worden opgebragt maar ook
de bevoegde autoriteit is om middelen te beramen
tot styving van de koloniale kas; en voorts met
overleg van denzelven raad indien mogelijk zooda„
„nige voorzieningen hieromtrent te maken als
in dat geval te vinden zijn.
En is hierop de gemelde Raad bijeen geroepen
tegen den 23:e dezer des morgens te tien ure tot
het houden eener buiten gewone vergadering
N:o 468.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Contrarolleur Generaal der financien adinterin„
dd 20:e dezer N„o 418, houdende kennisgeving
dat bij hem ontvangen is eene dagvaarding
van wege de kooplieden Burg & Jutting, om
benevens ons, op den 28:e dezer maand te ver„
„schijnen voor Raden Commissarissen van
het Hof van Civile en Criminele Justitie, ten
einde aan te hooren zoodanigen leisch en con„
„clusie als door hen zal worden genomen;
voorts verzoekende onze meening te mogen
weten, om niet in eenig verzuim te vervallen
hoedanig hij in deze zaak zal hebben te han„
„delen zie de missive onder N„o 187.
Is goedgevonden en verstaan: de voormelde
missive te houden in advies, gelijk geschiedt
bij deze.
N:o 469.
22. Gelezen zijnde eene missive van Willem
Zee, drukker van de Curaçaosche Courant
dd
303
September 22. dd 21„e dezer geleidende kopij van eenen brief
door hem van wijlen den Gouverneur Generaal
A. Kikkert ontvangen, om aan te toonen dat
hij zich, ten aanzien van het artikel in zijn
dagblad geplaatst en geteekend door H: A:
delima, aan dien brief gehouden heeft; voorts
zijne bezwaren te kennen gevende opzigtelijk
het 2 & 3:e lid onzer dispositie dd 16:e dezer
n„o 462, dewelke de Fiscaal aan hem heeft
gecommuniceerd. Zie de missive en bylaag on„
„der N„o 188 & 189.
Is goedgevonden en verstaan ons te houden
aan onze hiervorende dispositie van den 16.e
dezer n„o 462 en op de nakoming derzelve te
insteren, edoch bij wijze van interpretatie dier
dispositie hierbij kennelijk te maken dat nieuwe
„tijdingen en gewone advertentien niet begrepen
zijn in den maatregel dien wij, bij het derde
lid onzer hiervoren gezegde dispositie, noodza„
„kelijk hebben geoordeeld.
Afschriften hiervan, zullen aan het officie
Fiscaal en den voornoemden Willem Lee, tot
respective informatie en narigt, worden toe„
gezonden.
N:o 470.
Gelezen zijnde een rekwest van Louis Pa„
„chienne Leon, houdende verzoek om het bur„
„gerregt alhier, door het afleggen van den
gewonen eed van getrouwheid aan zijne Majes„
„teit den koning te mogen verkrijgen. Zie het
rekwest onder N„o 61, hetwelk aldus nog luidt
(F.J.)
304
September 22. En gelet op het daaronder gestelde declaratoir.
Is goedgevonden en verstaan: des rekwestrants
verzoek te accorderen, zoo als hetzelve hierbij geac„
„cordeerd wordt; mits betalende de daarop staan„
„de belasting ten behoeve van het Fonds tot ver„
„nietiging der bewijzen van afgekeurde Johan„
nissen.
Een afschrift hiervan, zal aan den rekwes„
„trant, tot informatie, worden afgegeven.
N:o 471.
23. Raad gehouden. zie de Notulen van heden.
N:o 472.
De persoon van Louis Pachienne Leon, de„
„welke blijkens het verhandelde onder N=o 470, als
vaste ingezeten op dit eiland is geadmitteerd, heeft
den gewonen eed van getrouwheid aan Z M
den Koning, voor ons afgelegd.
24. Niets bijzonders voorgevallen.
N:o 473.
25. Gelet zijnde dat de drukker van de Cura„
„caosche Courant niet voldaan heeft aan
dat gedeelte der eerste afdeeling van onze dis
„positie van den 16e: dezer n„o 462, volgens
welk hij verpligt was van ons daarin betuigde
ontevredenheid in zijn blad van den 23:e dezer
melding te maken, en waarop wij bij dispo„
„sitie van den 22 dezer N„o 469 geinsteerd heb„
„ben.
Is goedgevonden & verstaan den persoon
van Willem Lee drukker van de Curaçaasche
Courant bij deze nogmaals stelliglijk te gelasten
om te voldoen aan de injunctie door den
Fiscaal
305
September 25. Tiscaal aan hem gedaan, namelijk om van
onse in de eerste afdeeling der evengemelde dispo
„sitie van den 16 dezer N„o 462 betuigde hoogste
ontevredenheid, in zyn eerstvolgend blad melding
te maken; en ingeval hij daaraan nog in ge„
„breken mogt blijven, wordt het officie Fiscaal
hierbij gekwalificeerd om tegen den voornoem„
„den drukker Willem Lee, wegens disobedien
„tie aan de order van het Gouvernement, te
procederen, zoo als hetzelve in goede Justitie
zal vermeenen te behooren.
Afschriften hiervan, zullen aan het officie
Fiscaal en den vorengenoemden drukker Wil„
„lem Lee, tot respective informatie, narigt en
Kwalificatie, worden toegezonden.
N:o 474.
De deurwaarder en Geregtsbode van den Raad
van Civile en Criminele Justitie heeft ons heden
ter hand gesteld den eisch van de kooplieden
Bing & Jutting, waaruit blijkt dat hunne
geventileerde actie is ter invordering van de
bij het Gouvernement aan hen verschuldigde
vracht ter somma van P„s 7583. 4. 1 wegens
de vivres en bouw materialen aangebragt
met het brik schip de Hendragt gevoerd door
schipper J. T. Visser. Zie den voormelden eisch
onder n„o 190.
N„o 475
Is goedgevonden en verstaan den Raad van
Civile en Criminele Justitie op dit eiland te
inviteren, zoo als dezelve hierbij wordt gein„
„viteerd om aan ons te dienen van Consideratien
omtrent
306
September 25. omtrent den inhoud van art 179 van de
Grondwet voor het koningrijk der Nederlanden,
luidende als volgt:
De Hooge Raad oordeelt over alle actien
waarin de koning, de Leden van het Koninglijk
„huis, of de staat, als gedaagden worden aan
„gesproken, met uitzondering der reële actien
die voor den gewonen Regter worden behandeld.
1„o of namelijk de welgemelde Raad van gevoelen
is, dat gemeld artikel op den Gouverneur Gene„
„raal dezer Kolonie, voor koloniale, en mitsdien
Rijks schulden geconvenieerd, mede van applica„
„tie moet worden gerekend.
2„o of in cas van Dubieteit, het niet van de
hoogste noodzakelijkheid moet gerekend worden,
provisioneel, en tot dat zyner Majesteits deci„
„sie door ons te vragen, zal zijn ingekomen,
eenige provisionele mesures daar te stellen,
om inmiddels zich daarna te kunnen reguleren
en zoo ja, des Raads Consideratien deswegens
ook, aan ons te doen toekomen.
Een afschrift hiervan, zal aan den Raad
van Civile en Criminele Justitie alhier, wor„
„den toegezonden.
N„o 476.
Raad gehouden. Zie de Notulen van heden.
N„o 47
26. Op verzoek van Gabriel Jansz Muskus,
districtmeester van het 1:e district in de mid„
„del divisie, en van Adriaan vos, district
meester van het 1:e district in de oost divisie,
om in voormelde kwaliteit ontslagen te worden
uit
307
September 26. uit hoofde van verandering van woonplaats
en de daaruit vloeijende onmogelijkheid om
den voorzeiden post waartenemen.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Aan Gabriel Jansz Muskus & Adriaan
vos ontslag als district meester te verleenen
gelijk geschiedt bij deze, onder verpligting van
alvorens alle reglementen, registers, documenten
en papieren tot dien post behoorende, aan den
genen die door ons daarin zal worden benoemd
ter hand te stellen.
2„o Hierbij te benoemen Willem Munnigh
tot districtmeester van het 1:e district in de
middel divisie en Willem Craneveldt Hoijer,
tot districtmeester van het eerste district in de
oost divisie, om in dien post te treden en den
„zelven waartenemen na alvorens alle reglemen
„registers, documenten: ertoe behoorende te hebben „ten en papieren de
overgenomen en den gewonen eed voor ons te
hebben afgelegd, hetwelk terstond na de over„
„neming der voormelde stukken zal moeten
geschieden.
Extracten hiervan, zullen aan de belang„
„hebbenden tot respective informatie, ontslag
en aanstelling, worden toegezonden.
N:o 478.
27. Nademaal wij uit de aan ons overgelegde
verantwoording van het Fonds tot instandhou
„ding der gewapende burgermagt hebben ont
„waard dat er eene zeer aanzienelijke som
voor achterstallige contributien aan het gemel
„de Fonds verschuldigd is, waardoor diverse
pretentien
September 27
308
pretentien ten laste van dat fonds, tot groote
inconvenientie van de belanghebbenden, als nog
onbetaald zijn
En aangezien zulks ontstaan is door de onwel„
,,ligheid of misschien nalatigheid van de Contri„
„branten in de tijdige voldoening van het gene
een ieder verschuldigd is en geredelijk behoorde
te hebben betaald tot instandhouding der gewa
„pende burgermagt dewelke is zamen gesteld uit
hunne mede ingezetenen, die in de termen vallen
van te moeten dienen en niet even als anderen,
dewelke hierbij worden aangesproken volgens de
wet van het regt mogen genieten om door beta„
„ling van Contributie zich van den voorzeiden
dienst vrijgesteld te zien.
Is goedgevonden en verstaan: allen ende
eenen iegelijken die voor Contributie tot instand
„houding der gewapende burgermagt verschul„
„digd zijn bij deze ernstiglijk te vermanen om
hunne achterstallige uiterlijk voor of op den
vyftienden der aanstaande maand October te
voldoen; als zullende de genen die daaraan
in gebreken mogten blijven, na den voorzeiden
tijd, door middelen welke deswegens kunnen
en mogen gebezigd worden tot de betaling van
al het gene zy verschuldigd zyn, ten strengsten
worden genoodzaakt.
En is het vorenstaande heden afgekondigd,
en een exemplaar daarvan aan de administra„
„teurs van het fonds tot instandhouding der
gewapende burgermagt toegezonden, met aan„
schrijving om te zorgen dat alle Contribuanten
die
309
September 27. die op den 16:' October hunne achterstallige Cou„
„tributie niet hebben betaald, door den kwartier
meester worden geciteerd voor den Krijgsraad en
door hem, volgens de bestaande manier van
procederen voor dien raad, tot de betaling
worden geconstringeerd.
N:o 479.
Gelezen zijnde eene missive van den maga„
„zijn meester van alle magazijnen dd 27.e
dezer n„o 71 houdende bezwaren wegens het
te kort komende op het in's Lands magazijnen
geweest zijnde zout, met verzoek om dat te
kort beloopende op twee honderd en zeven
vaten als verlies te mogen afschrijven, en
voorts dat het ons moge behagen hem eene
rafactie van 2 pC:to voor versmelling van het
zout te accorderen. Zie de missive onder N„o
191.
Is goedgevonden en verstaan: de gemelde
missive, bij extract dezes, te stellen in handen
van den Raad Contrarolleur Generaal der Finan„
aduite
„tien om daarop aan ons te dienen van berigt.
N:o 480.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinterum
dd 27:e dezer N„o 229 verzoekende geautoriseerd
te worden om de, ingevolge resolutie van den
Raad van Policie dd 25:n dezer te ontvangene
penningen die onder de Commissarissen over
den boedel van den gewezenen ontvanger Gene„
„raal Matthias Schotborgh Gt voorhanden
zijn, als ook de som van vijf en negentig
Nesos
310
September 27. pesos van achten, dewelke gebleken is aan dien
gewezenen ontvanger toe te komen uits het saldo
groot P„s 175 in de kist der bewijzen van gesplit„
„ste ordonnantien op den 4e Augustus ll gevonden
en in de Koloniale kas gestort, te gelijk op des„
„zelfs rekening af te schrijven. Zie de missive
onder N„o 192.
Is goedgevonden en verstaan den Raad Con„
„trarolleur Generaal der Financien tot de hier„
„vorenbedoelde afschrijving, bij deze te autorise„
„ren.
Een afschrift hiervan zal aan den Raad Cont:
Generaal der fin: ad int: „ tot informatie en narigt„
worden toegezonden.
N:o 481.
28. Gelezen zijnde eene missive van Joh:s J: Gaat„
„man, district meester van het 3.e district in
de west divisie, houdende verzoek, om, uit
hoofde van aangehaalde redenen, ontslag in
zijne gemelde kwaliteit te bekomen. Zie de
missive onder N.o 193.
Is goedgevonden en verstaan
1„o Den voornoemden district meester J. J. Gaat
„man ontslag in die kwaliteit te verleenen, zoo
als zulks geschiedt bij deze, na vooraf alle re„
„glementen, registers, documenten en papieren
tot zijnen post behoorende aan zijne opvolger
te hebben ter hand gesteld.
2„o om Jacobus Philippus Leseur hierbij te
benoemen en aan te stellen tot district meester
van het 3:e district in de west divisie, ten
einde in de functien van dien post te treden
September 28. na dat de hiervoren bedoelde stukken aan
hem zullen zijn ter hand gesteld en hij als dan
den gewonen eed voor ons zal hebben afgelegd
Extracten hiervan zullen aan de hieringe„
„noemden tot respective informatie; ontslag
en aanstelling, worden toegezonden.
N„o 482.
29. Gelezen zynde eene missive van den Raad Cont:
Generaal der Financien adinterim dd 28:e dezer
N„o 430, houdende berigt op de bij onze dispositie
van den 27:e dezer n„o 479 in zijne handen
gestelde missive van den magazijnmeester van
alle magazijnen van dien zelfden datum N„o
71, betreffende het geledene verlies op het zout
in ’s Lands magazijnen en het accorderen van
rafactie daarop. zie des Raad Contrarolleurs
missive onder N„o 194.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o om de afschrijving van twee honderd en
zeven vaten zout welke in ’s Lands magazij„
„nen te kort komen, te accorderen, gelijk zulks
hierbij wordt geaccordeerd.
2„o Den magazijnmeester van alle magazijnen te
injungeren om voortaan bij het in ontvang nemen
van's Lands goederen omzigtigen te handelen,
ten einde daardoor dergelijke afschrijvingen voor
te komen.
3:o Eene rafactie van een percent op het zout in
's lands magazijn provisioneel toe te staan, zoo
als geschiedt bij deze.
Afschriften hiervan, zullen aan den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinterin
September 29.
312
en den Magazijn meester van alle magazijnen,
tot respective informatie en narigt, worden
toegezonden.
N„o 483.
Geen proces verbaal van de inspectie der
bouw materialen aangebragt met de schepen
Henrietta Wilhelmina & de Eendragt, als
nog ingezonden zijnde.
Is goedgevonden en verstaan: den magazijn
meester van alle magazijnen hierbij de reden
daarvan af te vragen en tevens aan tezeggen
dat wij het bedoelde proces verbaal, en triplo„
zonder verder uitstel afwachten.
Een afschrift hiervan, zal aan den magazijn
meester van alle magazijnen, ten vermelden
einde, worden toegezonden.
N:o 484
Is gelezen eene missive van den Raad Cont.
Generaal der Financien adint: dd 29 dezer
N„o 434, houdende kennisgeving dat de Commis„
„sarissen over den boedel van den gewezenen
ontvanger Generaal Matthias Schotborgh de
volgens hunne opgaaf onder hen berustende
penningen ter somma van P„r 7994. 3. 2, in„
„gevolge resolutie van den raad van Policie dd
25:e dezer aan den ontvanger Generaal adint:
hebben toegeteld als P„s 7025 „ 1 aan kontanten
en P„s 969„ 2„2. aan Ordonnantien, welke
kontante som strekken zal ter gedeeltelijke
betaling der ordonnantie voor vrachtpenningen
ten faveure van de Heeren Burg & Jutting,
terwijl de ontvanger Generaal adinterim
geinviteerd
September 29
30.
313
geinviteerd is om het daaraan nog ontbreken„
„de uit de eerst voorhanden zijnde penningen
te voldoen. Zie de missive onder N„o 195. dewelke
voor informatie wordt aangenomen.
N„o 485.
Door den Raad Contr: Generaal der Finan
„cien adinterim ingezonden zynde eene door
den Magazijn meester van alle magazijnen
aan hem ingelwerde petitie van benoodigdhe„
„den in s' Lands magazijnen over het laatste
Kwartaal dezes Jaars.
En de gemelde petitie gezien en geexamineerd
Is goedgevonden en verstaan: onze approba„
„tie op de voorzeide petitie te verleenen, zoo
als geschiedt bij deze en dezelve door ons ge„
„viseerd aan den Raad Contrarolleur Generaal
der Financien adinterim bij extract dezes te doen
toekomen, ten einde bij het magtigen van den
magazijnmeester van alle magazijnen tot den
aankoop der aangevraagde goederen, te hande„
„len zoo als ingevolge voorgaande bepaling,
gebruikelijk is.
No. 486.
Zijner Majesteits brik de Merkuur is heden
van eene Convooi reis binnen deze Haven
terug gekeerd.
Niets bijzonders voorgevallen.
I. I. Elsenet
1820.
October 1.
314
Niets bijzonders voorgevallen.
No„ 487.
De persoon van W. C. Hoijer, bij onze
dispositie van den 26:' September ll N„o 477. tot
district meester van het 1:e district in de
Oost-Divisie benoemd, heeft heden den gewo„
„nen eed in die Kwaliteit afgelegd.
No. 488.
Gehoord hebbende de redenen door Willem
Munnigh aangevoerd om verschoond te worden
van de aanneming des district meesters post,
waartoe hij, bij onze dispositie van den 26.e
September ll N„o 477, is benoemd geworden.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Den voornoemden W: Munnigh van de
waarneming van den post van district mees„
„ter van het 1:e district in de middel divisie
te excuseren, zoo als geschiedt bij deze
2„o Om P: F. Koeijers te benoemen, zoo als hij
hierbij benoemd wordt, tot district meester
van het 1:e district- in de middel divisie, ten
einde in dien post te treden na dat hij alle
reglementen, registers, documenten en papieren
daartoe behoorende van den afgaanden district
meester G: J Muskers zal hebben overgeno„
„men en als dan den gewonen eed voor ons
zal hebben afgelegd.
Extracten dezer dispositie, zullen aan de
daarin genoemden, in zoo ver dezelve ieder van
hen
October 2.
315
hen aangaat, tot respective informatie, aan
„stelling & narigt worden toegezonden.
No. 489.
Het garnizoen is heden door ons geinspecteerd
geworden.
Niets bijzonders voorgevallen.
N„ro 490.
Gelezen zijnde eene missive van den Kapitee
Luitenant ter zee H: UE de Quartel, komma
„derende Z. M: brik de Merkuur, houdende
1„o verslag van het voorgevallene op zijne laats„
reis en wel bijzonderlijk ten opzigte van de ned
„landsche Golet genaamd Brunette dewelke
genomen was door eenen Insurgenten kaper
en te Margarita opgebragt alwaar dezelve
Golet vrijgelaten is, op de wijze zoo als in de
overgelegde bijlaag vermeld staat.
2.o voorstel om de gem:e brik eenen kruistogt
te laten doen, ten einde den roover die hostild
„teiten aan schipper L. de Haseth gepleegd
heeft, op te spooren. Zie de missive en bijlaa
onder N„os 196 & 197
Is goedgevonden en verstaan het hiervoren
gerapporteerde tot informatie aan te nemen
en het voorzeide voorstel te houden in advies
No. 491.
Op het Ministerie voor het publieke onder
„wijs, de Nationale Nijverheid en de Kolonien
getrokken Zes wissels van N„o 71 tot no„ 76
ten bedrage van ƒ 5506„94 of P„r 3983„
1„ 1. voor militaire tractementen en
soldijen
316
October. 5. soldijen over de gepasseerde maand September
N„o 492.
5. zijn in triplo, ingekomen het extract uit
het dagregister van ontvangsten en uitgaven
bij de artillerie magazijnen alhier, gedurende
het 3:e kwartaal dezes Jaars, en den generalen
staat der voornaamste artillerie behoeften,
zich den 1:e dezer maand October, op dit eiland
bevindende.
N:o 493.
6. De Hospitaal meester heeft ingezonden de
verantwoording stukken van den hospitaal
dienst zoo wel over de gepasseerde maand
September als over het derde kwartaal dezes
Jaars.
No„ 494.
Gelezen zijnde eene missive van den Kapitein
Luitenant ter zee H. W: de quartel, Komman„
„derende Z. M: brik de Merkuur, dd 6:e dezer,
houdende verzoek dat er aan de heeren van
de Etat Major van de gemelde brik eene toe„
„laag uit de Koloniale Kas, tot eene kleine
te gemoetkoming van de meerdere onkosten
die men hier meer verpligt is te maken,
worde geaccordeerd, of wel eene gelijke kwanti„
„teit van brandhout als aan de officieren
van het garnizoen is toegestaan. Zie de mis„
sive onder N„o 198.
En gelet dat de overledene Gouverneur
Generaal de Vice Admiraal A. Kikkert
omtrent het verhoogen van tafel geld der
officieren van Z M. Schepen op deze station
307
October 6. in dato 10.e October 1818 een berigt aan het
Ministerie voor het Publieke Onderwijs de
Nationale Nyverheid en de Kolonien heeft inge„
„zonden, in dat op het gezegde berigt geene
aanschryving is ontvangen.
Is goedgevonden en verstaan het verzoek
van den Kapitein Luitenant de quartel te
houden in advies tot dat de over de onderhavi„
„ge zaak verwacht wordende aanschrijving
van het voormelde Ministerie zal zyn ontvan„
„gen, en welke aanschrijving met de eerste ge:
„legenheid kan te gemoet gezien worden.
van, zal aan den kapi„ Een afschrift
„tein Luit.t ter zee ^ de Quartel, tot informatie,
worden toegezonden.
N:o 495.
De Chirurgijn Majoor heeft ingezonden de
stukken betrekkelijk tot den geneeskundigen
dienst over het laatst verloopene kwartaal
N„o 496
De ontvanger Generaal adinterim Theodorus
Jutting zich bij ons vervoegd hebbende, stelde
ons eenen bij hem van den Raad Contrarolleur
Generaal der Financien adinterim ontvangen
brief, dd 6:e dezer N„o 445, ter hand, met
verzoek dat wij hem zouden vrijstellen van de
verpligting door den Raad Contrarolleur hem
in dien brief opgelegd, namelijk van restitutie
te doen van drie honderd negen en negentig
pesos van achten vijf realen en vyf stuivers
het bedrag van vijf percent Commissie door
hem in rekening gebragt als hem Competerende
wegens
October 7.
318
wegens het ontvangen in de Koloniale kas
van P„s 7994. 3. 2, uit handen van de Commis„
„sarissen over den boedel van den gewezenen
ontvanger Generaal Matthias Schotborgh Gr
ingevolge zekere resolutie van den Raad van Poli„
„cie dd 25:' September ll, sustineerende de voor„
„noemde ontvanger Generaal tot de berekeninge
van de voormelde Commissie geregtigd te zijn
zoo wel uit krachte van art: 20 zijner Instruc
„tie als uit hoofde dat de interpretatie van
dat artikel bij Gouvernements dispositie dd
2:e Februarij dezes Jaars N„o 82 niet kan worden
verstaan zich tot de onderhavige zaak uit
te strekken, zie de hiervorengemelde missive
onder N„o 199.
De voorzeide missive gelezen als mede ge„
„zien de Instructie voor den ontvanger Gene„
„raal en de hiervorenaangehaalde Gouverne„
„ments dispositie, mitsgaders nog de missive
van den overledenen Heer Gouverneur Gene„
„raal A: Kikkert aan het Departement van
koophandel en Kolonien dd 30 Januarij 1818
n„o 14 en de daarin aangehaalde documenten
opzigtelijk het berekenen van perceptie geld door
den ontvanger Generaal.
Is goedgevonden en verstaan: het advies van
den Raad van Policie hieromtrent in te nemen
en intusschen deze zaak onbeslist te laten, en
voorts hiervan, bij extract dezes, kennis te ge
„ven aan den Raad Contrarolleur Generaal
der Financien adinterim en den ontvanger
Generaal adinterim, tot derzelver narigt.
319
October 8. Niets bijzonders voorgevallen.
N:o 497.
De persoon van P. T: Koeijers, bij onze dis„
„positie van den 2:e dezer N„o 488, tot district
meester van het 1.e district in de middel divi„
„tie benoemd, heeft heden den gewonen eed in
die kwaliteit afgelegd.
No. 498.
Gehoord hebbende het mondeling verzoek van
den Lands bakker Johannes Kraanwinkel
dat er eene gunstige dispositie zoude genomen
worden op zijn in dato 8:e December 1819 aan
den nu wijlen Heer Gouverneur Generaal A.
kikkert ter bekoming van verhooginge van trac„
„tement ingeleverd rekwest, hetwelk dienzelfden
dag onder N:o 664 in advies is gehouden.
En op het voorzeide rekwest disponerende,
is goedgevonden en verstaan: den rekwestrant
verhooging van tractement toetestaan en zijn
Jaarlyksch tractement aldus onder zijner Ma„
„jesteits nadere approbatie, bij deze te stellen op
drie honderd en tien pesos van achten, sedert
den 1:e dezer maand October.
Afschriften hiervan zullen aan den rekwer„
„trant en den Raad Contrarolleur Generaal der
Finantien adinterim tot respective informatie
en narigt, worden toegezonden.
N„o 499.
Gelezen zijnde eene missive van den Kapitein
Luitenant ter zee H. W: de quartel, Komman„
„derende Z. M: brik de Merkuur, dd 9.e dezer,
strekkende ter accusatie en beantwoording onzer
dispositie
October 9.
320
dispositie van den 6.e dezer n„o 494. genomen
op eene ten dien dage ontvangene missive van
den voornoemden kapitein Luitenant wegens
toelaag aan de Etat Major van de voorzeide brik
uit de koloniale kas of wel van brandhout:
zie de eerstgemelde missive onder N„o 200.
Is goedgevonden en verstaan: den voornoem„
„den Kapitein Luitenant de quartel, de volgende
rescriptie te doen toekomen.
Den inhoude UEG: missive van heden is
van dien aard, dat ik meen dezelve, tot
weering van misverstand te moeten beand„
„woorden."
"De voordragt door uEG: bij missive van
den 6:en dezer gedaan is mij, bij onderzoek
gebleken, dat op een arroneuse grondslag steunt,
namelijk: de toelage uit de Convoy gelden:
zulks is bij zijne Excellentie de Vice Admi„
„raal Gouverneur Generaal A: Kikkert ge„
„improbeert geworden, maar daarentegen een
voordragt geschiedt om dezelve te vinden
uit de interessen der 1 pC:t Kaapvaart Kas„
hierop koomt waarschijnlijk rescriptie bij
eerste scheepsoccasie en deze wilde ik afwag„
„ten.
Mijn oogmerk is dus niet om uEG: met deze
petitie aan het Ministerie te renvoijeren, dezelve
is bereids sinds lang aldaar een point van deliberatie
Wanneer alzoo de gemelde voordragt niet
word gegouteert, of met stilzwijgen beandwoord
zal de huishoudelijke manier van schikking en
deze waarvan uEdG laaste deel des briefs melden
maakt
October 9.
10.
maakt, eerst een point van delibelatie kun„
„nen opleveren en als dan blijken of ik uEG:
gemeld verzoek om brandhout voor de officie
„ren, als niet billijk hebbe verondersteld.” en
Eindelijk moet ik uEG: observeren, dat vol„
„gens koninglijk besluit, het brandhout, aan
de officieren der Landmagt, wordt uitgedeelt,
en hetzelve door hen mitsdien, niet uit bij
„zonder gunst word genoten?
N„o 500.
Gehoord hebbende het mondeling verzoek
van vrouwe Maria Catharina van Groot
Davelaar, weduwe van wijlen den Heer M:r
P. B. van starckenborgh in leven Raad-Fiscaal
alhier en laatstelijk en laastelijk het Gouvernement
dezes eilands adinterim waargenoinen hebbende
behelzende dat verzoek dat wij haar uit hoofde
van haren toestand, een pensioen uit de kolo„
„niale kas zouden accorderen ende zulks tot
dat het zijner Majesteit zal hebben behaagd op
haar aan Hoogstdezelve, door ons intermediair ge„
„presenteerd rekwest, ter bekoming van Jeensioen, te
disponeren.
En in aanmerking nemende dat de voornoem„
„de weduwe van starckenborgh zich waarlijk
in eenen zoodanigen staat bevindt dat zy zon„
„der onderstand van Gouvernements wege geen
toereikend middel van bestaan kan hebben; en
aangezien wij volkomen vertrouwen stellen op
eene voor de voornoemde weduwe gunstige dis„
„positie van Zijne Majesteit
Is goedgevonden en verstaan: aan de voorn
vrouwe
October 10.
322
vrouwe Maria Catharina van Groot Da
„velaar weduwe van wijlen den Heer M.r P.
B: van Starckenborgh, in leven Raad-Fiscaal
alhier en laatstelijk het Gouvernement dezes
eilands adinterim waargenomen hebbende, pro„
„visioneel en tot dat Zijne Majesteit de Ko„
„ning op haar hiervoren bedoelde Rekwest zal
hebben gedisponeerd, onder Hoogstdeszelfs nadere
approbatie te accorderen, zoo als aan haar ge„
„accordeerd wordt bij deze een maandelijksch
pensioen van vijftig pesos van achten uit de
koloniale kas, gerekend sedert den 1:e dezer
maand; onder verpligting nogtans van het
genotene te zullen restitueren indien het
den Koning onverhoopt, niet mogt behagen
deze onze dispositie goed te keuren.
zullende extracten dezer dispositie, aan
de gepensioneerde weduwe van starckenborgh
en aan den Raad Contr:r Gener:l der financiën
adinterim, tot informatie en narigt, worden
toegezonden.
N„o 301.
Gezien zijnde eenen door de administrateurs
van het garnizoen alhier op rekwisitie inge„
„zondenen nominativen staat der onder
officieren en manschappen dezes garnizoens,
ten getalle van een honderd twee en negentig,
welker tijd van dienst in deze en volgende
maanden van dit jaar expireert.
En bij onstentenis zoo wel van bepaalde
orders omtrent het verleenen van ontslag
aan de voormelde onder officieren en manschap
pen
October 10.
323
„pen als van aanschrijving omtrent de wij„
„ze waarop dezelve zullen worden gerempla„
„ceerd, gehoord hebbende het advies van den
Majoor Titulair der artillerie D. W: Dursteler
als Kommandant der Troepen.
Is, Conform het advies van den voor„
„noemden Majoor, dezelve door ons geanto„
„riseerd geworden ten einde de Kommandanten
der kompagnien aan te zeggen, om hunne
respective onderofficieren en manschappen,
welker tijd van dienst in dit Jaar expireert
af te vragen of dezelve genegen zijn zich,
onder genot van het gewone handgeld, te re
engageren en aan hem Kommandant der
Troepen rapport te doen van het getal zoo wel
der genen die wederom dienst willen ne„
„men als van de zoodanigen die hun paspoort
begeeren, ten einde de eerstgemelden, ingevolge
artikel 97 van het provisioneel reglement van
administratie voor de troepen dienstdoende
in de west-Indische Kolonien te reëngageren;
en voorts, ingeval het getal der dienstnemen
„den niet zoo groot mogt zijn om, gevoegd
bij de zoodanigen, dewelke langer dienst
tijd hebben, bij provisie eene toereikende be„
„zetting op dit eiland te behouden, als dan
orders te stellen dat het verleenen van pas„
„poorten aan de hiervoren bedoelde een honderd
twee en negentig onder officieren en manschap
„pen, zes maanden langer worde uitgesteld, zoo
wel, hoofdzakelijk om dit eiland van de noo
„dige bezetting niet te ontbloten, als wegens
de
October 10.
324
aan
de onmogelijkheid om ^ de afgedankten transport
naar het moederland te bezorgen, en voorts
om intusschen zijner Majesteits meening over
dit belangrijk onderwerp af te wachten.
N„o 502.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
van Civile en Criminele Justitie dat 9:e dezer,
accuserende de receptie onzer aanschrijving
van den 25:' Sept:r lb (zie het verhandelde onder
N„o 475,) en verzoekende te worden gesuppedi„
„teerd met een exemplaar van de Grondwet
voor het Koningryk der Nederlanden, als ook
van het staatsblad. Zie de missive onder N„o 20
Een gelet dat er van de bedoelde Grondwel
en het staatsblad, en wel van elk, niet meer
dan een exemplaar voorhanden is.
Is goedgevonden en verstaan: aan des voor„
„melden Raads verzoek te voldoen door toezen„
„ding aan denzelven bij extract dezes, van het
voorhanden zijnde exemplaar der hiervoren ge„
„melde Grondwet en van de staats-bladen die
vermeld zijn op de hierbij gevoegde lyst door
den Gouvernements Secretaris onderteekend,
met invitatie echter, om na lectuur daarvan
te hebben genomen, dezelve aan ons te rug te
zenden.
Niets bijzonders voorgevallen.
N„o 303.
De Raad Contrarolleur Generaal der Ti„
„nantien adinterim heeft heden morgen ingezon„
„den. Den staat der Finantien op den 1:e de
„zer maand tot onze informatie, als mede de
volgende
October 12. volgende stukken tot verzending naar het moe„
„derland. namelijk:
De maandelyksche rekening van het ontvangen
Generaals Kantoor over September lb, in duplo
Den staat van ontvangst en uitgaaf over het
derde kwartaal dezes Jaars, in triplo
Den calculativen staat van ontvangst en
uitgaaf over dit loopend vierde kwartaal,
mede in triplo.
De staten in duplo, van het ingehoudene een
vierde gedeelte der tractementen van den secreta„
„ris van den Raad van Policie, W: Prince &
van den Haven Meester W. A. van Spengler, beë„
„de over het derde kwartaal dezes Jaars.
N„o 504.
Dewijl eenige ambtenaren niettegenstaande
de daaromtrent, zoo wel bij hunne Instruc
„tien als bij Gouvernements orders, gemaakte
bepalingen, in gebreken zijn gebleven de van
hen benoodigde stukken binnen den behoorlijk
„ken tijd aan ons te doen toekomen.
Is goedgevonden en verstaan: de zoodanigen
die verzuimd hebben aan hunne verpligting
te voldoen, bij deze ernstiglijk aantezeggen om
de onthrekende stukken uiterlijk op den 13:e
dezer, voor het sluiten der bureaux, ter Gouver„
„nements Secretarij te bezorgen en daarbij
tevens de redenen van hun verzuim schrifte
„lijk op te geven terwijl hierbij nog wordt aan„
„gezegd daar het behoort, dat wij eene naauw
„keurige nakoming der hiervoren bedoelde be„
„palingen vorderen, in het vertrouwen dat
wij
October 12.
326
wij in het vervolg niet meer zullen behoeven
onze ontevredenheid over pligtverzuim te kennen
te geven.
Afschriften hiervan, zullen aan alle Civiele
en militaire ambtenaren dewelke tot de in„
„zending van stukken gehouden zyn, worden
toegezonden.
N„o 505.
Bij ons niet ontvangen zijnde den staat
van het Fonds tot vernietiging der bewijzen
van afgekeerde Johannissen, dewelke, ingevolg
besluit van den Raad van Policie tot 28.e
December 1819 alle zes maanden moet wor„
„den ingezonden.
Is daarom aanschrijving gedaan aan de
Commissarissen over het voormelde Fonds tot
vernietiging der bewijzen van afgekeurde
Johannissen, om dezelve te inviteren tot
het geven der noodige bevelen aan den boek
„houder, ten einde den voormelden staat, in
triplo, uiterlijk op den 14:e dezer, voor het
sluiten van het kantoor, ter Gouvernements
secretarij te bezorgen; en voorts binnen acht
dagen na verloop van elken termijn, de in„
„zending van dusdanigen staat te doen
plaats hebben.
N:o 506.
Gelezen zynde een rekwest van Angelica
Peltier laatst weduwe van Pieter Clarenberg
geleidende het daarbij gevoegde declaratoir en
houdende verzoek ter bekoming van brieven
van voorschrijving aan den President van
de
October 12
327
de Republiek van Haijti, ten einde de re„
„kwestrante toetelaten hare reclames op de
nalatenschap van haren vader Pierre Peltier
te doen gelden door middel van haren ge„
„magtigde, zonder dat zij rekwestrante ge„
„houden zal zijn in persoon te ondergaan of
uit te voeren de formaliteiten die in de gezeg„
„de Republiek ten aanzien van vreemdelingen
dewelke aldaar reclames hebben te doen, ge„
„bruikelijk zijn. Zie het rekwest onder N„o 62.
luidende aldus
/: F: I:o/
Is goedgevonden en verstaan: aan de re
„kwestrante de verzochte brieven van voorschrij„
„ving aan den President van de Republiek van
Hagti te accorderen en de voormelde brieven,
in forma, benevens het overgelegde declaratoir
aan haar, met extract dezes, te doen ter
hand komen.
N„o 507
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinteren,
dit 12:e dezer n„o 449, geleidende de hierin
onder N„o 503 aangeteekende stukken, en han
„delende over achterstallige hoofd en famillie
gelden zoo wel die waaromtrent hij den ont„
„vanger Generaal tot de invordering heeft aan
„gespoord, als welke door David Gaerste ver
„schuldigd is, voorts over uitstaande zegel gel„
„den onder de ambtenaren, mitsgaders over de
inzending der van zijn bureau nog benoodig
„de stukken en eindelijk over de nalatigheid
van
October 12.
328
van den magazijnmeester wegens inzending
van maand staten, met verdere te kennen
geving van niet te twijfelen of wij hem in
zijne betrekking, als waarnemende het ambt
van Raad Contrarolleur Generaal der Financien
met het Gouvernements gezag zullen onder„
„steunen. Zie de missive en bijlaag onder N:o
202 & 203.
Is goedgevonden en verstaan:
1:o Den Ontvanger Generaal adinterim bij ex„
„tract dezes aan te zeggen om zich stiptelijk
te houden aan het 5:e artikel zyner Instructie.
2:o Dat wij onze meening over de vordering van
den procureur David Gaerste ten laste der
Kolonie, bij dispositie op een door denzelven
heden ingeleverd rekwest zullen bekend maken.
3:o Dat de Raad Contrarolleur Generaal der
Financien adinterim de genen die voor zegels,
welke zij ter nadere verantwoording hebben
genomen, verschuldigd zijn, zal hebben aan
te schrijven, om binnen eenen te bepalenen
tijd van acht dagen de zegels welke zij voor
primo Julij ll hebben genomen, met den
ontvanger van dat middel te verzekenen
door het betalen van het bedrag bij hen
ontvangen en het opgeven dier bedragen wel
„ke behoren te worden afgeschreven.
4:o Den Raad Contrarolleur Generaal der
Financien ad-interim, ten aanzien van de
6.e & 7.e afdeeling zijner voormelde missive, te
verwijzen naar onze dispositie, van heden
onder N„o 304, welke voor het ontvangen der
gezegde
329
October 12. gezegde missive genomen was.
Een afschrift hiervan, zal aan den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adin„
„terim, tot informatie, worden toegezonden.
No. 508.
Gelezen zijnde een rekwest van David Gaer„
„ste, houdende verzoek om betaling te mogen
hebben van het saldo der door hem geexhi„
„beerde rekening zijnde P„s 36, wegens proces
kosten in het prosecuteren van eenige belas„
„tingschuldigen. Zie het rekwest onder N„o 63
hetwelk aldus nog luidt.
/ F. J./
En ons de noodige informatien hierom
„trent hebbende doen geven.
Is goedgevonden en verstaan: dat aan den
rekwestrant uit de Koloniale kas zal worden
betaald de som van zes en dertig pesos van
achten hem als gewezene procureur van den
ontvanger Generaal per Saldo toekomende
wegens het prosecuteren in regten, van ee„
„nige belastingschuldigen; waarom dan de
bedoelde rekening van den rekwestrant hier„
„bij aan den Raad Contrarolleur Generaal
der Financien adinterim wordt toegezonden
met aanzegging om te zorgen dat de door
den rekwestrant verschuldigde hoofd en fa„
„milie gelden als mede zegel-gelden, bij
die gelegenheid worden verrekend en betaald.
Afschriften hiervan, zullen aan den
rekwestrant en aan den Raad Contrarolleur
Generaal der Financien adinterim tot in„
„formatie
October 12.
13.
330
„formatie en narigt, worden afgegeven
N„o 509.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad Con„
„trarolleur Generaal der Financien adinterim
dd 13:e dezer N„o 451 handelende over de inzen
„ding van de ten zijnen kantore opgemaakt
wordende stukken, voor den 15:e der maand,
met verzoek om eene vaste bepaling daarom„
„trente te hebben. Zie de missive onder N„o 204.
Is goedgevonden en verstaan: den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinterin
bij extract dezes, te kennen te geven dat de
eerste aanzegging bij onze dispositie van den
12„e dezer n„o 304 gedaan, niet bedoelt de stuk„
„ken die volgens oude gewoonte of bepaling
tot den 15:e der maand mogen worden ingezonden
edoch, dat wij niettemin bij deze nog bepalen,
dat alle maandelijksche of drie maandelyk„
„sche staten, lijsten, of documenten, dewelke van
zijn kantoor worden ingezonden uiterlijk op den
15.e der maand, ter Gouvernements Secretarij mo
„ten worden bezorgd.
N„o 310.
Is gelezen eene missive van den Magazijn
meester van alle magazijnen dd 13.e dezer N„o
73, geleidende processen verbaal, in triplo, aan
„gaande de inspectie van de bouw materialen
aangebragt met de schepen Henrietta Wilhelmi
„na & de Eendragt, en houdende de redenen
waarom die processen verbaal niet eerder
zijn ingezonden. Zie de missive onder N„o 205
N„o 511
14. Gelezen zynde een rekwest van Francisco
Dominges
October 14.
331
Dominges houdende verzoek om onder den
gewonen eed van getrouwheid aan zijne Ma„
„jesteit den Koning, als burger en inwoner
alhier te worden geconsenteerd en zulks met
genot van de voorregten derzelve. Zie het re„
„kwest onder N„o 64. hetwelk aldus nog luidt.
/ F. I. /
En gelet op het daaronder staande declaratoir
Is goedgevonden en verstaan: des rekwestrants
verzoek te accorderen, mits vooraf betalende
de daarop staande belasting ten behoeve van
het Fonds tot vernietiging der bewijzen van
afgekeurde Johannissen.
Een afschrift hiervan, zal aan den rekwes„
„trant, tot informatie, worden afgegeven.
N„o 512.
De persoon van Francisco Dominges, bij
onze dispositie van dezen datum n„o 511 toege„
„laten zijnde om zich op dit eiland neder te
zetten, heeft heden den gewonen eed van ge
„trouwheid aan zijne Majesteit den Koning
afgelegd.
N:o 513.
Gelezen zijnde eene missive van den Majoor
Titulair der Artillerie D: W: Dursteler kom
„mandant der troepen alhier, geleidende twee
nominative lijsten van de onder officieren
en manschappen van het Bataillon Jagers
N„o 28 & het Bataillon Artillerie van linie N.o O„
welker tijd van dienst in dit Jaar expireerd
en dewelke genegen zijn zich te laten reenga
„geren. Zie de missive onder N„o 206.
Is goedgevonden en verstaan: hierover met
den
332
den voornoemden officier te aboucheren en October 14.
denzelven te inviteren, gelijk geschied is, om
zich den 16:e dezer des morgens te negen ure
tot dien einde bij ons te vervoegen.
Niets bijzonders voorgevallen. 15.
N„o 514
16. Met den Majoor titulair der Artillerie
D. W: Dursteler, Kommandant der Troepen
geaboscheerd over het verleenen van paspoor
„ten aan de onder officieren en manschappen
dezes garnizoens, weer tijd van dienst in dit
Jaar expireert, als mede omtrent het reenga„
„geren der zoodanigen dewelke, ingevolge de
door dien officier in dato 14:e dezer ingezon„
„dene nominative lijsten (zie N„o 513) daartoe
genegen zijn en zoo wel Jagers als artilleris„
„ten een getal van niet meer dan zeven en
dertig onder officieren en manschappen uit
maken; mitsgaders ook over de maatregelen
die er in de zaak nog zullen behooren te
worden genomen.
Na rijpelijk alles in overweging te hebben
genomen, is, met overleg van den hiervoren„
„genoemden officier, goedgevonden en verstaan.
1„o Dat de hiervorenbedoelde zeven en dertig
onder officieren en manschappen en alle ande
„ren dewelke genegen zijn langer te blijven
dienen, zullen worden gereengageerd voor den
tijd van vier achter een volgende Jaren, tegen
genot van het bij artikel 97 van hed provi„
„sioneel reglement van administratie voor de
troepen dienst doende en de west-Indische
Kolomine
333
October 16. Kolonien, bepaalde hand-geld van een ducaat
voor elk dienst Jaar.
2:o Dat bij provisie wordt afgezien van het
bij Conferentie in dato 10.e dezer (zie n„o 301)
raadzaam geoordeelde; namelijk: van het verlee„
„nen van paspoorten aan de uitgediende onder
„officieren en manschappen zes maanden langer
uittestellen, en den Majoor voornoemd te
autoriseren om, bij eene garnizoens order
bekend te maken dat de genen wier tijd
van dienst expireert, naar gelang van scheepen
„gelegenheiden, uit deze Kolonie naar het moe„
„derland zullen worden overgezonden, edoch
dat zij intusschen zullen moeten dienen, ter„
„wijl de genen die zich voor eenen korteren
tijd dan vier Jaren willen laten reengageren
zulks zullen mogen doen, met vrijheid om
des verkiezende van korps te veranderen,
door welke bepaling het oogmerk van een
toereikend garnizoen te houden, even goed
als door een dwangmiddel of order, zal
kunnen bericht worden, aangezien er toch
binnen zes maanden geene genoegzame
scheepsgelegenheden zullen zyn om al de
gepasporteerden naar het moederland te
verzenden, behalve dat het Gouvernement
daardoor deszelfs bereidwilligheid betoont om
ook aan het aangegane engagement te vol„
„doen en intusschen aanschrijving hier omtrent
kan worden te gemoet gezien, ten einde om
dienovereenkomstig hierin nader te voorzien.
3„o Dat aan die manschappen welker tijd van
dienst
334
willen
October 16. dienst expireert, en welke op dit eiland zullen
woonachtig blijven daartoe verlof zal worden
verleend, mits aantoonende een middel van
bestaan te hebben, of eenig ambacht te willen
„ uitoef nen.
4:o Dat, wegens den slechten toestand der
koloniale Kas en de onmogelijkheid om de
som benoodigde voor handgeld der aan te ne„
„mene militaire manschappen, of eenige
andere wijze dan door het geven van wis
„sels op het Gouvernement in het moederland
te vinden, en ofschoon er ook een verbod tegen
het trekken voor iets anders dan voor mili„
„taire tractementen en Soldijen aanwezig is
nogtans in dit bijzonder dringend geval,
waaromtrent in het moederland geene tijdige
voorziening is gemaakt, op het Ministerie
voor het Publieke onderwijs, de Nationale
Nijverheid en de Kolonien, bij provisie, zal
worden getrokken voor de som van een dui
„zend guldens, ten einde zoo wel aan de
onder officieren en manschappen die reeds
genegen zijn zich te laten reengageren als ande„
„ren die als nog daartoe mogten inclineren
terstond, bij het reengagement, hun handgeld
te kunnen toetellen; wordende de Raad Con„
„trarolleur Generaal der Financien adinterim
dienvolgens hierbij geautoriseerd om het trekken
van wissels tot een duizend guldens NC„to
wegens militaire uitgaven, tegen den 23.e
te annonceren, en bij ontvangst dier som
in de Koloniale Kas, dezelve terstond aan den
Raad
October 16. Raad van administratie van het garnizoen
alhier, ten gebruike als hiervoren is vermeld te
doen uitbetalen.
En zullen extracten hiervan, in zoo ver
zulks ieder aangaat, aan den Raad Contrard
„leur Generaal der Financien adinterim, in
den Raad van administratie van het garni„
„zoen alhier, ten fine van informatie en na„
„rigt, respectivelijk worden toegezonden.
No. 515.
Gelezen zijnde eenen door den Raad Contra„
„rolleur Generaal der Financien ad-interim
aan ons overhandigde brief door den tweeden
Klerk ten zijnen Kantore Anthonij Beaujon
aan hem geschreven, waarin dezelve, om aan„
„gehaalde redenen, verzoekt de kwaliteit van
Eerste klerk en vermeerdering van tractement
te mogen verkrijgen. Zie den brief onder N„o
207
En gehoord de Consideratien van den Raad„
Contrarolleur Generaal der Financien adinterin„
dewelke het verzoek van den voornoemden
2.e Klerk A. Beaujon ten aanzien van het
tractement ter sterkste appineert, latende het
andere gedeelte van zijn verzoek voor als nog
onaangeroerd.
Is goedgevonden en verstaan het Jaarlijksch
tractement van den voornoemden 2:e klerk
Anthonij Beaujon te verhoogen met een
honderd guldens of zestig pesos van achten
en hetzelve aldus te stellen op acht honderd
guldens of vier honderd en tachtig pesos van
achten
October. 16.
336
achten in het Jaar; aanvang nemende den 1:
der aanstaande maand November, edoch in
het andere verzoek wegens de kwaliteit van
eerste klerk kan niet getreden worden.
Zullende extracten dezer dispositie aan
den Raad Contrarolleur Generaal der Finan„
„cien adenterem en den voornoemden twee
„den klerk A. Beaujon, tot respective infor„
„matie en narigt worden toegezonden.
No. 516.
In eene buitengewone vergadering van den
Raad van Policie heden gehouden, gehoord
zijnde het advies van de Leden over het
al of niet Competeren van perceptie geld
aan den ontvanger Generaal adinterim alhier
wegens de bij hem uit handen van de Com„
„missarissen over den boedel van den gewezenen
ontvanger Generaal Matthias Schotborgh
Gt in de Koloniale Kas ontvangene som
van P„s 7994. 3. 2. Zie des Raads Notulen
van heden waaraan wij ons refereren.
En voorts disponerende over de onder„
„havige zaak, welke bij onze dispositie van
den 6:e dezer n„o 496 onbeslist gelaten is tot
dat wij des Raads advies zouden hebben
ingenomen.
Is goedgevonden en verstaan dat de
ontvanger Generaal adinterim gehouden zal
zijn de bij hem op de hiervorengemelde som
berekende vijf percent Commissie ten bedrage
van P„s 399 „ 55. in de koloniale kas te res„
„ titueren
October 16.
337
restitueren, met reservatie aan denzelven van
zijne Commissie op de interessen welke bij de
koloniale kas van die som genoten is; edoe
dien onverminderd aan den voormelden ont
„vanger Generaal adinterim bij wijze van
gratificatie te accorderen eene som van twe
honderd pesos van achten, ende zulks voor
de meerdere werkzaamheden aan hem in
dit buiten gewone geval veroorzaakt, onder
verpligting nogtans van de voorzeide gratis
„catie wederom in de koloniale kas te bre
„gen indien dezelve, onverhoopt, in het moe
„derland niet op zijne rekening mogt word
geleden.
Afschriften hiervan zullen aan den
Raad Contrarolleur Generaal der
Financien adinterim en den ontvanger
Generaal adinterim, tot respective in„
„formatie en narigt, worden toegezon
„dens.
No. 517.
De Raad Contrarolleur Generaal der
Financien adinterim heeft heden de volgen
„de stukken ingezonden
namelijk:
zijn Journaal over het derde Kwartaal
dezes Jaars.
De maand-staten van's Lands mag
„zijnen over Julij, Augustus & September lb
Den drie maandelijkschen magazyn staat
tot
October 16.
17.
18.
338
tot ultimo der gepasseerde maand September.
Niets bijzonders voorgevallen.
N„o 518
Is gelezen eene missive van de administra„
„teurs van het garnizoen alhier, dat 18„e dezer
2 d: n„o 114, handelende over den koers tegen
welken het handgeld aan de te reengageren
onder officieren en manschappen behoort te
worden uitbetaald. Zie de missive onder
N„o 208, dewelke in advies wordt gehouden.
N„o 519
De persoon van J. P: Leseur, bij onze
dispositie van den 28.e Sept.r ll N„o 481 be„
„noemd tot District Meester van het derde
district in de west Divisie in stede van
J. J. Gaatman, heeft heden den gewonen
eed in die kwaliteit afgelegd.
N„o 520.
19. De Majoor Titulair der Artillerie & Kom„
„mandant der Troepen D. W. Dursteler
heeft aan ons ingeleverd eene kopy der garni„
„zoens order, door hem, ten gevolge onzer auto„
„risatie van den 16:e dezer hierin onder n„o
514, heden uitgegeven. Zie de gemelde order
onder N„o 20 p„s dewelke wordt goedgekeurd en
voor informatie aangenomen.
N:o 521.
Het Nederlandsche Koopvaardij brikschip
de Eendragt gevoerd door schipper Job Tjeerds
visser, in deze Haven afgeladen ingevolge
het hierbij gevoegde manifest onder L:a H.
is heden naar Amsterdam gezeild.
De
N:o 522.
October 19. De Chirurgijn der 3:e Classe bij het bataillon
Jagers N„o 28, C. G. J. Brinck, dewelke bij onze
dispositie van den 22:e Augustus ll n„o 430
verlof voor den tijd van een Jaar bekomen
heeft, is heden met het brikschip de Eendragt
schipper J. T: Visser naar Amsterdam ver„
„trokken.
N„o 523.
20. Een der op den 18:e dezer bij ons ontvangen
zijnde generale staten van gedane kortingen
en uitgaven bij den Raad van administratie
van het Garnizoen alhier, is heden aan den
Raad Contrarolleur Generaal der Financien
adinterim toegezonden.
N„o 524 gehouden
In eene Conferentie heden ^ met den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adin„
„terim en met den Commandeur des Eiland
Bonaire, dewelke zich alhier met verlof be„
„vindt.
Is, met overleg van de voornoemde Ambte
„naren, goedgevonden en verstaan:
1„o Dat er, tot behoud van de Ezelsteelt, geene
Exels meer voor de maand January des Jaars
1822 van het eiland Bonaire zullen worden
verkocht, aangezien men thans bij elk ver„
„koop van ezels, in de verpligting is van Ezel,
„linnen, tot het completeren van het benodig
„de getal afteleveren, hetwelk tot merkelijk
nadeel van de teelt is strekkende.
2:o Dat er, ten minste, nog vijf honderd „
Jonge
October 20.
340
Jonge geiten uit de revenue van de vee-teelt
zullen worden aangekocht, ten einde het getal
kabrieten op het voormelde eiland Bonaire te
vergrooten en aldus de teelt daarvan te bevorderen
en vermeerderen; zullende de voormelde aankoop
door den voornoemden Commandeur ook mogen
geschieden.
3:o Dat er een getal van vijftig geiten met de
benoodigde bokken op klein Bonaire zal wor„
„den gebragt, om aldaar in het wild voort te
teelen, hetwelk zonder eenige de minste moeite
en zorg zal kunnen plaats hebben
4.e Dat de slaven dier tot het werk op het
eiland Bonaire, wamelijk in het bosch tot
den landbouw of aan de Zoutpannen inge„
„schikt zijn naar dit eiland, zullen worden
afgezonden, ten einde alhier alwaar zulks
met voordeel gescheiden kan aan's Lands
werk te worden geemploijeerd.
Zullende afschriften hiervan aan den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien admiteren
en den Commandeur van het eiland Bon„
„aire worden toegezonden, ten einde, een ieder
in zoo ver het hem aangaat, voor de nako„
„ming hiervan te zorgen.
N„o 525.
Gezien dat er vier manschappen zijn wier
tijd van dienst op den 27.e dezer expireert
en dewelke zich niet hebben aangemeld om
te worden gereengageerd.
Is goedgevonden en verstaan dezelve met
het brikschip genaamd Henrietta Wilhelmina
dewelke
October 20. hetwelke den 28:e dezer naar het moederland
zal vertrekken, te verzenden, ingeval dezelve
zich als nog niet willen laten reengageren of
niet vallen in de termen van het 1:e Lid der
garnizoen's order van gisteren om alhier woon„
„achtig te blijven; wordende de kommandant
der troepen aan welken een afschrift dezer
dispositie zal worden toegezonden, bij deze
geinviteerd om het vorenstaande ter kennis
der bedoelde manschappen te brengen en ons
ten spoedigsten met hun nader voornemen
bekend te maken.
N„o 526
In nadere overweging genomen zijnde
den inhoud der missive van de administra„
„teurs des garnizoens alhier dd 18:e dezer 2 d
n„o 114 op dien dag ontvangen en alhier onder
n„o 518 en advies gehouden, handelende dezelve
over den koers tegen welken het handgeld aan
de te re-engageren onder-officieren en man„
„schappen behoort te worden uitbetaald.
Is goedgevonden en verstaan: dat het
bedoelde handgeld de ducaat tegen vijf
Nederlandsche guldens, gerekend, in eens, vol„
„gens den wisselkoers zal worden uitbetaald.
Een afschrift hiervan, zal aan de voor„
„melde administrateurs, tot informatie en
narigt, worden toegezonden.
N„o 527
Inspectie gehouden van de Comptabiliteit
van het garnizoen alhier en dezelve afgetee„
„kend; zullende het geringe saldo van ƒ112„92
hetwelk
342
hetwelk den 18.e dezer in handen van den October 20.
kwartiermeester was te gelijk met het voor„
„schot over dit loopend kwartaal, met het
begin van het aanstaande Jaar, worden ver„
„antwoord en dus niet in de koloniale kas
worden gestort.
N:o 528.
20. Gelet zijnde dat het laatste Tarief van in - en „
uitgaande regten alhier; op den 15:en December
1818 is gearresteerd en sedert dien tijd geene
reirsie heeft ondergaan, hetwelk nogtans van
tijd tot tijd raadzaam moet zijn.
Is dienvolgens goedgevonden en verstaan:
dat het voormelde tarief zal worden nagezien
en naar bevinding overeenkomstig den tegen„
„woordigen markt prijs der koopwaren worden
veranderd door eene Commissie zamengesteld
uit den Raad Contrarolleur Generaal der Finan„
„cien adinterem, den ontvanger Generaal adinte
„rem benevens de kooplieden D. Bing en J.
N: C. Jutting, dewelke hierbij worden be„
„noemd, met magt om in het gezegde tarief
zoodanige veranderingen te maken als noo
„dig zullen zijn, of bij het inleveren van het
ontwerp hetwelk wy zoo spoedig als zulks
mogelijk zal zijn, te gemoet zien zoodanig
voorstel deswegens te doen als huurd noodig
zullen oordeelen.
Afschriften hiervan, zullen aan de voor„
„noemde Heeren, tot informatie en autorisa„
„tie, worden toegezonden.
N„o
October 20.
21.
343
N„o 529.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien dd 20
dezer n„o 457. houdende, hoofdzakelijk, dat
hij, onder onze nadere goedkeuring, den ont„
„vanger Generaal adinterim gelast heeft het
twee derde gedeelte van den koopschat van het
bedoelde huis, aan C. F. Freund behoorende en
aan de Een percent Kaapvaart kas verhijpo
„thekeerd, op hijpotheek te laten en ingeval
de kooper meerder verband, ten genoege van
het Gouvernement kan geven, als dan het ge„
„heele bedrag des koopschats mits niet meer
bedragende dan het hijpotheek groote is, tegen
zes ten honderd in het Jaar, te laten; met
verzoek om onze goedkeuring daarop te mogen
ontvangen. Zie de missive onder N„o 210.
Is goedgevonden en verstaan: in de verrig
„ting van den Raad Contrarolleur Generaal der
Financiën adinterim, ten deze, te berusten, en
daarop onze volkomene goedkeuring te verlee
nen.
Een afschrift hiervan, zal aan den Raad
Contr: Generaal der Financien adinterim, tot
informatie en narigt, worden toegezonden.
N„o 530.
Gelezen zijnde een rekwest van H:s Kikkert,
2:e Klerk ter Gouvernements Secretarij, houdende
verzoek om met den post van eersten klerk
aldaar, en het tractement daaraan verknocht,
te worden begunstigd. Zie het rekwest onder
n„o 65, hetwelk aldus nog luidt:/
October 21.
22.
344
/F.I./
En gelet dat de voormelde post van 1:e
Klerk ter Gouvernements Secretarij thans kan
worden vervuld.
Is goedgevonden en verstaan
1„o Den voornoemden 2:e klerk H:s Kikkert
hierbij te benoemen tot 1:e Klerk ter Gouverne„
„ments Secretarij onder het genot van het daar„
„aan verbonden Jaarlijksch tractement van
ƒ 975.
2.o Dat J. A: F: Hellmund 2 klerk, Marti„
„nus B:s Schotborgh 3.e Klerk, H:k Schot„
„borgh G=t 4:e Klerk & Cornelis Gorsira 5:
Klerk ter Gouvernements Secretarij zal zijn
3:o Dat de 3:e klerk Martinus B. Schotborg
zal genieten het Jaarlijksch tractement van
ƒ 875 hetwelk aan zijnen post is verknocht
en dat Cornelis Corsira het tractement van 5.
Klerk zijnde ƒ 700 in het Jaar genieten zal.
4„o Dat de voorzeide tractementen zullen ingaan
met primo der aanstaande maand November.
Zullende een afschrift dezer dispositie aan den
Raad Contrar:r Gen:l der financien adint:, en ex„
„tracten daarvan in zoo ver een ieder aangaat
aan de hieringenoemde klerken ter Gouvernement
secretarij tot respectie informatie, narigt en
acte van aanstelling worden afgegeven.
No. 534.
Heden is door ons inspectie gehouden op zijner
Majesteits brik Merkuur, gecommandeerd door
den Kapitein Luitenant ter zee H. W. de quarten
N:o 532.
Het Nederlandsche brikschip genaamd Almelo
gevoerd
October 22. gevoerd door schipper Reijer Smit, is heden
van Amsterdam aangekomen; met welk
schip ontvangen zyn het duplicaat van de
aan ons reeds ter hand gekomen zijnde aan„
„schrijving tot 19.e Junij 1820 N„o 721, benevens
de originelen van de volgende missiven als
1 van den 20:e Junij 1820 n„o 2/22 en zes van
den 21:e dierzelfde maand n„o 1/23, 2/24, 6/25,
7/26, 9/27 & 12/28, allen van het Ministerie voor
het Publieke onderwijs, de Nationale Nijverheid
en de Kolonien.
N„o 533
23. Nader gelezen zijnde eene aanschryving
van zyne Excellentie den Minister voor het
Publieke onderwijs, de Nationale Nyverheid
en de Kolonien dd 21:e Junij 1820 n„o 12/28,
tot antwoord op eene missive van den overle„
„denen Gouverneur Generaal adinterim in
dato 26.e February deszelven Jaars n„o 20, die„
„nende om het Gouvernement alhier, bij am„
„pliatie op des Ministers dispositie dat 18:e
Augustus 1819 n„o 3/57, tweede afdeeling L.a C,
te autoriseren om, Conform het gedane
verzoek, den magazynmeester toetelaten het
geledene verlies op het vleesch en spek gespe„
„cificeerd op de overgezondene lijst, zoo mede
de verliezen door hem sedert dien tijd op
die artikelen geleden op zijne boeken af te
schrijven; met verdere informatie dat de
Munster berust in de door den overledenen
Gouverneur Generaal adinterim bij zijne boven„
„gemelde missive voorgestelde voorzieningen,
ten
October 23.
346
ten einde verdere bezwaren van den maga„
„zijn Meester dienaangaande, ten eenemale
voor te komen.
En gezien de evengemelde bij des overledenen
Gouverneur Generaals adinterim missive van de
den 26:e Februarij 1820 N„o 20 voorgestelde
voorziening
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Des Heer Ministers voorschreven aantwoord
ter kennis van den Raad Contrarolleur Gene„
„raal der Financien adinterim en den Maga„
„zijn meester van alle magazijnen te brengen,
ten einde, dien conform, al het door hem
magazyn meester op het vleesch en spek gele„
„dene verlies, in zoo ver zulks reeds bewezen
is en nog zal bewezen worden geheel en al
op deszelfs boeken worde afgeschreven, zoo als
daartoe autorisatie verleend wordt bij deze.
2:o Dat bij toevoer van Spek, vleesch en meel
deze artikelen volgens het Factuurs of anders
bepaalde gewigt, bij den magazijnmeester in
ontvang zullen worden genomen; edoch bij
de uitdeeling van het vleesch en spek en tel„
„kens dat er meel wordt uitgeleverd zullen
de vaten in de tegenwoordigheid van een der
waagklerken worden uit- en toegewogen, wan„
„neer derzelver kruistouwen en de zegels
daarvan onbeschadigd zijn en waarop de waar
- klerk zal gehouden zyn te letten; zullende
de waagklerk van redere uitweging aantee„
„kening houden en daarvan eene geteekende
kopij aan den magazijn meester ter hand
stellen
October 23.e
347
stellen, ten einde denzelven te strekken tot
bewijs van het geledene verlies hetwelk na
het verbruiken van eene geheele verzending, op
deszelfs boeken zal worden afgeschreven.
3„o Dat, voortaan, bij ontvangst van meel, het„
„zelve aan den magazijn meester niet zal
worden toegewogen, aangezien zulks en alle
andere dergelijke maatregelen welke voormaals
noodig mogte geweest zyn, door de vorenstaan
„de bepalingen noodeloos geworden en van
zelven vervallen zijn.
Afschriften hiervan, zullen aan den
Raad Contrarolleur Generaal der Financien
adinterim en den Magazijnmeester van alle
magazijnen, zoo mede extract aan den waag
meester in zoo ver het hem aangaat, tot
respective informatie autorisatie en narigt,
worden toegezonden.
N„o 534
Nader gelezen zijnde eene aanschrijving
van Zijne Excellentie den Minister voor het
Publicke onderwijs, de Nationale Nijverheid
en de Kolonien dd 21:e Junij 1820 n„o 6/25,
tot antwoord op eene missive van den overleden
„nen Gouverneur Generaal adinterim van den
26:' Februarij deszelven Jaars N„o 21, waarbij
te kennen gegeven is dat de vracht der
goederen door het voormelde Ministerie naar
dit eiland verzonden wordende, hooger ge„
„steld wordt, dan die van partikulieren.
En herlezen de bij de voorz:e ministeriële
aanschrijving kopyelijk toegezondene missive
van
348
October 23. van de cargadoors Hoijman & Schuurman
te Amsterdam.
Is goedgevonden en verstaan: een afschrift
der gemelde missive van de Cargadoors Hoij„
„man & Schuurman, bij extract dezes, aan
den Raad Contrarolleur Generaal der Financien
aduit te doen toekomen, ten einde zijne beden„
„kingen daarop aan ons te suppediteren.
N„o 535
Nader gelezen zijnde eene resolutie van zijne
Excellentie den Minister voor het Publieke onder„
„wijs, de Nationale Nijverheid en de Kolonien,
dd 21.e Junij 1820 n„o 9/27, met de missive van
dien datum en van hetzelfde nummer ontvan„
„gen, strekkende tot antwoord op de missive
van den overledenen Gouverneur Generaal ad
interim dd 25:e Maart deszelven Jaars, ten ge„
„leide van een rekwest van Dorothea Mar„
„quart, weduwe van Abraham Alexander
wijs, aan zijne Majesteit, met verzoek het„
„zelve aan Hoogstdezelve voorteleggen en het
verzoek der rekwestrante, zijnde eene ongeluk„
kige weduwe te appnieren.
Is goedgevonden en verstaan: aan de voor„
„noemde weduwe A. A. Wijs, bij extract
dezes, bekend te maken, dat de Heer Minis„
ter voormeld aan ons heeft te kennen gegeven
dat er geene termen zijn gevonden om het
onderhavig rekwest aan Zijne Majesteit te
appuieren, vermits der Suppliantes man
vrijwillig uit's Lands dienst is gegaan
en in denzelven niet is overleden.
October 23.
24
349
N„o 536.
Gelezen zijnde eene missive van de admini„
„strateurs dezes garnisoens dd 23:e dezer
2 d: n„o 115, opzigtelijk de vergoeding voor
overgedragene Kleeding stukken, welke behoort
te worden gedaan aan de onderofficieren en
manschappen welker tijd van dienst zal
expireren. Zie de missive onder N„o 211.
Is goedgevonden en verstaan te berusten
in het gevoelen van de voormelde administra„
„teurs en dezelve dienvolgens te autoriseren
om de bedoelde vergoeding dan de gepaspor„
„teerd wordende onderofficieren en manschap„
„pen zoo als in dergelijke gevallen gebruikelijk
is, te doen.
Een afschrift hiervan, zal aan de gemelde
administrateurs tot informatie en autorisatie,
worden toegezonden.
N„o 537
Vermits er met de laatste scheepsgelegen„
„heid uit het moederland, geen berigt bij ons
ontvangen is betreffende het al of niet te
rugkeeren van den Heer H. J. Nuboer in
zijne kwaliteit als Raad Contrarolleur Gene„
raal der Financien.
En ofschoon wij de missive van den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adint:
dat 11 September ll n„o 408, waarin hij aan„
„spraak maakt op het volle genot van des
Raad Contrarolleurs tractement &C:a bij dispo„
„sitie van dien datum N„o 454 in advies
hebben gehouden, ten einde als in die dispo„
„sitie is ter neder gesteld.
Is.
350
October 24. Is nogtans, alvorens op de voorzeide mis„
„sive van den Raad Contrarolleur adinterim
definitief te disponeren, aanschrijving gedaan
aan de Heeren Claas Schotborgh & S Plats„
in Kwaliteit als gemagtigden van den Heer
Raad Contrarolleur H. J. Nuboer, ten einde
geinformeerd te worden of bij hen eenig berigt
ontvangen is van den genoemden Heer Nu„
„boer, wegens deszelfs al of niet terugkee„
„ren naar dit eiland in deszelfs voormelde
Kwaliteit.
N:o 538.
De volgende wissels zijn, ten gevolge van
de 4:e afdeeling onzer dispositie van den 10
dezer N„o 514, heden op het Ministerie voor
het Publieke onderwijs, de nationale Nij„
„verheid en de Kolonien aan de order van
den ontvanger Generaal alhier, getrokken,
om te strekken tot het betalen van hand„
„geld aan de onder officieren en manschap.
„pen dezes garnizoens die wederom in dienst
zullen worden aangenomen na dat hunnen
dienst tijd zal zijn geexpireerd
te weten:
N„o 1. van ƒ 300„ — „ — a 26½ Stv NC perpess
„ 2. van ƒ 350„-„ - & N„o 3. mede van
ƒ 350, beide a 27 sto N=l perpeso, zamen
bedragende ƒ 1000 of P„s 744. 7. 2.
N„o 539
Twee originele missiven van zijne Excellentie
den Minister voor het Publieke onderwijs,
de Nationale Nyverheid en de Kolonien, beide
van
October 24. van dato 30 Augustus dezes Jaars N„o 1/50 en
N„o 12, door zijner Majesteits Consul Generaal te
Londen aan ons toegezonden zijn heden bij ons
over het eiland S:t Thomas ontvangen.
N„o 540.
25. Nader gelezen zijnde de missive van zijne
Excellentie den Minister voor het Publieke on„
„derwijs, de Nationale Nijverheid en de Kolonien
dd 30:e Augustus 1820 N„o 1/50, hoofdzakelijk
behelzende dat zijne Majesteit bij § 3 van
het besluit dd 25:e Junij des gemelden Jaars
1820. heeft goedgevonden en verstaan: het
garnizoen van Curaçao te verminderen tot
op eene compagnie Jagers en eene Compagnie
artilleristen; voorts nog autorisatie op den Gou„
„verneur dezes eilands om de manschappen
wier tijd van dienst in den loop van dit
Jaar om is, en welke niet verlangen weder
dienst te nemen of, zulks zelve verlangen
„de echter door den Gouverneur niet zullen
aangenomen zijn, met de eerste bekwame
scheeps gelegenheid, naar Nederland te doen
terugkeeren om, bij hunne aankomst aldaar,
dadelijk naar het koloniaal Depot te
Harderwijk te worden gederigeerd, en aldaar
hun ontslag te bekomen; met verdere ken„
„nisgeving dat, alhoewel de definitive reor„
„ganisatie en bepaalde sterkte der Compag„
„nie Jagers en Compagnie artillerie, nog
niet door zijne Majesteit is gearresteerd, de
Minister vermeent te mogen vooronder„
„stellen, dat dezelve zullen bestaan uit
omstreeks
352
October 25. omstreeks 120 man Jagers en 80 artilleris„
„ten.
Hierop gehoord de Consideratien van den Kom„
„mandant der Troepen alhier aan wien de
inhoud van de vorengemelde missive gecom„elde
„ municeerd werd.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Het vorenstaande aan denzelven Kom„
„mandant der Troepen bij deze nogmaals me„
„de te deelen ten einde hetzelve, zoo ook het
volgende in zoo ver het noodig zal zijn
aan het garnizoen bekend te maken.
2:o Den Kommandant der Troepen bij deze
te autoriseren om eene Compagnie Jagers
van 120 man te organiseren en de Com„
„pagnie artillerie op 80 man te brengen,
en daarvan aan ons rapport te doen.
3:o Om, bij alteratie van onze dispositie van
den 16.e dezer n„o 514 te gelasten.
a. dat de eerste afdeeling der garnizoens
order van den 19:e dezer zal worden ingetrok,
„ken en dat alle onderofficieren en man„
„schappen die bij de expiratie van hunnen
dienst tijd niet worden gereëngageerd, naar
Nederland zullen moeten terugkeeren.
b. dat er geene paspoorten aan de terug„
„keerende onder officieren & manschappen
alhier te lande zullen worden afgegeven;
weshalve de 2:e afdeeling der voorzeide gar„
„nizoens order en zoo ver zulks aangaat,
hierbij wordt gealtereerd.
C. Dat er geen reengagement voor minder
dan
353
October 25. dan vier Jaren zal mogen plaats hebben, waar October 25.
„door de 3:e afdeeling der bovengemelde order al
mede vervalt
4. Dat vier van de onderofficieren en man„
„schappen wier dienst tijd in deze maand expi„
hebben „reert, en dewelke zich niet wederom gereengageert
met het op deszelfs vertrek staande brikschip
Henrietta & Wilhelmina Schipper P: J: Kerkho„
„ven, naar het moederland zullen moeten te
rug keeren; zullende dus eene naamlijst van de
vier terug keerende militairen aan ons ten spoe
„digste worden toegezonden.
5„o Om, bij intrekking van onze dispositie van
den 23:e dezer N„o 536 genomen op eene missive
van de administrateurs dezes garnizoens, opzig
„telijk de vergoeding voor overgedragene klee„
„ding stukken aan de onder officieren en
manschappen welke tijd van dienst zal expi„
„reren, te bepalen dat er geene dergelijke ver„
„goeding alhier te lande zal geschieden maar„
dat op de boeken der terugkeerende onderofficie,
„ren en manschappen zal worden aangeteekend
het gene een ieder deswegens te goed heeft.
zullende afschriften hiervan aan den kom„
„mandant der Troepen en aan de administrateurs
van het garnizoen alhier, om te strekken tot
respective informatie en narigt, worden toe„
„gezonden.
N:o 541.
Gelezen zijnde een rekwest van Joseph Ras„
„tique, Super Carga van de schoener aurora
thans liggende in deze Haven, verzoekende
met
354
met zoodanige acte of document door of van
onzen wege voorzien te worden als strekken
moge om het gene in het rekwest is aangehaald
te Consteren, bijzonderlijk met de verandering
van schipper van het voormelde vaartuig al„
„hier te lande, zie het rekwest onder N„o 66,
hetwelk aldus nog luidt / F. J./
Is goedgevonden en verstaan:
aan den door den rekwestrant benoemden schip
„per Thomas Henriquez een pas te verleenen om
de hiervoren gezegde schoener aurora, op derzelver
aanstaande reis naar S:t Eustatius te mogen
voeren.
Een afschrift hiervan, zal aan den rekwes„
„trant, tot informatie, worden afgegeven.
N:o 542.
26. Gelezen zijnde een rekwest van F: Nijssing
Chirurgijn der 2:e Klasse bij het bataillon
Jagers N„o 28 in garnizoen alhier, ingezonden
door den Chirurgijn Majoor met eene geleiden
„de missive dd 26: dezer, en houdende verzoek
dat het ons om aangehaalde redenen behagen
moge hem verlof te verleenen om voor een Jaar
naar het moederland te repatriëren, met behoud
van het tractement aan zijnen rang verknocht.
zie het rekwest onder N„o 67 hetwelk aldus
nog luidt. en voorts de missive onder n„o 212.
/F.S./
Is goedgevonden en verstaan: aan den Re„
kwestrant te verleenen verlof voor den tijd
van een Jaar om wegens zijnen ziekelijken toestand
naar het moederland te vertrekken, met behoud
van
October 26. van de helft van het tractement hetwelk
hij aldaar zoude genieten, ende zulks van den
dag zijner inscheping.
Een afschrift dezer dispositie, zal aan den
rekwestrant tot informatie worden afgegeven,
en zal hiervan aan den Kommandant der
Troepen worden kennis gegeven.
N:o 543.
Gelezen zijnde eene missive van de Heeren
Schotborgh & Plats, dd 26:e dezer, als gemag„
„tigden van den Heer H: J: Nuboer Raad Cont.
Generaal der Financien alhier, strekkende de„
„zelve missive tot antwoord op onze aanschry„
„ving van den 24:e dezer (zie het verhandelde
onder N„o 537 / om geinformeerd te worden
of bij hen eenig berigt ontvangen is van
den genoemden Heer Nuboer, wegens deszelfs
al of niet terugkeeren naar dit eiland in
deszelfs voormelde kwaliteit. Zie de missive
onder N„o 213.
En daarop definitief disponerende op de
missive van den Raad Contrarolleur Generaal
der Financien redinterim dd 11 Sept:r ll n„o 408,
waarbij hij aanspraak maakt op het volle
genot van des Raad Contrarolleurs tractement
& b:e zie het verhandelde op dien datum on„
„der N„o 454.
Is goedgevonden en verstaan: eene kopij
des hiervoren gemelden brief van de gemagtigden
van den Heer Nuboer, bij extract dezes, aan
den Raad Contr: Gen.l der financien adinterim„
tot informatie, te doen toekomen, en denzelven
hierbij
October 26.
356
hierbij nog te inviteren om, immers tot het
arrivement van den aanstaanden Gouverneur,
dewelke dagelijks wordt te gemoet gezien, zijne
functien te willen continueren; blijvende echter
aan hem onverlet om, bij arrivement van den
voornoemden Heer H. J. Nuboer, zoo veel noo„
„dig als dienstig omtrent den meerderen tijd van
dienst als bij overeenkomst bepaald was, met den
genoemden Heer Nuboer en Convenzabele schikkinian
„gen te treden.
N„o 544.
Aangezien met het laatst gearriveerde schip
uit het moederland, geene dispositie omtrent derd
tafelgelden der alhier gestationeerde officieren van
de zeemagt is aangekomen.
Is bij nadere dispositie op een deswegens
ontvangene missive van den Kapitein Luitenant
ter Zee H: W: de quartel kommanderende ZM.
brik de Merkuur, tot 6:e dezer maand october en
(zie het verhandelde op dien datum onder N„o 494)
goedgevonden en verstaan: provisioneel en zonder
consequentie voor andere bodems, aan de officie„
„ren van de voormelde brik Merkuur, invoege
als aan de officieren van de landmagt en de amb„
„tenaren is geaccordeerd, ieder een vadem brand
hout, aanvang nemende primo der aanstaande
maand November, toe te staan; wordende de
kapitein Luitenant de quartel geinviteerd om
de lijst der officieren, aan welke Conform deze
dispositie brandhout is competeerende, aan ons
te zenden, ten einde naar dezelve de distributie
te kunnen reguleren.
afschriften
October 26.
28.
afschriften hiervan, zullen aan den Kapitein
Luitenant ter zee H. W: de Quartel en den
Raad Contr. Generaal der Financien adinterein,
tot respective informatie en narigt, worden
toegezonden
Niets bijzonders voorgevallen.
N:o 545.
Gelezen zijnde eene missive van den Kapitein
Luit:t ter zee H. W: de quartel kommanderen
„de Z. M: brik de Merkuur, tot antwoord op
onze dispositie van den 26:e dezer n„o 544,
daarbij aan ons toezendende eene naamlijst van
de officieren en Adelborsten aan welke brand„
„hout Competeert. Zie de missive met de daar„
„onder gestelde lijst onder N„o 2.14.
Is goedgevonden en verstaan: den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinterin
bij extract dezes op te geven de namen der
officieren en adelborsten van de voormelde
brik de Merkuur, aan welke ingevolge onze
dispositie van den 26:e dezer N„o 544, brandhout
zal worden verstrekt, ten einde de noodige
order daar het behoort af te geven.
namelijk:
Den Kapitein Luitenant H. W: de Quartel
De Luit:t der 1.e Classe L. Kikkert
2 „ M. Tam
J van Cats de Raat „ „
1.e schrijver C. voogd.
„ Adelborst der 1.e Classe A: J. van
Spijk, H. J. Gasup & P. A
Talma ieder een ^ vadem
October 28.
358
De Adelborst van 2:e Classe J. T. F. Tonis„
„saint een ½ vadem.
„ 1:e Chirurgijn H: Schouten.
En zal een afschrift dezer dispositie velde
aan den Kapitein Luitenant de Quartel tot
informatie worden toegezonden.
N„o 546
Den kapitein Luitenant H: W: de quartel, aan
Kommanderende Z. M. brik de Merkuur, is
heden eene order toegezonden, behelzende dat hij
na Convooi naar Puerto Cavello en La Guaira
te hebben verleend, naar het eiland Bonaire ad
zal hebben te stevenen, ten einde, wind en
weder zulks gedogende, bij en omtrent dat
eiland te kruisen, om het brikschip Maria
Jacoba gevoerd door schipper J. J Burt, waar
„ mede de Heer Gouverneur dezer eilanden
P. R. Cantzlaar verwacht wordt af te wach„ hen
„ten, en aan zijn Hooghd Gestr aan te bieden
van Z M. brik de Merkuur gebruik te ma„
„ken om in deze Haven binnen te zeilen.
Niets bijzonders voorgevallen. 29.
N„o 547
30. De volgende order is heden aan den Kom„
„mandant van Z. M. brik de Merkuur.
en den kommandant der Troepen alhier, res„
pectivelijk, toegezonden.
te weten:
Zo dra het Lein N„o 30 op het Fort Nassau ge„
„heeschen word en midsdien volgens onze bepaling
dieswegens gemaakt het Brekschip, ’t welk den
October 30. den benoemden Gouverneur aanboord heeft,
dit hiland nadert, vooronderstelt zijnde, dat
aan onze order van d. 28.e October n„o 61 /: zie
het verhandelde onder N„o 546 / den kapt: L:t de
quartel ter hand gestelt, geen gevolg heeft
kunnen gegeeven worden, of wel wanneer
's Konings Brik de Merkuur, van deszelfs
kruistogt te rug keerende, het bepaald sein doet
van de Gouverneur voornoemt aan boord te
hebben, zal onze Adjudant, bij nadering van
’t vaartuig zich met de Lootsboot aan boord
begeeven, en aldaar hoogst gemelde benoemde
Heer Gouverneur Communiceeren dat zich eene
commissie bereidvaardig houd, om Z. H. E. G.
bij arrivement namens ons aftehalen, & op het
Gouvernements huis, tot heden bij ons geoccu„
„peert te brengen.
Dadelijk zal onder gesteld worden tot het uit„
„komen der wagt bij gemeld arrivement in de
Haven en het slaan van Twee Roffels bij het
in en voorbijzeilen, en voords zal indien de
voorz: oorlogsbrik de Gouverneur overbrengt
door dezelve bij desselfs aftred van boord een
salut geschieden van Dertien Schooten beand„
„woord door het waterfort met een gelijk ge„
„tal schooten terwijl ingeval het arrivement
met de koopmans Brik geschied, dat salut
door het waterfort word gegeeven, als de ge„
„melde Gouverneur aan wal stapt.
De vlag van ’t fort Nassau alsmede de
groote vlag van ’t fort amsterdam zullen
worde geheeschen.
De
360
De honneurs aan de rang van Schoutbij October 30.
„nacht geaccrocheert zullen bij de op & aftreeden
van het Gouvernements huis gegeeven worde.
N:o 548.
31. Zijner Majesteits brik de Merkuur is heden
uitgezeild om de naar de Havens van Puerto
Cavello en La Guaira bestemde vaartuigen, der
„waarts te geleiden en vervolgens ter voldoening eks
aan onze order vermeld in het verhandelde op aan
den 28:e dezer n„o 546.
N:o 549.
In eene gecombineerde vergadering van de
Raden van Policie en van Civile en Criminele ad
Justitie, heden gehouden, is aan de Leden mede
gedeeld de aanschryving van zijne Excellentie
den Minister voor het Publieke onderwijs, de
Nationale Nijverheid en de Kolonien, dd 30.
Augustus 1820 N„o 12, houdende kennisgeving
wegens de benoeming van den Heer P. R:
Cantzlaar tot Gouverneur van dit eiland
Curaçao en onderhoorige eilanden, waarna
eene Commissie uit de beide Collegien zijn
benoemd geworden om Hoogstdenzelven, die,
volgens berigt, spoedig verwacht wordt, bij
deszelfs ontscheping af te halen en op het
Gouvernements huis te geleiden zie de Notu„
„len dezer vergadering onder N„o 215.
Na het scheiden dezer gecombineerde verga„
„dering werd er bij den Raad van Policie eenige
voorhanden zijnde zaken afgedaan. Zie de
Notulen van deze vergadering.
No„
362
N:o 550.
November 2. Amsterdam vertrokken; en zijn met hetzelve
Gelezen zijnde eene missive van Hendrik October 31. schip teruggekeerd vier manschappen dezes
Schotborgh Jz ontvanger van het middel op
garnizoens wier tijd van dienst geexpireerd
het Klein-zegel, in die kwaliteit aangesteld
was. tot betaalmeester bij het pensioen Fonds ten
N:o 552.
behoeve der beambten in deze Kolonien, verzoe
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
„kende dezelve om, uit hoofde der aangehad„
Contrarolleur Generaal der Financien Admiterum
redenen, van zijne laatstgemelde kwaliteit als
dd 2:e dezer N„o 467, houdende verslag van de
betaalmeester ontslagen te worden. Zie de mis
plaats gehad hebbende inspectie der magazijnen
„sive onder N„o 216. en dat, behalve eenige daarin vermelde te
Is goedgevonden en verstaan:
kort komende artikelen, waarvan een buiten
1„o het verzoek van den voornoemden Hen„
schuld van den magazijn meester is, doch
„drik Schotborgh Jz te accorderen en denzelven
de anderen door hem moeten worden goedge„
voorbehoudens zijne verantwoordelijkheid bij den
„daan, alles accoord is bevonden. Zie de missi„
ontslag te verleenen als betaalmeesters bij het
„ve onder N„o 217.
Fonds ten behoeve der beambten in deze kolo
Is goedgevonden en verstaan: in des Raad
nien. Contrarolleur Generaals adinterein verrigtingen
2:o Den ontvanger Generaal in der tijd, hier
ten deze, te berusten, en denzelven bij extract
„bij te benoemen tot betaalmeester bij het
dezes daarvan kennis te geven.
Fonds ten behoeve der beambten op dit en de
N„o 553
onderhoorige eilanden. Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Zullende een afschrift dezer dispositie aan
Contrarolleur Generaal der Financien adinterim
den Raad van administratie van het voor„ dd 2:e dezer N„o 468, houdende verslag nopens est
„melde Fonds, en extracten daarvan aan den
eenige onbruikbare artikelen in's Lands maga„
afgaanden en benoemden betaalmeester, tot res
„zijnen, als: vleesch, spek, meel, vlaggen doek
„pective informatie worden toegezonden. en hangmatten, met verzoek geautoriseerd
November 1. Niets bijzonders voorgevallen. te worden om dezelve in de missive opge„
N,,o 551.
„noemde artikelen, zoo mede als de onnoodig Het Nederlandsche koopvaardij schip genaamd
voorhanden zijnde ledige vaten en Jenever
Henrietta Wilhelmina gevoerd door schipper kelders bij publieke opveiling te laten verkoo„
P. J. Kerkhoven in deze haven afgeladen met
„pen. Zie de missive onder N„o 218.
de goederen die op het hierbijgevoegde manifi„
Is goedgevonden en verstaan: de door den ezer
onder L: I. vermeld staan, is heden naar
Raad
Amsterdam
Raad Contr Generaal der Financien, adenteren November 2.
in zijne voormelde missive verzochte autoris
„satie te verleenen, zoo als geschiedt bij deze
en denzelven hierbij nog te magtigen om de
bedoelde hangmatten mede te doen verkoopen
aan den Raad Contr: Een afschrift hiervan, zo
en narigt, worden toegeven Gen: der fen: admt: tot infor„
eene geleidende mis„ 3. Gelezen zijnde het, met
„sine van dezen datum N„o 470, door den
Raad Contrarolleur Generaal der Financien
adinterein ingezondene rapport van het ver„
„rigtene op en ten behoeve van het onderhou„
„rige eiland Bonaire, in nakoming van de
Gouvernements dispositie van den 6:e Janu„
„arij 1820 N„o 21. Zie het gemelde rapport
onder N„o 219
Is goedgevonden en verstaan hetzelve te
houden voor informatie.
N„o 555.
Op het Ministerie voor het Publieke oude
„wijs, de Nationale Nijverheid en de Kolonien
getrokken elf wissels van N„o 7
N„o 87 ten bedrage van ƒ5414,82 of P„s
4054„ — „ 3 voor militaire tractementen en
soldijen over de gepasseerde maand October.
N:o 556.
Gelezen zijnde een rekwest en bijlaag van
Giacomo Bonfiglie, tenderende om vijf Ox
„den rum en de droge goederen alhier in de ad„
naar de Spaansche kust gedestineerd geweest
zijnde schoenen Attractive aangebragt, uit
hoofde der aangehaalde redenen, in een ander
vaartuig naar elders, vrij van belastingen
te
364
November 3. te mogen doen vervoeren. Zie het rekwest
onder N„o 68, hetwelk aldus nog luidt.
/ F: J./
Is goedgevonden en verstaan: den rekwes„
„trant te permitteren om de hiervoren bedoelde
„rum en droge goederen in eenig vaartuig
mets binnen dertig dagen van heden af
te rekenen, te vervoeren werwaarts hij zulks
mogt verkiezen, zonder binnen dien tijd aan
in- of- uitgaande regten of accijnsen onder„
„hevig te zijn.
Afschriften hiervan, zullen aan den
Rekwestrant, tot informatie aan den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien, om
deswegens de noodige orders te stellen daar
het behoort worden afgegeven.
4 & 5. Niets bijzonders voorgevallen.
N„o 557
6. Gelezen zijnde een rekwest van Moses Cohen
Henriquez, houdende verzoek dat zijn re„
„kwestrants tweede en derde huwlijks gebod
op aanstaande Zondag den 12:e dezer in eens
mogen worden afgekondigd. Zie het rekwest
onder n„o 69, hetwelk aldus nog luidt.
/ F. J./
Is goedgevonden en verstaan: des rekmes
„trants verzoek te accorderen en mitsdien
te permitteren dat zijn rekwestrants huwe„
„lijk met Deborah van Abraham van
Jacob Jesurun, worde gesolemniseerd na de
afkondiging van de nog ontbrekende huwelijke
geboden, en wel beiden op Zondag den 12:e dezer
365
November 6. in eens.
Een afschrift hiervan, zal aan den re„
„kwestrant worden afgegeven, om aan den„
„zelven tot informatie, en verder daar het
behoort, tot autorisatie te strekkens
N:o 558.
7. Ingevolge advies der Leden van den Raad
van Policie, in des raads vergadering van den
31.e October ll uitgebragt betrekkelijk het vinden
der noodige som van ƒ8124.75:t om de
vrachtgelden van de in het brikschip Henrietta
en Wilhelmina, schipper P. J. Kerkhoven
voor het Gouvernement aangebragte goederen
aan den Heer Theodorus Jutting ofte betalen,
is heden in de tegenwoordigheid van den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinterim
eene Conferentie gehouden met eenige der op ons
verzoek daartoe op het Gouvernements huis
verschenen zijnde kooplieden en andere Ingere„
„tenen, aan dewelke het verhandelde in den
Raad van Policie te dezen aanzien werd gecom„
„municeerd, met verzoek dat hun Ed:s de voor„
„zeide som aan de koloniale Kas, zouden voor„
„schieten.
waarop de volgende Heeren hebben aangenomen
elk de Som welke achter ieders naam zal
worden uitgedrukt, aan de Koloniale kas, bij
wijze van leen, voor te schieten
namelijk:
„ P„s 500„ — „ — Theodorus Jutting
J. N. C. Jutting „ 200 „
- „ 300 „ M. Penso —
Transportere F„s 1000
November 7.
366
p:r Transp:t P„s 1000. —
„ 200 „ — Burg & Jutting
- - „ 450„I: C Meijer
„ 200. — H. A. Belima -
„ 450 „A: de Meza
500„G: Curiel -
- - - „ 100 „ — Jacob van Joosuah Naar
„ 250„ — M: Cardoze - - inne
P„ 3150„ - „
Na dat wij onzen dank aan de voorn:e
Heeren voor hunne betoonde welwillensheid hadde
betuigd, verwijderden zij zich.
En is daarop door ons goedgevonden en verstaan
den Raad Contr: Generaal der Financien adinte„
„rim te autoriseren om de noodige orders te
stellen tot de invordering der voorzeide somma
bij den ontvanger Generaal adinterim en daar„
„na ordonnancien betaalbaar op vertooning, op
de koloniale kas ter afgifte aan de hiervoren,
„genoemde Heeren, ieder voor zoo veel als door
hem wordt voorgeschoten, te vervaardigen en
wel eene of meerdere ordonnancien voor elk be„
„drag, zoo als zal worden begeerd, edoch niet
onder de som van vijftig pesos van achten.
zullende een afschrift hiervan, aan den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinterim,
tot deszelfs narigt, worden toegezonden.
N.o 559.
zijn ontvangen de stukken van den Hospitaal.
dienst over de gepasseerde maand October.
N„o 560.
Gelezen zijnde eene missive van Constantinus
Schiatborgh
November 7.
3671
Schotborgh, geweest zijnde ontvanger Gene„
„raal adinterim, handelende over P„s 54 door
hem voor proces kosten aan den procureur
Gaerste voorgeschoten, met verzoek om restitutie
daarvan uit de koloniale kas te mogen hebben.
Zie de missive onder N„o 220.
Is goedgevonden en verstaan: de voormelde
missive, in originali, bij extract dezes te stellen
in handen van den Raad Contrarolleur Gene„
„raal der Financien adinterim om, met terugzen„
„ding derzelve, daarop te berigten.
N,,o 561.
Gelezen zijnde een aan ons ter hand gesteld
extract uit de Notulen van den Raad van Civile
en Criminele Justitie alhier dd 2.e dezer, tot
antwoord strekkende op een aan denzelven toege„
„zonden extract van ons Journaal in dato 25.e
September ll N„o 475, waarbij des raads consi„
„deratien op twee in dat extract Journaal
vervat zijnde punten omtrent den inhoud van
art: 179 van de grondwet voor het Koningrijk
der Nederlanden is gevraagd geworden. Zie dis
Raads extract notulen onder N„o 22
Is goedgevonden en verstaan hetzelve te houden
voor informatie.
No„ 562.
De Heer David Haim Dovale, dewelke ver„
„zocht was te assisteren in de op gisteren gehou„
„dene Conferentie ten fine als in het verhandelde
onder N„o 558 staat uitgedrukt, doch uit hoofde
van indispositie niet had kunnen verschijnen
ons hebbende doen weten dat hij bereid is de
Som
368
November 8. Som van drie honderd en vijftig zesos van
achten aan de koloniale kas, ten bedoelden einde,
voor te schieten.
Is goedgevonden en verstaan: den Raad Contra„
„rolleur Generaal der Financien adinterim,
van het vorenstaande, bij extract dezes te
doen kennis dragen, om te dien opzigte ook,
conform onze dispositie van den 7:e dezer
N„o 558 te handelen.
N„o 563
Door den Lands Factoor H: van der Heijden
en den Lands Makelaar Is. H. Salas aan ons
ter hand gesteld zijnde eene acte van taxatie
over den neger genaamd Heintje Slaaf van J.G.
G Scarbon welke neger door hen, ter voldoe„
„ning aan het besluit van den Raad van Policie
dat 31:e October ll genomen op een Rekwest van
den voornoemden J.G. G. Scarbou, voor de som„
van een honderd pesos van achten is gewaar„
„deerd geworden.
En vermits bij den gemelden Raad bij meer
„derheid besloten is dat de voornoemde J. G G.
Scarbon bij taxatie uit de koloniale kas zal
worden schadeloos gesteld wegens het verlies
van zijnen genoemden slaaf, dewelke bij een
regterlijk vonnis onder anderen tot dwangar„
„beid is gecondemneerd geworden.
Is, onverminderd het gene wij voornemens
zijn hieromtrent aan den voormelden Raad
te kennen te geven, goedgevonden en verstaan.
de voormelde acte van taxatie, bij extract
dezes, aan den Raad Contrarolleur Generaal
der
November 9.
369
der Financien adinterem te doen toekomen,
ten einde de voormelde schadeloosstelling te doen
plaats hebben, en om tevens te zorgen dat de
Justitie kosten uit de vorengemelde som worden
afgetrokken, waartoe de fungerende Raad
Fiscaal, dewelke hierbij tot dien einde geinvi„
„teerd wordt, hem Raad Contrarolleur Generaal
door toezending eener opgaaf deswegens, zal
in staat stellen.
zullende dus een afschrift hiervan aan
den fungerend Raad Fiscaal worden ter hand
„gesteld.
N„o 564.
De kooplieden I. C. Meijer, A. Deveer J:r,
G. Curiel, J. N. C Jutting, H: Leijer. J.
F. G. Ziegler, J. Sutermeester, S. Lijon & J
W. G. Jutting, zich bij ons vervoegd hebbende,
gaven te kennen dat de bestaande bepalingen
ten aanzien van vreemdelingen voorgeschreven,
wegens het onroepen voor hun vertrek uit
deze kolonie, nadeeligen invloed heeft op
den handel met de Spanjaarden dewelke
uit hoofde van hun landsgebruik, tegen
dezen maatregel zijn ingenomen; weshalve
de genoemde kooplieden verzochten dat deze
mesure moge worden opgeheven en gebragt
op den ouden en vorigen voet, waarna zij zich
verwijderden.
En gelet hebbende dat de bepalingen ten aan„
„zien van vertrekkende passagiers, door Gouver„
„neur Generaal en Raden van Policie, in dato
18.e Mei zijn vastgesteld en niet door den Gouver
„neur
370
November 9. „neur Generaal alleen.
Is de Gouvernements Secretaris daarop
aangezegd om den eerstgenoemden der voornoemde
kooplieden, tot informatie van allen te kennen
te geven, dat, vermits de hiervoren bedoelde
bepalingen niet door den Gouverneur Gene„
„raal alleen maar gezamenlijk met de Raden
van Policie zijn gedecreteerd, wij dus buiten
den gezegden Raad geene verandering daarin
kunnen maken, maar dat het hun Ed:s vrij
„staat hunne bezwaren deswegens op de ge„
„bruikelijke wijze aan dien Raad voor te dra„
gen.
N„o 565
Is, op de deswegens door den Kommandant
der Troepen ingezondene stukken een krygs„
„raad benoemd over den Jager Jacob Cornelis
Starkenburg, dewelke zich, voor de derde
maal, aan de misdaad van desertie heeft
schuldig gemaakt.
N„o 566
Gelezen zynde eene missive van Claas
schotborgh van dezen datum, waarin hij aan
ons, voor het Gouvernement, te koop aanbiedt
zijne huizen, staande en gelegen achter het
hoofd fort Amsterdam, voor de Som van
P„r 1725, zijnde de helft van den koopschat
derzelve; daarbij nog voorstellende de wijze
waarop de voldoening der voorzeide som zal
kunnen geschieden. Zie de missive onder
N,,o
Daarop gehoord zynde den Raad Contrarolle
Gen.l
November 11 Generaal der Financien adinterem, en ge„
„zien de in de hiervorengemelde missive
bedoelde taxatie van den eersten kapitein In„
„genieur H. J. Abbring, waaromtrent de
Raad Contrarolleur Generaal eene voordragt
aan ons zoude hebben gedaan, indien de
voornoemde Heer Schotborgh in den gewaar„
„deerden koopschat had genoegen genomen.
zie dezelve taxatie onder N„o 223, waarvan een
kopij zal worden gehouden en het origineel
aan den Raad Contrarolleur terug gegeven.
En, met overleg van den Raad Contrarolleur
Generaal der Financien adinterim, in overwe„
„ging nemende:
1„o Dat de waarde der bedoelde huizen, door
den voornoemden Kapitein Ingenieur, op
p:s 900 gesteld is zonder dat de regenbak
dewelke zekerlijk als een belangrijk gedeelte
des gebouws moet worden aangemerkt
daarbij schijnt en aanmerking te zijn ge
„komen, aangezien de overige gedeelten
daarvan naauwkeurig worden beschre
„ven, zoo dat ofschoon de gestelde waar„
„de van hetzelve door die van de regen
„bak verhoogd wordt, het verlies aan
den kant des verkoopers nogtans niet
onaanmerkelijk is.
2:o Dat de redenen in de voormelde mis„
„sive geopperd; niet ongegrond zijn
3:o Dat het steeds raadzaam voor het
Gouvernement is om zich in het bezit
te stellen van al de gebouwen achter het
hoofd
372
November 11. hoofd fort Amsterdam aan partikulieren
toebehoorende, en dus van de hiervoren gemelde
huizen ook, die de eenigste zyn welke als nog
aan een partikulier zyn toebehoorende, te meer
daar het verkrijgen van den eigendom daar
„van op eene aller convenabelste wijze geschie„
„den kan, zonder dat er eenig geld uit de kolo„
„niale kas behoeft te worden betaald
Is goedgevonden en verstaan den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinteren
bij deze te autoriseren om de door den voornoem
„den Heer Claas Schotborgh te koop aangebo„
„dene huizen in onzen naam, voor rekening
en ten behoeve van het Gouvernement dezes
Eilands, zoo mogelijk, voor minder dan de
geeischte som van P„s 1725, te koopen, edoch
daarin niet kunnende slagen, als dan voor
dezelfde som van R1725 aan te koopen, en
vervolgens het noodige daaromtrent te ver„
„rigten, mits die Som, na aftrek van de drie
honderd pezos van achten welke de genoemde
Heer Schotborgh aan de koloniale kas ver„
„schuldigd is, te betalen met zout tegen twaalf
„realen het vast alhier geleverd en tegen negen
realen het vat, wanneer het op Bonaire wordt
ontvangen.
Een afschrift hiervan zal aan den Raad
Contrarolleur Generaal der financien adint
tot informatie en autorisatie, worden toegezonden
N„o 567
De maandelijksche rekening van het ont„
„vanger Generaals kantoor over october. lb, is
door
November 11. door den Raad Contrarolleur Generaal der
Financien adinterim, in duplo, ingezonden.
N„o 568
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinterin
dit 11.e dezer N„o 477, houdende berigt op de
missive van Constantinus Schotborgh, wegens
zekere som door hem aan den procureur Gaer
„ste voor proces kosten voorgeschoten, en wel
„ke bij onze dispositie van den 7:e dezer n„o 56.
tot dien einde was toegezonden. Zie des Raad
Contrarolleurs voorzeide missive onder N„o
En in aanmerking nemende dat de kolo„
„niale kas de gevorderde Som van P„s 54
in de missive van den voornoemden Constan„
„tinus Schotborgh vermeld, werkelijk schuldig
is en dezelve moet betalen, echter niet aan
den voornoemden Constantinus Schotborgh,
maar wel aan den procureur Gaerste die
niet te min gehouden is het gene hem
door Constantinus Schotborgh uit deszelfs
privé beurs is voorgeschoten als eene private
schuld te voldoen:
Is goedgevonden en verstaan dat de som
van vier en vijftig peros van achten aan den
procureur D. Gaerste, ingevolge ingeleverde reke„
„ning, als nog toekomende wegens kosten van
gevoerde procedures tegen gebrekige belasting„
„schuldigen, uit de koloniale kas zal worden
betaald, en dat daarvan zal worden afge„
„trokken de som van zeventien pezos van
achten
November 11. achten en twee realen, welke hij als nog
aan den Lande verschuldigd is terwijl het
overschietende bij de te doene Eikwidatie door
den meergenoemden Constantinus Schatborgh
kan worden ontvangen, en waaromtrent
de Raad Contrarolleur Generaal de noodige
voorzorge zal kunnen gebruiken, gelijk
hij daartoe geinviteerd wordt bij deze.
Zullende een afschrift hiervan aan den„
„zelven Raad Contrarolleur Generaal der
Financien adinterim worden toegezonden
om aan hem te strekken tot informatie
en om aan de belanghebbenden hiervan de ver„ geven.
„eischte informatief n„o 509.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien ad
interim dd 11.e dezer N„o 483, tot antwoord
op onze dispositie van heden n„o 566, betreffende
het aankoopen der achter het hoofd fort Am
„sterdam staande huizen van den Heer Claas
Schotborgh, ten behoeve van het Gouvernement
Zie dezelve missive onder N„o 225.
Is goedgevonden en verstaan: den aankoop
der bedoelde huizen voor rekening en ten behoe„
„ve van het Gouvernement dezes eilands, voor
de som van een duizend zeven honderd vyf
en twintig peros van achten, als geschied zijnde
ten gevolge van onze voormelde dispositie van
heden N„o 566 te approberen, gelijk zulks
geschiedt bij deze
Een afschrift hiervan, zal aan den Raad
Contrarolleur Generaal der financien adint
tot
No„
November 11. tot informatie, worden toegezonden.
N„o 570.
Gelezen zijnde eene missive van den funge
„renden Raad-Fiscaal, dd 11:e dezer N„o 156.
en de daarbij ingezondene documenten, zijnde
eene verklaring en klagte van Willem Go„
„mez Tesselaar, en een rapport van den stad,
Chirurgijn, beide betrekkelijk tot de mishan„
„delingen door den eerstgenoemde van de kust
wachters van Cumareo op de Spaansche kust
ondergaan. Zie dezelve onder N„os 22
Is goedgevonden en verstaan: de voorme
stukken, bij provisie, te houden voor informatie
N„o 571.
Heden voor den middag, is de Hooghd Gestr
Heer P: R: Cantz'laar, Ridder der orde
van den Nederlandschen Leeuw, door zijne
Majesteit den koning, tot Gouverneur over
dit eiland Curaçao en onderhoorige eilanden
benoemd, in het brikschip Maria en Jacoba
gevoerd door Schipper J: J: Bart, van Amster„
dam aangekomen.
De Commissie, benoemd in de gecombi„
„neerde vergadering der Raden van Policie en
Justitie, gehouden op den 31:' October lb zich
begeven hebbende aanboord van het voormelde
brikschip om den Gouverneur voornoemd
met deszelfs aankomst in deze kolonie te
complimenteren en naar het Gouvernements
huis te geleiden, volbragt deze missie en
bij de ontscheping van den genoemden Heer
Gouverneur, werd zijn Hooghd Gestr: gesalueerd
met
376
November 12. met dertien schoten van de veldbatterij voor
het hoofdfort Amsterdam.
No. 572.
Op verzoek van den Heer Gouverneur P. R:
Cantz'laar ons begeven hebbende op de Gou„
„vernements buitenplaats alwaar Zijn Hooghd
Gestr gelogeerd is, werd er besoigne gehouden
over het aanvaarden van het Gouvernement
dezes eilanden bij Zyn Hooghd: Gestr: en aange„
„zien de tegenwoordige administratie op eenen
geregelden voet zoude afloopen indien dezelve
op den 15:e dezer gesloten en het Gouvernement
op den 16e: dezer overgenomen wierd, zoo werd
dan overgekomen dat het aldus zoude plaats
hebben, en wij belasten ons met het stellen
der noodige orders tot dien einde
vervolgens stelde de voornoemde Heer Gou„
„verneur ons ter hand de volgende aan den
Gouverneur Generaal adinterim geadresseerde
aanschrijvingen van het Ministerie voor het
Publicke onderwijs, de Nationale Nijverheid
en de Kolonien, namelijk: N„o 1/23, 2/24, P25,
7/26, 9/27, en 12/28, allen dd 21.e Junij 1820, &
N„o 12 van den 30 Augustus deszelven Jaars,
mitsgaders nog eene aanschrijving van het
„zelve Ministerie, tot 22 September ll n„o 4„
en dito van de Hoofd Administratie van het
Pensioen Fonds ten behoeve der Ambtenaren
in de West-Indische Kolonien, dd 7:e Au„
„gustus lb N„o 7 aan den Raad van Admi„
„nistratie voor het Pensioen Fonds alhier
geadresseerd.
zijner
377
N„o 573
November 13. Zijner Majesteits brik de Merkuur is heden
van eene Convooi-reis binnen deze Haven te„
„ rug gekeerd
N:o 574.
De Raad Contrarolleurs Generaal der Finan„
„cien adinterim is door ons aangezegd geworden
om de Civile administratie dezer kolonie met
den 15:e dezer te sluiten en eenen staat der
Financien, vergezeld van alle andere benooden
„de Staten aan ons ter hand te stellen; ter„
„wijl er ook de noodige orders werden gesteld
op het inzenden van eenen artillerie Staat,
om alle dezelve aan den Heer Gouverneur P.r
R: Cantz'laar te overhandigen.
N„o 575
Gelezen zijnde eene missive van den Raad 14
Contrarolleur Generaal der Financien adinteres
dd 13.e dezer n„o 485, benevens de daarbij
toegezondene Consideratien, ter voldoening
aan onze dispositie van den 23:e October ll
N„o 485, genomen ten gevolge van eene Minis„
„teriête aanschrijving, dd 21:e Junij dezes Jaars
n.o 125 tot antwoord op dezes-zydsche missive
van den 26:e Februarij deszelven Jaars N„o 21,
waarbij is te kennen gegeven dat de vracht
der Gouvernements goederen uit het moeder„
„land naar dit eiland verzonden hooger ge„
„steld was dan die van partikulieren. Zie de
voormelde missive en de Consideratien onder
N:os 228, 229
Is goedgevonden en verstaan. de bedoelde
consideratien
378
November 14. Consideratien te houden voor notificatie
om daarvan het noodige gebruik te maken
No. 576.
Gelezen zijnde een rekwest van Pieter Hansz
de Meij, geregtsbode op het eiland Aruba, hou„
„dende verzoek dat hem de bevoegdheid worde
toegekend om, met uitsluiting van alle anderen
en zonder eenigen anderen titel dan die van
geregtsbode, voortaan de acten en documenten,
welke voor den Commandeur zullen moeten
worden gepasseerd, te mogen redigeren en deze
privilegie door een bepaald tarief der leges
worde gestaafd en beschermd. Zie het rekwest
onder N„o 70, hetwelk aldus nog luidt.
/ F. I./
Is goedgevonden en verstaan: hetzelve rekwest
te houden in advies.
N„o 577
De volgende orders zijn heden afgevaardigd.
1„o Dat de Raad van Policie en dien van Ei„
„vile en Criminele Justitie op morgen den
16:' dezer des morgens 1/4 voor 10 ure in de
raad-kamer op het Gouvernements huis zullen
vergaderen om den Heer Schoutbijnacht P:
R: Cantzlaar, Gouverneur dezer eilanden,
te installeren.
2:o Dat de schutterij en het garnioen op dien
dag onder de wapenen zullen komen en des
morgens te tien ure binnen het fort Amster„
„dam marcheren
3:o Dat er terstond na de installatie van den
Gouverneur een salut van dertien schoten bij
de
379
November 15. de artillerie zal worden gedaan.
4„o Dat een detachement, gecommandeerd door
een kapitein, den Gouverneur en de gecombi
„neerde Raden van Policie en Justitie zal
voorafgaan en zich posteren voor het Fisca„
„laat alwaar de voorstelling zal worden her„
„haald, na dat zulks van de puije des Gou„
„vernements huis zal zijn geschied.
N„o 578.
Des avonds bij ons informatie ontvangen
zijnde dat de Kapitein Luitenant de guar„
„tel het salut aan wijlen den vice Admiraal
Kikkert Gouverneur Generaal dezes eilands
voormaals toegekend, voornemens is te geven
aan den Schoutbijnacht Gouverneur Cant„
„z'laar.
Is goedgevonden te bepalen: dat bij de
instellatie van gemelden Gouverneur, zoo uit
het hoofd fortres, als het passeren der wach„
„ten en inspectie der troepen dezelfde eerbe„
„wijzingen zullen worden gedaan als tot
hiertoe voor den Gouverneur Generaal en
denzelven adinterim gevolgd zijnde, geschied
is, zoo in het slaan van den marsch als
salueren.
En is hiervan aan den kommandant
der troepen aanschryving gedaan.
N,,o 579.
16. Heden ten bepaalden ure van ¼ voor 10
in den morgen, vergaderden de Raden van
Policie en van Civile en Criminele Justitie.
wij maakten aan dezelve de reden der Convo„
catie
380
November 16. „catie bekend, namelyk om dezelve van de
aankomst van den Heer Gouverneur den
Schoutbynacht P: R. Cantzlaar, en het
aanvaarden van het Gouvernement dezer
eilanden door Zyn Hooghd Gestr kennis te
geven
Te tien ure verscheen de voornoemde Heer
Gouverneur Cantz'laar op het Gouverne„
„ments huis en werd door eene Commissie
uit de gecombineerde vergadering afgehaald en
in de raadkamer geleid, alwaar wij het prae„
„sidie aan Zyn Hooghd: Gestr: inruimden en
aldus aan denzelven het Gouvernement, het
„welk wij tot dus ver adinterim hebben waarge„
nomen, afgestaan en overgegeven
Daarna werd de voornoemde Schoutbijnacht
P. R. Cantzlaar als Gouverneur dezer eilan„
„den van de puijé des Gouvernements huis
binnen het fort Amsterdam en ter Fiscalaat
in de Willemstad met de gewone plegtigheid
geproclameerd, en zyn Hoog Ed Gestr, benevens
de Raden van Policie en Justitie, keerden in
de raad-zaal terug, alwaar wij den eed in
onze kwaliteit als Raad-fiscaal in handen
van den Gouverneur hebben afgelegd en in
dezelve in functie zijn getreden. Zie voorts
de Notulen dezer gecombineerde vergadering
onder N„o 230 waaraan wij ons refereren.
J. S. Elsevier
X S.t Martij
Inleiding voor het Journaal.
Op den 5„en January dezes Jaars 1820, tijdens
ik mij nog te S:t Martin bevond in kwaliteit
als Kommandant over dat Eiland en het Eiland
saba, werd mij door zijne Excellentie den Heer
A. de veer, als Gouverneur van S:t Eustatius
en onderhoorige Eilanden, die zich tot dat
einde naar S:t Martin had begeven, ter hand
gesteld eene depêche van zijne Excellentie den
Minister voor het Publieke onderwijs, de Natio„
„nale Nijverheid en de Kolonien, dd 23.e October
1819 n„o 711, inhoudende, dat ik met voor„
„kennis van zijne Majesteit gemagtigd en
aangeschreven werd tot het doen van eene
keer naar Nederland, met verdere aanschrij„
„ving dat ik, zoodra de Heer Gouverneur
Deveer de noodige schikkingen zoude heb„
„ben gemaakt omtrend de waarneming
adinterim van het bestuur op S:to Martin,
mij het zij regtstreeks, het hij met de Pa„
ketboot over Engeland naar Nederland,
zoude begeven, en na behoudene aankomst
bij zijne Excellentie den Minister voormeld
zoude vervoegen, daarbij werd nog bepaald
dat de kosten dier reize mij van ’s Rijks
wege zoude worden vergoed en gedurende
mijne afwezigheid, het genot van mijn
tractement zoude doorloopen, - al dadelyk
den volgenden dag tusschen gezegde Heer
Gouverneur en mij de noodige schikkingen
gemaakt
382
gemaakt zynde omtrent de waarneming
adinterim van het bestuur op S.t Martin, is
dien ten gevolge het bestuur adinterim van
opgenoemde kolonien op den 5:e Februarij van
dit Jaar overgegaan in handen van den Heer
D.J. van Ramondt, Fiscaal aldaar.
Het toenmaals plaatshebbende ongunstig
weder was oorzaak dat ik tot aan den
8„sten heb moeten vertoeven, alvorens mij naar
het Eiland S:t Thomas te kunnen begeven, al„
„waar ik inmiddels mijne passagie had doen
engageren aan boord eener Zweedsche Brik
genaamd de Twee gebroeders en gevoerd bij
kapitein Simonsson - den 9„den aldaar aang
„komen zijnde en gebruik gemaakt hebbende
van het vriendelijk aanbod van den toening
„ligen kommandant adint:m aldaar den
Heer van Scholten, welke mij met een
salut en verdere Militaire honneurs aan
mijnen rang toekomende had doen recipie
heb ik met mijne bijhebbende famillie,
mijn intrek ten zynen of Gouvernements
huize genomen gehad tot aan den dag van
mijn vertrek van dat Eiland, hetwelk op
den 13„den heeft plaats gehad, wanneer ik
bij het van land gaan wederom met een
salut van dertien schoten ben begroet gewor„
„den.
Den 12„den April was de gelukkige dag
waarop wij na eene reize van circa twee
maanden, gedurende welke wij veel slegt
weer en stormen hadden ondervonden, in
een
een slegt bezeild vaartuig en niet genoeg„
„zaam van de benoodigde zeilen voorzien,
die nog bovendien grootendeels in eene genoeg„
„zaam onbruikbare staat waren, in het
vaderland mogten aankomen en aan den
Helder voet aan Land zetten. — en zijn wij
nog in den avond van dienzelve dag in Am„
„sterdam aangekomen, van waar ik mij
daags daaraan en dus den 13„den naar
's Gravenhage heb begeven, met oogmerk
om naar luid der hiervoren gemelde aan„
„schrijving mij bij zijne Excellentie den
Heer Minister te vervoegen, waarin ik
te leur werd gesteld door deszelfs afwezig„
„heid, als zijnde reeds eenigen tijd geleden
naar weenen vertrokken, werwaarts dezelve
met eene zending van wege zijne Majes„
„teit was belast geworden, waarom ik zijne
Excellentie, bij missive, van mijn behouden
aankomst in Nederland heb kennis gege„
„ven. — Evenwel verlangende dat Zijne Ma„
„jesteit kennis zoude dragen van mijne
aankomst in het vaderland en tevens om
in de gelegenheid gesteld te wezen mijne
opwachting te mogen maken bij Hoogstdes
„zelfs persoon heb ik mij den volgenden
dag daarover in geschrifte geadresseerd
aan zijne Excellentie den opperkamerheer
van zijne Majesteit waarop rescriptie heb
bekomen dat zijne Majesteit mij op den
volgenden donderdag /: den 20:en April :/
zoude ontvangen. — Dan op daartoe bekomen
invitatie
invitatie, genoot ik de Eer den 18e bevorens
aan zijner Majesteits tafel ter middagmaal
toegelaten te wezen, waardoor ik in de gele„
„genheid gesteld werd aan Zijne Majesteit den
koning, aan Hare Majesteit de Koningin
en aan Zijne Koninglijke Hoogheid Prins
Frederik der Nederlanden my te presenteren,
over het minzaam accueil van alle welke
hooge vorstelijke personen ik alle reden had
mij gelukkig te achten.
Mij vervolgens op den 20„sten ter audientie
bij Zijne Majesteit vervoegd hebbende, behaag
„de het Hoogstdenzelven mij alleenlijk, in
zoo ver wegens het oogmerk van mijn op
„ontbod naar Nederland in te ligten, dat ik
de betuiging ontving van hoogstdeszelfs
tevredenheid over myn gehouden gedrag te
S:t Martin en dat ik waarschijnlijk over
mijne volgende bestemming zoude te vreden
wezen, dog dat de beslissing daarvan
moest uitgesteld worden tot aan de terug„
„komst van zyne Excellentie den Minister
voor het Publieke onderwijs, de Nationale Nij
„verheid en de kolonien, en welkers afzijn
mijn verblijf in het vaderland nog eenigen
tijd zoude verlengen. — nog dienzelven dag
werd ik ter audientie toegelaten bij zijne
Koninglijke Hoogheid Prins Fredrik der
Nederlanden en den 22„e daaraanvolgende
bij zijne Koninglijke Hoogheid den Prins van
Oranje.
Inmiddels zyn op verzoek van den Heer
De
De Munnick, kommissaris bij het Minis„
„terie, bij welken Heer ik mij bij afwezigheid
des Ministers had vervoegd door mij gesteld
en aan het Ministerie ingediend geworden
twee memorien, als een wegens de bezuini„
„ging die in de administratie der Kolonie
S.t Martin Zoude kunnen worden daarge
„steld, gedateerd 17 April 1820, en eene we„
„gens de wijze van schadeloosstelling aan
de Ingezetenen der Kolonie S:t Martin, ten
gevolge der Orkaan tusschen den 21 & 22
September 1819, aldaar gewoed hebbende, geda„
„teerd 18 April 1820. — waarna ik de resi„
„dentie heb verlaten om mij met mijne
partikuliere zaken en belangens bezig te
houden.
Den 6„en Junij, zijne Excellentie na des„
„zelfs zending in's Gravenhage terug geko„
„men zijnde, begaf ik mij den 8„e daaraan
volgende derwaarts en had de eer den 10„den
op eene partikuliere audientie ten huize des
Ministers te worden ontvangen, waar ook
ik de voldoening genoot de betuiging van
tevredenheid over mijn gedrag en handelin„
„gen in het aan my toevertrouw geweest
bestuur over de kolonie S:t Martin te ont„
„vangen, met de voor mij vleijende ver„
„zekering dat ik door zijne Excellentie
aan zyne Excellentie aan Zyne Majesteit
tot het Gouvernement van Curaçao, het„
„welk door het overlijden van zijne Ex„
„cellentie den Vice Admiraal kikkert was
opengevallen
opengevallen, al dadelijk zoude worden
voorgedragen, zoo als het dan ook zijne
Majesteit goedgunstiglijk heeft behaagd
mij, bij, hoogstdeszelfs besluit van 25
Juny 1820 N„o 69, honorabel te ontslaan
als Kommandeur der Eilanden S. Martin
en Saba en aantestellen tot Gouverneur
van het Eiland Curaçao en onderhoorige
Eilanden Bonaire & Aruba, en tevens
bij besluit van 2 Julij 1820 N„o 20, mij
kennelijk geworden bij aanschryving van zijne
Excellentie den Minister voor de Marine,
dd 5:e Julij deszelven Jaars n„o 20, mij toete
„staan den rang van Schoutbijnacht.
Daarna mij op onderscheidene tijden naar
's Gravenhage begeven, ten einde met zijne
Excellentie den Minister te aboucheren
zoo wegens de belangens van het Eiland
Curaçao, als wegens de middelen ter bespoe„
„diging van mijn vertrek naar de plaats
mijner bestemming, omtrent welk laatste
point bepaald zynde dat ik de overtogt
naar Curacao zoude doen in het Brik
schip de Maria & Jacoba gevoerd bij kapi„
„tein I. I. Bart zijn dienaangaande door
mij de noodige schikkingen gemaakt
en overeenkomsten getroffen met de Ree„
„ders van dat vaartuig de Heeren Buis„
de Bordes & Jordan. — waarna ik mij
naar het Loo, alwaar Zijne Majesteit
de koning zich toenmaals bevond, heb
begeven en bij gelegenheid eener publieke
audientie
387
audientie op den 28 Augustus verleend,
zijne Majesteit mijnen dank heb mogen
betuigen voor Hoogstdeszelfs genomen
gunstige dispositien te mijwaards en na hij hetwelke ik de eer stad andermaal
het middagmaal ^ genoodigd te wezen, van
Hoogstdenzelven, Hare Majesteit de Konin„
„gin en Z. K. H. Prins Fredrik der Neder„
„landen afscheid te nemen, na Hoogstdeszelfs
laatste bevelen te hebben gevraagd.
Wijders informatie bekomen hebbende
dat het Brikschip Maria & Jacoba, tegen
het laatst der maand September of het
begen van october in gereedheid zoude zijn
zee te kiezen, heb ik op den 19„den September
voor de laatste maal mij vervoegd bij zijne
Excellentie den Minister, ten einde mijne
verschuldigde pligtsplegingen afteleggen
en deszelfs nadere instructien te ontvangen
vooral ook betrekkelijk den nog door my
afteleggen het als Gouverneur van Cura„
çao en onderhoorige hilanden, waarom
„trend door zijne Majesteit werd bepaald
dat die door mij schriftelijk zoude wor„
„den ingeleverd, zoo als dan ook daar
en wel op den 22.e is voldaan en bij
missive van dezelve dagteekening aan
zijne Excellentie den Minister is inge
„zonden geworden
Eindelijk mij berigt zijnde dat meer„
„gemelde Brikschip van voor de stad
Amsterdam naar de Reede van Texel
was onderzeil gegaan, heb ik my op den
2, ditto
2„den October met mijne Echtgenoote en
domestieken van eerstgemelde plaats naar
de Helder begeven en zijn wij, na dat op
den 4„den de Brik aldaar ter Reede was
aangekomen, den 5„de daaraanvolgende
geembarkeerd en op den middag van dien
dag met een gunstige wind naar zee ge„
„zeild; geene merkwaardigheden hebben onze
overtogt vergezeld, voortdurende gunstige
winden voerden ons gelukkig en voor„
spoedig naar de plaats onzer bestemming
alwaar wij den 12:n November door godt
goedheid behouden aangekomen en aan
Land gestapt zijn
Ik heb hier alleen nog bijtevoegen dat
gedurende mijn verblijf in het Vaderland
aan mij zijn toegekomen te navolgende
Ministeriele Depêches op de daarbij ge„
voegde tijden,
als:
Op den 13.e Julij 1820, N„o 3/29 van den 6 July 1820.
1/23 „ „ 21 Juny „ 12 Aug:s „
2/24 „ „ „,, „
½.5 „ „ „ - „ „
7/26 „ „ „,,,,
,, „ „,, „ „ „ ,, „ 9/27
„ „ „ ,, 12/28 ƒ „ 1 „ — „
aan den Gouverneur Generaal adinterim
geadresseerd en op den 13.e November aan den
„zelven ter hand gesteld.
Op den 12.e Aug:s 1820, N„o 26/36 30 van den 7 July 1820.
27/31
389
op den 12 Aug.s 1820 n„o 28/32 van den 7.e Julij 1820.
29/33 „ „ „,, „ „
„ „ 30/34
31/35 „
32/36. „
33/37 „
38 „
39/43 „
„ „ „ 40/44 „
ƒ 45. „ 11 „ „
„ „ „ 7/46 „
„ „ 47 „
21 „ „ 10/4 8
31 „ „ 11/48 14 „
1 Aug.s „ 13/49
30 „ „ 1/50 „ 16 Sept.r
5/51
— „ „ — „ 11/52 „
9 Sept.r.
12 „ 5/53 „
„ „ 4/54 „ „
15 „ 33/55 „ „
4/56 „ ,, „ „,,
35/57 „ „ „,, „
36/58 „ „ „,,,,
37/59 „ ,,,,,,
ƒ 60 „
12/61 „ 20 „
tegen
396
Op den 24.e Sept.r 1820 n„o 2/62 van den 23.e sept:r 1828.
„ „ 4 Octob: „ 14/63 „ „ 30 „
„ „ 1/64 „ „ 2 Oct.r „
En zoo mede ter bevordering der prompte
expeditie daarvan: twee paketten depêches:
Een geadresseerd aan den Heer Gouverneur
van S:t Eustatius en een aan den Heer Kom„
„mandeur adinterim van S:t Martin.
1820.
November 12.
Journaal, gehouden bij den
Gouverneur van Curaçao en
onderhoorige eilanden Bonaire
en Aruba, sedert zyne aankomst
op het eiland Curaçao in den
morgen van den 12.e November de
1820.
Alvorens aanvang te maken met het aan„
„teekenen van het voorgevallene en verhandelde
van en sedert onze aankomst te Curaçao, refere„
„reren wij ons aan het verbaal door ons sedert de
den 5:e Januarij 1820. tot het voormelde tijd
„stip toegehouden, welk verbaal tot inleiding
dezes Journaals zal strekken en een deel des„
„zelven uitmaken.
N„o 580.
Het brikschip Maria & Jacoba, gevoerd door„
schipper J. J: Bart, waarmede wij op den 5„e
October laastleden van de Rede van Texel
vertrokken waren met bestemming naar
dit eiland Curaçao, heden voor den middag
de Haven van dat eiland op eenen geringen
afstand genaderd zijnde, bespeurden wij eene
boot naar ons toerveijende en bij aannadering
derzelve ontdekten wij dezelve de loods=boot te
zijn, waarin zich bevond de Gouvernements
Adjudant de 1.e Luitenant Isaac Kikkert,
dewelke zich op het voormelde brikschip begaf
en ons, namens den Gouverneur Generaal adin„
„terim M:r Isaac Johannes Elsevier, Compli„
„menteerde
November 12. „menteerde, ons tevens te kennen gevende dat
de Gouvernements buiten plaats ter onzer des
„positie was om, des verkiezende, intrek aldaar
te nemen, tot dat de voornoemde Gouverneur
Generaals adinterim het Gouvernements huis
binnen het Fort Amsterdam zal hebben ont„
„ruimd, en voorts berigtende dat er eene Com„
„missie uit de Raden van Policie en van
Civile en Criminele Justitie benoemd was om
ons, na het binnenzeilen der Haven, te komen
complimenteren en naar het Gouvernements
huis te geleiden, den Gouvernements Adjudant
kikkert daarna van boord gaande is denzelven
door mij belast geworden om den Heer Gouver„
„neur Generaal adinterim te verzoeken den
kapitein van Raders te designeren tot de
waarneming des posts van onzen Adjudant
inmiddels het Gouvernement door ons nog
niet zal zijn overgenomen.
Intusschen zeilde het voormelde brikschip
de s' Anna Haven van het gemelde eiland
Curaçao binnen en de hiervorenbedoelde Com„
„missie zich bij ons begeven hebbende, gaf ons
te kennen dat het derzelve, door den Gouverne
Generaal adinterim en Raden van Policie,
mitsgaders nog den Raad van Civile en Crimi„
„nele Justitie was opgedragen om ons met onze
behouden aankomst in deze kolonie geluk
te wenschen en ons naar het Gouvernements
huis te vergezellen.
Na wederzijdsche pligtpleging, vernamen
November 12
393
wij dat de voormelde Commissie was zamen
„gesteld uit den fungerende Raad-Fiscaal Mr
D. Serrurier en het lid van den Raad van
Policie C. A. Baron de Larreij, met en benevens
den Secretaris van den Raad W. Prince, als mede
de Leden van den Raad van Civile en Criminel
Justitie M.r W. W. Duijckinck, waarnemend
het praesidie in denzelven en W: A: van Spengle„
benevens den Secretaris adinterim van denzelven
Raad Jacob Thielen.
Na een kort vertoef, begaven wij ons naar
den wal, vergezeld van de hierbovengenoemde
Heeren en bij onze ontscheping werd er een
salut uit het geschut van het Hoofd-Fort
Amsterdam gedaan, de wacht aan den op
„gang van het Gouvernements huis uitgereikt
zijnde, bewees ons bij het voorbijgaan derzelve
de honneurs aan onzen rang toekomende, en
op het Gouvernements huis gekomen zijnde
werden wij door den Heer Gouverneur Gen
„raal adinterim M:r I. J: Elsevier gereci„
„pieerd, en na de gewone wederzijdsche pligt
„pleging, traden wij al dadelijk met dezelven
Gouverneur Generaal adinterim in conferentie
wegens het overnemen en aanvaarden van het
Gouvernement door ons, hetwelk bepaald
werd op donderdag den 16:e dezer loopende
maand te zullen geschieden, om reden dat de
boeken rekeningen en alle daartoe betrekking
hebbende zaken der administratie op en met
de helft der maand geregelder zouden kunnen
worden
394
November 12. worden afgesloten
Na dat deze Conferentie was afgeloopen
noodigde de Heer Elsevier ons om het mid„
dagmaal bij zyn Ed op het Gouvernements
huis te blijven houden; welke vriendelijke
uitnoodiging door ons werd aangenomen, en
na den maaltyd begaven wij ons des avonds
naar de Gouvernements buiten plaats die
occuperende de Heer Gouv. Genl. adint.
tot onzen intrek was in gereedheid gebragt;
het Gouvernements huis, hetwelk eenige zeer
noodwendige reparatien, waartoe reeds orders
zoude zynde zyn gegeven, dient te ondergaan
alvorens het tot een geschikt verblijf voor den
Gouverneur zal kunnen strekken.
No. 581.
13. In eene op heden, wegens het aanvaarden
van het Gouvernement, met den Gouverneur
Generaal adinterim gehoudene besoigne, zijn
wij nader met elkander overeengekomen dat
de genoemde Gouverneur Generaal adinterim
het Gouvernement van dit en de onderhoorige
eilanden op den 16e. dezer zoude overgeven en
wel zulks om dat de administratie geregelder
met de helft der maand zoude kunnen afloo„
„pen; hebbende de gemelde Gouverneur Gene„
„raal adinterim zich belast met het stellen
der noodige orders op het in gereedheid bren„
„gen van al het gene wat daarmede in
verband staat.
vervolgens stelden wij den genoemden
Gouverneur Generaal ad-interim ter hand de
volgende
395
November 13. volgende aan hem geadresseerde aanschrijvende
„gen van het Ministerie voor het Publieke
onderwijs, de Nationale Nijverheid en de
6 7/26
kolonien, namelijk N„o 1/23, 2/24, 125 & 27 & 12/28
allen dat 21:e Juny 1820 en N„o 12 van den 30:e
Augustus deszelven Jaars, mitsgaders nog een
aanschryving van hetzelve Ministerie, dd 22:
September ll N„o 4 en van de Hoofd Admini„
„tratie voor het Pensioen Fonds ten behoeve
„der ambtenaren in de west-Indische kolo„
„nien, dd 7.e Augustus lb N„o 7 aan den Raad
van Administratie voor het Pensioen Fonds
alhier geadresseerd.
Niets bijzonders voorgevallen 14 & 15.
No. 582.
Heden te tien ure in den morgen, begaven 16.
wij ons op het Gouvernements huis binnen
het Fort Amsterdam, en na alvorens in
den Raad kamer te zijn gekomen en al„
„daar het Gouvernement te hebben aan,
„vaard is door ons en den Heer Elsevier gete„
„kend geworden Proces verbaal in quadru„
„plo wegens de overgave en overname deze
kolonien, waarbij aan ons zyn toegekomen
de staten enz: bij gezegd proces verbaal aan
„gehaald, en hoofdzakelijk betrekking heb
„bende tot de administratie, het Financie,
het defensie wezen enz: — vervolgens wer„
„den wij door eene Commissie uit de ge„
„combineerde Raden van Policie en Civile
en Criminele Justitie afgehaald en in de
Raadkamer
Raadkamer geleid, alwaar wij het praeside
van den Heer Gouverneur Generaal adinterim
M:r J. J. Elsevier overnamen, en aldus het
Gouvernement dezer Eilanden hebben overge„
„nomen en aanvaard; hebbende wij in eene
aanspraak aan de vergadering gedaan, de
„zelve met de benoeming der volgende amb
„tenaren, dewelke zich tegenwoordig als Le
„den der vergadering bevonden, en aldus aan
hen ook met hunne benoeming bekend ge„
„maakt, namelijk
Mr. Isaac Johannes Elsevier, tot Raad-Fiscaal
Mr. Daniel Serruriers, tot President van den
Raad van Civile en Crim. Justitie
M:r Herman Rudolph Hayunga, tot Se„
„cretaris van den Raad van
Civile en Criminele Justitie
M:r Willem webb Duyckinck tot Gou„
vernements Secretaris, en
Casper Lodewijk van Uijtrecht tot Hoofd
Ontvanger zie deswegens de Notulen der
voorzeide gecombineerde vergadering onder N:o
Daarna werden wy, als Gouverneur dezer eilan„
„den van de puije des Gouvernements huis en
vervolgens ter Fiscalaat in de willemstad,
met de gewone plegtigheid, geproclameerd en
keerden in de Raad zaal terug, alwaar de
voornoemde ambtenaren den gewonen eed in
onze handen hebben afgelegd.
vervolgens zijn bij ons ter audientie toegelaten
De Raad van Policie
De Raad van Justitie
Het Collegie van Commercie en Zee-Zaken
Het Collegie der Wees - onbeheerde en desolate
boedel-kamer.
November 16.
347
De Officieren der Schutterij
De zee officieren
De officieren van het Garnizoen
De Luthersche Kerkenraad
De Joodsche Kerkenraad
De Hoofdambtenaren
De geemployeerden bij ’t Gouvernement
De Particuliere personen welke aan ons
hun Compliment hebben willen
maken.
No. 583.
Nader gelezen zijnde de aanschrijving van
zijne Excellentie den Minister voor het Publie
„ke onderwijs, de Nationale Nyverheid en de
Kolonien, dd 6:e Julij 1820 n„o 3/29, met de ge„
„leidende missive van dien datum en van
hetzelfde nummer aan ons ter hand gekomen
bij welke aanschrijving ter onzer kennis ge„
„bragt is het Koninglijk besluit van den 25.e
Juny 1820 n„o 69, houdende hoofdzakelijk
onze aanstelling tot Gouverneur van het
eiland Curaçao & onderhoorige eilanden, de
vermindering van het garnizoen dezer eiland
„den en dat het daarbij vermelde plan van
bezuiniging in de administratie tot voorschrift
en leiddraad der handelingen van den Gouver„
„neur dezer eilanden wordt gesteld, benevens
nog de aanstelling van eenige daarin genoemde
ambtenaren en vernietiging van eenige daarin verm:es posten
En gelet op het voorzeide koninglijk besluit
en het daarbij gevoegde plan van bezuiniging,
van
November 16. van welke eerst gemelde het 5:e, 6:e en 9:e artikel
moet aanvangen effect te sorteren met den dag
op welken het Gouvernement door ons zoude
worden aanvaard.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Bij publikatie ter kennis der Ingezetenen en
van dit en de onderhoorige eilanden te brengen
dat zijne Majesteit de Koning bij besluit van
den 25e. Junij 1820. No. 69, ons tot Gouverneur
van Curaçao en onderhoorige eilanden Bon„
„aire en Aruba heeft aangesteld en dat wij het
Gouvernement der gemelde eilanden heden heb„
„ben overgenomen en aanvaard.
2„o Mede bij publikatie bekend te maken de be„
„noeming der volgende ambtenaren.
van M:r Isaac Johannes Elsevier, tot Raad
Fiscaal
M:r Daniel Serrurier, tot President
van den Raad van Civiele en
Criminele Justitie.
M:r Herman Rudolph Haijunga,
tot Secretaris van den Raad
van Civiele en Criminele Justitie
M.r Willem webb Duijckinck tot
Gouvernements Secretaris
Casper Lodewijk van uijtrecht tot
Hoofd ontvanger
3„o Aan de volgende Ambtenaren, bij extract
dezes, te doen kennis dragen het gene ten
gevolge van het plan van bezuimiging ^ aanzien
van
399
November 16. van tractementen omtrent een ieder moet
worden in acht genomen, om aan elk te
strekken tot informatie en narigt.
Den Raad-Fiscaal dat zijn Jaarlyksch trac„
„tement gesteld is op ƒ 4000 behalve het genot
van emolumenten aan zynen post verknocht
Den President van den Raad van Civile &
Crim:e Justitie dat zijn tractement thans ƒ5000
in het Jaar is.
Den Raad Contrarolleur dat hij voortaan
zal genieten een Jaarlyksch tractement van ƒ 5000
En ten aanzien der klerken ten zijnen kantore
zullende volgende bepalingen ten aanzien van
hunne Jaarlijksche tractementen stand grypen:
namelijk: Aan den Boekhouder en eerste Com„
„mies ƒ 2200 en aan twee klerken gezamenlijk
ƒ 1100, dus ieder ƒ550, wordende dus voorafgedankt
gehouden de Commies en de Jongste klerk die
hierbij honorabel worden ontslagen, behoudens
derzelver verantwoordelykheid.
Den Secretaris van den Raad van Policie
en van het Collegie van Commercie en Zee-zaken
dat hij eeniglijk zal genieten de emolumenten
van zynen post, mits het tractement van den
klerk van den Raad van Policie ad ƒ 700 en
van den klerk van het Collegie van Commercie
en zee-zaken ad ƒ 350 voor zijne rekening ne„
„mende en aan den Gouvernements secretaris
Jaarlijks uitkeerende ƒ 1000.
Den Gouvernements Secretaris dat hij eenig„
lijk zal genieten de emolumenten aan zynen
post verknocht, mits dat hij betale de vijf
Klerken
400
November 16. klerken ter Gouvernements Secretary, welker
tractementen bedragen ƒ 4125; terwijl hij uit de
emolumenten van de Secretarij van den Raad
van Policie en van het Collegie van Commercie
en zeezaken Jaarlyks zal genieten de som van ƒ 1000,
door den secretaris van dien Raad aan hem uittekeeren
Den secretaris van den Raad van Civile en Cri„
„minele Justitie: dat hij zal behouden het tegen
„woording tractement van ƒ 2500 en het genot der
emolumenten aan zijnen post geaccrocheerd, mits
ten zijnen laste nemende het tractement van
zynen klerk ter somma van ƒ 700 in het jaar
Den Hoofd-ontvanger: dat de 5 pC:t perceptie
geld wordt gereduceerd op 3 pC:t en hij in het
genot gesteld wordt van 1 pC:t van de gelden
door anderen geincasseerd en bij hem gestort worden„
„de, als mede van 1 pC:t van wissels op het moe„
„derland getrokken mitsgaders nog der emolu„
„menten; zullende echter de boekhouder en klerk
ten zijnen kantore door hem moeten worden gesalarieerd
Den ontvanger van den impost op het middel
van het klein-zegel, Accijns en Roei meester
ontvanger der Haven en Plakaat gelden en Commis
der manifesten: dat zijn tractement als Accyns
Meester wordt gehouden voor vervallen en het tracten
ment van zynen klerk als ontvanger van den opge
„melden impost door hem moet worden betaald
Den waag- en Rooi-meester: zoo voor
zich zelven als tot informatie van de drie
oudste / in dienst / waagklerken: dat de trac„
„tementen aan dezelve worden gehoonden voor
vervallen en dat dezelve eeniglijk zullen be„
houden
November 16. „ houden het genot der emolumenten ende
zulks op deze wijze, namelijk dat van de gez
„menlijke emolumenten van den Waag- en
roonneester en der waagklerken, 5/8 door den
eerstgenoemden en 3/8 door de laatstgemelden
gezamenlijk in gelijke deelen zullen genoten
worden; zullende de Jongste waagklerk zich
dus beschouwen als van zijnen post honorabel
ontslagen, behoudens deszelfs verantwoordelijk
heid
Den opper-visitateur, zoo voor zich zelven
als voor de drie oudste / in dienst / onder visita„
„teurs: dat derzelver tractementen vervallen en
bij hen niets anders dan emolumenten zullen
worden genoten, wordende derhalve de Jongste
onder visitateur van zijnen post honorabel ont„
„slagen, behoudens deszelfs verantwoordelijkheid
Den Gouvernements Translateur dat zijn tracte„
„ment vervalt, echter zal hij telkens voor zijne
dienst worden beloond overeenkomstig het reeds
gemaakte of nog te makene tarief
4:o Aan de volgende ambtenaren kennis te geven
dat hunne posten geaboleerd en zij dus uit
dezelve, respectivelijk, honorabel ontslagen
zijn, behoudens derzelver verantwoordelykheid
namelijk:
Den Commissaris der bestelling: echter zal hy
provisioneel in functie blijven tot dat de Raad
van Policie nadere schikkingen, omtrent het
afhalen van goederen van boord der schepen,
zal hebben beraamd.
en Den
November 16. Den Gouvernements Essaijeur,
5:o De hiervorenstaande bepalingen zullen
heden terstond in werking geraken en de res„
„pective benoemde ambtenaren in functie
treden terwijl alle afgeschafte tractementen
op hoedanige wijze ook tot den 15:e worden,
„de afbetaald, van heden af ophouden en
alle tractementen die veranderingen hebben
ondergaan of niet, zoo mede de perceptie
van emolumenten het zij ten volle of gedeel„
„telijke belooningen der beambten, heden aan„
„vang nemen
6„o Den tegenwoordigen ontvanger Generaal
adinterim honorabel uit zynen post te ont„
„slaan, behoudens deszelfs verantwoordelijkheid
7„o Den tegenwoordigen Secretaris adinterim van
den Raad van Civiele en Criminele Justitie,
honorabel ontslag uit zijnen post te verlee„
„nen, behoudens deszelfs verantwoordelijkheid
Den Raad Contrarolleur van het voorgaande
te doen kennis dragen en denzelven hierbij
bekend te maken.
a. dat het Jaarlijksch tractement van den
Gouverneur door zijne Majesteit gesteld is
op ƒ 18,000, zonder genot van emolumenten,
als zullende die welke door den Gouverneur
Generaal genoten wierden van de Commis„
„sien of acten van aanstelling der ambtenaren
nu moeten komen ten faveure van de kolo„
„male Kas.
b. dat het tractement van den Gouverneur is
ingegaan den 1e. Julij ll en dat dezelve
hetzelve
November 16. hetzelve over de maanden Julij en Augus
„tus, in het moederland ontvangen heeft
C. dat de posten van gegradueerde leden
in den Raad van Civile en Criminele Jus „titie zijn geaboleerd.
Een afschrift hiervan, zal aan den Raad
Contrarolleur der Financien, tot deszelfs narigt
worden toegezonden.
Ten aanzien van de verpligting den hoofd
ambtenaren bij het 8:e punt van zijner Majes„
„teets hiervoren gemelde besluit opgelegd zoo wel
omtrent het in dienst houden der hun onder„
„hoorige ambtenaren als anderzins
En wegens het afschaffen der verstrekking
van schryfbehoeften van eenige ambtenaren
in het plan van bezuiniging genoemd.
zullen de noodige orders en voorzienin„
„gen worden gesteld zoodra wij ons zullen
kunnen onledig houden met de respective
bureaux, zoo wel opzigtelijk de geemploijee
„dens aldaar, als het reviseren der bepaling
aangaande schrijfbehoeften welke aan rede„
derzelve, gelijk wij geinformeerd zijn kwar„
„taals wijze en wel niet het begin van het
kwartaal worden, uitgereikt.
No. 584.
Overwegende dat, ofschoon de Heer C L. van
Uijtrecht, dewelke thans het ambt van Raad
Contrarolleur der Financien adinterim waar„
„neemt, tot Hoofd-ontvanger benoemd en in
dat ambt gesteld is, het echter voor den gere„
gelden
404
November 16. „gelden loop der administratie raadzaam is
dat dezelve het ambt van Raad Contrarolleur
tot de terug komst van den daarin gecontinu
„eerde Heer H. J. Nuboer, blijve waarnemen,
en dat, doordien de Heer van uijtrecht de beide
voormelde ambten niet te gelyk kan waarnemen
iemand door hem, onder onze approbatie, wor„
„de benoemd om intusschen de werkzaamheden
van zijn actueel ambt als hoofd-ontvanger
op zyne verantwoordelijkheid uitteoefenen
Is goedgevonden en verstaan: den voornoemden
Heer C L. van uytrecht hierbij te inviteren om
het ambt van Raad Contrarolleur adinterim
te blijven waarnemen tot dat detteer H. J.
Nuboer op dit eiland zal zijn aangekomen
en in de functien van hetzelve zal hebben
getreden; en voorts om zijnen post als hoofd
ontvanger aan iemand, door hem te verkiezen
en door ons goedgekeurd wordende, echter ter zijn
„ner eigenene verantwoording, op te dragen.
Een afschrift hiervan, zal aan den voornoem„
„den Heer C. L. van Uijtrecht, tot informatie
worden toegezonden
No. 585.
Gelet zijnde dat het den Raad Contrarolleur
der Financien, bij artikel 9 zijner Instructie is
opgedragen om voor het Justificeren der Borg„
„togten van Comptabele ambtenaren te zorgen.
En vermits de nieuw aangestelde hoofd
ontvanger en de Secretaris van den Raad van
Civiele en Criminele Justitie de vereischte Cautie
zullen
405
November 16. zullen moeten stellen en de ten aanzien van
ieder derzelve, bepaalde som in de koloniale
kas moeten storten.
Is goedgevonden en verstaan: den Raad
Contrarolleur der financien bij extract dezes
aan te schrijven om het vorenstaande te
doen ten uitvoer brengen.
No. 586.
De kapitein B. Krapf President en M.r H.
R. Haijunga, waarnemende de functien
van auditeur Militair bij het Garnizoen alhier
verzochten, bij eene verkregene speciale audien„
„tie de opheffing of mitigatie van het vonnis
heden door den krijgsraad geslagen tegen
den persoon van Jacob Cornelis van Starc„
„kenborg, soldaat bij het 28:' Batt:n Jagers,
welke zich voor de derde maal, aan deserte
heeft schuldig gemaakt, en bij welk vonnis
hij is gecondemneerd geworden tot de straffe
der kruiwagen, voor den tyd van zes achter
een volgende Jaren; zullende de gedetineerde
aan ons een rekwest indienen.
waarop wij de voornoemde Heeren hebben
geantwoord, dat wij het bedoelde rekwest
zullen afwachten, en daarna disponeren.
No. 587.
De Raad Contrarolleur heeft heden in
triplo, ingezonden den staat van militaire
kortingen en uitgaven over het 3:e kwar„
taal dezes Jaars.
No. 588.
17. Bij resolutie van zyne Excellentie den Minister
voor
406
November 17. voor het Publieke onderwijs, de Nationale Nij„
„verheid en de kolonien, dd 12.e September 1820
no 14/54 bij missive van dien datum en van
hetzelfde nummer ontvangen, aan ons ter
hand gekomen zijnde het Cognossement en de
factuur van militaire rantsoenen alhier
uit het moederland aangebragt in het op
den 12:e dezer in deze haven aangekomen
brikschip Maria & Jacoba, Schipper I I Bart
Is goedgevonden en verstaan:
1: kopijen van het Cognossement en de fac„
„tuur voormeld, aan den Raad Contrarolleur
der financien en den Magazijn meester van
alle magazijnen te doen toekomen, met auto
risatie op den laatstgenoemden om de voor„
„zeide rantsoenen in ontvang te nemen en
van den staat der fustaadjen, processen
verbaal in triplo, op den bepaalden tyd aan
ons te doen toekomen.
2„o tot de inspectie der bedoelde rantsoenen
te benoemen den Raad Contrarolleur der
financien, den kommandant der Troepen
en den Chirurgijn Majoor bij het garnizoen
terwijl daarbij, als experts zullen worden
geinviteerd de Heeren Kooplieden I. F. G Zieg
„ler & I. W. G. Jutting.
Afschriften dezer dispositie, in zoo ver
dezelve den Raad Contrarolleur der financien
den kommandant der Troepen en den Maga„
„zijn meester voormeld aangaat, zullen aan
dezelve respectivelijk, tot informatie en narigt
worden
November 17.
407
worden toegezonden.
No. 589
Is gelezen eene missive van President en
Raden van Civiele & Criminele Justitie waarby
ter voldoening aan onze mondelinge invitatie,
eene nominatie is gemaakt ter vervulling der
ontstane vacature in dien Raad. Zie de missive
onder n„o 231 dewelke in advies wordt gehouden
N„o 590
Door den Gouvernements Secretaris aan ons
vertoond zynde een permit, op verzoek van
Joseph Pereira Brandao, opgemaakt, om zes
ponten gruis beneden het galgenveld op het
Rif te mogen afhalen.
Is goedgevonden en verstaan: dit verzoek
in deliberatie te houden, en den Gouvernements
secretaris tevens te gelasten dat het besluit
van wijlen den Gouverneur Generaal A:
kikkert waarbij den secretaris wordt toegela„
„ten om zoodanige permitten aftegeven zonder
voorkennis van den Gouverneur of ter zijne Ot„
„donnantie geteekend, voortaan zal moeten worden
beschouwd te zijn ingetrokken, en mitsdien, dat geen permitten hoegenaamd door hem zullen worden afgege„
„ven zonder onze voorafgaande toestemming N„o 594. Gelezen zynde een rekwest van Casper Lode
„wijk Deveer, houdende verzoek dat zijn rekwes
„trants drie huwelijks geboden op aanstaande
Zondag den 19:e dezer in eens moge worden
afgekondigd. zie het rekwest onder N„o 71 het
„welk aldus nog luidt
/ F. J./
Is goedgevonden en verstaan des rekwestrants
verzoek
November 17
408
verzoek te accorderen en mits dien te permitteren
dat zijn rekwestrants huwelijk met Mejufvr
Helena de Meij Schotborgh worde gesolemni„
„seerd na de afkondiging van de drie Huwe„
„lijks geboden in eens, en wel zulks op aanstaan„
„de Zondag den 19:e dezer.
Een afschrift hiervan, zal aan den rekwes„
„trant worden afgegeven om aan denzelven
tot informatie en verder daar het behoort,
tot autorisatie te strekken.
No. 592.
Heden voordenmiddag om 9 ure begaf
ik mij, vergezeld van de Heeren Officieren dezes
Garnizoens, naar het waterfort en hield eene
vlagtige inspectie over de aldaar staande gebou„
„wen, en visiteerde de kazernen der Jagers en artil„
„leasten als ook eenige daaraan annex zijnde
atelieers.
vervolgens Inspecteerde ik de differente
Magazijnen gelegen in het Fort Amsterdam
als van wapening, kleeding, materialen, vivres
& kruid, zoo ook eenige aldaar staande offi„
„ciers woningen.
N„to 593.
Heden middag te 1 ure vertoonde zich voor
deze haven Z. M. Korvet de Cameet, gekom„
„mandeerd door den Kapitein Luitenant ter
zee J. Blom, dewelke bij draaide en een brief
voor ons aan de wal zoud. Zie den gem: brief
onder No. 232.
Waarop de kapitein bij het Bataillon Jagers
N.o
409
November 17. n„o 28 R. F. van Raders aanboord werd ge„
„zonden ten einde op eenige in dien brief be„
„doelde punten, nader elucidatie te bekomen,
welke elucidatie dan ook door hem, namens
den gend. kap.n Luit.t Blom, per monde zyn overgebracht
No. 594.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Contrarolleur adinterim van den 17:e dezer
no„ 489, houdende kennisgeving, dat hij, op
invitatie van ons, dien post, tot de overne„
door den Heer H. J. Nuboe „ming daar hij tot het waarnen
zal blijven en waarnemen ^ van het ambt van
hoofd-ontvanger, gedurende dien tijd, onder
onze approbatie gekozen heeft den Boekhou„
„der van dat kantoor I. M. Prince. Zie
de missive onder N„o 233
Is goedgevonden en verstaan: het verzoek
van den Raad Contr:r adint: te accorderen,
en den voorn: boekhouder I. M. Prince
bij deze te kwalificeren om het ambt van
Hoofd-ontvanger waartenemen tot de aan
„vaarding van dien post door den Heer CL. van
Uytrecht
Een afschrift hiervan zal aan den Raad
Contrarolleur adinterim tot informatie en
aan den Boekhouder van den Hoofd-ont
„vanger, tot kwalificatie, worden toegezonden
No. 595.
Bij de herziening der hierna te meldene
door ons in het moederland ontvangene
aanschrijvingen van zijne Excellentie den
Minister
November 18. Minister voor het Publieke onderwijs,
de Nationale Nyverheid en de Kolonien,
namelijk:
1„o van den 6:e Julij 1820 N„s 3/29, geleidende
extract van zijner Majesteits besluit dd
25. Junij deszelven Jaars N„o 69, waarbij
gevoegd is het plan van bezuiniging
voor dit eiland Curaçao, en houdende
de gemelde Ministeriele aanschryving
last aan ons wegens het in werking brengen
van het plan van bezuiniging, het verminde„
„ren der bestaande belastingen over het
Jaar 1821 en het inzenden van een algemeen
plan van belastingen; mitsgaders nog handelen,
„de over de eilanden Bonaire & Aruba.
zijnde gedeeltelijk daaraan voldaan ten
aanzien van het 5,e 6 & 9 artik: van des koning
opgemeld besluit en opzigtelijk § 4 betrekkelijk
tot andere ter onzer beschikking gelaten zijnde
ambten, zal nader worden gedisponeerd; terwijl
§ 3 & 4 van des Ministers aanschryving aangaand
het verminderen der belastingen en het inzen„
„den van een algemeen plan van belastingen
ter kennis van den Raad van Policie, om des
„wegens de noodige maatregelen te nemen
zullen worden gebragt, en voorts omtrent de
voormelde eilanden het noodige onderzoek
zal worden gedaan om aan des Ministers begeer„
„te naar vereisch te kunnen voldoen.
2:o van den 7.e Julij 1820 n„o 26/30, betreffende den
Raad Contrarolleur der Financien H. J. Nuboer
aangaande papieren realen of schellingen.
Dezelve voor informatie gehouden.
411
November 18. 3„o van den 7:e July 1820 n„r 27/31 waarbij ter
onzer kennis is gebragt:
a. de inhoud eener missive van den gewezenen
Gouverneur Generaal dd 4„en Mei 1819 N„o
69, aangaande het benoemen van een
extra klerk ter Gouvernements Secretary
Waaromtrent, des vereischende, door ons
zal worden gedisponeerd.
b. de inhoud van eene andere missive van
denzelven Gouverneur Generaal dd 8„st
Julij 1819 n„o 94, opzigtelijk het salarieren
van den Directeur des imposts op de Colla„
„terale Successie en het accorderen van
defroyement aan den toenmaligen Direct
teur; waaromtrent de meest overeenkom„
„stige spaarzaamheid en beknoptheid
door den Heer Minister is aanbevolen.
Is goedgevonden en verstaan:
In de eerste plaats: het salarieren van den
Directeur voormeld te houden in advies tot
dat over dien post nader zal zijn gedisponeerd
In de tweede plaats: dat, uit aanmerking
van den slechten toestand der Koloniale financi„
waardoor een groot aantal reeds afgegevene
ordonnancien op de kas der kolonie niet kun
„nen worden afbetaald, zoo dat die kas voor
het tegenwoordige niet meer kan worden belast
en het toch noodeloos zoude zyn eenige aan
„wyzing van betaling op dezelve te doen, aange
„zien
412
November 18. zijn eenige aanwijzing van hetselweg op voor den November 18. der uit het moederland met dien bodem
aangebragte vivres &b„a gebiffeerd aan ons is ter
te doen, aangezien bij mangel aan de beno
hand gesteld, om bij ons arrivement alhier de
„digde penningen die aanwijzingen vruchte
noodige orders te stellen dat deze openstaande „loos zouden zijn, derhalve, voor als nog
post in de boeken worde afgesloten, conform
geen defroijement aan den gewezenen Directeur
aan het bij missive van den Gouverneur Gene„ des imposts op de Collaterale Successie M:r
„raal adinterims dd 29.ste Januarij 1820, voor I. J: Elsevier Kan worden geaccordeerd; blijven,
„gestelde „de echter aan denzelven gereserveerd om zich
Is goedgevonden en verstaan: de voorzeide dienaangaande wederom te adresseren, wan
ordonnancie in den voormelden staat, aan „neer de Koloniale kas in dien staat zal zijn
den Raad Contrarolleur der financien bij ex„ gebragt om uitgaven van dien aard, gerede
„tract dezes te doen toekomen ten einde „lijk te kunnen bestrijden.
daarmede te handelen als hiervoren is En zal een afschrift hiervan aan M.r I.
uitgedrukt. J. Elsevier, tot informatie, worden toegezon„
6„o Van den 7„den Iulij 1820 n„a 30/34, aangaande „den
het beproeven in hoe ver de gewezene Com„
4:o Van den 7„den Iulij 1820, n„o 28/32, betreffende
„mandeur van Aruba L. Boije als nog de alhier te lande gedane benoemingen van
geschiktheid heeft om, overeenkomstig de I. H: Palm tot waagklerk, van I. M. Princ
bedoeling uitgedrukt bij de Ministerieele tot Boekhouder bij den ontvanger Generaal,
dispositie van den 2„den April 1819 N„o 125 van M:r Ricardo, tot Gouvernements Trans„
in eenen of anderen subalterven post te wor„ „lateur en Interpreteur en van C. Ringeling
den aangesteld. tot klerk ten kantore van den ontvanger Ge„
Is goedgevonden den voornoemden L. neraal.
Boije te stellen op de lijst der sollicitanten Blijvende de voormelde posten ter nader
7:o van den 7„den Julij 1820 n„o 31/35, ten aanzien beschikkingen.
kapitein Ingenieur der benoeming van den 1 5„o van den 7„den Iulij 1820 n„s 29/33, waarbij
H I. Abbring als Inspecteur der wegen en de ordonnancie n„o 225 groot p:s 4359„ 3„ 2
van C. v. G. Davelaar tot assistent van op den ontvanger Generaal alhier in dato
denzelven. 13:e februarij 1819 afgegeven ten faveure
waaromtrent nader zal worden gedispo van Klaas Scholl voerende het brikschip
„neerd Martha & Elisabeth, voor vrachtpenningen
8: der
November 18.o van den 7„e Julij 1820 n„o 9/36, omtrent de November 18. allen Haafschen dienst te ontslaan tegen be„
reclame van den Kapitein ter zee Polders, Com„ „taling, door de kinderen van wijlen den Gou„
„manderende Z M Fregat Euridice, op een ge„ „verneur Generaal kikkert, van eene Som
„deelte der door het gemelde Fregat hernome van een honderd en vijftig pesos van achten
Golet Harmonie, met aanschrijving, om wan in faveur der koloniale kas, en mits door
„neer de Heer Minister der Marine op de uit hen worde Cautie gesteld overeenkomstig het
„keering van het gevorderde gedeelte mogt bepaalde bij het 2:e lid van Art 36 van
aandringen, daarvan kennis aan het Mi„ het reglement van regering op dit eiland
„nisterie voor de Kolonien te geven Curaçao, gearresteerd bij besluit van zijne
wordende de voormelde missive voor na Majesteit van den 14:e September 1815 n.o
„tificatie en tot narigt aangenomen.
9:o van den 7„den Julij 1820 n„o 3 3/37, houdend. Is goedgevonden en verstaan: het voren„
dat van ons een nieuw ontwerp van organg „staande, bij deze ter kennis van de kinderen
„satie voor de Schutterij alhier, meer overeen van wijlen den Gouverneur Generaal A.
„komstig de bedoelingen vervat in het plan„ kikkert te brengen, met aanzegging dat de
van bezuiniging, bij het Ministerie wordt noodige vrijbrief aan de voornoemde slavin
te gemoet gezien. Geertruida zal worden verleend zoodra
welke onderhavige zaak in nadere de Som van een honderd en vijftig pesos
overweging zal worden genomen van achten door hen aan de koloniale
7 der
10. Van den 7„e Iulij 1820 N„o 34/38, opzig kas zal zijn betaald en de bedoelde Cautie
„telijk de Gouvernements buitenplaats en het zal zijn gesteld.
appropieren van eene geschikte woning voor Afschriften hiervan zullen aan de kin„
den Gouverneur. „deren van wijlen den voornoemden Gouver
welke zaak mede in nadere overweging „neur Generaal Kikkert, tot informatie
zal worden genomen. en narigt en aan den Raad Contrarolleur
11.e van den 7 den „de„ Julij 1820 n„o 35/39 over Cot„ der financien, om hen niet de hierin be„
„tumen voor de ambtenaren. „doelde betaling aan de Koloniale kas, be„
Deze voor notificatie gehouden. „kend te maken, worden toegezonden.
ƒ 36
12:o Van den 7„den Iulij 1820 n„o 40 waarbij 13„e van den 7.e Iulij 1820 N„o 37/41, hande„
de Gouverneur wordt geautoriseerd om „lende over de Golet Intrepid, door eenen
de Gouvernements slaven Geertruida van Insurgenten kaper de Generaal Englisch
genomen allen
November 18. genomen en over de schadeloorstelling van
Nederlandsche belanghebbenden uit het proven
„nu van den Kaper La Sosegada.
Waaromtrent de noodige demarches zullen
worden gedaan.
14. van den 7„den Julij 1820 N„o 88/42, over de
betrekkingen tusschen dit eiland en de geinseer„
„geerde gedeelten van Spaansch America
Welke aanschrijving voor notificatie
wordt gehouden.
15. van den 7„den Julij 1820 N„o 39/43, over het
uitstellen der deliberatien aangaande Bon„
„aire & Aruba.
Deze voor notificatie aangenomen.
16: van den 7„e Julij 1820 N„o 40/44, waarbij
gevraagd wordt of de eilanden Bonaire en
Aruba, voor vaste verblijfplaatsen van
gedeporteerden geschikt zijn.
Zullende hieromtrent het noodige onder„
„zoek worden gedaan.
17. van den 11 Julij 1820 N„o 745, volgens
welke het bouwen van eene Caserne voor
verblijf aan den wal van de Ekwipagien
van's Lands oorlogschepen geen gevolg mag
hebben, met vrijlating aan den Gouverneur
om, zulks noodzakelijk oordeelende, daarop
te rug te keeren.
welke aanschrijving voor notificatie wordt
gehouden.
18. Van den 11„den Julij 1820 N„o 7/46 handelende
speciaal over de Instructie voor den Hoofd
ontvanger
November 18. ontvanger en in het generaal over die der andere
ambtenaren.
De voormelde Instructien zullen door ons
worden nagezien, ten einde daarop te dispone=
„ren zoo als zal bevonden worden te behooren.
19 van den 11=en Julij 1820 N„o 8/47, vragende
informatien aangaande de veranderingen wel
„ke het gebeurde in Spanje, en het gedrag
der Insurgenten van Zuid America heeft
te weeg gebragt, en Consideratien ten aanzien
van het stationeren van twee oorlogschepen
alhier.
De beantwoording hiervan wordt uitge
„steld tot dat wy voldoende berigten dien„
„aangaande zullen hebben ingewonnen, ten
einde als dan volledig aan des Ministers
verlangen te kunnen voldoen.
20:e van den 21:e Iulij 1820 N„o 10/48, houdende
dat er vaste bepalingen zullen worden daar
„gesteld aangaande het declareren voor loods
„diensten aan's Rijksschepen.
Zullende met overleg van den Raad van
Policie hierin worden voorzien.
21. van den 31„sten Julij 1820 N„o 11/48:a waarbij
omzigtigheid in het verleenen van zee-brie„
„ven wordt aanbevolen, tot voorkoming,
van misbruik derzelve in het drijven van
verboden slaven-handel.
Welke tot informatie en narigt wordt
gehouden.
22.e van den 1„sten Augustus 1820 N„o 13/49, ten
November 18. ten geleide van den Consent brief van wege
zijne Majesteit aan den 1:e Luitenant bij het
bataillon Jagers n„o 28 C L. W. Gruning tot
het aangaan van een wettig huwelijk verleend
zullende dezelve aan den voornoemden offi
„cier worden ter hand gesteld.
23. van den 30„sten Augustus 1820 n„o 1/50, bepa„
„lende de sterkte van het garnizoen alhier
en hoedanig met de uitgediende manschap„
„pen zal worden te werk gegaan.
Deze aanschrijving zal ten spoedigste werk
„stellig worden gemaakt.
24. van den 30 Augustus 1820 N„o 5/51,
wegens het uitzenden van medicamenten.
Aangenomen voor informatie
25. Van den 30sten„ Augustus 1820 N„o 11/52, ter
bekoming van ons berigt in hoe ver de weduwe
van I. B. Hueck tot pensioen geregtigd is.
zullende aan deze aanschrijving worden
voldaan, zoodra wij ons dienaangaande zul„
„len hebben instaat gesteld
26. van den 9„den September 1820 N„o 5, waarbij
aan ons eene toelaag voor reiskosten is geac
cordeerd.
Deze gehouden voor notificatie en tot in,
„formatie.
27. Van den 12„den September 1820 N„o 5/53, hou„
„dende: dat aan den Raad Contrarolleur
der financien H. I. Nuboer is verleend een
voorschot ter Somma van zes honderd gul„
„dens in eene assignatie op de Nederlandsche
Bank
119
November 18. Bank te Amsterdam, onder voorwaarde
van bij zijne aankomst te Curaçao gemelde
som aan het Gouvernement aldaar te rem„
„bourseren, uit zijn te goed hebbend tractement
Is goedgevonden en verstaan het vorenstaan
„de, bij extract dezes ten kantore van den Raad
Contrarolleur der financien bekend te maken
zoo tot narigt van den Raad Contrarolleur
der financien adinterim als van den Heer
H. J. Nuboer om bij zijne aankomst alhier
de voorzeide door hem genoten som van zes
honderd guldens van zijn te goed hebbend
tractement in te houden, om door ons aan
het voormelde Ministerie te worden overge
maakt.
28 van den 12„den September 1820 N„o 14/54, ten
geleide van het Cognossement en de factuur
van militaire rantsoenen met het brekschip
Maria Jacoba, Schipper I. I Bart aange„
bragt.
Ten opzigte van welke aanschrijving het
noodige bij dispositie van den 17„e dezer N„o
388 is verrigt.
29. van den 15„den September 1820 n„o 33/55, no„
„pens het gecommuniceerde bij het Gouverne„
„ment dezes eilands betrekkelijk tot het provenu
van den verkochten Insurgenten Kaper La
Iosegada, en ten aanzien der gevraagde Instruc„
„tien omtrent het voorgevallene met de nederlan„
„sche Golet de Intrejud.
voor notificatie aangenomen en in verband
beschouwd
November 18. beschouwd met de Ministeriele aanschrijving
van den 7„den 7 „ Iulij 1820 n„o 37/41.
30. Van den 15„den September 1820 n„o 34/56,
waarbij is van de hand gewezen het verzoek
van het Gouvernement dezes eilands, om wel
„sels voor aangekochte vivres voor de Troepen
en het Hospitaal op het moederland te mo„
„gen afgeven, welke aanschrijving voor
notificatie wordt gehouden.
September 1820 n„o 35/57 hou„ 31. van den 15
„dende homologatie der benoeming van Wil„
„lem Raven als Rinmermans baas op een
tractement van P„s 540 in het Jaar„
Waaromtrent nader zal worden gedisponeerd
32. Van den 15„den September 1820 n„o 36/58
over de aanstelling van I. G. Wijs tot Kamer„
„bewaarder van den Raad van policie en
Bode bij het Collegie van Commercie en zee
zaken, van Cornelis Gorsira tot provisio„
„nele klerk ter Gouvernements Secretarij, de
bevordering van A.A. Munningh tot 2:de
Commies ten Kantore van den Magazijn
Meester van alle Magazijnen en de aanstel„
Commies ter „ling van W. H. Gorsira tot 3 zelven kantore
Waaromtrent nader zal worden gedisponeerd
33. Van den 15„den September 1820 n„o 759.
hoofdzakelijk houdende: dat, hoezeer de Mi„
„nister zich de delegatie van den Heer W:
Prince, des noods, zal laten welgevallen, mits
in acht nemende de bepalingen te dien opzig
„te, het echter voorkomt dat de Heer W Prince
hetzelfde
121
November 18. hetzelfde effect kan genieten door zijne te
delegeren gelden directelijk, zonder de tusschen
„komst van dit Ministerie, aan zijnen gemag
„tigden hier te lande over te maken
Is goedgevonden en verstaan het voren„
„staande, bij extract dezes, te brengen ter ken
„nis van den Secretaris van den Raad van
Policie W Prince.
34. Van den 15„den September 1820 n„o 38/60 over
de gedane benoeming van Is Joh. Elsevier J.
tot Directeur des imposts op de Collaterale
successie en van W„m Prince tot lid in den
Raad van administratie voor het pensioen
fonds der beambten.
Waaromtrent nader zal worden gedispo„
„neerd.
35 van den 20„sten September 1820 n„o 12/61,
vragende Consideratien omtrent de noodzake„
„lijkheid om ’s Rijks schepen al nog elders en
wel op de rivier van Suriname te stationeren
zullende deze vraag in nadere overwegens
worden genomen
36 van den 23„sten September 1820 n„o 2/62, hou„
„dende dat de vracht van den Raad Contra
„rolleur der financien H. I. Nuboer en zyne
famillie, volgens het bestaande tarief, uit zijn
te goed hebbend tractement, alhier te Lande
zal worden betaald, en dat de Gouverneur
voor het inhouden van die transport kosten
zal hebben te zorgen.
In advies gehouden tot bij de aankomst
van
November 18. van den voornoemden Heer Nuboer.
September 1820 n„o 14/63 nopens 37. Van den 30„st
de inzending van staten, ranglijst &b: betref„
„fende de organisatie, sterkte & b:a van de
artillerie alhier, en geleidende twee exempla„
„ren van twee platen van afteekeningen.
zullende hiervan aanschrijving aan den
Kommandant der artillerie worden gedaan.
38. Van den 2„den October 1820 N„o 1/64 houdende:
dat de Gouverneur het onderwerp dezer missi„
„ve, handelende over den ongunstigen staat
van den handel en de scheepvaart, in ver„
„band beschouwd met de Circulatie van
papieren Johannissen, in overweging zal
nemen en daaromtrent rapporteren.
Zullende de noodige inlichtingen en infor„
„matien nopens het fonds tot vernietiging der
bewijzen van afgekeurde Johannissen van den
Raad van Politie worden gevraagd, ten eind
wij instaat worden gesteld aan des Ministers
begeerte te voldoen.
N:o 596.
Ter executie van de aanschryving van zijne
Excellentie den Minister voor het publieke
onderwijs, de Nationale Nyverheid en de
Kolonien, dd 30„sten Augustus 1820 n„o 1/50
betreffende de vermindering van het garni
„zoen dezes eilands en de organisatie van
eene kompagnie Jagers van 120 man en
eene Compagnie artilleristen sterk 80 man
Is goedgevonden en verstaan: Den Majoor
Titulair
123
November 18. Titulair, kommandant der troepen alhier
bij deze aan te schrijven:
1„o Dat er eene Kompagnie Jagers en eene
kompagnie artilleristen, zullen worden gefor
„meerd en dat derzelver respective sterkte
zal zijn, zoo als hierboven is bepaald
2. Dat de onder officieren en manschappen
wier tijd van dienst reeds is geexpireerd of
nog zal expireren, met de eerste bekwame
scheeps gelegenheden naar Nederland zullen
moeten terug keeren, om bij hunne aankomt
aldaar, dadelijk naar het Koloniaal Depôt
te Harderwijk te worden gederigeerd en
aldaar hun ontslag te bekomen; zullende
dezelve hunne wapenen en uitrustingen in
het wapen-magazijn achter laten.
3: Dat, indien het getal der onder officieren
en manschappen, welker tijd van dienst
niet spoedig expireert, ongenoegzaam mogt
zijn tot het formeren van de eene kompag
„nie Jagers en eene kompagnie artilleristen
als dan, zoo veel van de uitgediende
manschappen zullen worden gereengageerd,
als noodig zullen zijn om die twee kompag
„nien op de hiervorengemelde sterkte te bren„
„gen, en zal het bepaalde handgeld aan de
nieuw aangenomenen worden uitgereikt.
Een afschrift hiervan, zal aan den Kom„
„mandant der Troepen, tot informatie en na
„rigt, worden toegezonden
N:o 597.
Bij resolutie van zyne Excellentie den
Minister
November 18. Minister voor het Publieke onderwijs; de
Nationale Nijverheid en de Kolonien, dd 1„ke
Augustus 1820 n„o 13/49, met de missive van
dien datum en van hetzelfde nummer ontvan„
„gen, aan ons ter hand gekomen zijnde een
consent brief van wege zijne Majesteit den
Koning aan den 1 Luitenant bij het batail„
„lon Jagers n„o 28 C. L. W. Gruning, om een
wettig huwelijk met Mejufvrouw C. Schot
„borgh te mogen aangaan, ten einde denzel
„ven Consent-brief aan den voornoemden
1„ste Luitenant te doen uitreiken.
Is goedgevonden en verstaan: den opge„
„melden Consent-brief, bij extract dezes,
aan den genoemden 1:e Luitenant C. L. W.
Gruning te doen ter hand komen.
No. 598
Zyner Majesteits korvet de komeet
als nog voor deze haven kruizende, ont„
„ving ik eene tweede missive van den kom
„mandant dier bodem, de kapitein Luite
„nant ter zee I Blom, verzoekende in ge„
„schrifte te mogen hebben, de permissie, hem
door den kapitein R. F. van Raders van
onzen wege bij monde gecommuniceerd
om binnen deze haven te mogen zeilen.
Zie de missive onder N„o 234.
Is het volgende antwoord aan den ge„
„noemden Kapitein Luitenant J. Blom
toegezonden geworden.
Ter beantwoording van uwe missives
van
425
November 18. van gisteren en heden, heb ik de Eer u
te melden, dat het mij voorkomt dat de
redenen waarom de haven van Curaçao
niet door u zoude worden aangedaan,
hebben opgehouden te bestaan, daar zijne
Majesteits bedoeling hiermede was, om de
Equipagien van de oorlogs vaartuigen
voor de verwoestingen der op deze station
van tijd tot tyd heerschende klimaat ziekte
te beveiligen, en deze plaats gehad heb„
„bende ziekte zich sedert eenen geruimen
tijd niet heeft opgedaan; weshalve ik van
mijnen kant niet huiverig ben aan u / zulk
verlangende / te permitteren binnen deze ha„
„ven te zeilen."
N:o 599.
Gelezen de rekweste van Jacob Cornelis van
Starkenburg, Jager bij de 3:e kompagnie
28:e Bataillon, thans gedetineerde voor den
welEd Gestr krijgsraad. zie het Rekwest on„
„der n„o 72, hetwelk aldus nog luidt.
/F.J./
Is goedgevonden en verstaan: hetzelve,
in originali, te stellen in handen van den
Kommandant des Garnozoens, ten fine van
berigt, nopens het gedrag van den Rekwes
„trant, vroeger dan de begane misdaad,
ten einde daaruit te kunnen beoordeelen
of er termen zijn tot het in aanmerking
nemen van des Rekwestrants verzoek; wor
„dende het opgemelde Rekwest terug verwacht
Een
November 18. Een afschrift hiervan zal aan den voor
„melden kommandant der Troepen worden
toegezonden.
N„o 600
Heden voor den middag te 11 ure is bin„
„nen deze haven geloopen Z. M. Korvet de
komeet, gekommandeerd door den kapitein
Luit:t ter zee J Blom.
N:o 601.
Gelezen zijnde eene missive van den President
van den Raad van Civiele en Criminele Justi„
„tie, dd 18 november 1820, toezendende een
extract uit de Rollen der litespendente zaken
voor dien Raad, houdende opgave van de
over ieder derzelve gezeten hebbende leden, en
verzoekende om geinformeerd te worden, om„
„trent de wijze op welke de Raad, bij de
Raad, bij de respective decisie en instructie
der in het genoemde extract onderscheidene
posten zal behooren te zijn zamengesteld
zie de missive en het extract onder N„o
in 236
Is goedgevonden en verstaan: den Presi„
„dent van den Raad van Civile en Crimi„
„nele Justitie bij deze te verzoeken om de
bereids, in de aanhangig zijnde zaken, zitting
genomen hebbende Leden en Secretaris te
inviteren daarbij te willen blijven assis
„teren, tot de afdoening der Zaken, dewel„
„ke in staat van wijzen zijn, uitgezon„
„dert die van het officie Contrat Naar,
tot
November 18. tot de voldoening van welke zaak de Raad
Fiscaal geinviteerd wordt als President te fus„
„geren en de President D. Serrurier als x
Fungeerd Fiscaal Aduit: verzocht te Conti„
„nieren.
Afschriften hiervan, zullen aan den
Raad Fiscaal en aan den gemelden President
tot derzelver informatie en narigt, worden
toegezonden.
N„o 602
Heden zijnde de geboorte dag van Hare
Majesteit onze geherbiedigde Koningin
werden de gewone plegtigheden ter viering
van dien dag in acht genomen.
De gewezene Gouverneur Generaal
adinterim M:r J.J. Elsevier gaf ter eere
van dien dag een Bal, hetwelk op ’s ko
„nings geboorte dag zoude plaats gehad
hebben edoch door het overlijden van H.
K: H: Mevrouw de Princesse Douariere
van Oranje Nassau tot op dezen dag
werd uitgesteld; en welk bal door ons tot
aan middernacht is bijgewoond
No. 603
Gelezen zynde eene missive van den
Raad Contr: adinterim dd 18 November
N„o 491, waarbij te kennen gegeven wordt
dat er geene genoegzame voorraad genever
in's Lands Magazijn, ter distributie voor„
„handen was, aan den Magazijn Meester
mondelinge autorisatie te hebben gegeven
om
November 18. om twaalf kelders van de ontlost wordende
lading te ontvangen. Zie de missive onder
N„o 2 1/7
Is goedgevonden en verstaan: de boven
omschrevene autorisatie door den Raad &
Contrarolleur aan den Magazijn Meester
gegeven, goed te keuren, en denzelven bij ex
„tract dezes, kennis te geven
No. 604.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Contrarolleur adint:m dd 18 dezer N„o 490,
strekkende ter beantwoording van onze dis
„positie van den 16 deze en kennis 5 Raad Secret van Iustitie tot
gevende dat de Heer M: Haijunga, als
Borgen heeft voorgesteld de Heeren Kooplie„
„den William Smith en Haim Abinun
delima, en de Raad Contrarolleur voor
zich zelve, tot de rigtige waarneming
van den post van Hoofd-ontvanger„
de weduwe Arend Hendrik de Rochemont
en de weduwe Carel van der Meulen
zie de missive onder N„o 238.
Is goedgevonden en verstaan, de voorge„
„stelde borgen, zoo wel door den Secretaris
Haijunga als de Hoofd ontvanger van
uijtrecht goed te keuren, Edoch dat de resti„
„tutie van P„s 100, aan den gewezenen Se„
„cretaris van Justitie en van P„s 1000 aan
de gewezenen ontvanger Generaal adint:m
niet kan plaats hebben alvorens de voor
„noemde aftredende Heeren zich behoorlijk
zullen
November 18
429
zullen verantwoord hebben en te zijn gede„
„chargeerd.
Een afschrift hiervan zal aan den Raad
Contrarolleur adint: tot informatie, worden
toegezonden.
N„to 605.
De welherwaarde Heer Muller, Predikant
bij de Luthersche gemeente alhier, door ziekte
van den Hervormden Predikant, den openbare
Godsdienst alleenlijk zullende waarnemen
heeft eene toepasselijke redevoering op den
kaneel gehouden, ten einde mij, en mijne
echtgenoot geluk te wenschen met onze be„
„houdens aankomst en aanvaarding, van het
Gouvernement over deze Z. M: bezittingen
in deze gewesten.
No. 606.
Zijner Majesteits Corvet de Komeet, gekom
„mandeerd door den Kapitein Luitenant ter
zee J. Blom, deed des morgens te acht ure
het gebruikelijke Salut wegens derzelver aan„
„komst alhier, en welk Salut uit de veld„
„stukken werd beantwoord.
N„o 607
20. Raad gehouden. Zie de Notulen van
heden.
N„o 608.
Gelezen zijnde eene missive van den Kap.
Luitenant ter zee H. W. Dequartel, komme
Z M. Brik de Merkuur, dd 19 november
1820, waarbij hij Kap:n Luit.t Kennis geeft
van
November 20. van het ongelukkig voorval, hetwelk op den
avond van den 18:e dezer aanboord van de
gezegde brik heeft plaats gehad, en wel ten
gevolge van het onvoorzigtige gedrag van
den 2:e Luitenant Cats de Raet, waarbij de
korporaal der Mariniers Homeijer, het
leven heeft verloren, verzoekende tevens, dat,
uit dien hoofde, de gewoemde Luitenant op
Z. M: Korvet de komeet, welke weldra
naar het Moederland zal terugkeeren
moge worden overgeplaatst en gerempla„
„ceerd door een officier van gelijken rang
ter keuze van den kommanderende officier
van de gemelde korvet. Zie de missive
onder N„o 239.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Aan den voornoemden Kapitein Luitenant
H. W. de quartel kennis te geven, dat zyn
verzoek, om den meergenoemden 2:de Luiten.t
Cats de Raet op Z. M: Korvet de komeet
over te plaatsen, is toegestaan:
2:o Den Kapitein Luitenant Blom, kom
„ manderende Z M: Korvet de Komeet bij
deze te autoriseren om den 2.e Luitenant
Cats de Raat, dewelke van Z. M: Brik
de Merkuur op deszelfs onderhebbende
bodem zal worden overgeplaatst, door
een zijner onderhebbende officieren, van
gelijken rang, naar zijne keuze, te doen
remplaceren.
Afschriften hiervan, zullen aan de voor
noemde
431
November 20. „noemde kommanderende officieren, tot der
„zelver respective informatie, narigt en kwa„
„lificatie, worden toegezonden.
N„o 609.
Nader gelezen zijnde de aanschryving van
zijne Excellentie den Minister voor het publie
„ke onderwijs, de Nationale Nijverheid en de
kolonien, dd 30:sten September dezes Jaars N„o
63, aangaande inlichtingen welke zyne
Koninglijke Hoogheid de Groot Meester der
artillerie over den toestand der artillerie
in deze kolonien verlangt te bekomen;
mitsgaders het in stand brengen, by artillerie
officieren binnen het koningrijk, van een
plan om de teekeningen welke het geheel de
tafels van afmetingen uitmaken te doen
graveren en drukken, waarvoor die officie
„ren niets dan het graveer en drukloon, als
mede het papier betalen, zoo dat geene
plaat het bedrag van veertig Cents zal te
boven gaan, doch dat men bij de uitvoering
dezer onderneming, de officieren aanbiedende
om daarin deel te nemen, hen tevens in de
gelegenheid stellen moet zich, des verkiezende
deze stukken eigen te maken, ten welken
einde zijne Koninglijke Hoogheid aan Zijne
Excellentie voormeld, heeft toegezonden
twee exemplaren, dewelke de Heer Minister
aan ons heeft doen toekomen om dezelve
aan de kommanderende officieren der
artillerie te doen adresseren en hun verlangen
deswegens
432
November 20: deswegens te doen kennen:
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Het vorenstaande, onder toezending der
hiervoren bedoelde twee platen, ter kennis van
den kommandant der artillerie alhier te brengen,
met invitatie om het verlangen der officieren van
artillerie dienaangaande aan ons bekend te maken
2:o Den kommandant der artillerie hierbij te infor„
„meren dat het verlangen van zijne koninglijke
Hoogheid, hierin bestaat; — te weten: a. om te worden bekend gemaakt met de
organisatie en zamenstelling der artillerie
en de kolonien.
6. om uit de kolonien, voortaan, periodiek
naar Nederland te doen adresseren:
de ranglijst der officieren, vergezeld
van eenige notas wegens hun gedrag
en bekwaamheden.
de sterkte en emplacement lijsten der
officieren en troepen van het wapen
der artillerie.
eene opgaaf van het geschut, affuitage,
voertuigen, projectelen, buskruid en
geweren, zoo op de posten en batterijen
als in de magazijnen voorhanden.
eene beknopte opgaaf der versterkte
plaatsen, met vermelding hunner
verdedigings middelen, voor zoo ver de
artillerie aangaat.
eene opgaaf der etablissementen waarin
materieel der artillerie wordt geconstru„
„eerd en opgeleverd.
133
November 20. 3„o Den kommandant der artillerie hierbij
aanteschrijven om, onder ultimo December aan„
staande, en voortaan Jaarlijks onder dien
datum, te doen zamenstellen en aan ons,
ter verzending aan het Ministerie hiervo,
„rengemeld, de staten en opgaven die in § 2
dezer dispositie zijn opgenoemd, te doen
toekomen.
Een afschrift hiervan, zal aan den
kommandant der Artillerie, tot informatie
en narigt, worden toegezonden.
N„o 610.
Herlezen de missive van President en
Leden van den Raad van Civile & Crimi„
„nele Justitie dd 17 November 1820, de„
„ welke op dien datum is in advies gehou„
„den, / Zie het verhandelde onder n„o 589/
waarbij eene nominatie geformeert is,
ten einde uit dezelve de keuze worde ge„
daan van een lid, om de in de gezegde
Raad ontstane vacature te vervullen.
Is goedgevonden en verstaan: den Heer
I N. C Jutting uit die nominatie te
verkiezen tot Lid in den Raad van Civile
en Criminele Justitie, en van deze zyne
verkiezing, bij afschrift dezer, kennis te geven
aan President en Leden van Justitie voormeld
zoo wel als aan den voornoemden Heer J.N.
C. Jutting
N:o 611.
Gelezen zijnde eene missive van den Majoor
Titulair
November 20. Titulair der Artillerie, kommandant der
Troepen, in dato 20 dezer n„o 12, in antwoord
op onze aanschrijving van den 18:e dezer, /zie
het verhandelde onder n„o 599, / waarbij aan
hem, ten fine van berigt is toegezonden gewor„
„den een door den gedetineerden Jager van
Harckenburg aan ons ingeleverd Rekwest,
verzoekende gratie of pardon van de straffe
der kruiwagen, waartoe hij door den krijgs„
„raad is gevonnisd geworden. Zie de missive
onder N„o 240.
Is, alvorens op het gezegde Rekwest te
disponeren, goedgevonden en verstaan: naar
van het 63 Artikel verding ^ van het reglement op het beleid
der Regering, het Justitie wezen & b:a op het
Eiland Curacao, het advies van den Raad
Fiscaal en van den President van den Raad
van Justitie in te winnen, door toezending
van het evengemelde rekwest en rapport
van den kommandant der Troepen aan de
voornoemde Ambtenaren, met aanschrijving
om ons te dienen van Consideratien en advies
aangaande het al of niet verleenen van
remissie van de straffe der kruiwagen aan
den genoemden Jager, waartoe hij door den
krijgsraad is gecondemneerd geworden; wor„
„dende het rekwest en rapport terug ver„
„wacht
Een afschrift hiervan, zal aan de voor„
„noemde Ambtenaren worden toegezonden.
N:o 612.
21. Bij den Raad van Policie, bij besluit van
den
November 21.
735
den 20sten dezerde heden afgekondigd, schik„
„kingen gemaakt zijnde tot handhaving
van de goede orde in het afhalen van goede
„ren uit de schepen en vaartuigen ontscheept
wordende.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Den gewezenen Commissaris der bestelling
dewelke bij onze dispositie van den 16:e de„
„zer provisioneel in functie is gecontinueerd,
hierbij aan te schrijven dat zijne functien he„
den ophouden.
Een afschrift hiervan, zal aan denzelven,
tot informatie en narigt, worden toegezon
„den.
en
2: Den oppervisitateur, bij extract dezes, een
exemplaar van het hiervorengemelde afge„
„kondigde besluit, tot informatie en narigt
van hem en van de ondervisiteurs, te doen
toekomen.
N„o 613
Vermits de bij Gouvernements dispositie
van den 20sten October ll N„o 528 benoemde
Commissie tot het reviseren van het bestaan„
„de Tarief van in- en uitgaande regten, ten
gevolge van een besluit van den Raad van
Policie dd 20„sten dezer, is komen te vervallen
Is goedgevonden en verstaan; aan de in
gemelde Commissie benoemde Kooplieden
de Heeren D. Bing & J. N. C Jutting van
het vervallen dier Commissie, bij extract
dezes;
436
November 21. dezes, kennis te geven.
N:o 614.
Heden morgen hebben wij in tegenwoor„
„digheid van den Kommandant der Troepen
en van den Eersten kapitein Ingenieur het
Fort Nassau geinspecteerd.
vervolgens begaven wij ons naar het
Militaire Hospitaal, hetwelk wij ins„
„gelijks inspecteerden en in goede orde
bevonden en waarover wij onze te vreden„
„heid aan den Chirurgijn Majoor, als Direct„
„teur van hetzelve te kennen gaven, met
verzoek zulks aan de ondergeschikten te
willen bekend maken.
N:o 615.
De Raad Contrarolleur heeft heden in
„gezonden der Magazijn staat over de maand
October lb in duplo.
N„o 616
Is gelezen eene missive van den Waag
& Rooi Meester A. Evertsz, dd 20 dezer, te
kennen gevende, dat, daar hij nu hersteld is
en zich wederom instaat bevindt om de
werkzaamheden van zyne Posten weder te
hervatten, verzoekt om het verlof, hetwelk
hij in dato 19 Augustus lb verkregen heeft
om ter herstelling van zijne gezondheid, zich
voor den tijd van een jaar van zijne bezig
„heden te mogen onttrekken, te verklaren
voor vervallen. dewelke in advies gehouden
wordt.
N„o 617.
November 21. Hangezien wij van wege het Ministerie
voor de Kolonien gechargeerd zijn met de
prompte expeditie van depeches voor de
Gouvernementen van S:t Eustatius & S:l
Martin, en er zich vooreerst geene gelegen„
„heid opdoet om dezelve met een koop
vaardij vaartuig te verzenden.
En daar het volgens ingekomene berigten
noodzakelijk zoude zijn dat zich een
oorlogsvaartuig in den omtrek van de gemel„
„de Eilanden, van tijd tot tijde, vertoone
zoo wel ter bescherming van de Commercie
als tot schrik der Jnswigente kapers, de„
„welke zoude kunnen ondernemen zich in
die wateren op tehouden.
En vermits zijner Majesteits Corvet de
komeet thans binnen deze haven leggende
eenigen tijd op deze station zal moeten ver„
toeven, om geledene schade te herstellen
Is. goedgevonden en verstaan: den Kom„
„manderende officier van Z. M: Brik de
Merkuur de volgende order te doen toekomen
De Kapitein Luitenant ter zee H. W. de
Quartel, Komm:e Z M. Brik de Merkuur
wordt hierbij gelast om met deszelfs onder„
„hebbende bodem, den 25 dezer, zie te kiezen
en naar de Eilanden S:t Eustatius en St Mar„
„tin te stevenens, na dat onze depeches aan
den genoemden Kapitein Luitenant zullen
zyn ter hand gesteld
Bij
November 21.
22.
238
Bij de aankomst van de genoemde Bra November 22 onze dispositie van den 20:e dezer n„o 630
aldaar, zal de voornoemde kapitein Luiti, waarbij hij tot Lid in den Raad van Civiel
„nant onze dezêches aan de respective & Criminele Justitie is benoemd geworden
Gouverneurs van St. Eustatius & S:t Mart Zie de missive onder N„o 241, dewelke in
overhandigen en aan dezelve zijnen dienst advies wordt gehouden.
aanbieden en verrigten het gene tot rest N:o 621.
welzijn der voornoemde Gouvernementen 23 De Heer C. L. van uijtrecht, waarne
zoude kunnen strekken. „mende het ambt van Raad Contrarolleur
Na gedane Kruistogt keert de gem der Financien heeft autorisatie gevraagd tot
„de Kapitein Luitenant, met deszelfs ond het doen eener annonce ter inschrijving van
„hebbende bodem in deze haven terug wissels voor ongeveer P„s 4000 ter betaling
En zal de Heer Gouverneur van S:t hee„ van militaire tractementen en soldijen over
„tius en de Kommandeur van S:t Mart gepasseerde maand october, welke autorisatie
bij aanschrijvingen worden bekend gemaakt is verleend geworden.
met de zending van de gemelde Brik N„o 622
naar voornoemde plaatsen. De Kerkeraden der Hervormde gemeente
N„o 618
zich heden morgen bij ons vervoegd hebbende
Is ontvangen berigt van den vice Kom complimenteerde ons, met het behoudene
„mandeur des Eilands Aruba, dat de Roo arrivement in deze kolonie en het aan„
Catholijke Pastoor I. I. Pirovano, aldaar „vaarden van het Gouvernement dezer
op den 9:e dezer is overleden. Eilanden.
N„o 619 N„o 622.
Is door den Magazijn Meester van als De Heer Gouverneur van S:t Eustatius
Magazijnen ingezonden Proces verbaal, in en kommandeur van S:t Martin zijn heden
triplo, over den staat der fustaadjen en de ten gevolge onzer dispositie van den 21:
kelders met militaire rantsoenen, aangebre„ dezer n„o 617, respectivelijk bij aanschrijv
met het brikschip Maria & Jacoba Schipp bekend gemaakt, wegens de verzending
J. J. Bart.
van Z. M. Brik de Merkuur, gekom„
N„o 620 „mandeerd door den kapitein Luit: ter
Is ontvangen eene missive van den Heer
zee H. W. de quartel, naar de voormeld
I. N. C Jutting, strekkende tot antwoord op
hilanden. — Zie deze aanschryvingen onder N„o 24
onze § 243
440
N„o 623
November 24. De Heer J. N. C Jutting, is heden, bij
missive, geinviteerd geworden om den post
van Lid in den Raad van Civile en Crim„
voor
„nele Justitie ^ welke hij bij missive van den
22 dezer, om aangehaalde redenen, bedankt
heeft, aantenemen en te aanvaarden, aan„
„gezien zijne opgegeven redenen niet van
dat gewigt zyn om hem van de waarne„
„ming des opgemelden post, te excuseren.
No„ 624.
De waag & Rooimeester A: Evertsz heeft
verzocht, dat wij zijnen brief van den 21
dezer aan ons geschreven / Zie het verhandeld
onder N„o 616 / zonder beschouwen als ver„
„vallen te zijn, en van geener waarde en
mitsdien te mogen terug bekomen, waarop
de Gouvernements Secretaris door ons gelast
is den voormelden brief, na daarvan eene
kopij te hebben getrokken, aan hem waag
& Rooi-meester ter hand te doen stellen.
N„o 625.
De Raad Contrarolleur der Financien
heeft aan ons ter hand gesteld twee processen
verbaal in triplo, van de Commissie ter
inspectie der militaire rantsoenen aange„
„bragt met het brikschip Maria & Jacoba
Schipper J. J. Bart.
No. 626.
Gelezen zijnde een Rekwest van George
Curiel en D. de Graaf, kerkeraden der„
Roomsch
441
November 24: Roomsch Catholijke gemeente alhier, hoorden
„de, hoofdzakelijk, dat aangezien zij door
het overlijden van den Roomsch Catholijken
Pastoor I. I. Pirovano te Aruba, thans
herderloos zijn, om in de eeredienst geene
staking te veroorzaken, de Drie zich al„
„hier bevindende Spaansche Priesters, J. A.
Robles, Thomas Domingo Cabrera en
Joaquin de Beetia, provisioneel hebben aan„
„gesteld, om bij tourbeurten, den here dienst
en het Ceremoniele in hunnen Godsdienst
gebruikelijk, waartenemen, tot tijd en wijle
uit het Moederland zullen zyn aangeko„
„men de twee priesters welke zij door het
intermediair van der vorigen Gouverneur
Generaal adinterim hebben ontboden, en
waarop zij onze goedkeuring verzoeken.
zie het Rekwest onder n„o 73, hetwelk al„
„dus nog luidt / F. I./
Is goedgevonden en verstaan: het voor„
„melde Rekwest voor notificatie aantenemen
ten alle zulke fine als daarbij staat om„
„schreven.
Een afschrift hiervan zal aan de Re„
„ kwestranten tot informatie worden afge„
„geven.
N:o 627.
De Heer Raad Contrarolleur, daartoe
uitgenodigd zijnde, zich ten Gouvernements
huize vervoegd hebbende, zijn wij met den
„zelven in Conferentie getreden wegens den
tegenwoordigen
ocht
November 24. tegenwoordigen staat der Financien binnen
deze Kolonie, en hoofdzakelijk door ons in
aanmerking genomen zijnde het aanzienlijk
bedrag der nog onbetaalde en in omloop
zijnde Gouvernements Ordonnantien ter
somme van P„s 57. 771. 1. — hebben wij noo„
„dig geoordeeld onze gedachten dien aangaan„
„de aan den Heer Raad Contrarolleur te
ontwikkelen en denzelven te kennen te ge„
„ven ons verlangen om zoodanige voorzie„
„ningen daar te stellen en maatregelen te
nemen dat voortaan door ons geene Gou„
„vernements ordonnantien zouden behooren
te worden geslagen en afgegeeven, alvorens
's Rijks Koloniale kas in staat zal zijn die
dadelijk te voldoen. — bepalende voor het
tegenwoordige en wel op grond der officiëele
kennisgeving daarvan door den Heer Raad
Contrarolleur aan ons gedaan
dat, aangezien op den eersten der volgende
maand december in ’s Rijks Kas geen
genoegzaam fonds zal voorhanden zijn,
om de Tractementen aan de onderscheidene
respective ambtenaren verschuldigd over
de laatste helft dezer lopende maand No„
daaruit te voldoen
„vember, ^ de uitbetaling daarvan, ten ge„
„gevolge van het hier te voren aangehaalde
door ons te adopteren stelzel, tot na het
einde van de maand december aanstaande
zal worden uitgesteld. — wijders dat de
meest doelmatige middelen behooren te
worden.
44 3
November 24. worden en het werk gesteld om zoo spoedig
mogelijk de oude schuld der kolonie aftelos
„sen en te gelijk's Rijks koloniale kas in
staat te stellen en te houden om de Tracte
„menten der ambtenaren, de reekeningen van
Leveranciers en arbeidslonen en eindelijk
de vrachtpenningen en andere onvoorzien
uitgaven geregeld te kunnen uitbetalen, zou
„der de reeds bestaande schuld daardoor te
vergroten.- omtrend alle welke middelen en
maatregelen de Heer Raad Contrarolleur
door ons is gemagtigd geworden zoo dra
mogelijk aan ons de noodige voordragt
te doen.
N„o 628.
Gezien zijnde het stamboek der ambtenar
op dit en de onderhoorige eilanden.
En gelet op de 4:e afdeeling van zijner
Majesteits besluit van den 25:ste Junij 1820
n„o 69, waarbij aan ons wordt vrijgelaten
om, ten aanzien van de bestaande ambten
zoo met betrekking tot het pecuniële als
tot de werkzaamheden wanneer zulks
door ons voor het belang van ’s Konings
dienst van onverwijlde noodzakelijkheid zal
worden geoordeeld, provisionele verandering
onder Hoogstdeszelfs nadere approbatie in te
voeren, met uitzondering als daarbij uitge
drukt.
Mitsgaders nog lettende op de 8e afdee„
„ling van het gemelde besluit, houdende
bepalingen
444
November 24. bepalingen waaraan de hoofdambtenaris
zich, ten aanzien hunner onderhoorigen
moeten gedragen.
Overwegende dat het ten gevolge der
daargestelde recognisatie en overeenkom„
„stig de goede orde noodzakelijk is aan
„wijzing der beambten op elk bureau te
doen ten einde allen twijfel, welke zoude
kunnen ontstaan, uit den weg te ruimen
Is goedgevonden en verstaan
1„o te Continueren zoo als hierbij wordt
gecontinueerd op de na te meldene Jaar„
„lijksche tractementen
a. Ten kantore van den door zijne Majes
„teit benoemden Raad Fiscaal M.r I.
Elsevier, genietende aan tractement uit
de koloniale kas ƒ 4000 of P„s 2400„ —
in het Jaar, met emolumenten
als 1=e klerk S. Bulle ƒ 700 of „ 420„
„ 2:e d„o C.C. Römer ƒ 700 „ - „ 420„
wordende dezelve klerken uit de kolo,
„niale kas betaald, en ingaande hunne
voormelde tractementen primo der aan„
„staande maand December; terwijl de
tot dus ver in dienst gebleven zynde 3:e
Klerk B. G. D. Koek, op ultimo dezer
loopende maand November uit deszelfs
post honorabel wordt ontslagen, behou„
„dens verantwoordelykheid
b. Ten kantore van den door zijne Majes
„teit gecontinueerden Raad Contrarolleur
der
November 24. der financien H. J. Nuboer, genietende
aan tractement ƒ 5000 of — P„s 3000
in het Jaar uit de koloniale kas.
als Boekhouder en 1:e Commies
I: G. G. Scarbour ƒ 2200. of - - - „ 1320
als 2.e klerk A. Beaujon
ƒ 550 of - - ..........,, 330.
En, na gehoord te hebben den Raad
Contrarolleur der financien adinterim, tot
eersten klerk aan te stellen D. Bonen
op een tractement van ƒ550 of P„s 330
in het Jaar ingaande den 10:e dezer loo„
„pende maand; wordende de tot dus ver„
in dienst gebleven zynde klerk P. A.
Charje met ultimo dezer uit deszelfs
post honorabel ontslagen, behoudens
verantwoordelijkheid.
welke voornoemde klerken uit de
koloniale kas worden betaald
C. Ten Kantore van den door zijne Majes
„teit gecontinueerden Secretaris van den
Raad van polocie en van het Collegie
van Commercie en Zee-Zaken W. Prince
genietende emolumenten en Jaarlijks daar
„van aan den Gouvernements Secretaris
de som van ƒ1000 of p:s 600 uitkerende
als eerste klerk ter Secretary van den
Raad van Policie I R Latte ƒ 700. of P„s 420
als klerk van het Collegie van Commercen
en Zeer Zaken W. Prince J.r ƒ 350 of P„r 210
nemende dezelve zonder onderscheid waar
de
446
November 24. waar de werkzaamheden aan de beide
ambten verknocht en worden, gelijk reeds
is vastgesteld, door den voornoemden Secre„
„taris betaald.
d. Ter gouvernements Secretarij of kantore
van den door zijne Majesteit benoem„
„den Gouvernements Secretaris M:r W.
W: Duijckinck, genietende emolumen„
„ten en toelaag van ƒ 1000 of - P„s 600
in het Jaar, uit de inkomsten van
den Secretaris van Policie en van het
Collegie van Commercie en zee-zaken.
als 1:e klerk H. kikkert ƒ 975 of P.t 585. —
2:e d„o I. A. F. Hellmundt ƒ 875 of „ 525.
3„e d„o M. B. Schottorgh „ 875 „ - „ 525
4.e d„o H:rn Schotborgh gr „ 700 „ - „ 420.
5:e d„o C: Gorsira — — „ 700 „ —„ 420.
dewelke door den Gouvernements Secreta„
„ris worden betaald.
e. Ter Secretarij of ten kantore van den door
Zyne Majesteit benoemden Secretaris van
den Raad van Civiele en Criminele Justitie
M: H. R. Haijunga, genietende ƒ 2500„
of.............................. P„s 1500
aan tractement in het Jaar uit de
Koloniale kas, met emolumenten
als klerk I. J. Elsevier J:r f 700 of P„s 420.
dewelke door den voornoemden Secretaris
wordt betaald
f. Ten kantore van den door Zijne Majesteit
benoemden Hoofd-ontvanger C L. van
uytrecht
147
November 24: van uijtrecht, genietende emulumenten.
als boekhouder I. M Prince ƒ 1200
P„s 720. of
als klerk C. Ringeling ƒ 585 of „ 351.
wordende dezelve door den Hoofd-ont„
„vanger betaald.
G. Ten kantore van den Magazijn Meester
van alle magazijnen.
als 1:e Commies P. Gorsira ƒ 1800 of P„s 1000.
2:e d„o A. A. Munnigh „ 700 „ — „ 420
3:e d„o W: H: Gorsira — „ 600 „ —„ 360
„ 4e d„o I. G Muller - „ 400 „ — „ 240.
dezelve worden uit de koloniale kas be„
„taald, gereserveerd de nadere schikkingen
ten aanzien van dat kantoor te maken
bij de aanstaande vermindering van het
garnizoen.
h. Als ontvanger van den impost op het
middel van het klein-zegel, Accijns en
Roeimeester, ontvanger der Haven en plakaat
gelden en Commies der manifesten: H:k
Schotborgh Jz, met emolumenten.
En als klerk bij denzelven in kwaliteit als
ontvanger van het middel op het klein-ze„
„gel I. W. H. Lingstuijl ƒ 700 of P„s 420.
die door den voornoemden ontvanger
wordt betaald.
1: Als waag en rooimeester: Alexander
Evertsz.
En ten zijnen Kantore
als waagklerken
Jan
November 24.
Thes
Jan Vieris
Cornelis de Windt Semerel en
I. H. Palm.
Genietende de waag- en roo meester 5/8
en de waagklerken ieder 1/8 van de emo„
„lumenten aan hen gezamenlijk toekomen
„de.
k Als opper visitateur Johannes Palm Nz,
genietende emolumenten.
En als onder visitateurs:
F. M. Neuman
Pieter Huijbregtsz en
H. L. Vegt.
Genietende dezelve emolumenten
l. Als Gouvernements Translateur: M.
Ricardo, wordende hij voor zijne diensten
volgens het tarief, betaald.
M. Als Directeur van den impost op de
Collaterale successie J. J. Elsevier J:b
ƒ 250. of.. ... P„s 150
uit de koloniale kas, ingaande primo
der aanstaande maand December.
N Als Loods James Smith, op den voet
waarop deze post thans wordt waargeno„
„men, namelijk: dat de Loods van de
inkomsten van het loodswezen, na af„
„trek van alle onkosten daarop staande
zal genieten 23 en het andere 1/3 ten be„
„hoeve van de Koloniale Kas zal zijn.
O. Als Kamer bewaarder van den Raad
van Policie en bode bij het Collegie van
Commercie
4491
November 24. Commercie en zee-zaken Johan Georg
P„s 420. wijs ƒ 700 of
uit de koloniale kas, met genot van
emolumenten.
p. Als Deurwaarder en Geregtsbode van
den Raad van Civiele & Criminele Justi
„tie: T. D. Kock ƒ 700 of - - - P„s 420.
uit de koloniale kas, met genot van
emolumenten.
9. Als Timmermans baas: Willem Ra„
„ven ƒ 900 of - - P„s 540.
uit de Koloniale Kas.
Als Interpreteur of Tolk bij het in en
uittklaren van vaartuigen: M. L. Ellis
met genot van emolumenten.
S. Als Hospitaal - meester: F. Wolff ƒ 1000
of P„s 600
uit de koloniale kas.
t. Als Inspecteur der wegen: H. J. Abbrin„
1e. Kapitein Ingenieur ƒ 666. 13 of P„s 400.
uit de koloniale kas
U. Als assistent van den Inspecteur der
wegen C. van Groot Davelaar ƒ 666.
P„ 400 13 of
uit de koloniale kas, ingaande den 1.e
der aanstaande maand December.
V. Als koster, voorzanger, Aanspreker en
schoolmeester bij de hervormde gemeente
L. Hansz ƒ 700 of P„s 420.
uit de koloniale kas, met genot van
emolumenten.
W
November 24. W. Als stads Chirurgijn en officier van November 24.
gezondheid: J.C. Schuler, met genot van
emolumenten.
x Als Ykmeester: August Wilhelm
Neuman met genot van emolumenten
ij Als onderschout en marktmeestere I.
P. Groos ƒ 700 of P„s 420.
uit de koloniale kas, met genot van
emolumenten.
Z. Als Doodgraver: W Rasmijn, met
genot van emolumenten.
da. Als Factoor H. van der Heijden ƒ 700
of............,, 2._. _. No. 420
uit de koloniale kas.
bb. Als Bakker Joh„s Kraanwinkel
ƒ 416. 13 of .... - - P„s 250.
uit de koloniale kas, ingaande primo
der aanstaande maand December
CC. Als Stadsomroeper G. C. H. Lehman
met genot van emolumenten
dd: Als Dienaren der Justitie Frans
Richter en H.r Smitzer ieder ƒ 300. of P„s 180
uit de Koloniale kas, waarbij nog zul„
„len gevoegd worden, twee politie wach„
„ters door den Raad Fiscaal uit de
acht die thans in dienst zijn te kiezen
ieder met genot van het tegenwoordige
tractement van ƒ250 of P„s 150„- in
het Jaar uit de Koloniale kas: welke
politie wachters mede onder de orders
van
451
van den onderschout worden gesteld.
En worden dus de opper Politie-wachter
en de zes andere policie wachters bij deze
met ultimo dezer maand, uit den dient
ontslagen
2„o Honorabel ontslag, behoudens verant,
„woordelijkheid, te verleenen aan G. C. H.
Lehman, als klerk bij den Directeur van
den impost op de Collaterale Successie
blijvende echter tot ultimo dezer in functie
3„o Ter kennis van de natenoemene ambte
„naren te brengen, dat zijne Majesteit het
in hunne respective posten heeft gecontini„
„eerd, onder genot van de Jaarlyksche trac„
„tementen uit de koloniale kas en der
emolumenten door hen thans genoten
wordende
namelijk:
Als Magazijn Meester van alle maga„
„zijnen G. C. Muller ƒ 3000 of P„t 1800
Als Havenmeester W. A. van Spengler
ƒ 2500 of P„s 1500. en emolumenten
Als vendu meester C. A. Baron Delar
„reij: met genot van emolumenten.
4„o Het 8„ste lid van zijner Majesteits voor„
„meld besluit, dd 25:e Junij 1820 n„o 69 te
brengen ter kennis van alle daarbij belang
„hebbende ambtenaren; luidende aldus
Die ambtenaren welken, overeenkom„
stig het plan van bezuiniging is opgelegd
hunne onderhoorige ambtenaren te salarieren
als
462
November 24. als mede die ambtenaren, welken bij vervolg
die last zal opgelegd worden, te verpligten
het getal derzelve zoo ook derzelver trakte„
„menten niet te verminderen, of anderen in
derzelver plaatsen te stellen, zonder speciale
toestemming van den Gouverneur; als willen„
„de wij dat zoodanige ondergeschikte ambte„
„naren, werkelijk zullen zijn's Rijks ambtena
ren en dat dezelve als zoodanig hunne aan„
„stellingen van den Gouverneur zullen beko„
men.
5„o Dat, de President van den Raad van Civide
& Criminele Justitie, dewelke een Jaarlijksche
tractement van ƒ 5000 of - - - P„s 3000.
uit de koloniale kas geniet, hieronder be„
„grijpende, deze als een volkomen staat
van ’s Rijks Civiele ambtenaren op dit eiland
moet worden aangemerkt en dat buiten ons
geene die hierop niet is genoemd, geregtigd
zal zijn tot eenig tractement of emolument
behalve nog de tractementen aan den scherp
„regter a ƒ 240 of - P„s 144.
en van den opzigter aan het
Polletje a ƒ 300 of - - „ 180„
welke hierbij ook worden gecontinueerd.
6:o Dat al het gene bij deze ten aanzien der
door ons gecontinueerde of aangestelde amb
„tenaren en met betrekking tot de door ons
bepaalde inkomsten is gedisponeerd, slechts
provisioneel en aan nadere bepalingen en
veranderingen onderhevig is.
zullende
November 24
25.
453
Zullende een afschrift hiervan aan den Raad
Contrarolleur der financien en extracten aan
de belanghebbenden, in zoo ver ieder aangaat
tot informatie en narigt, worden toegezonden
N„o 629.
Zijner Majesteits Brik de Merkuur is heden
morgen op eenen kruistogt uitgezeild.
N„o 630.
Gelezen zynde eene missive van den Direct
„teur der Collaterale Successie, dd 25 November
1820, houdende: dat, daar de klerk bij die
directie met den 1.e der aanstaande maand
December zal afgaan, en dezelve gechargeerd
was met de afgifte der begrafenis permitten
en rondbrengen der sommatie billetten, en
daarvoor vast tractement genoot in plaats
van de betaling per billet, hij onze welmee
„ning, voor het vervolg, dienaangaande,
verzoekt te mogen verstaan. Zie de missive
onder N„o 244
Is goedgevonden en verstaan: den voorm.
directeur der Collaterale Successie bij extract
dezer te kennen te geven dat Dewijk en
District Meesters, als mede de dood-gravers
der respective gemeenten alhier, zullen wor„
„den aangeschreven, om aan hem, wekelijks
opgave te doen van de genen welke gedurende
de verloopene week overleden zijn
No. 631.
In overweging genomen zijnde de volgende
door den Raad Contrarolleur der Financien.
admterium
454
November 25.e adi aan ons voorgestelde punten, betreffende
het Financie = wezen dezes eilands en nadere
bezuiniging in de bestaande uitgaven
namelijk
1„o Aangaande de arbeidsloonen van ambachts
„lieden bij het Gouvernement geemploijeerd
wordende in het beswaren derzelve, wanneer
de Gouvernements slaven, die onderscheidene
ambachten leeren, daarin bekwaam worden
gemaakt om zelven's Lands werk te ver„
„rigten
2„o Opzigtelijk de waag= onkosten, dat dezelve
onnoodig zijn en vervallen moeten.
3„o Ten aanzien der Jaarlijksche toelaag van
P„s 240 aan den Raad Contrarolleur der Finan„
„cien voor bureau onkosten.
4„e wegens huishuur aan den President van
den Raad van Civile en Criminele Justitie
5„o Omtrent het afhalen van Gouvernements goe„
„deren uit het moederland aangebragt.
6„o Betreffende het betalen aan den Roeimees„
„ter voor het pijlen van natte waren aan
het Gouvernement toebehoorende.
N
7„o Betrekkelijk tot de inzending van stukken
door den Raad Contrarolleur der Financien,
den Magazijnmeester van alle magazijnen
en den Hoofd-ontvanger: dat eenige derzelve
noodeloos zijn.
Is goedgevonden en verstaan
Op het 1:e punt: den 1.e Kapitein Ingenieur,
bij
455
November 25. bij extract dezes, aanteschrijven wel na
te gaan en zoo veel mogelijk opteletten dat
de Gouvernements slaven die onderscheidene
ambachten leeren, zich daarin vlytig oefenen
ten einde spoedig de vereischte bekwaamheid
te verkrijgen om zelven al het Gouverne„
„ments werk te kunnen verrigten en daar„
„door het aanhuren van ambachtslieden, in
gewone gevallen, onnoodig te maken.
de
op het 2 „ punt dat de waag= onkosten, als die
zijn pont en negersloon, een onnoodig bezwaar
voor de koloniale kas zijnde, gelijk zulks
door den Raad van Policie, bij dispositie van
den 28:en Maart 1816 N„o 27. schijnt begrepen
te zyn, om dat in des waagmeesters verzoeken
dienaangaande, ter dier tijd gedaan voor
als toen niet koude getreden worden; dezel„
„ve onkosten sedert den 1.en der aanstaande
maand December voor rekening van den
waagmeester zullen zijn en door denzelven
die de legessen voor het gebruik der prikken„
schalen en gewigten geniet, moeten worden
betaald.
zullende een afschrift dezer dispositie aan
den waag en rooimeester, tot informatie en
narigt, worden toegezonden.
op het 3:e punt: dat de toelaag van P„r 20 in
de maand welke de Raad Contrarolleur der
Financien voor bureau onkosten geniet, met
ultimo dezer zal ophouden, aangezien die
uitgaaf als een geheel overtollig bezwaar
voor
457
November 25. voor de koloniale kas wordt aan gemaakt; Novembris 25. Op het 6.e punt: dat de Roemeester als aant„
Op het 4.de punt: dat de toelaag voor hun „tenaar geen regt heeft om wegens aan het
huur aan den President van den Raad van Gouvernement gedane diensten, eenige declara„
Civiele en Criminele Justitie met ultimo „tie van loon inteleveren; weshalve aan den
dezer maand zal vervallen en hiervan, aan „zelven, voortaan, geen pijlloon meer uit
dien ambtenaar, by extract dezes, zal wor„ de koloniale kas zal worden betaald.
„den kennis gegeven. Een afschrift dezer dispositie zal aan dien
Op het 5:de punt dat de Gouvernements goed ambtenaar, tot informatie en narigt, wor
„ren die uit het moederland worden aange„ „den toegezonden.
„bragt, mede door's Lands slaven zullen Op het 7„de punt: Ten gevolge van het gen
worden afgehaald, onder toezigt van den zijne Excellentie de Minister voor het Pu„
factoor en in tegenwoordigheid van den 1en „blieke onderwijs, de Nationale Nyverheid
en de kolonien, bij monde aan ons heeft Commies bij den Magazijnmeester van
te kennen gegeven, betreffende het teruglaten alle Magazijnen, welke Commies hierbij
van overtollige stukken welke bij het Minu wordt belast met het opnemen zoo van
het getal als den staat van de ontlost „terie niet benoodigd zijn en echter de werk
„zaamheden alhier te Lande vruchteloos wordende goederen, ten einde zyne aantee„
vermeerderen. „kening, ingeval van verschil tusschen
1„o Dat het voortaan niet noodig zal zijn den Magazijnmeester en den schipper des
de volgende stukken aan ons te doen toeko„ vaartuigs; tot bewijs moge strekken van
„men namelijk: het getal en den staat der door den laatst
Calculative staat van ontvangst en „genoemden op de kaai geleverde pakken
kasten, stukken of fustaadjen uitgaaf, ter verzending naar
En de Raad Contrarolleur der Ti„ het Moederland.
„nancien zal, op rekwisitie van den Ma„ Maandelijksche rekening van den Hoofd
„gazijn meester van alle Magazijnen, =ontvanger, ter verzending naar
telkens de noodige order dienaangaande het moederland
aan den Factoor moeten geven Maandelijksche magazijn staat en
Zullende een afschrift dezer dispositie aan bijlagen, ter verzending naar
den Magazijn Meester van alle Magazijnen, het moederland.
tot informatie en narigt worden toegezonden. Summiere staat van op den 1.e der
maand
458
November 25. maand in de magazijnen aanwezig
zijnde goederen. &
Rekeningen of staten van aangekochte
vivres, ter verzending naar
het Moederland
2„o Dat wij van de volgende stukken niet
meer dan een exemplaar, kopij of afschrift
begeeren.
namelijk:
Der drie maandelijksche monsterrollen
Der maandelijksche monsterlijsten
van den drie maandelijkschen staat
der Forten en Batterijen. en
Der Artillerie magazijnen
waarvan kennis aan de belanghebbenden
bij extract dezes, zal worden gegeven.
3„o Dat van de stukken die de Comman
„deurs der Eilanden Bonaire en Aruba
inzenden, niet meer dan een van elk ver„
„eischt wordt; zullende de voornoemde amt
„tenaren nogtans een duplikaat in gereed
„heid houden om op de eerste aanvraag
aan ons te kunnen worden ingezonden
en hiervan kennis bekomen.
4„o Dat wij de volgende stukken van den
Raad Contrarolleur der Financien ter infor„
„matie zullen afwachten
Met het begin van elk kwartaal een
Calculativen staat van ontvangsten en
uitgaven over dat loopend kwartaal.
en
Maandelijk
November 25. Maandelijks: eene rekening en verantwoor„
„ding of maand staat van den Hoofd ont„
„vanger bevattende zijne ontvangsten in
generale sommen, doch ieder middel of an„
„dere perceptien afzonderlijk, mitsgaders zijne
gedane uitgaven, ten einde met den staat der
kas op het einde van iedere maand bekend
te worden; zoo mede eenen staat der Ma„
„gazijnen volgens het model achter het re„
„glement op het beleid der regereng alhier,
voorzien van de noodige aanmerkingen, en
voorts eenen staat van aangekochte vivres,
wanneer er eenige aankoopingen daarvan
mogten zijn gedaan.
zullende een afschrift van het geheel dezes
dispositie aan den Raad Contrarolleur der
Financien tot informatie en narigt, worden
toegezonden
26. Niets bijzonders voorgevallen.
N:o 632.
Is ontvangen eene missive van den Raad
Contrarolleur adinterim der financien dd
27:e dezer n„o 301, geleidende eene voordragt
tot het daarstellen van de benoodigde maat
„regels om de koloniale kas van eenige
gereede penningen te voorzien, tot het af„
„schaffen van Ordonnancien en het afbeta„
„len van dezelve, dewelke voor informatie
wordt aangenomen. Zie de missive en
voordragt onder N„os 245 & 246
Is
No„ 633.
November 27. Is ontvangen eene aanschrijving van den
President van de Republiek van Haijti in
dato 19 September 1820, geadresseerd aanzien
den overledenen Heer Gouverneur Generaal
A. Kikkert, verzoekende s' Gouvernements
bescherming aan den genen welke zal
gechargeerd worden, met het reclameren
van eene Golet genaamd L' Attractive toe
„behoorende aan eenen Barreau, Inwond
der gezegde Republiek.
No. 634.
28. Gelezen zijnde een Rekwest van Johannes
de veer gewezen klerk ten kantore van
den Raad Contrarolleur der Financien,
van dato 28 dezer, houdende hoofdzakelijk,
verzoek om met den post van klerk ter Gou
„vernements Secretarie, welke post door de
gevraagde demissie van een der Gouvernements
klerken is vacant geworden, te worden be„
„gunstigd. Zie het Rekwest onder n„o 74,
hetwelk aldus nog luidt. / F. I./
Is goedgevonden en verstaan: het voorzeide
Rekwest aan te nemen voor notificatie,
alzoo de in dat Rekwest aangehaalde ge„
„vraagde demissie, bij ons nog niet is inge
komen.
Afschrift hiervan zal aan den Rekwes„
„trant tot informatie, worden toegezonden
N„o 635
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Fiscaal
November 28. Fiscaal, dd 27 dezer n„o 165, houdende dat,
daar de opper policie wachter & zes policie
wachters met 1„o December aanstaande zullen
worden gesupprimeerd, hij Fiscaal proponeert
om ook de twee nog overigen te ontslaan en
dezelve te doen vervangen, zoo veel het mogen
„lijk is door vier blanke personen, met obser„
„vatie dat voor P„t 150. men niemand daartoe
zal kunnen vinden. Zie de missive onder
N„o 247
Is goedgevonden en verstaan: den Raad
Fiscaal bij deze aanteschrijven dat wij ons
houden aan onze genomene dispositie van
den 24 dezer N„o 628, edoch den Raad Fis„
„caal bij deze te autoriseren om, in plaats
van de beide Zwarte Politie wachters, welke
hij blijft behouden, blanke personen voorte„
„dragen zoo als hij nuttig en mogelijk zal
oordeelen.
Een afschrift hiervan zal aan den
voormelden Raad Fiscaal tot informatie
en autorisatie worden toegezonden.
N„o 636
Is ontvangen eene missive van den Secre„
„taris van den Raad van Civiele en Criminele
Justitie, dd 27 dezer, houdende rapport dat
hij die Secretarij van den gewezenen Secreta„
„ris adinterim I:b Thielen, volgens inventaris
heeft overgenomen. Zie dezelve onder N:o 240.
Waarop de Raad Contrarolleur is aange„
„schreven geworden dat de som van P„s 100
door
462
November 28. door den voornoemden Secretaris, adinterim
in de koloniale kas gestort, aan hem, op de
gebruikelijke wijze kan worden gerestitueerd
of in de koloniale kas blijven, als door den
Secretaris H. R. Haijunga overgenomen, en
waarmede des Raad Contrarolleurs missi
van den 18:en dezer N„o 490, beantwoord wordt.
N:o 637.
Gelezen zijnde de adviesen van den Raad
Fiscaal en van den President van den Raad
van Civiele en Criminele Justitie, het eerstig
„melden gedateerd 22 November N„o 160, en
het tweede gemelde 25 November / bij ons op
den 26:e dezer ontvangen / op het aan hen
bij dispositie van den 20:e dezer N„o 612.
gezonden Rekwest van den door den krijgs„
„raad tot dwangarbeid gecondemneerden
Jager Jacob Cornelis van Starckenburg
benevens het rapport van den kommandat
der Troepen. zie de beide adviesen onder N„o 249 & 250.
Gelet dat de Raad Fiscaal noch de Pre„
„sident van den Raad van Justitie voor
gratie opineeren maar alleen van gevoel
zijn, dat er termen voorhanden zijn om
mitigatie van straf te verleenen.
En in aanmerking nemende: het geen
„stige rapport van den kommandant
der Troepen, aangaande het voorige gedrag
van den gedetineerden als mede de me„
„lancholieke gesteldheid van denzelven, voor
dat de uitspraak des krijgsraads heeft
plaats
463
November 28. plaats gehad op den dag der aanvaarding
^ en mitsgaders
van het Gouvernement door ons gelet op Art:
63 van het Reglement op het beleid der Rege„
„ring, het Justitie wezen, den handel en de
Scheepvaart & C:a
Is goedgevonden en verstaan: de executie
des vonnis tegen den meergenoemden Jager
Jacob Cornelis van starkenburg voor den
tijd van een half jaar, te surcheren, en de
stukken van het proces met de adviesen
den
van den Raad Fiscaal en ^ President van
den Raad van Justitie, begeleid van onze
consideratien, met de eerste gelegenheid aan
zijne Excellentie den Minister voor het
Publicke onderwijs, de Nationale nijver„
„heid en de kolonien overtezenden, ten
einde Z. M. dispositie desaangaande af„
„tewachten; blijvende de genoemde Jager
intusschen gedetineerd.
Een afschrift hiervan zal aan Presi
„dent en Leden van den Krijgsraad tot
informatie, en om deze onze dispositie
aan den rekwestrant mede te deelen,
worden toegezonden.
No„ 638.
Is ontvangen eene missive van den Raad
Contrarolleur der Financien, dd 28 dezer
n„o 502 geleidende zijne nadere bedenking
welke hij over de voordragt van gisteren
nog vermeend te moeten overleggen. Zie
de missive en bijlaag onder N:o 251 & 252
165
No. 639.
November 28. Gelezen zijnde een rekenst van Samuel Lijn November 28. Is goedgevonden en verstaan den Rekening
koopman alhier, dd 28 dezer, houdende „trant, met terugzending der aan ons geexhi
hoofdzakelijk, verzoek, dat het hem toegestaan „beerde stukken, bij extract dezes, te kennen
worde zoodanig gedeelte der lading van de te geven, dat, bij voorkomende vacatures,
Amerikaansche Golet genaamd Alexander, regard, op deszelfs verzoek zal geslagen wor
Schipper Allexander Milleke te ontlossen „den.
en verkoopen, als noodig zal zijn tot goed. N:o 641.
„making der voorschotten & 6:e, welke de 29 In overweging nemende de voordragt van
super Carga verpligt was te maken en den Raad Contrarolleur der financien, dd 27.
dat bij het in en uitklaren van de gemel„ dezer n„o 301, tot het daarstellen van de benoo„
„de Golet dezelve moge bevrijd worden „digde maatregels om de koloniale kas van
van de belasting der tonnen gelden. Zie eenige gereede penningen te voorzien, tot het
het Rekwest onder n„o 75 hetwelk aldus afschaffen van ordonnancien, en het afbeta„
nog luidt. / F. I. „len van dezelve bij onze dispositie van dien
Is goedgevonden en verstaan: in des datum n„o 632 in advies gehouden, als mede
Rekwestrants verzoek te difficulteren, zoo de nadere bedenking welke hij over die voor„
als ^ gedifficulteerd wordt bij deze „dragt nog vermeent te moeten overleggen
Afschrift hiervan zal aan den Re„ /zie het verhandelde onder N„o 638./
„kwestrant, tot informatie, worden toege„ Is goedgevonden en verstaan: de volgende
„zonden. publicatie te doen, te weten:
N„o 630. Nademaal wij, in den tegenwoordigen
Gelezen zijnde een Rekwest van J:b Thie„ staat van ’s Lands Financie, op middelen
„len, gewezen Secretaris adinterim van moeten bedacht zijn om, te gelijker tijd
den Raad van Civiele & Criminele Jus„ dat de pretentien op de Koloniale kas wor„
titie benevens de daarbij gevoegde stuk„ „den afbetaald, gelden in dezelve kas ter
ken, houdende, onder anderen, verzoek onzer beschikking te hebben, ten einde in
om, met den een of anderen publieken de dringende behoeften van het Gouverne„
post te worden begunstigd. Zie het „ment te kunnen voorzien, zonder in de
Rekwest onder N„o 75, hetwelk aldus onaangename verpligting te worden ge„
nog luidt. „bragt van ons te bedienen van bezwa
/F.J./ „rende middelen, welke wij ten allen
Is. tijde
466
November 29. tyde, gaarne willen vermijden, doch waar„
„toe wij, door mangel aan benoodigde pen„
„ningen om geredelijk die uitgaven, welke
geen uitstel kunnen lijden, te doen bestrijden
tegen onze neiging, gedrongen zouden zijn
toevlucht te nemen.
En aangezien wij ons overtuigd houden dat
ieder Ingezeten met de meeste bereidvaar„
„digheid het zijne zal willen toedragen tot
bevordering van het heilzame oogmerk van
onzen geliefden koning, die zyne vaderlijke
zorg tot deze kolonie gunstiglijk heeft ge„
„lieven uit te strekken en ons belast heeft
met de uitvoering van zyne weldadige
meeningen die des te spoediger de gewensch„
„te uitwerking tot welzijn der Ingezetenen
zullen hebben, wanneer een ieder, het be„
„lang van dit land zijner geboorte of inwo„
„ning ter harte nemende, genegen is de
schikkingen welke wij, met de beste bedoe„
„lingen, tot geluk van allen, begrijpen te
kunnen en moeten werkstellig maken, met
ter zijde stelling van eigen belang, te ge„
„moet te komen en, met hoop op eene
betere toekomst, geduld oefene ten aanzien
der invordering van dat gene hetwelk
hij mogt te vorderen hebben, doch thans
niet ten volle zoude kunnen worden afbe„
„taald
zoo is het, dat wij hebben raadzaam
gevonden te bepalen, zoo als hierbij wordt
bepaald
November 29.
467
bepaald: dat, aanvang nemende met primo
der aanstaande maand December, alle
regten, belastingen of eenige andere hoegen
„naamde's Lands middelen, wanneer dezel„
„ve op tien Pezos van Achten of minder
beloopen in gangbare munten zullen moe
„ten worden betaald; terwijl die welke meer
„dere sommen bedragen, gedeeltelijk, en
wel tot de helft, met ordonnancien op de
koloniale kas, zullen mogen worden
verrekend en de voldoening der andere
helft in gangbare gelden zal moeten gescho
„den.
Zullende deze publicatie, als naar ge„
„woonte, worden afgekondigd, geaffigeerd
en in de Curaçao sche Courant geinsereerd,
terwijl exemplaren daarvan zullen worden
gezonden aan den Raad Contrarolleur der
Financien en alle Comptabele Ambtenaren,
om aan dezelve te strekken tot informatie
en narigt.
No„ 642.
Heden hebben wy bijgewoond den Raad
van administratie van het pensioen fonds
voor de ambtenaren in deze kolonie.
No. 643.
Nader gelezen zijnde eene resolutie van
zijne Excellentie den Minister voor het
Publieke onderwijs, de Nationale Nijverheid
en de kolonien, dd 7.e Julij 1820 n„o 3
met de missive van dien datum en van
hetzelfde
November 29. hetzelfde nummer ontvangen, waarbij wij
geautoriseerd worden om een nieuw ont„
„werp van organisatie voor de schutterij
alhier, meer overeenkomstig de bedoelin,
„gen, vervat in het plan van bezuiniging
hetwelk sub. L:a A is gevoegd bij zijner Ma„
„jests besluit van den 25. Junij 1820 n„o
69, aan dat Ministerie intezenden.
Is goedgevonden en verstaan: Eene
kommissie tot dat einde te benoemen
door ons gepresideerd wordende, en bestaan„
„de uit:
Den Majoor Titulair van het Bataillon
Artillerie van Linie n:o 6, en komm:t der Troe„
„pen D. W. Dursteler.
Den Majoor G. Striddels, kommande„
„rende de gewoepende Burgermagt.
Den kapitein bij het Bataillon Jagers
n„o 28, R. F. van Raders, die te gebijk
de functien van Secretaris zal waarne„
men.
met invitatie om zich op aanstaande
maandag den 4„den December te negen
ure ’s morgens te laten vinden op de Gou„
„vernements buiten plaats.
Afschriften hiervan zullen aan de
voornoemde Heeren, tot informatie wor„
„den toegezonden.
N:o 644.
Gelezen zijnde eene missive van de
Administrateurs
469
November 29. Administrateurs dezes Garniroens dd 29.
dezer 2 d: n„o 121, verzoekende de novo met
een fonds voor handgelden te worden ge„
„subsidieerd, alzoo van de voormaals ont
„vangene som van ƒ 1000 N C=t slechts
ƒ 120 overig is, terwijl voor de opgegevene
sterkte der te reengageren manschappen,
nagenoeg eene gelijke somma tot com„
„pleet zal benoodigd zijn. Zie de missi
„ve onder N„o 253.
Is goedgevonden en verstaan: Den
Raad Contrarolleur der Financien bij des
te autoriseren, om annonce te doen, ter
inschrijving van wissels voor de som
van hen duizend guldens N C:t wegens
militaire uitgaven, tegen den 6:e der aan„
„staande maand December, en bij ont
„vangst dier som in de koloniale kas
dezelve terstond aan den Raad van Ad„
„ministratie van het garnizoen alhier,
ten gebruike als verzocht is, te doen uit„
„ betalen
Afschriften hiervan zullen aan den
Raad van Administratie voormeld en
den Raad Contrarolleur der Financien, tot
informatie en autorisatie worden toege
„zonden
No. 645
30. Nader gelezen zijnde de resolutie van
zijne Excellentie den Minister voor het
Publicke onderwijs, de Nationale Nijverheid
en
November 30. en de kolonien, van 7 Julij 1820 N„o 3/41,
accuserende de receptie der missive van
den Gouverneur Generaal adinterim dd
17 Maart dezes Jaars N„o 19, en die van
den 15 September N„o 33/35, houdende
receptie der missive van den Gouver„
„neur Generaal adinterim, tot 4 Julij
1820 n„o 76, berigtende van het verkoo
„pen des Insurgenten kapers La Sosega„
„da op den 8 April ll, en het depone„
„ren van het provenu daarvan ter Gou„
„vernements Secretarij, beide met de
missiven dier datums en van dezelfde
nummers ontvangen; bij welks eerstge„
„melde resolutie wij aangeschreven wor„
„den, om:
1„o bij het bestuur te Augustus tot het
afdoen der zaak betrekkelijk het nemen
van de Golet Intrepid, door den Insur„
„genten kaper Generaal Englisch, nader
aan te dringen, met kennisgave dat, in„
„dien ten deze, binnen een zekeren door
ons te bepalen termijn, aan de Nederland
„sche belanghebbenden geen regt geschiedt
alhier zal worden overgegaan tot het
Schadeloosstellen dezer laatsten uit het
provenie van den als dan verkochten
Kaper Lasosegada.
2„o dienvolgens, de van dezen kaper gepro
„venieerde gelden aan niemand, wie het
ook zij, aftegeven, voor en aleer de
Nederlandsche
November 30. Nederlandsche onderdanen, welke schad
geleden hebben door het nemen van de
Golit Intrepid, vergoeding zullen bekomen
hebben, maar dezelve, integendeel tot deze
vergoeding te doen strekken, ingeval het
bestuur van Augostura, achterlijke blijven
mogt in het doen van regt binnen den
daartoe door ons te bepalen termijn
Is goedgevonden en verstaan: aan het
Opperbestuur te Guijana de volgende
aanschryving te doen:
"Dewijl bij dit Gouvernement als nog
niet is ontvangen eenige schade vergoeding
van ontroofde Nederlandsche goederen
en eigendommen door eenige vaartuigen
voerende de vlag van de Indepentie van
venezuela, en, onder anderen, die gepleegd
door den Kaper de Generaal Englisch, ge„
„kommandeerd door eenen W. Coates; aan
de Nederlandsche Golet de Intrepid Schipper
W. Lazaro, alhier te huis behoorende.
zoo vindt zich het Gouvernement van
Curaçao gedrongen op die schadevergoe
„ding of terug gave der voorzeide Golet
te insteren met kennisgeving: dat, indien
hetzelve binnen den tijd van drie maan
„den, na ontvangst dezes, door of van wege
het bestuur van Veneruela geen Cathago„
„riesch antwoord erlangt op de teruggave
van de voorzeide Golet Intrejud en derzel„
„ver lading en toebehooren of schadeloosstelling
daarvan
472
November 30. daarvan, dit Gouvernement zich als dan
genoodzaakt vindt overtegaan tot het scha„
„deloosstellen der laatsten uit het provenu
des kapers La Sosegada, gevoerd geweest door
kapitein Jose Rafetti, dewelke alhier door
zijner Majesteits Corvet de Dolfijn, gekom„
„mandeerd door den kapitein Luitenant ter
zee wardenburg is opgebragt, verkocht
en het montant gedeponeerd geworden.
N„o 646
Overwegende: dat de processen verbaal
wegens den staat der fustaadjen en andere
goederen, van uit het Moederland aangebragt
wordende goederen, door den schipper of
stuurman des vaartuigs, mede behooren
onderteekend te zyn, ten einde dezelve
schipper of stuurman naargaans met
zal kunnen ontkennen dat defecten,
welke aan de fustaadjen en andere mog„
„ten zijn, niet voor de uitlevering derzelve
hebben plaats gehad, en op dat, indien
er deswegens verschil mogt bestaan, ter
„stond onderzoek dienaangaande moge
geschieden en aldus buiten allen twijfel
worde gesteld, aan welke de oorzaak van
het defect moet worden toegeschreven.
Is, dienvolgens, goedgevonden en
verstaan: den Magazijn Meester van
alle Magazijnen hierbij te gelasten om
dagelijks bij elke opschorting van ontlos„
„sing in byzijn van den schipper of
Stuurman
November 30. stuurman van het vaartuig, waarin
de goederen zijn aangebragt, den staat
der fustaadjen en andere goederen, naam
„keurig optenemen en de processen ver„
„baal deswegens gezamenlijk met den
schipper of stuurman te onderteekenen
staande het dien onverminderd aan den
1:e Commies, die bij de ontlossing assisteert
vrij, om wanneer hij duidelijk mogt be„
„merken dat er defecten aan eenige der
fustaadjen ofte andere goederen zijn, het
transport dier fustaadjen & b:a te verhin„
„deren en den Magazijnmeester als zoo
ook den Schipper of stuurman daar„
„van te verwittigen.
Afschriften hiervan zullen aan den
Magazyn meester van alle Magazijnen,
tot informatie en narigt, en aan den
Raad Contrarolleur der Vinancien, tot
informatie, worden toegezonden.
No. 647.
De Raad Contrarolleur heeft heden
bij missive van den 29 dezer N„o 503, inge„
„zonden de door ons, bij monde, afge„
„vraagde nominative lijst der personen
welke gratificatien, pensioenen en maande
„lijksche toelagen /: die op onkost rekening
gebragt worden :/ als mede van de genen
welke, als militaire beambten, tracte„
„menten genieten, welke laatsten niet
als politieke ambtenaren beschouwd,
maar
474
November 30. maar onder het hoofd van militaire
garnizoen en van het materieel der
artillerie op het grootboek gebragt worden.
N:o 648.
Is door den Majoor Titulair der
artillerie, kommandant der Troepen inge„
„zonden de van hem gerekwireerde nomis„
„natieve Ranglijst der Heeren officieren
van het Garnizoen.
No. 649.
Is gelezen eene missive van den Heer
C. L. van uijtrecht, dd 30 dezer N„o 304,
houdende kennis geving dat hij het
kantoor van den gewezenen ontvanger
Generaal adinterim Jh: Jutting in be„
„hoorlijke orde en volgens Inventaris heeft
overgenomen; voorts dat hij dat kantoor
niet al de stukken tot hetzelve behoorende
onder Inventaris, aan den bij onze dispo„
„sitie van den 17:e dezer n„o 594 tot de
waarneming van den hoofd-ontvangers
post, tot de aanvaarding van dien door
den Heer C. L. van Uijtrecht toe, benoem„
„den boekhouder op het Hoofd-ontvan„
„gers kantoor I. M. Prince, heeft over„
„gegeven; waarop de Raad Contrarolleur
der Financien is aangeschreven geworden
dat de restitutie van P„s 1000, aan den
afgaanden ontvanger Generaal als nu„
op de gebruikelijke wijze, kan plaats
hebben. Zie de missive en bijlaag onder
N„o 254 & 255.
December 1.
N„o 650
Bij ons, met eene geleidende missive van
den Chirurgijn Majoor, ontvangen zijnde
eene aanvraag, in triplo, van in dit oogen„
„blik hoog benoodigde medicijnen.
Is de Raad Contrarolleur, onder toe„
„zending der gezegde aanvraag, geautori„
„seerd geworden tot den aankoop van de ge=
„vraagde medicijnen
N:o 651.
Is gelezen eene missive van den Raad Con„
„trarolleur der Financien, dd 1:e dezer
N„o 506, verzoekende onze autorisatie tot
het huren van een pakhuis, tot berging
van het zout van Bonaire in's Lands
schoener ’s Lands Pakket aangebragt, en
van dat welk nog zal afgebragt worden
dewijl al de pakhuizen bij het hospitaal
en het laatst gehuurde reeds vol zijn
zie de missive onder n„o 256.
En goedgevonden en verstaan: den
Raad Contrarolleur te autoriseren tot
het huren des bedoelden pakhuis voor
de som van P„s 18, in de maand, indien
hetzelve voor niet minder, verlaten wordt.
Een afschrift hiervan, zal aan den Raad
Contrarolleur der Financien, tot informa„
„tie en autorisatie worden toegezonden.
2 & 3. Niets bijzonders voorgevallen.
No. 652.
4. Is ontvangen eene missive van den
Heer
December 4.
476
Heer D. de Graaf, kerkeraad der Roomsch
Catholijke gemeente alhier, accuserende de
ontvangst onzer aanschrijving /: ten gevolge
onzer dispositie van dato 25.e November
ll n„o 630:), waarbij de kerkeraden dier
gemeente zijn geinviteerd geworden om
den Dood-Graver aan te zeggen, weekelijks
aan den Directeur der Collaterale Succes„
„sie opgave te doen der genen welke in de
vercoopene week zijn begraven geworden.
Zie de gemelde onder N„o 25 ƒ, dewelke
voor informatie wordt gehouden.
No„ 653.
De Commissie, bij onze dispositie van
den 29:' November ll n„o 643, benoemd,
tot de reorganisatie der schutterij alhier
heeft heden morgen hare werkzaamhe„
den aangevangen.
N„o 658.
Gelezen zijnde eene missive van den
Raad Fiscaal, dd 4 dezer n„o 170, hoofdza„
„kelijk verzoekende, dat, daar het de
koloniale genooute is om, bij het kers„
„feest en Nieuwjaar, zich met het werpen
van vuurwerken te vermaken, en wanneer
wij mogten noodig oordeelen dit op den
ouden en gebruikelijken voet te laten, onze
autorisatie te mogen obtineren om, met
bepaling der boeten, het noodige interdict
deswegens te laten doen, met affixie als
naar gewoonte.
Is.
December 4. Is goedgevonden en verstaan: de opge„
melde missive in den Raad van Politie,
overteleggen. Zie dezelve onder N„o 258.
No„ 654.
Heden zijn door den Hospitaal Meester
ingezonden, de Hospitaal stukken over de
maand November ll.
N„o 655.
Gelezen zijnde een bij ons ontvangen
rekwest van Jan van der Biest, vice Com„
„mandeur op het hiland Aruba, aldaar
het Commando voerende, verzoekende om
bij de vervulling van den Commandeurs
post aldaar, met denzelven begiftigd te
worden. Zie het Rekwest onder N„o 77.
luidende aldus:
/ F. J./
Is goedgevonden en verstaan: hetzelve
rekwest voor notificatie aantenemen.
No. 656.
Raad gehouden. Zie de notulen van
heden.
No„ 657.
Heden zijnde de geboorte dag van
Z. K. H. de Prins van Oranje, is bij het
Garnizoen groote parade gehouden en
des middags is er een Salut van 33
schoten gedaan.
No. 658.
Gelezen zijnde een Rekwest van Philip
Lodewijk Londe, verzoekende gepermitteerd
December 6. te worden om onderwijs, in de wis en zee„ December 7.
„vaartkunde, het gebruik der instrumenten
en het verdere tot dat vak betrekkelijk,
te geven. Zie het Rekwest onder N„o 78,
luidende aldus.
/ F. J./
Is goedgevonden en verstaan: den Reken„
„trant bij deze te permitteren, om privaat
onderwijs, in de wis- en Zeevaartkunde,
het gebruik der Instrumenten en het ver„
„dere tot dat vak betrekkelijk, te geven
Een afschrift dezer dispositie zal aan
den Rekwestrant, tot informatie en narigt
worden afgegeven.
N„o 659
Is gelezen eene missive van de Leden
van den Raad van Policie in dato 5„e dezer
waarbij, ter voldoening aan onze invitatie
in de vergadering van den 20 november
ll, eene nominatie geformeert is, ten einde
daaruit de keuze worde gedaan van
een lid om de in dien Raad bestaande
vacature te vervullen. Zie de missive
onder n„o 259, dewelke is gehouden
in advies.
N„o 660.
Gelezen zijnde een rekwest van Gerard
Schotborgh MZ, verzoekende als klerk.
ter Gouvernements Secretarij te worden
geplaatst, echter zonder tractement,
en dat wanneer hij de vereischte
bekwaamhede
bekwaamheden mogt hebben verkregen,
als dan op eenige belooning aanspraak
te kunnen maken.
zie het rekwest onder n„o 79, hetwelk
aldus nog luidt.
/ F. J./
Is goedgevonden en verstaan het ver„
„zoek van den rekwestrant te accorderen,
en denzelven bij deze aantestellen tot
Klerk Supernumirair ter Gouvernements
Secretarij alhier, echter voor het tegen„
„woordige zonder tractement, en mits
afleggende den eed daaropstaande.
Een afschrift dezer dispositie zal
aan den rekwestrant, tot informatie en
acte van aanstelling, worden afgegeven.
No„ 661.
Nader gelezen zijnde eene voordragt van
den Raad Contrarolleur der financien ad
interim, in dato 27 November 1820, gevolg
op eene met hem gehoudene Conferentie op
den 24:' dierzelfde maand, wegens het bera„
„men van maatregelen om de koloniale kas
in staat te stellen, ten einde de pretentien ten
laste der kolonie geregelder te voldoen, en
tevens om het getal der onbetaalde in om
„loop zijnde Gouvernements ordonnancien
niet te vermeerderen, door het voortvaren
met het afgeven van nieuwe ordonnan„
„cien op de Koloniale kas, zonder dat de„
„zelve bij de afgifte dadelijk kunnen afbe„
„taald
480
December 7. „taald worden: en
In overweging genomen hebbende, de
noodzakelijkheid welke er uit dien hoofde
bestaat, om de uitbetalingen der tracte„
„menten aan de ambtenaren in het vervolg
niet meer of afzonderlijke ordonnancien
te laten geschieden, als ook om geene ordon„
„nancien voor rekeningen van leverancien
en andere uitgaven, te laten slaan, voor
en aleer tot het voldoen derzelve, gereede
penningen genoeg voorhanden zullen zijn
en zoodanige rekeningen door ons zullen
zijn geexamineerd en geapprobeerd.
Is goedgevonden en verstaan: de
volgende bepalingen omtrent de wijze van
betaling hierby vastte stellen:
1„o Dat met het begin van elke maand, ten
kantore van den Raad Contrarolleur der fi„
„nancien zal moeten opgemaakt en aan
ons ingeleverd worden, eene betalingslijst
van de tractementen der ambtenaren, als
mede der pensioenen, gratificatien en toela„
gen over de afgeloopene maand, welke
lijst uit vijf kolonnen zal moeten bestaan
en bevatten
In de eerste kolon de namen.
a. der ambtenaren
b. der gepensioneerden
der gegratificeerden
d. der toelaag genietende personen, en
e. dier ambtenaren welke tot het mili„
„taire
181
December 7. „taire garnizoen en het materieel der artil
„lerie behooren, doch niet door den Raad
van Administratie van het garnizoen be„
„taald worden.
In de tweede Kolon: de kwaliteiten der
in de eerste kolon gemelde personen, tegen
over elks naam:
In de derde Kolon: het respective Jaarlijkschap
bedrag van elks tractement.
In de vierde kolon: het respective maan
„delijksche bedrag van elks tractement.
De vijfde kolon blijft in blanco voor
de naamtekeningen der ambtenaren, en
andere daaropstaande personen, om te
strekken tot kwitantie bij het ontvangen
hunner tractementen, pensioenen, grati„
„ficatien, en toelagen; moetende ten dien
einde in het hoofd van die kolon geschre„
„ven worden het woord voldaan.
2:o Dat de gemelde betalings lijst door ons
zal worden gefiateerd en aan den Raad
Contrarolleur der Financien ter registratie
worden teruggezonden, zoo dra het aan
ons zal zijn gebleken, dat de koloniale kas
in staat is, het bedrag der daarop gespeci„
„ficeerde tractementen, pensioenen, gratifi„
„catien, en toelagen uittebetalen: zullende
de Raad Contrarolleur der financien als
dan voor het volle bedrag van de beta„
„linglijst, slechts eene ordonnancie hebben
op te maken en aan ons ter teekening inte„
„ zenden
482
December 7. „zenden, daarop specificerende, waarvoor
en over welke maand en jaar het daarin
gementioneerde bedrag uitbetaald wordt
3:o Dat de Raad Contrarolleur der finan„
„cien de geteekende ordonnancie voor trac„
„tementen pensioenen, gratificatien en
toelagen, zoodra dezelve door hem zal.
zyn geregistreerd, met en benevens de maan„
„delijksche betalingslijst aan den Hoofd-ont„
„vanger zal hebben ter hand te stellen, te
gelijker tijd de ambtenaren en andere be„
„langhebbenden bij annonce daarvan ken„
„nisgevende, om hunne tractementen, pen„
„sioenen, gratificatien en toelagen te gaan
ontvangen, ten kantore van den Hoofd
ontvanger, die dan de ambtenaren, gepen„
„sioneerden, gegratificeerden en toelaag ge„
„nietenden, op hunne handteekeningen,
op de betalings lijst tegen over elks naam
als kwittantie te plaatsen, zal moeten
voldoen.
4:o Dat aangaande het betalen van rekeningen
ten laste der kolonie, ordonnantien zullen
moeten opgemaakt worden; doch niet
voor en aleer dat de rekeningen door ons
zullen zijn nagezien en goed ter betaling
onderteekend.
5„o Dat de Raad Contrarolleur der financien„
tot dat einde, hierbij wordt aangeschreven
om maandelijks aan ons inteleveren eene
specifieke lyst der ingekomene rekeningen
dewelke
December 7.
4831
dewelke bij die lijst zullen moeten worden
gevoegd, met opgave aan ons, van de op
dat tijdstip in de koloniale kas zijnde
gereede penningen, op dat wij zullen kun„
„nen beoordeelen welke rekeningen, naar
mate van dat bedrag, het eerst behooren
betaald te worden; terwijl op die rekenin„
„gen alleen, welke door ons goed ter betaling
onderteekend en aan den Raad Contrarolleur
ter hand gesteld worden, ordonnancien zullen
moeten geslagen worden, met omschrijving
in het ligchaam der ordonnancien, waarvoor
en over welke maand en jaar de betaling
geschiedt.
6„o De ordonnancien voor rekeningen door
ons onderteekend en ten kantore van den
Raad Contrarolleur der financien geregis„
„treerd zijnde, zullen die genen waarvoor
dezelve zijn opgemaakt, zonder verwijl bij
annonce door den Raad Contrarolleur der
financien te doen, worden opgeroepen, om
hunne ordonnancien tegens het kwiteren hun„
ner rekeningen ten zijnen kantore te komen
afhalen, ten einde daarvoor op het Hoofd
ontvangers kantoor hunne betaling te gaan
ontvangen, zullende de ordonnancien voor
rekeningen als naar gewoonte op het kwi„
„teren derzelve moeten betaald worden.
Een afschrift dezer zal aan den Raad
Contrarolleur der financien adinterim wor„
„den afgegeven, om te strekken tot deszelfs
informatie
484
December 7. informatie en narigt, en tevens om deswe„
„gens de noodige aanschryving te doen
aan het Hoofd-ontvangers kantoor in zoo
ver zulks den Hoofd-ontvanger zal aan„
„gaan
No. 662.
Op het Ministerie voor het Publieke
onderwijs, de Nationale Nijverheid en de
kolonien getrokken, een wissel n„o 4 groot
ƒ1000, of P„s 754 „ 5 „ 4 a 26½ st NC:e de
pezo, om te strekken tot het betalen van
handgeld aan de onderofficieren en man„
„schappen dezes Garnizoens, die wederom
in dienst zullen worden aangenomen,
na dat hunnen diensttijd zal zyn geex„
„pireerd, ende zulks ten gevolge van de
4:e afdeeling des Gouvernements dispositie
van den 16:e October ll n„o 514.
Niets bijzonders voorgevallen.
No. 663.
9. De bij dispositie van den 7„den dezer
n„o 660, benoemde extra klerk ter Gouver„
„nements Secretarij Gerard Schotborgh Mr
zonder tractement, heeft heden den gewonen
eed in die kwaliteit afgelegd.
No„ 664.
Gelezen zynde eene missive van den
kapitein Luitenant ter zee J. Blom
kommanderende zijner Majesteits Corvet
de komeet, thans binnen deze haven lig„
„gende, dd 9 dezer N„o 44, houdende
voorstel
December 9.
485
voorstel om, dewijl hij sedert den 4„den dezer„
het gewone sein van aangeving heeft laten
naaijen en geen vaartuig zich hebbende
aangemeld, eene reis naar Puerto Cavello
en La Guavia te doen, om te vernemen
of zich aldaar vaartuigen bevinden die
de wil naar Curaçao hebben en van de
bescherming der gemelde Corvet zouden
willen gebruik maken, waarna hij ka„
„pitein Luitenant weder in deze haven
wenschte te komen, om, in het begin van
de maand January aanstaande, naar
deszelfs station te Suriname, langs de
Eilanden, S„t Martin en S:t Eustatius, terug
te keeren. Zie de missive onder N„o 260
Is goedgevonden en verstaan: het voor
„stel van den genoemden Kapitein Luit.
Blom goed te keuren, en denzelven te auto„
„riseren deszelfs Instructien op te volgen;
wordende het den genoemden kapitein Luit:t
vrijgelaten, om deze haven, zulks voor
zyner Majesteits dienst, noodig oordeelende,
aan te doen, alvorens naar deszelfs station
te Suriname terug te keeren, mits vooraf
voldoende berigten inwinnende wegens den
staat van gezondheid op dit Eiland, ten
einde zyne onderhebbende ekwipage van
dien kant, aan geene gevaren, strydig
met zijner Majesteits heilzame bedoeling
te doen opzigte, bloottestellen.
Afschrift hiervan zal aan den genoemden
Kapitein
486
December 9.
kapitein Luitenant Blom, tot informa December 11.
„tie en narigt, worden toegezonden.
10. Niets byzonders voorgevallen.
No„ 665.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Fiscaal, dd 9 dezer N„o 171, te kennen
gevende: dat de kommanderende officier
van zijner Majesteits korvet de komeet, de
kapitein Luitenant Blom, zwarigheid maar
in de betaling der onkosten, voor het opva„
„ten van een zijner weggeloopen matroze
waarvan het signalement ter Fiscalaat
was toegezonden, met verzoek om onze
orders deswegens voor het vervolg.
Zie de missive onder N:o 261.
Is goedgevonden en verstaan: den Raad
Fiscaal en den kommanderende officier van
zijner Majesteits korvet de komeet respec
„twelijk, bij deze, aan te schrijven: dat, indien
de Heer Raad Fiscaal voornoemd, zulks
blijft verlangen, de genoemde kapitein Lu
„tenant verpligt is, de onkosten, gevallen
op het vatten van een zijner weggelopen
matrozen, en waarvan het signalement
ter Fiscalaat was ingezonden, te betalen
aangezien de zwarigheden daaromtrent,
door denzelven gemaakt, niet in aan„
„merking kunnen worden genomen, alzo
alware het ook dat omtrent soortge„
„lijke gevallen, voor het vervolg, veranden
„ringen, door ons, zouden worden daargeste
voor
daargesteld, voor het onderhavige geval, de
op nieuw daartestellen inrigtingen toch geene
terugwerkende kracht kunnen hebben.
Afschriften hiervan zullen aan den Raad
Fiscaal en den kapitein Luitenant Blom
voornoemd, tot informatie worden toegezon„
„den
N„o 666.
Heden morgen hebben wij het Fort Bee„
„kenburg, aan de oostjeunt dezes Eilands
gelegen, geinspecteerd
No. 667.
De Administrateurs van het Garnizoen
hebben heden ingezonden de afschriften
der boeken van den kapitein kwartier Mees„
„ter over de verloopene maand November,
alsmede de betaling Lijsten der officieren
en de generale verzameling der gedane
uitgaven, gedurende die maand, in duplo,
No„ 668.
Gelezen zijnde een Rekwest van Felix G.
Guader anna, burger en Inwoner alhier,
verzoekende gepermitteerd te worden om een
wettig huwelijk aantegaan met Mejufvrouw
Maria Jesus Yrardi meerderjarige dochter„
en van de Spaansche natie, zich thans
alhier bevindende. Zie het Rekwest onder
N„o 80, hetwelk aldus nog luidt.
/F.J./
Is goedgevonden en verstaan des Rekwes„
„trants verzoek te accorderen, en denzelven
December 11.
488.
te kennen te geven, dat het noodige per„
„mit tot het aangaan van zijn voorgeno„
„men huwelijk met Mejufvrouw Maria
Jesus Yrardi, ter Gouvernements Secretarij
zal worden opgemaakt.
Een afschrift hiervan, zal aan den
Rekwestrant, tot informatie, worden afge„
„geven.
N„o 669
Is bij ons ontvangen een verzoek,
„schrift van den persoon van P. J. van
den Berghe, door den Raad van Civiele en
Criminele Justitie dezes Eilands, tot de straf
van dwangarbeid op het Eiland Bonaire
gecondemneerd, en zich thans aldaar
bevindende, houdende: dat aan hem worde
verleend pardon of moderatie van zijnen
nog overigen straftijd. Zie hetzelve onder
no. 262.
Waarop de Commandeur van het Ei„
„land Bonaire is aangeschreven geworden
om den Rekwestrant te verwittigen dat in
deszelfs verzoek niet kan getreden worden
aangezien wij de magt niet hebben om
gratie of moderatie van straffe te ver„
„ leenen
N„o 670.
Is bij ons ontvangen eene missive van
den Kommandeur des Eilands Bonaire, in
dato 9„den dezer N„o 4, daarbij, onder anderen
rapporteerende, dat op dit oogenblik geen
Kalk
489
December 11 kalk kan gebrand worden, aangezien er
geen brandhout in voorraad is, en vragende
autorisatie om negentig vademen brand.
„hout door vrijelieden te laten kappen,
waarvoor zoude moeten betaald worden
6 a 7r per vadem, dewelke voor informa„
„tie wordt gehouden.
No„ 671.
12. Zijner Majesteits Korvet de komeet, ge
„kommandeerd door den kapitein Luitenant
ter zee J. Blom, is heden morgen, op ee„
„nen kruistogt, uitgezeild.
N„o 672
De volgende aanschrijving is heden
aan de Heeren Commissarissen over het
Fonds ter vernietiging der bewijzen van
afgekeurde Johannissen toegezonden ge„
„worden:
verlangende volledig bekend te wezen
met den actuelen staat van het fonds ter
vernietiging der bewijzen van afgekeurde
Johannissen, zoo inviteer ik uEd. aan mij
zoodra mogelijk te doen toekomen eenen
accuraten Financielen staat van het ge„
„zegde fonds tot op dato dezes.
N„o 673.
Heden na de gewone audientie, hebben
wij ons begeven op het zit en aldaar het
kruid magazijn en de Batterijen het rif
en Punto Bravo, geinspecteerd.
December 12.
N„o 673. b
Op den 24„sten November ll aan ons, door
den Raad Contrarolleur der Financien,
ingezonden zijnde processen verbaal, we„
„gens den opslag, de keuring en in ontvangst
neming der militaire rantsoenen, alhier
aangebragt per het Brikschip Maria
en Jacoba, kapitein J. J. Bart, waarbij
gevoegd is geweest een Certificaat van den
waagmeester alhier, wegens het gewigt
der veertig vaten rijst, een gedeelte dier
militaire rantsoenen uitmakende, waaruit
consteerde dat bij de weging alhier op de
geheele kwantiteit, een verlies of definit is
ontstaan van 454 ponden rijst.
En daar dit defect ons al te aanmer„
„kelijk voorgekomen is, daar wij, tijdens
ons verblijf in Nederland en wel in Am„
„sterdam, op verzoek van het Ministerie
voor de kolonien ons in persoon in het
Magazijn aldaar, hebben verzekerd van
het zuivere gewigt en de maat der mi
„litaire rantsoenen die van wege het
Kommissariaat aldaar naar zijner
Majesteits bezittingen in deze gewesten
worden afgezonden; zoo hebben wij ons
al dadelijk voorbehouden gehad een
persoonlyk onderzoek omtrent dat ver„
„schil te doen, tot welk einde wij ons dan
ook op heden met den Raad Contrarolleur
der financien in het Magazijn alhier
hebben begeven, aldaar eene nadere inspectie
hebben
491
December 12. hebben gehouden en doen overwegen de
hierbovenbedoelde veertig vaten rijst, waar„
„van den uitslag geweest is dat dezelve
thans 282 ponden meerder gewigt inhou„
„den, als volgens het eerst ingediende
Certificaat van den waagmeester was
opgegeven; — Als ook dat bij nader onder„
„zoek der reden van dit defect in het
gewigt en volgens de verklaring van
den waag en Magazijn Meester gebleken
is, hetzelve is veroorzaakt uit hoofde
de eerste weging met het waag gewigt,
dat zwaarder is, heeft plaats gehad, wel„
„ke ongeregeldheid, volgens de door den
Raad Contrarolleur der Financien ge„
„maakte aanmerking, buiten zijne voor
„kennis heeft plaats gehad.
Zoo is al dadelijk door ons gelast gewor„
„den dat de nawegingen voortaan niet
meer met het waaggewigt, maar met
het gewigt uit het magazijn, waarmede
de uitgedeeld wordende rantsoenen worden
gewogen, zullen moeten geschieden.
Wijders dat de Magazyn Meester het,
bij de naweging, op heden bevonden ver„
„schil der hoeveelheid rijst van de opge„
„melde 40 vaten, op zijne boeken in ontvangen
zal brengen, ten einde het rijk geen nadeel
toetebrengen.
Is dienvolgens goedgevonden en verstaan.
van deze onze bepalingen, bij extract dezes,
nader
December 12. nader kennis te geven, aan den Raad Cou„
„trarolleur der Financien, ten einde dienaan„
„gaande de noodige order door hem worde
daargesteld
No. 674.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Contrarolleur der Financien, in dato 12 dezer
N„o 518, daarbij ter lecture aan ons doende
toekomen eene voordragt aan denzelven van
wege de onderteekenaren daarvan, toegezonden,
met verzoek om dezelve aan den Gouverneur
en den Raad van Policie aantebieden; met
te kennen gering van deszelfs verlangen
om ons welmeenen te mogen weten wegens
de inlevering daarvan. Zie de missive on„
„der N„o 263.
Is goedgevonden en verstaan: onze dis„
„positie deswegens uittestellen tot na de
lecture der gezegde voordragt
N:o 675.
Nader gelezen zijnde de missive van den
Kommandeur des Eilands Bonaire, dd
9 dezer n„o 4 /:onder n:o 670. in advies ge„
„houden:/ daarbij onder anderen, rapporte„
„rende dat op dit oogenblik geen kalk kan
gebrand worden, aangezien er geen brand„
„hout in voorraad is, en vragende autori„
„satie om negentig vademen brandhout door
vrijelieden te laten kappen en waarvoor
zoude moeten worden betaald 6 a 7 rr
per vadem.
Gelet
493
December 13. Gelet op de Ministeriele resolutie van dato
26 November 1818 N„o 7/91, waarbij aan den
toenmaligen Gouverneur Generaal van Cura„
çao, is toegelaten om aan de militaire of„
„ficieren van het Garnizoen alhier, dezelve
hoeveelheid brandhout toetestaan; welke zij
voormaals, hebben genoten; met dien ver„
„stande, dat wanneer ook geene genoegza„
„me hoeveelheid brandhout van Bonaire
mogte te bekomen, of het transport van
daar niet doenlijk zijn, die Concessie zal
worden gehouden voor vervallen.
En en aanmerking nemende: dat de
hiervoren aangehaalde gevraagde autorisa„
„tie van den kommandeur van het Eiland
Bonaire, eene noodelooze uitgaaf zoude
daarstellen, aangezien het ons uit de op„
„gaaf van den Raad Contrarolleur is geble„
ken, dat, behalve de bepaling bij voorsz
Ministeriële resolutie om, alleenlijk, en met
uitzondering, eene hoeveelheid brandhout
aan de Militaire officieren van het Gar„
„nizoen te accorderen, zulks ook, zonder
dat met ons weten, daartoe eenige autoris=
„tie bestaat, aan genoegzaam alle ambte
„naren binnen deze kolonie en zoo ook
aan den kommandant en de verdere officie
„ren van Z. M. Brik de Merkuur eene
zekere hoeveelheid brandhout is toegekend
uitmakende te zamen de aanzienlijke uit„
„gaaf van twee en zeventig en een halve
vadem
494
December 13. vadem brandhout per maand.
voorts overwegende: dat deze uitgave
niet alleen grootelijks is ten nadeele van
de werkzaamheden op het Eiland Bonaire
en van's Rijks Koloniale kas, maar ook
dat de distributie van brandhout aan
de Civile Ambtenaren en de officieren
van zijner Majesteitse Brik de Merkuur
regtstreekstrijdig is met de bedoeling van
zijne Excellentie den Minister, vervat in
de hiervoren aangehaalde resolutie.
Is goedgevonden en verstaan:
1„o Den kommandeur van het Eiland
Bonaire aanteschrijven, dat de verzochte
autorisatie om 90 vademen brandhout
door vrijelieden te laten kappen a 6 a 7
r per vadem niet kan worden verleend
en dat hij vooreerst het door's Lands sla„
„ven te kappen brandhout, voor zoo veel
daartoe benoodigd zijn zal, kan gebrui„
„ken tot het branden van de benoodigde
hoeveelheid kalk, en daarna eerst behoeft
voorttegaan met de afzending van brand„
„hout naar herwaarts.
2:o Dat, van en met ultimo December
dezes Jaars, de uitdeeling van brandhout
aan ’s Rijks ambtenaren binnen deze
kolonie zoo mede aan den Kommandant
en de verdere officieren van zijner Ma„
„jesteits Brik de Merkuur zal ophouden,
tot zoo lang hieromtrent anders, van
hooger
December 13. hooger hand, zal zijn gedisponeerd, en
dat van en met 1„o Januarij 1821. aan
niemand eenige uitdeeling van brandhout
zal geschieden, dan aan
den tydelijken Gouverneur.
de Militaire officieren van het Garni„
„zoen.
het Garnizoen
de Bakkerij.
den Factoor over de ’s Lands slaven
den Factoor voor de slaven, en zulks
op den thans bestaanden voet.
3„o Den Raad Contrarolleur te inviteren
aan de belanghebbenden van deze onze dis„
„positie op eene officiële, doch gepaste wijze,
te doen kennis dragen.
Extracten hiervan zullen aan den Com„
„mandeur van het Eiland Bonaire tot
deszelfs informatie en aan den Raad Con„
„trarolleur der Financien, om de noodige
orders daaromtrent te stellen en verders
tot deszelfs informatie en narigt, worden
toegezonden.
N„o 676
Is gelezen eene missive van den Hoofd
ontvanger, dd 12 dezer N„o 1, hoofdzakelijk
verzoekende dat de door hem ten zijnen
kantore als extra klerk geëmploijeerden
persoon van Cornelis Ellis den gewonen
eed in die kwaliteit moge afleggen. Zie
de gemelde missive onder N„o 264.
Is
December 13. Is goedgevonden en verstaan deszelfs ver„
„zoek te accorderen, en hem hiervan bij
extract dezes, kennis te geven.
N:o 677.
„ In overweging nemende den inhoud eene
missive van den Raad Contrarolleur der
Financien, dd 12 dezer N„o 518, ons ter
lecture doende geworden eene voordragt aan
hem van wege de onderteekenaren daarvan
toegezonden, met verzoek om dezelve aan
ons en den Raad van Policie aantebieden
met te kennengeving om ons welmeenen
te mogen verstaan wegens de inlevering
daarvan.
En herlezen de daarbij gevoegde voordragt
zijnde een ontwerp of plan tot het into„
„duceren van Gouvernements wege, en
gangbaar verklaren van P„s 500,000 aan
Gouvernements obligatien, onder verband
van Hijpotheken, en het oprigten van eene
bank van leening, volgens de bij dat
plan geprojecteerde inrigtingen; zynde
onder en achter deze voordragt geplaatst
een postscriptum van den volgenden
letterlijken inhoud.
wij willen hopen dat het bovenstaande
plan, dewelke genoegzaam ten voordeele
van ’t koloniale kas is ingericht, een
„ verzachting zal kunnen veroorzaken
over de thans alhier zware en bijna on„
„verdragelijke belastingen."
Is
December 13. Is goedgevonden en verstaan: om, zon„
„der als nog te treden in de merites der
ingezondene voordragt noch in die der
onderteekenaren; alleenlijk daaromtrent
aantemerken, het onze meening te wezen:
Dat het voorgestelde, namelijk de gezegde
voordragt door den Raad Contrarolleur der
financien van wege de onderteekenaren, aan
der Gouverneur en den Raad van Policie
aan te bieden en voortedragen strijdig zoude
zijn met art: 33 van het Reglement op het
beleid der Regering voor deze Kolonie.
Dat de inhoud van het daaronder ge„
„plaatste postscriptum kenmerken schijnt
te dragen van voormtlooping en gebrek
aan dat vertrouwen, hetwelk men niet al„
„leen behoord maar pligtmatig verschul„
„digd is te moeten stellen in de billijkheid
en wijsheid van het bestuur van zijne
Majesteit den Koning der Nederlanden
vooral in een tijdstip waarin men /: het
geen niet onbekend kan zijn :/ zich reeds
bezig houdt met de in werking brenging
van de zijde des Gouvernements, der heil
„zame bedoelingen van zyne Majesteit den
koning, om den ingezetenen de mogelijke
verlichting in het stuk van belastingen
toetebrengen; - en dat het koesteren van
zoodanige gevoelens, indien zulks het ge„
„val zijn konde, schoon wij dit niet, ten
minste niet van alle de onderteekenaren
willen
49 8
December 13. willen vooronderstellen, geenzins zoude
aan den dag leggen de blijken van dien
eerbied die men het Gouvernement ver„
schuldigd is toetedragen, en van die toeken„
„ning der onschendbare vrijheid, die het
„zelve, met opzigt tot de deliberatien, be„
„hoord te bezitten.
de meergemelde voordragt aan den
Raad Contrarolleur der Financien, bij af„
„schrift dezer te retourneren met invita„
„tie van daaromtrend gelijke handelwijze
te observeren, ten opzigte der onderteeke„
„naren, en ter hunner kennis te brengen
de aanmerkingen, door ons daarop ge„
„maakt, met informatie wijders van de
schadelijkheid en nutteloosheid die er, onzer
erachtens, ingelegen is om, bij het indienen
van soortgelijke voordragten of ontwerpen
van plannen, het vermoeden te doen ont „staan van die te willen opdringen, daar
toch elk plan, waarlijk voordeelig voor
land en volk, wanneer het op eene ge„
„paste wijze aan de daartoe bevoegde
autoriteits wordt aangeboden, zich zelve
aanbeveelt, en als zoodanig de noodige
overweging zal worden waardig geoor„
„deeld. Zie de voordragt onder N„o 265
No. 678.
Ontvangen eene missive van den Raad
Contrarolleur der Financien, dd 13.e
dezer N„o 520. geleidende, in triplo, het
Certificaat
December 13. certificaat van den waagmeester nopen
de naweging met magazijns gewigt van
de veertig vaten rijst laatst aangebragt
per het Brikschip Maria & Jacoba
schipper J J. Bart, met te kennengeving
dat die rijst aan den Magazijn Meester,
buiten zijne voorkennis, met het waag
gewigt, hetwelk ongeveer 4 pC:t zwaar„
„der is dan het magazijns gewigt, door
den waagmeester is toegewogen, hetwelk
zijns inziens, eene ongeregeldheid is aan
den kant van den Magazijnmeester die
zulks had behooren voortekomen, weshal„
„ve hij onder ons welmenen, van gevoelen
is dat de magazijnmeester behoorde be„
„last te worden met zoo veel meer gewigt
op die goederen, welke aan hem met het
waaggewigt zijn toegewogen. Zie de missi„
„ve onder N„o 266.
Is goedgevonden en verstaan: alvorens
op den inhoud dezer missive te disponeren
eene nadere explicatie van den Raad Con„
„trarolleur der Financien, dienaangaande,
aftewachten, met opzigt tot die goederen
door hem daarbij bedoeld.
Een afschrift dezer zal aan den Raad
Contrarolleur der Financien, tot informa„
„tie en narigt, worden toegezonden.
No. 679
14 Is van de Commissarissen over het
fonds ter vernietiging der bewijzen van
afgekeurde
500
December 14. afgekeurde Johannissen ontvangen de
van hen gerekwireerde staat van het
fonds voormeld.
No. 680.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Contrarolleur der Financien, dd 13:' dezer
no 521, waarbij hij, ter voldoening aan onze
dispositie van gisteren N„o 678, ons eene
nadere explicatie geeft, nopens het wegen
der rijst; daarbij tevens voorstellende, het
zijns bedunkens billijk zoude zijn dat, al„
„vorens de Magazynmeester werd belast.
voor het, bij de overweging der rijst, te meer
bevondene, de in het magazyn nog overge„
„blevene 36 vaten rijst met magazijns
gewigt te laten overwegen, ten einde, naar
bevinding van derzelver gewigt; de bereke„
„ning van het te meer ontvangene door den
den Magazynmeester kan worden opge„
„maakt. Zie de missive onder N„o 26
Is goedgevonden en verstaan: tot het laat
„ste gedeelte van het in die missive voorge„
stelde te besluiten, met aanzegging aan den
Raad Contrarolleur om dienaangaande het
noodige te doen bewerkstelligen, en dat al„
„vorens finaal op zijne missive kan worden
gedisponeerd, het rapport van den uitslag
der te doene overweging zal worden te ge„
„moet gezien.
Een afschrift dezer zal aan den Raad
Contrarolleur der Financien, tot informatie,
narigt
December 14. narigt en kwalificatie, worden toegezonden
No. 681.
De Secretaris van den Raad van Policie
heeft ons heden ter hand gesteld, eene memo„
„rie van inlichtingen nopens het Fonds tot
vernietiging der bewijzen van afgekeurde
Johannissen, welke last hem, bij besluit
van den Raad van Policie, dd 20. Novem„
„ber lb, was opgedragen. Zie dezelve on„
„der N„o 268
No. 682
De Commissie, bij besluit van den Raad
van Policie, dat 20 November lb benoemd
tot het opmaken van een generaal- Ta„
„rief van emulomenten en legessen op dit
Eiland, heeft ons heden, bij missive van
den 13:e dezer, toegezonden het door haar
opgemaakte Reglement ter bepaling der
emolumenten en legissen welke, op het
hiland Curaçao mogen gevorderd en ge„
„noten worden.
Daarop goedgevonden en verstaan: de
opgemelde missive te houden voor notifi„
„catie en het daarbij gevoegde Reglement
ter deliberatie, in den Raad van Policie„
overteleggen, Zie de missive onder N„o 269
No. 683.
De door den Hoofd-ontvanger geëmploijeer„
„de extra klerk ten zijnen kantore, Cornelis
Ellis, heeft heden den gewonen eed in die
kwaliteit afgelegd.
5021
December 16 en 17. Niets bijzonders voorgevallen
No„ 684.
Aan ons, na een deswegens gedaan onder„
„zoek, gebleken zijnde, dat binnen deze
voor zoo veel
kolonie geene inrigtingen bestaan omtrent
den Plaats
de waarneming van den plaatselijken kom„
Majoor betreft „ mandants dienst, die der functien van„
zie beschik „ Plaats Majoor en omtrent den dienst te
verrigten door den Gouvernements Adju „king van
„dant; oorzaken, waaruit, volgens het den
gene wij dienaangaande hebben verno„
September
„men, niet alleen veele ongeregeldheden
in den dienst maar ook veele onaange„ 1846. P
„naamheden hunnen oorsprong zouden
kunnen gehad hebben, ten prejudice der
goede order en harmonie, die onder
Z. M. Troepen behoort plaats te grijpen.
zoo hebben wij, hieromtrent, voor het
vervolg, goede bepalingen willende daarstel
„len, en ten einde de Militaire Subordinatie
behoorlijk te handhaven en te doen hand
„haven, noodig en pligtmatig geoordeeld
daarin te voorzien, door tot de waarneming
der functien van Plaatselijken Kommandant
te benoemen den kommanderende officier
van het Garnizoen binnen deze kolonie,
en tot die van Plaats Majoor den Heer
I. H. C Bauer, Kapitein Adjudant bij het
Bataillon Jagers N„o 28, en aan deze officie„
„ren, zoo wel als aan den 1.e Luitenant
Adjudant I. Kikkert, ten bovengemelde
einde
December 18 einde, de noodige Instructien, de beide eersten
gebaseerd op de Instructien voor de Plaatse
„lijke kommandanten en Plaats Majoors ge„
„arresteerd bij besluit van zijne koninglijke
Hoogheid /: nu Zijne Majesteit den koning
der Nederlanden:/ van den 11:e Januarij 1815
met geleidende missiven te doen toekomen;
Zullende afschriften der Instructien voor
de waarnemers der functien van plaatselijken
kommandant en Plaats Majoor, mede met
een daartoe geleidende missive aan den
kommanderende officier der Schutterij,
tot deszelfs informatie en narigt, worden
toegezonden. Zie de bovengemelde Instruc„
„tien onder n„os 270, 271 & 272
No. 685.
Gelezen zijnde eene missive van den ge„
„wezenen Gouvernements Secretaris W. Prin„
„ce dd 18 dezer, waarbij hij kennis geeft, dat
als nog onder zijne berusting is, de ^ van
P„s 2458„ 4. 5. spruitende, uit den verkoop
van den alhier opgebragten Jnsurgenten Ka„
„per La Sosegada, met verzoek over die
som, waarvan een gedeelte, ten bedrage van
P„s 1138„4, op order van den gewezenen Gou„
„verneur Generaal adinterim M:r J. J. Elsevier,
in eene ordonnantie voor vrachtpenningen,
is geconverteerd geworden, te willen dispo„
„neren en hem te autoriseren dezelve som
bestaande in contanten en de voorzeide
ordonnancie overtegeven aan wien wij
daartoe
December 18 daartoe zullen kwalificeren. Zie dezelve
onder N„o 273
Is goedgevonden en verstaan
1„o Den gewezenen Gouvernements Secreta„
„ris W„m Prince te autoriseren de boven„
„gemelde onder hem berustende som en
ordonnancie aan den Raad Contrarolleur
der Financien overtegeven, met kwalificatie
op den laatstgemelden om dezelve in de
reserve kas, ten behoeve van wien zulks
zoude mogen aangaan, te deponeren.
2:o En, alzoo, een zoodanige reserve kas
niet voorhanden is, den Raad Contrarol„
„leur te magtigen omtrent het deponeren
dier som te werk te gaan, ingevolge dit
22 van het Reglement op het beleid der
Regering & b:, met verdere autorisatie
tot den aankoop van een yzeren kist,
dewelke van drie onderscheidene sloten zal
moeten zijn voorzien.
3„o wijders den Raad Contrarolleur aante„
„schrijven om het boek der reserve kas
als nog aanteleggen, daarin aanteekenende
alle de mouvementen, die hebben plaats
gehad met de subsidien uit het Moeder„
„land in der tijd ontvangen en van zoo„
„danige andere gelden die vroeger, dan
heden, in de gezegde kas hadden behoo
„ren gestort te worden, en zulks alles,
ten einde ook in dit opzigt, de admi„
„nistratie haren geregelden loop verkryge
Een
December 18.
505
Een extract dezer dispositie zal aan den
gewezenen Gouvernements Secretaris, tot
informatie en autorisatie, en afschrift der
„zelve aan den Raad Contrarolleur der Ti„
„nancien tot informatie, narigt en kwali„
ficatie worden toegezonden.
No. 686.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad
Fiscaal, dat 18=e dezer N„o 176, ons daarbij
praevenierende van de dagelijks toenemende
klagten der Ingezetenen, nopens het wei„
„geren van papieren schellingen en zulks
veroorzaakt wordt doordien de handtee„
„kening van velen, die dezelve wettigen,
is uitgesleten en dat hieromtrent eene me
„sure zal benoodigd zijn het zij door al
dat papier, zoo dit mogelijk is, buiten
circulatie te stellen of wel, gelijk bereids
eenmaal geschied is, de afgesletene schellin„
„gen tegen nieuwe intervisselen. Zie dezelve
missive onder n„o 274.
Is goedgevonden en verstaan: den Raad
Fiscaal, in antwoord op zijne missive, bij
afschrift dezer, te kennen te geven, dat in
de eerste raadsvergadering eene voordragt
deswegens door ons zal worden gedaan
en dat inmiddels en wel tot de dispositie
omtrent dat papieren geld, aan het oordeel
van hem Raad Fiscaal wordt overgelaten,
om partijen deswegens te bevredigen.
Gelezen
586
No„ 687.
December 18. Gelezen zijnde eene missive van den
Secretaris van den Raad van Policie en
gewezenen Gouvernements Secretaris, dd
18 dezer, te kennen gevende
1„o Uit onze dispositie van den 23:e November
ll vernomen te hebben dat zyne Excellen„
„tie de Minister voor het Publieke onder„
„wijs, de Nationale Nijverheid en de
kolonien geen genoegen heeft genomen in
de deligatie van een vierde van zijn toen
maals genoten tractement als Secretaris
van den Raad van Policie, betuigende hij
nimmer daartoe zoude zijn overgegaan
als hij de minste te ontstane zwarigheid
deswegens zoude vermoed hebben.
2„o houdende verzoek dat wy de noodige
orders willen stellen dat zyne ingehoude
„ne tractementen als Secretaris van den
Raad van Policie en als Gouvernements
Secretaris over de maand October en se„
„dert den 1:e tot en met den 15:e November
lb, uit de koloniale kas worde uitge„
„keerd en betaald zie dezelve missive oud: n.o
Gelet op onze bovenaangehaalde disposi„
„tie van den 23:e November ll, komt het
ons voor eene misvatting te zijn van den
Secretaris van den Raad van Policie en
gewezenen Gouvernements Secretaris dat
zijne Excellentie de Minister wegens de
te vorengemelde demarche eenige ontevre„
„denheid zoude hebben willen te kennen
geven.
December 18 En voorts disponerende over het tweede
Lid van de onderhavige zaak.
Is goedgevonden en verstaan: den Secre„
„taris van den Raad van Policie en geweze„
„nen Gouvernements Secretaris, bij extract
dezes te kennen te geven dat zijn verzoek
wordt toegestaan, en niets deze den Raad
Contrarolleur geautoriseerd om het inge„
„houdene een vierde van de tractementen
van den Secretaris van den Raad van Poli„
„cie en Gouvernements Secretaris over de
maand October en sedert den 1:e tot en
met den 15 November ll, aan denzelven
uit de koloniale kas te restitueren.
Afschriften hiervan zullen, in zoo ver
„zulks ieder aangaat, aan den Secretaris
van den Raad van Policie en gewezenen
Gouvernements Secretaris, en aan den Raad
Contrarolleur der Financien, ten fine van
informatie en kwalificatie, respectivelijk,
worden toegezonden.
No. 688.
Gelezen zijnde eene missive en daarbij
behoorende bijlagen van Moize Cardozen
Josias Dovale en Samuel d'Casseres
dd 18.e dezer, in hunne kwaliteiten als Par„
„nassim en Penningmeester der Israeliti„
„sche gemeente, in rescriptie op onze aan„
„schryving in dato 27 November lb, be„
„trekkelijk het doen van wekelijksche op
„gaven door den Doodgraver hunner
gemeente
December 10
19.
508
gemeente aan den Directeur der Collate,
„rale successie, der genen welke gedurende
de verloopene week ter aarde zyn besteld
met kennisgeving, dat, hoezeer zij begerig
zijn aan onze bevelen, te dien opzigte,
te voldoen, zij zich echter, in hunne voor„
„zeide kwaliteiten, uit hoofde van de heer„
„schende omstandigheden in de Israeliti„
„sche gemeente alhier, verpligt vinden on
„ze nadere Interpretatie of besluit, tot
wegruiming van alle verdere twijfelingen
met betrekking tot hunne wyze van hun
„delen, dienaangaande, te moeten verzoeken
Zie dezelve missive onder N„o 276.
Is, alvorens op de opgemelde missive
en bijlagen te disponeren, goedgevonden
en verstaan, dezelve, in originali, bij
afschrift dezer, te stellen in handen van
den Raad Fiscaal dezer Eilanden, met in„
„vitatie om ons, met terugzending derzelve
ten spoedigste, daarop te dienen van Con„
„sideratien en advies
No. 689.
Raad gehouden. Zie de Notulen van
heden.
N„o 690.
Herlezen de missive van de Leden van
den Raad van Policie, dd 5„den dezer / dewel„
„ke den 7den daaropvolgende in advies is
gehouden, zie het verhandelde onder No 659
waarbij zij, ter voldoening aan onze invitatie
December 19: op den 20 November ll, eene nominatie
geformeert hebben, ten einde door ons uit
dezelve de keuze worde gedaan van een lid
om de vacature en den gezegden Raad ontstaan
te vervullen.
En overwegende: dat de Heer I. N: O
Jutting, dewelke een van die nominatie
uitmaakt, door ons bij eene reeds genomene
dispositie, tot Lid in den Raad van Civile
en Criminele Justitie benoemd is geworden.
Is door ons heden in den Raad van Po„
licie verzocht geworden, uit dien hoofde
een ander, in stede van den Heer J. N C.
Jutting op deze nominatie te plaatsen
en door de Leden van dien Raad daarop
voorgedragen zijnde den Heer J.J. Beaujon
in't En goedgevonden en verstaan: der Heer J. J. Beaujon nominatie te verkiezen Eid
in den Raad van Policie op dit hiland, ten
einde de in dien Raad bestaande vacature
te vervullen, en van deze zijne verkiezing,
bij afschrift dezer dispositie, kennis te geven
aan de Leden van den voorz: Raad, zoo
wel als aan den voornoemden Heer J. J. Beaujon
No. 691.
Gelezen zijnde een Rekwest van Andries
de Rijcke, kanonnier van de eerste klasse
bij het Bataillon artillerie van Linie
n„o 6, alhier in garnizoen, aan ons, met
voorkennis van den Majoor Titulair D. W.
Dursteler, kommanderende het vorengemelde
Bataillon
570
2 December 19. Bataillon ingeleverd, houdende verzoek
om ontslag uit zijner Majesteits dienst,
met aanbod om den Kanonnier der eerste
klasse Hendrik van Kosen, tegen eene
„schadevergoeding, welke de Rekwestrant,
zoo zijn verzoek toegestaan wordt, aan
hem bereid is toeteleggen, zijn suppliant
nog overig zijnde diensttijd van twee jaer
en drie maanden, voor hem te laten wa
„nemen. Zie het Rekwest onder n„o 81
hetwelk aldus nog luidt:
F I. /
Is goedgevonden en verstaan: aan den
Rekwestrant verlof te verleenen, zoo als
hem verleend wordt bij deze, om een ren„
„placant in deszelfs plaats te stellen, door
niet eerder dan na dat het Garnizoen to
de bepaalde sterkte, door aanwerving, zo
zijn gebragt.
Afschriften hiervan zullen aan den
Rekwestrant en aan den Majoor Titulair
Dursteler, kommandant van het Bata„
„lon Artillerie van Linie n„o 6, tot respec
„tive informatie en autorisatie, worden
afgegeven.
N:o 692.
20 Gelet op de aanmerking die de leden va„
den Raad van Policie, in hun rapport,
aangaande het reglement ter bepaling van
legessen en emolumenten, ten aanzien van
den onderschout, dewelke mede het ambt
van
December 20. van marktmeester bekleedt, hebben geopperd,
namelijk: dat hij onderschout en markt,
meester eene menigte zijner emolumenten
niet heeft opgegeven, welker opbrengst het
bedrag zijner inkomsten zouden hebben ver„
meerd, behalve dat zijne opgaaf, in het
algemeen, zeer gering aan de Commissie
is voorgekomen.
En nader ingezien het tarief van legissen
en emolumenten door de respective ambte„
naren in deze kolome genoten wordende,
mitsgaders nog lettende op den staat van
den aard en der bedragen van emolumenten
door de ambtenaren, in het Jaar 1817 res„
„pectivelijk genoten en opgegeven; en welke
staat aan het Ministerie voor het Publie„
„ke onderwijs, de Nationale Nijverheid en
de kolonien, ingezonden zijnde, de bereke„
„ning der inkomsten van de ouderscheide„
„ne ambtenaren, dan ook op de daarin
bekend staande opgaven is gebaseerd, naar
het plan van bezuiniging sub L:a A
gevoegd bij zijner Majesteits besluit van
den 25 Juny 1820 n„o 69, volgens welke
plan, de Schout en marktmeester, wiens
inkomsten, onder anderen, niet vatbaar
voor vermindering zyn toegeschreven, zou„
„de gebleven zijn in het genot van een
Jaarlijksch inkomen van P„s 1333„ 3. —
daaronder begrepen een vast Jaarlijksch
tractement van P„s 420, en het overige
aan
December 20. aan emolumenten, volgens de door hem
onderschout en marktmeester daarvan ge
„dane opgaaf.
Voorts nog gelet hebbende dat in die
opgaaf slechts gesteld is P„s 449, door hem
als marktmeester ontvangen, terwijl het
ons uit een legale opgaaf van door de
slagers der Joodsche gemeente in de verloop
„ne elf maanden dezes Jaars geslagt zijnde
„koornvee, schapen en geiten, gebleken is dat
de post van marktmeester, gedurende, dat
tijdvak, aan dien kant alleen moet opge
„bragt hebben P„s 544, en volgens het ge„
„voelen der Leden van den Raad van
Policie, nader bij monde ook te kennen
gegeven, het dubbelde van het over het ja„
1817 opgegeven bedrag kan opbrengen,
wanneer de opbrengst van al het overig
vee door anderen geslagt, bij het beloop
der vorengemelde legale opgaaf wordt ge„
„rekend.
Eindelijk nog aan ons gebleken zijnde
dat alle emolumenten aan den post van
onderschout geaccrocheerd, niet in de hier
„vorengemelde opgaaf zijner emolumenten
zijn berekend geworden, en dat door dit
alles het inkomen van den schout en
marktmeester kan gesteld worden, ten
minste zoo veel als het beloop van zijn
jaarlijksch tractement meerder in het ja„
te bedragen, dan waarop de inkomsten
dier
1573
December 20. dier posten zyn gecalculeerd geworden.
En in allen deele de belangens van het
rijk en der kolonien onder ons beheer, wil„
„lende behartigen.
Is goedgevonden en verstaan: om
provisioneel en onder nadere approbatie,
het vast tractement door den onderschout
en marktmeester thans genoten wordende,
zijnde P„s 420 in het Jaar, van en met
den eersten Januarij 1821 in te trekken,
zoo als hetzelve, van dien dag afterekenen,
hierbij wordt ingetrokken.
zullende hiervan, bij extract dezes,
aan den onderschout en marktmeester
en aan den Raad Contrarolleur der Ti„
„nancien respectivelijk worden kennis
gegeven; terwijl van onze verrigtingen
ten deze rapport aan het Ministerie
voor het Publieke onderwijs, de Nationale
Nijverheid en kolonien zal worden ge„
„daan
No. 693.
Gelezen zijnde een rekwest van Maria
Margaritta, eertijds weduwe van wijlen
Nicolaas Hansz, thans gesepareerde huis„
vrouw van George Albertus Cancrijn
alhier woonachtig, houdende hoofdzake„
lijk verzoek dat het ons, om aangehaal„
„de redenen behagen moge haar rekwes„
„trantes gesepareerde man G. A: Cancrijn
of wel zijnen zoogenaamden gemagtig
den
December 20. „ den I. C. Jandroep aan te zeggen of des
noods te ordonneren, om aan haar sup
pliante eene exacte rekening en verant„
„woording van alle de door hem verkoch„
„te effecten, slaven & C:a en van het prove„
„nue daaruit voorgesproten, te doen, ten
einde zij, rekwestrante in het bezit wor„
„de gesteld van de helft van dat proven
„nue„ haar, als zijne voormalige wetti„
„ge echtgenoot, toekomende, zie het Re„
„ kwest onder n„o 82, hetwelk aldus nog
luidt.
/F.I./
En in aanmerking nemende dat de
beslissing der in het rekwest onderhanige
zaak tot de competentie van den Raad
van Civile en Criminele Justitie is behoo„
„rende.
Is dienvolgens, goedgevonden en ver„
„staan: de rekwestrante hierbij te kennen
te geven dat wij, uit dien hoofde, in haa
verzoek, bij rekwest aangehaald, niet
kunnen treden, en haar tot dien einde
bij deze, aan den Raad van Civile en Cri„
„minele Justitie dezes Eilands renvoyeren.
Niets byzonders voorgevallen 21.
No. 694.
Gelezen zijnde een rekwest van eenige 22.
Ingezetenen, Planters en grond eigenaren
dezes Eilands, onder anderen, te kennen
gevende.
375
December 22. uit het oog moet worden verloren om zulks
te doen met bescheidenheid, zonder partialiteit
jegens anderen, en zich alleenlijk bepalende
tot de zaken zelve waarin hunne verzoeken
bestaan met allegatie der redenen waarop
deze hunne verzoeken gegrond zyn
Is goedgevonden en verstaan: bij extract
dezes, den Rekwestranten tot narigt aan te
„schrijven dat door ons, om voorschrevene
redenen op hun rekwest, zoo als het thans
is liggende, geen regard zal worden gesla„
„gen, maar dat hun word vrygelaten, zich
nader te adresseren, mits voldoende aan de
voorgeschrevene bepalingen, als zullende
daartegen handelende, zoodanige personen
gezamentlijk, en hoofd voor hooft verantwoor„
„delijk worden gesteld, wegens alle lasterlijke
of onteerende uitdrukkingen door hen te bezi„
gen, het zij die toepasselijk zijn gemaakt op
de leden van het gouvernement ofte wel op ande„
„re individuele personen om daarover naar
de gestrengheid der wetten te worden vervolgd
en gestraft; - Terwijl wij intusschen niet kun„
nen afzijn onze hoogste indignatie daarover
te kennen te geven.
N„o 694
Gelezen zijnde eene missive van den Raad-Fiscaal
dd 21:e dezer N„o 178 houdende zyne Consideratien
en advies op de ingevolge onze dispositie van den
18.e dezer N„o 688, in zijne handen gestelde missive en
bijlagen van Parnassim en Penningmeester der Israe
„litische gemeente alhier, dat 18.e dezer. Zie dezelve onder
No.
Daarop herlezen de voormelde missive en bijlagen.
Gelet op onze dispositie dd 24e November ll
waarbij wij aan alle District Meesters en dood
gravers der respective gemeente alhier hebben aange
schreven
December 22. „schreven om aan den Directeur der Colla„
„terale successie opgave te doen van de genen
welke gedurende de voorloopene week overleden
zijn. — En in overweging nemende: dat alle per„
„sonen, van welke gezindheid ook, die als dood
gravers fungeren, hieronder begrepen zijn, zonder
dat dezelve daartoe eene aanschrijving van
Gouvernements wege hebben ontvangen.
Is Conform het gemelde advies, goedgevonden en
verstaan: bij extract dezes, aan Parnassim en
Penningmeester der Israelitische gemeente alhier
tot narigt, aan te schrijven, dat wij hen refereren
aan den inhoud van deze dispositie dd 27:e No„
„vember lb, als betrekking hebbende op alle personen
die als doodgravers fungeren, wordende de by„
„lagen hiernevens teruggezonden
No. 693.
In operweging genomen zijnde de inhoud
van twee rekwesten door eenige Ingezetenen de
„zes eilands aan ons ingeleverd.
Mitsgaders gelet op onze daarop genomen
dispositien (zie het verhandelde onder N:o 677 & 694
Is goedgevonden en verstaan: het volgende aan
Ingezetenen bij deze, tot derzelver informatie en
narigt, kennelijk te maken. te weten:
Nademaal wij, gedurende den korten tyd dat wij het
bewind over dit ende onderhoorige eilanden voeren, reed
twee rekwesten, geteekend door een aantal ingezetenen heb
„ben ontvangen, waarin, zoo wel bij postcriptum aan het
eene, en door het bezigen van onbehoorlijke uitdrukkinge
in het andere, wel verre van dat vertrouwen en dien eerbde
aan de regering verschuldigd, in acht te nemen, de onwri
„bare neiging waarmede de leden van den Raad van
Policie behooren voorondersteld te worden doordrongen te zijn
voor het welzijn der Ingezetenen dezer eilanden, in zoo
ver zulks, overeenkomstig pligt, kan worden bevorderd, zo
niet in twijfel wordt getrokken, echter niet in aanmer„
„king is genomen wanneer men het vermoeden koester
dat eenige der belangen van de eene of andere classe die
Ingezetenen zoude kunnen worden ter zijde gesteld, uit hoof„
„de dat het meer of min drukkende of bezwarende
van
December 22. 1„o Dat de Rekwestranten veronderstel„
„den en daarin hunne levendigste hoop en
verwachting hebben gesteld dat de Commis „sie door ons belast met de vermindering
of afschaffing der belastingen, geregtighe„
„den &:b:n welke zwaar drukten ook die
van de 40:e penning op het passeren van
Hijpotheken ter afschaffing zoude hebben
voorgedragen, doch dat zy vernomen heb„
„ben dat de voormelde Commissie van
gevoelen is dat de belasting van de 40.e
penning op de Hijpotheken behoort te blij„ „ven
2:o Dat de Rekwestranten veronderstellen
nademaal de voornoemde Commissie
uit Inboorlingen of oude Inwoners dezer
kolonie bestaat, van welker welwillend„
„heid zij overtuigd zijn, dezelve of met
den waren toestand dezes Eilands en deszelfs
Inwoners niet genoeg bekend is wel
derzelver leden in gerusten overvloed le„
„vende, het drukkende niet bezeffen van
eene belasting welke bij gedurige transporten
der Hijpotheken met verdubbelde zwaarte
prangt.
verzoekende: alvorens door de gemelde
Commissie de voortduring der drukkende
belasting der 40„ste penning op de Hypothe
„ken definitief worde bepaald, dat het ons
behagen mogte, wegens den ongelukkigen
toestand der grondeigenaren, de voornoemde
belasting
1578
December 22. belasting, afteschaffen of opteschorten, te
meer daar er reeds in Januarij 1818 een
rekwest over de onderhavige zaak aan
zijne Majesteit is gepresenteerd geworden,
of zoo de voorschrevene wet van kracht
mogte blyven als dan die belasting op
een kwart percent te doen verminderen
zie het rekwest onder n„o 83, hetwelk
aldus nog luidt.
J F I.
In overweging nemende:
Dat het daarbij geposeerde, omtrent de
bij dat stuk bedoelde Commissie, eene
volstrekte onwaarheid inhoud.
Dat dienvolgens de aantijging daarin
voorkomende tegens de leden die dezelve
Commissie uitgemaakt hebben geheel
en al ongegrond is.
Dat het strijdig is met de goede orde
en met het regt van vrijheid aan heden
van wettig geconstitueerde magten toege
„kend, om hunne gevoelens in de raads
vergadering vrij en onbelemmerd aan den
dag te leggen en uittespreken, dezen indi„
„vidueel wegens hunne uitgebragte ad„
„viesen aansteranden en daartegen vexa„
„toive uitdrukkingen te bezigen.
Dat hoezeer het de Ingezetenen aan
den eenen kant vrijstaat verzoeken aan
de bevoegde magten schriftelijk in te die„
nen, aan den anderen kant door hen niet
uit
December 23 van eenige zaak ter overweging van de
voormelde leden gebragt, hen niet regtstreeks
aangaat.
En aangezien het bovendien nog strij„
„dig met de goede orde en allezins onpligt„
„matig is te treden in de ervarendheid van
de leden der regering, in zaken waarover
dezelve wettiglijk bevroegd zyn te oordeelen
en hunne gevoelens vrij en zonder aan„
„zien van omstandigheden te uiten; ter„
„wijl het niet minder aan Ingezetenen
ongeoorloofd is zich te bemoeijen met
adviesen die over het eene of andere onder„
werp mogten zijn uitgebragt, veel minder te
ter bereiking van hun oogmerk, die advie„
„sen, welke zij vermeenen te kennen, te
beoordeelen of aan te halen, vooral wan„
„neer die aanhaling ten doel heeft om
eenige vooronderstelling te doen ontslaan
als of de leden van wettige geconstitu„
„eerde autoriteiten door overvarendheid of
anderzins op het belang der ingezetenen
niet genoegzaam hebben gade geslagen.
zoo is het, dat wij raadzaam hebben
geoordeeld onze vorenstaande bedenkingen
en meeningen aan de Ingezetenen ken„
„baar te maken en dezelve tevens, tot
voorkoming van onaangenaamheden
welke zij door hunne onbedachtzaam„
„heid zich zelven zouden kunnen toebren„
„gen, hierbij te vermanen om zich te
onthouden
December 22. onthouden van het berigen van ongeoor„
„loofde uitdrukkingen en aanmerkingen
in geschriften, welke zij mogten noodig
oordeelen aan bevoegde autoriteiten, aan
te bieden en te vertrouwen dat de ver„
„eischte aandacht daarop zal worden
gevestigd, wanneer dezelve bescheiden
„lijk, en zonder partijdigheid aan den dag
te leggen, zullen zyn ingerigt, als zijnde
het de neiging van ons en, buiten allen
twijfel niet minder van allen die met ons
tot het algemeene welzijn moeten mede wer„
ken, om overeenkomstig pligt en de meening
van onzen geëerbiedigden souverein niets
onbeproefd te laten wat tot de welvaart
der Ingezetenen dezer hilanden zal kun„
„nen strekken.
En is deze dispositie gepubliceerd en
geaffigeerd ter plaatsen alwaar het behoord
en vervolgens in de Curaçaosche Courant
geinsereerd.
No. 696.
Gelezen zijnde eene missive van den
Raad Contrarolleur der Financien, in
dato 21 dezer N„o 528, ons, met toezending
van het daarbij gevoegde Proces verbaal,
kennis gevende dat er een van de oks„
„hoofden azijn met het brikschip Maria
en Jacoba, schipper I. I. Bart aangebragt
in het Magazijn is lek geworden, en het
verlies bij de lekkagie van het gemelde
defecte
December 22
521
defecte okshoofd, blijkens het gezegde Proces.
verbaal op 108 pinten azijn beloopt, met
verzoek om, daar het gebruikelijk is den
Magazijn meester, voor zoodanige beweze„
„ne verliezen, met dezelve op de magazijn
boeken te laten afschrijven, te ontlasten,
ons welmeenen hieromtrent te mogen obti„
„neren, zie de missive en proces verbaal
27b & 27b onder N„os
Is goedgevonden en verstaan: den Raad
Contrarolleur der Financien te autoriseren
om den Magazijn Meester van alle Maga„
„zijnen te magtigen, de, bij de lekkagie
van het opgemelde okshoofd, verloorene
108 puiten azijn, op deszelfs boeken afte„
„schrijven.
Een afschrift hiervan zal aan den
Raad Contrarolleur der Financien, tot in„
„formatie, narigt en autorisatie worden
toegezonden.
No. 697.
Gelezen zijnde eene missive van den
Raad Contrarolleur der Financien, van
heden N„o 529, ons, ter voldoening aan de
dispositie dd 14 dezer N„o 680, toezendende
certificaten van den waagmeester wegens
de naweging met magazijns gewigt van
de in het magazijn nog overgeblevene
vaten rijst, dewelke, respectivelijk, met
de schepen de Hendragt, Henrietta Wil„
„helmina en Sara Maria, alhier zijn
aangebragt
522
December 22. aangebragt; met kennisgeving dat van
de 36 vaten rijst, welke in het Magazijn
voorhanden waren, bereids één, voor deze
naweging, tot distributie, door den Maga„
„ zijn Meester is verbruikt geworden, en
dat dus uit de naweging van de nog over„
„geblevene 35 vaten blijkt: dat de Maga„
„zijn meester 213 ponden rijst te min in
ontvangst op zijne boeken heeft gebragt,
verzoekende verders met onze dispositie
dienaangaande, te mogen worden bekend
gemaakt. Zie dezelve onder n„o 279
Is ter voldoening aan den inhoud
der opgemelde missive, goedgevonden en
verstaan: den Raad Contrarolleur der
Financien bij deze, te kwalificeeren den
Magazijn Meester van alle Magazijnen
de noodige autorisatie te verleenen om
de 213 ponden rijst, welke bij de opge„
„zegde na weging gebleken zijn, te min„
in ontvangst te zijn gebragt, op des ma„
„gazijns boeken en ontvangst te doen
brengen.
Een afschrift hiervan zal aan den
Raad Contrarolleur der Financien tot
informatie narigt en kwalificatie,
worden toegezonden.
N„o 698.
23. Gelezen zijnde een rekwest van Antho
„nij Beaujon, klerk ten kantore van
den Raad Contrarolleur der Financien,
met
523
December 23. met voorkennis van den Raad Contrarol
„leur aan ons ingeleverd, houdende ver„
„zoek dat het ons, om aangehaalde rede
„nen, behagen moge zijn rekwestrants
tractement op dien voet te bepalen zoo
als hetzelve voor de daargestelde reorga„
„nisatie is vastgesteld geweest; of zoodanig
als wij zouden mogen vermeenen te
behooren. Zie het rekwest onder n„o 84
hetwelk aldus nog luidt:
/ F. I./
Is goedgevonden en verstaan: den rekwes„
„trant hierbij te kennen te geven dat in
zijn verzoek, om zijn tractement te ver„
„hoogen niet kan worden getreden, maar
dat door ons, deswegens, eene gunstige
voordragt aan het Ministerie voor het
Publicke onderwijs, de Nationale Nijverheid
en de kolonien, zal worden gedaan.
Een afschrift dezer dispositie zal aan
den Rekwestrant, tot informatie en na„
„rigt, worden toegezonden
N„o 699
Gelezen eene missive van J. J. Beau
„jon, in antwoord op onze dispositie tot
19 dezer n„o 690, waarbij hem kennis
is gegeven van zyne verkiezing tot lid
in den Raad van Policie op dit Eiland
te kennen gevende dat hij zich vereerd
vindt met die benoeming en zal track
„ten steeds in dat vak ook het nuttige
toe te brengen
524
December 23. toetebrengen. Zie de missive onder n„o
280, dewelke is gehouden voor notificatie.
No„ 700.
Door den Majoor der Schutterij alhier
aan ons ter hand gesteld zijnde. de rang„
„lyst der officieren bij dezelfde schutterij
een' generalen sterkte - staat van dat
korps, als mede van de korpsen vrye-mu„
„latten- en negers.
eene lijst der nog uitstaande contributien
tot instandhouding der gewapende Bur„
„germagt op dit hiland, ter somma van
P„s 1600; — Doch, vermits de evengemelde
contributie lijst buiten eene volledige
verantwoording der administratie van
het Fonds der gewapende burgermagt ons
de benoodigde informatie en inlichting
der gehoudene administratie niet geven
kan.
En gezien hebbende eene Gouvernements
order van den 27.e September ll, betrek„
„kelijk tot de opgemelde administratie
Is goedgevonden en verstaan: den
Raad van administratie van de gewa„
„pende burgermagt eene order te doen
toekomen: om, onverminderd de bepaling
bij het derde lid van de Gouvernements
order dd 27 September ll, wegens de
inzending van drie maandelyksche ver„
„antwoording stukken, waaromtrent wij
aan
525
December 23. aan ons gereserveerd houden de veranderin
„gen die er te dien opzigte mogten noodig
zijn, met den meest mogelijken spoed aan
ons te doen toekomen: eene balance en eene
staat - rekening van het Fonds onder des„
„zelfs administratie, met overlegging der
borderellen van uitgaven, waarbij de be„
„taalde rekeningen en kwitantien moeten
zyn gevoegd; als mede nog daarbenevens
in te zenden eene naamlijst van de Contri„
„buanten die tot heden verschuldigd zijn,
met vermelding der som van welke, en
des termijns waarover de betaling ge„
„schieden moet
24, 25 & 26. Niets bijzonders voorgevallen
N:o 701
27. Gelet hebbende op het besluit van den Raad
van Policie, dd 19 dezer, behelzende de in
„wisseling van de onbetaalde en roulerende
Gouvernements ordonnancien die op en tot
den 15e: November ll zijn gemaakt, ende
zulks uit het Fonds tot vernietiging der
bewijzen van afgekeurde Johannissen, mits„
„gaders nog het vernietigen derzelve en
van alle andere bij dat Fonds berustende
ordonnancien, in maniere zoo als bij
dat besluit is voorgeschreven.
En noodig oordeelende de executie
van het opgemelde besluit op eenen gere
gelden voet te doen effect sorteren.
Is goedgevonden en verstaan:
Vorste
December 27. 1„o Dat de oudste ordonnancien het eerst
zullen worden ingewisseld, en dat de inwis„
„seling op dien voet zal voortgaan, naar
mate dat er gelden in de kas van het
Fonds voorhanden zijn, tot dat de invis
„seling van allen zal zijn bewerkstelligd.
2„o De Raad Contrarolleur der Financiën
zal opnemen het bedrag der gelden op
den 1:e der maand January 1821 in de
kas van het Fonds voorhanden zijnde,
en uiterlijk op den derden dier maand
bij onroeping in het district van de stad
en het aanplakken der gedane omroeping
mitsgaders nog insertie derzelve in de
Curaçaosche Courant en kennisgeving
daarvan aan de District Meesters, ten
fine van publiciteit in de onderscheidene
districten, alle houders van Gouverne„
„ments ordonnancien over een zeker tijd„
„vak, ten bedrage van zoo veel als er
gelden bij het Fonds voormeld, disponibel
zullen zyn, aan tezeggen om die bedoelde
ordonnancien op den 15„den en volgende,
met overleg van de overige Commissaris„
„sen van het Fonds, door hem Raad Con„
„trarolleur te bepalene dagen, ten kantore
van het gezegde vonds te brengen, ten
einde aldaar voor gangbare munt te
worden ingewisseld en afgelost.
3„o De Raad Contrarolleur der Financien
zal aan de directie van het meergemelde
Fonds
527
December 27. Fonds schriftelijk doen kennis dragen
van het bedrag der aldus in te wisselene
ordonnancien en van het tijdvak, binnen
welke die ordonnancien moeten zijn ge„
„dagteekend om te kunnen worden inge
„wisseld.
4.o De Commissarissen van het Fonds zul„
„len door den Boekhouder, ontvanger en
Secretaris bij die administratie een regis
„ter, in duplo, doen aanleggen in zoo wel
Colommen verdeeld, als noodig zal zijn
om het nummer, het Jaartal, en de dag„
„teekening, den naam van den origine
„len Crediteur, den aard der schuld, den
dienst waarvoor en het bedrag der ordon„
„nancien daarop, dagelijks, met vermel„
„ding van elken datum, aanteteekenen
5„o Na den afloop van deze eerste te doene
inwisseling, zal de Raad Contrarolleur
van zijne verrigtingen ten deze aan ons
rapport doen, met bijvoeging van het die„
„plum des voormelden registers, als mede
van eenen staat, aantoonende het bedrag
der gelden op den 1„e Januarij 1821 voor„
„handen, en dat der ingewisselde ordon
„nancien, en opgave tevens van de som
intusschen bij dat fonds ingekomen, mits„
„gaders nog vermelden het bedrag der or
„donnancien over het bepaalde tijdvak, de
„welke niet zijn ter inwisseling gebragt.
6„o De inwisseling van al de in deze dispo
sitie
December 27. „sitie bedoelde ordonnancien, op eenmaal
niet hebbende kunnen geeffectueerd worden,
zal de Raad Contrarolleur der Financien
zoodra er wederom een genoegzame voor„
„raad van penningen bij het Tonds zal
zijn, eene tweede oproeping, op gelijke wijze
als hiervoren is bepaald, overeen te stellen
tydvak, doen, en de inwisseling op dienzelf
„den voet laten geschieden, en waarmede
zal gecontinueerd worden tot dat al de
ordonnancien tot den 15e. November ll
zullen zijn opgeroepen. - bij elke oproeping
na de eerste, zal de Raad Contrarolleur
herhalen de aanbieding ter inwisseling van
de ingeroepene doch eventuele teruggeblevene
ordonnancien over het toen vermelden
tijdvak, en derzelver bedrag dus begrijpen
in de bij het Tonds uittegevene som zullende
de Raad Contrarolleur, na iedere inwis„
„seling aan ons een even gelijk rapport
inleveren, als bij § 5 is uitgedrukt, niet
overlegging van het register en den staat
daarbij vermeld.
7:o Na dat al de ordonnancien tot den
15„den November ll opgemaakt, in manie„
„re als voren, zullen zijn opgeroepen en
de laatste termijn zal zijn verloopen, of„
„schoon al de ordonnancien niet zijn
ter inwisseling gebragt, zal de Raad
Contrarolleur der Financien een generaal
rapport van al het verrigtene omtrent
de onderhavige zaak aan ons doen toekomen
ten
52g
December 27. ten einde zoodanig nader aangaande de
als dan nog niet ingewisselde ordonnan„
„cien, zoo wel als tot verdere executie van
des Raads van Policie hiervoren gemeld
besluit, ten opzigte der te doene vernietiging
der Ordonnancien, het afgeven van een
Schuldbewijs en het aanteekenen, dier
schuld in de respective boeken, te dispone„
„ren, als meest geraden en overeenkomstig
dat besluit door ons zal worden geoor„
„deeld te behooren.
Een afschrift hiervan, zal aan den
Raad Contrarolleur der Financien, als
mede aan de Commissarissen van het
Fonds tot vernietiging der bewijzen van
afgekeurde Johannissen, tot respective in
„formatie en narigt, worden toegezonden.
N„o 702.
Heden hebben wij bijgewoond den Raad
van Administratie voor het Pensioen
Fonds ten behoeve der beambten in deze ko„
lonie.
No. 703.
Heden is zijner Majesteits korvet de
komeet van derzelver Kruistogt naar de
Havens van La Guaira en Puerto Cavello
in deze haven teruggekeerd.
N„o 704
28. Is gelezen eene missive van den kapi„
„tein Luitenant ter zee, I. Blom, kom„
„manderende Z. M. Corvet de komeet,
dat 28e. dezer N„o 45, in rescriptie op onze
dispositie
December 28 Heer dispositie van den 11„den dezer N„o 665, aan December 30. O. Den kamerbewaarder van den Raad
„gaande het betalen aan den Raad Fiscaal van Policie en bode bij het Collegie van
Luit der onkosten gevallen op het vatten van Commercie en zee-zaken.
een zijner weggeloopene matrozen, waar p. Den Hads-Chirurgijn en officier van gezond
tatie „van het signalement ter Fiscalaat was „heid
ingezonden. 9. Den Aanspreker
Zie dezelve missive onder N„o 281, de r. Den Dood-graver
„welke voor notificatie wordt aangenomen S. Den Stads omroeper
gezoo N„o 705 't. Den IJkmeester.
n 20 29. Gelezen zynde eene missive van den u. Den plaatselijken kommandant, in zoo
Raad Contrarolleur der Financien, tot ver de Hoofdwacht en den Garnizoens
29e dezer N„o 531, houdende verslag van Adjudant, /: Plaats Major:/ aangaat officie
het verrigtene door hem, om aan onze dit om kennis te geven daar het behoort het
„positie van den 27 dezer n„o 701, te kun„ en op de nakoming de noodige order
nisten nen voldoen. te stellen.
Natus Is dezelve gehouden voor notificatie v. Den Magazijn Meester der artillerie
ns de en zal de Heer Raad Contrarolleur worden W. Den Gouvernements Translateur.
geinviteerd, tot eene mondelinge conferen X. Den Secretaris van den Raad van
Civile en Criminele Justitie, als mede „tie over den inhoud dezer missive
Zie dezelve missive onder n„o 282. waarnemende het notaris ambt.
N„o 706 N„o 708
Is ontvangen eene missive van de Hee„ Nader gelet op de aanschryving van
„ren Daniel Bing, J. C Meijer, I. N. Zyne Excellentie den Minister voor het Pu„
C. Jutting en C. L. Packer, verzoeken „blieke onderwijs, de Nationale Nijverheid
„de audientie op dingsdag den 2.e January en de Kolonien, dd 21 Julij 1820 n„o 7 9/4 8,
aangaande het daarstellen van vaste be 1821, ten einde met ons, namens een aan
„tal der aanzienlijkste kooplieden en „palingen en voorschriften, waarnaar men
Inwoonders dezes hilands te aboucheren zich zal hebben te gedragen bij het inleven
„ren van declaratien voor gepresteerde loods betrekkelijk het Fonds ter vernietiging der
„diensten aan S' Rijkschepen, aan welken bewijzen van afgekeurde Johannissen. Zie
de missive onder N„o 283 last gedeeltelijk is voldaan door het vast
En zijn de voornoemde Heeren, per „stellen der legessen, welke de loods, volgens
missive, het
532
Heer missive, berigt geworden, dat wij hun Ed:e December 30. het reglement ter bepaling der emolumen December 29.
op aanstaande dingsdag des namiddags te
„ten en legessen op den 19„den dezer gear„
„huit 1 ure op het Gouvernements huis zullen
„resteerd, voor het in- en uitloodsen van
afwachten.
's Rijks schepen zal mogen vorderen. tatien No. 707.
En wegens het inleveren der declaratien
30. De Secretaris van den Raad van Policie
voor dusdanige loodsdiensten willende
aan ons ter hand gesteld hebbende een auten
voorzien, door het maken van bepalingen
„tiek afschrift van het reglement ter bepaling der
waarnaar de loods en anderen, wien het
der emolumenten en legessen welke op het Ei„ gezo
nog zal aangaan, zich zullen hebben te
„land Curaçao mogen ontvangen en genoten en 2
gedragen.
worden, welk reglement den 19„den dezer
Is goedgevonden en verstaan:
Officer maand, na ingenomen advies van den 1„o De kommanderende officieren van in het Raad van Policie, door ons is gearresteerd: zijner Majesteits schepen op deze station
en heden gepubliceerd geworden. zullen, bij het verlaten der station aan Minist.
Is goedgevonden en verstaan: extracten den Loods een Certificaat, in quadruplum,
daarvan in zoo ver noodig is, bij extract ter hand stellen, ten blijke van de door den
dezes, aan de volgende belanghebbenden, tot Loods bewezene diensten, gedurende hun
narigt, te doen toekomen. verblijf op de station.
namelijk. 2:o De kommanderende officieren der zoo„
a Den Raad-Fiscaal, zoo voor zich zelven „danige van zijner Majesteits schepen die
als voor den onderschout en markt - meer alhier niet zijn gestationeerd, en echter
„ter en de Justitie bedienden, om dan zijne in deze haven mogten aankomen, zullen
onderschikten van het daarbij bepaalde ten telkens, dat dezelve de haven verlaten al„
hunne opzigte, te doen kennis dragen, en „vorens dat de loods zich bij het uitzulen
zal een exemplaar van het gemelde re„ van hunne bodems begeeft, aan dien ambte„
„glement. na dat hetzelve zal zijn af „naar een Certificaat, in quadruplum,
„gedrukt, mede aan hem worden toege„ geven dat hij bij het in- en uitzeilen van
„zonden, om hem tot verdere informatie het schip of vaartuig op hetzelve aanwezig
geweest is en zijnen pligt heeft volbragt. te strekken.
3„o De loods zal als dan eene declaratie b. Den President en Raden van Civile en
van zijne legessen, in trijelo, opinaken, de„ Griminele Justitie, zoo voor zich zelven
„zelve door den Havenmeester doen verifieren
door
535 534
December 30 als voor de beambten en zugepoorten bij den December 30. door eene verklaring daaronder, dat de
loodsgelden berekend zijn volgens het regle„ gemelden Raad, om aan dezelve beambten
„ment ter bepaling der emolumenten en en Suppoosten, in zoo ver het hun aangaat
legessen op den 19„den december 1820 gearres„ met de vastgestelde bepalingen bekend te
„teerd, daarna ten kantore van den Raad maken; - zullende een exemplaar van
Contrarolleur der Financien laten registreren het reglement, na dat hetzelve zal zijn
en aldus geverifieerd en geregistreerd, met afgedrukt, aan gemelden Raad, tot verdere
het Certificaat in quadruplum, wegens informatie, worden toegezonden.
zijne bewezene diensten, aan ons doen C. Het Collegie van Commercie en zee-za„
toekomen. „ken
4„o Op deze declaratie en certificaat zal d. den Hoofd - ontvanger
de Gouverneur een wissel, in triplo, voor e. den Accijns en Roeimeester, ontvanger
het bedrag der declaratie, tegens 33 1/3
van de Haven en Plakaat-gelden en Com
Stuiver N.C.t per peso, op het Ministerie
„mies der Manifesten.
voor de Marine, ten behoeve van den
f. Den vendu - Meester.
Hoofd- ontvanger der Kolonie trekken en
g. Den waag en Rooi-meester, zoo wel
denzelven wissel, na alvorens ten kantore
voor zich zelven, als om zijne onderge„
van den Raad Contrarolleur der Financien
„schikten daarvan te doen kennis dragen.
te zijn geregistreerd, met het hiervoren be„
h. Den opper-visitateur, voor zich zelven
„doelde Certificaat, in triplo, en een ad„
en voor de onder-visitateurs, ten einde
„viesbrief in duplo, den Hoofd - ontvangen
dezelve daarmede bekend te maken in tegen bewijs der afgifte, doen ter hand stellen
zoo ver het hun aangaat wordende die ontvanger bij het registreren
1. Den Haven - Meester. des wissels ten kantore van den Raad
K. Den Roods Contrarolleur der Financien aldaar, in
l. Den Tolk of Interpreteur tot het in- en
het belasting-register, daar voor gedebiteerd.
uitklaren van vaartuigen. 5„o Deze wissel wordt door den Hoofd
m. Het Collegie van de wees-onbeheerde en ontvanger, tegen denzelfden koers, aan
desolate boedel-kamer voor allen tot het Pensioen-Fonds, ten behoeve der be„
„ambten in deze kolonie vernegotieerd en dat Collegie behoorende en aan hetzelve
geendosseerd, en de Hoofd-ontvanger Credi„ ondergeschikt.
„teert de koloniale kas voor het bedrag n. De Predikant en kerkeraden der Her„
vormde gemeente. daarvan. De
/ 536
December 30. 6. De Loods brengt niet te min de bedra„
„gen dezer loods gelden op zijne drie maan„
„delijksche verantwoording even als of die
door hem waren ontvangen, ten einde van
de geheele opbrengst der loodsgelden over
het kwartaal zyn twee derde aandeel te
kunnen aftrekken, doch hij zal tevens op
die rekening van het eene derde aan de
koloniale kas toekomende, aftrekkende be„
„dragen der door hem ingeleverde declara„
„tien, op dat aldus op diezelfde rekening
mede moge blyken, wat hij nog aan de
koloniale kas verschuldigd is.
Afschriften dezer dispositie zullen aan
den Raad Contrarolleur der Financien en
den Hoofd-ontvanger en extracten daarvan
in zoo ver dezelve ieder aangaat, aan den
Havenmeester en den loods, tot respective
informatie en narigt worden toegezonden,
terwijl nog bij provisie en tot zoo lang
zulks zal noodig zijn van § 1 & 2, kennis
zal worden gegeven aan de kommande„
„rende officieren van zijner Majesteits
schepen in deze haven.
N.o 709.
De Raad Contrarolleur der financien is
op onze invitatie, heden op de Gouverne„
„ments buiten plaats verschenen, alwaar
wij met denzelven in conferentie zijn ge„
„ treden wegens den inhoud zijner missive
van gisteren n„o 531, bij ons op dien da„
„tum onder n„o 705, aangeteekend.
Waarop
December 30. Waarop door ons werd goedgevonden de in
deze onderhavige zaak genomene dispositie
van den 27=e dezer n„o 701, in statuquo
te laten, tot dat daaromtrend nader door
den Raad van Policie zal zijn beslist, ten
welken einde dat Collegie op aanstaande
woensdag den 3=e Januarij 1821, buiten
gewoon zal worden geconvoceerd, en waar„
„toe de noodige orders door ons zijn gegeven.
No. 710.
Ontvangen zijnde eene missive van den
Raad-Fiscaal, tot 30 dezer N„o 180, gelei„
„dende eene bij hem van den onderschout
en markt - meester I. P. Groos ontvangene
voordragt, omtrent het inhouden van zijn
tractement met den 1e. Januarij aanstaande,
ende zulks ten gevolge onzer dispositie
van 20 dezer n„o 692. Zie de missive en
bijlaag onder N„o 284
Is goedgevonden en verstaan den inhoud
derzelve in nadere overweging te nemen.
N„o 711
Gelezen zijnde eene missive van de Admi„
„nistrateurs dezes Garnizaens, dd 30 dezer
2 d: n„o 125, solliciterende verstrekt te
worden met eene somma van ƒ 500, ten
einde de diverse uitgaven ten laste van
het Garnizoen over het loopende Jaar te
kunnen bestrijden. Zie dezelve onder n„o
Is goedgevonden en verstaan: den Raad
Contrarolleur der Financien te autoriseren
eene ordonnantie op te maken, ter somma
van
538
December 30. van ƒ 500, op de koloniale kas, ten behoeve
van den Raad van Administratie dezes
Garnizaens voor den dienst van 4820, ten
einde met den afloop van dit jaar te liqui
„deren.
Afschriften hiervan zullen aan den Ra
Contrarolleur der Financien en aan de Ad
ministrateurs dezes Garnizaens, tot in„
„formatie, worden toegezonden.
N„o 712.
Zijner Majesteits Brik de Merkuur, ge„
„kommandeerd door den Kapitein Linte„
„nant ter zee H. W: de quartel, is heden
nademiddag van derzelver zending naa
S:t Eustatius en S.d Martin, teruggekeerd.
No„ 713.
Is aan ons, door den kapitein Luite„
„nant ter zee H. W. de quartel overhan„
„digd, een rapport van dezen datum, we
gens deszelfs gedane kruistogt, als mede
twee missiven, de eene van den Heer Gou,
„verneur van S.t Eustatius, S:t Martin &
saba, en de andere van den Heer komma
„dant der Eilanden S:t Martin & Saba, de
eerstgemelde gedateerd den 19 en de tweede
gemelde den 23:e December 1820, met ken„
„nisgeving dat onze aanschryving van
den 16.en der maand November, aan den
Heer Gouverneur van S.t Eustatius gead„
„dresseerd, bij hem Kapitein Luitenant eerst
was gemist doch naderhand ontdekt dat
dezelve op het lak van de andere missive
was
539
December 30. was gekleefd, en aan den genoemden Heer
Gouverneur ter hand gesteld.
zie het rapport van den kapitein Luiten
„nant de quartel, als mede de aanschrij„ en kommt. aduit: van
„ving van den Gouverneur van P. Eustatin,
onder N„os
N„o 714.
De Majoor Titulair kommandant der
Artillerie, heeft heden, bij missive, ingezon
„den de bij § 2 onzer dispositie van den 20
November ll n„o 609 van hem gevraagde
stukken, benevens eene lijst der Heeren officie
„ren, welke verlangen deel te nemen in het
doen graveren en drukken van Artillerie
teekeningen, ter verzending aan het Ministe
„rie voor het Publieke onderwijs, de Natu„
„nale Nijverheid en de Kolonien, benevens de
organisatie en zamenstelling van het Coop
artillerie in deze kolonie.
E.
Jan Heelis