Exposicion: “Letra y Consenshi – Balor Humano di un Pueblo”
- Parti 1: Carta “Acciones contra las leyes humanos” (1857)
- Parti 2: Koloniaal Verslag 1857 = Verslag van het beheer en den staat der Nederlandsche bezittingen en kolonien in Oost- en West-Indie en der Kust van Guinea over 1857
- Parti 3: Reportahe di Gezaghebber Jarman skirbi riba 20 di maart 1857, splicando e sucesonan rond di e maltrato di e yiu muhe di Maria Merselina, Andrea Avelina
- Parti 4: Carta cu splicacion di e desacuerdo entre famia Frigerio y Capriles na 1856
- Parti 5: Augustein y Thico
- Parti 6: E Derechonan Humano
Parti 1: Carta “Acciones contra las leyes humanos” (1857)
A pasa recientemente un hecho scandaloso cu segun e principionan di humanidad y di civilisacion, mester yama nos atencion; ta existi leynan cu a wordo decreta door di e Gobierno Superior, y cu a wordo publica na e luga aki, e regimen cu nos mester sigui pa cu nos catibonan, pero prome cu e leynan aki, semper a existi e ley humano pa nos semehantenan.
Algun dia pasa, na bista di e pueblo a pasa un mucha muhe di edad hoben, na yoramento y tristo, cu ta pertenece na e propiedad di señor P. J. Friguerio cu segun e mes a declara, hunto cu su mama cu tabata compañ’e, su presencia a manifest’e, tabata hopi cla cu el a wordo castiga cruelmente y a sufri actonan contra e leynan humano. Ambos muhernan tabata keha di e maltrato di nan shon. Prome cu e suceso aki, otro catibo cu ta pertenece na e mesun shon tabata keha tambe di e maltrato cu e tabata ricibi; con ta posibel cu ta tolera falta contra e leynan humano, y leynan decreta y publica door di Gobierno!
Nos, e firmantenan abou, segun e leynan humano, ta pidi señor Gezaghebber pa informa su mes di e asunto interesante aki, y tuma medida tocante e suceso particular aki.
Aruba, 20 di maart 1857
G. Schotborgh Hz.
D. Gaerste
Juan B. Capriles
R. Beaujon
D.L. Henriquez
Simon Gomez
Fredrik Gaerste
J. van der Biest Hz
Fr. J. Quant
P.J.C. Lampe
Jan Iden Quant
J. Schwengle
Parti 2: Koloniaal Verslag 1857 = Verslag van het beheer en den staat der Nederlandsche bezittingen en kolonien in Oost- en West-Indie en der Kust van Guinea over 1857
Even als in het Verslag over het jaar 1856′ worden hieronder aangegeven de uit de kolonie ontvangen opgaven van de geboorten en van de sterfte in den loop van het jaar 1857, en ook die van den stand der bevolking op ultimo December van dat jaar, getrokken uit de registers der wijk- en districtmeesters.
Parti 3: Reportahe di Gezaghebber Jarman skirbi riba 20 di maart 1857, splicando e sucesonan rond di e maltrato di e yiu muhe di Maria Merselina, Andrea Avelina.
[20 maart 1857] No. 16
Eene klagte had er plaats door de Slaaf — huis bedienende aanbehoorende aan J. Frigerio, ik heb beschouwd daar aan geen vervolg te geven.
Doch Woensdag daaropvolgende den 18 deze klokke 3 uren namiddag kwam aan myn Burean instuiven met een massa volk, achter zich de Slavin Marcela met haar dochter oud 9 jaren ik zeide daar van den Hr Koloniale Schryver by my te doen komen om oor en ooggetuigen te zyn van haar beklag dat dan ook laats had. Het verhaal van de slavin Marcela was aldus:
de mishandeling het kind aangedaan was groot blijkbaar. Op dien klagt was de slavin bevreesd om en even als met de eerstgenoemde — van Maandag j.l. na den meester te gaan om geene slagen optelopen. Den Heer D: Capriles Jr. mijn adviserend lid dien broeder Joseph Capriles met de Particuliere Zoutpannen belast en Capriles c.s. soluut, welke dat volgaarne getuigen. Doch zonder geroepen zijn na veele pligtplegingen van F. de gedetacheerde Jager geadm, Ge. Hr. A: de Hoffman zich sprak mij van ongesteldheid van F: en dat wel ten gevolgen van onaangenaamheden van zijn Slaven, dat ik beantwoorde met te zeggen, dat F. mij in veele aangelegenheden op den duur tragt met de opmerking hoe het mogelijk was dat men aan zulk een kind zich kon vergrijpen, dat ik in de veele Jaren tijds, nog nimmer een klap aan mijne bediendens, of wie het ook zij gegeven had en ik er genoegdoening van had. H. zeide mij dat hij ook nimmer, zijn handen daarvoor uitgestoken had.
N.B. ongelukkig was hij vergeten, dat voor korte dagen op informatie van zijnen bediende, eene ongelukkige gebrekkige Neger, hij dien het huis had uitgeschopt, om dat hij vrijwillig dien niet verlaten wilden en ging voort als organe van zijn vriend te zeggen de laatst gende voornemens was zijn slaaf Marcela met alle de kinderen ten verkoop na Curacao te zenden, dat zij niet deugden, bood mij aan hun voor niet met al in Gouvts dienst te nemen: dat ik niet beantwoordde maar hernam ≠ verkoop van de slavin en hare kinderen het is wel Punctueel moet dat geschieden en hier mogen zij niet terugkeren, Hoffman scheen ingenomen met mijn toestemming, en op het kind terugkomende zeide hij mij dat het kind van Marcella was door hem ingesmeerd en daar was geen kwaad bij.
Doch eenige minuten daarna presenteerde zich Hoffman op nieuw a aan mijn bureau medebrengende het mishandelde kind zeggende dat het niets mankeerde of ik het zien wilde. Ik zeide daarop dat is hier man de plaats niet meer om dat kind te zien ik heb het in tijds gezien, denk aan het gezegde van een ogenblik geleeden, dat gij mij zeide het kind te hebben ingesmeerd. Daarop sprak de Jager op een onbetaamde toon hij had een Certificaat afgegeven zijne woorden waren bij de Procureur des Konings geloofbaar, ik zeide Hoffman zich te verwijderen.
Ik was nauwelijks bezig om tot memorie ‘t een en ander van ‘t gebeurde op ‘t papier te stellen of zie daar de Koloniale schrijver, koomt met een peinzend gelaat bij mij zich beklagen dat meergenden Hoffman, met fransche en onbetamelijke woorden, zich tot hem had gewend, en wel met te zeggen dat hij mij instageerde eene beledeging voornamentlijk mij en ook de Koloniale Schrijver aangedaan, en dat nog wel van een gedetacheerde Jager van ‘t Garnisoen van Curacao, bij de gratie Gods Genees & Heelmeester op Aruba.
Parti 4: Carta cu splicacion di e desacuerdo entre famia Frigerio y Capriles na 1856.
- Bijschrift:
Het Collegie verlangde niet anders dan dat Frigerio het woord niet waar had ingetrokken als in een drift uitgesproken, doch was niet bedacht om F. een straf opteleggen, dien Familien van F. & C. waren te zeer tegen elkander verbitterd en de President vreesde een grooter scheur.
Parti 5: Augustein y Thico
“Proces Verbaal gehouden ten overstaande van Lours. Croes Capn. Der Indiaanen alhier over de zaak tussen de Persoon Augustein, zoals hij zegt vrij geboren op het Eyland Martenique, tegens B. Solagnie. Inwooner alhier van de fransche Natie: in Cas van Vrijdom””met mondelijk Protest tegens deze behandeling als een vrij geboren Mensch””[..] onderdanige verzoek aan zijne Excellentie de vice Admiraal A. Kikkert Gouverneur Generaal dezer Eylanden hem Augustein te doen verhoren en deszelfs zaak gunstlijk te doen onderzoeken, en hem zijn aangeboren vrijheid weerom te willen geven, ten Einde zich en zijne ongelukkige Moeder op den ouden dag nog te kunnen ondersteunen”
Op 16 september 1795 ontvangt de Gouverneur van Curacao bericht van Commandeur Specht op Aruba “… de Indiaanen aldaar seedert de gevluchte na Cora sig stil hielden, dog dat de absentie hem hadden doen drijgen terug te sullen komen om sig te wreeken, ten welke beletting hij goede wacht liet houden, egter waaren aldaar sterk geallarmeerd geweest door ‘t gedrag der slaaven die schoon in ‘t geheel maar 30 sterk hunne balstorigheid meede scheenen te willen thoonen, hebbende eene Neeger Thico aan den staat behoorende en aldaar ten dienste van den Commandeur sig seer stoutmoedig en brutaal uijtgelaaten, seggende niet meerder te willen dienen, maar vrij te sijn het geene den Commandeur had doen resolveeren hem met schipper de Lange na herwaards in boeijens te doen overbrengen,…”Op 2 december 1795 schrijft de Gouverneur dat het niet lukt om Thico, die op 16 september door Commandeur Specht van Aruba naar Curacao was opgezonden, te verkopen, vandaar dat hij aan het werk wordt gezet als sjouwer onder ‘t opsigt van den factoor achter ‘t fort.
Parti 6: E Derechonan Humano

Compila y traduci pa Natalia Rodriguez. Revisa: Lidia Lacle – de Cuba. Fuente: Youth for human rights