Full Text / Transcription of https://coleccion.aw/show/?NL-HaNA_2.10.01_3627


Journaal
van den
Gouverneur van Curacao
van het
3e kwartaal
1820
3 Kw 1820 Journaal, gehouden by den
Gouverneur Generaal adinterim
van Curacao en Onderhoorige
Eilanden Bonaire en Aruba.
No. 325 1820
Gelezen zynde een rekwest van Telix Gnader July 1.
rama, geleidende eene verklaring tot bewijs dat
hy het beroep van Apotheker heeft waargenomen
en houdende verzoek om eene Apotheek te mogen
oprigten, welk verzoek geappuijeerd wordt door
eenige Ingezetenen dezes Eilands, dewelke de on=
=der het rekwest gestelde declaratie hebben onder tee
kend, Zie het rekwest, de verklaring en declaratie
onder N=o 41, dewelke aldus nog luiden.
/ F. J.J.
En gelet op het voormelde appui van de Ingeze„
tenen, ten aanzien van des rekwestrants verzoek,
als mede dat de medicinae Doctor J. L. Cabnera,
de bovengemelde verklaring wegens der rekwestrants be„
=kwaamheid en bevoegdheid tot het beroep van Apo=
theker, mede heeft onderteekend.
Is daarop goedgevonden en verstaan: des rekwestrant
verzoek te accorderen en denzelven dienvolgens te
permitteren, zoo als geschiedt bij deze, om eene ap„
„theek op dit Eiland op te rigten.
Een afschrift hiervan, zal aan den rekwestrant
tot informatie, worden afgegeven.
N:o 326.
De Raad Contrarolleur Generaal der Financien ad„
interim ingezonden hebbende eene petitie van den Ma
=gazyn-Meester van alle Magazynen, wegens benoodigd=
heden in's Lands magazynen, gedurende het derde
kwartaal dezer Jaars.
/: En
July En de gemelde petitie gezien en geexamineerd zyn
Is goedgevonden en verstaan: dezelve petitie, door
ons, als gezien, onderteekend, aan den Raad Contrarolleur
Generaal der Financien adinterim by deze terug te doen
toekomen, en denzelven hierby te autoriseren, om op
den Magazijnmeester, het zy in eens, of van tyd tot tyd,
zoo als hy zal oordeelen meest overeenkomstig eener goede
en geregelde directie te zyn, autorisatie te verleenen
tot den aankoop der op de petitie aangevraagde benoo
=digdheden.
Een afschrift hiervan, zal aan den Raad Contrarol
„leur Generaal der Financien adenterein, tot informatie
en nangt, worden toegezonden.
Niets byzonden voorgevallen.
N.o 327
Op het Ministerie voor het Publieke Onderwys, de
Nationale Nyverheid en de Kolonien getrokken drie
wissels van N.o 53 tot N:o 55 ten bedrage van
ƒ 6291„ 35 of P:s 4638„ 2„ 1. tot betaling van mi„
„litaire tractementen en soldijen over de gepas
„seerde maand Juny.
N:o 328.
Gelezen zynde eene missive van den Luitenant
Kolonel D. J. van de Linde, Kommandant van het
Bataillon Jagers N.o 28 en der Troepen alhier, dd 3.e
dezer, waarin hij zwarigheid maakt om met het
Brikschip van de Heeren Burg en Jutting genaamd
Lisette, gevoerd door schipper P. P. Akkerman, de
reis naar het moederland te ondernemen, uit hoofde
hy, door deskundige Zeelieden, welke de vis meermalen
hebben gedaan, is geinformeerd geworden, dat het be=
„doelde Britschip geene bekwame scheepsgelegenheid
July 3. is om te repatrieren en stellig is afgeraden de reis
met hetzelve te ondernemen; waarvan hy de eer
heeft ons te informeren. Zie de missive onder N.o 122.
En overwegende: dat de Heer D. Beng, mede eige
„naar van het hiervoren gemelde Brikschip, op ons
ernstig verzoek, heeft aangenomen om, en tevens verze=
=kerd heeft dat, op het voormelde vaartuig zoodanige
inrigting zal plaats hebben, welke aan den genoem„
den Luitenant Kolonel zoo veel gemak als mogelyk
is, zal kunnen bezorgen; met betuiging tevens dat
het vaartuig in alle opzigten tot de reis bekwaam
Is daarop aan den voornoemden Luitenant Kolonel,
tot antwoord op zyne voormelde missive, te kennen
gegeven: dat wy, op dergelyke informatien, niet kan
„nen afzien van ons voornemen, om hem, ter voldoening
aan's Konings besluit, met het opgemelde vaartuig
naar het moederland te doen vertrekken, te meer, om
dat wy voldoende berigten, aangaande hetzelve hebben
ingewonnen en onze aanschryving van den 12.e Juny
ll N:o 98 / waarop wy sedert eenige dagen geleden
een antwoord hebben verwacht / eeniglijk bedoelt zyne
accomodatie, waaromtrent hy geene zwarigheid schynt
te hebben, en naar ons inzien geene hebbe kan, door
dien de eigenaars om de verzekering hebben gegeven,
dat alles zal worden ingerigt om hem zoo veel gemak
te bezorgen als mogelyk zal zyn. — Dat: indien 'er
dus werkelyk, redenen bestaan, welke het ongeraden
maken, dat hy Luitenant Kolonel, de reis naar het
moederland, met het voorzeide Brikschip Lisette on=
„derneme, wij dan van hem vorderen de spoedige
enzending van eene declaratie door die bedoelde
derkundige zeelieden onder presentatie van eede, onder=
=teekend,
July =teekend, waarin opgegeven worden de redenen waarom
het Brikschip de Lisette geene bekwame scheepige=
„legenheid is om te repatriëren, en die hen bewogen
hebben hem Luitenant Kolonel stellig af te raden
de reis met hetzelve te ondernemen; waarna wy
zullen disponeren, zoo als wy bevinden zullen overeen=
=komstig zyner Majesteits bevel te behooren; zullende
hy zich echter reisvaardig houden, om zich op de
eerste order, naar het moederland in te schepen.
No. 329.
zyn ingezonden de verantwoording stukken van het
militaire Hospitaal, over de gepasseerde maand Juny
en het tweede kwartaal dezes Jaars.
No. 330.
Zijner Majesteits Brik de Merkuur is heden van
Lalquaira binnen deze Haven terug gekeerd.
No. 331
Op verzoek van den Luitenant Kolonel, Zomman=
„dant der Troepen, is 'er een krygnaad benoemd over
de volgende militairen. namelyk:
Den Jager Holwich, als deserteur.
Den Jager Tiendensteen, wegens insubordinatie, en
Den Jager Schurer, mede wegens insubordinatie.
No. 332.
De Magazyn meester van alle magazynen, heeft
ingezonden, processen verbaal, in triplo, van den
staat, waar in de fustaadjen, met militaire rantsoe„
„nen, op den 29.e dezer, met het driemantschip de Sara
Maria, Schipper Pieter Bortijn, aangebragt, zyn ontvan„
„gew.
N.o 333.
Gelezen zynde een rekwest van den Kapitein der
Artillerie P. C. Simon, houdende verzoek om voor een
Jaar;
July 5. Jaar te mogen repatriëren. Zie het rekwest onder
N.o 42, hetwelk aldus nog luidt:
/ T: P.
Is goedgevonden en verstaan: aan den rekwestrant
te verleenen, zoo als aan hem verleend wordt by deze,
verlof voor den tyd van twaalf achtereenvolgende maan„
=den, om naar het moederland, tot afdoening van fa„
„millie zaken, te vertrekken; ingaande dit verlof met
den dag van zyn vertrek uit deze kolonie, onder genot
van zoodanig gedeelte zyn tractements als bij het Minis„
„terie voor het Publieke Onderwys, de Nationale Nyverheid
en de Kolonien zal worden bepaald
Een afschrift hiervan, zal aan den rekwestrant, tot
informatie en om hem te strekken tot acte van verlof,
worden uitgereikt, terwyl van dit verleende verlof aan
den Luitenant Kolonel, Kommandant der Troepen zal
worden kennis gegeven.
N:o 334
zyn, in triplo, ontvangen Generale staat der
voornaamste artillerie behoeften, zich den 1=e dezer
maand, op dit Eiland bevindende; en extract uit het
dagregister der ontvangsten en uitgaven by de maga
=zijnen van artillerie alhier, in het tweede kwartaal
dezes Jaars.
No. 335.
Gelezen zynde een rekwest van Maria Margaritha
Wensel, houdende verzoek om het lyk van haren
man Francisco Luyando, buiten hare prejuditie,
te mogen doen begraven. Zie het rekwest onder
N:o 43, hetwelk aldus nog luidt:
/ T. I./
Is goedgevonden en verstaan: het verzoek van de
rekwestrante te accorderen, zoo als geschiedt by deze,
— mits
July mits niemand zich daartegen stelle en, in cas
van ab intestato, daarvan worde kennis gegeven,
ter Weeskamer daar het behoort
Een afschrift hiervan, zal aan de rekwestrante, tot
informatie, worden afgegeven.
No. 31
Gelezen zynde eene missive van den Raad Fiscaal
adinterim, dd 7=e dezer N=o 115, geleidende twee doen„
=menten door hem van de Parnassim der Joodsche
gemeente ontvangen, en, bij wyze van interpretatie
der Publicatie van den 6=e Juny ll, ons welmeenen vra=
gende, of krachten het eerste artikel, de openbare
begraven is plegtigheden en het bidden aan de sterfkui„
„zen mede behooren geweerd te worden van hen die
zich van de Joodsche gemeente hebben gerepareerd, ten
einde zich daarnaar te kunnen reguleren. Zie de missive
onder N=o 123.
Gezien de voorzeide documenten en gelet op onze
bedoelde publicatie van den 6:e Juny ll
Is goedgevonden en verstaan: den Raad Fiscaal aden=
terim, tot antwoord op zijne voorenelde missive, by
deze aan te schryven: dat alle Godsdienstoefening zoo wel
by begravenissen als anderzins, welke niet geschieden vol=
„gens de bepalingen en voorschriften van het kerkelyk
Reglement der Joodsche gemeente alhier, krachtdadig,
en met de uiterste gestrengheid der wetten, moeten
worden tegengegaan, aangezien wij, van oordeel zyn, dat
de rust en goede orde in deze kolonie zulks vorderen.
Een afschrift hiervan, zal aan den Raad Fiscaal ad=
interim, tot informatie en narigt, worden ter hand
gesteld, en zullen daarby aan denzelven worden terug
gezonden de hiervorenbedoelde documenten, van welke,
kopyen tot bylagen dezes onder N=o 124 & 125 worden
gehouden
July gehouden.
No. 337
De stukken betreffende den geneeskundigen dienst
over het tweede kwartaal dezes Jaars, zyn heden onts
„vangen.
No. 338
Zyner Majesteits Korvet de komeet, is heden van
La Guara, voor deze haven terug gekeerd, onder convooi
hebbende een vaartuig naar dit Eiland gedestineerd
No. 339.
Op een rapport van den Kapitein Luitenant ter zee
J. Blom, kommanderende zyner Majesteits Korvet de
komeet, voor deze Haven kruisende, dd 9.e deser N.o
38, hetwelk gisteren bij ons ontvangen en onder N.o
126, te vinden is
werd heden het volgende antwoord gegeven. By
ontvangst van UwelEd: Gestr: rapport van den 9=e
dezer N.o 38, waarin UwelEd: Gestr: verzoekt, dat ik
order zoude stellen, ten einde aan U WelEd: Gestr
drie stukken houts worden verstrekt, tot het herstellen
der schade, welke zijner Majesteits korvet de komeet, in
het opwerken naar de spaansche kust, heeft geleden,
het ik den Kapitein Luitenant ter zee H. W. de quartel
verzocht, om zich te belasten met de bezorging van de
bedoelde stukken houts, ten korte en voor rekening van
UWelEd: Gestr:, en de genoemde Kapitein Luitenant heeft
op zich genomen zulks ten uitvoer te brengen.
Ofschoon de dienst van zyner Majesteits voormelde
Zorvet, in het verleenen van Convooi, niet terstond be=
„noodigd is, zoo blyft het echter zeker, dat de veiligheid
van den handel en de scheepvaart dezer Kolonie, het
verblyf van dien bodem in deze Zeëen, zoo lang als zulks
doenlijk is, dringend vordert, dan, vermits ik omtrent
—. de
July de noodzakelykheid van deszelfs terug reis niet kan
oordeelen, zoo laat ik dit punt geheel en al aan
UWelEd: Gestr: over, met invitatie nogtans om, ingeval
UWelEd: Gestr: de reis naar Suriname, terstond na de
herstelling der geledene schade, mogt aannemen, na
aldaar gerevictualieerd te zyn, overeenkomstig zyner
Majesteits bevel, den kruistogt in den wateren te her=
vatten.
"Ik zal den Commandeur op het Eiland Bonaire, de
noodige orders doen toekomen om de ververschingen,
welke aldaar, van's Lands wege kunnen worden ver„
strekt, aan UwelEde Gestr: te doen geworden.
N:o 340
Gelezen zynde eene missive van W. Prince, Secre„
„taris van den Raad van Policie op dit Eiland, dd 10.e
dezer, houdende verzoek dat aan hem moge vergund
worden het regt om een vierde gedeelte van zyn tracte=
=ment, sedert den 1e dezer, by delegatie, in het moeder=
=land te doen ontvangen, en dat, dien ten gevolge, heb=
=zelve gedeelte alhier te lande worde ingehouden. Zie de
missive onder N=o 127.
Is goedgevonden en verstaan: het vorenstaande ver„
„zoek van den Secretaris W. Punie te accorderen, gelyk
hetzelve hierbij wordt geaccordeerd, en daarvan, by ex=
„tract dezes, aan denzelven en aan, den Raad Contrarolleur
Generaal der Financien adinterim, tot informatie en na
=rigt, kennis te geven.
N=o 341.
De Luitenant ter zee van de 2=e classe Tam,
dienende op zyner Majesteits Brik de Merkuur, de=
welke het antwoord, in het verhandelde onder N.o 339,
aan den Kapitein Luitenant ter zee J. Blom, kom„
„manderende Zyner Majesteits Zorvet de kommet krui=
sende
July 10. =sende voor deze Haven, bezorgd had, heeft namens den
voornoemden Kapitein Luitenant ter zee aan ons gerappor
=teerd, dat hy Kapitein Luitenant zyne vis naar Suriname
zoude voortzetten
No: 342.
Is gelezen eene missive van den Heer W. Prince
Secretaris van den Raad van Policie op dit Erland,
dat 11.e dezer, houdende kennis geving, dat hy, ten
gevolge onzer gunstige dispositie van den 10=e dezer
N.o 340, op zyn verzoek van dien dag, by acte van
dezen datum, gemagtigd heeft den Heer J: Deeleman
Bom, wonende te Amsterdam, om een vierde ge=
=deelte van zyn Jaarlyksch tractement, sedert den 1=e
dezer, by het Ministerie voor het Publieke Onderwys, de
Nationale Nyverheid en de Kolonien te ontvangen
Zie de missive onder N=o 128, dewelke voor informatie
wordt gehouden.
N:o 343.
Gelezen zynde eene missive van den Raad contra
=rolleur Generaal der Financien adinterem, dd 11:e dezer
N.o 304, houdende: dat de weduwe Matthias Schot
=borgh JL, haar huis gelegen achter het hoofdforties, te
koop aangeboden heeft en dat hetzelve, volgens taxatie
van den Kapitein Ingenieur H. J. Abbring „ blyken des
=zelfs by deze missive overgelegden brief, waardig is
de som van drie honderd pezor van achten, voor welke
som de genoemde Weduwe Matthias Scholborgh J=t
genegen is het bedoelde huis te verkoopen; terwyl de
gemelde Raad Contrarolleur verzoekt onze meening der
aangaande te mogen vernemen, en ingeval wy mogten
goedvinden het gezegde huis tegen den gewaardeerden
prys aan te koopen, hem als dan de noodige autorisatie
daartoe, als ook tot de opmaking der ordonnancie in betalen,
July 11. te doen geworden. Zie de missive en bylaag onder
N=os 129 & 130
Is goedgevonden en verstaan: den Raad Contrarol
„leur Generaal der Financien adinterim bij deze te
autoriseren tot het aankoopen, voor rekening en ten
behoeve van den Lande, van het hiervoungemelde
huis toebehoorende aan de weduwe Matthias Schol=
=borgh J=t, ende zulks voor de som van drie honderd
pezor van achten, voor dewelke eene ordonnancie op
de Koloniale kas aan de verkoopster zal worden af
gegeven.
Een afschrift hiervan zal aan den Raad Contra
=volleur Generaal der Financien aduiterem tot infor=
„matie en autorisatie worden toegezonden.
N:o 344
Aan de Heeren Burg en Iutting, Kooplieden, by
missive, verzocht: om ons met den vast bepaalden
Zeildag van hun Ed:s Brik genaamd Lirette, gevoerd
door Schipper P. P. Akkerman; dewelke naar Am
=sterdam gedestineerd is, bekend te maken en tevens
te informeren op welk uur van dien dag dezelve
Brik uit deze Haven zal zeilen
N.o 345
De volgende stukken zyn door den Raad Contrarol=
=leur Generaal der Financien adinterim, in duplo, in=
=gezonden. namelyk.
De Maandelyksche rekening van den Ontvanger Gene„
„raal adinterim over Iuny ll
Den Maand - staat over Juny ll, met de daarby be„
=hoorende bylagen, en
Den laatsten driemaandelijkscheen staat van de Ma=
„gazynen.
Als mede den staat van het ingehoudene ¼ van
„ des
July 12 der Havenmeesters tractement over het 2.e kwartaal
dezes Iaars, met de wissels en advies brieven tot
overmaking van het beloop der ingehoudene penningen
N:o 346.
Gelezen zynde eene missive van de Heeren Burg
en Sutting, kooplieden alhier, dd 13=e dezer, houdende;
tot antwoord op onze aanschryving van gisteren / Zie
het verhandelde onder N.o 344 / om door hun Ed te
worden bekend gemaakt met den vast bepaalden
Zeildag van hunne Brik Lisette, naar Amsterdam,
dat het vertrek van die Brik tot op Donderdag
den 27.e dezer is uitgesteld, maar dat het niet in
hun vermogen is, het uur van den dag te bepalen, de
=wyl zulks van wind, weer en andere omstandigheden
afhangt. Zie de missive onder N=o 131.
En aangezien de Luitenant Kolonel D. J. van de Einde
Kommandant van het Bataillon Jager N.o 28 en der
Troepen alhier, tot nog in gebreken is gebleven te vol=
doen aan onze vordering in dato 3=e dezer, / Zie het
verhandelde onder N=o 328/ betreffende de inzending
eener declaratie, onder presentatie van eede onder tee„
„kend, waarin worden opgegeven de redenen waarom
het Brikschip Lisette geene bekwame scheepsgelegen
heid is, om te repatriëren
Is der voornoemde Luitenant Kolonel D.J. van de Linde
gelast geworden: om zich, op den 27=e dezer maand July,
des morgens voor acht uren, in te schepen aan boord
van het Nederlandsche Britschip genaamd Lisette, gevoerd
door Schipper P. P. Akkerman, in deze Haven liggen
„de, en in dat vaartuig naar het moederland terug te
„keeren. — voorts: om, op den 26=e dezer, het hemman
=dement over de Troepen in garnisoen alhier, aan den
Majoor Titulair der Artillerie D. W. Dursteler, als de
ouds te
July 13. oudste op hem in rang volgende officier over te geven,
en den oudsten Kapitein by het Bataillon Jagers N 28
B. Knapf, te belasten met het Kommandement over
dat gedeelte van het gemelde Bataillon hetwelk op
dit Eiland garniroen houdt; met verdere aanschryving
dat zijne functien als Kommandant van het Bataillon
Jagers N:o 28 en der Troepen in de Kolonie, mitsgaders
ook de uitbetaling van zyn tractement, dien dag zal
=len ophouden.
En is hiervan, in zoo ver het noodig was, aan„
schryving gedaan aan den Majoor Titulair der Artil=
„lerie D. W. Dursteler, ten einde hem met deze order
bekend te maken en om aan hem het Kommandement
der Troepen in deze kolonie, en aan den Kapitein B.
Krapf, dat over het bedoelde gedeelte van het voorzeide
Bataillon, den 26=e dezer, op te dragen; terwyl de Ad=
ministrateur van het Garniesen alhier zyn verwittigd
geworden dat het tractement van den voornoemden
Luitenant Kolonel, niet langer dan tot den 26=e
dezer moet worden uitbetaald; en aan de Heeren Burg
en Iutting werd kennis gegeven dat de genoemde
Luitenant Kolonel gelast is om, op den 27=e dezer, der
morgens voor acht uren, zich in te schepen aan
boord van het Brikschip de Lisette en in hetzelve
naar het moederland te vertrekken.
N.o 347
De Raad Contrarolleur Generaal der Financien
adinterim, heeft ingezonden twee procesien verbaal met
de bijlagen derzelve, in triplo, beiden wegens de,
ten gevolge onser dispositie van den 30=e Juny ll
N.o 319, gehoudene inspectie van de militaire vant
„soenen, den 29.e dier maand aangebragt met het schip
Sara Maria, gevoerd door Schipper Pieter Bortyn
No. 348
July 13. N.o 348.
Gelezen zynde eene missive van den Raad Con„
travolleur Generaal der Financien adinterim, dd 13.e
dezer N=o 305, houdende kennisgeving van het by hem
ontvangen berigt van den Ontvanger Generaal adinteien
en van den Accynsmeester, dat hunne eischen Contra
de kooplieden Beng en Jutting, de eerste wegens de
betaling van de bewuste recognitie gelden, ten
bedrage van P=s 105 en de andere voor eene rekening
van accijnsgelden groot P:s 94. 4. beiden voor ingevoerde
madera wyn, by sententie van het Hof van Civile en
criminele Justitie ontzegd zijn, met de kosten; verzoe
=kende de gemelde Raad Contrarolleur onze meening
te mogen vernemen, aangaande het opmaken van
Ordonnancien ter betaling zoo van de reeds ingeleverde
Procureurs rekeningen, als van die welke door den
pleitbezorgen van partij, ingevolge Sententie, mogten
worden ingeleverd. Zie de voorzeide missive onder N=o 132
Is goedgevonden en verstaan: den Raad Contrarolleur
Generaal der Financien adinterem by deze te verwitti„
=gen, dat de ingeleverde Procureurs rekeningen by
missive vermeld, ieder ten bedrage van Vyf en twin
„tig peros van achten en twee realen, moeten worden
betaald en dat daarvoor ondonnancien op de koloniale
kas zullen worden afgegeven.
Een afschrift hiervan, zal aan den Raad Contravolleur
Generaal der Financien adinterien, tot informatie en
narigt, worden toegezonden.
Niets byzonders voorgevallen.
N.o 349.
Gelezen zynde een rekwest van Gysbert Vos Jz, hou=
—. derde
July dende verzoek om het lyk van zynen behuwd broeder
Jacobus Plaate, dewelke by hem is overleden, buiten
praejuditie te mogen aanvaarden en ter aarde doen
bestellen. Zie het rekwest onder N=o 44, hetwelk aldus
/ T: P./ nog luidt:
Is goedgevonden en verstaan: des rekwestrants ver„
=zoek te accorderen, zoo als geschiedt by deze, mits
niemand zich daartegen stelle en, der vereischende, hier
van worde kennis gegeven ter Weer- Onbeheerde- en
dervlate - boedel-kamer alhier
Een afschrift hiervan, zal aan den rekwestrant, tot
informatie, worden afgegeven.
N=o 350.
Zyner Majesteits Brik de Merkuur, is heden
uitgezeild, om convooi, naar de Havens van Puerto Cavello
en Laljuaira, te verleenen
No. 351.
Zyn door den Raad Contrarolleur Generaal der
Financien adinterim ingezonden, de volgende stukken,
namelyk:
Den staat van ontvangst en Uitgaaf over het tweede
kwartaal dezes Jaars, en dien van den calculativen
Ontvangst en Uitgaaf in dit loopend kwartaal, in triplo.
zyn Journaal over de maanden April, Mei en Iuny ll
Het duplicaat van dat over het eerste kwartaal dezer
Jaars.
N.o 352.
Ontvangen zynde van de Administrateurs des garni„
„zoens alhier, den generalen staat in duplo van gedane
kortingen en uitgaven, by dezelve, over het afgeloopene
tweede kwartaal dezes Jaars, is een deszelven aan den
Raad Contrarolleur Generaal der Financien adinterim
toegezonden
July toegezonden geworden.
Niets byzonders voorgevallen
Vervolg dezes Journaals
by den Gouverneur Generaal
adenterem M.r I. I. Elsevier
N.o 353.
Heden des avonds te half zeven ure werd het
tremig berigt van het zoo even overlijden van zyne
Excellentie M.r P. B. van Starckenborgh, Gouverneur
Generaal adinterim dezer Kolonien, door den Gouver„
nements Secretaris vergezeld van den Gouvernements
Adjudant, aan ons mede gedeeld.
Wy begaven ons dies kort daarna op het Gou„
=vernements huis alwaar het Lyk van den voornoem
=den overledenen gouverneur Generaal adinterim zich
bevond en gelastten dat de Leden van den Raad van
Policie en de President en Leden van den Raad van
Civile en Criminele Justitie, tot het houden eener ge=
„combineerde vergadering zouden worden geconvoceerd,
om te volbrengen het gene, in het 13=e Art: van
het Reglement op het beleid der regering alhier, ten
aanzien der vervulling van de vacante bediening
van Gouverneur Generaal is voorgeschreven.
De Leden van den Raad van Policie en de Pre
=sident en Leden van den Raad van Civile en Crimi=
=nele Justitie, in de Raad-kamer vergaderd zijnde, o
„penden wy de gecombineerde vergadering, aan dewel„
=ke wy van des voornoemden Gouverneur Generaals ad=
„interim overlyden kennis gaven; en na alvorens door
den Gouvernements Secretaris geinformeerd te zyn
dat 'er geene secrete missive of lastbrief, welke in
het hier voren aangehaalde 13=e Artikel des voorzeiden
reglements bedoeld wordt, aanwezig was, verklaarden
S:
July 20. wy, als de eerste in aang zynde ambtenaar, over=
eenkomstig het evengemelde artikel, de bediening van
Gouverneur Generaal adinterim van Curacao en Onderhoo=
=rige Eilanden te zullen aanvaarden en bereid te zyn
den voorgeschreven Eed af te leggen, indien de Leden
geene bedenking daartegen hadden in te brengen,
waarop in het negatief geantwoord zynde, aanvaard=
„den wy terstond de bediening van Gouverneur
Generaal adenterem over deze kolonien en hebben den
daarop staande eed in handen van het oudste
Lid van den Raad van Policie afgelegd; waarna
de gecombineerde vergadering door om tot den volgenden
dag, des voor den middags te half elf ure werd ge=
adjourneerd
Vervolgens bragten wy ter kennis van den Kemman=
„dant der Troepen dat wy de bediening van Gouverneur
Generaal adinterim aanvaard hadden en de volgende
order op de begravenis van den overledenen Gouverneur
Generaal adinterim, werd gegeven.
te weten:
De vlag van het hoofdfort Amsterdam wordt den
21=e dezer, des morgens te zeven ure, halve stok gehe„
schen, en 17 rouw schoten minuurtsgewyze zullen
'er te gelyk by de artillerie worden gedaan.
Het geheele Garnisoen, komt dien dag onder de
wapenen, binnen het hoofd Fort Amsterdam, der voor
den middags te half elf ure om by de openbare voor„
„stelling van den Gouverneur Generaal adinterim te
adsisteren, waarna hetzelve zal inrukken en der na„
middags, te half vier ure, uitgezonderd de artilleristen
wederom onder de wapenen komen, beide keeren in
groote uniform met de sjerpen om; ten einde by de
begravenis, volgens het Reglement, te adsisteren
„ de
July 20. De Slip dragers zullen zyn
De Oudste Kapitein by het Bataillon Schuttery
De Kapitein by het Bataillon Jagers N:o 28 B. krapf
De 1=e Kapitein Ingenieur H. I. Abbreng. en
De Kapitein der Artillerie P. C. Simon
Twaalf Onder Officieren zullen het lyk dragen
De kommandant der Troepen, zal het Garnisoen
kommanderen.
Bij het afsteken van des overledenen Gouverneur Ge„
=neraals lyk van den wal om naar de begraafplaats
te worden getransporteerd, zullen 'er 15 minuut scho=
=ten, door de artillerie, worden gedaan.
Het dragen van rouw voor eenen Gouverneur Gene„
„raal niet bepaald zijnde, wordt zulks aan de delicatene
van de Heeren Officieren overgelaten.
De Officieren en manschappen van het Bataillon schut
=tery zullen, in zoo ver dezelve en conform kunnen ge
=kleed zyn, het lyk volgen.
De Troepen zullen niet behoeven het lyk naar de
begraafplaats te volgen.
De respective kommanderende officieren zyn, voor
zoo ver zulks ieder van hen aangaat, met de uitoefening
deser order belast.
N:o 354
Heden ten bepaalden tyde, namelyk des voor den
middags te half elf ure, vergaderden de Leden van
den Raad van Policie en de President en Leden van
den Raad van Civile en Criminele Justitie in eene
gecombineerde vergadering, en na dat het garnizoen
binnen het Fort Amsterdam was gemarscheerd, begaven
wy ons vergezeld van de Leden der gecombineerde vergade„
ring, op de Puye van het Gouvernements huis, alwaar
wy op de gewone wyze in onze voorzeide kwaliteit als
Gouverneur
July 21. Gouverneur Generaal werden voorgesteld, hetwelk op
gelijke wijze, in de Willemstad, ter plaatse alwaar
zulks gebruikelyk is, werd herhaald. Zie de publica=
„tie onder N.o 133.
Na dat deze plegtigheden afgeloopen en wy met de
Leden der gecombineerde vergadering in de Raad-kamer
terug gekeerd waren, gaven wij ons voornemen tot de
vervulling van den Raad Fiscaals post en daarna, wan„
„neer zulks noodig en doenlyk was van den post van
President van den Raad van Civile en Criminele Justitie
te kennen, met verzoek om het advies der Leden des=
„wegens te mogen vernemen; dan uit hoofde dat de
Leden niet allen van hetzelfde advies waren, heeft
de vervulling van den Raad Fiskaals post geen
plaats gehad. Zie deswegens de Notulen der gecombr
neerde vergadering onder N.o 134
In den namiddag, werd het lyk van wylen den
voornoemden Gouverneur Generaal adinterim met
de vereischte plegtigheden, ter aarde besteld
No. 355
Is gelezen eene van den Raad Contrarolleur
Generaal der Financien adinterein dd 18:e dezer
N.o 316, aan den overledenen Gouverneur Generaal
adinterim geadreneerd en dien dag ontvangene mis„
„sive, houdende kennis gering van het bevonden
bedrag van het hoofd- en famillie-geld over dit
Jaar, ter somme van P.l 11,147„- waarvan een ge=
deelte reeds ontvangen en verrekend is; voorts nog
dat hy order gesteld heeft op de invordering van
het als nog verschuldigde. Zie de missive onder
N.o 135 dewelke voor informatie wordt gehouden.
No. 356.
Gelezen zynde eene missive van de Administrateurs
—. dezes
July 2. dezes garnisoem, dd 18.e dezer 2 d N.o 99, aan
den overledenen Gouverneur Generaal adinterim gea„
dresseerd en dien dag ontvangen, strekkende deselve
ten geleide van de rekening der nalatenschap van
wijlen den bombardier W. Spenis. Zie de missive
onder N.o 136.
Is goedgevonden en verstaan: dat de vereischte
stukken betreffende de nalatenschap van wylen den
Lombardier W: Spenis, als naar gewoonte, aan het Mi
nisterie voor het Publieke Onderwys, de Nationale
Nyverheid en de Kolonien zullen worden ingezonden
N:o 357.
Op verzoek van de Administrateurs dezes garnisoens om
geinformeerd te worden wanneer de Gouverneur Generaal
inspectie over de administratie zoude willen houden, hebben
wy bepaald dat zulks op den 26:e dezer zal geschieden
No. 358.
Gelezen zynde een rekwest van Christiaan Johannes
Timmer, sergeant titulair by het Bataillon Artillerie
van Linie N.o 6, door hem met voorkennis van zyne
superieuren aan den overledenen Gouverneur Generaal
adinterim gepresenteerd, waarin hy, om aangehaalde
redenen, verzoekt zijn ontslag uit den dienst te mogen
bekomen. Zie het rekwest onder N=o 45, hetwelk aldus
/ F. I. nog luidt
Is goedgevonden en verstaan: der rekwestrants verzoek
te accorderen en dien ten gevolge, den zommanderende
Officier der artillerie alhier, by deze te autoriseren om aan
den rekwestrant zijn ontslag uit den militairen dienst
te verleenen.
Afschriften hiervan, zullen aan den rekwestrant en
aan den Majoor Titulair L. W. Dursteler, Kommandant
van het Bataillon artillerie van linie N.o 6, tot respective
informatie
July 22. informatie en autorisatie, worden afgegeven
N.o 359.
Gelezen zynde een rekwest van Rubi Freudenstein
soldaat by de eerste Compagnie van het Bataillon
Jagers N=o 28, verzoekende gratie en pardon van de
straf des doods met den kogel, waartoe hy door den
Krygnaad is gecondemneerd geworden.
En deswegens Conferentie gehouden met den President
admterim van den Raad van Civile en Criminele Justitie
en den waarnemer der functien van Auditeur militair
bij het garnisoen alhier, dewelke, op ons verzoek, de stukken
betrekkelyk tot het proces Contra den voornoemden Rubi
Freudenstein heeft geproduceerd
Is goedgevonden en verstaan het voormelde rekwest te
houden in advies, aangezien de post van Raad Fiscaal
als nog niet is vervuld; doch intusschen hetzelve rekwis
met de voormelde stukken te stellen in handen van
den President adinterim voormeld, gelyk geschied is
N.o 360.
In overweging genomen zynde dat het ambt van
Directeur van den import op de collaterale Succenie, het
„welk wy bekleed hebben, by onze aanvaarding van het
Gouvernement dezer eilanden, van zelven is vacant ge=
=worden; als mede dat er in den Raad van adminis
tratie voor het Pensioen fonds ten behoeve der amb=
„tenaren, waarvan wy lid geweest zyn, om die zelfde
reden, eene vacature is ontstaan; en dat het noodig
is provisioneel in de voorzeide vacatures te vervallen.
Is goedgevonden en verstaan.
1=o Den persoon van Isaac Johannes Elsevier Junior, Klerk
ter Secretary van den Raad van Civile en criminele
Justitie alhier, by deze provisioneel op te dragen de waar„
=neming van den Post van Directeur der imports op de
collaterale
July 22. Collaterale Succenie op dit en de onderhoorige Ei=
=landen; waarvan de noodige publicatie zal worden
gedaan.
Den Gouvernements Secretaris W. Prince, provisioneel
te benoemen, gelyk hy hierby wordt benoemd tot lid
van den Raad van administratie voor het Pennoen en
Fonds alhier ten behoeve der ambtenaren.
En zal van dese laatste benoeming, by extract
dezes worden kennis gegeven aan den genoemden Gouver„
=nements secretaris en den voormelden Raad van Admi=
„nistratie, gelyk ook aan den voornoemden Isaac Johan
„ner Elseveer Junior op gelyke wyze zal worden bekend
gemaakt dat de provisionele waarneming van den
voorzeiden Directeurs port aan hem is opgedragen.
Niets byzonden voorgevallen.
No. 361.
Het Nederlandsche Brikschip Martha en Elisabeth, ge=
„voerd door schipper Gerrit Swart, is heden uit deze Ha=
=ven naar Amsterdam gezeild, zynde geladen met de goederen
die op het hierby gevoegde manifest L:a E vermeld staan
N:o 362.
Is door den Raad Contrarolleur Generaal der Financien
adinterim in triplo ingezonden de generale staat van
militaire kortingen en uitgaven in het tweede kwartaal
dezer Jaars.
No. 363.
De persoon van Isaac Johannes Elsevier Junior, aan
wien de provisionele waarneming van den post van
Directeur adinterim der imports op de collaterale successe„
by onze dispositie van den 22:e dezer N:o 360 is opgedragen
heeft heden. den gewonen eed in die kwaliteit afgelegd:
N=o 364
Gelezen zijnde eene missive van den Predikant by de
Hervormde
July 24. Hervormde gemeente alhier G. B. Bosch, houdende
kennis geving dat hy wenschte gebruik te maken,
van het voorregt om een vierde gedeelte zyns tracte=
=ments, dus de som van ƒ 750, met den eersten Augustus
dezer Jaars, te laten staan om in het moederland te
worden uitbetaald aan den Heer L: E: Borch te Utrecht
Zie de missive onder N=o 137.
Is goedgevonden en verstaan: aan den voornoemden
Predikant by deze te permitteren om een vierde ge„
=deelte van zyn tractement, beginnende met den eersten
der aanstaande maand Augustus, alhier te Lande te
laten inhouden en hetzelve, by delegatie, by het Minis„
=terie voor het Publieke Oarderwys, de Nationale Ny=
„verheid en de kolonien te doen ontvangen
Afschriften hiervan, zullen aan den voornoemden Pre=
dikant en den Raad Contrarolleur Generaal der financien
adinterim, tot informatie en na regt, worden toegezonden.
N:o 365
By ons gezien, gelezen en geexamineerd zynde de
advieren van de Leden van de Raden van Policie en
van Civile en Criminele Justitie, mitsgaders de deductie
van den President van den Raad van Civile en Cri
minele Justitie, van dezelve gerekwireerd in de gecon„
beneerde vergadering van den 21.e dezer, omtrent de
vervulling van den Raad-Fiscaals post.
En overwegende:
1=o Dat het sustenu by sommigen aangevoerd, om„
„trent de ministeriele aanschryving, dd 31:e January
ll N.o 4/2, gansch en al ongegrond is, gemerkt de
zelve geenzins een koninglyk besluit en zich
behelst, maar slechts eene provisionele mesure
welke de Gouverneur Generaal gekwalificeerd
werd te nemen, by het pensioneren van den
Raad
July 25. Raad Fiscaal M.r P. B. van Starckenborgh, doch
nimmer effect gezorteerd heeft, en alzoo door het
Koninglyk Kabinits besluit van den 26.e February
lt N.o 32, vermeld in de Ministeriele aanschry=
„ving van den 29.e dier maand: N.t 4/10, moet ge„
=rekend worden gansch en al vervallen te zyn; en
dat mitsdien, hieruit voor den Heer M.r H. R
Haijunga geen regt van reclame is geboren gewor=
=den, boven een hoogeren en ouderen ambtenaar,
dewelke bovendien den vereischten ouderdom, volgens
het reglement op het beleid: der regering alhier, be„
„zit, welke de genoemde M:r Hayunga niet heeft
en noch, veel minder, had op den 31.e January
ll, terwyl ook nergens van eenige dispensatie blykt,
welke alleen en privativelyk by zyne Majesteit
zoude kunnen geaccordeerd zijn geweest.
Dat met opzigt tot het Collegie der Weer On„
=beheerde - en desolate - boedel- kamer, het hier=
=vorengemelde reglement geen stellig verbod in=
„houdt, omtrent bloedverwantschap of Zwagerschap
van den Raad Fiscaal of Raad Contrarolleur
Generaal der Financien, met de administrerende
Weesmeesteren.
Oordeelt.
Aan de eene zyde: dat 'er geene termen gevonden
worden om den Heer M=r D. Serrurier, van het Raad
Fiscaals ambt aduiterim te secluderen.
Dan, in overweging genomen zijnde aan den anderen
kant: dat men geenzins ten oogmerk heeft om den
Heer M.r H. R. Hayunga, in zyn vermeend regt eenige
attein te toe te brengen, of door eventuele benoeming, het
Gouvernement tegen hem te praesecuperen; edoch dat
de bediening van Raad - Fiscaal evenwel behoort te
worden
July 25. worden vervield.
Is goedgevonden en verstaan:
1=o Den Heer M:r D. Serrurier, President adinterin
van den Raad van Civile en Criminele Justitie,
als de oudste in rang zynde ambtenaar, te kwali=
=ficeren, zoo als hy hierby gekwalificeerd wordt, om de
bediening van Raad Fiscaal provisioneel op zich
te nemen, na alvorens den gewonen eed voor ons
te hebben afgelegd, en voorts in functie te treden, onder
genot van de emolumenten aan dien port geacero=
=cheerd, en met behoud van zyn tegenwoordig tracte=
=ment als President voormeld.
2=o Dat, staande deze waarneming van het Raad
Fiscaals ambt, ten opzigte van het Preside bij den
Raad van Civile en Criminele Justitie zal worden in
acht genomen de gewoonte by alle Collegien in gebruik,
by absentie of wettige verhindering van den vasten of
temporairen voorzitter.
3=o Het tractement van den Raad Fiscaal, zal, in dien
tusschen tyd, worden ingehouden.
4=o Dat de voormelde advieren der Leden van de Raden
van Policie en van Civile en Criminele Justitie, als mede
de deductie van den President adinterim van Justitie,
aan het Ministerie voor het Publieke Onderwys, de
Nationale Nyverheid en de Kolonien zullen worden in=
=gezonden, onder afwachting van zyner Majesteits nadere
bevelen.
Dat de oudste plaatsvervanger in den Raad van
Civile en Criminele Justitie, gekwalificeerd wordt om,
inmiddels, als Raad ordinaris op te treden
Zullende by afschriften dezer dispositie, aan de Raden
van Policie en van Civile en Criminele Justitie, als
mede aan den Heer M.r D. Serrurier, daarvan
worden
July 25.
26.
worden kennis gegeven, ten Eene van informatie en
narigt daar het behoort; terwyl aan het eerste Lid
van dezelve dispositie de noodige publiciteit zal worden
gegeven.
N.o 366.
Raad gehouden. Zie de Notulen van heden.
No. 367.
De persoon van Pieter Dirksz Zoek, door den Ka=
mer bewaarder van den Raad van Policie en Bode
by het Collegie van Commercie en Zee-zaken, tot Klerk
op deszelfs kantoor benoemd, heeft den gewonnen eed
in zijne gemelde kwaliteit voor ons afgelegd.
N=o 368.
Op verzoek van den Luitenant Kolonel, Kommandant
der Troepen, is er een Krijgraad benoemd geworden over
den Halve maanblaker Pool en den Jager Wegenaar, de
welke van diefstal beschuldigd zyn, als mede over den
Jager starkenburg, die zich, ten tweede male, aan deser=
„tie heeft schuldig gemaakt.
N:o 369.
De Heer M.r Daniel Serminier, door ons, by dispositie
van den 25=e dezer N.o 365, gekwalificeerd om de be=
„diening van Raad Fiscaal provisioneel op zich te nemen,
heeft den gewonen eed in die kwaliteit voor ons afge„
„legd, en is daarop het 1:e Lid onzer vermelde dispositie,
dienaangaande, op ^gewone wyze afgekondigd
No. 370.
Is op zyn verzoek voor ons gecompareerd de Luitenant
Kolonel D. J. van de Linde, dewelke verklaard heeft
aan de order van het overgeven van heb commando
op heden. / Zie het verhandelde op den 13.e deser N.o
346 / promptelyk te zullen voldoen; dan, dat hy
zich in de onmogelykheid bevindt om te embarkeren
—: op
July 26. op het Brikschip Lisette, aangemerkt 'er geene plaats
is om eenig passagier te bergen: waarop de Haven
meester door ons gelast werd inspectie te doen; terwyl
mede de genoemde Luitenant Koloniel aan ons heeft
geexhibeerd en ter hand gesteld:
1=o Een Certificaat dd 15=e dezer maand July, van
diverse schippers liggende in de Haven, zulks
Corroborerende.
Verklaring van heden, afgegeven door de Heeren
Schuler, Cabieza en Bevers, practiserende genier:
heeren, houdende dat de passage niet zoude kun=
nen geschieden, dan met risico van eene Lenuw ziekte
te ondergaan.
Waarna de Havenmeester ons rapport heeft gedaan,
het vorenstaande, ten opzigte van de localiteit en der
gezondheid, corroborerende
Dien ten gevolge verklaarden wy in het niet embar„
kement van den voornoemden Luitenant Kolonel te
zullen berusten en deswegens rapport doen aan den
Minister, met Kopyelyk overzending dezer declaratoiren;
zullende hy verpligt blyven om met het nu eerstva„
rend schip naar het moederland te vertrekken, hetwelk
de Sara Maria zyn zal en daartoe door ons gedestineerd
wordt.
N:o 371.
Gelezen zynde een rekwest van Louis Loiseau,
houdende verzoek om, na den eed: van getrouwhied aan
zyne Majesteit den Zoning te hebben afgelegd, zich als
burger en Inivoner alhier te mogen nederzetten. Zie het
rekwest onder h.o 46. hetwelk aldus nog luidt.
/ F. I./
En gelet op het daaronder staande declaratoir.
Is goedgevonden en verstaan: des rekwestrants ver„
zoek
July 27. zoek te accorderen, gelyk geschiedt by deze, mits be=
talende de daarop staande belasting ten behoeve van
het Fonds, tot vernietiging der bewyzen van afgekeurde
Johannissen.
Een afschrift hiervan, zal aan den rekwestrant,
tot informatie, worden afgegeven.
N:o 372.
Gelezen zijnde een by ons ontvangen rekwest van
Moses Delvalle Cadet, Supercarga van de Britsche
Brik Marten gevoerd door Schipper John Taijlor,
te Aruba liggende, houdende dat het voormelde vaar=
tuig uit nood Aruba aangedaan hebbende, een gedeelte
van deszelfs lading, bestaande in muilezels en mais, al=
=daar, na vooraf het vereischte Consent daartoe te hebben
bekomen is ontscheept geworden, ten einde reparatie aan
hetzelve zoude kunnen geschieden; edoch, dat hy
Rikwestrant is aangezegd, dat voor de muilezels ge
regtigheid van invoer, welke van hem is gevorderd, zou
„de moeten worden betaald en waarvoor een borg ge
=steld is, indien dit Gouvernement zulks mogt goed
vinden; weshalve hy rekwestrant verzoekt dat zyne
aangehaalde redenen in aanmerking mogen worden
genomen. Zie het rekwest onder N:o 47, hetwelk aldus
/ S: S./ nog luidt.
Is goedgevonden en verstaan: den Vice Commandeur
van het Eiland Aruba aan te schryven, gelyk geschiedt
by deze; dat, ingeval de lading van de voormelde Buk
is ontscheept geworden, om redenen die in het rekwest
zyn ter neder gesteld, en de ontscheepte meiserels terstond,
na gedane reparatie aan het vaartuig, in hetzelve zyn
mede genomen, als dan, overeenkomstig de bestaande
bepaling, geene regten op dezelve muilezels verschuldigd
zyn, noch kunnen gevorderd worden.
Afschriften
July 27. Afschriften hiervan, zullen aan den rekwestrant
en aan den Vice Commandeur van het Eiland Aruba
tot informatie en narigt, worden toegezonden.
No. 373.
De Comptabiliteit van het garnizoen alhier gein
specteerd en dezelve afgeteekend; zynde volgens het kas=
boek de som van ƒ 586. 32 op den 18.e dezer in han
„den van den Kwartier Meester overgebleven, welke geringe
som niet zal behoeven in de koloniale kas gestort te
worden maar, by eene nadere inspectie, te gelyk met
de nog als voorschot te verstrekkene sommen, worden
verrekend.
N:o 374.
Het Nederlandsche koopvaardy Britschip genaamd
Lisette, gevoerd door schipper P. P. Akkerman, is
heden naar Amsterdam gezeild, met de lading; dewelke
vermeld staat op het hierby gevoegde manifest onder
L.a S.
No. 375.
Heden voor den middag, zyn op het Gouvernements
huis, op onze invitatie gecompareerd M=r Daniel Serru„
„rier Raad-fiscaal adinterim en M:r Herman Rudolph
Hayunga Lid in den Raad van Civile en Criminele
Justitie, aan dewelke wy te kennen gaven dat deze
Conferentie gehouden werd om hun Ed.s adviesen op het
rekwest van gratie door den gecondemneerden Jager
Robi Freudenstein gepresenteerd, te vernemen.
De Raad-Fiscaal adenterein leverde daarop zyn
advies over.
M.r H. R: Hayunga zeide: dat hy op onze order
gekomen was, edoch als Auditeur Militair zich onbe„
„voegd achtte in deze te adviseren, maar op eene schrif=
telyk bevel van ons, daaraan zoude voldoen.
Wy
July 28 Wy antwoordden dat hy M:r Hayunga niet was
geroepen als Auditeur Militair, maar wel als lid
van den Raad van Civile en Criminele Justitie, om,
wegens de ontstentenis van eenen President van gemelden
Raad en uit hoofde van de Zwagerschap tusschen
den Raad Fiscaal en het oudste Lid van dien Raad
M.r W. W. Duyckinck, in deze, naar aanleiding van
Art: 63 des reglements op het beleid der regering, te
adviseren, en waartoe hy M.r Hayunga eene schrif
„telyke kwalificatie zoude bekomen; waarop zyn Ed:
heeft aangenomen aan ons verlangen te voldoen en
verzocht de stukken betreffende de onderhavige zaak
te mogen hebben, dewelke aan hem zyn afgegeven
geworden.
N=o 376.
Vermits het Præsidie van den Raad van Civile
en Criminele Justitie in de Zaken van het Officie
Fiscaal contra David Cohen Henriquer en L. Boge,
waarover wy, ingevolge Gouvernements dispositie van
den 21.e December 1819, N=o 689 als President in
den gemelden Raad gefungeerd hebben, by onze optree„
„ding in de bediening van Gouverneur Generaal adi„
„terim, is komen te vaceren
En aangerien het raadzaam is dat de President
adenterim van den voormelden Raad M.r Daniel Serrurier,
ofschoon dezelve thans het ambt van Raad-Fiscaal
waarneemt, over de zaken die voor denzelven raad nog
aanhangig zijn blijve praesideren
Is goedgevonden en verstaan: dat M.r Daniel
semmer zal praesideren in den Raad van Civile in
criminele Justitie over alle zoodanige zaken die bij
zyne provisionele benoeming tot het Raad-fiscaals
ambt, voor denzelven Raad aanhangig waren, en tevens
—: het
July 28. het praesidie waarnemen in de hiervoren gemelde
Zaken Contra D. C. Henriquez en L. Boije, in welke
M:r H. R. Hayunga als Fiscaal ageert
Zullende afschriften hiervan aan den Raad van
Civile en Criminele Justitie, als mede aan de Heeren
M.r D. Serrurier en M=r H. R. Hayunga, tot in=
=formatie en narigt, worden toegezonden.
No. 37
Gelezen zijnde eene missive van den Raad Con
„trarolleur Generaal der Financien aduiterim, dd
28.e dezer N.o 332, handelende over het verstrekken
van ververschingen en brandhout aan zijner Ma=
„jesteits schepen op deze station. Zie de missive onder
No. 158.
Is goedgevonden en verstaan: den Raad Con„
„travolleur Generaal der Financien adinterim by deze
aan te schryven: dat wij best oordeelen voor als
nog geene verandering te maken ten aanzien van
het verstrekken van ververschingen, bestaande in scha„
„pen of kabrieten, als mede van brandhout, aan zyner
Majesteits schepen op deze station, wanneer dezelve
het Eiland Benaire van tyd tot tyd aandoen, ende
zulks op eene matige wyze en wanneer die ver„
„strekking van schapen of kabieten de teelt daarvan
niet zal kunnen benadeelen; terwijl ten aanzien van
brandhout, moet verstaan worden dat hetzelve wel
te Bonaire, alwaar dat artikel afkomstig is en wanneer
daardoor niet te kort gedaan wordt aan de behoeften
van het Gouvernement, zal mogen worden verstrekt,
edoch van het gene alhier te Lande mogt worden
afgeleverd, zal 'er betaling moeten geschieden.
Een afschrift hiervan, zal aan den Raad contra=
„volleur Generaal der Financien adinterim, tot informatie
en
July 28.
29.
en narigt, worden toegezonden
No. 378.
Gelezen zynde eene missive van den Raad Con„
=travolleur Generaal der Financien adinterim, de
28.e dezer N.o 333, opzigtelyk de betaling van twee
rekeningen van den procureur voor de kooplieden
Bing en Jutting, wegens kosten gevallen in zaken
Contra den Ontvanger Generaal en den Accynsmeester,
waaromtrent de meening van den Gouverneur Generaal
in dato 13=e dezer onder N=o 305 reeds gevraagd is
Zie de missive onder N.o 139.
Is goedgevonden en verstaan: den Raad Contrarol=
=leur Generaal der Financien aduiterum, by extract dezer,
aan te zeggen dat de voormelde rekeningen uit de
koloniale kas moeten worden betaald en daarvoor ordon
=nancien zullen worden opgemaakt en afgegeven.
N=o 379
De persoon van Louis Loiscau, heeft den gewonen
eed van getrouwheid, aan zyne Majesteit den koning af
„gelegd.
No. 380.
Gelezen zynde het advies van M.r H. R. Hayunga
Lid van den Raad van Civile en Criminele Justitie
op dit Eiland, van hem gevraagd op het rekwest
van gratie door den gecondemneerden Plankeur Rubi
Trendenstein gepresenteerd. Zie het advies onder N=o 14
En herzien het mede daarop ingekomen advies van
M:r D. Serrurier, President adinterim van den Raad
van Civile en Criminele Justitie alhier, waarnemende
het ambt van Raad-Fiscaal. Zie hetzelve onder
N.o 141.
Voorts nog nader gezien en gelezen het vonnis der
doods door eenen daartoe benoemden kryguaad, op den
July 29. 18.e dezer gewezen Contra den voornoemden Rubi
Treudenstein, Flankeur by de 1.e Compagnie van het
Bataillon Jagers N.o 28, als mede al de stukken ten
processe gediend hebbende
Daarop, gelet op de hier vorengemelde favorabele adviesen,
en disponerende op het voormelde rekwest van gratie
door den opgenoemden Freudenstein gepresenteerd. Zie
het rekwest onder N:o 48, mitsgaders nog het ver=
handelde in datis 22.e en 28.e deser N.ry 359 en 375.
Is goedgevonden en verstaan: uit kragte van artikel
63 der reglements op het beleed der regering alhier,
waarby aan den Gouverneur Generaal, in maniere
als daarin is vermeld, de magt is verleend tot het
verleenen van gratie of pardon, de straf der doods
met den kogel waartoe de hiervorengenoemde Rubi
Freudenstein door den krygeraad, in dato 18.e dezer, is
gecondemneerd geworden te mitigeren door dezelve te
Commuteren, zoo als geschiedt by deze, tot de straf
van den kruiwagen op dit Eiland, voor den tyd van
twaalf achtereenvolgende Jaren
Een afschrift hiervan, zal aan den krygnaad in
deze, worden toegezonden ten einde aan denzelven te
strekken tot informatie en om voorts deze dispositie
te doen executeren
Niets byzonders voorgevallen.
No. 381.
De Administrateurs dezes garniervens hebben ter
onzer kennis gebragt dat, vermits de Luitenant Kolo„
„nel D. J. van de Linde het kommande van het
Bataillon Jagers N.o 28 aan den kapitein en fungerenden
Majoor B. Krapf heeft overgedragen, de laatstgenoemde
officier, ingevolge Art: 105 van het reglement van
administratie, het praesidium in den Raad van adminis„
—: tratie
July 31. =tratie op zich heeft genomen.
N=o 382.
Zyner Majesteits Brik de Merkuur, is van
Guerto Cavello terug gekeerd.
No. 383
Gelezen zijnde eene missive van de administra„
=teur dezes garnesoens, dd 31=e dezer 2 d. N.o 102,
houdende voordragt, uit hoofde der aangehaalde rede
=nen, dat de uitdeeling van brood aan de troepen
in de plaats van twee, drie maal in de week ge=
schiede, en dat de magazynmeester worde gelast aan de
getrouwde Onder officieren en manschappen derzelver
aantsoenen afzonderlyk uit te geven en aan de kompag
„nie zelve, zoo veel minder rantsoenen te verstrekken
Zie de missive onder N:o 14-3
Is goed gevonden en verstaan: te bepalen, zoo als
hierbij bepaald wordt, dat de uitdeeling van brood aan
de troepen, voortaan, drie keeren in de week, namelyk
des Dingsdags, Donderdags en Zaturdags zal geschil
den; en dat de rantsoenen van getrouwde onderofficie
ren en manschappen niet te gelyk met anderen zullen
worden uitgereikt, maar wel afzonderlijk uit gegeven,
in diervoege dat het aantal rantsoenen voor de gehuwden
zal worden afgekort van iedere Zompagnies lyst, en de aldus
afgekorte rantsoenen aan de gezamenlyke gehuwde onder
Officieren en manschappen, compagnieswyze, worden ver„
„strekt.
Wordende de Raad Contravolleur Generaal der Financien
adinterim geautoriseerd de noodige orders te stellen dat
het vorenstaande worde nagekomen
En zullen afschriften hiervan, aan de administrateurs
dezes garnizoens en den Raad Contr: Generaal der Finan=
„cien adenterein, tot informatie en narigt, worden toege„
zouden.
July 31.
Augustus 1.
zonden.
No. 384.
Gelezen zynde eene missive van de administra
„teurs dezes garnizoens, dd 31=e dezer 2 d: N:o 101, hou„
„dende dat de Luitenant Kolonel D. J. van de Linde,
den kwartiermeester mondeling gezegd hebbende, dat
zyn tractement met den 26.e dezer maand ophoudt,
de raad van administratie zich in deze bezwaard
vindt dewijl dezelve het regt niet heeft om het
tractement van eenig Officier te doen ophouden,
zonder speciale order daaromtrent. Zie de missive
onder N=o 143.
En gelet dat eene dusdanige order in dato 13.' dezer
aan de voormelde administrateurs reeds toegezonden
is geworden, werd aan dezelve daarvan kennis gegeven
en de Luitenant Kolonel D. J. van de Linde, de
„welke des= tyds president van den raad van admi„
nistratie was, aangeschreven: dat wij, vernomen heb=
„bende dat de hiervorenbedoelde order ter kennis
der administrateurs niet is gebragt, hem dienvolgens
gelasten om die order aan den raad van administratie
te doen toekomen; waarvan mede aan denzelven
raad werd kennis gegeven.
N=o 385.
Fiat executie verleend op de volgende sententien,
door den daartoe benoemden Zrygnaad gewezen contra
Martin Wegher, Jacob Cornelis Starckenburg solda=
ten by de 3.e Kompagnie, en Frederik Jool, Halve„
„maanblarer, allen van het Bataillon Jagers N.o 28,
de eerstgenoemde Martin Wegher wegens diefstal, tot
den Zuiwagen voor den tyd van drie achtereenvolgende
Jaren; de tweede genoemde Jacob Cornelis Starckenburg
wegens dezertie, tot het afnemen der Cocarde gedw„
... rende
Augustus 1. rende een Jaar, een honderdtal nietslagen en acht
dagen detentie; en de laatstgenoemde Frederik Jool,
mede uit hoofde van diefstal, tot den kruiwagen voor
den tyd van een Jaar gecondemneerd
N„ 386.
Heden de geboortedag zynde van zyne koninglyke
Hoogheid Willem Alexander Frederik Constantyn Nico=
laar Michael, tweede zoon van zyne koninglyke Hoog
heid den Prim van Oranje, heeft het garnisoen groote
parade gehouden, en des middags zyn de gewone salut
Schoten gedaan.
N:o 387.
Gelezen zijnde een rekwest van Antonio Ceilano
„vichy, houdende verzoek dat het ons behagen moge
hem, onder den gewonen eed van getrouwheid aan
Zyne Majesteit den Zoning, als burger en inwoner
alhier te consenteren, onder het genot der voorregten
daarvan. Zie het rekwest onder N=o 49, hetwelk al
dus nog luidt: / F: I./
En gelet op het daaronder gestelde declaratoir
Is goedgevonden en verstaan: der rekwestrants ver„
zoek te accorderen, zoo als geschiedt by deze, mits
betalende de daarop staande belasting ten behoeve
van het fonds tot vernietiging der bewyzen van afge=
keurde Johannissen.
Een afschrift hiervan, zal aan den rekwestrant, tot
informatie, worden afgegeven.
No. 388
Door het praesiderende Lid in den Raad van Civile
en Criminele Justitie aan ons, mondeling, gecommuni=
„ceerd zijnde de instantie van den Heer J. H. Sutermeister,
houdende verzoek, met allegatie van redenen, om als Raad
Ordinaris adinterim niet in aanmerking te mogen komen,
waartoe
Augustus 3. waartoe hy anderzins als oudste plaatsvervanger,
by onze dispositie van den 25.e July ll N.o 365 ge„
wepen was.
Is daarop goedgevonden en verstaan: daarin te
berusten en den tweeden plaatsvervanger den Heer
G. Striddels te kwalificeren, zoo als hy hierby wordt
gekwalificeerd, om voortaan als Raad Ordinaris in den
voormelden Raad van Justitie zitting te nemen; ter=
„wijl de welgemelde Raad by deze geinviteerd wordt,
om aan ons eene nominatie van twee of meerdere
personen aan te bieden, ten einde wy een tweede
plaatsvervanger daaruit kunnen kiezen.
Een afschrift hiervan, zal aan den Raad van
Civile en Criminele Justitie, tot informatie en narigt,
worden toegezonden.
N=o 389.
Heden morgen het Militaire Hospitaal geinspecteerd
en, naar het ons is voorgekomen, was de daarin ge=
„houdene directie van dien aard, dat deswegens geene
aanmerking te maken is.
N:o 390.
De stukken betreffende den hospitaal - dienst, over
de gepasseerde maand July, zyn heden ingeleverd.
No. 391.
Op voordragt van den Raad Contrarolleur Generaal
der Financien adinterim, dat de ten Ontvanger Generaals
kantoor berustende bewyzen van gesplitse ordonnancien
zouden vernietigd worden en deze vernieitiging voor de
laatste worde gehouden, ofschoon er mogt blyken dat
eenige van die bewyzen als nog niet zyn ingewisseld
en wel zulks om dat de houders daarvan door hem
Raad Contrarolleur daartoe zyn opgeroepen, en be=
„hoorlyke tyd tot de inwisseling is verleend geworden.
—. Is
Augustus A Is de Kist in dewelke het bedrag der oningewis„
„selde bewijzen van gesplitse ordonnancien bewaard
was, in de tegenwoordigheid van den Raad Contrarol=
^ en den Ontvanger Generaal adisiten
„leur Generaal der Financien adinterim ^ dewelke ieder
een afzonderlyken sleutel daarvan hadden, geopend
geworden; waarin gevonden werd aan ordonnancien
en geld de som van P=s 245„ —„— uit welke som
zeven der voormelde bewyzen ieder van tien peros
van achten, die in handen van den Ontvanger Generaal
waren, werden ingewisseld en het saldo ter somma
van P=s 175 aan denzelven Ontvanger ten behoeve
der Koloniale kas afgegeven. Zie het document
alhier onder N.o 144
Vervolgens gelet zynde dat de Raad Contrarolleur
Generaal der Financien adenterim bij advertissementen,
dd 22:e February en 21:e April dezes Jaars in de Curaca
Osche Couranten N=os 9 en 17, de houders van bewyzen
der gesplitste ordonnancien heeft opgeroepen om die
bewyzen ten kantore van den Ontvanger Generaal te
komen inwisselen; en dat de laatste termyn daartoe
op ultimo der voormelde maand April is verschenen.
Is daarop goedgevonden en verstaan:
1.o Dat voortaan geene bewyzen der gesplitste ordonnan
„cien op de Lands kantoren zullen worden aangenomen,
waaromtrent de Raad Contrarolleur Generaal der
Financien de noodige aanschryvingen aan de respective
comptabele ambtenaren zal hebben te doen.
Dat het aanteekenings boek der afgifte en vernieti
„ging der voormelde bewyzen, aan den Raad Contravalleur
zal worden ter hand gesteld, gelyk geschied is, om ten
zynen kantore te blyven berusten; en dat de vernietigde
bewyzen voormeld, dewelke in de voorzeide kist gevonden
werden, zullen worden verbaand, waartoe deselve bewyzen
aan
Augustus A aan den Raad Contrarolleur, den Ontvanger Generaal
adenterim en den Gouvernements Secretaris zijn afgegeven
geworden.
En vermits in de hier vorengemelde kist gevonden zyn
twee Kap-machines, dewelke tot het kappen van zilveren
pattinjes zijn gebezigd geworden en, ingevolge besluit
van den Raad van Policie, dd 18=e Mei 1819 N:o 8 moes=
=ten worden bewaard, zyn de gemelde machines aan den
Raad Contravolleur Generaal, den Ontvanger Generaale
adinterim en den Gouvernements Secretaris ter hand ge
=steld om dezelve buiten de Haven in zee te werpen.
Zullende een afschrift hiervan, aan den Raad Contra=
„rolleur Generaal der Financien adenterim, worden afgegeven
N.o 392.
De persoon van Antonio Ceilanovichey, heeft den
gewonen eed van getrouwheid aan Zyne Majesteit
den koning voor ons afgelegd.
N.o 393.
Gelezen zynde eene missive van den Raad van
Civile en Criminele Justitie alhier, dd 4=e deser, houden=
„de, ter voldoening aan onze dispositie van den 3=e dezer
N=o 388, eene nominatie van drie personen, ten einde
de keuze van eenen regter plaats vervanger in den ge„
=melden Raad, door ons uit die nominatie te worden
gedaan. Zie de missive onder N:o 145.
Is goedgevonden en verstaan: den op de gemelde no=
„minatie genoemden heer I. N. C. Jutting, te benoemen,
gelyk hy hierbyx wordt benoemd tot regter plaatsver„
„vanger in den Raad van Civile en criminele Justitie
op dit Eiland.
Afschriften hiervan, zullen aan den Raad voormeld en
den voornoemden Heer I. N. C. Jutting, tot respective
informatie, worden toegezonden.
N.o 394.
Augustus 5. No. 394.
Op het Ministerie voor het Publieke Onderwys,
de Nationale Nyverheid en de Kolonien getrokken
zes wissels van N:o 56 tot N.o 61 ten bedrage
van ƒ 6351. 95 of P:s 4423. 5. — voor militaire
tractementen en soldyen over de gepasseerde maand
July.
N:o 395.
Gelezen zynde een rekwest van Renier Tiederick
van Raders, Kapitein by het Bataillon Jagers N.o
23, houdende verzoek, dat aan hem logisgeld, sedert
den 1=e July ll worde uitbetaald, aangezien hy by
zyne terugkomst van verlof, al de officiers woningen
geoccupeerd heeft gevonden en Art: 238 van het
reglement van administratie voor de troepen in de
West-Indische kolonien bepaalt, dat officieren die met
geen logement in natura kunnen worden voorzien
logis geld zullen genieten. Zie het rekwest onder
N=o 50, hetwelk aldus nog luidt:
/ F. I. /
En gelet dat geen der lands gebouwen disponibel
is om den rekwestrant tot woning te kunnen worden
aangewezen.
Is daarop goedgevonden en verstaan: aan den voor=
„noemden rekwestrant by deze te accorderen de gewone
indemniteit voor huishuur, of logis geld tegen twintig
guldens H: C:t in de maand, sedert den 1:e July ll en
betaalbaar uit de administratie kan van het garnisoen
alhier
Afschriften hiervan, zullen aan den rekwestrant en
de Administrateurs dezes garniroens, tot respective infor„
matie en autorisatie, worden toegezonden
Niets byzonders voorgevallen.
N.o 396
Augustus 7. No.396.
Gelezen zynde eene missive van den Raad Con„
„travolleur Generaal der Financien adenterim dd 5.e dezer
N.o 346, houdende: dat zich twee vaten gezouten
vleesch in het magazyn bevinden, dewelke tot dis„
„tributie ongeschikt zyn; weshalve hy verzoekt dezel„
ve, zoo mede vier vaten meel, waarvan 2 op den 17:'
February ll en de andere 2 op den 23=e Maart ll door
den bakker afgekeurd en in het magazyn liggende
zyn, by publieke opveiling te mogen laten verkoopen
Zie de missive onder N.o 146.
Is goedgevonden en verstaan: den Raad Contrarolleur
Generaal der Financien adinterim by deze te autoriseren
om de hiervoren bedoelde twee vaten geroesten vleesch
en vier vaten meel, by publieke opveiling te doen ver„
=koopen.
No. 397.
Heden de geboorte dag zijnde van Hare koninglyke
Hoogheid Mevrouw de Princes Douariere van Oranje
Nassau,'s Zonings moeder, heeft het garniroen
groote parade gehouden, en des middags zyn de ge„
=wone salut schoten gedaan.
No. 398.
Is gelezen eene missive van I. N. C. Jutting, tot
antwoord op onze dispositie van den 5=e dezer N=o 393.
waarby hy tot regter plaatsvervanger in den Raad
van Civile en Criminele Justitie is benoemd geworden,
edoch van welke benoeming hij, om aangehaalde redenen,
verzoekt geexcuseerd te worden. Zie de missive onder
N.o 147, dewelke in advies wordt gehouden.
N.o 399.
Op een rekwest van Catharina Ogenia Lyba, ge„
dateerd 8.e Augustus 1820, om Richard Senior,
—. op
Augustus 8 op interrogatorien te mogen hooren, is het volgende
marginale appointement verleend en hetzelve rekwest,
als naar gewoonte, in originali afgegeven, te weten:
Na ingenomen te hebben het advies van het oudste
Lid van den Raad van Civile en Criminele Justitie,
het praesidie in denzelven waarnemende, wordt het
verzoek van de rekwestrante geaccordeerd. "
N.o 400.
Gelezen zynde eene voordragt van de Schoolopzienen
dezes eilands dd 6.e dezer, betreffende:
Eerstelyk: de benoeming van klaar van Eekhout, school=
„houder der 2:e klasse alhier, tot schoolonderwyzer op
het onderhoorige eiland Aruba, onder genot van een
Jaarlykschen onderstand van vier honderd peror van
achten uit de koloniale kas.
Tweeden: de vervulling van de in het voormelde geval
vacant te worden plaats van Schoolonderwyzer der
2=e klasse.
Derdens: het nadeel hetwelk het Schoolwezen alhier
lijdt, door dien de gedeporteerden uit het moederland
zich in den post van onderwyzer der Jeugd begeven.
En deze voorstellen rypelyk overwegende: Zie de
voordragt onder N=o 148.
Is goedgevonden en verstaan:
1=o Het eerste dezer voorstellen, namelyk, dat: ten aan„
„zien der benoeming van den persoon van klaas van
Eekhout, schoolhouder der 2=e Klasse alhier, tot school
onderwyzer op het onderhoorige eiland Aruba, goed te
„keuren en dienvolgens den genoemden klaas van Eek=
„hout by deze tot onderwyzer der Jeugd op het gemelde
eiland te benoemen en denzelven voorts te gedogen
om onderwys in den Godsdienst aldaar te geven,
alles echter op zoodanige verordeningen, welke wy,
—. Met
Augustus 8 met overleg der opzienezen van het schoolwezen op
dit eiland, zullen raadzaam oordeelen
2=o Aan den voornoemden Klaas van Eekhout te ac
=corderen, zoo als geschiedt by deze een Jaarlyksch
tractement van vier honderd peros van achten, waar
van een vierde uit de armen kas der eilands Aruba
en het overige uit de koloniale kan alhier zal
worden uitbetaald.
3.o Opzigtelyk de andere voorstellen, dat dezelve in advies
worden gehouden.
zullende een afschrift dezer dispontie aan de opzie„
„ners van het schoolwezen, gelyk ook extracten der=
zelve in zoo ver zulks hun aangaat, aan den be„
noemden klaas van Eekhout, den Raad Contravelleur
Generaal der Financien adinterim en den Vice Comman„
deur op het eiland Aruba, tot respective informatie
en narigt, worden toegezonden
No. 401.
Gelezen zynde eene missive van den voorzitter der
Israelitische of Joodsche gemeente alhier dd 8.e de„
=zer, geleidende, ter voldoening aan de Gouvernements pu„
„blicatie in dato 6:e Juny ll; eene lyst van de leden
der vorengemelde gemeente, dewelke zich, sedert de
laatste opgave, by missive in dato 7:e Juny ll, alhier
onder N=o 149 te vinden, allengskens van die gemeente
hebben afgescheiden. Zie de eerstgemelde missive onder
No. 150.
Is goedgevonden en verstaan: overeenkomstig de voor=
zeide publicatie, eene kopij der opgemelde lyst aan
het officie Fiscaal, hetwelk reeds in het bezit is der
eerste opgave, bij extract dezes, te doen toekomen
N=o 102.
De rekening van het ontvanger Generaal's kantoor, over
Augustus 9 de gepasseerde maand July, is door den Raad Contra„
volleur Generaal der Financien adinterim, in duplo,
ingezonden.
N.o 403.
Gelezen zynde eene missive van den Raad Contra„
volleur Generaal der Financien aduiterim, dd 9.e dezer
N.o 362, opzigtelijk een vat ryst hetwelk door vol
met stof en op den bodem verpakt te zijn, niet in
dien staat ter distributie geschikt was, waardoor
de ryst uitgewaaid en op het gewigt een verlies van
acht en zestig ponden geleden zynde, wordt onze
approbatie daarop verzocht. Zie de missive onder
No. 151.
Is goedgevonden en verstaan: in het verrigtene ten
dere te berusten en hiervan, by extract dezes, aan den
Raad Contrarolleur Generaal der Financien adinterin ken„
nis te geven.
N:o 104.
De staat der magazynen over de gepasseerde
maand July, met de bylagen derzelve, in duplo, zyn
door den Raad Contravalleur Generaal der Financien
adentenim, ingezonden
N:o 405.
Het Nederlandsche brigantijn schip genaamd Henrietta
Wilhelmina, gevoerd door schipper P. J. Kerkhoven,
mede brengende bouw materialen ten behoeve dezer
kolonie, als mede vivres voor de Troepen alhier, is heden
van Amsterdam in deze Haven aangekomen; zijnde
by deze gelegenheid ontvangen de duplicaten van de
met het schip Sara Maria op den 29=e Juny ll ont
„vangene vier aanschryvingen van het Ministerie voor
het Publieke Onderwys, de Nationale Nyverheid en
de Kolonien, mitsgaders nog de volgende originelen van
— het
Augustus 11. het gemelde Ministerie:
namelyk:
N.o 3/17 lb 28 April 1820.
1/18 „ 26 Mei
9 Junij d:o 3/19 „
14 d=o /20 „
N=o 406.
Nader gelezen zijnde eene resolutie van Zijne Ex
=cellentie den Minister voor het Publicke Onderwys,
de Nationale Nyverheid en de kolonien, dd 14=e
1820 N=o 1/20, met de missive van dien datum en
van hetzelfde nummer ontvangen, geleidende fac=
„turen en Cognossementen van de bouwmaterdalen
en militaire rantsoenen geladen in het op gisteren van
Amsterdam aangekomen, brigantijnschip genaamd Hen„
=rietta Wilhelmina, gevoerd door schipper P. I. Kerk=
=hoven.
Is goedgevonden en verstaan.
Kopyen der voorzeide facturen en Cognorementen te
doen toekomen aan den Raad Contrarolleur Generaal
der financien adinterim en den Magazyn meester van
alle magazynen, met autorisatie op den laatstgemelden
om de daarop vermelde goederen in ontvang te ne=
men en de vereischte processen verbaal deswegens
in triplo op den bepaalden tyd in te zenden.
2.o Tot de inspectie der militaire rantsoenen by deze
te benoemen den Raad Contrarolleur Generaal der
Financien adinterim, den Magazijn meester van alle
magazynen, den Kapitein R. F: van Raders, den 1=e
Luitenant W. Blanken en de kooplieden Daniel
Bing en Abraham De Veer Junior, zullende aan de
voornoemde Officieren en kooplieden hiervan, op de gewone
wyze, worden kennis gegeven.
Augustus 12. 3=o Den magazynmeester van alle magazijnen, den eer=
=sten Kapitein Ingenieur, dewelke hier omtrent zal worden
aangeschreven, en den boekhouder en Opper=commies
ten kantore van den Raad Contrarolleur Generaal hier„
by te kwalificeren om de bouw materialen te inspec„
=teren.
4.o Dat processen verbaal van deze inspectien, zullen
opgemaakt en, in triplo, aan ons worden overgelegd.
Afschriften hiervan, zullen aan den Raad Contra=
„volleur Generaal der Financien adenterem en den Maga
zyn meester van alle magazynen, tot informatie en
narigt, worden toegezonden.
N=o 107.
Nader gelezen zynde eene resolutie van zyne Exeel=
„lentie den Minister voor het Publieke Onderwys, de
Nationale Nyverheid en de Kolonien, dd 26=e Mei
1820 N=o 6/18, met de missive van dien datum en van
hetzelfde nummer ontvangen, houdende kennisgeving
dat zijne Majesteit, by besluit van den 17=e der gemelde
maand Mei N.o 13, aan den 1=e Luitenant J. Jarman
J:r van het bataillon Jagers N=o 28, toen met verlof
in het moederland, op deszelfs verzoek, honorabele de„
„minie uit's rijks dienst heeft verleend; terwyl de
Gouverneur Generaal adenterim daarby, voor zoo veel
noodig, de novo wordt herzinnend dat deze vacature
door den in ancienniteit van rang volgenden eersten
Luitenant à la suite zal behooren te worden ver„
=vuld.
Is goedgevonden en verstaan: den kommandant
van dat gedeelte van het bataillon Jagers N=o 28 het
„welk op dit eiland in garnieven is, en den Raad van
administratie dezes garnisoens by extract dezes, van het
vorenstaande te doen kennis dragen, om zich naar
= hetzelve
Augustus 12. hetzelve te gedragen
N=o 208
Nader gelezen zynde eene aanschryving van
Zijne Excellentie den Minister voor de Marine, dd
1=e Juny 1820, N:o 23/57 4, 1=e afdeeling, 1 =e bureau, ac=
=curerende den ontvangst der missive van den overlede„
„nen Heer Gouverneur Generaal adentezim, dd 18:e Maart
deszelven Jaars, N=o 2, en houdende dat de noodige or
=ders door den Gouverneur Generaal worden gesteld,
dat de folior van dek en onder officieren, welke
na de aankomst der laatste versterking, nog in de
volle van zijner Majesteits brik de Merkuur mogten
komen te ontbreken, zoo veel mogelijk, by wijze van
promotie, uit de mindere kwaliteiten worden ver=
vuld, en dat, na het completeren der rolle op die
wyze, de daarvoor alhier aangenomene schepelingen
weder worden ontslagen. — voorts dat, wat aangaat
het nog ontbrekende, op de voormelde brik van een
Chirurgyn Majoor en één victualiemeester, daarin
by de eerste gelegenheid zal worden voorzien; ter
wyl de Gouverneur Generaal al mede orders zal
hebben te stellen, dat, inmiddels de victualie
dienst aan boord der gemelde brik, onder onmid„
=delyk toezigt van de Kommandant, den kapitein
Luitenant ter Zee de Quartel, door een der officieren
onder deszelfs bevel, of wel door den schryver, behoor„
„lyk en overeenkomstig de derwegen bestaande voor
„schriften, worde waargenomen.
Is goedgevonden en verstaan: het vorenstaande
by extract dezer, ter kennis te brengen van den
kapitein Luitenant ter Zee H. W. de quartel, Kom„
„manderende zyner Majesteits brik de Merkuur, om
zich naar hetzelve te gedragen.
No. 409
Augustus 12. No. 409.
Gelezen zynde eene minute van den Gouverne„
=ments Secretaris W:m Prince, dd 12.e dezer, houdende
verzoek om gepermitteerd te worden van zijn Jaar„
lyksch tractement ter somme van ƒ 2000, een vier„
„de gedeelte, zynde ƒ 500, van den eersten der aan=
staande maand October af te rekenen, alhier te
lande te laten inhouden, ten einde hetzelve, by
delegatie, in het moederland, door de Heeren Inringer
H=o te Amsterdam, dewelke hy daartoe zal mag
„tigen, te doen ontvangen. Zie de missive onder
No. 152.
Is goedgevonden en verstaan: het vorenstaande ver„
„zoek te accorderen, zoo als hetzelve geaccordeerd wordt
by deze.
Afschriften hiervan, zullen aan den Gouvernements
Secretaris en den Raad Contrarolleur Generaal der
Financien adinterim, tot respective informatie en na=
„rigt, worden afgegeven.
N=o 410.
Gelezen zynde een rekwest van Louis Jean.
Pierre Carillon 1:e Luitenant by het bataillon
Jagers N.o 28, verzoekende, om aangehaalde redenen,
dat het ons moge behagen aan hem achwertrant
een Jaar verlof naar het moederland, met behoud
van geheel Europeesch tractement, te accorderen.
Zie het rekwest onder N:o 51, hetwelk aldus nog
/ F. I./ luidt
Is goedgevonden en verstaan: aan den rekwes
„trant, op grond van het door hem aangevoerde, te ver„
„leenen, zoo als aan hem hierby verleend wordt, ver
„lof voor den tyd van een Jaar, om naar het moeder
„land te vertrekken, onder genot van niet meer dan de
—. helft
Augustus 12. helft van het tractement hetwelk hem in het
moederland zoude toekomen; ingaande dit verlof
met den dag zyner inscheping
Een afschrift dezer dispositie zal aan den rekwer„
„trant, tot informatie en om aan hem te strekken
tot acte van verlof, worden uitgereikt; terwijl daar„
van aan den Kommandant der Troepen zal wor„
„den kennis gegeven.
N.o 411.
Is gelezen eene missive van klaas van Eek
„hout, dd 12.e dezer in rescriptie op onze dispositie
van den 8.e dezer N.o 400, waarby hy tot school
en Godsdienst = onderwyzer op het eiland Aruba is
benoemd geworden. Zie de missive onder N.o 153, de
welke voor notificatie wordt gehouden.
N=o 412
Niettegenstaande dat aan den Luitenant Kolo
„nel D. J. van de Lende, op den 26=e July ll, by
gelegenheid dat zijne verzending naar het moeder„
=land, met het brikschip Lisette werd uitgesteld, is
te kennen gegeven geworden, dat hy met het schip
de Sara Maria, hetwelk de eerste gelegenheid daartoe
aanbood, zoude moeten vertrekken
Is hem, nogtans heden by missive, verwittigd, dat
het voormelde schip, waarmede hij naar het moeder=
„land zal hebben te retourneren, in den loop dezer
maand zal vertrekken, en dat hij met den zeildag
nader zal worden bekend gemaakt; terwyl de Heeren
Bing en Jutting, kooplieden alhier, als eigenaren
of consignatarissen van dat schip, zyn verzocht
geworden om den schipper van hetzelve kennis te ge„
„ven dat de voornoemde Luitenant Kolonel van de
Linde daarmede zal vertrekken, en dat de by het
/: Gouvernement
Augustus 13. Gouvernement bepaalde vrachtgelden, in het moeder„
land zullen worden betaald; hebbende wy aan die
Heeren ons verlangen te kennen gegeven van te ver=
nemen den tyd wanneer het meergemelde schip de reis
zal aannemen.
No. A13.
Gelezen zijnde een rekwest van I. P. Schmidt,
magazynmeester der artillerie alhier, houdende ver=
„zoek dat zyn rekwestrants zoon Johannes Rudolph
schmidt, om redenen by het rekwest aangehaald, tot
klerk by de magazynen van Oorlog moge worden
aangesteld, met zoodanig tractement als wy mogten
goedvinden. Zie het rekwest onder N=o 52, hetwelk
aldus nog luidt: / F. I./
En gelet dat de rekwestrant zich per rekwest dd
20.e October 1818 aan Zijne Majesteit heeft geadresseerd
en, onder anderen, verzocht heeft dat hem een Conduc
=teur worde toegevoegd; welk rekwest aan den des tyds
Gouverneur Generaal ten fine van consideratien en ad
vier toegezonden en daarop in dato 16:e July 1819
N.o 100 berigt zijnde, als nog geene aanschryving
deswegens is ontvangen.
Is dus goedgevonden en verstaan: den rekwestrant
by deze aan te zeggen dat zijner Majesteits welmee„
=nen ten deze, moet worden afgewacht.
Een afschrift hiervan, zal aan den rekwestrant, tot
informatie, worden afgegeven.
N=o 414.
Nader overwegende het in advies gehoudene tweede
en derde voorstel, vervat in eene voordragt van de
schoolopzieners dezer eilands dd 6=e dezer. Zie het
verhandelde onder N=o 400.
Is goedgevonden en verstaan.
Augustus 15. 1.o Op het tweede voorstel, betreffende de vervulling
van de vacante schoolanderwyzers plaats van de
2=e Classe: de voorgedragene wyze van voorziening
in de voorzeide vacature goed te keuren; zullende
wij dienvolgens zyne Excellentie den Minister voor
het Publieke Onderwys, de Nationale Nyverheid
en de Kolonien over de uitzending van eenen school=
=onderwyzer van de 2.e Classe, onderhouden, met
verzoek om zulks te doen bewerkstelligen
Op het derde voorstel, nopens het nadeel hetwelk
het schoolwezen alhier bydt, door dien de gedeporteerden
uit het moederland zich in den post van onderwijzen
der Jeugd begeven: eene gepaste voordragt dienaan:
=gaande aan den voormelden Heer Minister te doen,
ten einde, gelyk reeds door den overledenen Heer
Gouverneur Generaal aduiterim, in dato 10=e Maart te
N=o 26, is voorgesteld, de verzending van misdadigers #
naar dit eiland moge ophouden en daardoor de regt:
=matige bekommernis van het schoolbestuur, zoo
wel als de onaangename gewaar wordingen der Inge
=zetenen en andere niet minder bezwarende omstan„
„digheden, betrekkelyk tot dusdanige persoonen, uit den
weg worden geruimd
Een afschrift hiervan, zal aan het voormelde school=
bestuur, tot informatie, worden toegezonden
N=o 415.
Door den Kapitein Luitenant ter Zee H. W. de
Quartel, kommanderende zyner Majesteits brik de
Merkuur, bekend gemaakt zynde met eene door hem
ontvangene aanschryving van het Ministerie voor de
Marine, behelzende het treurig berigt van het overlyden
van's konings beminde moeder, Mevrouw de Princes
Denariere van Oranje-Nassan, geboren Princes van
Pruisen
Augustus 15. Pruisen, op den 9=e Juny ll
Is daarop goedgevonden en verstaan: dat de offi„
„cieren van zyner Majesteits Zee- en landmagt, alhier
zoo mede alle Civiele Ambtenaren op dit en de onder
=hoorige eilanden, den rouw over deze droevige gebeur„
„tenis, voor den tyd van eene maand zullen aannemen,
ende zulks op den 1=e der aanstaande maand september,
by de expiratie van den rouw die thans, wegens het
overlyden van den Heer Gouverneur Generaal adinterin„
M.r P. B. van Harekenborgh, wordt gedragen.
Zullende hiervan worden kennis gegeven daar het be„
„hoort, en het vorenstaande in de Curacassche Courant
worden geinsereerd.
No. 416.
Is gelezen eene missive van de Heeren Ring en Jutting
dd 14=e dezer, tot antwoord op onze missive, betreffende
het vertrek van den Luitenant Kolonel D. J. van de
Linde met het schip de Sara Maria naar het
moederland, / Zie het verhandelde onder N.o 412 / be
„rigtende dat hun Ed=s den kapitein van dat schip ge=
„last hebben om de noodige schikking, ter overvoering
van den voornoemden Luitenant Kolonel naar Hol
land, te maken; voorts nog dat de zeildag van
het voornoemde vaartuig, denkelyk, tegen den 25e dezer
zal zyn, doch nader aan ons zal worden opgegeven
Zie de voormelde missive onder N.o 154, dewelke voor
informatie wordt gehouden.
No. 417.
Gelezen zynde eene missive van den kapitein Lui
tenant ter zee H. W. de quartel, kommanderende
Zyner Majesteits baik de Merkuur, dd 16.e dezer, stuk
kende tot antwoord op het gene hem uit dit Journaal
in dato 12:e dezer maand onder N.o 408 is bekend
gemaakt
Augustus 16. gemaakt, ten gevolge van de aldaar vermelde aan=
„schryving van het Ministerie voor de Marine; en by
welke missive de genoemde kapitein Luitenant ter
Zee ons, om aangehaalde redenen, in consideratie
geeft, of het niet boter zal zyn de twee kleurlin
gen die alhier aangenomen zyn, in dienst te laten
Zie dezelve missive onder N.o 155
Is goedgevonden en verstaan: in het voorgestelde
ten aanzien der bedoelde kleurlingen te berusten,
en hiervan, by extract dezes, aan den voornoemden
kapitein Luitenant ter zee H. W. de quartel, ken=
=nis te geven.
No. 418.
Gelezen zynde eene missive van den Raad Con:
„trarolleur Generaal der Financien adinterein, dd
16.e dezer N.o 371, opzigtelyk het voorgevallene tus=
„schen hem en den Heer I. W. G. Jutting. Zie deselve
missive onder N.o 156
Is goedgevonden en verstaan: de volgende vercrip
tie aan hem Raad Contrarolleur Generaal te doen
toekomen, te weten: "In andwoord op UE missive
van heden N=o 371 moet ik eerstelyk observeeren, dat,
de conferentien ter zaake der ordonnantie voor vragtpen=
„ningen, ten faveure van de Heeren Burg & Jutting afge=
=geeven, omtrent het permieteeren van dezelve in een
wissel à pari a het al of niet practitable daarvan,
tusschen ons beide alleen heeft plaats gehad, terwyl
naderhand noch in praesentie van de adjudant zik=
„kert is gesprooken over het Hospitaal: dat na afloop
van dit alles de onaangenaame conversatie waarvan
UE brief melding maakt is voorgevallen, die ik niet
anders dan een particuliere entretien hebbe geconside=
„reert; de betrekking welke ik tot de Heer I. W. G.
Iutting
Augustus 16. Jutting hebbe excuseert my om / zonder my in de
merites in te laten / hierin party te stellen : indien
UE deze conversatie tegen UE gehouden als in Officie
geschiet zynde considereert heeft UE volkomen regt
zulks aan de Fiscaal te notificeeren die als dan
weete moet welke actie dieswegens behoort te in„
„stitueeren
Overigens, heb ik als Gouverneur Generaal adsisteren
geen redenen om UE van pligtverzuim te verdenken,
en ben er ver af om particulier in onze officieele
conferentie intelaten, om UE in qualiteit te beleedigen,
hetwelk ik moet repeteeren, dat omtrent het onderhaa
=vig geval, op zulk een wyze door my niet geconsidereert
word, geschied te zijn.
Ik moet eindelyk deze eindigende, myn Leedweeze
te kenne geeve dat het voorgevallene tusschen UE
& de Heer I. W. G. Iutting van heden morgen, aan
„leiding tot een officieele correspondentie gegeeven heeft,
daar de affaire mogelyk door een mondelinge onder=
„houd, in het vriendelyk had kunnen getermineert
worden.
N=o 419
Gelezen zynde een rekwest van Augustin Devarien,
schipper voerende het Fransche brikschip genaamd
La Confiance, thans in deze Haven liggende, ver„
„zoekende verlof, om onder betaling der gewone geregtig
„heden, zoodanig gedeelte der lading van het gemelde
Brikschip te mogen verkoopen, als noodig zal zyn
tot het te gemoet komen en betalen der alhier ge=
=dane kosten, zoo tot reparatie der vaartuigs als ander„
=zins, met betrekking tot deze reis. Zie voorts het rekwest
onder N=o 53, hetwelk aldus nog luidt:
/ I. I./
Is
Augustus 16. Is goedgevonden en verstaan: aan den rekwer„
„trant vry te laten zoodanig gedeelte der lading
van het hiervorengemelde brikschip La Confiance, al
„hier te lande, tegen betaling der daarop staande reg=
=ten, te verkoopen als hy rekwestrant mogt goedvinden
Afschrift hiervan, zal aan den rekwestrant, tot in
„formatie, worden afgegeven.
17:- Niets bijzonders voorgevallen.
N: 420
Is gelezen eene missive van den Raad Contrarol=
leur Generaal der Financien adinterim, dat 18.e dezer,
N.o 375, houdende rapport wegens het in zee werpen
van de twee machines, dewelke tot het kappen van
zilveren pattinjes zyn gebezigd geworden, ende zulks
ter voldoening aan onze dispositie van den 4.e dezer
N.o 391, mitsgaders nog dat zes onder den Gouver„
„nements secretaris berust hebbende yzeren stempel=
tjes van gouden Johannissen, by die gelegenheid zyn
in zee geworpen. Zie de voormelde missive onder
N=o 157, dewelke voor informatie wordt gehouden.
No. 421
Gelezen zijnde eene missive van den President
van den Raad van Justitie, waarnemende de
functien van Raad-Fiscaal, dd 18=e dezer N=o 139,
mitsgaders het daarby vermelde extract en nog
vier documenten in dat extract aangehaald en allen
met de missive overgelegd, betreffende eene klagte van
het Collegie der weer-Onbeheerde - en desolate- boedel=
kamer tegen deszelfs gewezenen procureur D. Gaerste,
waarin de voormelde Fiscaal zoude inquireren, en aan
den Raad van Civile en Criminele Justitie rapport
doen. Zie de missive onder N.o 158 en de voorzeide
stukken, dewelke kopyelyk worden gehouden onder
N.o
Augustus 19 N=o 159, 160, 161, 162 & 163.
En in aanmerking genomen: dat art: 57 van het
reglement op het beleid der regering, het Justitie wesen,
den handel en de scheepvaart dezes eilands, dd 14e Sep
„tember 1815, alleen melding maakt van prohibitie in
de uitoefening van regterlyke functien ten regarde van
bloed verwantschap, Zwagerschap of betrekkingen, en
geenzins voor den publieken aan klager prohibitoor is,
die ex officio agerende, overmits deszelfs wederparty
zyn plinair defensie heeft, de regter hierdoor niet
kan præsceuperen
Is goedgevonden en verstaan: den President van
den Raad van Civile en Criminele Justitie, waarne„
„mende de functien van Fiscaal, te kennen te geven
dat de Gouverneur Generaal adinterim het verleenen
van nadere autorisatie, of dispensatie in het voorhavige
en by gemelde missive vervat geval, als onnodig en
overbodig beschouwt.
Een afschrift hiervan, zal aan het officie Fiscaal,
tot informatie, worden toegezonden, en zullen de voorzeide
aan ons overgelegde stukken daarbij worden geretour=
=neerd.
N=o 222.
Gelezen zijnde eene rekwest en bylaag van Alexan=
„der Evertsz waag- en voormeester alhier, houdende
verzoek, dat het ons, om aangehaalde redenen, moge be
„hagen hem rekwestrant verlof voor den tyd van twaalf
maanden, tot herstel zijner gezondheid te accorderen,
en inmiddels den Heer Isaac Johannes Elseveer Junior
te willen kwalificeren om, ten pericule van den rekwis
„trant en zonder bezwaar van de kas deze bedienin
gen waar te nemen en tot den eed, daarop staande,
te admitteren. Zie het rekwest onder N=o 54, hetwelk
—. aldus
Augustus 19 aldus nog luidt: / F. I./
Is goedgevonden en verstaan: der rekwestrants
twee ledig verzoek te accorderen en dienvolgens:
Denzelven te verleenen verlof voor den tyd van twaalf
maanden om zich, tot herstel van zyne gezondheid, te
begeven, werwaarts hij zal verkiezen
= Den persoon van Isaac Johannes Elzevier Junior te
kwalificeren om de bedieningen van waag- en rooimeer„
„ter alhier, gedurende den verloftyd van den rekwer=
„trant, waar te nemen op zoodanige voorwaarden welke
hy en den rekwestrant onderling zullen overeenkomen,
dus buiten eenig bezwaar voor de koloniale kas
3.o Hierby te vorderen dat de borgen voor den rekwes„
„trant wegens zyne rigtige administratie als waagmeester,
schriftelijk verklaren dat hunne verantwoordelykheid tot den
voornoemden I. J. Elzevier Junior ook in de waarneming
van den gemelden post zal uitstrekken; of dat de genoem
„de I. J. Elsevier J=r zelf behoorlyke cautie stelle voor de
rigtige waarneming van dien post; waarna hy den
gewonen ambts eed voor ons zal kunnen afleggen en
in functie treden.
Afschriften hiervan zullen aan den rekwestrant, den
voornoemden I. J. Elrivier J=o en den Raad Contrarolleur
Generaal der Financien adinterim, tot respective informatie
en narigt, worden toegezonden.
N.o 423
Is van Amsterdam gearriveerd het Nederlandsche
brikschip genaamd de Eendragt, gevoerd door schip=
„per Job Tjeerds Visser, mede brengende bouwmate„
ralen en militaire rantsoenen, van wege het Ministerie
voor het Publieke Onderwys, de Nationale Nyverheid
en de kolonien, in hetzelve naar deze kolonie af„
„geladen; en zyn met deze gelegenheid ontvangen de
—. duplicanten
Augustus 19. duplicaten van de vier ministeriele aanschryvingen
die in dato 11.e dezer ons zyn ter hand gekomen, en
in het verhandelde onder N.o 405 aangeteekend; benevens
nog eene originele aanschryving van hetzelfde Mi=
nisterie voor de kolonien, dd 19.e Juny 1820 N.o
N.o 424.
Nader gelezen zynde eene resolutie van zyne Ex
„cellentie den Minister voor het Publicke Onderwys,
de Nationale Nyverheid en de kolonien dd 19.e Juny
1820 N=o 7/21, met de missive van dien datum en
van hetzelfde nummer ontvangen, geleidende factu
ren en Cognorementen van de bouw materialen en mi
litarie van troenen die geladen zyn in het, heden van
Amsterdam aangekomen, brikschip de Eendragt, gevoerd
door schipper Job Tjeerds Visser.
Is goedgevonden en verstaan:
1=o kopyen der voorzeide facturen en cognorementen te
doen toekomen aan den Raad Contrarolleur Gene
raal der Financien adinterim en den Magazynmees=
ter van alle magazynen, met autorisatie op den
laatstgemelden om de daarop vermelde goederen in
ontvang te nemen en de deswegens vereischt wordende
proeenen verbaal, in triplo, binnen den bepaalden tijd
aan ons over te leggen.
2=o Vermits de inspectien der bouw materialen en
militaire rantsoenen met het brikschip Henrietta
Wilhelmina, op den 11=e dezer aangebragt, waarschyn
=lyk als nog niet zyn gedaan, zullen dus de respective
daartoe, by onze dispositie van den 12=e dier maand
N=o 406, benoemde Commissien, de bouw materialen
en militaire rantsoenen, met deze scheepsgelegenheid
aangebragt, mede inspecteren en waarvan kennis zal
worden
Augustus 19. worden gegeven daar het behoort; terwyl proces=
sen verbaal van deze inspectien, in triplo, worden
te gemoet gezien
Afschriften hiervan, zullen aan den Raad Con
„travolleur Generaal der Financien adinterim en den
Magazynmeester van alle magazynen, tot infor=
matie en narigt, worden toegezonden.
No. 425.
Gelezen zynde eene missive van den Raad Con=
„trarolleur Generaal der Financien adinterine, dd 19.e
dezer N=o 377, betreffende het accorderen eener aan
„vraag van kleeding stukken en schoenen aan de ge
condemneerde soldaten welke in yzers voor het Gou=
vernement arbeiden. Zie de missive onder
N=o 164.
Is goedgevonden en verstaan: het volgende daarop
te rescriberen:
„Voor en aleer mijne meening op UwelEd: missive
van heden N.o 377 te kunnen bepalen, verzoek
ik vooraf geinformeert te worden
1=o Of volgens de gewoonte alhier bestaande, zulke
en diergelyke aanvraage als daarby gemeld
zijn, vooraf aan het bureau van den Raad con„
travolleur Generaal vertoont worden, ten fine van
examinatie.
Of aan zoodanige gecondemneerden bevorens
nimmer schoenen, behalve de noodige kleeding
„stukken pleegen gegeven te worden.
N=o 426
Is gelezen eene missive van den Raad Contrarolleur
Generaal der Financien adsesteren van dezen datum
N=o 376, houdende berigt van het door hem bevonden
bestaan hebbende erreur in de rekening van het bedrag
Augustus 19. der bewyzen van gesplitste ordonnancien, waardoor
in het saldo, in de kist op het Gouvernements huis,
een verschil van vyf en negentig pezor van achten
te veel bevonden is, met aanwyzing waarin dat erreur
bestaan heeft; en voorts kennis gevende van het ver=
branden der vernietigde bewyzen voormeld, ingevolge
Onze dispositie van den 4=e dezer N=o 391, mitsga=
„ders nog wegens het opmaken van procesien
verbaal nopens het verbranden der voorzeide bewy„
„zen en het in zee werpen, zoo wel der kap-ma
„chures van zilveren pattinjes, als van zes stempels
van gouden Johannissen. Zie de voormelde missive
onder N=o 165, dewelke voor informatie wordt ge„
houden.
N=o 227.
Gelezen zynde eene missive van de administra„
=teurs dezes garnisoens, dd 19=e dezer, 2 d N.o 107, hon„
=dende dat dezelve, in aanmerking genomen hebbende
dat met primo November aanstaande, de diensttyd
van een aantal manschappen, zoo Jagers als artil=
„leristen staat te expireren, hebben vermeend om
in bedenking te moeten geven of het niet nood=
„zakelyk is om, onverminderd alle maatregelen die
in der tijd mogten worden genomen, een getal van
twee honderd stuks paspoorten in voorraad te doen
drukken; voorts nog verzoekende autorisatie tot
het doen drukken van zes honderd stuks hospi
„taal / en tree/ biljetten. Zie de missive onder
No. 166.
Is goedgevonden en verstaan: aan de voormelde ad=
=ministrateurs, in antwoord op derzelver voorzeide mis=
„sive, by extract dezes, te kennen te geven.
Dat wy zeer ongeraden vinden eenige paspoorten voor
—. de
Augustus 19 de militairen, vier tyd van dienst met primo No„
„vember dezes Jaars expireert, in voorraad te doen
drukken, aangezien er geene aanschryving daarom„
„trent uit het moederland ontvangen is en zulks
voor den hiervoren bedoelden tyd kan te gemoet
gezien worden; onverminderd alle maatregelen die by
ontstentenis van de vereischte aanschryving mogten
noodig en raadzaam worden geoordeeld.
2=o Dat de verzochte autorisatie tot het doen drukken.
van zes honderd stuks hospitaal /entree/ biljetten,
wordt geaccordeerd.
Niets bijzonders voorgevallen
No. 428
Gelezen zijnde eene missive van den Raad Con
„travolleur Generaal der Financien adinterens dd
21.e dezer N.o 379, excuserende den ontvangst onser
missive dd 16=e dezer N:o 298 / Zie het verhandelde
onder N=o 418/ en handelende over het voorgevalle„
ne tusschen hem en den Heer J. W. G. Jutting. Zie
de missive onder N.o 167
Is goedgevonden en verstaan: het volgende daarop
te rescriberen: "Na lecture van UE missive in
dato 21=e dezer N=o 379 en overweeging der in de=
„zelve vervatte naderen aandrang omtrent de gevorder„
de satisfactie van de Heer I. W. G. Jutting, over
zekere tegens UE gebezigde expressien kan ik met
anders doen dan persisteeren by de inhoude my
ner eerste missive in dato 16.e dezer N.o 298 aan
UE toncheerende UEd reclame geschreeven, als con=
sidereerende het discours in quaestie, geensins aan
UE in officio, geadresseert, en vermengd met pre„
„poorten, die alle denkbeelden dieswegens moeten ver„
„wyderen, gelijk als, de oordeelvelling over's Hever
Sententie
Augustus 21. sententie in zaake van de Ontfanger Generaal ad=
interim @ de Heeren Bing & Jutting, en het dier=
„wegens onderling gesprookene & welk zekerlyk
niet als officieel gezegt, kan aangemerkt worden.
Overigens wat UE omtrent de voldoening aan„
merkt die UE: soutineert dat ik UE dadelyk had
moete geeven, noet ik remarqueeren, dat UE de„
„zelve niet geeischt, of iet dieswegens hebt te ken=
=ne gegeeve, of in dat ogenblik hebt gemanifesteert,
dat de expressen van de Heer Jutting dewelke met
UE in ’t particulier bekend en famillair is door UE
als beleedigingen in officio wierde aangemerkt: het=
„zelve zy gezegt omtrent het mondsnoeren! t' welk
zo gemakkelyk niet gaat, vis à vis Lieden van
Jaaren, Rang en goede conditie, moetende ik ook
noch remarqueeren, dat de Heer Jutting niet uit
zig zelve in de kamer is gekome, maar dat ik
hem, toevallig de geopende deur passeerende, en met
UE en de adjudant kikkert, daarbij staande, daar
onze conferentie geandigt was, heb geroepen, niet
kunnende voorzien dat 'er eenige onaangenaame dis„
„coursen daarvan het gevolg zoude zyn
Ik laat inmiddels volkomen alles wat de Heer
Jutting mogt gezegt hebben voor zyn rekening & ver=
andwoording, terwyl UE ten laaste, moet observeeren
dat UE zelve wel zult gevoele, het onaangenaame,
dat voor mij in deze zaak geleegen is, gemerkt de
betrekking welke ik verwandschaps halve op de Heer
Jutting hebbe, my wettiglyk verbied my verders daarin
te mengen: te meer daar UE altoos de weg open„
staat om, alle satisfactie in cas van ontfangen
hoor te erlangen zonder my als Gouverneur Generaal
te deese zaake te compromitteren.
N.o 229
Augustus 21.
22.
No. 229.
Gelezen zynde eene missive van den Raad Con
„travolleur Generaal der Financien adinterim dd 21:e deser
N.o 380, in antwoord op de onze van den 19.e dezer
No 311 / Zie het verhandelde onder N=o 425 / die„
„nende ter rescriptie op eene vorige ten zelven dage
ontvangene missive van den Raad Contrarolleur voor
„meld, betreffende het verstrekken van kleeding stuk
„ken en schoenen van de gecondemneerde soldaten
dewelke in yzers voor het Gouvernement arbeiden
Zie de missive onder N=o 168.
Is goedgevonden en verstaan: de volgende rescrip=
„tie aan denzelven te doen toekomen: "Na lecture
van UE andwoort op myn missive N:o 311 d.d. 19
dezer, is dienende, dat myn intentie is, dat voortaan,
in den dienst geen veranderinge behooren te ge
„schiede, voor en aleer dat dezelve door my noodzake
=lyk mogten gekeurt worden, en alzo mede, opzigte„
lyk de wyze van aanvragen: overigens dat wat
aanbelangt de geaccordeerde schoenen, dezelve voor
deze keer, & zonder consequentie aan deze gecondem„
=neerden kunne worde uitgereikt, als zynde een object
van weinige importantie
No. 430.
Gelezen zynde een rekweit van Charles Goewyn
Joseph Brinck, Chirurgyn der 3=e klasse by het
bataillon Jagers N.o 28, in garnizoen alhier, hon„
„dende verzoek ter bekoming van verlof voor den tyd
van een Jaar om wegens famillie zaken, naar het
moederland te mogen vertrekken, met behoud van ge=
heel Europeesch tractement. Zie het rekwest onder
N:o 55, hetwelk aldus nog luidt:
/ F. I.
„ Is
Augustus 22.
24.
Is goedgevonden en verstaan: aan den rekwer=
trant te verleenen, zoo als aan hem verleend wordt by
dere, verlof voor den tyd van een Jaar, ten einde, wegens
famillie zaken, naar het moederland te mogen vertrekken,
met behoud van de helft van het tractement hetwelk
in Europa aan chirurgyns van zijnen rang is toege„
legd; zullende dit verlof ingaan met den dag van zyn
vertrek uit deze kolonie
Een afschrift hiervan, zal aan den rekwestrant, tot in=
formatie, worden afgegeven, en zal hetzelve ter kennis
van den kommandant der Troepen worden gebragt.
No. 431.
De Heer Isaac Johannes Elsevier Junior, die ingevolge
onze dispositie van den 19.e dezer N.o 222, genomen op
een door den waag- en rooimeester Alexander Evertsz ge„
=presenteerd rekwest, de gemelde posten, gedurende het door
denzelven waag- en rooimeester bekomen verlof voor den
tijd van twaalf maanden, zal waarnemen, heeft aan ons
te kennen gegeven bereid te zijn de noodige cautie voor
de rigtige waarneming van den waagmeesters post te
zullen stellen, en tot borg aanbiedende den Heer I. W.
G. Jutting, dewelke door ons werd goedgekeurd.
N=o 4327
Raad gehouden. Zie de Notulen van heden.
N:o1133.
De geboortedag van Zijne Majesteit den Koning
is, met in achtneming echter, van de droevige
gebeurtenis welke onlangs in de vorstelijke famillie
^ van
heeft plaats gehad, namelyk: het overlyden ^ Hare Ko
=ninglijke Hoogheid Mevrouw de Princes Douariere
van Oranje-Nassau, plegtiglyk gevierd, zynde
by het garnizoen groote parade gehouden en zyn
de gewone salut schoten gedaan.
No. 434
Augustus 25. No. 434.
Gelezen zijnde eene minne van den Raad Con„
„travolleur Generaal der financien adinterim, dd 25=e
dezer N=o 386, handelende over de eischen van den
Ontvanger Generaal aduiterin voor verschuldigde recogni
tie, en van den Accynmeester voor accynsgelden,
beide van ingevoerde madera, contra de koop
„lieden Burg en Jutting, welke eischen, by sententie
van den Hove van Civile en Criminele Justitie, ont=
„zegd zyn, met de kosten, en houdende verzoek dat
aangaande de by missive geopperde bedenkingen
zoodanige maatregel door ons worde vastgesteld
als wy zullen vermeenen voor den Lande nuttig en
dienstig te zyn, ten einde zich, by voorkomende ge=
=legenheden daarna te kunnen gedragen en alle ver„
=waring en misverstand welke anderzins daaruit kan
geboren worden uit den weg te ruimen. Zie de
missive onder N=o 169.
Is goedgevonden en verstaan
1=o Den Raad Contravolleur Generaal der Financien ad=
=interim de volgende rescriptie te doen toekomen
In andwoord op UE minue van heden N:o 386
is praalabel dienende, dat, hoezeer de Raad van
Civile & Criminele Justitie agtervolgens de vigie
„rende manier van procedeeren meestal niet gewoon
en zelfs ongehouden is, de redenen van decisie te
geven of eene sententie te motiveeren, het belang
der Casse, egter een verzoek daartoe, van Gouverne
menti wege, schynt te wettigen, ten einde voor 't
vervolg met de opinien dieswegens bekend te
zyn, al waarom de gemelde Elucidatien zal
tragten te bekomen & na ontfangst dezelve UE
suppediteeren.
Augustus 25. 2.o Den President in deze van den Raad van Civile
en Criminele Justitie het volgende aan te schryven:
De Heer Raad Contrarolleur Generaal der Financien
adinterim, myn welmeenen hebbende gevraagt, hoe
zich in ’t vervolg niet het doen afvorderen van
's Lands geregtigheden te gedraage, in cas van een
parrabel geval als waarin by den Raad van Civile en
criminele Justitie in zaake van den Ontfanger Gene„
=raal adisterim & accijsmeester Ca de Heeren Burg
& Jutting ten voordeele der Laast genoemde is gederi=
„deert, zonder dat gemelde uitspraak gemotiveert is,
by de gelibilleerde sententien, zo heb ik vermeent:/ zon
„der hierdoor my eenigzins in de regterlyke magt te
in misceeren / ter voorkoming van zodanige eventueel
opkomende procedures, van UEd Gestr te moge ver„
„zoeke geinformeert worde, toucheerende de motiven
van gemelde uitspraak, of, namelyk dezelve aan den
inhoud der ordonnantien, & het duistere of onvol„
„doende van dezelve, is toeteschryven, dan wel aan
eenige bykomende omstandigheid veroorzaakt door
hem of hun, dewelke met de perceptie dezer ge
regtigheden in der tyd zyn belast geweest
No. 435.
Gelezen zynde een rekwest van Jeannette Catha„
„rina Winkler, weduwe van Jan Hero van der
Meulen, te kennen gevende dat zy het lyk
van haren overledenen man gaarne buiten preju„
=ditie wenschte te aanvaarden, ten einde hetzelve
ter aarde te doen bestellen, zonder daardoor ver„
=staan te willen zijn eenige acte Hereditair te
pleegen, waarom zy zich tot ons keert, verzoeken=
de appoinctement ten fine voorschreven. Zie het
rekwest onder N=o 56, hetwelk aldus nog luidt.
/ F: I./
Augustus 25. / T: I./
Is goedgevonden en verstaan: het verzoek van
de rekwestrante by deze te accorderen, mits nie
„mand zich daartegen stelle en, des vereischende,
daarvan worde kennis gegeven ter Weer onbeheer=
=de - en desolate- boedel- kamer.
Een afschrift hiervan zal aan de rekwestrante, tot
informatie, worden afgegeven
No. 436.
Gelezen zynde eene missive van den Raad Con„
„travolleur Generaal der Financien adinterim, de
25.e dezer N=o 388, handelende over de goederen
die, by de ontlading van het schip genaamd Sara
Maria, gevoerd door schipper Pieter Bortijn, meer„
=der dan op het mede gebragte manifest vermeld
staan, bevonden zijn. Zie de missive onder
No. 170
Is goedgevonden en verstaan: Zijne Excellentie
den Minister voor het Publieke Onderwys, de National=
„le Nyverheid en de Kolonien daarover te onder=
houden met toezending der lyst van het te meer
bevondene; en den Raad Contrarolleur Generaal
der Financien aduiterim, onder kennis geving hiervan,
by extract dezes, te inviteren om ons de hiervo
renbedoelde lyst in triplo te doen toekomen.
Niets bijzonders voorgevallen.
No. 437.
Van de Heeren Bing en Jutting, kooplieden alhier, 28.
vernomen hebbende dat hun Ed:s schip, genaamd
de Sara Maria, waarmede de verzending van den
Luitenant Kolonel D. J. van de Linde naar het
moederland, bepaald is, op den 31e dezer der morgens
„ te
Augustus 28. te zeven ure, uit deze Haven zal vertrekken, is
de genoemde Luitenant Kolonel daarvan verwittigd
geworden, met aanzegging om zich dien dag, te zes
ure's morgens op het gemelde schip te embarkeren.
No. 438.
Bij ons ontvangen zynde eene grosse van de acte
van borgtogt door den Heer Jan Willem Gerard Jutting,
op den 28=e dezer, geteekend, wegens de waarneming
van den waagmeesters post door den Heer Isaac
Johannes Elsevier J=r die, by onze dispositie van
den 19=e dezer maand N:o 222, daartoe is gekwa„
lificeerd geworden, gedurende den verlof tyd van
den waag- en rooimeester Alexander Evertsz
En de genoemde Heer Isaac Johannis Elrevier Ju„
nior, heden den gewonen eed wegens het waarnemen
van den waag- en rooimeesters post voor ons afgelegd
hebbende.
Is daarop goedgevonden en verstaan
1=o Dat de voornoemde Heer Isaac Johannes Elzevier
J:r op den 1:e der aanstaande maand September, zal
beginnen het ambt van waag- en rooimeester op
dit eiland waartenemen en het verlof van den
Heer Alexander Evertsz dien dag zal ingaan.
De hiervoren gemelde grosse der acte van borg
„togt, by deze aan den Raad Contrarolleur Generaal
der Financien adinterim te zenden.
Dat de post van den Heer Isaac Johannes Elsevier
J:r als klerk ter Secretary van den Raad van
Civile en Criminele Justitie, gedurende den tyd
dat hy het waag- en voormeesters ambt waar„
=neemt, door den persoon van Jan Casper Hueck
zal worden waargenomen, onder genot van het
tractement aan dien post verknocht.
Augustus 29. 4:o Dat de kwalificatie van den Heer I. J. Elseveir
J:r tot de waarneming van den waag- en vooi
meesters post, by publikatie zal worden algemeen
bekend gemaakt.
Afschriften en extracten hiervan, in zoo ver
het noodig is, zullen worden toegezonden daar
het behoort, om aan de belanghebbenden te
strekken tot informatie en narigt
N:o 439
Gelezen zynde eene missive van den Raad contra=
„volleur Generaal der Financien adinterim dd 29:e deze
No. 393 houdende vertoog aangaande de uitgaven voor
werkloon van timmerlieden en metselaars. Zie de minne
onder N=o 171.
Is goedgevonden en verstaan het volgende daarop te
rescriberen: Accureerende de receptie van UE missive
van 29.e ll. N.o 393, heb ik vermeend ten einde met meerder
kennis van zaaken in deze te werk te gaan vooraf UE
te moeten inviteeren om my te willen opgeeven,
1=o of staande het Gouvernement in handen der
beide laaste Gouverneurs was, de rekeningen der
werkloonen, een veel mindere som s' weekelyks be„
=dragen hebben. en
2=o het middelbaar gewoon beloop van de werkloonen
weekelyks door een gerekent.
N:o 440.
Gelezen zynde eene missive van den Raad Contra
volleur Generaal der Financien adinteren, dd 30=e dezes
N.o 394, houdende berigt op het by marginaal apor„
„til in dato 26=e dezer in zyne handen, ten fine van
onderzoek, gestelde rekwest van G. M. Hahn, gelei
„dende eene rekening ten laste van het voormalig
Hollandsch Gouvernement, wegens maakloon van kleeding
stukken
Augustus 31 stukken in het einde van 1806, met verzoek dat
zyn verzuim in het niet tydig opgeven dezer pre=
tentie hem niet moge doen ontstoken blijven van zyn
regt, en dat het ons moge behagen het daarheer te
derigeren dat deze zyne pretentie aan het ryk op
gelijken voet gesteld worde, met de overige Lands schulden,
door de gezamenlyke Crediteuren aan het Gouvernement
opgegeven. Zie het berigt onder N=o 172, als mede
het voorzeide rekwest en bylaag onder N.o 5=en, lui=
dende nog als volgt
/ F. F.
Is goedgevonden en verstaan: den rekwestrant by
dere te kennen te geven, dat by mangel van genoeg
zaam bewys, in zyn verzoek niet kan worden getreden
Een afschrift hiervan, zal aan den rekwestrant tot
informatie, worden afgegeven.
N=o 441.
Het Nederlandsche koopvaardyschip genaamd Sara
Maria, gevoerd wordende door schipper Pieter Bortyn,
gedestineerd naar Amsterdam en afgeladen als op het
hierby gevoegde manifest onder L:a G, vermeld
staat, is heden uit deze Haven gezeild.
De Luitenant Kolonel D. J. van de Linde, geweest
zynde Kommandant van het Bataillen Jager, n=o 28
en der Troepen op dit eiland is, ten gevolge der aanschry„
=ving van Zyne Excellentie den Minister voor het Publieke
Onderwys, de Nationale Nyverheid en de kolonien; dd
24=o December 1819 N:o 2/84, met het voormelde schip
Sara Maria naar het moederland opgezonden
En de kapitein der Artillerie P. C. Simon is, in dat
vaartuig vertrokken, met verlof voor den tyd van een Jaars
ingaande heden.
No. 442.
Augustus 31 By ons ontvangen zynde van het officie Fiscaal
eene aan hetzelve overgeleverde en aldaar bevestigde
klagte van den schipper der Nederlandsche Golet
Dorothea, genaamd Lourens de hazeth, wegens aan
hem en zijn vaartuig gepleegde mishandelingen en
Zeeroovery, in maniere als in de voormelde klagte is
uitgedrukt. Zie dezelve onder N=o 170.
Is eene kopy dier klagte aan den kapitein Luitenaat
ter Zee H. W. de quartel, kommanderende zyner Ma=
„jesterts brik de Merkuur, in station alhier, toegezonden,
ten einde by ontmoeting van den Zeeroover te handelen
zoo als het behoort.
N=o 443.
Gelezen zynde het berigt van den Raad Contrarolleur
Generaal der Financien adenterein, dd 31=e deser N:o 395,
benevens de daarby ingezondene lyst, strekkende ter
voldoening aan onze aanschryving dd 30.e dezer in res„
criptie op zyne minnie van den vorigen dag N.o 393,
aangaande de uitgaven voor werkloon van timmerlieden
en metselaars, hierin onder N.o 439 aangeteekend. Zie het
berigt en de bylaag onder N=os 174 & 175
Is goedgevonden en verstaan: den Raad, Contrarilleur
Generaal der Financien adinteren de volgende rescriptie
te doen toekomen: Na ontfangst en examinatie van
UEd rescriptie, van heden N.o 395 en gevoegde Bylage
^ Jaar
blykt het my, dat uitgezondert het ^ 1816 en 't Jaar 1817
die respectivelyk in meerdere en mindere werklomen re=
„marquabel zyn, en waarvan het laastgemelde aan het
meerdere van t voorig Jaar moet worden toegeschreeven,
de sinds 20=e Iuly tot heden gedane, uitgaven, meer of
min overeenkomen met die van Augustus 1818 tot Febru
„ary 1819, en voords van 15 January 1820 tot en met
15=e April ll: belangende de geene welke het tydoek van
Augustus 31.
September
de overleedene Gouverneur Generaal adinterin, be„
treffen, dezelve zullen ongetwyfelt veroorzaakt zyn door
noodzakelyk reparatien, aan s' Lands of Gouvernements
gebouwen, even zo als die staande myn beheer, door de
timmeringe & refectien van's Smitshuis bevoorens
beginnen, & nu die aan de waag. : de noch noodzakelyk
of bereids door mij op voordragt toegestane werken, zal
ik bevoorens die geschieden, de Capitein Ingenieur mij
daarvan een begrooting doen ter hand stellen
alle mogelyke bezuimigingen daartestellen vordert
de onvermydelyke pligt, & attentie van ’t Gouver=
=nement, : dan, men zal van dezelve geen aange
„naame voldoening erlangen, zo lang de Coloniale
Casse met de uitbetaling van bevoorens niet berekende
vragtpenningen, onverhoeds word gechargeert en by con„
„tinuatie, met die van provisien van t Guarnisoen, &
het Hospitaal, waar omtrent het hoognoodzakelyk zyn zal
de ernstigste vertoogen by het ministerie te doen, want
UE zal ongetwyfelt met my moeten convenieeren, dat
alleen het respect van vragtpenningen, de noodzakelyk„
„ste refectien aan's Lands menigvuldige gebouwen, gaande
en al afsorbeert, dat eindelyk het gevolg moet hebben,
dat ’t geen in dit Jaar met een geringe koste kan worden
gerepareert by marquement daarvan eerlang het drie
& vier dubbeld daarvan zal bedraage: hartelyk wensch
ik dat by een aanstaand plan van organisatie en
bezuimiging En daarbij verwagt wordend effectif Gou
vernement, in dit alles zal worden voorzien.
Niets byzonders voorgevallen
No. 444.
Op het Ministerie voor het Publieke Onderwys, de
= Nationale
September 4. Nationale Nyverheid en de Kolonien getrokken negen
wisseli van N=o 62 tot N„o 70 ten bedrage van
6273. 54. of P=s 4237. 3. 3, voor militaire trac„
„tementen en soldyen over de gepasseerde maand Augustus
No. 445.
De stukken betreffende den hospitaal dienst over de
maand Augustus ll, zijn heden ingekomen
N=o 446
Gelezen zijnde een rekwest van Maria Pinero, hou„
dende verzoek om het lijk van Maria Bernarda Bo=
„denaar buiten praejuditie te mogen begraven. Zee het
rekwest onder N=o 58 hetwelk aldus nog luidt.
/ T: I./
Is goedgevonden en verstaan: het verzoek van de
rekwestrante te accorderen, gelijk zulks geschiedt by
deze, mits niemand zich daartegen stelle en, in cas
van abintestato, daarvan worde kennis gegeven ter
wees-onbeheerde - en dezolote - boedel-kamer.
Een afschrift hiervan, zal aan de rekwestrante
tot informatie, worden afgegeven
No. 447
Gelezen zynde eene minute van den Magazyn=
„meester van alle magazynen dd 5=e dezer N=o 64, gelei
„dende procesien verbaal in triplo, aangaande de mili
„taire rantsoenen aangebragt met de schepen Henrietta
Wilhelmina en de Eendragt, en daarby te kennen geven
„de dat hy om aangehaalde redenen is terug gehouden
om exacte processen verbaal op te maken van elk af=
zonderlyk getal der kwaliteit van de planken, balken
en hebben met de voormelde schepen aangebragt. Zie
de missive onder N=o 176, terwyl de processen verbaal
afzonderlijk aan het Ministerie voor het Publieke onder
„wijn, de Nationale Nyverheid en de Kolonien, zullen
worden
September 6. worden ingezonden.
Is goedgevonden en verstaan: den Magazyn=
meester van alle magazynen hierby aan te schryven
dat ofschoon de proeesten verbaal der bouw materialen
met de hiervoren gemelde schepen aangebragt, als nog
niet kunnen worden ingezonden, uit hoofde dat de
inspectie daarvan niet is geschied, wy echter hebben
verwacht dat de processen verbaal wegens het ont„
vangen derzelve, overeenkomstig het bepaalde by het
3=e lid van de Gouvernements dispositie, dd 30=e Juny
1819 N=o 286, zouden ingezonden worden; aangezien
die procesen verbaal noodig zyn om te weten of de goe„
„deren volgens de cognossementen zyn uitgeleverd, ten einde
de betaling van de vrachtpenningen te laten volgen; wer„
halve hij magazijnmeester by deze wordt aangeregd om
de hier voren bedoelde procesien verbaal van ontvangst aan
om te doen toekomen, als wordende naar dezelve alleen
afgewacht om de ordonnancien wegens de vrachtpen=
„ningen af te geven.
Een afschrift hiervan, zal aan den Magazijnmeester
van alle magazynen, tot informatie en narigt, worden toe=
=gezonden.
Niets byzonden voorgevallen.
N=o 448.
Zyner Majesteits brik de Merkuur is heden op eene
convooi reis, naar de Havens van Puirto Cavello en
Laljuaira, uitgezeild
N=o 449.
De Magazynmeester van alle magazynen heeft heden
ingezonden de processen verbaal, in triplo, wegens den ui„
„terlijken staat en de getallen der aan hem afgeleverde bouw
„ materialen uit het moederland aangebragt met de sche=
„pen genaamd Henriette Wilhelmina, schipper P. J. Kerk=
—. hoven
September hoven en de Eendragt schipper J. T. Visser.
N=o 450.
Is gelezen eene missive van den kommanderende
Officier der Artillerie, dd 8=e dezer N.o 34, houdende
vertoog aangaande het vervoeren van buskruid en voor=
„stellende om de wet betrekkelyk het vervoeren van
buskruid, vastgesteld door zijne Majesteit den koning
in dato 26=e January 1815 en wel voornamelijk de
aangehaalde artikelen ook applicabel voor deze kolonie
in werking te doen brengen, of wel zoodanige andere wet=
=ten en reglementen als wy zouden goedvinden. Zie de
missive onder N=o 177, dewelke in advies wordt ge=
houden.
No. 451.
Gelezen zynde eene missive van den kommanderende
Officier der artillerie, dd 8.e dezer N.o 35, opzigtelyk het
bewaren van buskruid aan particulieren toebehoorende
in's Lands magazyn en de vordering van den Maga„
=zynmeester der artillerie deswegens, daarbij dienende van
consideratien aangaande de belooning van den gemelden
Magazynmeester voor de Surveissance voor het huijd van
partikulieren. Zie de minne onder. N.o 178.
En gezien een rapport door den magazijnmeester der
Artillerie, met eene geleidende missive, dd 25=e Decem=
„ber 1818 aan den nu wijlen Gouverneur Generaal A.
Kikkert ingezonden, by hetwelk opgegeven is het gene
in drie onderscheidene tydperken voor het bewaren van
buskuid in's Lands magazynen; aan den genen die
daarover opzigt hadden is betaald geworden. Zie het
rapport onder N.o 179.
Voorts gelet op eene opgaaf door den magazynmeester
van de artillerie aan den Raad Contrarolleur Generaal
der Financien gedaan wegens de emolumenten door hem
September 9 in den Jare 1817 voor het surveilleren van buskruid
genoten, waaruit blijkt dat de kosten van transport
bij het afhalen en uitteveren, zoo mede van keeren en
luchten voor zyne rekening geweest zyn. Zie de opgaaf
onder N=o 180.
Daarop overwegende dat er aan het Gouvernement
in het moederland opgaaf is gedaan van de emolumen=
ten die in deze kolonien by de onderscheidene ambte
=naam worden genoten en dat zijner Majesteits meening
dienaangaande kan worden te gemoet gezien; weshalve
geene verandering daarin voor als nog kan worden
gemaakt.
Is goedgevonden en verstaan: hierby te gelasten dat
de magazynmeester der artillerie zich moet houden aan
de bepalingen die bij de laatste bezitneming derer eilands
op den 4:' Maart 1816 ten aanzien van het bewaren
van buskruid, aan partikulieren toebehoorende, in's Lands
magazynen in viguur waren en in zijne opgaaf aan den
Raad Contravolleur Generaal der Financien zijn uitgedrukt
en dienvolgens op geene andere dan de volgende wyze
deswegens zal vermogen te berekenen.
namelyk:
voor het ontvangen, bewaren, keeren,
luchten, afleveren en alle transport
kosten van een vat buskuid van 100
P=r
van minder gewigt naar evenredig
heid der zoo even gemelde bepaling.
voor d„o d=o d:o van 1 Boco buskruid „ 1„ 4„
voor 1 kist met amunitie als voren „ 1„ 4„
En voorts den magazynmeester der artillerie ons on=
genoegen te kennen te geven wegens het afwyken van
de vigerende bepalingen door hem zelven opgegeven, en
het
September 9 het berekenen van legessen die met vermeld zyn in
zyne evengemelde opgaaf noch in zijn hiervoren ver„
meld rapport, hetwelk met zijne eerste opgaaf niet
overeenkomende, alleen tot meeder bewijs van zyne on„
wettige berekening, in de hiervorengemelde missive
kenbaar gemaakt, in aanmerking kan komen.
Zullende afschriften hiervan aan den kommande=
rende Officier der artillerie en den magazynmeester
der artillerie, tot respective informatie en narigt, voor=
den toegezonden en bij het afschrift voor dien voormel„
„den kommanderende Officier bestemd, kopy van des
magazynmeesters opgaaf en van desselfs berigt, worden
gevoegd, om dien officier daarmede bekend te maken.
No. 452.
Gelezen zynde eene missive van den kommanderende
Officier der artillerie, dd S=e dezer N=o 36, houdende ver„
zoek dat aan den magazynmeester der artillerie, om
aangehaalde redenen, worde geaccordeerd het genot van
twee rations vivres. Zie de missive onder N.o 181
En gelet op de 2.e afdeeling der aanschryving van
Zyne Excellentie den Minister voor het Publieke onder=
„wys, de Nationale Nyverheid en de kolonien, dd 11.e
Tibruary 1819 N.o 7/4, aangaande het verstrekken van
vivres
Is goedgevonden en verstaan: den voormelden kom=
„manderenden Officier bij deze te kennen te geven dat
aan den magazynmeester van de artillerie geen oevres
kan worden toegestaan aangezien de verres die uit het
moederland worden ontvangen voor het eigenlyke gar„
„ nizoen bestemd zyn; behalve dat de voormelde magazyn
=meester zich reeds aan den koning geadresseerd heeft
ter bekoming van een verhoogde tractement, waarom=
„trent zyner Majesteits meening wordt afgewacht.
Een
September 9 Een afschrift hiervan, zal aan den kommande=
„rende Officier der Artillerie, tot informatie, worden
toegezonden.
N=o 453.
Gelezen zijnde eene minne van den Majoor der
artillerie dd 8.e dezer N.o 37, houdende verzoek dat
aan hem, ingevolge art: 223 van het reglement van
administratie, de vivres voor deze maand en in het vervolg,
niet in natura maar in geld moge worden uitbe=
„taald. Zie de missive onder N=o 182
En gelet dat de verstrekking van rantioenen in
natura aan de officieren, by Ministeriele resolutie
in dato 2=e January 1819 N=o 13/2, tot antwoord op eene
aanschrijving van den des tyds Gouverneur Generaal,
dd 11:e January 1818. N=o 2, is goedgekeurd, en daardoor
eene verandering van Art: 223 van het bedoelde re=
=glement van administratie heeft plaats gehad.
Is goedgevonden en verstaan: dat, uw vorenstaande
reden, in des voormelden Majoor verzoek niet kan
worden getreden.
Een afschrift hiervan, zal aan den vorengemelden
Officier, tot informatie, worden toegezonden.
Niets bijzonden voorgevallen.
N=o 454.
Gelezen zijnde eene missive van den Raad con
„travolleur Generaal der Financien adinterim, dd
11.e dezer N.o 408, waarin hy aanspraak maakt op
het volle genot van des Raad Contrarolleurs tracte
„ment en de voorregten daaraan verknocht, door dien
de verloftijd van den Heer H. J. Nuboer, Raad Con=
„travolleur Generaal der Financien, welke voor een Jaar
geweest is, sedert lang verschenen en de overeenkomst
tusschen hun beiden vervallen zijnde, hy Raad Contra„
= volleur
September 11. =rolleur Generaal der Financien adinterim zich van
alle verbindtenissen ten aanzien van het tractement
en andere voorregten ontslagen oordeelt en volkomen
geregtigd tot het maken van de hierboven vermelde
aanspraak. Zie de missive onder N=o 183
Is goedgevonden en verstaan: de voormelde missive
in advies te houden, gelyk dezelve wordt in advies ge„
houden tot dat 'er een schip uit het moederland zal
zyn aangekomen, om als dan, het zy dat 'er berigten
aangaande den voornoemden Heer H. J. Nuboer inko=
men of niet, zoodanig te disponeren als wy zullen
bevinden en noodig oordeelen te behooren; wordende
de Raad Contrarolleur Generaal der Financien adin=
terim intusschen geinviteerd om in dat ambt, het
welk hy naar genoegen waarneemt te continueren
Een afschrift hiervan, zal aan den Raad Contra=
volleur Generaal der Financien adinterim, tot informa=
tie, worden toegezonden
N:o 455.
De rekening van het ontvanger Generaals kantoor
over de gepasseerde maand Augustus, is, in duplo,
ontvangen.
No. 456.
Gelezen zynde een rekwest van Jose Baret, hon„
dende verzoek om bevryd te worden van de betaling
der inkomende regten op de uit zyn te Isle D'avis
gestrande Golet gesalveerde en alhier te lande aan=
gebragte goederen. Zie het rekwest onder N=o 59 het=
welk aldus nog luidt.
/T:I./
Is goedgevonden en verstaan: dat in der rekwer„
trants verzoek niet kan getreden worden.
Een afschrift hiervan, zal aan den rekwestrant
... tot
September 12. tot informatie en narigt, worden afgegeven.
No. 457.
Gelezen zynde een rekwest van eenige Ingezetenen
dezes eilands, houdende verzoek dat het ons behagen
moge het ontbrekende tot het voltooyen van den weg
op en aan den berg Altena, waartoe de rekwestran=
ten eene som van circa een honderd en vyftig pat„
tinjes hebben gecontribueerd, uit de koloniale kas
te doen betalen. Zie het rekwest onder N=o 60, het
welk aldus nog luidt:
/ F: I. /.
En overwegende: dat de herstelling van den voor
melden weg, dewelke zich in eenen zeer slechten en
byna onbruikbaren staat bevindt hoogstnoodzake=
=lyk is, te meer daar dezelve de eenigste doorgang
is naar het oostgedeelte des eilands; voorts nog dat
de bijdrage van de rekwestranten tot herstel van
een voornaam gedeelte der publieke wegen van
dien aard is, dat men geen verderen bijstand van
dezelve, met billijkheid, kan vorderen, maar
integendeel van Gouvernements wege ondersteuning
aan dat loffelyk deel behoort te worden gegeven,
doordien het tot welzijn van het algemeen is strek=
=kende; dan van den anderen kant den ongunstigen
toestand der koloniale kan in aanmerking nemende
Is goedgevonden en verstaan: in der rekwestranten
verzoek te difficulteren; edoch dien onverminderd
drie honderd schepels kalk uit ’s Lands magarijn ten
behoeve van den hiervorengemelden weg aan en op
den berg Altena, te stellen ter dispositie van den ka„
„pitein Ingenieur, waarnemende de functien van inspec=
„teur Generaal der wegen, zullende den de aflevering
daarvan geschieden op aanvragen door den voormel„
den
September 13. „den Kapitein Ingenieur deswegens aan om te doen
ten einde de vereischte autorisatie daarop te verlee=
=nen.
Afschriften hiervan, zullen aan de rekwestranten en
aan den Kapitein Ingenieur, tot informatie en narigt
worden afgegeven
N=o 458.
De Raad Contrarolleur Generaal der Financien
adinterim, heeft, ter voldoening aan onze dispontien van
den 12=e en 19=e Augustus ll N=o 406 en 424, in triplo
ingezonden, drie procesen verbaal, met derzelver by
=lagen, betreffende de inspectien der militaire van tsoenen
aangebragt met de schepen Henrietta Wilhelmina en
de Eendragt, gevoerd door schippers P. J. Kerkhoven
en J. S. Visser.
N:o 459
De Secretaris adinterim van den Raad van Civile
en Criminele Justitie, vergezeld van twee getuigen
vervoegde zich heden by ons en vorderde, namens
de Heeren Burg en Jutting, kooplieden alhier, de
voldoening der Ordonnancie voor vrachtpenningen van
de, met het Brikschip Eendragt Schipper J. T.
Visser, uit het moederland, ten behoeve van de
militairen in de kolonie aangebragte goederen, be„
„loopende de gemelde ordonnancie op P.s 7583„ 4„ 1„
Waarop wy geantwoord hebben, dat als de ont„
=vanger Generaal geene Fondsen tot de voldoening
dier ordonnancie had, wy ook geen hadden.
No. 466.
Is gelezen eene missive van den Raad Contrarol=
„leur Generaal der Financien adinterim, dd 14.e dezer
N.o 414, houdende kennis geving dat namens de
Heeren Burg en Jutting van hem geregtelyk is afge„
vraagd
September 14. vraagd de betaling der ordonnancie voor vracht„
penningen wegens de aangebragte goederen met de
brik Eendragt. Zie de nieuwe onder N=o 184, de=
welke voor notificatie wordt gehouden.
15. Niets byzonders voorgevallen.
No. 461.
Het reglement op den import van het klein16.
zegel, hetwelk den 23=e Augustus ll in den Raad
van Policie, onder zyner Majesteits nadere approbatie
is gearresteerd, afgedrukt en heden afgekondigd zynde.
Is goedgevonden en verstaan:
1=o Om exemplaren van het gemelde reglement, aan
de na te meldene Collegien en ambtenaren, tot by
zondere informatie en narigt van ieder, by extract
dezes, te doen toekomen.
namely be:
Den Raad van Civile en Criminele Justitie: 3
exemplaren voor denzelven; deszelfs Secretaris in ge„
„ regtsbode.
Het Collegie van Commercie en Zee zaken: 1 exem„
„plaar.
Het Collegie van de Weer onbeheerde - en derslate
boedel=kamer: 1 exemplaar.
Den kerkeraad der Hervormde gemeente: 1 exemplaar
Den Raad-Fiscaal: 1 exemplaar
Den Raad Contrarolleur Generaal der Financien: 1
exemplaar.
Den Ontvanger-Generaal: 1 exemplaar.
Den Ontvanger van het middel op het klein- ze
„gel: 1 exemplaar.
Den Kamer bewaarder van den Raad van Policie en
Bode by het Collegie van Commercie- en Zee- Zaken:
1 exemplaar.
Den
September Den Commandeur op het eiland Bonaire: 1 exemplaar
Den Vice Commandeur op het eiland Aruba: 2 exem
=plaren, voor zichzelven en den Ontvanger aldaar.
Den Raad Contravolleur Generaal der Financien
adinterim bij deze aan te schryven om aan den Com„
„mandeur op Bonaire en den Vice Commandeur op
Aruba, by tyds, de vereischte zegels volgens het voren
„staande reglement, te doen toekomen
N=o 462.
Gelezen zijnde de Curaçaosche Courant van he
=den, en daarin gezien zekere missive op naam van
Haim Abinun de Lema, geschreven, waarin over
de bestaande scheuring in de Joodsche gemeente al=
„hier gehandeld wordt in termen aanloopende tegen de
gemanifesteerde intentie van het Gouvernement en
gedane publicatie van den Gouverneur Generaal
adinterim, dd 6=e Juny ll, en welke niet anders dan
nadeelige impresnie kan doen geboren worden
Is goedgevonden en verstaan: Den fungerende
Raad Fiscaal te inviteren, gelyk geschiedt by deze
1=o Om voor zich te ontbieden den drukker der Curaçao
„sche Courant en denzelven uit onzen naam te
kennen te geven, dat wy ten hoogsten ontevreden
zyn over de inventie dezer missive in zyn blad
van heden; met injunctie om van dit ons ongenoegen
in zyne volgende Courant melding te maken en
deze missive niet andermaal in de Courant te
plaatsen.
2=o Om geene aankondigingen specterende den exterenden
twist en scheuring onder de Joodsche gemeente alhier,
van welke zyde ook, in de Courant te insereren; in=
„mers niet na vooraf den Fiscaal deswegens te heb=
ben
ben geinformeerd en deszelfs goedvinden te hebben September 16.
vernomen.
3.o Den voormelden drukker aan te zeggen dat, de=
„wyl zyn dagblad gebruikt wordt als het middel om
het zaad van twist en twee spalt te zaaijen, wy ons
tot voorkoming van onheilen welke, tegen de goede
meening van het Gouvernement, door een misbruik
van de drukpers zouden kunnen ontstaan, genood=
=zaakt vinden te gelasten om, voortaan de proeve
van zyn dagblad aan het officie-fiscaal ter na=
=ziening te vertoonen, alvorens hetzelve te mogen uit=
„geven; zullende hy by faute van dien voor al het
geinsereerde personeel verantwoordelyk blyven, of„
„schoon de naam der schryven onder het geinsereer=
„de moge geplaatst zyn.
Een afschrift hiervan, zal aan den fungerende
Raad Fiscaal, ten fine van informatie en executie,
worden toegezonden.
N=o 463.
De magazijnstaten over de afgeloopene maand
Augustus, met de bijlagen tot dezelve behoorende, de
zijn door den Raad Contrarolleur Generaal der
Financien adinterim ingezonden.
Niets byzonders voorgevallen.
No. 464.
Raad gehouden. Zie de Notulen van heden.
N=o 365.
Gelezen zijnde eene missive dd 17=e dezer, van
M.r D. Serrurier, President van Justitie in de
zaak van den Ontvanger Generaal adinterim en
den Accijnsmeester Contra Burg en Jutting, ter
beantwoording van onze aanschryving in dato 25:e Au„
gustus
September 19 quitie H W.o 317, ten gevolge voor by ons ontvangene September 21. eener ordonnancie voor vrachtpenningen van de
by dit Gouvernement ontvangene goederen aange missive van den Raad Contraailleur Generaal der
bragt met het brikschip de Eendragt, gevoerd door Financien adinterim, dd 23:' dier maand N.o 386,
J. F. Visser. in het verhandelde onder N.o 434 aangeteekend
En in aanmerking nemende dat de voorzeide Zie des Presidents missive onder N=o 185.
pretentie by het Gouvernement in Judicio moet Is goedgevonden en verstaan: eene kopy van
erkend worden en dat zonder twyfel een regterlyk des voormelden President missive, by extract dezer
vonnis ten laste der kolonie volgen zal, hetwelk aan den Raad Contrarolleur Generaal der Finan
nogtans, ware het mogelijk, zoude behooren voorge= =cien adinterino, tot antwoord op zyne hier verengemel=
„komen te worden; dan aan den anderen kant de „de missive, dd 23=e Augustus ll N=o 386, te doen
volstrekte onmogelijkheid daartoe inziende, door dien toekomen
de koloniale kas niet in staat is eene zoo aanzien= No. 466
„lijke som als die pretentie is, te gelyk, veel minder De deurwaarder en geregtsbode van den Raad
terstond af te betalen, ten ware wy daarvoor wissels heb van Civile en Criminele Justitie alhier, heeft he
op het Ministerie voor het Publieke Onderwys, de „den aan ons geexploiteerd eene dagvaarding van
Nationale Nyverheid en de Kolonien konden af= de kooplieden Beng en Jutting, ten einde met en
=geven, hetwelk echter volstrekt verboden in ter= benevens den Raad Contrarolleur Generaal der
„wijl het eenigste andere middel om die som te
Financien adinterim, tegen den 28=e dezer maand
bekomen, en wel zelfs niet zoo spoedig als dezelve oor
te compareren voor Raden Commissarissen van
benoodigd is, hierin zoude kunnen bestaan, na„ het Hof van Justitie voormeld, om te aanhooren
„melyk door de debiteuren van de koloniale kan, de zoodanigen eisch en conclusie als, ten dage die„
zonder onderscheid van den aard of tydsverloop
=nende door de eischers, zoo ten principale als by
der schuld door middelen van regten tot de vol=
provisie zal worden gedaan en genomen en daarop
doening van het verschuldigde te Constrengeren, te antwoorden en verder te procederen als naar
hetwelk ofschoon daarmede nog het oogmerk zon= regten. Zie de overgeleverde acte Citatie onder
„de kunnen bereikt worden, steeds geheel en al No. 186.
Onraadzaam is, wegens de algemeene ontevreden= N=o 467
„heid, en het bezwaar aan eenige Ingezetenen, door
Overwegende: dat de op gisteren van wege de koop
dezen nimmer te voren gebezigden maatregel
„lieden Burg en Justting aan ons geexploiteerde citatie,
te veroorzaken, op een tijdstip dat de koloniale
tegen den 28=e dezer, voor Raden Commissarissen van
kas meerder verschuldigd is dan dezelve aan het Hof van Civile en Criminele Justitie alhier, con=
uitstaande belastingen, regten en andere middelen
:cernerende is de pretentie van de genoemde kooplieden
te goed heeft. op de koloniale kas groot P.o 7583 „ 4 „ 1, het bedrag
Is eener
September 21 Is dienvolgens goedgevonden en verstaan: om
de onderhavige zaak ter kennis te brengen van
den Raad van Policie, dewelke niet alleen, inge„
volge Art: 39 van het reglement op het beleid der
regering, moet helpen zorgen dat's Lands ont„
„vangsten behoorlyk worden opgebragt maar ook de
bevoegde autoriteit is om middelen te beramen
tot styving van de koloniale kas; en voorts met
overleg van denzelven raad indien mogelyk, zoodani„
„ge voorzieningen hieromtrent te maken als in dat
geval te vinden zyn.
En is hierop de gemelde Raad by een geroepen te
=gen den 23=e dezer, des morgens te tien ure, tot
het houden eener buitengewone vergadering.
No. 468
Gelezen zynde eene missive van den Raad Con
„travolleur Generaal der financien adinterim dd 20=e
dezer N.o 418, houdende kennis geving dat by hem
ontvangen is eene dagvaarding van wege de koop
„lieden Beng en Jutting, om, benevens ons, op den
28=e dezer maand te verschynen voor Raden Commis
sarissen van het Hof van Civile en Criminele Justitie,
ten einde aan te hooren zoodanigen eisch en conclusie
als door hen zal worden genomen; voorts verzoekende
onse meening te mogen weten, om niet in eenig ver=
zuim te vervallen, hoedanig hy in deze zaak zal heb
„ben te handelen. Zie de nieuwe onder N.o 187
Is goedgevonden en verstaan: de voormelde missive
te houden in advies, gelyk geschiedt by deze.
N=o 469
Gelezen zijnde eene missive van Willem Lee, druk„
„ker van de Curacaasche Courant, dd 21:e deser, ge„
leidende kopy van eenen brief door hem van wylen den
Gouverneur
September 22. Gouverneur Generaal A. Kikkert ontvangen, een
aan te toonen dat hy zich, ten aanzien van het
artikel in zijn dagblad geplaatst en geteekend
door H. A. de Lima, aan dien brief gehouden heeft;
voorts zyne bezwaren te kennen gevende opzigte=
lyk het 2:e en 3:e lid onzer dispositie, dat 16:e dezer
N.o 462, dewelke de Fiscaal aan hem heeft gecom„
„municeerd. Zie de missive en bylaag onder N=o 188 = 189
Is goedgevonden en verstaan: ons te houden aan
onse hiervoren gemelde dispositie van den 16.e dezer
N.o 462 en op de nakoming derzelve te insteren; edoch
by wyze van interpretatie dier dispositie hierby ken=
nelyk te maken dat nieuwstydingen en gewone ad=
„vertentien niet begrepen zyn in den maatregel die
wy, by het derde lid onzer hiervoren gezegde dispos
„sitie, noodzakelijk hebben geoordeeld
Afschriften hiervan, zullen aan het Officie Fis
=caal en den voornoemden Willem Lee, tot respective
informatie en narigt, worden toegezonden.
No. 470
Gelezen zijnde een rekwest van Louis Pachienne
Leon, houdende verzoek om het burgerregt al„
hier, door het afleggen van den gewonen eed van
getrouwheid aan Zyne Majesteit den koning, te
mogen verkrygen. Zie het rekwest onder N=o 61 het
welk aldus nog luidt
/ F.I./
En gelet op het daaronder gestelde declaratoir
Is goedgevonden en verstaan: der rekwestrants ver
zoek te accorderen, zoo als hetzelve hierby geaccordeerd
wordt; mits betalende de daarop staande belasting
ten behoeve van het Fonds tot vernietiging der bewyzen
van afgekeurde Johanninen.
Een
September 22.
23.
24.
Een afschrift hiervan, zal aan den rekwestrant,
tot informatie, worden afgegeven.
No. 471.
Raad gehouden. Zie de Notulen van heden.
No. 472
De persoon van Louis Pachienne Leon, dewelke,
blykens het verhandelde onder N=o 470, als vaste
ingezeten op dit eiland is geadmitteerd, heeft den
gewonen eed van getrouwheid aan Zijne Majesteit
den koning voor ons afgelegd.
Niets bijzonders voorgevallen.
N.o 473.
Gelet zynde dat de drukker van de Curacassche
Courant niet voldaan heeft aan dat gedeelte der
eerste afdeeling van onze dispontie van den 16=e dezer
N.o 462, volgens welk hy verpligt was van ons
daarin betuigde ontevredenheid in zyn blad van
den 23=e deser melding te maken, en waarop wy by
dispositie van den 22=e dezer N=o 469 geinsteerd heb=
=ben.
Is goedgevonden en verstaan: den persoon van
Willem Lee, drukker van de Curaçaosche Courant
by deze nogmaals stelliglyk te gelasten om te
voldoen aan de injunctie door den Fiscaal aan
hem gedaan, namelyk om van onze in de eerste af=
„deeling der evengemelde dispositie van den 16=e dezes
N„o 462 betuigde hoogste ontevredenheid, in zyn
eerst volgend blad melding te maken; en in geval
hy daaraan nog in gebreken mogt blyven, wordt
het Officie Fiscaal hierby gekwalificeerd om tegen
den voornoemden drukker Willem Lee, wegens dis=
obedientie aan de order van het Gouvernement,
te procederen, zoo als hetzelve in goede Justitie
zal
September 25. zal vermeenen te behooren.
Afschriften hiervan, zullen aan het officie siscaal
en den voren genoemden drukker Willem Lee, tot
respective informatie, narigt en kwalificatie, worden
toegezonden.
N=o 474.
De deurwaarder en Geregtsbode van den Raad
van Civile en Criminele heeft ons heden ter hand ge„
steld den eisch van de kooplieden Burg en Jutting
waaruit blykt dat hunne geventileerde actie in
ter invordering van de by het Gouvernement aan
hen verschuldigde vracht ter somma van P=s 7583.
4. 8. wegens de vivres en bouw materialen aange
„bragt met het brikschip de Eendragt gevoerd door
schipper J. F. Visser. Zie den voormelden eisch onder
N=o 190.
No. 475.
Is goedgevonden en verstaan: den Raad van
Civile en Criminele Justitie op dit eiland te invi=
„teren, zoo als dezelve hierby wordt geinviteerd om
aan ons te dienen van consideratien omtrent den
inhoud van art: 179 van de Grondwet voor het
koningrijk der Nederlanden, luidende als volgt:
De Hooge Raad oordeelt over alle actien waarin
„de koning, de Leden van het Koninglyk huis, of de
staat, als gedaagden worden aangesproken, met uit
„zondering der reële actien die voor den gewonen
Regter worden behandeld.
Of namelyk de welgemelde Raad van gevoelen
is, dat gemeld artikel op den Gouverneur Gene=
„raal dezer Kolonie, voor Koloniale, en mitsdien
Ryks schulden geconvenieerd, mede van applicatie
moet worden gerekend.
2
September 25. 2.o of in cas van dubieteit, het met van de hoogste
noodzakelykheid moet gerekend worden, provisio
neel, en tot dat zyner Majesteits decisie, door ons te
vragen, zal zijn ingekomen, eenige provisionele mem:
„res daar te stellen, om inmiddels zich daarna te
kunnen reguleren, en zoo Ja, des Raads Conside=
=ratien deswegens ook, aan ons te doen toekomen
Een afschrift hiervan, zal aan den Raad van
Civile en Criminele Justitie alhier, worden toege
=zonden.
N:o 476.
Raad gehouden. Zie de Notulen van heden
No. 477
Op verzoek van Gabriel Jansz Muskus, district 26.
meester van het 1=e district in de middel-divisie,
en van Adriaan Vos, district-meester van het 1.e
district in de Oost-divisie, om in voormelde kwa=
„liteit ontslagen te worden uit hoofde van veran=
=dering van woonplaats en de daaruit vloeyende
onmogelykheid om den voormelden post waar te
nemen.
Is goedgevonden en verstaan.
1=o Aan Gabriel Jansz Muskus en Adriaan Vor
ontslag als distritmeester te verleenen, gelyk ge„
„schiedt by deze, onder verpligting van alvorens alle
reglementen, registers, documenten en papieren tot
dien post behoorende, aan den genen die door ons
daarin zal worden benoemd ter hand te stellen.
2=o Hierby te benoemen Willem Munnigh tot dis
„trictmeester van het 1.e district in de middel di
„visie en Willem Craneveldt Hoyer, tot district
meester van het eerste district in de oost divisie,
om in dien post te treden en denzelven waartenemen
September 26. na alvorens alle reglementen, registers, docamen
„ten en papieren daartoe behoorende te hebben over„
„genomen en den gewonen eed voor ons te hebben
afgelegd, hetwelk terstond na de overneming der
voormelde stukken zal moeten geschieden
Extracten hiervan, zullen aan de belanghebbenden
tot respective informatie, ontslag en aanstelling, worden
toegezonden.
No. 478.
Nademaal wij uit de aan ons overgelegde
verantwoording van het Fonds tot instandhouding
der gewapende burgermagt hebben ontwaard dat
er eene zeer aanzienelijke som voor achterstallige
contributien aan het gemelde Fonds verschuldigd is,
waardoor diverse pretentien ten laste van dat
fonds, tot groote inconvenientie van de belang
„hebbenden, als nog onbetaald zyn.
En aangezien zulks ontstaan is door de onwillig
„heid of minchien nalatigheid van de contribuanten
in de tijdige voldoening van het gene een ieder ver=
„schuldigd is en geredelyk behoorde te hebben be„
=taald tot instandhouding der gewapende burgermagt,
dewelke is zamen gesteld uit hunne mede ingezetenen, als
die in de termen vallen van te moeten dienen en
niet even als anderen, dewelke hierby worden aan
=gesproken, volgens de wet van het regt mogen ge
nieten om door betaling van Contributie zich van
den voorzeiden dienst vrygesteld te zien.
Is goedgevonden en verstaan: allen ende eenen
iegelyken die voor contributie tot instandhouding
der gewapende burgermagt verschuldigd zijn by deze
ernstiglyk te vermanen om hunne achterstallige
uiterlijk voor of op den vyftienden der aanstaande
maand
September 27. maand October te voldoen, als zullende de genen
die daaraan in gebreken mogten blyven, na den
voorzeiden tyd, door middelen welke deswegens kun=
nen en mogen gebezigd worden, tot de betaling
van al het gene zy verschuldigd zyn, ten strengsten
worden genoodzaakt.
En is het vorenstaande heden afgekondigd, en een
exemplaar daarvan aan de administrateurs van
het fonds tot instandhouding der gewapende burger=
magt, toegezonden, met aanschryving om te zorgen
dat alle Contribuanten die op den 16=e October hunne
achterstallige Contributie niet hebben betaald, door
den kwartiermeester worden geciteerd, voor den krygraad
en door hem, volgens de bestaande manier van pro=
„cederen voor dien raad, tot de betaling worden ge=
„constrengeerd.
N:o 479.
Gelezen zynde eene missive van den magazyn=
meester van alle magazynen, dd 27.e dezer N.o 71, hou„
dende bezwaren wegens het te kort komende op het
in's Lands magazynen geweest zijnde zout, met
verzoek om dat te kort beloopende op twee honderd
en zeven vaten als verlies te mogen afschryven, en
voorts dat het ons moge behagen hem eene rafactie
van 2 pC:k voor versmelting van het zout te
accorderen. Zie de missive onder N.o 191.
Is goedgevonden en verstaan: de gemelde missive,
by extract dezes, te stellen in handen van den
Raad Contrarolleur Generaal der Financien adinte„
„rim om daarop aan ons te dienen van berigt.
N=o 480
Gelezen zijnde eene missive van den Raad Con„
„travolleur Generaal der Financien adinteriem, dd
2 verso.
September 27 27.e dezer N=o 229, verzoekende geautoriseerd te
worden om de, ingevolge resolutie van den Raad
van Policie, dd 25=e dezer te ontvangene penningen
die onder de comminarissen over den boedel van
den gewezenen Ontvanger Generaal Matthias
Schotborgh GZ voorhanden zijn, als ook de som van
vijf en negentig pezor van achten, dewelke geble=
„ken is aan dien gewezenen Ontvanger toe te ko=
men uit het saldo groot P=s 175 in de kist der
bewyzen van gesplitste ordonnancien op den 4=e
Augustus ll gevonden en in de koloniale kas ge=
stort, te gelyk op deszelfs rekening af te schryven
Zie de missive onder N=o 192.
Is goedgevonden en verstaan: den Raad Con=
„travolleur Generaal der Financien tot de hier=
vorenbedoelde afschryving, by deze te autoriseren
Een afschrift hiervan, zal aan den Raad Con=
„trarolleur Generaal der Financien adinterein, tot
informatie en narigt, worden toegezonden.
N=o 481
Gelezen zijnde eene missive van Joh=s J: Gaatman,
districtmeester van het 3=e district in de west-divisie,
houdende verzoek, om, uit hoofde van aangehaalde
redenen, ontslag in zyne gemelde kwaliteit te bekomen
Zie de missive onder N=o 193.
Is goedgevonden en verstaan:
1.o Den voornoemden districtmeester J. J. Gaatman out
„slag in die kwaliteit te verleenen, zoo als zulks ge
„schiedt by deze, na vooraf alle reglementen, registers
documenten en papieren tot zijnen post behoorende
aan zijnen opvolger te hebben ter hand gesteld.
2=o Om Jacobus Philippus Leseur hierby te benoemen
en aan te stellen tot districtmeester van het 3=e district
September 28 in de west-divisie, ten einde in de functien van
dien port te treden na dat de hiervoren bedoelde
stukken aan hem zullen zijn ter hand gesteld en
hij als dan den gewonen eed voor ons zal hebben afge„
=legd.
Extracten hiervan zullen aan de hierin genoemden
tot respective informatie, ontslag en aanstelling, wor=
=den toegezonden.
N=o 482.
Gelezen zijnde eene nieuwe van den Raad
Contrarolleur Generaal der Financien adinterim, dd 28.e
dezer N=o 430, houdende berigt op de, by onze dispo=
sitie van den 27=e deser N=o 479 in zyne handen
gestelde missive van den magazynmeester van alle
magazynen van dien zelfden datum N=o 71, betref=
fende het geledene verlies op het zout in's Lands
magazynen en het accorderen van rafactie daarop
Zie der Raad Contrarolleurs missive onder N:o 194.
Is goedgevonden en verstaan:
Om de afschryving van twee honderd en zeven
vaten zout welke in's lands magazynen te kort
komen, te accorderen, gelijk zulks hierby wordt ge
accordeerd.
Den magazynmeester van alle magazijnen te injun:
geren om voortaan by het in ontvang nemen van
's Lands goederen omzigtiger te handelen, ten einde
daardoor dergelyke afschryvingen voor te komen.
3.o Eene rafactie van een percent op het zout in's Lands
magazynen provinoneel toe te staan, zoo als geschiedt
by deze
Afschriften hiervan, zullen aan den Raad Contra
„volleur Generaal der Financien adinterim en den
Magazynmeester van alle magazynen, tot respective
informatie
September 29 informatie en narigt worden toegezonden.
No. 483.
Geen proces verbaal van de inspectie der bouw„
materialen, aangebragt met de schepen Henrietta
Wilhelmina en de Eendragt als nog ingezonden zynde.
Is goedgevonden en verstaan: den magazijnmeester
van alle magazynen hierby de reden daarvan af te
„vragen en tevens aan te zeggen dat wy het bedoelde
proces verbaal, in triplo, zonder verder uitstel afwach=
Een afschrift hiervan, zal aan den magazynmeester
van alle magazynen, ten vermelden eende, worden
toegesonden
No. 484.
Is gelezen eene missive van den Raad Contrarol=
„leur Generaal der Financien adintezin, dd 29=e deur
N.o 434, houdende kennisgeving dat de commissa
=rinen over den boedel van den gewezenen ontvanger
Generaal Matthias Schotborgh & de, volgens hunne
opgaaf onder hen berustende penningen ter somma
van P=s 799 4„ 3„ 2, ingevolge resolutie van den
raad van Policie, dd 25:e dezer, aan den ontvanger
Generaal, adinterim hebben toegeteld als P=s 7025, 1„- ren„
aan Kontanten en P=s 969. 2. 2 aan ordonnancien,
welke kontante som strekken zal ter gedeeltelyke
betaling der ordonnancie voor vrachtpenningen, ten
faveure van de Heeren Beng & Jutting; terwyl de
Ontvanger Generaal adinterin geinviteerd is om het
daaraan nog ontbrekende uit de eerst voorhanden toe
zynde penningen te voldoen. Zie de minue onder
N=o 195, dewelke voor informatie wordt aangenomen.
No. 485.
Door den Raad Contrarolleur Generaal der Financien
adentem
September 29. adinterim ingezonden zynde eene door den Magazyn
„meester van alle magazynen aan hem ingeleverde
petitie van benoodigdheden in ’s Lands magazynen over
het laatste kwartaal dezes Jaars.
En de gemelde petitie gezien en geexamineerd
Is goedgevonden en verstaan: onze approbatie op
de voorzeide petitie te verleenen, zoo als geschiedt
by deze en dezelve door ons geviseerd, aan den Raad
Contrarolleur Generaal der financien adinterim by ex
tract deses te doen toekomen, ten einde by het mag=
„tigen van den magazijnmeester van alle magazynen
tot den aankoop der aangevraagde goederen, te har=
„delen zoo als, ingevolge voorgaande bepaling, gebruike
lyk is.
N.o 486.
Zyner Majesteits brik de Merkuur is heden van
eene Convooi reis binnen deze Haven terug gekeerd.
Niets byzonders voorgevallen.
I. S. Elsenen
Kopy puplicaat Aan Zyne Excellentie Mr. Petrus No. 41.
Bernardus van Starckenborgh Rid„
der van de orde van de Nederland„
„sche Leeuw, Gouverneur Generaal ad
Interim van Curacao en onderhorige
Eilanden, Bonaire en Aruba, & Opper„
bevelhebber over de Land & Zeemagt
aldaar &:a &„a &=a
Geeft met alle verschuldigde Eerbied te kennen de onder„
geteekende Felix Guaderiama, genaturalizeerde Burger en
Inwoner alhier.
Dat de rekwestrant in aanzien dat er thans maar een Apothee
in deze volkryke Colonie Exteerd, en het bereiden van Medecynen,
distileren, en alles verder tot het beroep van de Phamacie, en
Apothekarij, voor veelen Jaren herwaards, het vak van de rekwes„
„trant op de spaansche küst is geweest, (blykens nevensgaande
verklaring, van de respectabelste zyner land genoten alhier woon agtig) en ook deswegens, indien zulks vereischt mogte worden
de striktste Examinatie te ondergaan, aannemende bereid is
diploma door het prolomedicato onder approba„ tevens om
tie van zyne K M verkregen en thans van Curacao ontbo„
den, aan Uwe Excellentie binnen korten tyd te produceren
zich genegen vind, zyn beroep alhier, op de matigste wijze,
en ten nutte van het publiek uit te oeffenen, ten einde daar„
„door in staat te zyn, zyne dagelyksche verteringen alhier,
zonder iemands prejuditie, maar integendeel tot algemeen
welzijn, te gemoet te kunnen komen,
Dan daar hem zulks niet geoorloofd is, alvorens daartoe
behoorlyk verlof van Uwe Excellentie als Chef dezer Colonie
te hebben verkregen,
Zoo is het dat de rekwestrant zich eerbiediglyk tot
Uwe
Uwe Excellentie is kerende, ootmoediglyk verzoekende dat het
dan Uwe Excellentie goedgunstiglyk behagen mage, aan de
rekwestrant permissie te willen verlenen tot het oprigten eener
wel geassorteerde Apotheek, verzekerd, dat de rekwestrant, niet
Spazen Zal, om niet alleen het publiek van zyne bekwaam„
heden in zyn vak te overtuigen, maar wel byzonderlyk, om
hun algemene vergenoeging in allen opzichten te verschaffi
het welk doende
&„a &.a &:a
Curacao den 30ste Junij 1820. ƒ W G / Felix Gudderrema
Geinterpreteerd door mij
/WG/ M=r Ricardo
B. Int: & Trans„r
Wij ondergetekenden, die nimmer het minste of geringste
tegens het gedrag van de Rekwestrant gehoord hebben,
en hem geloven een vreedzaam & kustig perzoon te zyn
nemen verder de vryheid, ter appui van bovenstaande
Rekwest, hem tot het verkrygen zyner verzoek aan de
gunst van zijne Excellentie aantebevelen; aangezien,
de Ondergetekenden wezentlyk van gevoelen zyn, dat
wel
het establiseren eener ^ geassorteerde Apotheek in de stadt,
en onder toezicht aan de Rekurstrant als in dat vak erva„
ren, van algemeen niet voor de Kolonie moet zyn Dato tot
supra.
/ W G Duijkinck / W: G:/ Iph: L. Cabiera
Med„s
/ Boije
/ „ / Theod.s Iutting
„ / A:o Matteij „ / J N C Iutting
¶ George Füriel
/ WG/ I Laroche
Joh„r H„t Apits &
/ Jos P Brandad
/ „ / I„b Moreno Henriq=r
„ / D G Casseres
/ I H Putting b&WZ
/ Haim Abmun de Lima
P„r / J C Meyer
J„ J Ab„m de Veer Jun„r
„ / Dan:l de D„d Gslasseres.
Translaat
Wy ondergetekenden verklaren en zwezen dat wy den per„
soon van Pelix Quader anna een Inboorling van Caracas hem
nen, dat wy op de stelligste wyze bewust zyn, dat hy, zoo
wel aldaar, als in de geheele Provintie derzelve, onder Spaanzen
gebied, het beroep, van de Pharmacie met algemeene goed
keuring, uit krachte der behoorlyke Koninglyke protomedicato
titulen aan hem vergunt, en door zyne Majesteit bevestigd of
Volgde, dientengevolgen bezat hy ook in Laquayra, eene zeer
groote en wel geassorteerde Apotheek, waar alle de Ing
retenen, en de Militaire en Burge-lijke Stospitalen zig
uit voorzagen. — En op dat zulke blyken tekenen wy deze
te Curacao den 6:e Ianuary 1820.
WG. Pedro Machado (WG) Iph. L. Cabrent
Manuel Dias Cazado „ Iose K de Martin
Cn. Franco. A Paul.
door my
(WG). M Ricardo
Be Eed. Int: & F:
Het verzoek van den rehaestrant is geaccordeerd
Curacao den 1 July 1820.
/ WGf Van Starckenborgh
Aan No. 42
Zyne Excellentie den Heere
Gouverneur Generaal aant: dezes
en onderhorige Eilanden, Ridder van
den Nederlandschen Leeuw etc etc etc:
Heeft met verschuldigde Eerbied te kennen P C Simon,
kapitein by het 6„e Bataillon Artillerie van Linie, In garnisoen
alhier
Dat hy Suppliant zig reeds by vroeger datum aan UWExcel„
„lentie geaddresseerd hebbende, tot obtien van verlof, om naar
het moederland te mogen vertrekken, ter verrigting van familie
affaires, en dat wel met het aanstaande Voorjaar, waarop door
Uw Excellentie, een goedgunstiglyk appoint is verleend,
Hij neemt andermaal de vrijheid zig tot Uw Excellentie te wer
den, Ootmoediglyk solliciteerende hem Suppliant te Willen accordee
ren, verlof om met het schip de Sara Maria voor een jaar
te mogen reputrieeren aangezien met dat vaartuig, brieven by
hem zyn ingekomen hem aansporende, indien mogelyk, zoo spae„
dig doenlyk naar het moederland te retourneeren om de reeds
voormelde familie affaires aftedoen.
Curacao den 5 July 1820
T welk doende
/ WG / P C Simon
Met voorkennis Van my dit
Rekwest ingeleverd aan Zyne Excellentie
den Gouverneur Gen: adint: van Curacao
/ WG/ Dursteler
Maj.e
Aan den rekwestrant, is verleend verlof voor twaalf
maanden om, tot afdoening van familie zaken naar het moederland te
Vertrekken
vertrekken, ingaande dit verlof met den dag van zijn ver„
trek uit deze kolonie, onder genot van zodanig gedeelte
zyns tractements, als by het Ministerie voor het Publieke
Onderwys, de Nationale Nyverheid en de kolonien, zal wor„
den bepaald.
Curaçao den 5 July 1820.
/WG/ Van Starckenborgh.
No„ 43. Aan Zyne Excellentie M:r Petrus
Bernardus van Starckenborgh,
Ridder der orde van den Nederland,
„schen Leeuw Gouverneur Generaal van
Curacao en onderhoorige Eilanden
&a
Geeft met verschuldigde Eerbied te kennen Maria
Margaritha Wensel wonende alhier
Dat der rekustrantes man Francisco Luijando
op heden overleden en de rekwestrante met den Staat zyns
boedel onbekend zynde, verzoek dat het Uwe Excellentie behal
„gen moge de rekwestrante te permitteren haar voornoem
„den man buiten hare prejuditie te mogen doen begraven
Twelk doende &c:a
Curaçao den 7„de July 1820 /WG/ dit merk / is door Maria Margari„
als getuige tha wensel die niet schrijven kan gesteld
/WG/ Joh.r H.r Apitsz
Het verzoek van de Rekwestrante is geaccordeerd, mid„
niemand zich daartegen stelle en, in Cas van abintestato
kennis te geven ter Weeshamer daar het behoort.
Curacao den 7 Iulij 1820.
/WG/ van Starckenborgh
No. 44 Aan zyn Excellentie Mr. P B
van Starckenborgh Gouverneur Generaal
adinterim over Curacao en Onderhorige
Eilanden &c: &c &c
Geeft met schuldige Eerbied te kennen Gysbert vos In„
wonende alhier.
Dat den Rekwestrant behuwd Broeder Jacobus Plaats„
heden by hem is komen te overlyden en hy gaarne het doo
de Lichaam van deszelfs behuwd Broeder ter aarde willende
doen bestellen bedugd zynde, dat er misschien Crediteuren
mogte zynen
Redenen waarom den Rekwestrant met schuldige Eerbied keerd
tot uw Excellentie verzoekende kwalificatie om buiten prejuditie
het lyk te mogen aanvaarden, en behoorlyk ter aarde te
doen bestellen.
'T welk doende &c Curacao den 17 July 1820
JWG G:t Vos Jan Z:
Des rekwestrant verzoek is geaccordeerde, mits niemand
zich daartegen stellen en, des vereischende, hiervan worde
kennis gegeven ter wees-onbeheerde- en desolate-boedelha„
mer alhier.
Curacao den 17 ny bekend July 1820.
JW GJ W:m Prince
Sec:
No„ 45
Aan zyne Excellentie den Heere
Gouverneur Generaal adintr: van Cura„
cao en onderhorige Eylandan &a. &.a &
Geeft met verschuldigde Eerbied te kennen Chris„
tiaan
Christiaan Johannes Timmer, Sergeant Titulair
bij het Battn. Artillerie van Ligne N.o 6.
dat hij in den Jare 1814 in het Moederland zijnde
aan de als toen plaats hebbende Ligting voor de Nationale
Militie heeft voldaan door het in plaats stellen van
een Plaats Verranger volgens Certificaat van den Gouver„
neur Van N: Holland onder hem berustende.
dat hy niettegenstaande in den Jare 1817 genegend„
heid voor den Militaire stand gevoelende zich als volon„
tair zonder Handgeld heeft doen Engageren by de Troepen
in deze kolonie gestionneerd, zonder echter eene bepaling van
Dienst Jaren te hebben aangenomen, Uithoofde hy sustineerde
daardoor eenige Hinderpalen uit den weg geruimd te heb
ben dewelke hem tot het Verlenen van Ontslag moeylyk
zoude hebben kunnen Zijn.
dat hy, gedurende zyne tyd van dienst zich vleijen mag
zyn Pligt te hebben betragt doch geene genoegzame ambitie
dienste
gevoelende welke hem in den ^ tot hogere rang zou kunnen
Verheffen, uit welke Redenen hy reeds aan wijle zyne
Excellentie den Vice Admiraal Gouverneur Generaal A
Kikhert Rekwest heeft gepresenteerd, ten ande hem met
deszelfs Ontslag te willen favoriseren edoch dit verzoek door
meergem„d Gouvern Gen„e afgewezen zynde.
Zoo is het, dat hij Suppliant de vryheid neemt, zich
aan U Hoog Edel Gestrenge te addresseren, met ootmoede„
ge Bede, Hem zyn Ontslag uit den dienste te willen
toestaan.
't Welk doende &a.
Curacao 17 July 1820
/W G/ C=r I=k Timmer
Gezien by my kapitein komandeerende
de 3, kompagnie Artillerie
P W GJ P C Simon
Gezien by my major kommanderende
1 Bat„o Artillerie van Linie N=o 6
/WG/ Dursteler
De Commanderende Officier van de artillerie, is gecue„
toriseerd om aan den rekwestrant ontslag uit den Militai„
ren dienst te verleenen
Curaçao den 22 July 1820.
/ W G/ I. I Elsevier
Aan zyne Excellentie M„r I I Elseirer No. 46
Gouverneur Generaal adinterim van
Curacao en onderhorige Eilanden Bonai„
re en Aruba en opperbevelhebber over de
Land & zee magt aldaar Hr. &a.
Geeft met alle verschuldigden Eerbied te kennen de
ondergetekende Louis Loiseau, thans op dit Eiland zich bevinden
Dat de rekwestrant ofschoon geboren
in Frankryk echter alhier in de Colonien, voor meer dan
Twintig Jaren woonagtig is, bekend zoo als hy zich durft
te vleyen, niet alleen als een Eerlyk man, rustig en
vreedzaam persoon, maar tevens als zeer Ervaren in
het vak zyner beroep, namelyk in die van Nairgateur
of zee man. —
Dat de rekwestrant genegen zynde zich alhier ter ne„
„der te zetten, en zich zoo veel mogelyk aan het publiek
nuttig
nuttig te maken, is echter bewust dat hem zulks als vreem„
deling niet geoorloofd is, alvorens daartoe eerst Uwer Excel„
lenties goedkeuring en approbatie te hebben geobtineerd.
de rekwestrant neemt derhalve de vryheid (onder recom„
„mendatie aan de voet dezes vermeld) zich eerbiediglyk tot
Uwe Excellentie te keren ootmoedig verzoekende dat het aan
Uwe Excellentie behage mage hem Rekwestrant permissie te
verlenen zich alhier, (na de daartoe opgelegde Eed van ge„
trouwheid aan zyne Majesteit de koning der Nederlan„
„den te hebben afgelegd) als burger en Inwoner te mogen ne„
derzetten, genietende dienten gevolgen alle de voorregten en
bescherming het welk aan andere Burgers en Ingezetene
zyn toegekent.
het welk doende Curacao den 27„ste July 1820
geinterpreteerd door my & &
/ wG/L„s Loiseau /W G/ M Ricardo
B Int: & F„r
Wy ondergetekende Burgers en Inwoners alhier ver„
klaren mits deze de rekwestrant perzoonlyk te kennen, en
dit wel byzonderlyk als een braaf en geschikt man, en zeer
kundig zeeman, welker beroep van veel nut voor den koop
handel is, doordien de kooplieden menigmalen ontstoken
zyn van het voordeel het welk zy genieten kunnen door
hunne Vaartuigen op verre reize te zenden, door gebrek
van goede Naergateur en Stuurman konst kennende perso nen;
Curacao dato utsupra
WG / A D meza
/ „ / I Pardo
Des rekwestrants verzoek is geaccordeerd, mits betalende
de daarop staande belasting ten behoeve van het Fonds
tot vernietiging der bewyzen van afgekeurde Iohannissen
Curacao den 27 July 1820
/W G/ I: I Elsevier.
N„o 47
Aan
Lyne Excellentie Mr. P B van Starc„
kenborgh Ridder der orde van de Neder„
landsche Leeuw, Gouverneur Generaal van
Curacao en deszelfs onderhorige Eilanden
Bonaire & Aruba, Opperbevelhebber van
de Land & zeemagt aldaar H Hl
Geeft met alle verschuldigde Eerbied te kennen Moses
Delvalle Cadet Super Cargo van de Britsche Brik Marten
gevoerd door Schipper John Taijlor thans in deze haven liggen
de dat den Reg„t met gem„e Brik van Curacao was gezeild
om aan Comarco Een Lading Mais & MuilEzels te gaan in„
Scheepen. — ende aldaar de volle Lading hebbe ingescheept. —
Van aldaar op den 7=e dezer in de nagt vertrokken om de Rey„
se naar Jamaica te vervolgens. —
Ontvaar geworden hebbende door de Equipagie in den
Morgenstond van den 8ste ten 4 Uuren, dat er zwaare
Lekkagie aan gem:e Brik gesprongen was en met beide pom
pen dezelve niet konde Lenssen tot om 9 Uuren voor„
middag gesien hebbende geen Lenssen aan ’t vaartuig te
krygen was, en gedurende 27 d=on Water in de pampen bleeven
den Reqt: benevens den Schipper & Equipagie getermi„
neerd, Raadsaamst bedagt en overeengekomen tot het Sal„
vareeren der ingeladene Capitaal almede het vaartuig, en
ook hun's Leeven, naar de Eerste haven de beste af te houden
het welk dit Eiland was. - ende des's namiddags met Conta„
„niveele gedurende pompen in het afzeylen tot in deze ha„
ven ten anker gelegd met als nog 27d„m Water in de pompen
den Reg„t dan alhier gerelacheerd om het Lekkagie welke be„
„speurd was onder water te zyn, zien Eenigzints te stoppen.
Echter zulks niet konde geschieden, in de grootste noodzakelyk
bevonden om de Lading Muil Ezels & gedeeltelyk Mais te Lan„
„den, om de Likkagie boven water ter repareren te kunnen krygen
den reqt. also by den Heer Vice Commandr. ’t Commando voe rende en den ontvanger alhier vervoegt, permit verzogt dezelve
lading te Landen om de Lek te kunnen stoppen waar den
req„s gepermitteerd is geworden, Echter aangesegt; dat voor
de Muil Exils, gerechtigheid van invoer betaald moeten wor„
den en van den reqt: afgevordert word.
Zo is ’t! dat den Reqt, tot Syne Excellentie is keerende
ootmoedig verzoekende des req=t geallegeerde Redenen wegens
het alhier Relacheeren in aanmerking gelieve te neemen
en overwegen het gevaar welke den reg:t en mede scheeps
volk hier bevond heb. — daar den Reqt. voor de gelande
Muil Ezels gerechtigheid afgevord word, en zulk alhier
voor geene Negotie is ingevoerd, maar wel uijt uyt Nood.—
Echter den request op vertrek zynde; alhier Eene Borgh
ter voldoening der gerechtigheden van de invoer der Muil
Ezels gesteld. — indien door zyne Excellentie mogte goedvin„
„den dat dezelve betaald moet worden; zullende als dan
aan den Heer ontvanger alhier de voldoening gedaan worden
'T Welk doende &l„a Aruba 14 July 1820.
/wg/ Jndelvaille badet
Indien de muilezels, om aangehaalde redenen, ont„
Scheept en terstond, na de reparatie van het vaar„
tuig, in hetzelve zyn mede genomen, zyn er als dan
geene regten op dezelve verschuldigd.
Curaçao den 27=en Iulij 1820
WG J. I. Elsevier.
No. 48 Aan zyne Excellentie M„r Pe„
trus Bernardus van Starcken„
„borgh Ridder van de order der
Nederlandsche Leeuw Gouverneur
Generaal Adinterim adinterim van
Curacao en onderhorige Eilanden
Bonaire & Aruba en opperbevel„
hebber van de Land en zeemacht al„
„daar &:l„a &l:a & l=a
Geeft met alle verschuldigde Erbied en Veneratie
te kennen de ondergetekende Rubi Freudenstein
soldaat by de Eerste Compagnie van de 28ste Bataillon
Jagers gedetineerde alhier.
Dat de aller ongelukkigste rekwestrant op he„
den door den Ed=e Gestrenge Heer Auditeur Militair
vergezeld door twee Commissarissen uit naam en van
wegens de Ed:e Gestrenge Krygsraad aangezegd zyn
de geworden, dat by vonnis van gemelde Ed„e Gestren„
ge krygs Raad, men goed gevonden had op de tegen
hem gedane aan klagte van Insubordinatie ten
opzichte van Een Vice Korporaal in de nacht van
de 20„ste der voorledene maand hem rekwestrant te
Condemneren, den kogel op de gewone plaats van
Militaire
Militaire Executie te ontvangen tot als er de Dood na „volge.
En de ongelukkige en aller Elendige rekwestrant,
in eene toevalligen staat van Dronkenschap geweest
zynde, geheel en al onkundig van het voorgevallene
op dat tydstip gelyk Uwe Excellentie uit de proces stuk
„ken dewelken ongetwijffeld aan Uwe Excellentie zullen
worden ter hand gesteld, zal gelieven te ontwaren.
Zoo blyft aan de Noodlottige rekwestrant, die nog
Jonk van Jaren is geen ander toerlugt over om
zich van de koude en vreede Dood te bevryden, dan
zich met tranende ogen, en met een diep gefolterd
hart zich voor de voeten van Uwe Excellentie, zyne
mededogende Chef te werpen, met gevouwene handen
en onder de stipste belofte van nimmer weder in dier„
„gelyke omstandigheden te vervallen, zeer ootmoedig.
„lyk en aller nederlijk Gratie en Pardon smeken
de en Inplorerende.
Het welk doende H„a Curacao den 19e July 1820
/WG/ R=i Treudenstein
De hierinvoormelde Straf is gemitigeerd door commututie
van dezelve tot die van den kruiwagen voor den tyd van
twaalf achtereenvolgende Jaren.
Curacao den 29.en July 1820.
/ W:G:P: I: I Elsevier
Aan zyn Excellentie M„r Isaac Johan
No. 49
„nes Elsevier Gouverneur Generaal- adin„
terim, over Curacao, en onderhoorige Eilan
den Bonaire en Aruba &:a &.a &
Geeft met alle verschuldigde Eerbied te kennen de on„
„dergeteekende Antonis Crilanovic hij geboren te kagusa, al„
Dat de suppliant die zich durft te vleijen by een
ieder die hem kent als een fatroendelyk en rustig per„
soon te boek te staan, en hebbende reeds voor een gerui„
me tyd handel op dit Eiland gedreven, gevoeld de grootste
geneigdheid zich alhier als ingezetene ter neder te zetten,
dan aangezien hem als vreemdeling het genot der burger
recht niet is competeerende ter zy u Excellenties Sanctie
& approbatie daar toe eerst is vergunt en verkreegen
zoo keert zich de suppliant zeer Eerbiediglyk tot u Excellen„
tie ootmoedig verzoekende, dat het aan U Excellentie beha„
„gen mag, hem Suppliant onder de genoone Eed van getrouw
heid aan zyne Majesteit de koning der Nederlanden,
als Burger en inwoonder alhier te consenteeren en onder
het genot der voorregten derzelve, te gelieven te admitteeren,
het welk doende
&=a &.a &:a Curacao den 2:e Augustus
1820
/WG / Antonio brilanovic hij
Wy ondergeteekenden kooplieden en Inwoners alhier ver„
klare mits deze dat den persoon van den suppliant bij
ons bekend staat, als een Eerlyk, rustig en vreedzaam
man, en naar onze gevoelen waardig om zich als in
wooner alhier ter neder te zetten.
Curacao dato utsupra
/ WG / A. Mattey
/ „ / Joh„n H.en Apitsz
Het verzoek van den rekwestrant is geaccordeerd.
mits betalende de daarop staande belasting ten be„
hoeve
hoeve van het Fonds tot vernietiging der bewyzen van
afgekeurde Johannissen:
Curaçao den 2 Augustus 1820
/WG/ J J Elsevier
N„o 50 Aan zyn Excellentie den Heere Gou verneur Generaal adinterim van Cura„
cao en onderhorige Eilanden.
Geeft met verschuldigde eerbied te kennen: Renier Frede„
rick van Raders kapitein by het Bataillon Jagers N=o 28.
Dat aangezien hy op den 29 Juny ll van verlof is terug
gekomen en hy alle de voorhanden zynde officiers wonin
„gen heeft geoccupeert gevonden
Aangezien art: 238 van het Reglement van administra„
tie voor de Troepen in de W: I: kolonien, bepaald, dat de officie
ren welke met geen logement in Natura kunnen worden voor„
zien in plaats van dien Logis geld zullen genieten, zo is hy te
rade geworden Uwe Excellentie te verzoeken om namentlyk
Hem 'S maandelyks /= te rekenen van
1=o Juny ll=) een zeker logis geld te laten
uitbetalen zoo als het Uwe Excellentie zal
Curacao den 5 Augustus 1820. zoedvinden te bepalen. —
Dit doende &c.a Gezien
/ W G R F van Raders /W G/ V Krapf
kap„t kapt: Comdt:
Des rekwestrants verzoek, is geaccordeerd en het logis geld
op ƒ 20 in de maand gesteld.
Curacao den 5en Aug„s 1820
/ wG / I I Elsevier /
No„ 51. Aan zyne Excellentie Den Heer
Gouverneur Generaal adinterim dezes
en onderhorige Eilanden &a. &=a &-a
Geeft met verschuldigde Eerbied te kennen
Louis van Pierre Carrillon 1:e Luitenand by ’t Bat„
taillon ^ M„r 28 (als daar toe behoorlyk verlof bekomen hebben
Dat hy Suppliant by zyner Majesteits Besluit
dd 3 Iuny 1819 N=o 62 permissie heeft geobtineert, tot
het aangaan, van een wettig huwelyk met Mejuffrouw
Johanna Iacoba van den Bergh wonachtig in S'hage
Den Suppliant wyders door wylen zyne Excellentie den
„heere Vice Adm:r Gouv„r Gene„l A kikkert deswegens
is geinformeert geworden, by wel deszelfs Missive
d: d: 1e October 1819. Wanneer den Suppliant vooraf om
alle onkosten tot een reis, naar Europa te vermyden
de ouders van deszelfs aanstaande Echtgenoote in
hage voornoemd by eene brief heeft gesolliciteerd,
het huwelyk alhier te mogen voltrekken, waar in
dezelve niet hebben geconsenteert.
Waarom den Suppliant de vryheid neemt zich
te keeren tot Uw Excellentie en wel opgrond van de
door 7. M aan hem verleend Consent (: ten fine als
boven is gezegd.) Eerbiedig verzoekende dat Uw Excellen„
tie behagen moge een Iaar verlof naar het moederland
met behoud van geheel Europeesch tractement (: en
wel integaan met den dag van des Suppliants Em„
barquement
barquement aan hem Suppliant te accorderen.
Gezien by my kommanderende het Welk doende &l=n
Officier van ’t Battaillon Jagersno 28/ WG/ L I P Carillon
71 Lt.
/WG/ V Krapf
Aan den rekwestrant is verleend verlof voor den
tyd van een Jaar, met behoud van half Europeesch
tractement.
Curacao den 12 Aug.s 1820
/WG/ I I Elsevier
N:o 52.
Aan zyne Excellentie M:r Isaac
Johannis Elsevier, Gouverneur Gene„
„raal adinterim van Curacao en on„
derhorige Eilanden Bondire & Aru„
ba, en opperbevelhebber van de Land
en zeemagt aldaar &c. &c &c
verschuldigde eerbied te kennen Geeft met de
de ondergeteekende ^ Magazyn Meester van zyne Ma„
jesteits Magazyn van oorlog dezes Eilands.
Dat den Suppliant in Zyne bovengemelde kwali„
teit zints den 4 Maart 1816 de voornoemde Ma„
gazyn heeft overgenomen en aanvaard, en dezelve tot
heden is waarnemende, zonder gene de minste assis
tentie, en daar den Suppliant nu door zyne ziekelyke
lichaams gesteldheid is ondervinden, dezelve niet
alleenig kunnende waarnemen, en ^ assistentie van
een ander vereischt.
En daar den Suppliants zoon Johannis Rudolph
Schmidl
zints den Jare 1807. met den Suppliant zamen
Werkzaam is geweest in de Amunitie en Mato recel Magazyn, tot den dag dat dit Eiland is
overgegaan onder de begering van zyne Majesteit,
en den Suppliant behulpzaam is geweest by
alle de werkzaamheden die verEischt wierden,
en tot dat einde vleid den Suppliant zig dat zyne
voornoemden zoon Johannis Rudolph Schmidt genoeg.
zaam kennis heeft, om dezelve te kunnen waarne„
men en bij des Suppliants absentie ofte indisposisitie
de vereischte werkzaamheden te kunnen doen vol„
brengen. —
Zoo is het, dat den Suppliant zig met de mees„
te Eerbied tot Uwe Excellentie is kerende, ootmoe„
dig verzoekende dat Uwe Excellentie goedgunstig be„
hage moge den Suppliants zoon Johannis Rudolph
Schmidt te willem aanstellen als klerk by zyne Ma„
jesteit Magazyn van oorlog met zodanige Tracke„
ment als uwe Excellentie mogte goed vinden toe
te leggen.
Curacao den 14 Augustus Het Welk doende &c.o
/WG/ I P Schmidt 1820. —
M M„r d A
Aan den rekwestrant is te kennen gegeven, dat
zyner Majesteits welmenen ten deze, moet worden
afgewacht.
Curacao den 14 Aug=s 1820
P.r G / I. I Elsevier
Aan Zijne Excellentie M.r J I ElNo„ 53.
„sevier, Gouverneur Generaal van Cura„
cao en onderhorige Eilanden, Bondire
en Aruba, en opperbevelhebber van de
Land & zeemagt aldaar &„a &-ra &=ra
Geeft met alle verschuldigde Eerbied te kennen de onder„
getekende Agustin Derarieu Schipper roerende het Fran„
sche Brik Schip genaamd La Confiance thans in deze Hu„
ven leggende.
Dat de rekwestrant op zyne reize van Porto Cabello naar
Bordeaux geladen met Cacao, schaden geleden hebbende, op
den 4„e Iuly dezes jaars tot beveiling van Schip en goed,
genoodzaakt geweest is, deze Haven binnen te lopen
ten einden de nodige reparatien te laten verrigten;
Dat de Lading van gemelde Brik ten gevolgen van
dien ontlost zijnde geworden en de sleutel van de Pak„
huizen waarin dezelve bewaard is, ter Tol kantoor al„
hier gedeponeerd zynde, zoo doet zich echter thans de
gelegenheid op, daar de rekurstrant vreemd en onbekend
alhier is, van zich in de noodzakelykheid te bevinden, om
over eene gedeelte der Lading by verkoop te moeten dispose„
ren ten einde aan de gedane onkosten van reparatien
als anderzins, te kunnen voldoen
Dan aangezien volgens het 234 artikel van het
koninglyke Fransche Wet boek voor den koophandel waar„
„na de rekwestrant, die in Frankryk thuis behoord, zich
ten opzigte van zyn gedrag als Schipper in Vreemde Lan
den moet reguleren en de autorizatie tot zoodanig ver„
hoop door de Magistraat, by gebrek eener Fransche
Consul
Consul, eerst verleend moetende worden, ten einde zulks
te kunnen doen Consteren;
Zoo keert zich de rekwestrant zeer Eerbiediglyk tot
Uwe Excellentie als opper Magistraat dezer kolonie oot„
moedig verzoekende dat het aan Uwe Excellentie beha„
ge mage, aan de Rekwestrant Verlof te willen verlenen
omme onder betaling der gewone geregtigheden zooda„
nig gedeelte derzelve Lading alhier te mogen verkopen,
als nodig zal zyn tot de tegemoet komen en betaling,
der gedane kosten alhier, zoo tot reparatie der gemel„
de Brik als anderzins, betrekking hebbende tot deze
zyne gedestineerde reize
het welk doende
busacao den 15e augustus
1820.
/WG/ A„m Devarieur
Geinterpreteerd door my
H JWG M Ricardo
B. Int: & Fr:
Het is aan den rekwestrant Vrygelaten om zoo
dunig gedeelte der Lading te verkoopen als hy mogt
goedvinden.
Curacao den 15 Aug„s 1820.
/WG/ I. I. Elsevier
No. 54. Aan
Zyne Excellentie den Gouver„
neur Generaal dezes en Onder„
horige Eilanden &c„a z„ca &c:a
Geeft met diepen Eerbied te kennen Alexander
Everts
Everts, Rooy en Waagmeester alhier.
Hoe dat hy Suppliant sints eenige tyd laboreerende is aan
ziekte en toevallen dewelke hem merkelyk verzwakken
en veel malen de uitoeffening van zyn bediening
belemmeren.
Blykende van dezen ziekelyken staat uit het declara„
toir hierby door deskundigen afgegeven geannexeert sub a
Dat hy inmiddels hoop heeft dat door het nemen
van rust en verandering van Lugt deze zyne indispo„
sitie zal ten beste keren.
Al waarom hy Suppliant zig keert tot Uw Excellentie
met ootmoedig verzoek dat het Uw Excellentie goedgunstig
moge behagen hem Suppliant voor den tyd van twaalf
maanden verlof te accorderen ter herstelling zyner gezond
„heid en inmiddels den Heer Isaac Johannis Elsivier
Junior te willen qualificeeren om ten pericule van Suppliant
en zonder bezwaar van de Cassa deze bediening waartene.
men en tot den Eed daar op staande te admitteren.
T welk doende
/WG/ A Evertsz.
Wy R.r Altt.r
Den ondergetekenden Certificeert mits dezen langen
Jaren gepracticeerd hebben over den WelEd. Heer.
Alexander Evertsz Waag en Kooij Meester labore rende aan koorts, zen uwe ziekte en zwake borst
van tyd tot tyd nog laborerende is ’t geen zyn Ed:
zeer veel verzwakt daar voor zoude een zee reis naar
een ander Climat of op een buiten plaats en vrisse„
lucht, het best geschikt zyn voor eenige tyd tot
herstellen van zijn Ed gezondheid.
Curacao den 18 Augustus 1820.
/ wG/ I C Schuler
Stads Chirurgyn
Des rekwestrants verzoek is geaccordeerd en de Heer J.J.
Elseveer sr. is tot de waarneming zyner posten gekwalifi ceerd.
Curacao den 19 Augustus 1820.
/ WG/ I I Elsevier.
Aan zyne Excellentie den Heer N 55
Gouverneur Generaal adinterim
dezes en onderhoorige Eilanden &:a &.a &=a
Geeft met verschuldigde eerbied te kennen Charles Gose„
wyn Joseph Brinck, Chirurgun der 3 Classe by het Batt:
Jagers N=o 28 in Garnisoen alhier (als daartoe verlof beko„
men hebbende.
Dat hy Suppliant onlangs uit de by hem ontvangene
famille tyding, is ontwaard dat daarin eenige zaken we„
ren voortgevallen waarin deszelfs perzoon volstrekt vereischt
wierden, en hy uit dien hoofde de vryheid neemt zich
te keeren tot Uwe Excellentie eerbiedig verzoekende ten ein„
„de aan het voorschreve Urgente te kunne voldoen hem Sup„
pliant een Paar verlof naar het Moederland met behoud
van geheel Europisch tractement integaan met den dag
van deszelfs Embarquement gelieft te accordeeren
't welk doende
/WG / Brinck
Gezien by my Chirurgyn Major
/ WG/ I. Groesbeek
Gezien by my Commandant
Van het Bat. Jagers N=o 28
J Krapf
Des rekwestrants verzoek om verlof is geaccor„
„deerd met behoud van half Europeesch tractement
Curacagden 22 Aug.s 1820.
WG / I I Elsevier
No„ 56. Aan
Zyne Excellentie M:r Isaac Johan,
nis Elsevier Gouverneur Generaal ad
„interim over Curacao en onderhoo„
rige Eilanden opperbevelhebber over de
Land en zeemagt aldaar &c
Geeft met verschuldigde Eerbied te kennen Teannette
Catharina Winkler thans weduwe van Jan Hero van
der Meulen,
Dat zooevengenoemde haar Eheman op heden
de klokke half een Uur het tydlyke met het Eeuwige
heeft verwisseld,
Dat zy het lyk van den overledenen gaarne bru„
ten prejuditie wenschte te aanvaarden ten einde het„
zelve ter aarde te doen bestellen zonder daardoor ver„
staan te willen zyn eenige acte Hereditair te pleegen
Waarom de Suppliante zich mits dezen van Uwe Ex„
cellentie is keerende, Verzoekende oppoinctement ten fi„
ne voorschreven.
T Welk doende &c. 30.
Curacao den 25„sten augusti
/WG/ I C van der Meulen
1820.
Het verzoek van de rekwestrante is geaccordeerd
mits niemand zich daartegen, stelle en des vereischen„
de, daarvan worde kennis gegeven ter wees onseheer„
de en desolate boedelkamer.
Curacao den 25 Augustus 1820
/W G/ I I Elsevier
N„o 54. Aan zyn Excellentie M„r I I Elsevier
Gouverneur Generaal ad interim de„
zer kolonie & &
Curacao den 22 august 1820
Geeft met verschuldigden Eerbied te kennen
G. M. Haken thans in den dienst staande als Sergeant
en kleedermakers = bans by het tegenwoordig Garnisoen alhier
Dat Rekwestrant als mede gedient heeft by het voormu
lig Nederlands Garnisoen als kleedermakersbaas tot enz.
met de overgave dezer kolonie aan het britsche Gouver„
nement met den Jaare 1807 waardoor Rekwesteant in den
voor hem zo beklagenswaardige toestand van zaken ge
steld werd, door dien hy niet alleen broodeloos bleef,
maar wel ook een merklyke Schade en Verlies diertyd
moest ondergaan, - vermits aan hem niet is uitbetaald
het geen het Land aan hem in debet stond, als ingevol„
„ge reek: dewelke hy de vryheid neemd hiermede by
te voegen.
Dat wel is waar, Rekw: zich direct met de terug
gave dezer kolonie aan het Ryk heeft deswegen geaddies
sard aan den Heer Nuboer Raad Contrarolleur der Fina
tien met verzoek dat Saldo groot P„s 1237„ 2 hem
deugdelyk Competeerende geinstiglyk doen uit te betalen
maar nimmer hierin kunnen slagen, terwyl gemelde
Heer Naboor hem onder het oog bragt, zo als hy ver„
meend verstaan te hebben, dat deze Kolonie voor als nog
niet in staat zich bevond de Lands schulden te kunnen
Voldoen. —
Dat Rekw: deze, kommerlyk genoodzaakt was, zyn
bestaan hier en daar als een vergeten burger op te zoeken
dus onkundig en onwetend zynde dat by eene Edictale
inroeping der Lands schulden hy in gebreken is gebleven,
zyne pretentie aan het Gouvernement op te geven
Zo is het, dat Rekw: zich is keerende tot uwe
Excellentie met onderdanig verzoek, dit versuim
niet te willen aanmerken, als ontstooken te
moeten blyven, over de Pietentie voormeld en dat
Dit rekwest
word gesteld in
handen van der
Heer Raad Con„
wegens des Rekwes
treerolleur Gen„l
der financien.
admt. ten ande
zynde boeken der
trant pretentie
in zoo ver zulks
in de voorhanden
zoek te doen en
vorige administra
„tie geschieden kan
het noodige onder
daar van aan of
te rapporteren
en der daarby
met terugzending
van het Rekwest
gevoegde rekening
Crivacao den
26.e Aug.s 1820
/ WG / I. I Elsevier gehouden. Alsdoen hebben hebbe
het U Excellentie behagen moge het daarheere te willen
derigeeren, dat deze zyne pretentie aan het Ryk op gelyke
voet gesteld werde, met de overige Lands Schulden door de
gezamenlyke Crediteuren aan het Gouvernement opgegeven
T welk doende
/WG/ G M Stahn
Sergeant.
Certificeere ik ondergetekende voormalige Eerste Commies
by den Engelsch Commissaris Charles Baggs in den Jare
1807 en 1808 dat in naam van de Commissarissen der Engel
„sche Capteurs, door derzelver Boekhouder A S Belvalle is afge„
vorderd en door de toenmalige kledermakers Baas G M
Hahn is afgeleverd de volgende voor het Hollandsch Gou
vernement alhier voor ’t Garnisoen aangemaakte kleeding
Stukken. — te weten
twee honderd drie & zestig Linnen baatjes. a 7 7/7 P=s
Voor de
twee honderd drie & Zestig ditto Chiletten... 5... „ 3„ — „
sche Artillerie
460. Vyf honderd zesentwintig ditto broeken. 3„ — „
Onder officiers Vyf onderofficiers Lakensche baatjes
de 4.de Compag 7.... „ Vyf Ditto Linne Baatjes..............................,, 32,,_,,_
nie Artillerie Vijf Ditto Ditto Chiletten .. 5.... „ 1 „ — „
Tien ditto ditto broeken. 6„ — „ ..........
2„ —„ 14 „ „ Vyf en dertig Zakensche baatjes... ..
Cannoniers Vyf en dertig linnen dito. 7.... „
Vyf en dertig linne Cheletten.........
2„ — „ 7.... „ Zeventig.... ditto broeken..
14. Vier lakensche baatjes Recruten
18. Een onderofficiers Lakens baatjes
Een Bombardier Een ditto Linnen baatjes
van de kaapsche Een ditto ditto Chillet.... .. 5.. „
Artillerie
Tien Linne Broeken.
Zeven Cannoniers lakensche baatjes: 14.... „
Cannoniers van Leven ditto Linne baatjes
de kaapsche dr„ 7.. „
Zeven ditto ditto Chiletten. Ullerie
seertien ditto ditto broeken
Transporteere... P„s 1104 „ 7 „
Per Transport. 1104„ 7„
Als mede nog de onderstaande kleeding
stukken welke voor de overname van dit
Eiland aan het Garnisoen zyn afgeleverd
Honderd zes en Zestig lakensche Baatjes a 1488
Honderd zes en zestig linnen baatjes..
6 „ — „ Honderd zes en zestig linnen Chiletten...
Drie Honderd twee & dertig linnen broeken.. 7.
1234„ 6 „ — „
In twee termynen op goede Rekening Ontvanger 697. 4„ —„
Competeerd per Saldo... P: 1237: 2. —.
Alle hier voren gemelde kleeding stukken waren behoorlyk
geconfectioneerd except eenige weinige Linnen Broeken, baatjes.
& Chiletten getal onbekend welke toegesneden doch als nog
niet genaaid waren; en zyn dezelve door de Capteurs zoo als
dezelve waaren /except die der Jagers hier boven gemeld/
Op Publieke Vendu verkocht.
En heeft den gemelden kleedermakers Baas voor zoo ver
re my bewust is nimmer het saldo hier boven gemen„
tioneerd van het Engelsch gouvernement ontvangen.
Wat de Prijzen voor Maakloon der bovenstaande kleding
stukken betreft kan den ondergetekenden met zekerheid Certi„
ficeeren dat aldus door het Hollandsche Gouvernement zyn
Uilbetaald, de redenen van wetenschap daarvan zyn, dat
den ondergetekenden de boeken van gemelde G. M. Haken
als Kledermakers baas te dier tyd heeft gehouden; — Ook
zal zulks door de Boeken van den toenmalige Boekhouder
Generaal bevestigd worden.
/WG/ P„r Gorsira/
Voormaals Magaz: M:r der Artillerie
thans 1„e Commis by de Mag. M.r
Van alle Magazynen.
By mangel aan genoegzame bewys, is in des Rekwes.
trant
trant verzoekt niet getreden
buracao den 31 Aug=s 1820.
/ WG/ I: I Elsevier
No. 58. Aan zyne Excellentie M I. I. Elzevier
Gouverneur Generaal adinterim van Cura „cao en onderhoorige Glanden, Aruba en
Bonaire en opperbevelhebber ter Land & zee„
magt aldaar V. V. &.
Excellentie
Geeve met schuldige Eerbied te kennen den ondergeteekende Ma„
ria Pinero.
Dat gisteren avond om elf uuren is overleeden Maria Berna„
da Bodenaar en den ondergeteekende Wenscht haaren overblyf„
zit ter aarde te doen bestellen soo keerende de Suppliante tot Uwer Exa
Centie ootmoediglyk verzoekende om het overblyfzel van Maria Ber„
„narda Bodenaar te Mogen begraven buyten haaren prejuditie
Curacao den 5:e Aug:s 1820. 'T Welk doende
als getuijgen zien /WG/ dit is + het merkteken
teeken Van Maria Pinero
/ WG / Barth.s Senior j.r
Het verzoek van de rekwestrante is geaccordeerd, mits nie„
„mand zich daartegen stelle en in Cas van abintestato, daarvan
kennis te geven ter Wees-onbeheerde, en. desolate- boedelkamer alhier
Curacao den 5 Aug.s 1820.
/WG/ I. S. Elsevier
N=o 59 Aan zyne Excellentie Mr. I I Elsevier Gou„
Verneur Generaal adinterim van Curacao en
Onderhoorige Eilanden Bonaire en Aruba
& Opperbevelhebber over den Land nacht als
„daar &C„a &C=a &b:a
Geeft met alle verschuldigden Eerbied te kennen de onder
getekende Iose Buret zich thans alhier bevindende.
Dat
Dat de rekwestrant als Eigenaar van de Fransche Schoener
Theresa gevoerd geweest door Schipper A. Maurelia, en gela„
den met verscheidene Artiekelen bestaande in Nieuwe
Rum eenige kasjes Wyn en Eigeuren als mede de eene gerin„
ge quantiteit droge Goederen van Martinique vertrokken zynde,
gedestineerd naar de Spaansche kust, op den 24„sten der lb maand
Van Augustus Veroorzaak door Onvoorziene evenementen by be„
hoorlyke protest te vermelden op klein Isla Davis gestrand
is alwaar het vaartuig geheel verloren zynde geraakt door hem
als zoodanig geabbondonneert is geworden. —
Dat het dan de rekwestrant echter gelukt heeft, door het
aldaar ten anker vinden van de Nederlandsche Schoener Dorothea
& Bark Mary om van dezelven alle hulp te erlangen, en
Onder beding van Twee Honderd zilvere daalders betaalbaar
alhier voor Vragt aan het geen gesalveerd konde geworden bui
„ten Bergloon even zoo gelukkig geweest is, om als het ware
tot voorkoming van met zyn scheeps Volk van honger te
bezwyken de volgende Artiekelen te Salveren en dan boord
van gemelde beide Vaartuigen te doen schepen, Waarvan ge„
deelte alhier reeds is aangekomen in de Dorothea, en het
Overige alle oogenblikken in de Bark Marry alhier ver„
wagt word, bestaande in alles, uit 26 kasjes Leveur 13 kisjes.
Wyn 3 Vaten wyn 11 pappen Nieuwe Run 2 kisten droge Goe„
deren en 16 Demijons Azyn.
Dan aangezien dat uit deze gesalveerde Actiekelen
Wanneer alles alhier arriveert eerstens de Vragt van Twee Hon:
derd zilvere Daalders, de gagien der Scheeps Volk in Propor
tie van het gesolveerde, het bergloon als een afzonderlyke
zaak van de vragt, en een aantal andere bekende en nog
onbekende te Vallene kosten, moeten betaald worden; en
aangezien de totale ruïne door dit overgekomene onge„
luk aan de rekwestrant, die niet geasseireerd is toegebragt
en de weinige het welk uit het gesalveerde voor hem zal
Overschieten.
Zoo.
Zoo is het dat de Rekwestrant zich met alle re„
„verentie tot Uwe Excellentie is kevende Ootmoedig Sme„
„kende dat het aan Uwe Excellentie behage mage in
deze zoo voor hem aller ongelukkigste omstandigheid en
als eene byzonder gunst en gratie van aan de rekwer
trant van ’s lands geregtigheeden bestaande in decijs, in
komende regten als anderzins te willen gelieven te Exonoreren
en bevryden
Het Welk doende H.a Curacao den 11 Sept.r 1820
Geinterpreteerd door my WG / Iose Burel
/WG/ M Ricardo
B Int: &.
In des Rekwestrants verzoek is niet getreden
Curacao den 12 Sept.r 1820.
/ WG/ I. I. Elsevier
No. 60.
Aan zyne Excellentie M.r I. I. Elsevier
Gouverneur Generaal adinterim van bu„
racao en onderhorige Eilanden Bonaire
en Aruba, en Opperbevelhebber van de
Zee & land magt aldaar.
Geven met alle verschuldigden Eerbied te kennen de on„
„dergetekenden woonachtig alhier opzinden omstreek van Pie„
„termaij, Vianen, Altena en de boven Divisie.
Dat de Rekwestranten, uit hoofde van de wel bekende
Slechtheid en het gevaarlyke van de Weg zoo in het op als
Wel in het afgaan van de Berg Altena niet alleen aller
moeyelykst voor voetgangers, maar pericules voor Paarden,
Rytuigen, Wagens als anderzins; gezamentlyk overeen gekomen
zyn dezelve onder eene onder hun daartoe gecollecteerde Con„
„tributie ten bedrage van Circa Een honderd en Vyftig Paten.
„jos te laten repareeren;
Dan aangezien het nu blykt deze som daartoe niet
toereekend zal zyn, en daar, door de verbetering van ge„
melde
melde weg, alle de Ingezetenen byzonderlyk de Plan„
„ters in de boven Dirisie groot nut en voordeel zullen
trekken, het welk ook in zich zelve als eene heilza
„me en noodzakelyke verbetering voor de Kolonie in
het algemeen kan beschouwd worden
Zoe nemen de Rekwestranten de vryheid /: ten ein„
„de dit Werk niet ten halve te doen staken, het geen
zekerlyk jammer zoude zyn /: zich zeer eerbiediglyk tot
Uwe Excellentie te keeren ootmoediglyk verzoekende dat
het aan Uwe Excellentie goedgunstiglyk behagen mag, in
Consideratie van het algemeene Niet het welk uit deze
verbetering van gemelde weg moet voortvloegen, het ont
brekende / het welk niet zeer veel zal kunnen beloopen tot
het voltoogen van een zoo heilzame werk uit de
koloniale kas dezes Eilands te doen betalen
Het Welk doende &c:a
Curacao den 11 September 1820. /Wyf David H. Dovale
I: H Jutting CWZ.
/W G/ Hend„k Leger.
George Curiel
J C Meyer
I. N I. Jutting
Wm. Prince
G. B. Bosch,
W A v. Spengler
William Smith
M. A Jesurun
I W G Jutting D Reevers
p„r p=r Daniel Bing
I W G Jutting
Het Verzoek van de rekwestranten, is niet geac„
cordeerd, echter ten behoeve des bedoelden wegs geaccor„ wegs
deerd, drie honderd schepels kalk uit 't Lands maga„
Curacao den 13 Sept.r 1820.
/WG / I. I. Elsevier.
No. 61 Aan zyne Excellentie M:r Isaac
Johannis Elsevier Gouverneur Generaal
adinterim over het Eiland Curacao, en
Onderhoorige Eilanden Bonaire en Aruba,
& Opperbevelhebber over de Land & zeemagt
aldaar &„l„a H„r & l„n
Geeft met alle verschuldigde Eerbied te kennen de onder„
Pachienne geteekende Luis Pachienne Leon gebooren te Marseilles in
Frankryk, als
Dat de Suppliant die zich durft te vleyen by een ieder
die hem kent, als een fatzoendelyk en rustig perzoon
te boek te staan, en hebbende reeds voor eene geruime
tyd handel op dit Eiland gedreeven, met het doen
van verscheidene reisen af en aan in deeze Colonie, ge„
veld de grootste geneydheid zich alhier als ingezetene
ter neder te zetten en te Establiceeren, dan aangezien
hem als vreemdeling het genot der burger recht, niet
is Competeerende ten zy u Excellenties Sanctie en appro„
batie daar toe eerst is vergünt en verkreegen;
Zoo keert de Suppliant zeer Eerbiediglyk tot U Excellen„
tie ootmoedig verzoekenden dat het aan U Excellentie
behagen mag hem suppliant onder de gewoone
Eed van getrouwheid aan zyne Majesteit de koning
der Nederlanden, als Burger en inwoonder alhier
te Consenteeren, en onder het genot der voorregten
derzelve te gelieven te admitteren
het welk doende
Curacao den 21 September 1820. &a &a.
/ WG/ L. Pleon
Wy ondergeteekenden kooplieden en Inwooners
alhier verklare mits deze dat den Perzoon van
de Suppliant by ons bekend staat als een Eer„
lyk, rustig, en vreedsaam man en naar onze
gevoetens
Waardig om zich als inwoner alhier ter neder te
Zetten.
Curacao dato Utsupra,
/ W G / A Mattey
D G Casseres.
Het verzoek van den rekwestrant is geaccordeerd
mits betalende de daarop staande belating ten be
hoeve van het Fonds tot vernietiging der bewyzen
van afgekeurde Johannissen.
Curacao den 22 Sep„r 1820.
/ WG/ I. S. Elsevier
Voor kopy konform
De Gouvernements Secretaris
Geschr
W: Trink
Duplicaat
Curaçao den 3=e July 1800 twintig
izien het Extract, uit het Journaal, van
Uwe Excellentie, dd 1:e Iuny ZL: 't welk ter
myne kennis brengt, S' konings Besluit van
14:e December des vorigen Jaars, N:o 65. waar bij
den Gouverneur Generaal deezes Eilands; door
Excellentie den Heer Minister voor het
Publiek onderwijs, de nationale Nyverheid en
kolonien, word gelast, ter executie van
dat koninglyk Besluit, my met de eerste be
me gelegendheid, naar het vaderland te
te zenden, tevens dat uwe Excellentie
verwittigde, binnen drie of vier weken,
gereed te zyn, die reis te aanvaarden met een
Brik Schip van de Heeren Bing & Jutting.
Hoe wel /. Hoog EdelGestrengen Heer! ik mets
vieriger wensch, dan te rug te keeren, naar
het land waarin ik ben geboren, en opgevoed,
daar toe alles zou opofferen en aanwenden, om
deezen wensch vervuld te zien dan door des hun„
dige zee lieden, welke de reis meermalen hebben
hebben gedaan, geinformeerd zynde geworden, het
bedoelde Brik Schip geen bekwame scheeps ge„
legendheid is, om te repatriceren, en mij stellig
afgeraden hebbende, de reis met hetzelve te
ondernemen, zoo heb ik de Eer uwe Excellentie
daar van bij deezen te informeeren, naa
aanleeding
aanleiding
van Uw hoog EdelGestrenge
ving dd 12 Junij JL N=o 98.
De Luit=n Kolonel
de troupes te la
Uwerne.
Wm. Brink
Eerhoo
No: 126
Kopy duplicaat
Fiscalaat den 7„e July 1820. No. 115.
Ik heb de eer Uwe Excellentie intezenden de zoo
oogenblikkelyk by my ontvangene klagte van de Par=
namen der Joodsche gemeente.
Het is ten gevolge van dezelve dat ik de vryheid
neem om by wyze van interpretatie der Publ: van
6„en Juny ll: Uwe Excellenties welmenen te vragen,
of krachtens de eerste Artikel, de openbare begravenis=
plegtigheden en het bidden aan de sterfhuizen mede be=
hooren geweerd te worden van hun die zich van de Jood
sche gemeente hebben gesepareert, ten einde my daarna
te kunnen regulieren
Ik heb de eer met veneratie te zyn
De Raad Fiscaal adinterim
/W:G:/ I. I Elsevier
Voor Kopij Konform
De Gouvernements Secretaris
W: Trinq
Zyne Excellentie
den Heer Gouverneur Generaal ad int.
dezes & onderhoorige Eilanden & 2 &
N:o 125
Kopy Duplicaat
WelEdele & Gestrenge Heer!
Cüraçao den 7„en July 1820.
Als voorzitter der Israelietsche gemeente en namens my
„ne mede Collegas neem ik de vryheid, mits deze, ter officier
„le kennis van UwelEdele Gestrenge te brengen, het gebeurde op
gisteren by het begraven van het Lyk van een der kinderen van
Manuel Penso een afgescheidene Lid der gemelde gemeente, het„
welk UwelEd gestrenge volkomen ontwaren zult uit de hiernevens
gaande verklaring en naamlyst dien aangaande;
Uit dit gehoudene gedrag zal UwelEdele Gestrenge mede ont„
waren dat de aldaar present geweest zijnde afgescheidene Le„
den der gemelde gemeente, zich overlyk aangematigd hebben
het regt alleen aan Ioden toegekend Echter, zoo zy zulks
gedaan hebben, om als het ware overtuigende bewyzen te
geven van hunne geneigdheid om van hunnen Erruiren te
rug te komen, zoo durf ik te waarborgen dat in zoodanig geval„
de parnasynen, hunlieden met open armen in de boezem der
gemeente weder zullen aannemen, zich des niet te min schul„
„dig gemaakt hebbende aan klaarblykelyke infractie aan de
Escamoth of kerkelyk reglement, en wel byzonderlyk aan het
Eerste artiekel derzelve.
Maar zoo zulks onverhoopt geschied is, tot bespotting on„
zer godsdienst, of in minachting van de Publicatie, (en wel
byzonderlyk van het eerste vertiekel derzelve) namens zyne
Excellentie den Heer Gouverneur Generaal adinterim dezes
Eilands in dato 6 Iuny dezes Iaars afgekondigd, dan be„
„velen wy de zaak geheel aan UwelEd Gestrenge als Fiscaal
dezes Eilands, omme des wegens te handelen ofte zoodanige
Mesuren
Mesuren te nemen als UwelEd Gestrenge in goede Iusti„
tie zal vermeenen te behoren.
Ik heb de Eer te zyn met de grootste hoog achting
UwelEd Gestrengen's
Ootmoedige en Onderdanige Dienaar
/ wG/ Josias Dovale
Voor kopy konform
de Gouvernements Secretaris
Tripel
Aan zyn Edele Gestrenge
den Heer & M:r I I Elsevier
Raad Fiscaal dezes Eilands
& S.
N:o 124
Kopy duplicaat
Wij ondergetekenden Koster, Doodgraver, en slachter
van de Isiarlietsche gemeente alhier, verklaren mits de
ze, dat op heden morgen, gelast zynde geworden door
de Eerwaarde Heeren Parnasynen der gemelde gemeente
van ons naar de Joode begraafplaats te begeven, ten ren„
de oog getuigen te kunnen zyn, van het geen in de
omstreek derzelve mogte plaats vinden met betrekking
tot het ter aarde bestellen van het Lijk van he t kind
van Manuel Penso, een afgeschiedene Zid derzelve gemeen„
te als mede van de wyze waarop zij de openbare plig„
tigheden mogte waarnemen, ten einden waarvan
rapport te kunnen doen; zoo vervoegde wy ons daarna
toe, en kwamen aldaar omstreeks acht uuren. — dat
in een half uur, daarna het bovengemelde Lyk zal
gen aankomen vergezeld door een aantal Joden, alle
afgescheidene Leden der gezegde gemeente, die met
hetzelve in de plantagie Bleijn toebehorende aan
de Edele Heer Joh:s Rud: Laasser traden, en na dat al„
daar de huil gereed was gemaakt het gemelde Lyk
ter aarde bestelde, met alle de gewoone Joodsche Zeten en
Ceremonien, en in luide en hoge stemmen; doende het
gebed van kadiz (gehad van Tien) het Nagedachtenis
gebed / genaamd Escave / en verdere openlykheden bij
het begraven van een Jood gebruikelijk, welke gemelde
gebeden en ceremonien gedaan en verrigt wierden,
door de personen waarvan een Naamlyst aan deze is
geheijt; En verre van door onse presentie te werden
terug gehouden, matigde zich den persoon van Isak
Idanha de Casseres het regt aan, van als voorlezer te
ageren; den perzoon van Moses de Marchena op eene
spottende wijze aan de eerstgenoemde een potlooden pa„
aanbiedende tot het opnemen der namen, alle
volgens
gevolgen hunner gedrag braverende
alle het bovenstaande door ons gezien,
gewoond hebbende zo zyn wij bereid des gerequire
dezelve met solemnele Eede te bevestigen Curaçao
den 6:n Junij des namiddags 1820.
/ WG /: Iaert Vidanque
S: L: Mad suri
1 J:b de Selomoek Levij Madira geinterpreteerd door my
/:W.G/ M: Ruur
B: Int: & F voor kopij Konform
de Gouvernements Secretaris
J Sring
No 123
Kopy Duplikaat
No. 38.
Aan boord Z: M: Korvet komeet zei
lende voor Curaçao den 9.e Iulij 1820.
Ik het de eer uwe Excellentie te rapporteeren,
dat ik ter voldoening aan deszelfs gerespecteerde aan„
schryving, in dato 20 Iuny ll: met de onder myn
bevel staande korvet kommet, de beide schooners
onder spaansche vlag, de eene naar Porto Catello en
de andere naar La. Guaijra, geconvoyeerd heb; en na
9 dagen ter Heere van laatst gemelde plaats gewacht
te hebben, naar eene Schooner onder Nederlandsche vlag,
die aldaar in lading lag dezelve onder geleide van gemelde
korvet, naar herwaards tot voor de haven heb over„
getragt.
In het oplaveeren, onder de Spaansche kust, door de
moeyelijke zee en het zware-stampen van het schip
eene der botteloeven gebroken, en de tweede in slechte si„
twatse geraakt zynde; als mede eenige ligte havery aan
het beschotwerk in het Galjoen bekomen: hebbende, zoo
vinde ik mij in de verpligting uwe Excellentie daar
van kennis te geven, met instantelyk verzoek dat uw
Excellentie zoo goed gelieve te zyn, van order te stellen
dat aan my verstrekt moge worden; twee stukken
hout, ieder ter lengte van 15 voeten en ter dikte
van 8 duimen in het vierkant; benevens nog een stuk
hoeit, ter lengte van 18 voeten en dikte van 4 duimen
in’t vierkant, voor eene leuning in het Galjoen; na ont„
vangst van welke ik voornemens ben, naar het eiland
Bonaire te zeilen, om aldaar myne geleden schade te
herstellen, en met eene myne Compagie beurtgewijze naar
land te laten gaan, voor derzelver gezondheid en uit„
hanning. Het zoude mij tevens aangenaam zyn.
in dien
indien aldaar gelegenheid was
pen eenige verversching te kunnen doen toekomen
toe ik de gunstige dispositie van uwe Excellentie ben
verzoekende
De defecten aan mijne onderhebbende bodem dan
verholpen zijnde; proponeer ik Uwe Excellentie indien
de dienst, van Z: M: Korvet komeet, alhier niet met
noodzakelyk is, om ter voldoening aan myne order op
den 15.e dezer maand, met mijne onderhebbende bo„
dem langs de eilanden S=t Martin en S:t Eustatius, naar
myn station te Suriname te rug te keeren, om al
daar des ministers nadere order, tot het doen van
een tweede kruistocht, naar herwaards afte wach„
ten!
Zoo uwe Excellentie te Suriname, eenige Zom„
missien te verrigten, of depeches derwaards hadde me
de tegeven, zoude het my zeer aangenaam zyn, de
zelve in tyds te mogen gewo„
Met verschuldigde hoogachting heb ik de eer te zyn,
Den Kapitein Luitenant ter zee kom
mandeerende Z: M: Korvet de komeet
Wy / I: Blom
voor Kopij konform
de Gouvernements Secretaris
Wm Kring Aan
Zyne Excellentie den Heer
Gouverneur Generaal ad-int„n
van Curaçao en onderhouge
Eilanden.
r 1813
kolo„
ner trac
neem
1/2 Art:
te doen
Lande
te ver„
van Curaçao en onderhoveg
Eilanden.
No: 122
KopyDuplicaat Curacao den 10„e July 1820
By zyner Majesteits besluit van den 28 October 1813
N:o 36 aan ambtenaren in de West Indische kolo„
nien geaccordeerd zynde, om een vierde gedeelte hunner trac
„tementen in het moederland te laten ontvangen, zoo neem
ik de vryheid Uwer Excellentie, naar aanleiding van Art:
4 des voormelden besluits te verzoeken mij het regt te ver„
„gunnen, om het voormelde gedeelte van myn tractement
Sedert den 1e. dezer in het moederland, by delegatie, te doen
ontvangen en dat dien ten gevolge hetzelve alhier te Lande
moge worden ingehouden.
Ik heb de Eer met verschuldigde hoogachting te ver„
blijven
De Secretaris van den
Raad van Solicie
/WG/ W„m Prince,
Voor kopij honform
De Gouvernements Secretaris
Aan Zyne Excellentie Aernel
M:r P B van Starckenborgh
Ridder der orde van den Nederlandschen
Leeuw en Gouverneur Generaal adinterim
Van Curacao en Onderhoorige Eilanden
&C:a Vl:a &C.a
No. 131
Curacao den 11.den Julij 1820
Ik het de Eer uwer Excellentie, ten gevolge
van Hoogstderzelver gunstige dispositie van den
dezer N.o 340 op myn verzoek van dien dag, hen„
nis te geven: dat ik den Heer J: Deeleman Bom
wonende te Amsterdam bij acte van dezen datum,
myn
gemagtigd heb: om een vierde gedeelte van Jaar„
lykoch tractement, sedert den 1:sten dezer, bij het
Ministerie voor het Publieke Onderwys, de Natro„
neele Nyverheid en de Kolonien, te ontvangen. —
Met diepen eerbied verblyf: ik
De Secretaris van den Raad
van Policie
/WG/ W=m Prince
voor kopij konform
de Gouvernements Secretaris
J Princq
Duplicaat
No: 130
Curacao den 11„en Iulij 1820.
Het huis van Derweduwe M.r Schotborgh
achter het hoofd fortres alhier gelegen, aan mij voor het
Gouvernement te koop aangeboden zijnde, en in aanmerking
genomen hebbende, het voordeel hetwelk het Gouvernement
uit den aankoop der gebouwen achter het hooftforties gelegen,
tegen eenen minderen prijs van dezelve wezenlyk waardig zijn.
zoude trekken, aangezien het Gouvernement anderzins
dezelve dikwyls in huur moet nemen, heb ik onder ap„
probatie van uwe Excellentie goedgevonden; den kapitein
Ingenieur H: I: Abbring te inviteren, het gemelde
nus te gaan bezichtigen, en mij te doen weten, hoeveel
hij hetzelve schat waardig te zyn, waarop ik inleg
gend antwoord van Zyn Ed ontvangen het kennisgevende ge„
lijk Uwe Excellentie zal ontwaren, dat hij het te hoop
aangebodene huis op drie honderd Peros van achten gewaar„
deerd heeft.
Ik het echter getracht hetzelve tegens eenen minde„
genre prijs; onder nadere approbatie van Uwe Excellentie
voor het Gouvernement te erlangen; doch der weduwe Ho
Schotborgh ZZ heeft mij laten weten, dat zy het
huis voor niet minder dan drie honderd peros van achter
konde verkoopen, en ingeval het Gouvernement dien prij
niet betalen kon, zij liever het gebouw wilde laten
breken, verzekerd zynde van de afbraak meer te zullen
maken.
Uwe Excellentie zal derhalve de goedheid gelieven
te hebben mij met de middeeling van derzelver meen
de aangaande te vereeren, en ingeval Uwe Excellentie
mogt
eene Excellentie
M: P: B: van Starckenborgh
Gouverneur Geweraal ad-intr:
mogt goedvinden het huis tegens den gewaardeerden prijs
aantekoopen mij de noodige autorisatie daartoe als ook
tot de opmaking der ordonnancie in betaling te doen
geworden.
Ik heb de eer te zijn
Uwer Excellenties
onderdanig dienaar
De Raad Cont Genl. ad of=m
/W G/ C: L: van Uytrecht
voor kopij konform
de Gouvernements Secretaris
W. Trink
No: 129
Curacao den 28 Juny 1820
Ik heb de eer UwEd te informeeren, dat het
huis agter ’t Fort, toebehorende aan Mevrouw de
Weduwe M: Schotborg, Jz. zynde de geweeren Po„
licie-wacht, door my niet hooger kan getaxeerd
worden als ter waarde van P„s 300 — „
Ik heb de eer met achting te zyn
/W:G:/ H: I: Abbring
1 Kapt Ing.t
Voor Kopy Konform
De Gouvernements Secretaris
Wm. Brink
WelEdele Heer
C L: VUytrecht, raad
Contr Gev.e adinterim
der finantien.
No: 128
Curacao d: 13 July 1820. Kopy Duplicaat. inneemen
Hoog Edel Gestrenge Heer!
In antwoord op Uw H: E: Gestr:'s geëerde missive
van gisteren, hebben wy te berichten dat, het vertrek
van de Brik Lisette tot op Donderdag den 27:e dezer uit„
„gesteld is, maar dat het niet in ons vermogen is, het
Uur van den dag te bepalen, dewyl zulks van wind,
weer en andere omstandigheden afhangt.
Met de meeste Eerbied verblyven wy
Uw: H:E: Gestr: bereidw: Dienaar
/ W G / Bing & Jutting.
Voor kopy konform
De Gouvernements Secretaris
D' Brink
Aan zyne Exell: I B van starckenborgh
Gouverneur Generaal adint: van
luracao & onderhorige Eilanden
etc. &c
No 12
Kopy duplicaat
No. 305.
Curcivat den 13.en Iulij 1820
Ik neem de vryheid uwe Excellentie kennis te gezien
dat ik gisteren van den Ontvanger Generaal ad int.m en van
den accynsmeester berigt ontvangen heb, dat hunne eische
Contra de kooplieden Bing & Iutting, de eerste wegens
de betaling van de bewriste recognitie gelden ten beder„
ge van P=t 105.... - en de andere voor eene rekening van
accijnsgelden groot S„o 94„ 4„ - beide voor ingevoerde mo
dera wijn, bij sententie van het Hof van Civiele
Criminele Justitie ontzegd zyn met de kosten, zo
dat de procureur die den Ontvanger Generaal ad interi
en den Accijns Meester in deze zaak bedient heeft, aan
elk dezer ambtenaar eene rekening ten laste van den
Lande heeft ingeleverd bedragende P:t 25„ 2„
Met verwondering heb ik deze uitspraak van he
gemelde Hof vernomen, en kan niet bereffen wat daar„
toe aanleiding heeft gegeven; doch daar zulks in zo
ver eene zaak is welke my niet aangaat, wil ik ook
liever die waar onaangeroerd laten, en overgaan tot het
gene my betreft. —
Om deze beide posten uit het Belasting Register
te royeren. zal ik mij met de sententie van het Hof van
Justitie en tevens met de daarvan aan uwe Excellentie
gevene voorkennis kunnen verantwoorden; doch aanga
de het opmaken van ordonnancien, ter betaling zo
van de reeds ingeloverde rekeningen des Procureurs, als van
die welke door den plulbezorger van partij ingevolge sen
tentie mogten ingeleverd worden, vind ik my verpligt
toevlugt tot uwe Excellentie te nemen, ten ein
deszelfs meening deswegens te mogen vernemen
In afwachting waarvan ik met de verschil
de achting ben:
uwes Excellenties
Onderd: dienaar
De Raad Cont.r Generaal ad intm.
wG/ C: L: van Uytrecht
voor kopij konform
de Gouvernements Secretaris
J: Prins
Zyne Excellentie
M:r P: B: van Starckenborgh,
Gouverneur Generaal ad-int.
JEMAINTIENDRAT.
Ablicatie.
Y Mr. ISAAC JOHANNES EI
SEVIER, thans ad-interim waarne
mende het Gouvernement van Curaçao en onderhoorige Eilanden.
Allen den genen die deze zullen zien
ofte hooren lezen, salut! doen te weten :
Nademaal Zijne Excellentie Mr. Petrus
Bernardus van Starckenborgh, Ridder der Orde van den Nederlandschen Leeuw, Gouverneur Generaal ad-interim dezes en onderhoorige Eilanden, en Opperbevelhebber van de Land en Zeemagt aldaar, den 20sten dezer is overleden en het ambt van Gouverneur Generaal dezer Eilanden vacant geworden is.
Zoo is het, dat wij als Raad Fiscaal ad
interim en de eerste in rang zijnde ambtenaar in deze kolonie, bij ontstentenis van de secrete missive of lastbrief, welke bedoeld wordt by het 13de artikel van het Reglement op het beleid der Regering, het Justitie wezen, den handel en de scheep vaart op dit eiland Curacao, de bediening
van Gouverneur Generaal ad-interim der voorzeide kolonie en der onderhoorige eilanden hebben aanvaard en den eed in die kwaliteit in handen van het oudste Lid van den Raad van Police alhier hebben afgelegd, gelyk wij de bediening van Gouverneur Generaal voormeld by deze ad-interi m aanvaarden.
Wij gelasten dus allen ende eenen ie
gelyken, wien zulks eenigzins zoude kunnen of mogen aangaan, ons in die kwaliteit te erkennen, gehoorzamen en naar vereisch te res-pecteren.
Gedaan op Curaçao den 21sten July
een duizend acht honderd en twintig, het zevende jaar Zijner Majesteit’s regering.
J. J. ElSEVIER.
Ter ordonnantie van denzelven,
W. PRINCE, Sec.
Gepubliceerd binnen het Fort Amster
dam, en in de Willemstad, dato ut supra.
W. PRINCE, Sec.
Notulen der gecombineerde ver„
gadering van den Raad van Policie
en van den Raad van Civile en Crimi
„nele Iustitie op het Eiland Curacao
gehouden op Donderdag den 20 sten
July 1820.
De Raad Fiscaal adinterim Present:
M„r Isaac Johannes Elsevier president
C L van Uytrecht, Raad Contra„
rolleur Generaal der financien ad„
interim„
B: A Cancrijn
Theod:s Tutting
C A Baron De Larrey, Raden van
policie
M=r D Serrurier, president adinterim
van den Raad van Civile en Crimi„
nele Iustitie
benevens
M„r W W Duyckinck
M=r H K Hayunga gegradueerde Le
de, de laatsgenoemde adinterim.
als mede
Frans Royer &
W. A. van Spengler, Raden van Co
vil en Criminele Justie
De vergadering met het gebed geopend zynde, werd
door
Kopy duplicaat.
door den President aan de Leden bekend gemaakt het
overlyden van zyne Excellentie den Gouverneur Generaal
adinterim M„r P B van Starckenborgh, heden avond
omtrent zeven uren, uit hoofde van welk treurig geval
deze gecombineerde vergadering by een geroepen was om
na te komen het gene bij artikel B van het reglemen
op het beleid der regering, den handel en de scheepvaart
op deze kolonie ten aanzien der bediening van Gouver„
„neur Generaal, by vacature is voorgeschreven. Daarop werd
de Gouvernements Secretaris door den President gevraagd
of er eenige Secrete missive of last brief, by het voor
zeide artikel bedoeld, sedert het overlyden van den
Heer Gouverneur Generaal A. Kikkert was ontvangen, en
zulks door den Gouvernements Secretaris negatief beant„
„woord zynde, verklaarde de President dat hy als Raad
Fiscaal en in die kwaliteit de eerste in rang zynde
ambtenaar, overeenkomstig het evenaangehaalde arti„
kel, de bediening van Gouverneur Generaal dezer
kolonien zoude aanvaarden en den eed daarop staan
„de zoude afleggen, indien de Leden geene bedenking dus
tegen hadden in te brengen, dan, daar de Leden gezame
lyk betuigden geene de minste bedenking te kunnen
„neur
opperen, maar integendeel dat hy President als Gouver„
Generaal moet worden erkend, aanvaardde hy in
zyne kwaliteit als Raad Fiscaal terstond de bedie„
„ning van Gouverneur Generaal adinterim over deze
kolonie en heeft den eed by het hier vorengemelde
reglement voorgeschreven, in handen van het Oudste
Lid van den Raad van Policie afgelegd.
Waarop deze gecombineerde vergadering werd ge„
adjourneerd tot morgen, den 21sten dezer, des voor den
middags te half elf ure.
Continuatie van Sessie
Vrydag den 21sten July 1820.
Present: De Gouverneur Generaal adinterim
President. en
de Leden hiervoren genoemd
De President en Leden by elkander gekomen zynde,
vervoegden zich allen op de puye van het Gouverne„
ments huis, alwaar de Gouverneur Generaal adinterin
op de gewone wyze, werd voorgesteld, hetwelk in de
de Willemstad ook, ter plaatsé alwaar zulks gebruikelyk
is, op dezelfde manier is herhaald geworden.
Deze plegtigheden afgeloopen zynde, begaven zich de
President en Leden wederom ter vergaderplaats, alwaar
de president zyn voornemen tot de vervulling van den
Raad-Fiscaals post en, vervolgens, wanneer zulks noodig
en doenlyk was, van den post van President van den
Raad van Civile en Criminele Justitie te kennen gaf, om„
„trent welken laatsgemelden post, naar zyn oordeel, vele
hinderpalen in deszelfs eventuele vervulling bestaan, en dien
ten gevolge zoodanige maatregelen daaromtrent zouden be
hooren te worden genomen als best raadzaam zullen bevon den worden te behooren; edoch daar de benoeming van eenen
Raad Fiscaal voorafgaat en de eventuele vervulling van den
Presidents post daarna maar eerst in overweging kan worden
genomen, zoo verzocht de President om het advies van de
Leden, aangaande den post van Raad Tiscaal te mogen ver nemen.
2. Daar „
Daarop hebben de Leden in dezer wege hun advies uit„
gebragt. namelyk:
Het Lid van Spengler dat dezelfde orde van opvolging als
by het overlyden van den Gouverneur Generaal A. Kikkert
heeft plaats gehad moet worden in acht genomen.
Het Lid Royer: als het Lid van Spengler.
Het Lid Haijunga: levert in een vertoog en refereert zich
aan hetzelve, welk vertoog werd voorgelezen.
Het Lid Duyckinck: dat het Lid Harjunga geen aanspraak
heeft op den post van Raad-Tiscaal, en is overigens van het
„zelfde advies als het lid van Spengler.
De President adinterim Serrurier dat het aangevoerde door
het Lid Hayunga hem, ten aanzien van den Fiscaals post,
zoude praejudiceren
De President heeft daarop de Ministeriele danschryving
dd 31.e January 1820 N„o 4/2 waarby het door den Heer Ha„
yunga aangehaalde koninglyk besluit alhier is bekend ge„
„maakt, doen voorlezen
Het Lid De Larrey dat des konings gemanifusteerden wil
moet worden opgevolgd, en het lid Hayunga tot Raad
Fiscaal behoorde te worden benoemd
Het Lid Jutting even als het Lid De Larrey
Het Lid Cancryn, even als het Lid De Larrey.
De Raad Contrarolleur Generaal der financien adinterim
even als met het Lid De Larrey.
Op order van den President werd de Ministeriele aan
schryving van den 29 February 1820 N„o 4/10, volgens welke
de schikkingen van den overledenen Gouverneur Generaal
adinterim, ter oorzake van het overlyden van den Gouver„
neur Generaal A Kikkert zyn goedgekeurd, voorgelezen
De President adinterim Serrurier en het lid Hayun,
ga, daartoe door den President verzocht zynde, absenteer
„den zich.
De onderharige zaak in deliberatie genomen en
de president en leden daarover in discourssie getreden zyn
„de, verzocht de president dat het lid Duyckinck zich
zoude absenteren, doordien de kwestie over de eventuele
vervulling van den post van president van Iustitie, te ge„
lyk in overweging zal worden genomen, dan welk ver„
zoek het lid Duyckinck heeft voldaan.
De president, als Gouverneur Generaal, difficulteert in
de benoeming van den Heer Hayunga tot Raad Fiscaal,
om dat hij den vollen ouderdom van dertig Jaren als
nog niet heeft bereikt, en zonder te treden in het door
den Heer Hayunga gesustineerde regt, vermeent te moeten
vooronderstellen dat zyne Majesteit onbekend was met de
Onstentenis van dit vereischte in den Heer Hayunga, toen
denzelven de provisionele waarneming van het Fiscaals ambt
werd. opgedragen.
Het Lid Royer met de Ministeriele aanschryving van
den 31=en Januarij 1820 N=o 4/2 bekend geworden zynde, ziet
van zyn vorig advies af en adviseert tot de benoeming
van den Heer Hayunga als Raad Fiscaal.
De Leden die tot de benoeming van den Heer Hayun
ga als Raad fiscal hebben geadviseerd; zyn van gevoelen
dat de korte tyd welke nog aan den Ouderdom van
den Heer Hayunga ontbreekt en welke hem anders on bevoegd
bevoegd zoude maken tot de waarneming van het
Raad-fiscaals ambt, niet en aanmerking komt na dat
de koning hem met dat ambt heeft willen belasten.
De President in aanmerking genomen hebbende
dat de punten in deliberatie, namelyk over de benoe„
ming van eenen Raad Fiscaal en de eventuele vervol ling van den Post van president van Civile en Crimi„
nele Iustitie, van zeer veel belang zyn, verzocht dat
de Leden hun advies schriftelyk, aan den Gouvernements
Secretaris zouden ter hand stellen, hetwelk de Leden heb
„ben aangenomen op aanstaanden maandag den 24'
dezer te doen, waarna deze punten in nadere overweging
Zullen worden genomen.
De President adinterim Serrurier en de Leden Duyc„
„kinck en Hayzenga in de vergadering terug geroepen en
E
gekeerd zynde, werd het verhandelde omtrent de inle„
vering van schriftelyk advies aan hen mede gedeelte,
met verzoek tevens om hunne belangen mede in ge„
Schrifte, op dien dag, aan den Gouvernements Secreta„
ris te willen overhandigen.
En is aan het lid Heyunga eene autentieke kopij
van zyn ingeleverd vertoog geaccordeerd.
Waarna deze gecombineerde vergadering gescheiden
/W G / I: I: Elsevier
/wG/ D Serrurier
W„m Webb Duyckinck / „ / C L van Uytrecht
/ „ / Theods. Putting / tK: Haijunga
1 „ / B A Cancrijn „ / Trans Royer
„ / „U A V Spengler/ „ / De Larrey.
De ondergeteekende gegradiseert Lid adinterim van
den Raad van Civile & Crimineele Iustitie, gewezen Adjunct
Fiscaal over Curaçao en onderhoorige Eilanden, vermeend met
regt aan uw Hoog Edele Gestrenge & Edele Achtbaren in dezen
gecombineerden Raad vergadert, ten einde de door het trurig
overlyden van zijne Excellentie onzen geachtten Gouverneur
Generaal adinterim M:r P: B: van Starckenborgh, vacant ge„
wordene post van Gouverneur Generaal te zien vervullen,
het volgende, tot instundhouding van het regt ’t welk hij
vermeend hem tot de door de benoeming van den Wel„
Edelen Gestr Heer M:r I: I Elsevier tot Gouverneur
Generaal ad interim, vacante Raad Fiscaals post, te
competeeren, voor te dragen.
De ondergeteekende dan vermeent krachtens Art: 49.
van het beleid op de regering van Curaçao, aanspraak te kun„
nen maken op het praesidium van den Raad van Civile
& Crimineele Iustitie, bij aldien de welEdele Gestrenge Heer
M:r D: Serrivier, thans dit ambt bekleedende tot de Post van
Raad Fiscaal zoude kunnen geroepen worden, welk praesi„
duim nummer door mynen ambtgenoot M=r W: W: Duyckink
kan worden bekleed, vermits het gemeld Artikel duidelijk
bepaald dat de posten van Raad Fiscaal en President
van den Raad van Iustitie niet door personen die Zwagers
zijn kunnen worden vervuld, welk Legaal obstacel en dezen
met betrekking tot de welEd: Gestr: Heeren M:r D: Serrurier
& M:r W: W: Duyckinck plaats vind.
ten tweeden sustineert de ondergeteekende zyn aanspraak op het
thans vacante ambt van Raad Fiscaal te kunnen fun„
deeren op zekere Ministerieele Resolutie d:d: 31. Januarij
1820 waarby ^ toen de WelEd: Gestr: Heer M.r P: B: van
Marckers
Kopy duplicaat.
Curaçao den
Sturckenborgh, nog Raad Fiscaal zynde, om zyne demis
sie gevraagd heeft, tot deszelfs opvolger bij de daar„
door plaats hebbende vacature van dien post u benoemd gew
den; aan welke dispositie niet heeft kunnen voldaan wor
den, door dien de WelEd: Gestr: Heer M:r P: B: van Starche
borgh, het Gouvernement door het overlyden van zyne be„
cellentie den vice Admiraal Ziekkert aanvaardende, de
WelEd: Gestr: Heer M:r I: I: Elsevier, voor en al eer deze disp.
sitie ter kennisse der belanghebbenden was gekomen, tot Raad
Tiscaal zijnde aangesteld geworden, ten opzigte van den onder
geteekenden, dezelve daar de vacature reeds vervuld was, bin
ten effect bleef.
Door de benoeming van den welEdelen Gestrengen Heer
M:o I: I: Elsevier, tot Gouverneur Generaal adinterim, de
post van Raad Fiscaal vacant geworden zynde, sustineert
de ondergeteekende, dat ingevolge Zijne Majesteits begeer
te vervat in bovengemelde Ministerieele dispositie, hij in
cellen opzigte en wel bij uitsluiting de benoeming tot da
ambt kan ambreeren.
De ondergeteekende verzoekt dat dit zyn vertoog in de
Notulen moge worden geinsereerd en hem daarvan au„
tentieke kopy geextradeert.
/w G/ H: R: Haijunga
21 Julij 1820.
voor kopij Konform
de Gouvernements Secretaris.
Witsen
„Fring
No 132
Kopy Duplikaat.
No 3167 Curacao den 18=en Julij 1820
Ik naem de vryheid aan uwe Excellentie hen„
nis te geven, dat het Hoofd en familie geld over dit jaar
na den afloop der doleantie is bevonden te bedragen
eene som van P:s 11, 147„ - „ - waarvan bereids P:o 2750.
voor den eersten termyn ontvangen en verrekend is. Voor de
nog uitstaande som over den eersten termijn het ik den
ontvanger last gegeven, de gebrekige belasting schuldi„
gen door regtemiddelen tot de betaling te noodzaken,
terwijl ik hem teffens het aangeschreven om te zorgen
dat de rekeningen over den tweeden termyn nog voor het
einde dezer maand uitgeschreven en rond gezonden worden
Ik heb de eer te zijn
Uws Excellenties
onderdanige dienaar
De Raad contr: Gen=l ad int:m der fuit
/W G/ C: L: van Uytrecht
voor kopij konform
de Gouvernements Secretaris
W: Prins
Zyne Excellentie
M:r P: B: van Starckenborgh
Gouverneur Generaal ad int=m
N:o 139
kopij duplikaat
Curacao den 18.en Iulij 1820
No. 99
Naar luid van uHEG.s Missive van den 29=e Mei
bl, voegen wij hiernevens de Rekening der nalatenschap
van den verongelukte Bombard:r W: Spenis, waaraan
de verificatoire stukken, daartoe relatie hebbende, zyn
gehecht.
de administrateurs van het Garnisoen
/wG./ D: I: van de Lind
L:t Coll: p=s.
op last van dezelve
Plats.
kap kw:
voor kopij konsorm.
de Gouvernements Secretaris.
Jssens
J Prink
aan Zyne Exc: den Gouv:
Generaal ad int=m van Curaçao
en onderhorige Eilanden.
Welke
No. 138
welke
Aan Zijne Excellentie den Heere M=r
I: I: Elsevier Gouverneur generaal admi
„terem dezes & onderhorige Eilanden & Co.
Excellentie.
Dewijl door een der besluiten van Z: M: onzen Ko„
ning in den Jare 1815 aan de amptenaren der overzissche
kolonien, het voorregt is toegestaan om een vierde gedeelte
van het Tractement te laten staan, om in het vaderland
uitbetaald te worden; zoo num ik de vrijheid Uwe Exc: hem
=nis te geven, dat ik van dit voorregt wenschte gebruik
te maken, en Uwe Exc: te verzoehen dat het Uwe Erc: behoe„
„gen moge hiervan berigt te geven aan Zyne Excellentie
's Konings Minister voor de kolonien opdat voortaan be„
=ginnende, indien zulks mogelijk is, met den eersten Hugus
ties dezes jaars, een vierde gedeelte van myn Tractement, dies
de somma van 750 Gl, Holl Cour:, staan blyve en uitbetaald
worde aan den Heere L: E: Bosch te Utrecht.
Na my in Uwe Exe:'s voortdurende gunst
te hebben aanbevolen, noem ik mij met
de meeste achting.
Uwe Exc: onderd. Dienaar. Excellentie!
/: W G./ G: B: Bosch
Predik:t bij de Hervon gemeente
voor kopy konform
de Gouvernements Secretaris
J Brink
plikaat
No. 137
Curaçao den 28 Iulij 1828
Sligtshalve moet ik de vrijheid nemen, uw Hoog
Edele Gestrenge te verwittigen, dat 'er van wege het Gou„
vernement onder onze overledene Gouverneurs, aan den
kommandeur van het eiland Bonaire aanschryvingen
zyn gedaan, om aan onze oorlogschepen welke dat
eiland aandoen, de ververschingen welke zij mogten
benoodigd hebben, uittereiken; = welke vervrischingen
meestal, in versch vleesch of levendige kabrieten en
schapen bestaan.
Onder welnemen ben ik altoos van gevoelen ge„
weest, dat de oorlooschepen, onder eene andere ministers
staande, verpligt zijn de kolonie daarvoor schadeloos
te stellen met de voor verversching ontvangene buitialen
tegens eenen redelyken prys even als het door dezelve
aangekocht wordende brandhout te betalen. — Hier over
het ik eens wylen den Heer Gouverneur Generaal
van Stackenborgh onderhouden bij gelegenheid dat
de kapitein lieutenant G: A: Pool, het door hem
van het Land ontvangene brandhout niet wilde beta„
len, doch zijn Hoog Edel. Gestr: scheen niet genegen zijn
eenige verandering te maken in de gegevene orders
van wylen den vere Admiraal Gouverneur Generaal
A Kikkert, en heeft vervolgens zelfs de order tot
dat einde herhaald.
Dezelfde zwarighrid bestaat nog, en moet ook aan
uw Hoog Edel Gestrenge door mij worden gespperd, name„
lijk dat ik niet geloof dat het Ministerie voor de
kolonien zal kunnen goed keuren, dat aan de
oorlogschepen in deze zeeen varende ten laste der
Kolonie
Kopij Duplicaat
No. 332
kolonie ververschingen worden uitgereikt. — Mogt. uw
Hooghdel Gestrenge echter van hetzelfde gevoelen
yn als wylen de Gouverneur van Starckenborgh,
om voor eerst in de plaatshebbende orders des aan„
gaande geene veranderingen te maken, dan verzoek
ik uw Hoog EdelGestrenge daar van kennis te mogen
dragen, ten einde my daarna te kunnen regelen als
ik aan den kommandeur te Bonaire zal schryven
Ik het de Eer te zijn
De Raad Contrarolleur Generaal
admt der financien
W G C: L: van Uytrecht
voor kopij konform
de Gouvernements Secretaris
ANst.
Wm Prins
Zijne Hoog Edele
Gestrenge M=r I: I: Elsevier
Gouverneur Generaal ad-int„m
&:a —. &:o. —
No: 136
Kopij duplikaat.
Curaçao den 28 Julij 1820
No. 333
Ontvangen hebbende twee reekeningen van den Procu
reur voor de kooplieden Beng & Jutting wegens kosten ge„
vallen in zake contra den ontvanger generaal en den
areyns meester ieder groot Zeven en dertig Pezos van ach„
ten, wegens welker betaling bij de inzending, ik bereids
en dato 13:' dezer onder no 305 aan wijle den gouver„
neur generaal ad interim heb verzocht deszelfs meenen
te mogen weten; doch waaromtrent ik hoegenaamd geen
ne dispositie ontvangen heb, bij het extract uit het
journaal van wyle den gouverneur generaal ad interim
N.o 348 gevolgd op myne missive boven gemeld, zoo neem
ik de vryheid Uw Hoog Ed. gestringe te verzoeken my te
willen melden of de bovengemelde rekeningen uit de kolo„
niale kas zullen betaald worden, in welk geval ik au„
torsatie tot de opmaking van eene ordonnantie daar
voor verzoek te mogen hebben.
Ik heb de eer te zyn
De raad Contrarolleur Generaal
ad-int-n der financien
U G/ C: L: van Uijtrecht
inform.
des Gouvernements Secretaris
aan den Hoog Ed: Gestr:
Wm. Prins
Heer M:r I: I: Elsevier
Gouverneur Generaal ordent.n H.V. &c
No: 141
kopy Duplicaat
De ondergeteekende gegradiseerd Lid adinterim van
den Raad van Civile & Crimineele Iustitie dezes Eilands, by
onstentenis van eenen President in den Raad van Justitie &
uit hoofde van zwagerschap tusschen den Raad Fiscaal ad„
interim M:r Daniel Serrurier en het oudste Lid in gemelden
Raad, den WelEdelen Gestrengen Heer M„r U.W Duijckinck,
door Uwe Excellentie officieele missive d. d. 28 July 1820 N„o
264 gekwalificeerd om naar aanleiding van Artikel 63 van
het Reglement op het beleid der regering alhier, Uwe Excel„
lentie te dienen van advys, op het, door den by Vonnis van
den krygsraad tot de straffe des doods gecondemneerden
Jager R. Freijdenstein, aan Uwe Excellentie ten fine van gratie
gepesenteerd rekwest heeft de eer, ingevolge zoo evengemelde
kwalificatie, zonder zich hierdoor in ’t geringste te willen ge„
praejudicieert zien, Uwe Excellentie te kennen te geven dat by
hem nader geëxamineert zynde de prosesseale stukken zoo wel
de beschuldiging jegens den voorz. Jager als deszelfs verdediging
betreffende; hy onder eerbiedige correctie van gevoelen is: —
4„mo dat de Eisch in dezen genomen behoorlijk op de Wet gefundeert
is: Dat.
Het vonnis door den WelEdelen Gestrengen Krygsraad op dien
Eisch geveld, insgelyks omnis respectu met de bepalingen van
het Crimineel Wetboek voor het krygsvolk te Lande overeenkoomen
Edoch gelooft de ondergeteekende
3„ste Dat ingevolge de magt aan Uwe Excellentie by Artikel 63
van het Reglement op het beleid, van de regering alhier ver
„leend om aan tot lyfstraffe veroordeelden Gratie te kunnen
verleenen tot het aanwenden dier magt in dit geval termen
voor
voor handen zyn; en teld de ondergeteekende hiertoe in de
eerste plaats de geringe Dissantie welke er tusschen een
Vice Corporaal & een soldaat plaats heeft; immers zyn
zy uniform gekleed genieten eenerley soldy, woonen en
Spijzen aan dezelfde Tafel frequenteeren dezelfde Herber.
„gen, en bezitten uit hoofde van Manquement van Bescho
ving, daar zij ten dient opzigte met den gemeenen Soldaat
gelyk staan, niet dat onderscheid van rang, ’t welk
de wet omtrent Subordinatie vordert.
ten tweeden kan hier, wat by den Militairen regter niet
mag plaats grypen, by Uwe Excellentie in Consideratie
komen den inhoud van de wet waarop de Emplorant
van gratie gecondemneerd is, geworden, / ik bedoel Art
100 van het Cumineel wetboek voor het krygsvolk
te Lande) welke Artikel in het tegenswoordig geval
exprincipis humanitatis acquitatis uti et Justitiae
Universalis eene zachtere Interpretatie kan lyden:
immers is er een groot onderscheid tusschen het zede
lijk kwaad vervat in het aanranden en toebrengen van
een vuestslag door eenen Inferieur aan zynen Superieur,
en het dooden van den laatsten door den eersten, gelijk er
ook een onderscheid plaats: vind tusschen de belediging
door een soldaat zynen onmiddelyk gesubordineerden
aangedaan, dan wel of hij zulks aan eenen Chef verbo„
ven hem verheven, een kapitein, oversten of Generaal
by Vb. gepleegd hebbe, welke misdaden gezamentlyk
zonder onderscheid door den Militairen regter met dezelf
„de Straffen moeten worden gepunieerd.
hier
Ten derden koomt ^ Dronkenschap / waarop niet dan by
zeer zeldzame gevallen door den Militairen regter mag geregae„
deert worden / by het verleenen van Gratie in aanmerking,
Immers is het eene in het algemeene Lyfstraffelyk regt gead
mitteerde Princip quod Ebrietas Levior quia intellectum & remi„
„niscentiam non in totum tollit, a poena quidem non plene
liberat, sed tamen eam mitigare debet nisi cum dolo conjunt
ta fuerit; veluti Sifquis data opera ad nocendem si inebri„
„avit, van welke laatste, in dit geval hoegenaamd niet cons
„steert, en dus ten opzigte van den Impetrant van gratie,
die by het bedryven zyner misdaad Dronken geweest is, edele
niet zoo dat hy razende & bewusteloos was dit Beginzel ap„
„plicabel kan gemaakt worden.
Weshalven de ondergeteekende zich onderwerpende aan
Uwe Excellenties meer verligt oordeel van opinie is dat Uwe
Excellentie in dit geval den Impetrant van gratie R.
Freudenstein, Gratie van de Straffe des Doods kan verleenen,
en die Straffe in eene poena morti proxima kan Commuteeren,
met in achtneming van die uiterlyk formaliteiten als tot
afschrik van anderen, by Militairen alhier in zoodanige
gevallen gebruikelyk is.
Curacao den 29 July 1820. /W G/ M:r H K Haijunga
Raad. adint: van Justitie
Voor kopy Konform
De Gouvernements Secretaris.
W. Prink
N:o 140
Kopij. Duplikaat.
De ongeteekende, President adinterim van Justitie
en geexamineerd hebbende de requeste van R:
Fruidenstein soldaat bij het bataillon jagers n=o 28, de en
tegens denzelven gevallen sententie van den krygeraad,
en alle de stukken waarop dezelve is gebaseerd.
Is onder correctie van gevoelen dat wil is waar de gezegde
sententie in allen opzigte in regten is gefundeerd, alzoo
van de bij de verdediging gealleguierde mitsgerende om
standigheden; dat de vriecorporaats niet zouden zijn we„
senlyke superieuren, dat de gezententieerde zoude zijn per„
beschonken geweest en door den vreecorporaal geprovoceerd, dat
deze laatste zonder distinctif teken zoude zyn geweest, deels
niet alleen niets bewezen is, maar zelfs het tegendeel
zeker of waarschijnlijk is, deels dezelve in ’t geheel niets af
doen.
Doch dat evenwel 't Konings genadige inzigten bij
art 63 van het reglement van Regering waarschynlijk
niet zouden worden te buiten gegaan indien uwe Excellentie
aan den gesententieerden verleende gedeeltelyke gratie door de
straffe des doods te commuteren in eene andere waarbij
de gesententieerde eenige hoop overbleef om nog eens weer
zijner Majesteit genade te mogen inroepen: En zulks
om de volgende redenen
1:o Dat het althans twyfelachtig, zoo niet geheel onge„
fundeerd is dat de misdaad van den geinventieerden zoude moe„
ten beschouwd worden als eene reedere alzoo's Konings een
aan hem verleend pardon is volkomen en zonder eenige
restrictie en hem van alle gevolgen zyner vorige mis„ks„
daad schynt te bevryden, dus ook vooral van de verzure
ring van straf uit hoofde van dezelve bij het plegen
eener volgende.
2:o Dat
2=o Dat de misdaad is gepleegd in dronkenschap, of al thans
in een toestand van vertuitting door den drank waarin geene vol
mene vryheid der redelyke vermogens plaats voord, en van is
ken niet blykt of dezelve opzettelijk dan wel toevullig is ge„
weest, maar die des te eer tot excessen als het geplugde aan„
leiding konde geven uit hoofde van de sterke werking op de
zenuwen van de slechte rum, welken de Soldaten gewoon„
zijn te getruiken
3=o Dat de misdaad gepleegd is jegens een persoon die wel des
gesententieerden. Superieur was, maar echter niet op zulk een
distantie van denzelven dat er, niet ligtelijk familiariteit
tusschen hen heeft kunnen plaats hebben
komende deze twee omstandigheden wel niet bij den regter
maar wel bij Hem, aan wien het staat vergiffenis te verle
nen, in aanmerking komen.
Aldus met eerbiedige Commissie aan uwer Excellentie
dieper inzigt geadviseerd op Curacao den 28 Iulij 1820
WG / D: Serrurier
voor kopij konform
de Gouvernements Secretaris
W: Trink
Kopij duplikaat
Curacao den 31 July 1820.
2 d„m N„o 102.
Daar het de pligt van de Administrateuren van eenig Mi
litair Lichaam is, om zoo veel doenlyk voor het welzijn van den
Soldaat te zorgen, met in het oog houding van s' lands belang
zoo neemen de administrateuren van dit Garnisoen de vryheid. UH:
E: gestr: eenige Huishoudelyken verbeteringen voortedragen in de
uitdeeling der Rations aan den Militair in de koloniën toege„
=kend, het reglement van Administratie regt daaromtrent in dit
227 dat de Rantsoenen weekelyks zullen worden uitgegeeven, waar
onder ook het brood begrepen is; duidelyk genoeg is het, dat het de
meening niet zyn kan om dit laatste artikel slechts eenmaal's
weeks te distribueren, waarom dan ook bij de komst der Troepen
met goedkeuring van zijne Excellentie den Gouverneur Generaal
de distributie daar van op Woensdag en zaturdag is bepaald ge„
„worden, het ongenoegzamen van deze verdeeling is door de onder
vinding al dadelijk in het oog geloopen, zoo dat de Administrateu„
ren reeds lang zich daarover hadden behoren te adresseeren,
tydelyken omstandigheden hebben dit echter steeds verhindert.
door de plaats hebbende manier ^ contributie moet het brood,
dat daags voor de Districtie gebakken word, gedeeltelijk 3½
dag, gedeeltelijk 4½ dag kunnen duuren, het behoefd geen
betoog dat het brood in dien tijd en voornamentlyk in dit Cli„
maat geheel en al uitsvoogd en omsmakelyk word. Wesheilven
de Administrateurs UHEEgestr: voor=stellen om deze Districtie
te verdeelen, en in plaats van twee maal drie maal's weeks,
het brood, aan de Troepen te doen uitdeelen, op die dagen
welke het beste overeenkoomen met de Locale omstandigheden
Aan zyne Excellentie den Gouverneur Generaal
adinterim van Curacao en onderhorigen Eilanden &c:a Vls &
welke
by allen de voordeelen die deze Districtie zal hebben, be„
staat er slechts een nadeel, dat is, dat den Bakker eenig hout
meerder benodigt zal hebben, dan tegenswoordig tot het Bak
„ken word verbruikt.
eene ander Huishoudelyk Inconvinient, is uit de verme
„nigvuldigde Huwelijken der Militairen en het daarstellen
van een Mess. of kosthuis van onderofficieren voortgespro„
ten, hetzelve bestaat hier in, de rantsoenen kompagnies gewij
Zijn uit het magazyn afgegeven wordende, moet het deel der
getrouwde en der onderofficieren, als niet in de kompagnies
Alinage begrepen zijnde, daarna worden afgezondert, dat
door gemis van schalen en gewicht altoos gebrekkelyk gaat
en verholpen kan worden, door een order aan den Mag
„zyn meester, om de Rantsoenen der getrouwden en onder offi
cieren afzonderlyk uittegeven, dat is aan de kompagnie zel
„ve zoo veel mindere rantsoenen aftegeven als het aantal
der onderofficieren en getrouwden by ieder kompagnie re„
„draagt en daarna het hun Competeerende aan dezelven uitter
„ken; hier door word den anderzints onvermydelyk aankoo
van schalen en gewicht onnodig en den soldaat het wat
„trauwen ontnomen, als of den onderofficier en getrouwde een
beter deel voor zich behouden, een mistrouwen dat al ligt
plaats grypt ofschoon er nummer redenen toe gegeven is
den
een en ander hebben administrateuren vermeend UHEd
in Consideratie te moeten geeven.
De Administrateurs van het garnisoen
te Curacao. & Co.
op last derzelve
/ WG / V Krapf.
/ WG / Plats. President.
kap.t keer
No. 146
Kopij duplikaat.
Curaçao den 31.e Iulij 1820. 2 d:o No 101
Den Luit.e kolonel D: J: van de Linde, mondeling
den kwartiermeester gezegt hebbende dat desselfs tractement
met den 26 dezer maand ophoud, vind den raad van Admi
nistratie zich bezwaard in deze dewyl zij het recht niet
heeft om het tradement van eenig officier te doen ophou„
den, zonder speciale order daaromtrent
de administrateurs van het Garnisoe
te Curaçao &c:a
V: Krapt /WG/
President.
op last derzelver
Plats
kop kw:
voor kopij konform
de Gouvernements Secretaris.
Witsen
J Prins
Aan zijne Excellentie den
Gouverneur Genl„ ad int.m
van Curaçao en onderhorige
Eilanden.
C
No: 145
Copij dewelikaat.
Overschietend Saldo in de kist van de bewyzen van gesplitste
Ordonnancien op het Gouvernements huis, heden den 4den„
Augustus 1820, na het laatste plaats gehad hebbende royement
van gemelde bewyzen, op heden:
P„ 50„ — „ — 1820. Eene Ordonnancie No. 862.
28 „ 5 „ 2 1820 973 Eene dito
10 „-„1820. „ 1026 - Eene dito...
„ 48 „ 6 „ — 1818 532. Eene dito
37„4„ 4 —
Kontante gelden.
P„s 175„ — „ —
/WG/ C L van Uytrecht
R Cont: G„l adint of:
/ „ / Theod.e Jutting.
ontv: gen: adint:
Het bovenstaande saldo in de kist van de bewyzen van
gesplitste ordannancien op het Gouvernements huis, heden den
4=en August: 1820 na het finale roijement, bevonden, is door my
ondergeteekende in de koloniale kas ontvangen groot een hon
„derd vyf en zeventig Pezos van achten.
/W G/ Theodr Iutting.
p„s 175
ontv gen. admt:
Gereg=d den 4 Aug=s 1820 f„o 191. Voor kopy konform
De Raad bontr: G„e adint: derfin. De Gouvernements Secretaris,
/WG/ C L van Uijtrecht.
Wm. Prince
Nots.
No: 144
Kapij duplikaat
Curaçao den 4:en Augustus 1820.
Accuseerende de receptie van uw Excellentie dispositie de da
to 3 Augustus 1820. No. 388 daar bij ons inviteerende een nom
natie van twee of meerdere personen te formeeren en uw Ex.
cellentie aan te bieden, om uit dezelve door uw Excellentie
de huize gedaan te worden van een Lid als Rechter plaats
vervanger in de plaats van den Heer G: Striddels die Ef„
fectief Eis geworden is, hebben wy de Eer uw: Excell: aan
te bieden de navolgende nominatie
Daniel Bing.
I: N: C: Jutting.
D:l Specht.
Terwijl wij met alle veneratie de Eer hebben te zijn
De fungerende President en Raden van
civile & crimineele Iustitie des Eilands
Curaçao.
/W G/ W: webb Luijckinck
ter ordonnantie van dezelve.
J:b Thielen
Sec:s ad int=m
voor kopij konform
de Gouvernements Secretaris
Arina
Aan Zyne Excellentie Den Heere M:r I: I:
Elsevier Gouverneur Generaal ad int„m
van Curaçao en onderhorige Eilanden Bo„
naire & Aruba en opperbevelhebber over
de Land en Zeemagt aldaar. &c.a &c:a &.a
welke.
No: 143
Kopij duplikaat
Curacao den 5.en Augustus 1830. No„ 346
Ik acht het noodzakelijk de vryheid te nemen,
Uw Hoog Edele Gestr: kennis te geven dat ik op invitutie van
den Magazyn Meester, twee opengeslagene vaten gezouten
vleesch, dewelke door de officieren by de distributie dezen
morgen tegenwoordig, geweigerd zyn aantenemen, ben gaan
bezigtigen, en dat ik de gemelde vaten voor het grootste ge„
„deelte, met schonken opgevuld en het vleesch aangestoken
en niet geschikt tot de distributie aan het garnisoen, bevonden
heb.
Ik verzoek derhalve van uw Hoog Ed: gestr: de noodi„
„ge autorisatie te mogen hebben, om zoo wel de gemelde
2 vaten gezouten vleesch, als wel de 4 vaten meel, waar„
van 2. op den 17„en februarij ll en de andere 2 op den
23 Maart ll door den bakker afgekeurd en in het ma„
gazyn liggende zijn, by publieke opveiling te laten ver„
koopen. —
Waarmede ik die eer heb te zyn.
Uwes Excellenties
Onderdanige Dienaar.
De Raad Contr: Gen: ad: of.
/ W G/ C L van Uytrecht.
Den Hoog Ed: Gestr: Heer Voor kopy konform
M„r J S Elsevier De Gouvernements Secretaris.
Gouverneur Generaal adinterim
8. 8. 8 Trina
welke
N:o 142
Aan zijn Excellentie M:r J: J: Else„
vier Gouverneur Generaal ad Interim
van Curacao en onderhorige Eilanden.
Hoog Edele Gestrenge Heer!
Ten hoogste vereerd met de nominatie dewelke Uw
Excellentie goedgevonden heeft myner persoon te doen, tot
het vervullen der regter plaats vervanger in den Edele
Achtbare Raad van Civile en Criminele Iustitie dezes Eiland
zo vinde ik mij echter in den onvermijdelijke noodzakelijk
heid van aan uw Excellentie eerbiediglijk voor te moeten
dragen, dat hoezeer ik ook genegen zoude zyn aan de be„
geertens van uw Excellentie ten deze opzigte te voldoen,
de volgende redenen my daarin volstrekt verhinderen - te
weten: —
Eerstelyk - dat door de absentie van mijn Compagnon,
de gewigtige bezigheden van myn Huis van commercie
en de dagelijksche correspontie daaraan gehecht, geheel
en alleen op mij berustende, ik ingevolge van dien, my in
de onmogelijkheid gevoele, de behoorlijke attentie toetemij
den, aan den Post door uw. Excellentie mij opgedragen, zonder
myne eigene affaires te verwaarlozen.
Myne twede reden, die ik tevens geloof uw Excellentie
overtuigen zal deel ik voorzade benoeming niet kan aannemen
bestaat daarin: Dat naauwe banden van bloedverwant„
schap my verbinden aan de wethd Heren Raaden
W: W: Duijckinck en U: A: van Spengler / zynde ik
de volle Oom hunner Echtgenoten / zo dat ik vermeen
volgens de wet, met hun Edelen in den Raad gee„
nee zitting te hunnen hebben.
Vertrouwende
Kopy duplicaat
Vertrouwende dat uw Excellentie deze myne a
goed gunstiglijk zal gelieven in consideratie te nemen
en my van bovengenoemde Post te excuseren, heb ik de Eer
met de meeste hoogachting te zyn
Hoog Edele Gestrenge Heer
Uwer Excellentie's onderdanigsten dwdienaar
/W G/ J: N: C Jutting
voor kopij konsom
de Gouvernements Secretaris
W'Trincq
Curacao den 7=e Aug=s 1820
No: 149
De Schoolopzieners dezes Eilands aan
zyne Excellentie den Heere Mr I: I: El„
sevier Gouverneur Generaal ad interim
enz. enz.
Excellentie!
Het is ons eene zeer aangename taak door zyne Majesteit
het
belast te zyn met het opzigt over ^ schoolwezen dezer plaats,
wij achten het daarom onzen pligt hierin ons met ijver te kwyten
en alles aantewenden om's honings edel oogmerk te bevorderen
en naar ons vermogen voor deze maatschappij nuttig te zijn.
Ook hebben wij onze moeite hierin besteed gedeeltelijk beloond
gezien door de verbetringen, welke reeds in het, sedert jaren
alhier verwaardoor de vak van onderwijs gemaakt zyn en in a
vorderingen, welke wij bij de jeugd bespeurd hebben. Wij van
heugen ons in de aangename vooruitzigten dat onze pogen
gen hierin met eenen goeden uitslag zullen bekroond wor
den indien wij in deze onze amptsbezigheden door het Gouvern
nement ondersteund en geholpen worden, waarvoor wij zoovele
redenen hebben zulks te hopen.
Hierop vertrouwende hebben wy in onze vergadering
van den 19 Iulij ll. besloten het volgende onder uur Excellen„
tie's aandacht te brengen en eene gunstige voorziening in te
verzoeken.
1=o dat de gesteldheid op het naburige Eiland Aruba een kundig
en goed zedelijk persoon vereischt, welke zich daar in den post van
schoolonderwyzer nederzetten en dus in ^ daar reeds sedert vele
jaren bestaan hebbende behoefte voorzien kan.
Wij hebben ter vervulling dezer post onze aandacht gevestigd
op den persoon van Klaas van Eekhout schoolhouder der 2:e klas„
se alhier, eendeels omdat wij hiertoe door de inwoners van Aruta
zyn aangezocht anderdeels omdat de voornoemde K. van Eek„
hout behalven zyne kunde als schoolhouder ook nuttig
zou kunnen zyn, en het onderwijs van den Godsdienst
dewijl hij door het zondeling genoodschap in Nederland
Kopy duplicaat
tot dat einde is uitgezonden, maar door den oorlog daarin
verhinderd alhier is aangekomen, wij verzoeken derhalven wive
Exc:s goedkeuring ter benoeming van dezen in voornoemde
Doch daar de som ons tot onderhoud van het schoolwezen
alhier toegestaan niet toerykend is om daarmede in de beho„
te van Aruta te voorzien, zoo nemen wij de vrijheid uwe
Excellentie te verzoeken dat het uur Exe„ behagen moge
aan voorn: k: van Eekhout uit s' Lands kas een jaarlyksen
onderstand toetestaan, hetwelk wij geloven dat eene som die
de te zyn van omtrent 400 Lezer waarvoor hij zal gehou„
den wezen alle kinderen van onvermogende ouders te on„
derwyzen.
2=o Dat wij gaarne wenschen gebruik te maken van het
voorstel des Heeren Hoofd Inspecteur van het middelbaar
en lager onderwys, voornt en het I-e Artic: van zyn Ed
Memorie aan zyne Excellentie den Minister voor het pu„
plieke onderwijs, enz. in dato 7. Iulij 1818 inhoudende:
dat bij het overlijden, den afstand of anderzins van eenen der
„vier openbare school onverwyzers, deszelfs plaats niet zal kun„
nen vervuld worden dan met eenen schoolonderwijzer uit
„het Moederland en wel eenen die aldaar behoorlijk opge„
beid is en ten minsten den derden rang verkregen heeft.
De voorwaarden waarop wij den zoodanigen uitnodi„
gen zyn 1=e een jaarlijks inkomen van 600 Pezos waar„
voor hij 24 Landstunderen (die door de schoolkommissie
van de noodige boeken voorzien worden) onderwys zal geven
2:o het voorregt om zoovele kinderen van particulieren op
zijne school te nemen, tegen het daartoe bepaalde school,
geld, als hij geschikt kan onderwyzen, 3:e om buiten school„
tyd prevaat lessen te geven, terwyl wy hopen dat het
Z: M: den koning behagen zal hem eene vreije overtocht
toetestaan.
deze voorwaarden zouden wij gaarne zoo spoedig mogelijk
een geschikt persoon uit het Moederland by ons zien, welke
zoo hy kundig (inzonderheid de gronden der Nederduitsche taal
in de zangkunst verstaande) en van een goed zidelyk ge
drag is, hier zeer nodig is en veel goeds kan stichten:
3=e Eindelijk in de 3: plaats gevoelen wij ons nog verpligt,
bij deze gelegenheid uwe Exalbentie opmerkzaam te maken
op het nadeel hetwelk het schoolwezen hier tijdt door de
gedeporteerden welke zyne Majesteit onzen koning behaagt
heeft herwaarts te zenden en welken geen ander te
staan kunnende vinden, zich grootendeels tot den voor
de maatschappij zoo belangrijken post van onderwyzer
der jurgd begeven.
Het nadeel, hetwelke hieruit voor ons voortspruit is
niet alleen omdat dit het door ons ontworpene en door
zyne Majesteit goedgekeurde plan van onderwys ondermynt
en tot on eer verstrekt voor den eervollen post van onderwij„
zer der jeugd, maar ook om dat wy de kundigheden dezer
menschen niet kennende en hunne zedelykheid wantrouwende
redenen hebben voor de nadeelige gevolgen te vrezen. Gelijk
zulks ons reeds gebleken is uit het zedeloos en wout
gedrag van den gebannenen van den Berg, die tydens
hij op het punt stond een moord te begaan (dus niet afge
schrikt door zyne voorheen in het moederland voor zijne
euveldaden ontvangene openbare straf en brandmerking,
een getal van meer dan 20 kinderen aan zijne zorge
zag toevertrouwd. in welk onderwys wij hem niet ver„
kinderen konden omdat hij, gelyk zyne mede geporteerden
voorgaf hier geen ander middel tot levensonderhoud
te kunnen vinden.
Na verders de belangen van het schoolwezen uwe
Excellentie te heffen aanbevolen hebben wij de eer ons
met de meester achting
Curaçao d. 6 Aug 1820.
Gt
No. 148
Excellentie
Uwe Exc: gehoorz. dienaaren
schoolopzieners voornoemd
/WG/ G: B: Bosch
I: Muller ZAZ
Harm Abenun de Lima
C: L: van Uytrecht.
voor kopij konform
de Gouvernements Secretaris.
W„ Prins
Kopy duplicaat
Curacao den 7.e Juny
Aan zyne Excellentie M.r Petrus 1820.
Bernardus van Starckenborgh
Ridder van de order der Nederland=
sche Leeuw, Gouverneur Generaal
ad= Interim van Curacao en onder„
=horige Eilanden Bonaire en Aruba
& Opperbevelhebber van de Land &
Zee magt aldaar
&:ca V:a &:a
Hoog Edele en Gestrenge Heer!
In antwoord op de geherde aanschryvens Uwer Ex
cellentie in dato 6, dezer, neem ik de vryheid als
voorzitter der Israelietsche gemeente alhier, aan Uwe
Excellentie de gevraagde naauwkeurige Lyst der afge„
scheidene Leden derzelve gemeente hier mede toeteren
den, begrypende aan de Intentie van Uwe Excellentie
te voldoen, met de opgave van die genen die hunne
afscheiding in geschrifte hebben bekend gemaakt, na de
Resolutie van den Edele achtbaren Raad van Policie
in dato 16=e Mei 1820, alzoo indien daar onder begrepen
moeten worden die genen die in de maand april van den
voorledene Jaar 1819 op gelyke wyze hunne afscheiding
bekend gemaakt hebben, er welligt nog eenige namen
op de Lyst zouden moeten worden gevoegd, het welk
indien zulks door Uwe Excellentie als zoodanig ver„
„staan wordt, dadelyk zal worden ten uitvoer gebracht;
Ik heb de Eer, met de aller oprechtste Eerbied, en
hoog achting te zyn
Hoog Edele & Gestrenge Heer Voor Kopij Konform
Uwer Excellenties De Gouvernements Secretaris
Zeer gehoorzame en ootmoedige
Dienaar W: Trins
/B: G:/ Josias Dovale
No: 147
Kopij duplikaat
Aan zijne Excellentie M.r J I Else
„vier, Gouverneur Generaal ad Interim
van Curacao en onderhorige Eilanden
Bonaire en Aruba, en opperbevelhebber
van de zee en Land-magt aldaar &
Hoog Edele Gestrenge Heer!
daar aan de betuurders der Israelietsche gemeente alhier
by publicatie van wylen zyne Excellentie, Uwe hoog Edele
gestrengens prediccesseur, in dato 6 Juny 1820; last gegeven
is om eene Lijst in te leveren van de Leden der bovengemelde
gemeente die zich daar van afgescheiden hebben, en
daar zich, zedert het ingeven der laatste Lijst alweder
achtien Leden, (zeer zeker in opvolging van het voor
beeld hun door de anderen gegeven) allenkslyks ver„
wijderd en afgescheiden hebben, makende zulks by mi„
„sive onder verschillende datums bekend, zoo neem ik
de vrijheid, als voorzitter der gemelde gemeente de hier
nevens gaande Lyst zeer Eerbiediglyk aan uwe Excellen„
„tie toetezenden.
Ik heb de eer te zyn met de diepste Eerbied en
hoogachting.
Hoog Edele Gestrenge Heer
Uwer Excellenties
zeer ootmoedige en Curacao den 8:e aug:s 1820.
Onderdanigen Dienaar.
welk. /W G/ Josius Dovale.
Voor kopy konform.
De Gouvernements Secretaris:
Wm. Brink
No: 154
Kopij duplikaat.
Curaçao den 9„e Augustus 1820.
Ik naem de vrijheid uw Hoog Edele Gestr: kennis te ge„
ven, dat naardien er een vat rijst van de partij per het
schip de Carolina schipper I: Bartels aangebragt, in het
nagazyn voor handen was, hetwelke bij examinatie bleek
niet geschikt te zyn, om in dien staat als de ryst zich bevond
aan het garnisoen te worden gedistribueerd, daar dezelve
niet alleen vol stof en kalanders, maar op den bodem van
het vat door de vochtigheid van de vloer verpakt was, ik noo„
„dig geoordeeld heb, om het geheele vat door een verder bederf
niet te verliezen, of op vendu voor eenen niets beduiden en prijs
te moeten verkoopen, den Magazyn Meester autorisatie te
geven, om de rijst uit dit vat te laten uitwaaijen, in
tegenwoordigheid van hem zelven en van den opper
commies van dit kantoor, metlast om van hunne verrig„
tingen proces verbaal ter staving van het bevondene ver„
lies bij de uitwaaying, optemaken en inteleveren, —
Hetwelk dan ook plaats gehad hebbende, aan mij geble
ken is, dat het totale verlies op dit vat rijst acht en zes„
tig ponden beloopt.
Dit verlies door proces verbaal gestaafd zynde, heb ik
onder goedkeuring van uw Hoog Edele Gestrenge den maga„
zyn meester gemagtigd, om hetzelve op de magazyn bor„
ken afteschryven. —
Weshalve ik de vryheid neem deswegens om uw Hoog
schriftelyke approbatie te verzoeken, Edel Gestrengens
Ik heb de eer te zijn.
De Raad Contrarolleur Generaal Zyne Excellentie
ad interim der financien. Den Hoog Ed: Gestr Heere
/:W G:/ C: L: van Uytrecht. M=r J: I: Elsevier.
Gouverneur Generaal adint=s
caelsz.
No: 153
Curaçao den 12.en Augustus 1820
Ik verzoek dat het uwer Excellentie gelieven moge
ij te permitteren, om van myn jaarlijksch tractement
ter somme van ƒ2000; een vierde gedeelte, zynde Æ‘ 500, van
den 1=e der aanstaande maand October af te rekenen, al
hier te lande laten inhouden, ten einde hetzelve, by de
legatie, in het moederland door de Heeren Insinger &c:o
te Amsterdam, dewelke ik daartoe zal magtigen, te doen
ontvangen.
Met verschuldigde hoogachting heb ik de eer te zyn,
Gouvernements Secretaris.
/W.G/ W.m Prince.
voor kopij konform
de Gouvernements Seer
W: Friesel
Aan Zyne Excellentie
M.r J. I. Elsevier,
Gouverneur Generaal ad int=m
Gt. &
No. 152
Aan Kopij durlikaat
Den Willdelen Heer en M.r I. I.
Elsevier Gouverneur Generaal ad=intes
rim van curaçao en onderhoorige Eilan„
den Bonaire en Aruba, en opperbe„
velhebber van de Land en zeemagt
aldaar &c.a. &ca.
WelEdelen Heer!
Uwer WelEdele missive d:d: 8:e Augustus dezes Jaars
N=o 281 ter geleide van uwe Dispositie den 8 Dezer N=o
400 deed my uwe gunstige genegenheid jegens mij ont„
waren, om mij or voordragt van het schoolbestuur, te
benoemen tot school- en Godsdienst onderwijzer op het
Eiland Aruba, en mildelyk my te accorderen een onder„
stand van 400 Peros van achten tot een jaarlijks tracte„
„ment.
Vergien mij WelEdelen Heer! dat ik uwel Edelen
bij dezen mijnen hartelijken dank betuige, waardoor
ik ook eindelyk mijns hartens wensch voldaan zie;
en ik hope dat het klein Valent mij toevertrouwd, de
verwachting moge beantwoorden, en dat de zegeningen
daarvan op uwelEdelen moge nederdalen van een dank„
baar volk, die hunnen lang begeerden wensch, onder uw be„
stuur voldaan zagen, zelfs dan nog, als gij reeds tot den
asch uwer vaderen zyt verzameld!
Ik het de eer Willemstad den 12
WelEdelen Heer! Aug.s 1820.
met onderdanige eerbied te noemen
UwelEdelen dankbaren en bereiden dienaa„
Aan Den WelEdelen Heer en /w G/ K: van Eekhout.
konforme M:r I: I: Elsevier Gouverneur
de Gouvernements Secretaris
Generaal ad int.m &c. &c: 8 Jslans
J:V: Trink
Edele.
No: 151
Kopy Dicplicant Curacao den 14 Augustus 1810 genomen.
Hoog Edel Gestr: Heere!
Wij hebben de Eer Uw Excell: hiermede kennis
te geven, dat wy ingevolge Uw Excell.e verlangen
in Uw Excell„s geEerde missive van gisteren vermeld
den Kapitein van ons Schip Sara Maria, gelast
hebben de nodige schikking te maken ter overvoe„
ring van den Luitenant Colonel van de Linde naar
Holland.
Terwyl het ons als nog ondoenlyk is den vasten
zeildag van voornoemd vaartuig te bepalen, denken
wy zulks tegen den 25 dezer zal zyn het geen wy
de eer zullen hebben Uwe Excell: nader op te
geven
In middels tekenen wy met de meeste Hoog
achting.
Hoog Edel Gestr: Heer
Uwe Excell:s Dienstw: Dienaren
/wG/ Bing &. Jutting.
Voor kopy konform!
De Gouvernements Secretaris
Zyne Excellentie
M: Prins
Den Gouverneur Generaal admt:
van Curacao en onderhorige Eilanden
&l.a H.a &C.a
No. 150
kopij duplikaat. aan boord Z: M: Brik Mercuur
Leggende in de S.t anna baaij te Cura„
cao den 16 Aug: 1820.
Bij mij ontvangen zynde Uw Hoog Ed: Gestrenge Dis„
positie van 12: dezer n:o 40 8 - gebazierd op de aanschryving
van Z.E. de Minister voor de marine dat 1 Iuny 1820
N:o 23/57e 1 afd: 1 Bur. van welke mij almede een afschrift
geworden van zoo heb ik de eer ter kennisse van UHEgestr
te brengen.
1„o Dat de folios van Dek en onder officieren voorzo„
verre als zulks voor t' welzyn van den dienst nodig oor„
deelen zyn vervuld, waarvan reeds opgave aan Z: E: ge„
daan zy
2=o Dat ik bij aanvaarde van ’t kommandement der
Brik Mercuur. dadelijk zelfs de administratie der vic„
ticalie heb aanvaard zo als aan Z: E: de minister voor de
Marine thans mede kennelijk is uit de ingezondene maan„
delijksche verantwoordinge van 15 maart ll
3=o In een poinct is alleenig de wil van Z:E: gem: nog
niet geexecuteert en die zy, om de manschappen hier aange„
nomen weder te ontslaan: t' getal van dezultie is zeer ge„
ring, zynde slegts twee; dan, daar dezelve kleurlingen zijn,
waarvan men hier veel niet heeft, en werken laat ver„
rigten waarbij men veel aan de sterke lugt der zon ge„
exponeert zy, en dus Blanken kan spaaren zo zoude
ik UHEgestr: mede in consideratie geven of het nut beter
waren, dezelve in dienst te houden, ik zal dezelfde aan
merking aan Z: E: de Minister voor de marine maken
Het engageeren van Inboorelingen hier zeer morgelijk zijn
de; zou het te meer ongeraden maken, en daar in den loop
dezer week twee matroozen nog zyn komen te overlyden, zo
is thans myne Equipagie maar sterk 153 present aan boord
Gour. aan Z C
Gen.l a: J: te Curaçao
W: de qua
de Gouvernements Secretaris
Wm.Friede
N:o 159
Lopy duplicaat.
No. 371. Curacao den 16„en Augustus 1820.
Gevorlig en teffens verontwaardigd over de uitdruk„
kingen welke de Heer I: G: w: Jutting dezen morgen op
het gouvernements huis, in tegenwoordigheid van uw Hoog
Edele Gestrenge, zich heeft vermeten te berigen, ten opzig„
te onzer administratie en wel voornamelijk tegen de
myne, als hebbende het woord naar my gerigt met deze
uitdrukking, het is alles maar knoeyery om te chioaneren,
en dat ik verzekerd konde zyn, dat hij daarover naar
het Moederland zoude schryven en al dat geknood en dies
Auanis, welke hier plaats hebben, aldaar bekend ma„
ken, bij gelegenheid dat ik aan uw Hooghdele Gestr. op
deszelfs invitatie myn gevoelen te kennen gat, wegens
het betalen der vrachtpenningen door het Gouvernement
aan de kooplieden Beng & Jutting verschuldigt, namen
lijk, dat vermits er in het cognossement geene mentie
gemaakt wordt van grof zilver geld, maar slechts van
Hollandsche waarde, aan welke voorwaarde bereids is
voldaan door de vrachtpenningen tegen de paar Cours
van 33 1/3 st per piro van achten te berekenen, ik het niet
op my konde nemen, dan op speciale autorisatie van UEd
Hoog Edele Gestrenge, om, onder welke conditie ook voor die
vrachtpenningen, wissels à pari op het Moederland te la
ten trekken, dewyl, de cours der wissels thans zoo hoor
en voordeelig, voor het Moederland zijnde, daardoor niet
alleen des ryks kus, maar ook onze koloniale kas, groo„
telyks zoude benadeeld worden.
En daar ik bij myzelven verzekerd ben, dat sedert dat
de post van Raad Contrarolleur Generaal door mij ad
interim is aanvaard, en waargenomen wordt, men my in
mijne administratie in geenen deele van pligtverzuim
van
noch veel minder ^ kroeyvrij kan beschuldigen, gelijk ik ook
altoos het genoegen het gehad, van beide de vorige Gouverneur
derzelver goedkeuring wegens myne administratie weg te dragen
en ik mij vlee ook die van Uw Hoog Edele Gestrenge te kunnen
te gemoet zien.
„ vind ik mij genoodzaakt de vryheid te nemen, uw Hoog Ed:
gestr: myne gevoeligheid over eene zoo grove beleediging, wel„
ke in de tegenwoordigheid van uw Hoog Ed: Gestr: zelve
heeft plaats gehad, op een tydstip waarin ik met den
zelven en zaken myn ambt betreffende in gesprek was, te
kennen te geven, met verzoek my daarin het noodige en vol„
doende redres te doen erlangen, en indien ik zulks voor
deren mag, om, in het vervolg, wanneer Uw Hoog Edele
Gestrenge het noodig mogte oordeelen my ambtshalve te on„
derhouden, aan geene particulieren toetestaan, zich daar
mede in te laten en mij in mijne betrekking als ambten
naar te beleedigen.
Ik heb de Eer te zijn
Uws Excellenties
Onderdanige dienaar
De Raad Contr: Gen=e adent=m der fine
WG / C: L: van Uijtrecht
voor kopij konform
de Gouvernements Secretaris.
D Prince
Zyne Excellentie
M:r I: I: Elsevier.
Gouverneur Generaal
ad in Vm.
No. 158
Duplikaat.
No. 375. Curacao den 18 Augustus 1820.
Ik neem de vrijheid Uw Hoog Edele Gestrenge
by deze te doen kennis dragen, dat de ontvanger Ge„
neraal adinterim, de Gouvernements Secretaris en
ik, ingevolge Gouvernements dispositie d: d: 4:en de
zer n„o 391, ons dezen morgen met de lootsboot in zee
begeven, en aldaar de twee machinis, welke tot het
kappen van zilderen pattinjes gebezigd zyn, in zee
geworpen hebben.
Ook heeft de Gouvernements Secretaris van deze
gelegenheid gebruikt gemaakt, om zes yzeren stem„
„peltjes wel gediend hebben tot het stempelen
der Gouden Johannissen, en welke naderhand on
der ZEd: gedeponeerd waren, in onze tegenwoordig„
heid in zee te werpen. —
Ik heb de eer te zyn
Uws Excellenties!
Onderdanige Dienaar
De Raad Contr: Gen. ad. of=r
/WG/ C L van Uytrecht. Den Hoog Edelen Gestrengen Heer.
Voor kopy konform M„r I. I Elsevier
Gouverneur Generaal adint: De Gouvernements Secretaris
wete.
Wm. Trine
No: 157
Kopy Duplikaat
Fiscalaat den 18 Augustus 1820 No. 139.
Uit het nevensgaande Extract uit de notulen van
den WelEdelen Achtbaren Raad van Civile & Criminele
Justitie d: d: 10 dezer, zal uwe Excellentie ontvaren, dat het
Han WelEdele Achtbare geliefd heeft de daar by vermel„
„de stukken, betreffende eene klagte van het Collegie des
Wees onbeheerde- en desolate boedelkamer tegen deszelfs ge„
Wezen Procureur D. Gaerste, in myne handen te stellen
om daar in R.O. te inquireren en den Raad tegens de
aanstaande ordinaire sessie rapport te doen.
Dan daar het vertoog, waarin de gemelde klagte ge„
vonden wordt, door my fungerend President van dit Colle„
gie is onderteekend en ik my dus in mijne kwaliteit
reeds civile party bevinde, daar ook die klagte gebaseerd is
op een vertoog, mede door den administreerende Weesmees„
ter G Duyckinck, mynen schoonvader, op zynen eed
aan den Lande gedaan en onder presentatie van
Speciale beëediging, bekragtigd en geteekend
Welke zwarigheid misschien niet geheel en al wordt
uit den weg geruimd door de Consideratie dat de teeke„
ning van het gezegde Vertoog, door my enkel, om zoo
te spreken pro stillo geschied is, noch dat ik geloof van
my zelven te mogen vertrouwen dat Consideratie van
bloed verwant of zwagerschap my in de uitoeffening
myner functien niet zouden inflicereeren, noch ein
delyk dat by het Reglement van Regeering zoowel de
instructie van Een Raad Fiscaal voor dit geval geene
expresse voorziening gedaan is.
Zoo heb ik geoordeeld, alvorens in deze zuerk te han
delen, Uwe Excellentie te moeten verzoeken my daartoe
Speciale
Speciale autorisatie, en disposatie voor zoo veel noodig
van de irrégulariteit die daarin mogte gelegen zyn, te wil
ten verleenen, of wel zoodanige andere mesures te nemen als
Uwe Excellentie zal oordeelen te behooren.
Ik heb de Eer met behoorlyken eerbied te zyn
De President van den Raad van Justitie
Waarnemende de functien van Raad
Fiscaal
/WG / D Serrurier.
Voor kopy konform
De Gouvernements Secretaris.
Jansz Aan zyne Excellentie
den Gouverneur Generaal adinterim
W'Tring
Van dit & onderhoorige Eijlanden
H. H.
1741.
N:o 156
Kops duplikaat Extract uit de notulen van den
Raad van civile en Crimineele Iustitie
des Eilands Curaçao
Jovis den 10 Augustus 1820.
Gelezen zijnde vertoog van het collegie van weet-on„
beheerde en desolate Boedel kamer alhier, behel„
zende klagten tegens den Procureur David Garste, met
de daarbij gevoegde relaas en schets of klad opstel van
een addres aan den Raad van Politie; luidende dezel„
ve als volgd.
Waarop gedelibereerd zynde is goedgevonden en ver„
staan voormeld vertoog en stukken in originale
als mede Extract uit de Notulen van deze Raad
de dato 7.de Iulij 1820 te stellen in handen van
den welke Gestr. Heer Raad Fiscaal om in deze R.O.
te inquireeren en den Raad tegens de aanstaan„
de ordinaire sessie rapport te doen.
Werdende het verzoek bij voorzeide vertrog gedaan
gehouden in deliberatie
Extract hier van zal zonder resumptie worden afge„
geven
President en Raden voornoemd
_o Præsides
WG / H: R: Haijunga F
ter ordonnantie van dezelven
/W G/ I=b Thielen
Le c=t ad-int=m
voor kopij konsorm
de Gouvernements Secretaris.
Wm. Trink
N:o 155
Kopij duplik Het college van de wees-onbeheerde
en desolate Boedel kamer alhier
Aan President ad interim & Ra
den van Civile en Crimineele Iustitie
over Curacao en onderhorige Eilanden
WelEdele Gestrenge & Achtbaare Heeren
Het college voornoemd heeft de eer aan uwelEd. Gestr.
over te leggen. Relaas van de administreerende Leden van
dit college en beneevens van dessels Secretaris en Boek„
houder waarbij blijkt dan den onder eed gedane verkla„
ring van den Procureur David Gaerste, op den 7„n Iulij ll
voor UwelEd Gestr: niet alleen, bezijden de waarheid maar
ja-zelfs, zeer valsch en leugenachtig te zyn.
Het college voornoemd niemt dierhalven de vryheid om
onder het oog van UwelEd. Gestr: te bringen, dat het niet
alleen zier hard, maar wel en ja zelfs zeer onbillijk en on
regtmatigd zoude zyn, dat de belangene van anderen, maar
wel en zonderheid van weezen / gelijk in deze zaak plaats
heeft / door de thans zo klaar beweezen leugenachtig ver„
klaring, zoude geprajudiceert of te benadeeld worden.
Het collegie voornoemd vertrouwt dat UHEd: Gestr:
in aanmerking gelieven te neemen, de grote misbiede
welke gemelde valsche verklaring van gezegde Procureur
Gaerste veroorzaakt heeft, aangaande de genomene Resolu„
tie door UwelEd. Gestr: in dato 7.en Iulij l.l. gevolgd of
des college's gepresenteerd Rekwest.
Zoo is het dan dat het Collige voornoemd, zich nog„
maals eersteediglyk refereert aan het in voornoemd
gepresenteerd Rekwest gedaan verzoek
Vaamlijk gemelde sententie door H: H: Raden oom„
missarissen ter deze zaak geveld met alle deszelfs con
sequentien & sequelen en als mede de Resolutie in
dato 7=en Iulij l:l: te worden gereliveerd en mits dien
aan dit collegie als nog et de novo mag worden verleend
termyn van antwoord op de gedane Eisch van de Eissche
resse in deze
Het college voernoemd
Curacao 10 Augustus /WG/ D: Serrurier
1820 voor kopij konform
De Gouvernements Secretaris
Aring
No: 164 Relaas, van het geen voorgevallen is tusschen de on
dergetekenden, met den Procureur David Gaerste:
Dat terwijl het college van de weer onbeheerde en desolate
Boedel kamer, door Paulina sasse geciteerd wierd, op 19.de Ja
nuarij 1820 voor Raden commissarissen, omme te komen
aanhooren, zodanige Eisch & Conelune &c.
Wierd den Procureur David Gaerste ter weeskamer gerehuis
reerd, en aldaar komende, gelaste den eerste ondergeteekend
aan den derde ondergetrekende, om te krygen, gemelde citatie
beneevens de andere papieren daarbij behoorende, alsmede
het opstel van eene voordragt welke het collegie, onder de
viesidie van wylen Zyne Excellentie M:r P: B: van Starc„
kenborgh voorneemens was, aan den Raad van Policie te
doen. / welke hierbij geexhibeerd /
Welke documenten daadlyk door den derde ondergeteekende
gekrigen, en ter hand van den eerste ondergeteekende wierd
gesteld.
De eerste ondergeteekende gaf gemelde Documenten aan
den Procureur Gaerste over, met byvoeging dat hij uit„
die schets, naamlijk het bedoeld opstel, de meening van
het collegie zoude zijn, en met uitdruklijk gezegdens, om
dat opstel voor Raden commissarissen te beezen en de daar
in gedane aanmerking aan de deeise van gemelden Raad
over te laten, en dat het collegie zich verders geen partye
steldt.
De tweede ondergeteekende tegenwoordig zynde, echter geen
woord dessaangaande met gemelden Procureur Gaerste ge„
spooken — Zyne stilzwijgenheid gaf volkoomen te kennen,
dat hij zich refereerd, aan het geen den eerste ondergeteekende
desaangaande gesprooken en gezegd heeft; alhoewel den Pro„
cureur Gaerste, dikwijls met den tweede ondergeteekende
over de zaak in questie gesprooken hebbende, edoch, heeft
hij nimmer eenige last of order gegeeven, dat den Procureur
Gaerste zich geen Partije zoude stellen
De derde ondergeteekende verklaart, dat het geen door den
eerste ondergeteekende hiervoren aangehaald, en als mede
van den tweede ondergeteekende, in zoo verre het geen op de
weeskamer voorgevallen is, de zuivere waarheid te zyn.
De hiervoren en bovenstaande Rebaas gedaan onder den eed
aan den Lande, en verders / des vereischende / dezelve met solem
neele Eede te bekragtigen
Curaçao den 10=den Augustus 1820
/10 G/ G: Duijckinck
Weesm.r
G:t Vos Janz.
Weesm=r
C: Speneer
Sec=s en Boekh=s
voor kopij konform
De Gouvernements Secretaris
W: Prins
No: 163
Het Collegie voornoemd heeft de eer ter kennisse van U Exc
& Ed: Achtb: te brengen dat ingevolge Uw Exc: & Ed: achtbaren's Resolu
„tie van dato 17„de Augustus ll, gevolgd op deszelfs voorvogt in dato
16 Augustus ll aangaande zeekere testamentaire begeerte van wylen der
heere Cornelis Ringeling, om twee slaven aan Paulina fasse te transporte
„ren, ter voldoening van de Ps 400 aan haar by obligatie verschuldigt
waarvan het Collegie voornoemd aan den Raad van civile en Cuminele
Justitie is geremoyeerd, geworden - Het collegie voornoemd, heeft dadelyk
deze zaak in questie van welgemelden Raad overgelegd, met verzoek,
des Raads beslissing daaromtrent te mogen hebben, blykens des„
zelvs aanschryving in dato 30 Augustus lb met de daarop gevolgde
Resolutie 7=de october ll / die het collegie de eer heeft, hiermede te
exhibeeren) waarby partyen geinviteerd worden om voor Raden
commissarissen te compareeren, ten fine van accommodatie
Niettegenstaande het collegie voornoemd, uitdruklyk aan wel„
gemelde Raad heeft te kennen gegeeven, dat dezelve zig geen par„
tyeken stellen, maar de zaak in questie, geheel en al aan den
Raads beoordeling overlant, blykens deszelfs tweede aanschryving
in dato 11 November bl met de daarop gevolgde Resolutie van
„hetzelve en ook
dien datum / welke de eer ^ heeft te exhibeeren/ waaruit blykt
dat gemelde Raad in geene decisie daarover schynt te willen
treden.
Nademaal verscheidene pretentien B waarvan eenige zeer
aanzienlyk B zyn, ten laste gemelden Boedel, en veel minder
de omstandigheden van geme. Boedel toelatende, om eenige
of meerdere kosten te doen, terwyl na afbetaling der prefe„
rente schulden, niet meer over blyft dan Ses en Zeventig Pe„
zos van achten en een Stuiver
Het Collegie voornoemd, neemt de vryheid om onder het
oog van u Exc: & Ed: Achtb te brengen, dat het zeer onbillyk
zoude zyn, dat zy, gemelde Paulina Sasso, meerdere regt van
preferentie zoude genieten dan de overige Crediteuren, En
dat
Kopy duplik No.
dat zodanige testamentaire dispositie den weg zoude openen
voor menigte kwaad gezinde debiteuren; om hunne crediteuren,
by hunne uiterste wille of Testament te benadelen en pre„
judiceeren. — Zoo is het Collegie voornoemd, dierhalven van
gewesens, (onder correctie) om met den verkoop van die twee
slaven in questie over te gaan, om daardoor haar de genoemde
Poulina Sasso, zoo wel de andere crediteuren pro rato hunne
derigdlyke pretentien te voldoen. — En indien de zoo dikwyls ge„
noemde Paulina Sasso mogte sustineeren, eenige of meerdere
regt daarop te hebben, kan zy dan de weg van regt inslaan
ofte zoodanige andere schekkingen maken als UEd en Ed:
Achtb zullen goedvinden te behoren
Voor kopy konform
De Gouvernements Secretaris
Gesw
Sr. Prins
No: 162
Extract uit de Notulen van den
Raad van Civile & Criminele Justitie
des Eilands Curaçao
Vrydag den 7=e Iulij 1820
Is gelezen request van het Collegie der wees onbeheerde
en deso late Boedel kamer dezes Eilands luidende als
volgd.
/ F. I./
En hierop den Procureur David Garrste gehoord hebbe
de heeft dezelve op den Eed door hem als postulierende
Procureur gepraesteerd verklaard nimmer, eenige orderge„
had te hebben om zich Partij te stellen tegens de ac„
tie geentameerd door Poulina Sasso Contra het Col„
legie der Wees-onbeheerde en desolate Boedel kamer,
ook nimmer gelast geweest te zyn, eenige Memorie
tot adstructie der belangens van den Boedel van
wylen C. Ringeling voor dezen Raad te produceren
of voor te leezen, maar wel in tegendeel van den ad„
ministreerende weer Heer Gijsbert Vos, stellige orders
te hebben bekomen te verklaren dat het Collegie zich
in deze zaak geen Party steld.
Is goedgevonden en besloten het verzoek bij request
gedaan te wyzen van de hand zo als hetzelve bij deze
van de hand geweizen word, daar uit hoofde van
het door den proc:r Gaerste geallegueerde er in regten
geene termen voorhanden zyn, het door het Collegie
voormeld gedaan verzoek van relief te accorderen, dien
ten gevolge zal het vonnis door Raden Commissa
rissen op den 27 Ianuary 1820 gepronuntieerd zyn
volle effect hebben te sorteren.
President
kaat
President & Reeden voornoemd
Loco Præsidis
/WG/ H R: Haijunga v.t
Ter ordonnantie van dezelven
W G / I: Thielen.
le c=s ad-int=m.
voor kopij konform
de Gouvernements Secretaris
D. Brink
No: 161
Kopij duplikaat
N„o 377 binacao den 19=en Augustus 1820.
Eene aanvraag voor kleedingstukken, door den Vac
toor over's lands slaven gedaan ten behoeve van de
gecondemneerden soldaten welke in Yzers voor het Gou
vernement arbeiden, in myne handen gekomen zijnde
en daarop gezien hebbende dat er ook schoenen aan
„gevraagd zijn, het welk mijns bedunkens, hoe mensch
lievend men ook handelen wil, voor onisdadigers, niet
diende plaats te hebben kan ik niet afzyn aantemer„
ken dat had deze aanvraag eerst aan mij vertoond ge
worden, alvorens dezelve aan Uw Hoog Edele Gestrenge
is aangeboden, ik zeer zeker dat artikel daarop zoude
uitgeschrapt hebben, edoch daar dezelve met UW Hoog„
Edele Gestrengens tekening vereerd is, en ik Veronder„
stellen moet, dat UHoog Edele Gestrenge indien dezelve
daarmede niet gesurpreneerd ware, wel zelfs het ar„
tikel schoenen daarop niet zoude gedoogd hebben, zoo
neem ik de vryheid van uw Hoog Edele Gestr: te verzoo„
ken, deszelfs meening des aangaande aan my te
willen laten bekend maken, alvorens overtegaan tot
het geven van autorisatie tot het aankoopen der
aangevraagde kleedingstukken
Waarmede ik de eer heb te zijn.
Uws Excellenties
Onderdanige Dienaar.
De Raad Contr: Gen: ad af.
C L' van Uytrecht WG. J.
Voor kopy konform Den Hoog Edele Gestrengen Heer
De Gouvernements Secretaris M:r I I Elsevier
Gouverneur Generaal admt.
W Fritie H H & C
Titk
No: 160
kopij duplikaat.
No. 376. Curaçao den 19 Augustus 1828.
Ik neem de vryheid UW Hoog Edele Gestrenge by deze
kennis te geven, dat ik het erreur gevonden heb in
de rekening van het bedrag der bewyzen van gesplis„
ste ordonnancien, waardoor in het saldo in de kist
op het Gouvernements huis, een verschil van vyf en ne„
„gentig Pezos van achten te veel, bevonden is
Dit erreur heeft aldus plaats gehad.
In de som van geroyeerde tientjes op den 10 Juny 1814
is den ontvangen Generaal M„r Schotborgh G„t in de
opstelling eene som van eens honderd pezos van achten
P„s 100 „-„
te min toegeteld.
De ontvanger Generaal voornoemd had
buiten dien te goed voor een saldo van
Vroegere, datum.
P„s 105„ — „ Het welk te zamen bedraagt.
Door den Gouverneur Generaal Akik
„kert by het royement van den 13„en July
1819. aan den ontvanger Generaal voor
„noemd een tientje of een bewys van
tien pezos van achten voor zyn saldo
van vyf pezos terug gegeven, ten einde
de rest terug te brengen in de kist, het
10 „-„
Welk echter door hem niet is geschied
Dus is het credit van den Ontvanger
P„s 95 Generaal in de kist nog groot...
Hierby gevoegd acht bewyzen a tien pe„
80 „-„zos van achten, welke niet opgekomen zyn.
Maakt het in de kist bevondene saldo —
P„s 175
uit groot
Vervolgens heb ik Uw Hoog Edele Gestrenge te bezigten de
ingevolge de Gouvernements dispositie van den 4„e dezer
waand n„o 391 de een duizend twee honderd en vier & zes„
tig vernietigde bewyzen van gesplitste ordonnancien,
ten bedrage van twaalf duizend acht honderd vier
en vyftig pezos van achten vier realen en vier stuure
in tegenwoordigheid van den ontvanger Generaal
adinterim Th: Jutting, den Gouvernements Secretaris
W Prince en my op gisteren verbrand zyn, waar„
van procesverbaal in duplo, is opgemaakt en alhier
berustende
Ook dien ik Uw Hoog Edele Gestrenge te verwittigen
dat ik van het in de zee werpen der twee machinis, ge
bruikt tot het kappen van zilveren pattienjes, als mede
van de zes kleine Stempels, welke gediend hebben tot he
Stempelen van gouden Johannissen op vroegere datum
en onder den Gouvernements Secretaris gedeponeerd la
gen van welke verrigting UW Hoog Edele Gestrenge gisteren
kennis gering bekomen heeft, ook een behoorlyk proces
Verbaal in duplo heb laten opmaken teekenen en al„
hier ten kantore doen deponeren.
Waarmede ik de eer heb te zyn
Uw Hoog Edele Gestrenge Dir Dienaar
De Raad Cont„r Generaal adinterim
der Financien.
/ wG/ C L van Uytrecht
Den Hoog Edele Gestrenge Heer
M„r I I Elserzer Voor kopy konform
Gouverneur Generaal adinterim De Gouvernements secretaris
Jssens &„a 3„' 8„n
Sr. Prins
Kopij Zuplikaat
Curaçao den 19.n Augustus 1820. 2 d: N=o 107.
De Administrateurs van dit Garnisoen en aanmer„
king genomen hebbende dat met primo November aan„
staande de dienst=tyd van een aantal Manschappen
zoo Jagers als artilleristen, staat te expireeren, hebben
vermeend UHEGestr: in bedenking te moeten geeven
of het noodzakelijk is om / onvermindert allen Maat„
=regulen die in der tyd mogten genomen worden / een ge„
tal van 200 stuks paspoorten in voorraad te doen drui„
=ken
UHEgastr: in deze affirmatif oordeelende, verzoeken wij de nodi„
=ge authorisatie
nog verzoeken de Administrateurs om geauthoriseerd
te worden tot het doen drukken van 600 stuks Hospi„
„taal, (entree) billetten, waarvan slechts wynige meer bij
de kompagnien voorhanden zyn.
de Administrateurs voor n=d
/WG / V: Krapt
President.
op last derzelven.
/ W G/ Plats. kap: kwart=r.
voor kopij konform.
de Gouvernements Secretaris.
Wm. Trine
Aan Zijne Excell: den Gouv:
Gem=e ad Int=n van Curaçao
en onderhorigen Eilanden
N.U.H.
No. 168
Kopy (Duplicaat.
No. 379
Curaçao den 21 August 1820
Na vooraf de ontvangst van Uw Hoog Edele bestren„
gens missive dd 16=en dezer n=o 298 geaccuseerd te hebben,
moet ik nogmaals met gepasten eerbied de vryheid nemen
an Hoog Ed. Gestrengens aandacht over hetzelfde onder„
werp voor eenige oogenblikken te zig te houden, dewyl
ik na ryper overweging van gevoelen ben, dat ik by
niemand anders my kan vervoegen ter verkryging van
de noodige satisfactie welke ik vermeen met alle regt
te kunnen vorderen, dan bij Uw Hoog Ed: Gestr: die
thans opperhoofd over dit eiland is en in wiens tegenwoordig„
heid de beleedigende uitdrukkingen van den Heer J.W.G.
Iutting jegens my in mijne ambtsbetrekkingen hebben
plaats gehad.
Van uw Hoog Ed: Gestrengens verwyzing naar het offi„
cie fiscaal waarvoor ik uw Hoog Ed Gestr: mynen dank
betuig, zal noch kan ik geen gebruik maken. - Eenschap
om dat ik zonder getuigen aldaar geene klagten kan in
leveren, wil ik ten minste daarvan het door mij ver
langde redres te gemoet zien. — Want de injurie had
plaats in het byzyn van Uw Hoog Ed: Gestr terwyl nog on
dienstzaken gehandeld werd. - Anderen deels om dat ik, bier
tendien, het inleveren van klagten aan den finaal door
eenen ambtenaar, wegens beleedigingen in het byzijn
van zynen chef in zyne ambtsbetrikkingen hem aan
gedaan, als zeer ongepast beschouw, van gevoelen zyn,
de, dat elk ambtenaar in zoodanig geval het onbe„
twistbaar regt heeft, om met gepasten eerbied, van zynen
chef te vorderen, dat men hem regt doe wederwaren.
Wat de plaats; tijd en wijze betreft, waar, wanneer
en hoe de Heer J.W.G. Zutting my beleedigd heeft, kan ik
het voorgevallene geenzints als een particulier en tretien
considereren. Voor eerst heb ik niet dan op officiele invitatie
door den ordonnant van wege Uw Hoog Edele Gestrenge
mij naar het Gouvernementshuis begeven, alwaar ik nu
my vooraf behoorlyk te hebben laten aan dienen, met
Uw Hooghd Gestr: en het vertrek waarin uw Hoog Ed
Gestr, burrau houdt, my het vervoegd, om over zaken
myn ambt rakende te atoucheren, namelyk: "of het Gou
vernement de betaling der bewuste vrachtpenningen
aan de kooplieden Beng & Jutting, alschoon er in der„
„zelver cognossement niet van grof zilver geld gewag ge„
„maakt wordt, niet en wissels a pari op het Ministerie
in het Hoederland in stede van in Curacarische munte
tegens 33 1/3 st per pezo van achten, zoo als reeds daarvoor
ordonnancie was afgegeven, zoude kunnen doen, om
der securiteit van de gemelde kooplieden, om het
susplus daarvan te restitueren, ingeval deze maar
regel bij het Ministerie mogte worden afgekeurd."
Waaromtrent ik uw Hoog Ed. Gestr. myn gevoelen, het
welk alschoon op goede redenen gegrond, voor de Heer
Bing & Jutting niet gunstig was, heb te kennen ge„
geven.
Hierop kwam de adjudant I: Kikkert in het bureau
en begon over de ongeschiktheid en den slechten staat
van het hospitaal te spreken, waaruit ik moest op„
maken dat er een plan was om waar een ander hos/
taal uittezien, gelijk ik ook vervolgens van Uw Hoo
Ed: Gestr: zelven verstaan hebbende, ambtshalve nu
konde nalaten uw Hoog Ed. Gestr te kennen te geven
dat er tusschen het Gouvernement en den eigenaar
van het Horpitaal een huurcontract bestond van
welk de bedongene tyd eerst in de maand-Iulij
van het volgende Iaar vervallen zal.- terwijl ik
nog daarmede bezig was, trad de Heer J:W:G: Jutting
in het bureau„ met de vraag: Hoe is het nu met de
wissels!„ van Uw Hoog Ed: Gestr: vernemende of dezelve
mij
my daarover reeds geproken had, en naauwelijks had hij
verstaan dat ik in zyn schuitje niet wilde varen, om,
ten prejudicie zoo van's Rijks kas, als van de koloniale
kas, wissels a pari aan hem voor de vrachtpenningen
in betaling te geven, of hy stoof op met de beleedigend„
ste uitdrukkingen /: welke ik wel aangeteekend heb
op eenen trotschen toon tegens mij in myne ambtsbetrek„
kingen te bezigen, zonder eens acht te slaan dat de
Gouverneur Generaal van het Eiland daarbij tegenwoor„
dig was, en in minachting van de aanwezigheid van
Uw Hoog Ed. Gestr aan zijne spijt en nyd, den te leur
gestelden onbillyken mensch zoo zeer eigen, in derzel„
ver volle woede, jegens eenen ambtenaar en het be„
trachten van deszelfs pligt den teugel bot te vieren.
Blyft er na eenige troyfel over, dat de Heer Jutting
mij in myne betrekking als Raad Contr=e der financien
en terwijl ik over zaken myn ambt betreffende met
den Gouverneur van het eiland op deszelfs bureau is
gesprek was, op de verregaandste wyze geinsulteerd
en voor eenen knoeyer uitgemaakt heeft. — Deze uit
drukking zal de handschreeuwende heer Jutting weder
moeten terug trekken, of bruyzen wat hy gezegd heeft
Ik zoude geheel en al van eer ontvloot moeten
zyn, indien ik my zoodanige behandeling niet aantrok
myne gevoeligheid daarover niet aan den dag legde,
en van uw Hoog Ed: Gestr:, die zelfs oog en oorgetuigen
daarvan is geweest, als opperhoofd van het eiland, geene
genoegdoening en herstel verzochte.
Om uw Hoog Ed. Gestr:, spyt het mij zelven, dat ik
myne klagten off vereel het moeten doen, doch als nu
Hoog Ed Gestr: het voorgevallene in overweging geliefd
te nemen, zal uw Hoog Ed Gestr: wel inzien en bij zich
zelven overtuigd zyn, dat ik door de omstandigheden
daartoe geduongen was.
De Heer
No: 167
De Heer Jutting, vooral daar hij als schoonzoon
rich zulk eene ongehoorde vrypostigheid heeft aangema„
tigd, verdiende dat men hem den mond gemoerd had„
de, en dat ure Hooghd. Gestrenge deszelfs waardig„
heid aan hem hadde doen gevoelen ten einde hij
in het vervolg voorzigtiger moge zyn en zich nim„
mer meer met Gouvernements zaken bemorye, en
geen konings ambtenaar op wiens administratie
niet het geringste valt aantemerken, ooit weder
eenen vuilen en onverdienden laster zoeke aante„
wryven.
Stad uw Hoog Ed Gestr: mij dadelijk voldoening
gegeven, dan zoude de zaak misschien in het vrien„
delyk hebben kunnen geeindigd worden; doch niet
dit ^ geschied zynde, ben ik verpligt, de bescherming
van Uw Hoog Ed: Gestr:, ter herstelling van mijne
eer nogmaals op de dringendste wyze interoepen, en
daarop staat makende heb ik de eer met verschul„
digde hoogachting en eerbied mij te onderteekenen.
Uu Hoog Ed. Gestrengens
dienstwilligen dienaar
De Raad Contr: Genl. ad int=m dfin=r
/U.G/. C: L: van Uytrecht,
voor kopy konform
de Gouvernements Secretaris
Wm. Prink
Zyn Hoog Ed Gestren„
gen M:r I: I: Elrivier
Gouverneur Generaal. adint=m
&c.a &c:a &c.a
Kopy duplicaat.
No. 380.
Curacao den 21.en Augustus 1820.
Ik spoed mij ter beantwoording van Uw Hoog Ed: Ge„
strengens missive van eergisteren gedagteekend, onder
n=o 311 dezen morgen ontvangen, waarop ik de eer heb te
berigten:
1=o Dat er onder ons Gouvernement niet meer dan een ander
der gelyk geval wegens verstrekking van kleedingstukken aan
gecondemneerden plaats gehad heeft, en de maand July
van 1816, toen het nog volgens het gene de Magazyn„
meester mij gezegd heeft, niet gebruikelijk was, schrifte
lyk aanvragen regtstreeks bij den Gouverneur Generaal
ter approbatie in te leveren. Deze verstrekking ten behoe„
ve van den Jager Bosman is ook geschied op autorisatie van
Raad Contratolleur Generaal H: I: Nuboer, zonder
dat hij daartoe van wege den Gouverneur Generaal is gemag
tigd geworden, of aan denzelven daarvan eenige kennis gege„
^ van
ven heeft. Ten minste is op dit bureau ^ zoodanige magti„
ging of kennisgeving hoegenaamd geen spoor te vinden.
2=o Dat bij die gelagenheid ook van een paar schoenen voor
den gemelden gecondemneerden Jager in de autorisatie
mentie gemaakt wordt. waaruit nen zien kan dat zulks
voorheen en op welke wyze ook plaats gehad heeft
3. Dat alle dergelijke aanvragen voor kleedingstukken
welke uit's Lands Magazynen verstrekt moeten worden,
altoos op het kantoor van den Raad Contrarolleur Ge„
neraal eerst vertoond zyn geworden ter examinatie, waarna
de afgifte met voorkennis van den Heer Gouverneur Ge„
neraal op autorisatie van den Raad Contraroll:n Generaal
geschiedt
Hierbij
Hierbij moet ik de vryheid nemen nog te voegen dat
aan andere gecondemneerden uit's Lands magazyn noort
schoenen zyn verstrekt geworden. —
Ik heb de eer te zy
Uw Hoog Edele Gestrengens
onderdanigen dienaar
De Raad Contrarolleur Generaal
ad interim der financien
/WG:/ C: L: van Uytrecht
Voor kopij konfordt
de Gouvernements Secretaris.
Wm. Prink
Hoog Edele Gestrengen
M:r I: I: Elsevier
Gouverneur Generaal ad infin
&c: &c:a &:a.
No. 170
Kopy duplicaat.
Curacao den 23.en Augustus 1820. No. 386
Het ambt door my waargenomen wordende voor„
al het behartigen van den goeden staat van's lands
financien van my vorderende, acht ik het noodzakelyk
de Vryheid te nemen UW Hoog Edele Gestrengens aandacht
op dat punt voor eenige oogenblikken bezig te houden.
Uit myne missive dd 13 July N.o 305 is uw Hoog Edele
Gestrenge ontwaar geworden, dat de eisschen van den
ontvanger Generaal adinterim voor verschuldigde recogni„
tie in van den Accynsmeester voor accynsgelden, beide
van ingewerde madera wyn, contra de kooplieden Bon„
& Jutting, by sententie van den Hove van civile en Cumi„
nele Iustitie ontzegd zyn met de kosten. —
De sententie van het hof niet gemouveerd zynde
heb ik reeds vele vruchteloze gissingen gemaakt, op wel„
hen grond dezelve gebasseerd is, want de zaak is mijn
inziens zoo duidelyk ten voordeele van den Lande
geweest, dat ik nimmer eene dergelyke uitspraak
heb kunnen te gemoet zien. — Ook was de Raad van
Policie gelyk Uw Hoog Ed Gestr bekend, is van geen
ander gevoelen dan dat die heeren deugdelyk gehou„
den waren, deze pretentie te betalen, en ik voor my
zou indien de zaak appellabel was en het my vryge
staan had, geen oogenblik gedraald hebben tot het
appel te besluiten, want daar bestaat hoegenaame geene
wet, Waarby de goederen voor den uitvoer van wel
„ke geregtigheid is betaald, vry van recognitie by den
invoer gesteld worden.—
Uit inschikkelykheid en om de commercie eenigzins
te bevoordeelen heeft wylen de Gouverneur Generaal
A kikkert dikwyls de uitgevoerde goederen, welke, niet ver„
kocht kunnende worden ter plaatse van derzelver desting
tie in denzelfden staat als zy uitgevoerd zyn en met
dezelfde bodems op de terugreis werden ingevoerd, vry van
recognitie gelaten. Doch nimmer is er hier nog een
Voorbeeld geweest by ons Gouvernement, dat goederen
van hier uitgevoerd, en eerst na een tydserloop van
21 Maanden met een ander vaartuig en als een res
tant, dus in een geheel anderen staat weder ingevo
wordende, vry van inkomende regten waren.
Dit geval is reeds voorby en kan niet meer veranderd
men zich
worden, daar aan de uitspraak van het Hof van Ceerle
& Criminele Justitie onderwerpen moet; maar de gevolg
trekkingen welke in het toekomende hieruit zullen ko
„nen gemaakt worden, zullen myns inziens nadeel
aan de kas en vele verwarring te wege brengen, daar
elk een die zich en zoodanig geval zal bevinden, zich on
getwyfeld ook op de sententie voornoemd zal kunnen
beroepen en daardoor zoo wel den ontvanger als den
Raad Cont„r Gener„l verlegen doen staan, ten zy men
telkens en voor iedere kleinegheid zich in proces wel
begeven. —
Ik vind my derhalve genoodzaakt de Vryheid te
nemen deswegens my te addresseeren aan Uw Hoog„
Ed: Gestr: met verzoek om zoodanige maalregel des
aangaande te willen vaststellen als Uw Hoog Ed. Gestr.
zal vermeenen voor den Lande nuttig en dienstig te
zyn, ten einde my by voorkomende gelegenheden
daarna te kunnen gedragen, en alle verwarring
en misverstand welke anderzins daaruit geboren.
kan
kan worden uit den weg te ruimen.
Ik heb de eer te zyn
Uw Hoog Edele Gestrengens
Onderdanige Dienaar
De Raad Contr: Gen: ad: of:n
/WG/C L van Uytrecht
Voor kopy konform
De Gouvernements Secretaris
Zyn Hoog Edele Gestrengen Wm. Prins
M„r J I Elsevier
Gouverneur Generaal adintm.
& l. H. & l.
No. 169
Curacao den 25en Augustus 1820.
Daar de loslysten van het Schip de Sara Maria niet
met deszelfs manifest overeenkwamen, en er een redelyk
aantal goederen meer uit dat Vaartuig is gelost dan op
het manifest uit gedrukt staats heb ik den Ontvanger
Generaal adinterim aangezegd, om eene lyst van de te meer
-bevondene goederen specifiek, met de namen der Consigna„
„tarissen en eigenaren daarby gesteld, aan het officie
fiscaal inteleveren, om daarmede te handelen als het
„zelve zal vermeenen te behooren
De ontvanger Generaal admt: heeft my ook berigt, dat
hy aan myne aanschryving voldaan heeft, met inleve„
„ring van eene lyst der gemelde goederen welke op dit
bureau berustende is. — Hiervan zal Uw Hoog Edele Ge„
„strenge zekerlyk wel kennis dragen als toen het fisca„
„laat waarnemende.—
Dewyl nu deze ongeregeldheid, het zy by het laden
van de schepen of by het invullen der manifesten plaats„
gehad, een verschil moet doen ontstaan, hetwelk in
het vervolg by het nazien en Confronteren der tabel
„len van in=uit= en doorvoer, welke Iaarlyks van hier
naar het moederland verzonden worden, waarschyné
lyk aldaar zal ontdekt worden, zonder dat men
de oorzaak daarvan zal kunnen doorgronden, en
zulks myns inziens altoos min of meer verdenking
zoude kunnen baren, — zoo dunkt my pligtshal„
ve de vryheid te moeten nemen, dit aan Uw Hoog
Ed: Gestr: in verweging te geven ten einde desaan gaande zoodanige maatregel te beramen, welke
strekken kan, het zy om zoodanige ongeregeld heden
in het moederland by het laden der Schepen
Voortekomen
Kopy Duplicaat.
No. 388
voortekomen, of by het ontlossen der goederen alhier
tegentegaan.
Ik heb de Eer te zyn
uw Hoog Edele Gestrengens
Onderdanige dienaar.
De Raad Cont: Gen: ad int„m of„s
/wg/ b L van Uytrecht
Voor kopy konform
Zyne Hoog Ed: Gestr: De Gouvernements Secretaris.
M.r J I Elsevier
Gouverneur Generaal adintm.
Wm. Prink
&C. Hl. &L.
Kopij duplikaat.
Curacao den 29en Augustus 1820 No. 393
De groote som welke aan vrachtpenningen
moet betaald worden en de bekrompenheid der koloni„
ale kas ter zelfder tyd in aanmerking nemende, gevoel
ik my verpligt aan Uw Hoog Edele Gestr: hiervan in
tyds kennis te geven, met byvoeging aan den voet dezes,
van de berekening der verschuldigde vrachtpennin„
gen, Waaruit Uw Hoog Ed: Gestr: zal ontwaren, dat deze
sommen niet dan door alle mogelijke bezuiniging in
het oog te houden, kunnen worden afbetaald, ten ein
„de daardoor het Lands Credit hetwelk allengskens begint
te herleven niet weder geheel en al aan het wanke
len te brengen. —
De uitgaven voor werkloon van timmerlieden en
metselaars loopen zeer hoog, bedragen's weeks tusschen
de 100 & 125 pezes van achten en zyn tot merkelyk
bezwaar voor de kas. - Ik heb den kapitein Ingenieur
daarover onderhouden en hem aanbevolen de eene
=mie niet uit het oog te verliezen, doch zyn Ed: schijnt
zich daaraan niet te storen, daar de Wekelyks reke„
ningen even groot blyven, en hy my heeft te kennen
gegeven, dat in geen zes maanden nog, daarin eenige
verandering zal kunnen plaats vinden. - Welk gewigtig
print, als mij daartoe bij het 11 artikel mijner instruc
„tie verpligt rekenende, ik niet heb kunnen nalaten aan
UW Hoog Edele Gestrenge in consideratie te geven.
Ik heb de eer te zyn
Uw Hoog Ed: Gestrengens Zyn Hoog Ed: Gestrengens
dienstwillige dienaar M„r J J Elsevier
De Raad Contr Gen ad: of„n Gouverneur Generaal adintn.
/ WG / b L van Uytrecht. Hl. Hl. Vl.
J S V P
Coop.
Verschuldigde vrachtpenningen van goederen aan
=gebragt per de Hollandsche brikken
Henrietta Wilhelmina & Eendragt
Voor Materialen. Recapitulatie ƒ 5,984: —: — „ ƒ 9,402: — : —
Vivres.. 1,081:—:— „. „ 1,588: 60:— Henr: Wilh: P:s 4874: 6:
Eendragts.. „ 7583 „ 4 ƒ 7,065:—:— ƒ.10,890: 60:
P:s 12458.3 — „ 1 „ 059: 75: - - - „ 4, 648: 59 15 p„rC„o avarij
ƒ 8, 124: 75... ƒ 12639: 19.
a 33 1/3 st... P 4,874: 6: 5. P. 7583: 4: 1. —
Voor kopy konform
De Gouvernements Secretaris
Gesw
D'Trinc
Kopij ruplikaat.
No. 394.
Curacao den 30sten Augustus 1820
Met terugzending van het rekwest van den
gewezenen sergeant kledermaker C. M: Hahn, en de
daarbij gevoegde rekening, heb ik de eer Uw Hoog Ed.
Gestr: te berigten, dat ik vruchteloos alle pogingen
het aangewend, om uit de oude boeken, welke op
dit bureau voor handen zyn, met zekerheid te
ontdekken hoedanig het met de rekening tusschen
het voormalige Gouvernement en den kledermaker
G: M: Hahn, op den 31=ste December 1806, gelegen
was.
Ik heb echter in het journaal van den gewezen en
boekhouder Generaal gezien, dat in de maand De
„cember 1806 het Land voor maakloon van dat jaar
met den gezegden kledermaker schynt vereffend te
hebben door het betalen van eene Rekening voor maak„
loon groot. P=s 556. — en nog bovendien door het geven
van een voorschot welk in dezelfde maand, doch la„
ter gebrekt staat, bedragende P„s 787„ 4.- hetwelk
geene plaats zoude gehad hebben, indien hij op den
31sten December nog meerder te vorderen had, ook
zoude dit voorschot moeten aangemerkt worden als
gedaan voor het maakloon van die kladingstukken
welke hij toentijds onder zich in de maak had, &
waarvoor hij in zijne rekening opgeeft, en twee ter
mijnen ontvangen te hebben het bedrag van P 697
hetwelk met den post van het journaal zoo even
opgegeven voor gedane voorschot niet overzien komt.
Dan heb ik nog onderzoek gedaan of de klee„
=dingstukken welke op zyne rekening gebragt zijn
als voor de overneming van het eiland afgeleurd,
met de ontvangsten in het oude Magazijn boek
genoteerd, overeenkomen, echter heb ik geen eenen
post kunnen vinden, waaruit eenig bewijs kan
trokken worden, ter staving zyner ingeleverde rek
ning; want volgens dezelve zijn er afgeleverd.
166 Lakensche baatjes
166 Linnen ditos
166 dito geletten
332 dito... - - broeken
Daar de ontvangst in het magazijn boek jeder
28 october tot ultimo December 1806 niet meer beloo
dan:
186 groote monteringsrokken of lakensche baaij
11 ditos voor onderofficiers en
12 lange broeken
Ik het het onderzoek op het magazyn boekslee
bepaald van 28 october 1806 af, om dat het my
uit eenen staat van den kleermaker Haken, dien
hij ter Gouvernements Secretary bezorgd heeft en
door den Gouvernements Secretaris aan mij is ter
hand gesteld, gebleken is, dat op dien datum geen
kleedingstukken van de laatste partij nog afgete
=verd waren.
kwam. de opgaaf van den kledermaker wegens
de aan het magazijn afgeleverde kleedingstukker
over=een met de ontvangst in het magazynboek
dat tot met ultimo December afgesloten is, dan
zoude de betaling van het maakloon derzilver
niet kunnen betwist worden, voor zoo ver het die
kleedingstukken aangaat, welke hy zegt aan het
Hollandsche Gouvernement afgeleverd te hebben, ten
bedrage van P=t 830, maakloon, doch dit zoo niet
zijnde, wyfel ik, of de betaling van het saldo
Ghetwelk
hetwelk hem als dan nog, na aftrek van het ont„
vangene voorschot, zoude toekomen, en P. 42„4„-zoude
uitmaken, aan hem zal kunnen worden toegekend.
Wat het maakloon betreft der overige kleeding„
stukken, die G: M:o Hahn gedeeltelyk half afgewerkt vol„
„gens het certificaat boven zyne rekening, aan het Ex„
„gelsche Gouvernement heeft overgegeven, ben ik van
gevoelen, dat hij zyne belooning daarvoor ook van
het Engelsche Gouvernement had moeten vorderen, en
dat ons Gouvernement niet ligt zal overgaan om zooda
nige pretentie te betalen.
De betaalde rekeningen over het jaar 1806 zyn hier
op het Bureau niet voor handen, ongetwyfeld zijn al„
le die rekeningen, welke door den voormaligen Gou„
verneur geviseerd werden, alvorens de betaling plaats
had, en dus als ordonnancien dienden, met het ne
men van het eiland door de Engelschen op primo
Januarij 1807 verloren geraakt, anders had men daar
uit met zekerheid de gewenschte opheldering en bewij„
voor of tegen de pretentie van G: M: Hahn kunnen erlan„
Ik heb de eer te zyn
Uw Hoog Ed: Gestrengens dienstwillige dienaer
De Raad Contr Genl. adintm. der finn.
/WG/ C: L: van Uytrecht
voor kopy konform
de Gouvernements Secretaris
J F Frouw
Zyn Hoog Ed. Gestr.
Mr. J: H Elsevier
Gouverneur Generaal ad int.m
&ca. &C„a &C:a
No 174
Aan De Wel Edele Gestrenge
Heer Raad Fiscaal. van Curacao.
de de &c
Wel Edele Gestrenge Heer.
vertoone met alle schuldige Eerbied, Laurens De haschet
inwooner van Curacao, schipper op de gollette de Dorothea
van Curacao, dat hy vertoonen uit- deze haven gevaaren
is den 1=sten Juni lest leden, naar st: Domingo, voor scheeps„
volk aan boord hebbende, te weeten: Willem schoonewolf
boortsman, matroozen Joannes Theodorus, pieter marten, en
felix Corpus, te A: domingo aangekomen zynde en hebbende
aldaar eenige drooge waaren ingeladen voor de rekening van
de Heer de chappe, koopman aldaar, om die gemelde drooge
waaren te lossen in de baai Paij, en aldaar eene lading
mahonyhout in te neemen, dat op den 1sten July de ver
tooner zig bevond s' morgens om ses uren op de plaats
genaamd akowa; en aldaar ontmoet heeft de patriotsche
Caper de victoire, voerende de vlag van bones aires, Capitein
Joseph marchand, uitgereed op de nouvelle providence, de
uitreeder en kapitein d’armes aan boord genaamd Renaud,
de kapitein van de Caper heeft aldaar de vertoonen be=
volen aan zyn boord te komen om aldaar zyne papieren
te overzien, en hebben aan de vertoonen geregt dat die valsch
waren, zy hebben de vertoonen aan hunnen boord doen
blyven en ten anker gelegt, en ook aan de vertoonen bevo„
len zyn scheepsvolk te gebieden aan anker te leggen, ver=
ders heeft de kapitein van de Caper aan de vertoomer ge=
zegd dat zyne gollette een spaansch vaartuig was onder
de hollansche vlag: onder dier voorwendsel, is de kapi
tein van de Caper op de goellette van den vertoonen ge=
gaan, en had aan zyn boords volk bevolen den ver„
toonen in de boeijen te slaan, het welk zy uitgevoert
hebben en hem nog daar by gebonden; zy hebben voor
eerst
Kopy duplicaat.
eerst alle de koopwaarden van hier voren gemelde heer
de chappe geroofd, en dan hebben zy de vertoonen aan
zyn boord laten terug gaan; en hebben hem zoo even terug
geroepen en gedwongen aan boord van de caper te komen,
het vaartuig van de vertoomer van zyn anker geraakt
zynde, door de sterke wind; heeft den vertoonen de ka
pitein van de Caper verzogt zyne gollette aan anker te
laten komen, het welke hem gemelde kapitein toegelaten
heeft, hem gebiedende geen zeil te maken op poene van
de verkomen doen optehangen en zyne gollette doen in de
grond te booven, waar door de vertoonen zig genoodzaakt
gevonden heeft zyne gollette met touwen op te halen. de
kapitein van de Caper zig op de vollette van de vertoonen
begeven, hebbende, met vyf gewapende mannen, en heeft
er nog verscheide andere by zig doen komen, na welke
deze persoonen de gollette van de vertoonen te eenmale
uitgeplundert hebben. zoo van voorraad, de kleederen van
het bootsvolk, anker, touwen, en alle scheepstuig; in
welke plundering de gedeporteerde millitair van der
staar zig zeer wakker betoond heeft, de vertoonen had
dezen van de staar aanboord genomen uit medelyden,
om dat hy op st: Dennings zonder bezigheid was. de ka
pitein van de kaper heeft ook de wreedheid gehad te
bevelen den vertoomer dood te hakken, het welke eene
zyner mede zeeroovers heeft willen uitvoeren, en heefte
met zynen Sabel de vertooner eene slag toegebragt, de
welke de vertoomer gelukkiglyk ontsprongen is, zig
overboord in het water werpende, door welke de slag
in de boord van de gallette eene groote splinter is af
gehouwen, verders heeft de meergemelde kapitein, den
vertoonen bevolen terug op zyne gollette te klemmen,
of dat hy hem in het water zou doen doodschieten,
terug op het vaartuig gekomen zynde heeft dien zelven
persoon
persoon wien hem de Sabel houw had willen toebrengen,
hem met een poignaard willen doorsteken; maar de ver„
toomer zig buigende heeft de steek in het voorhoofd ont=
vangen, dan hebben zy zyn bebloeide hoofd met zyn
hoed over zyne oogen geduwen, hem nederwerpende me„
nigte klinkslagen gegeven, zy hebben ook de boortsman
willen schoonewolf zeer mishandelt hem veele klinksla„
gen gegeven en hem met zyne eige schoenen in het
aangezigt vele slagen gegeven. Eindelyks hebben zy de
hollansche vlag met zig genomen, en aan de vertoonen
bevolen zig van die plaats niet te verwyderen, en zoo
dit had durven aanvangen en dat hy al nog eens van
gemeld Caper had ontmoet geworden, zegde de kapitein
hem doen op te hangen en alle zyn boots volk om het
leven te brengen in de gellette te laten zinken, alle
het welke hem in welverstaanbaar Curaçao Creools
gezegd werd.
dier is het opregt verhaal wat aan de vertooner en
zyn scheepsvolk gebeurd is den 1ste July van dezen
Jare en het welke zy alle onder eede kunnen bevestigen
zig keerende tot UEd wel Edele gestrenge Heere en
U wel Edele gestrenge Heer oodmoediglyk verzoekende
by aldien het mogelyk is, recht aan de vertoonen gelie„
ven te doen.
Waar mede hy de Eer heeft zig met de hoogste achting
te noemen
van U Wel Edele gestrenge Heer
Den oodmoedigsten en onderdanigsten Curaçao den
Dienaar 28 augustus 1820
/W: G:/ D: Dehareth.
Op heden den dertigsten Augustus 1800 en twintig zijn
voor mij fungerend Raad Fiscaal gecompareerd de
personen van Laurens Dehaschet, Willem Schoonewolf,
Johannes
No. 173
Johannes Theodorus, Pieter marten en Telix corpus,
dewelke onder presentatie van eede verklaarden het
vorenstaande verhaal waar en waarachtig te zijn, en
in oorkonde daarvan hieronder hebben geteekend.
/W: G:/ L=t Dehabeth
/ Wilhelm Godvried Schoonewolff
Deze zijn de merken van
Johannes Theodorus /„ Pieter marten
Felix X Corpus.
1 „ / D. Serrurier
Voor Kopy konform
De Gouvernements Secretaris
Wm Prince
Kopij duplikaat.
Curacao den 31 Augustus 1820
N=o 395
Om te voldoen aan Uw Hooghd. Gestrengen geëer„
de missive van gisteren N=o 327, heb ik als het ge„
schikste middel geoordeeld, aan uw Hooghd. Gestr. inte„
„zenden eene lijst der betaalde werkloonen, sedert den
4.en Maart 1816 tot den 9=den dezer maand, waaruij
aan uw Hooghd. Gestr: blijken zal, dat er geene vaste be„
paling in het beloop van werkloon kan gemaakt
worden, daar hetzelve zeer ongelijk is geweest, waar
meete van de groote of mindere noodzakelykheid tot
het repareren der gebouwen.
Ik heb wittemin een overslag gemaakt met het
werkloon, gedurende het gemelde tydperk betaald, door
elkander te nemen, volgens uw Hoog Ed. Gestr. begeerte,
in bevonden, dat, gelijk uit de recapitulatie op de lyst
te zien is, het werkloon wekelyks op p.r 87„6„4
komt te staan.
Inmiddels zal Uw Hoog Ed. Gestr: mij vergunnen aan
temerken, dat de groote en onvermydelyke repara„
tien in 1816. aan s Lands gebouwen, welke in een tot
aal verval zyn overgenomen, als ook het optou„
wen van nieuwe Regenbakken en het bijna geheel
vernieuwen van eenige gebouwen in de laatste
zes maanden van 1818, Januarij & februarij van
1819 en in het begin van dit jaar plaats gehad,
de rekening van werkloon zoo hoog heeft doen
oploopen.
Hiermede vertrouwende aan aan het verlan
Den Hoog Ed: Gestrengen
Heer M:r I: I: Elsevier
Gouverneur Generaal ad=intn.
&ca.
van Uw Hoog Ed: Gestr: beantwoord te hebben
heb ik de eer te zyn.
Uw Hoog Edele Gestrengens
dienstwillige dienaar
De Raad Contn Genl. ad. int=m der fin=m
/WG/ C: L: van Uijtrecht.
voor kopy konform.
de Gouvernements Secretaris.
Witsen
D' Brink
A:o 176
Betaalde Gelden voor Dagloonen der arbeidsbieden aan's lands Ge„
bouwen en 1816, 1817, 1818, 1819 tot en met 19 augustus 1820,
1817 1816 1816
P=o 155 transporte P.r 1711 4 naart 16. transporte P.r 637 4 5
August=s 9. 77 4 Decembr 7
„ 80 5 14.
ƒ 71. 7 23. - - 83 4
„ 58 4 „ 48 6
F 6922„ 6 5 197 4 65 6 43 6 26 5
223 31 1
205 5 4 Octob=r 3. 4 5 213 1 Jan:ij 18 - - - F:o 543
25 „ 68 4 14
Juny 25 „ 52 4 22 4
Feb=r 8 - - - „ 18 novb=r 1.... 18 — „ — 15 10..........................,, 8,,_ 25 „
22. 22 25
29....... 2 „ Maart 1 — 25 6
16.........,, 8,,_,,_ 24 id
13 25 „ „ Dect„r 6 „ 22 4 „ 32 9
27 48. 3. — 20
3 3 April 43 3 „ 27...
10.........,, 8._,,_ 36 4 P. 2455 4
17. 175 2 43 7
166 24 45 1
31......... 175 „ meij 3 „ 50 7
182 1818 „ 58 6
166 4 14....... 50 2 Januij 3 P=s 35
149 21 - - -... 24... 44
152 6 28 31 17 - - -. „ 42 2
Octobr 5. 172 5 Juny 7....... „ 77 2 — 24 - „ 58 3
„ 12 154 1 „ 14. 31 - - - „ 5:8 4 99 „
19 114 2 „ 49 7 91. 4 „ Feby
93 4 14.
Nov.r 2. 94 6 „ Julij 5. 107. 4 „ 21.... „ 58 6
1162 90 4 — G. „ 28.
16..... „ 81 2 19. 56 3 107 4 „ maart 7 -
55 „ 84 6 „ 14 „ „ 23. „ 84 2 „ „ 25.
87 4 Aug=s 2. 30. —
Transport=r A:o 663/ 4 3 transport=r 8 1711 4 „ transport P 619 2
1818
Transporte P=o 619 „ 2
Maart 28 49
April 4
58 6 11
„ 25 „ „
meij 2
9.... - -.. „
- - -
30 „ „
Junij
- - -
August 1 - - -... „
..........,, 8,,_,,_
„ 103
5 „... - - -.. „
12............,, 8,,_,,_
Octob=r 3 139
Novfr
148 4 14
144 6 21. - -
28 - - -... „ 147 —
Decembr. 4 - - 150 6
144 6 12 - - -..
19 - -
24 — - - 98 6
N=o 4606
1819
Janus 9 No. 153 Transporte P.s 299.
1.43 6 Decb=r 4. —
111
„ 18 30 - - „ 117 2 67 4
Febr=s „ 121 2 46 6
„ 150 „ „ 31 50
3303 1
Maart 21
1820
Jan J= 8 P.r 63 4
24. — „ 123 4 15 „
31..... 111 22...
31 „ „ 130
Feb.y 5. „ 1035
22 „ 12 - -.. „ 143 4 19
Juny 29. —
12.... Maart 4.
19 -.. 11.
18.... Julij „ 25... 10 31...
April 8... „ 120
15.... „ 142 —
96 4 22..... 85
Augusts 7. „ 94 — 93 2
38 1 meij 6.
20 D „ 27. —
36 6 28... Junij 10.
73 Sept=r 4 - a 17.... „
11... 24..
63 4 90 6 18... Julij 1 - - - „
25... „ 0 „ „ 95
Octob=r 2.... „ 15.
9.... „ 82 4 — „
29... „ 100
23... 2 „ Aug=s 5... „ 104 4
30. 12... „ 123
Novb 19... „ 1252
P 30054
20 -...
80 6
transporte 2991 1 „
Recapitulatie
6 5 edert 4 maart tot Ultimo Decemb.r 1816.... „ P=o 6922
2455 1817 P=r Primo Ianuarij
d_o d=o 1818. f=o d=o „ 4606
d.o d=o d„o d:o d-o 1819 3303
D.o d.o a 19 Augustus 1820. „ 3005
Totaal zedert 4 maart 1816 tot 19 Aug 1820 - - - P:s 20293 1 5
maakt s'wekelijks door elkander P„o 87„ 6. 4. —
Curacao den 31 Aug=s 1820.
De Raad Contr Gen.l ad instm der fus
u G/ C: L: van Uytrecht. aplk.
voor kopij konform
de Gouvernements Secretaris.
Witsen
J: Trina.
No: 175
Kopij duplikaat.
Curaçao den 5 September 1820.
No. 64.
Door overloop van bezigheden als wel bij gebrek van gelegene
plaatsen ter sortering en Examinering als noch terug gehouden
zijnde een exacte proces verbaal te kunnen opmaken van elk afzonder„
=lijk getal der kwaliteit van de planken balken en Ribben aange„
=bragt pen de brikken Henrietta Wilhelmina Schipper P. I. Kerkhoven
en de Eendragt schipper I. T. visser heb ik echter van mijn pligt
geacht uw Excellentie voorlopig te doen geworden Processen verbaal
aangaande de Rantzoenen voor het Militaire Gamizoen aangebragt per
de bovengemelde brikschepen zo als dezelven door mij zijn ontvangen,
en die ik ook de eer heb onder geleide dezes uw Excellentie te doen toeko„
men, zullende die van de materialen hierboven gemeld met alle mage„
=lijke spoed worden werkstelligd gemaakt, om welhaast ingeleverd
te kunnen worden.
Met allen schuldige eerbied heb ik de een te zijn.
de Magarijn Meesters
van alle Magarijnen
zijn Excellentie
(geteekend) G. C. Muller.
den Gouverneur Generaal
adinterim over Curaçao
Voor kopij konform. & onderhoorige Eilanden
do. de. do. De Gouvernements Secretaris.
Wm.
W: Sring
Duplicaat.
Curaçao den 8 September 1820.
N.o 34
Daar het mij gebleken is, Eerstens dat in deze
kolonie geene wet, omtrend het vervoeren van Bus„
kruid is vast gesteld, en tweedens de Handel in Bus„
kruid alhier vrij sterk is, en dus nadeelige gevolgen
zoude kunnen voortbrengen, wanneer een of ander door
on wetendheid, tegens de thans daaromtrend in het
moederland, zo zeer heilzame vigeerende wetten
zoude handelen, zo neeme ik de vrecheid om Uw
Excellentie voor te stellen, de wet betrekkelijk het
vervoer van Bijkruid, vastgesteld door Z M: onze geeer
biedegden koning in dato den 26:' Januarij 1815, en wel
voornamentlijk de artikelen, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 12, 13,
15, 16, 17, 18, 21, 22, 23, 24, 25, 27, 33, 35, 36, 41, 42, 43, 46, 47, 51,
54, 55, 57, 58, 59 en 60 ook applicatel voor deze kolonie
in werking te doen brengen, of wel zodanige andere
wetten of reglementen als Uw Excellentie zoude moo
gen goed vinden, ten einde te kunnen weeten, wel„
ke de verpligtingen der kooplieden, magazynmees„
ters en schippers ten dezen opzigten zyn; het
36 en 60 Artikel der aangehaalde wet, zyn de
motiven van deze myne voordragten als meede
het voorkomen van ongelukken, welke zo ligt kun„
nen plaats vinden.
de majoor kommanderende de Artillerie
/WG/ Dursteler
voor kopy konforme
de Gouvernements Secretaris
Zyne Excellentie den Gou„
Wm. Pritie verneur Generaal a. i van
Curaçao en onderhorige Eilanden
No: 181
Duplicaat
Civraçao den 8 September 1820.
Gezien hebbende eene Rekening van den magazijn
meester der artillerie I: P: Schmikt, groot plus mi„
nus 1200 Pezos van achten ten laste van de Heeren
Bing & Jutting voor het opzigt, in ontvangst ne„
men en afleveren van omtrent 600 vaaten Buskmid,
welke in s' Lands magazijn gedeponeerd zyn geweest
gevorderd hebbende van voornoemde magazyn meester
om mij aan te toonen op welke groot hij diergelijke
rekeningen opmaakte, als zynde zulks geheel stri„
dig tegens artikel 39 van de instructie der magazyn
meesters der artillerie, in dato den 12.e november 1814,
en daar dezelve geene voldoening daaromtrend aan
mij heeft kunnen doen, dan alleen op te geven, dat
het altyd het gebruik was geweest dat de koopman
alhier een Patienje voor ieder vat Buskruid welk in
het magazijn komt moet betalen, en daarentoven
3 Reaalen per vat voor den ontvangst, en nog eens 3 re„
aalen per vat voor de aflevering van hetzelve;
daar deze betaaling nu veel te sterk is, en tot niets kan
dienen als de negotie te entraveeren, zonder dat het
land hier eenige voordeelen daarbij heeft, zoo
vinde ik mij verpligt om uw Excellentie van deze al
hier vigeerende usance kennis te gevol
met verzoek tevens, om dezelve te willen doen
veranderen, (ten zij uw Excellentie mogte goedvin„
den deze gelden ten voordeele van s' Lands Schatkin
te doen invorderen, in welk geval het als dan als een
lands belasting kan beschouwd worden) betreffende
den aan Zyne Excellentie
den Gouverneur Generaal a. v.
van Curacao en onderhorige Eilan
„den
den magazynmeester, zo is het billijk dat hij iets
voor de Surveillance over het kruid van Partikus
lieren ontvangt, wijl men zulks met voor niets ka
vorderen, my bedunkens zoude aan hem voor het
vervolg toegestaan kennen worden 4 Benaben voor
vat van 100 lb, 2 Realen voor 1 a 50 lb, en 1 reaal
voor een vaatje van 25 lb Burkruid; zulks zoude
door de kooplieden met plaisier betaald worden
en zoude niet tot oneer van het korps artillerie strek
ken, waartoe den voornoemde magazyn meester
Schmidt ook behoord het spreekt van zelve dat de
kooplieden deze vaaten, dan ook ten hunne kosten
in het magazyn bezorgen, en weder af moeten laten
haalen: In alle gevallen; zal het dienstig en
noodzakelijk wezen, dat door uw Excellentie een va
tarief omtrend de bewaringst kosten, voor het But„
kruid van partikulieren worde vastgesteld, ten en
de en de magazynmeester en de koop lieden weete
welke hunne verpligtingen zijn, en daardoor alle
onaangenaame klagten welke daaromtrend
telkens plaats vinden zoude komen te eesseeren
de majoor kommandeerende de
Artillerie
W G / Dursteler
voor kopij konform
de Gouvernements Secretaris
Wm Prince
No. 180
Rapport.
In vroegere jaren onder het Gouvernement van
wijlen den Heere Gouverneur de Vier heeft den con„
stapel Majoor zoo veel mij bekend is, voor ieder vat
kruit vier realen per 100 lb buiten eenige kosten
hoegenaamd, genooten voor het opbergen
Ten tyden van de Heeren Commissarissen de Vier
en Berg, genoot de Comies Quast van de kooplie„
den welke hun kruit in S' Lands Magazynen ter
bewaring gaven, voor een klein vaatje drie realen
buiten de kosten van transport en Surxilleeren.
Bij de overgave in het Jaar 1807, toen den onderge„
tekende bij de artillerie magazijnen door den En„
gelsche Gouverneur Brittaine is aangesteld. is het
door dezelve, mondeling bepaald, dat van een groot vat,
van 100 lb. twaalf realen, van 50 lb zes realen en van
25 lb drie realen zoo voor het ontvangen als op bergen
en s' Lands kruit Magazynen als mede voor de consu„
veering en weder aflevering moesten betaald wor„
den het zij of het kruit 3 maanden of Een geheel
Jaar in de magazynen aanwezig was met eenige klei„
ne onkosten van Pontjes geld, transport en arbeids loon
van de kannonniers of geemploijeerdens bij de artillerie
Magazijnen, zynde toenmaals per vat, groot of klein
drie stuivers betaald geworden.
Buiten dit was een order van de Engelsche Gouverneur
Nicolaas, dat voor ieder keer dat een sleutel in s'
lands kwart magazynen gestoken wierd ter opening
sluiting, eene zekere som betaald moest worden, wel„
mij egter onbekend is
en ondergetekende heeft tot de overgave op den
4=e Maart 1816. het provenu hierboven genoemd genoten
Duplicaat
en bij deszelfs aan=stelling bij Nederlands Gorin
wem=t dit blijven continueeren onder welke laastgen
de Somma, egter begreepen zyn geweest het Pontjesg
hetwelk hy heeft moeten voorschieten voor de over
vaart naar het rif voor de dagelyksche Visitatie en
voor het Lugten der Magazynen.
Van alle dit bovenstaande heeft den ondergetekende
egter geene schriftelyke Bewyzen en is deze inrigting
^ mondeling
den een van den ander ^ overgegaen en tot heden blijv„
voortduren; met dat onderscheid egter dat de koop lieden
de helft der kosten niet bij de ontfangst van het
kruit in de Magazynen hebben willen betalen
dan na de weder aflevering, waarvan tot bewijske
strekken dat reeds van de Maanden Januarij en
Maart 1816, krout, op het Rif geborgen is, hetwelk zich
nog aldaar bevind en voor hetwelk ik nog geene Pennis
zelfangen heb; offchoon het ter mijner verantwoort
ding buiten alle onvoorziene toevallen heeft
gesurveilleerd moeten ^ en van het welke de Eijgenaar
geene kosten van keeren en stooten wilde maken, of schoon
het van oud gebruik af naar omstandigheid alle 4
't 6 Maanden, eene vreije lugt gebragt, gerold of ge„
stort moest worden.
De Magazyn Meester der Artillerie
P: Schmit
voor kopij konform
de Gouvernements Secretaris
W'Dring
No. 179
pij duplikaat
Opgaaf
Van de Emolumenten welke aan de Post van Magazijn
meester der Artillerie op het Eiland Curaçao verbonden
zyn, en hoeveel dezelve in het afgelopen jaar 1817 bedra„
„gen hebben
Door Ditviente binnen gekomen
koopvaardij schepen zyn in het jaar 1817 aangevoert van boord ge„
haald, en in het Rijks Kruit magazyn
op t Riff door den ondergetekende op ge„ borgen.
369 vaten kruit a 3 w per vat... P:s 138 „ 3 „
3. pokoos d=o - -a 12 v=r
1 kist met amundie
Ontfangene Emolumente P=s 144 „ 3 „
Hier van uitgegeven aan de werklieden der ar„
„tillerie voor ’t transporteeren en opbergen van
bovengenoemde kunt a 3 pl: P. 23. 4
3 pakoor à 3m
1 kist met amunitie
aan de kuiper
voor Pontjes geld voor het afhalen en uitleveren van kruit
52 keeren alle weken eens een pontje
voor het lugte van het kruit op ’t rif.. 19 „ 4
de generaale uitgaaf bedraagt
63 „ 3 „ —
e. Emolumenten hebben dus bedragen F. 81
B: De Magazynmeester is verant„
woordelijk voor de bewaring, quan„
titeit en qualiteit van het kruid;
buiten alle onvoorziene toevallen
Opgemaakt in ’t fort amsterdam
De Magazyn Meesten der artillerie.
(W.G.) I: P: Schmidt. welke
voor kopij konform
de Gouvernements Secretaris.
W. Trink
No. 178
kopij duplikaat Curaçao den 8 September 1820
No. 36
Daar de magazijn meesters der artillerie, ingevol„
„ge aanschryving van de Commissaris Generaal voor
het Departement van Oorlog in dato den 12„en No„
vember 1814 tot den staf van het korps artillerie
behooren en alzo den magazijn meester Schmidt
een militair persoon is, zoo neeme ik de vreiheid
uit hoofden van dien, en ten gevolge deszelfs geringe
gagien van Uw Excellentie te verzoeken om voornoem„
de magazynmeester goedgunstig te willen accordeeren
het genot van twee rations vivres.
Ik zoude deze voordragt niet aan Uwe Excellentie
doen wanneer de Heer Schmidt niet de eenigte mili„
tair in deze kolonie was, welke van dit voorregt
ontstoken is, en indien niet de magazynmeester der
artillerie te Surinamen van deze zelfde voordeele
Jouisseerde.
de majoor Kommanderende de Ar„
tillerie
/ WG/ Dursteler.
voor kopij konform
de Gouvernements Secretaris
Wm. Prince
aan
Zyne Excellentie den Gouver
neur Generaal a-i van Cura„
car en onderhorige Eilanden
Coelte
No. 177
Kopij Duplicaat
Curacao den 8 September 1820.
N:o 37
Deze is dienende om uw Excellentie te ver„
zoeken, dat aan my ingevolge artikel 223
van het Reglement van administratie, de
vivres, voor deze maand en in het vervolg
niet en natura, maar in geld moge uitbe
taald worden.
de majoor der artillerie
/W G/ Dursteler
voor kopij konform
de Gouvernements Secretaris
Wm. Prins
Aan
Zyne Excellentie den
Gouverneur Generaal a.o.
van Curaçao en onderhorige Eilanden
No. 186
Kopij duplikaat.
No. 208.
Curaçao den 11=en September 1820.
Uw Hoog Edele Gestrenge zal mij gelieven te vergunnen des„
=zelfs aandacht slechts voor eenige oogenblikken van de gewigter
bezigheden aftetrekken om met gepasten eerbied mijne eigene belan„
=gens aan uw Hoog Edele Gestrenge voorteleggen.
Ingevalge de overeenkomst tusschen den Heer Raad Contravol„
=leur H Iekeboer en mij, met voorkennis van wijlen den heer Gouverneur
Generaal A. Kikkert aangegaan, verpligt geweest zijnde, den post
van Raad Contiavelleur Generaal der Financien voor de helfte van het
tractement waartenemen, gedurende de afwezigheid van den gemelden
Heer H. I. Nieboer dewelke ingevolge deszelfs verkregen verlof, slechts
twaalf maanden duren moest, en het bepaalde tijdperk op den 1.e April
ll en dus reeds vijf maanden geleden verschenen zijnde, zonder dat de gemel,
=de heer Nuboer mij eenige kennis van de reden zijner langere afwezigheid
heeft doen erlangen in weerwil van verscheidene gelegenheden herwaarts
en, nademaal zoo ik vermeen, met reden te kunnen veronderstellen, bij wed
Hoog Edele Gestrenge geene officiele berigten zijn ontvangen wegens het
wegblijven van den gemelden heer Nieboer, zoo ben ik van gevoelen
dat ik na dien verloftijd, niet gehouden was, zijn Ed: ambt voor de helft
van het daaraan verbonden tractement waartenemen en thans na dat
ik ten overvloede vijf maanden naar de terugkomst van den heer Nu„
=baer heb gewacht zonder eenige aanspraak op het valle genot van dat
tractement te hebben willen maken met alle regt kan verzoeken, dat
ik in het onverdeelde genot gesteld worde van al de regten van het
Raad Contravalleurs ambt, hetwelk van uw Hooghdele Gestrenge afhangt,
aangezien bij art: 5 van het reglement op het beleid der Regering,
aan den Gouverneur Generaal de magt is toegekend om de nodige
schikkingen te maken tot de waarneming van de bedieningen der amb„
=tenaren welke verlof bekomen. —
Om mijn regt te staven, neem ik de vrijheid aantemerken, dat de gene
die verpligt is de werkzaamheden van een ander waartenemen ontwijfel„
baar ook geregtigd is tot al de voordeelen welke dezelve anderzins zou„
=de genieten, ten ware hij zich tot het tegendeel mogt verbonden heb„
=ben, gelijk ten mijnen opzigte wel plaats heeft gehad, zoo lang het
verkregen verlof van den heer Nuboer voor een Iaar zoude duren.
Dan die tyd verschenen, en de heer Nuboer niet teruggekomen, noch
eenige andere overeenkomsten tusschen ons getroffen zijnde, vervalt de
eerste, en oordeel ik mij van alle verbindtenissen ten aanzien van het
tractement
tractement en andere voorregten ontslagen, en volkomen geregtigd
tot het maken dezer hierboven vermelde aanspraak, tot welken in„
williging uw Hoog Ed: Gestr: even zoo ook regt heeft, door dien de Sanc„
=tie van den overledenen heer Gouverneur Generaal A. Kikkert
aangaande de verdeeling van het bedoelde tractement, zich niet
verder uitstrekt dan tot den bepaalden verlaltijd en uw Hoog
Edele Gestrenge daarna, mijns inziens de bevoegdheid heeft, om
andere schikkingen te maken en aldus het valle tractement van
Raad Contravolleur Generaal met alle andere daaraan verknochte voor
regten aan mij toe te kennen, gelijk ik bij deze verzoek dat het uw
Hoog Edele Gestrenge moge behagen aldus te bepalen.
My vleijende dat uw Hooghdele Gestrenge de billijkheid
van mijn verzoek zal inzien en hetzelve inwilligen, heb ik de
een te zijn.
Uw Hoog Edele Gestringens
onderdanige dienaar.
De Raad Contravolleur Generaal
Sijn Hoog Edele Gestrengen adinterim der Financien
Geteekend C. L van Uytrecht M=r I. I. Elsevier
Gouverneur Generaal
adint=m &c do. &c.
Voor kopij konform.
De Gouvernements secretaris.
J: Frisse
No: 185
Kopij duplikaat
Curacao den 14 September 1820. No. 414.
Daar de Secretaris van den Raad van Justitie
my dezen morgen in presentie van getuigen en van we
„ge de Heeren Bing & Jutting de betaling is komen
afvragen van de Ordonnancie voor vrachtpenningen
wegens de aangebragte goederen per de brik Eendragt
en daar ik met de debiteur van die Heeren
maar wel het Gouvernement zoo heb ik den ^ Secreta„
ris geantwoord, dat ik Uw Hoog Edele Gestrengen daarvan
zoude kennis geven, gelyk ik by deze doe, hebbende de eer
te zyn.
Uw Hoog Edele Gestrengens
Onderdanige Dienaar
De Raad Contr: Gen ad derf„n
/WG/ C L van Uytrecht.
Voor kopy konform
De Gouvernements Secretaris Zyn Hoog Edele Gestrengen
M.r J I Elseveer
Gouverneur Generaal adintn.
Wm. Prins H. Vl. Hl. &l.
welk
No: 184
Kopy duplicaat. Curaçao den 17de. September
1820
Op uwer Excellenties aanschrijving van
den 25 Augustus ll: N=o 317. heb ik de eer uwer
Excellentie te berigten dat ik dezelve aan den
Raad heb gecommuniceerd en door Hun welEd:
Achtbare ben geinviteerd uwer Excellentie te res„
eriteren.
Dat de Raad hoe ongaarne ook moest difficul
teren om mij te autoriseren aan uwer Excel
lenties verlangen te voldoen, en dat wel.
Op grond van Art: 44, 45 en 51 van het Regle„
ment op de Regering &c: alhier waarbij duidelijk
bepaald wordt dat alles wat administratief is en dus
alle administrative quaestien niet behooren tot
de competentie en beantwoording van den Raad
van Justitie, dat het regt in naam des koning
wordt uitgesproken en die uitspraken aan ge„
ne censuur, elucidatie of verantwoording, aan wien
het ook zy onderworpen zyn, daar de weg van
hooger beroep daar waar zulks wordt toegestaan
den genen die zich door de Vonnissen door den
Raad gepronuntieerd, gegreveerd vindt openstaat,
welke systema gecorrotoreerd wordt door de bepalin
vervat in Art: 51 van dat zelfde Reglement
2:o Op grond van Art: 52 van dat zelfde Regel
ment ’t welk bepaald dat tot dat door zyne
Majesteit nader zal zyn gedisponeerd, de Raad
regt zal spreken volgens de in de kolonie thans
bestaande wetten Immers worden dien ten ge„
volge de sententien zonder aanhaling der moti„
ven in curilibus uitgesproken, en is er geene
bepaling. voorhanden dat in zaken de belastingen
tetreffende
Aan Zyne Excellentie
den Gouverneur Generaal admt=m
van Curacao en onderhoorige Ei„
landen &ca.
betreffende de Raad van die mathode moet af
wyken en deszelfs vonnissen motiveren.
3=o Zyn in alle procedeires, zoo wel de souverein als
de individuen gelijk; zonder eenig regard, op personen
moet de regter onbeschroomd zoo als hij in goede Iun„
titie vermeenen zal te behoren regt spreken en
daar het den Individa niet zou passen van den
regter rekenschap zyner motiven by het provi
tieren der vonnissen te vorderen, kan dit den Fis„
cus insgelijks zonder de onafhanklykheid van het
Regterlyk ambt te ondermynen, zonder intrent
te doen op de bepalingen in de boven aangehad
de Art: van het zelfde Reglement vervat niet wor
den toegestaan, want daardoor zoude de gelykken
der litigerende partijen, iets ’t welk nimmer door
den Regter mag worden uit het oog verloren,
ophouden te bestaan, en de Fiscus een voorregt
genieten met dat beginsel geenzins quadrerende
Ik vertrouw dat uwe Exellentie wel over„
tuigd is dat het den Raad van Justitie zoo wel
als mij in persoon ten hoogsten leed doet aan uwer
Excellenties verlangen in dezen niet te kunnen
voldoen, en heb de eer met behoorlijk respect
te zyn.
De President van Justitien in de zaak„
van den ontvanger Generaal adentm.
Accymmeester C.a Burg & Jutting
J.W G/ D: Serrurier
voor kopij konform
de Gouvernements Secretaris
D'Sring
No. 183
G Ferguson
/ proc:
coelte
& Tutting Bing
kooplieden alhier woonachtig
Dagvaard
Zyne Excellentie M.r Isaac Johannes El„
Zevier Gouverneur Generaal adinterim als
mede Den WelEdele Gestrenge Heer Casper
Lodewyk van Uytrecht Raad en Contra
rolleur Generaal ad interim der Finantien
dezes Eilands voor de Edele Achtbaren
Heeren Raden Commissarissen van het ho
van Civile en Crimineele Iustitie — Tegens
donderdag den 28e September 1820 des mor„
gens ten 10 uur
Omme te aanhooren zoodanige Eisch & Cor„
lüsie als ten dage dienende door de Eisschers
zoo ten principaale als bij provisie zal wor„
den gedaan & genomen, en daarop te ant„
woorden en verder voort te procedeeren als
naar regten. Zullende in tyds voor den
dienende regtdag, aan den gedaagden worden
bezorgd de kopie Eisch "Conclusie benevens
de bescheiden daartoe relatief.
Curaçao 20 Septemb. 1820
/w G/ Th. D: Kock & g. bode.
voor kopij konform
de Gouvernements Secretaris
Dl. Brink
bij duplikaat
No. 182
Curaçao den 20„en September 1820
Van wege de heeren kooplieden Burg & Jutting
zoo even eene dagvaarding ontvangen hebbende, om be=
nevens Uw Hoog Edele Gestrenge, op den 28.en dezer maand
te verschynen voor de Edele Achtbare Heeren Raden
Commissarissen van het Hof van Civile & Criminele
Justitie, ten einde aantehooren zoodanigen eisch en conclu„
sie als door de gemelde heeren kooplieden zal worden
gedaan en genomen, en veronderstellende of liever verze„
kerd zynde, dat het wegens de betaling der ordonnancie
wegens vrachtpenningen voor de goederen per de Eendragt
aangebragt, zyn moet, van welken stap ik voor zoo ver
het dagvaarden van den Raad Contrarolleur Generaal
aangaat, de abrurditeit niet genoeg bewonderen kan; zoo
vind ik my verpligt, de vryheid te nemen, daarvan aan
Uw Hoog Edele Gestrenge kennis te geven. En nade„
maal ik van gevoelen ben, in deze zaak geenzins ame„
nabel te zyn, daar de ordonnancie niet door my op
de koloniale kan getrokken is; maar ingevolge het 5=e
Art: van myne instructie, slechts is geregistreerd ge
worden en vervolgens afgegeven, en men buitendien,
voor pretentien tegens het Gouvernement; niet aan den
geenen die het ambt van Raad Contrarolleur der Ti„
vancien, maar wel aan hem, aan Uw Hoog Edele ge=
strenge, in wiens handen het Gouvernement thans is,
zich kan of moet adresseren: verzoek ik van Uw Hoog
Edele Gestr: te mogen weten, om niet in eenig verzuim
te vervallen, hoedanig ik in deze zaak zal hebben te
handelen; terwyl ik Uw Hoog Edele Gestrenge met
allen eerbied moet onder het oog brengen, dat, vermits
het aan niemand vrystaat voor het hof van Justitie of voor
dezelfs
Kopy duplicaat.
N=o 418.
deszelfs commissarissen in persoon zonder eenen procureur
te verschynen, ik verpligt zal zyn, indien ik aan de ontvan
gene dagvaarding moet voldoen, eenen procureur ten koste
van den Lande aantenemen.
Uw Hoog Edele Gestr: meening op het een en ander
met verlangen te gemoet ziende heb ik de eer te zyn
Uw Hoog Edele Gestrengen
onderdanige dienaar
De Raad Contr Gen ad dersinancien
/W: G:/ C. L. van Uijtrecht
Voor Kopy komform
De Gouvernements Secretaris
W: Prins
zyn Hoog Edele Gestrengen
M.r 97. Elsevier
Gouverneur Generaal adinterim
H H &C.
No. 192
Aan Zyne Excellentie den Gouverneur
Generaal van Curaçao en onderhorige
Eilanden &.c d.r &
Gisteren door den WelEdelen Gestringen Heer den Raad
Fiskaal vernomen hebbende de Interdictie, welke het
Uwer Excellentie behaagd heeft, op den uitgaaf der
Curacaasche Courant door my geredacteerd te leggen,
verzoeke ik de vryheid, eene Copie te mogen insluiten van
eenen brief van wylen den vorigen Gouverneur den
Admiraal A. kikkerk ontvangen, waaruit Uwe Excel=
lentie zal kunnen ontwaren, dat de manier van gedrag
door my gehouden, ten sterksten overeenkomstig den inhoud
diens brief is, en dat daarom het munoegen dat Uwer
Excellentie heeft geliefd uitte drukken, wegens het artikel,
geteekend H. A. Delima in de Courant van Saturdag
ll geplaatst, niet zoo ik vermoede zal kunnen beschouwd
worden, van die zyde, dat ik eenigzins het zaad van
tweedragt in deze gemeente wenschte te zaayen.
Met opzicht tot het twede en derde punt van Uwer Ex=
cellenties, bevel, bid ik verlof, optemerken, dat de daar„
stelling eener Censure over de pers dezer Colonie, niet
alleen eene vermeerdering van de uitgaven, om de Courant
uittegen, zal ten gevolge hebben, maar tevens, hiervan
ben ik overtuigd, onoverkomenlyke hinderpalen zal ten
gevolge hebben.
Hierom neem ik de vryheid, om uwer Excellentie te
berigten, Dat zoo het bepaald is, my niet te vergunnen
de Courant op den vorigen voet uittegeven, als bevorens,
zonder de wetten des lands te schenden, ik in overwe„
ging moet nemen, of het de moeite, kosten d„ca waardig
zyn, by zulke bepalingen de uitgave van een perco=
dicaal papier in het toekomende voltehouden.
„ 12
zopy Duplikaat.
Translaat.
Ik heb de Eer te zyn
Uwer Excellenties zeer gehoorsame &
Curacao 21:sten Sept.r 1820, onderdanige Dienaar
in /W: G:/ W „ Lee
Voor Kopij Komform
De Gouvernements Secretaris
Witsen
J:D: Trink
No: 191
vpij duplicaat
copie Curaçao den 14 Februarij 1818
UwelEd wordt bij deze gelast om geene Manu„
schripten het zij van gedichten of iets anders van
welke benaming het ook mogte zyn, aan
te nemen, ten einde in de Curaçaoische bou„
rant te plaatsen, ten zy dezelven door den
maker onderteekend zyn, zullende de naam van
den maker daaronder moeten gedrukt worden,
en alle naamlooze stukken die in UEd Couran
gevonden worden, zullen ter uwer verantwoording
Vice Adm.e Gouv=r Gen=l van
onderhorige Eilanden
/WG / A: Kikkert
Kopij Konform voor
vernements Secretaris te Goederen
J: Prins
Den Heere Wm Lee„
Lands drukker.
Bing & Iutting kooplieden al„
hier woonachtig Eisschers
Contra
Zyne Excellentie M:r Isaac Johan„
nes Elzevier, Gouverneur Generaal ad
interim, alsmede DenwelEdele Gestre
ge. Heer Casper Lodewijk van
Uytrecht Raad & Contrarolleur
Generaal, adinterim der Finan
tien dezes Eilands. Gedaagden.
Ferguson als Procureur van de Eisschers Zegd
Dat in het vaderland verschillende goederen zijn
afgeladen aan het gouvernement alhier onder de
hoorlijk Cognossement waarby is bepaald geworden de
vracht te Curaçao te betalen
Dat genoemde goederen alhier behoorlijk zyn aange
bragt en afgeleverd door het Bkschip de Eendrag
Schipper J: J: Visser
Dat ingevolge meergenoemd Cognossement de twee
de Heer gedaagde, aan de Eisschers als zaak gelost
tigden van boven bedoeld Brükschip, de vrachtig en
gen heeft betaald met eene ondonnantien op deti„
Ed Heer ontvanger Generaal ad interim, geteekend
door den Eerste en gecontrasigneerd door den andere
Heer gedaagden
Dat de Eisschers als zynde de vrachtpenningen zeer
benodigd tot weder uitruiting en afzending van meerge„
noemd Brikschip, zich hebben vervoegd bij gemeld
Heer ontvanger Generaal adinterim ten einde geld
op hunne bovenbedoelte ordonnantien te ontvanger
Dat de Eisschers tot hunne groote verwondering en
schade hebben ontwaard dat evengenoemde Heer Ont„
vanger Generaal ad interim geduurig uitstelde om
bovengemelde gouvernements ordonnantie te betalen
Dat
Dat de Eisschers gedrongen door de noodtzakelykheid om
de uitrusting en afscheping van het aan hun
toevertrouwd bovengenoemd Brikschip te bezorgen,
zich verpligt hebben gevonden de ordonnantie meer
gemeld, aan de WelEd: Heer ontvanger Generaal ad
interim dewelEdele Gestrenge Heer Raad en Contra
rolleur Generaal adinterim der Finantien, als mede
aan zijne Excellentie den Gouverneur Generaal
ad-interim bovengemeld, gerigtelyk te doen ver„
nen; en daardoor nog geen betaling kunnende er„
langen voorts hebben gemeend, te moeten protestee
ren tegen meergemelde Heer Raad & Contrarolleur
Generaal adinterim der Finantien, en ook tegen
zijne Excellentie den Gouverneur Generaal, ad inte
rim: van nonvoldoening der voorzeide ordonnantie,
als mede van alle kosten, schade en intressen en van
al het geen waarvan in deze kan of vermag wor„
den geprotesteerd, om al het zelve te vinden en te ver
halen daar en waar het behoord, alles met de kosten
Dat ten gevolge van dit protest de Eisschers geene
betaling obtineerende zij zich in de onaangenaame
verpligting hebben bevonden, ten einde de belangens
hunner, committanten te behartigen voor UEd acht„
baren de Heeren gedaagdens te moeten Dagvaarden
omme te komen aanhooren en te antwoorden opzo
danige Eisch & concluue als door de Eisschers zoo ten
principaale, als bij provisie zal worden genomen,
Mits welke en ander Redenen en medelen is het
nood naar te allegueeren en te decuceeren de voor„
noemde procureur nomine quo Supra Eisch
doende, concludeerd, dat de eerstgenoemde Heer Gedaag„
de bij divinitive, Sententie van den Edele Achttaren
Heeren Raden Commissarissen zal worden gecon„
demneerd aan de tusschers te voldoen & te beta„
len
de Som van Zeven Duizend vyf Honderd Drie en
Tachtig Pezos van achten, Vier Realen en Een
stuiver voor vrachtpenningen, van goederen voor
het gouvernement alhier aangebragt, per het
Brikschip de Eendragt schipper J: J. Visser met
den interest van dien tegen Een perC.a's maands
zedert den 14:' September ll: zynde de dag van de ge„
regtelyke afvraging en het daarop gevolgde protest
tot de dadelijke en effectuele voldoening, toe met
de kosten.
Immers en in alle gevalle dat de Heeren gedaan
dens zullen hebben te kennen of te ontkennen hun
ne respective handteekeningen onder voorzeide
ordonnantie staande, en die niet kunnende
ontkennen, de eerst genoemde Heer gedaagde zal
worden gecomstemneert de voorzeide Som van Ze„
ven Duizend vijf Hondert Drie en Tachtig Pe„
zoo van achten vier Realen en Een stuiver met
den interest van dien in handen van de Ein„
schers onder cautie de restituendi te nampti„
seeren
Curacao 23 September 1820
W G 'Ferguson
proe:
voor kopij konform
de Gouvernements Secretaris
W: Friese
No 189
Curaçao den 27„en September 1820. Kopij dupl=k
No. 71.
Zederd den 8 Mei 1812 zijn door mij van tijd tot tijt tot den 22
April 1820 zoo van het Eiland Bonaire als bij overneming van den Raad
Contr: Gen:l der Financien den Heer Nubaer in het Zoutmagazijn ont„
„vangen 14713 vaten Zout.
Daar nu bij het ledig raken van het Magazijn, zoo door verkoop,
als distributie aan het Gamizoen is komen te blijken, dat er 207 vaten
minder zijn uitgemeten dan de ontvangsten bedraagden, hetwelk is ont„
„staan door dien door mij Eerstelijk van den Heer Nuboer voorn:d het Ma„
gazijn met Zont is overgenomen, volgens opgaaf van gemelde Heer
Nuboer, die het zout volgens Bonairische maat heeft ontvangen en door
mij voorts tot in de maand Mei 1819 volgens dat gebruik de ontvang„
=sten gecontinueerd tot dat er is komen te blijken bij de directe uitgaaf
bij den ontvangst uit de vaartuigen dat de opgegeven maat van Bonaire
niet uitkwam en natuurlijk bij alle de vorige ontvangsten het te
min ontvangene alzo is ingeslopen. Twedens, dat er een merkelijke
versmelting bij het zout altijd plaats vind wanneer het lang
in het magazijn blijft leggen, zo als bij twee volle Magazijnen
Zekerlijk is geweest toen er in 3 a 4 maanden geen verkoop van Zout
was en dus lang heeft moeten leggen.
En daar ook den Raad Contr: Gen:r adint=m der Financien den
Heer C. L van uytrecht, mij dat te min komende schijnt te willen
ten laste leggen, als telkens mij herzinnerende aan de aanzuive„
^ verzoek
=ring van dien zo is mijn Eerbiedig aan uwe Excellentie om de ge„
melde te kort komende 20=e vaten zout op de maat als verlies te
mogen afschrijven, zijnde dit verlies zeer gering over het geheel be„
„rekend na evenredigheid van het gene anderen Zoutverkopers,
volgens hunne getuigenisse slegts aan versmelting hebben ondervonden.
Verders is mede mijn verzoek dat uwe Excellentie moge behagen
tot bewijding van schade die op mijn rekening anders zouden worden
belast om aan mij toetestaan voortaan 2 percento Rasactie voor ver„
„smelting te mogen berekenen, welke rafactie bij praefondervinding van
Zoutverkopers zo als gezegd is, gantsch niet te veel is, daar zij dik,
wijls meer hebben verloren
Met allen schuldige Eerbied verblijvende
Zyne Excellentie
de Magazijnmeester van alle magazijnen. M:r I. I. Elsevier
Gouv=r Gen=l ad int: over curaçao /geteekend:/ G. C. Muller.
en onderhorige Eilanden &c. &c de.
No. 188
Kopij. duplikaat.
N„o 229 Curacao den 27en. September 1820
Nademaal de koloniale kas, ingevolge besluit van den
Raad van Policie dd 25„en dezer de voorhanden zynde pen„
ningen onder de Commissaris over den boedel van den gewe„
zenen Ontvanger Generaal M. Schotborgh G„a, op afkorting
van de door den gezegden Ontvanger aan die kas verschul„
digde som zal ontvangen, en hy voor dat bedrag gevolgelijk
op zyne rekening zal moeten gecrediteerd worden zoo verzoek
ik Uw Hoog Edele Gestrenge mij tot die afschrijving te willen
autoriseren, als ook om de som van P=s 95„ —. —, dewelke ge„
bleken is aan hem toekomen uit het saldo groot P„s 175„ —
in de kist der bewyzen van gesplitste ordonnancien op den
August ll gevonden en in de koloniale kas gestort,
mede bij die gelegenheid afteschryven:
Met verschuldigde achting heb ik de eer te zyn,
Uw Hoog Edele Gestrengens
Onderdanige dienaar
De Raad Const.r Gen.e ad der financien
wijl L van Uytrecht.
Voor Kopij konform
De Gouvernements Secretaris.
Zyn Hoog Edele Gestrengen
W. Frind
W„r I J. Elsevier
Gouverneur Generaal ademt.m
& C. H: H:
Treck
No. 187
Aan Zyne Excellentie M.r I: I:
Elsevier Gouverneur Generaal ad=
interim, van Curacao en onderhoo„
„rige Eilanden &c:a &c.a &ca.
Excellentie
Daar myne omstandigheden my niet toelaten
myne vaste wooning op de Plantagie van mij„
Moeder te blyven houden zoo dient deze om
uw Excellentie zeer Eerbiedig te verzoeken, om een an„
der Perzoon in myne Maats als District Muster te
benoemen. Ook verzoek ik uw Excellentie in aanmer„
king te willen nemen, als dat ik dien post, reeds bij„
naar Vyf Jaren heb waargenomen; en ik neem de
vryheid aan uw Excellentie te recommandeeren De
Heer I: P: Leeur of De Heer Gerard R: Schotborgh
Ik hoop dat uw Excellentie aan dit myn verzoek
zult voldoen, en in die verwagting heb ik de Eer
my met verschuldigde Eerbied te noemen
Excellentie
Uw Excellentie 'S zeer Onderdam„
=ge dienaar.
/W.G/ Joh=s I: Gaatman Curacao 27 September
Westen van het
1820. voor kopy konform
de Gouvernements Secretaris
welk.
Meerl.
W: Trink
No 195
Curacao den 28.sten September 1820.
De missive van Uw Hoog Ed Gestr: dd 2 ijsten de„
zer n.o 373; ten geleide der Gouvernements dispositie
van dienzelfden dag onder n=o 479; en van eene
missive des Magazynmeesters van alle magazijnen, bij
my ontvangen zynde, neem ik de vryheid, om aan den
inhoud der gemelde dispositie te voldoen, het volgen„
de aan Uw Hoog Ed: Gestr: in consideratie te geven.
1=o Dat ik de zoutrekening van den Magazijnmeester
opgemaakt en afgesloten hebbende, bevonden heb, dat
dezelve overeenkomstig is met die welke op dit bureau
van het zout gehouden wordt.
2=o Dat het zeer wel mogelijk is dat de Magazijnmees„
ter met den Heer Raad Contrarolleur Generaal der
Financien H. I. Nu toer, overeengekomen, is, om het
zout dat in s' Lands magazijnen voorhanden en on„
„der de directie van den tweede genoemden was, waar„
schynlijk uit hoofde van een te groot vertrouwen, on„
gemeten ter zyner verantwoording overtenemen, en
dat de hier Nuboer, en vervolgens ook de magazyn.
„meester om den ouden. slenter te volgens, en levens de
moeite te bewaren, al het zout van Bonaire komen
„de, ongemeten in ter goeder trouw van de schippers
heeft ontvangen.- Maar intusschen heb ik deze
handelwyze als een groot pligtverzuim beschouwd,
zoo van den Heer Nubver die ook geen zout on„
der zich moest genomen hebben, als van den Ma„
gazynmeester die hetzelve ongemeten heeft overge„
nomen, en heb derhalve, toen ik het bureau
had overgenomen den Magazynmeester gelast, voort„
van geen zout, in ontvangst te nemen, dan na
hetzelve vooraf te laten overmeten, gelyk UW„
Hoog Ed: Gestr: uit den brief van den Magazijn
meester.
Kopij duplikaten
meester zal ontwaar geworden zyn, dat hij met
het meten van het zout eerst in Mei 1819 heeft
aangevangen. —
3:o Uit het hieraangehaalde zal Uw Hoog Ed. Gestr
wel bemerken, dat de Magazynmeester niet met ze„
kerheid kan zeggen, of het bevondene verlies
toeteschryven is aan versmetting, dan wel aan
zijne onvoorzigtigheid om het zout ongemeten en
ter goeder trouw in ontvang te nemen. En de
er meer waarschynlykheid is voor het laatste
sustenie, kan niet tegen gesproken worden; de
wijl het verlies op het zout in s' Lands magazij
nen op den 1:e den Ianuarij dezes jaars reeds 1550
ten bedroeg en 'er sedert dat tydstip 5, 300 vaten zo
goede maat, van Bonaire alhier aangebragt
zijn op welke groote hoeveelheid, volgens des M
gazynsmeesters eigene opgaaf, niet meer dan 52.
vaten / naauwelijks een ten honderd/ zoude moey
verloren zyn, om de tegenwoordig te kort komende
207 vaten uittemaken.
Ik ben derhalve van gevoelen, dat als Uw
Hooghe-Gestr:, de billijkheid en des Magazyns omst
digheid en aanmerking nemende, zoo inschikkelyk
gelieft te zyn om aan hem toetestaan; dat de te
kort komende 207 vaten zout, op de Magazyn
boeken afgeschreven worden, hij geene reden van
klagen kan hebben; terwyl hij boven dien eene gorde en
rectie van wege Uw Hoog Ed: Gestr: verdiende te hebben
om in het vervolg met het in ontvang nemen
van's Lands goederen omzigtiger te handelen.
wat het verleenen van rafactie betreft vermeen
ik hierboven bewezen te hebben, dat 2 perC=o te
veel afslag is, dewijl op de 5, 300 vaten zout welke
na
na den 17=de Ianwarij dezes Jaars van Bonai„
re afgebragt, en door den Magazyn meester ook be„
=hoorlijk nagemeten en ontvangen zyn, niet meer
dan 52 vaten verlies is geleden, het welk nog
minder dan een percent uitmaakt, welk afslag
mijns inziens billyk is aan den Magazijurneester
toestestaan
Onder terugzending van den brief des Magazijn„
meesters van alle magazynen, en in de hoop van hier„
mede aan Uw Hoog Ed: Gestrengens verlangen voldaan te
hebben, noem ik my met verschuldigde veneratie
uw Hoog Edele Gestrengens
bereidwillige dienaar
De Raad Contrarobleur Generaal ad„
intin der financien
/W G:/ C: L: van Uytrecht.
voor kopij konform
de Gouvernements Secretaris.
Witsen
J Sring
Syn Hoog Ed: Gestrenge
M:r J: J: Elsevier
Gouverneur Generaal ad int=m
&c.a &c:a &ca:
Treck.
No. 194
kopij duplikaat. Curacao den 29 September 1820
N=o 434
Ik het de Eer uwe Excellentie bij deze
kennis te geven dat de Commissarissen over den
boedel van den gewezenen Ontvanger Gen=l M.
Schotborgh GZ=n de onder hun berustende Pen„
ningen, volgens HEd: opgaaf belopende P. 7794„
3„ 2, te weten
P=t 7025 „ 1 „ aan Kontanten
„ 969 „ 2„ 2 Ordonnantien
„ 1:e 7994 „ 3 „ 2.
ingevolge Resolutie van den Raad van Politie dd
23 dezer aan den ontvanger Gen:e ad int=m op ad„
signatie hebben toegeteld; en dat ik Zed het
aangeschreven om de ontvangene kontanten te
besteden ter gedeeltelijke betaling der ondonnan„
tie voor vrachtpenningen ten faveure van de
Heeren Beng & Zutting; met invitatie om het
daaraan nog onttrekende saldo uit de eerste
voorhanden zynde penningen te voldoen.
Waarmede de Eer heb te zijn.
Uwer Excellentie's
Onderd. Dienaar.
de Raad Cont=n Gen.l ad int=m dersin.
/W G/ C: L: van Uytrecht
Voor kopy konform
de Gouvernements Secretaris
sjaer
J Prins
van Zyne Excellentie
M:r I: I: Elsevier
Gouverneur Gen.l administra
&ca. &a. &c
1641